This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012SC0221
COMMISSION STAFF WORKING DOCUMENT EXECUTIVE SUMMARY OF IMPACT ASSESSMENT accompanying the document RECOMMENDATION ON ACCESS TO AND PRESERVATION OF SCIENTIFIC INFORMATION
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij het document AANBEVELING INZAKE DE TOEGANG TOT EN DE BEWARING VAN WETENSCHAPPELIJKE INFORMATIE
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij het document AANBEVELING INZAKE DE TOEGANG TOT EN DE BEWARING VAN WETENSCHAPPELIJKE INFORMATIE
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij het document AANBEVELING INZAKE DE TOEGANG TOT EN DE BEWARING VAN WETENSCHAPPELIJKE INFORMATIE
INHOUDSOPGAVE 1........... Werkingssfeer en context................................................................................................ 2 1.1........ Werkingssfeer................................................................................................................ 2 1.2........ Context.......................................................................................................................... 2 2........... Probleemstelling.............................................................................................................. 3 3........... Redenen voor EU-actie, toegevoegde
waarde van EU-actie en subsidiariteit.................... 4 4........... Beleidsdoelstellingen....................................................................................................... 5 5........... Beleidsopties.................................................................................................................. 5 6........... Vergelijking van beleidsopties en
effecten........................................................................ 6 7........... Monitoring en evaluatie................................................................................................... 8 1. Werkingssfeer en
context 1.1. Werkingssfeer Deze effectbeoordeling gaat na of in het licht van de huidige
ontwikkelingen in het systeem voor wetenschappelijke publicaties op EU-niveau
meer moet worden gedaan met het oog op de verbetering van de doeltreffendheid
van het onderzoek en de bevordering van een innovatieve Unie die een
wereldleider op het gebied van wetenschap is. De effectbeoordeling onderzoekt
de beleidsopties voor de stimulering van de EU-actie ter verbetering van de
toegang tot en de bewaring van wetenschappelijke informatie in het digitale tijdperk,
met name het effect van een aanbeveling van de Commissie aan de lidstaten over
dit onderwerp. 1.2. Context Kennis
en innovatie geven een concurrentievoordeel, zoals benadrukt in de mededeling
Europa 2020[1].
De structureel lage groei in Europa kan worden aangepakt door het scheppen van
optimale omstandigheden voor innovatie. Om een steeds meer concurrerende
kennisgebaseerde economie te worden moet Europa niet alleen de productie van
kennis, maar ook de verspreiding en de uitwisseling van de wetenschappelijke
resultaten van door de overheid gefinancierd onderzoek verbeteren. Met
de opkomst van het digitale tijdperk ziet de wetenschappelijke gemeenschap
grotere mogelijkheden voor de elektronische verspreiding van de
onderzoekresultaten. Een van deze mogelijkheden is open toegang. Open toegang
maakt de verschaffing van vrije onlinetoegang tot en het hergebruik van kennis
in de vorm van wetenschappelijke publicaties, gegevens, monografieën en
bijbehorend materiaal mogelijk. De
beleidsontwikkeling van de Commissie met betrekking tot de toegang tot en de
bewaring van wetenschappelijke informatie in het digitale tijdperk bouwt voort
op de beleidsontwikkelingen die startten in februari 2007 met de
mededeling van de Commissie[2]
betreffende wetenschappelijke informatie in het digitale tijdperk. Zij werd in
november 2007 gevolgd door conclusies van de Raad[3], die een aantal
door de lidstaten te ondernemen acties omvatten. De Commissie werd daarbij
verzocht te experimenteren met open toegang tot wetenschappelijke publicaties
die voortvloeien uit door de kaderprogramma's voor onderzoek van de EU
gefinancierde projecten, wat heeft geleid tot een proefproject inzake open
toegang als onderdeel van het zevende kaderprogramma dat in augustus 2008
is gelanceerd. Een
mededeling betreffende ICT-infrastructuren voor e-wetenschap[4] is in maart 2009
goedgekeurd. Zij werd gevolgd door conclusies van de Raad[5] in december 2009
waarbij de lidstaten en de Commissie werd verzocht om de toegang verder uit te
breiden en te zorgen voor een coherente aanpak van de toegang tot en de
conservering van gegevens. In
2010 heeft de Commissie de vlaggenschipinitiatieven van Europa 2020
Innovatie-Unie[6]
en Een digitale agenda voor Europa[7]
goedgekeurd. Beide mededelingen verwijzen naar open toegang als middel om de
doelstellingen van Europa 2020 te verwezenlijken. Zij kondigen aan dat open
toegang zal worden uitgebreid tot de resultaten van door de overheid
gefinancierd onderzoek, met name in de regel voor projecten die worden
gefinancierd door de kaderprogramma's voor onderzoek van de EU. Op 30 november
2011 heeft de Commissie een voorstel voor het programma Horizon 2020[8] goedgekeurd. Vanaf
2014 zal dit programma de Europese financiering van onderzoek en innovatie in
één kader bundelen. Er wordt voorgesteld om van open toegang het basisbeginsel
voor de verspreiding van de resultaten van onderzoek te maken. Een
andere strategische beleidskwestie is de ontwikkeling en implementatie van een
Europese onderzoekruimte (ERA). De ERA omvat alle activiteiten, programma's en
beleidsmaatregelen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling in Europa die
een transnationaal perspectief hebben. Het doel is toegang te verschaffen tot
een Europawijde open ruimte voor kennis en technologieën waarin transnationale
synergieën en complementariteiten ten volle worden benut. In deze context zijn
kwesties in verband met de toegang tot en de bewaring van wetenschappelijke
informatie bijzonder relevant. Tegen
deze beleidsachtergrond zal de Commissie een nieuwe mededeling "Naar een
betere toegang tot wetenschappelijke informatie - Vergroting van de voordelen
van overheidsinvesteringen in onderzoek" goedkeuren. Deze mededeling zal een inventaris van de
ontwikkelingen sinds 2007 opmaken en de gebieden aangeven waarop de lidstaten
en de Commissie verdere actie moeten ondernemen. Zij zal vergezeld gaan van een
aanbeveling aan de lidstaten waarin specifieke acties worden voorgesteld op het
gebied van de toegang tot en de bewaring van wetenschappelijke informatie. 2. Probleemstelling Het wetenschappelijke verspreidingssysteem
wordt geconfronteerd met een reeks problemen die de verwezenlijking van het
gewenste beleidsresultaat voorkomen, dat wil zeggen de onderzoekers in de ERA
een geïntegreerd systeem van praktijken en infrastructuur bieden dat een
gemakkelijke open toegang tot en het gebruik en hergebruik van de resultaten
van onderzoek mogelijk maakt. Deze problemen zijn: a) Suboptimale toegang tot
wetenschappelijke onderzoekpublicaties De abonnementsprijzen voor tijdschriften zijn
gestegen tot boven de inflatieniveaus en blijven stijgen, waardoor de
bibliotheken onder druk worden gezet en de toegang tot de resultaten van door
de overheid gefinancierd onderzoek wordt bemoeilijkt. De toegang tot de inhoud van wetenschappelijke
tijdschriften en de mogelijkheden om wetenschappelijke informatie te gebruiken
en opnieuw te gebruiken blijven voor onderzoekers, het bedrijfsleven (met name
midden- en kleinbedrijven) en het grote publiek beperkt. Sinds een aantal jaren roept de
wetenschappelijke gemeenschap op tot open toegang tot de resultaten van door de
overheid gefinancierd onderzoek, met name intercollegiaal getoetste
publicaties. Open toegang tot wetenschappelijke publicaties neemt twee vormen
aan: ·
De kosten voor de publicatie van een artikel worden
direct gedekt door de auteurs (in de praktijk hun financieringsorganen of
universiteiten) in plaats van door abonnementen, waardoor het artikel
onmiddellijk voor iedereen vrij beschikbaar wordt (gouden open toegang). ·
De tekst van de intercollegiaal getoetste
publicatie wordt in een repository gearchiveerd zodat hij vrij voor iedereen
beschikbaar kan worden gemaakt, gewoonlijk na een embargoperiode die de
wetenschappelijke uitgever in staat stelt zijn kosten te recupereren en een
rendement op zijn investeringen te boeken (groene open toegang). b) Suboptimale toegang tot
onderzoekgegevens Thans zijn de onderzoekgegevens van door de
overheid gefinancierd onderzoek niet systematisch voor verder onderzoek door
anderen beschikbaar. Een deel van het probleem is dat veel
verschillende soorten en categorieën van gegevens in verschillende stadia van
het onderzoekproces worden gegenereerd. Er is ook een gebrek aan carrièrebeloningen
en/of erkenning voor het delen van gegevens. Ten slotte bestaat er nog geen
infrastructuur om onderzoekers in staat te stellen op betrouwvolle wijze
gegevens te vinden, er toegang toe te krijgen, te gebruiken en opnieuw te
gebruiken. c) De toevloed aan wetenschappelijke
gegevens, die de bewaring van wetenschappelijke informatie op de lange termijn
noodzakelijk maakt De opkomst van oorspronkelijk digitaal
materiaal en de generatie van enorme hoeveelheden gegevens heeft nieuwe
moeilijkheden doen ontstaan voor de bewaring van wetenschappelijke informatie
op de lange termijn. Zeer weinig onderzoekfinancieringsorganisaties en
academische instellingen voeren gegevensbewakingsactiviteiten uit. Passende
financierings- en organisatiemodellen ontbreken. Hoewel de uitgevers zich in
het verleden hebben ingespannen om informatie te digitaliseren, moet de
bewaring op de lange termijn van wetenschappelijke informatie een overheidstaak
zijn. Er mag niet worden toegestaan dat de bewaring afhangt van de levenscyclus
van een commerciële onderneming[9].
Belanghebbenden omvatten onderzoekers, bedrijven (waaronder het mkb),
wetenschappelijke uitgevers (profit en non-profit), overheden (nationaal of
regionaal), academische instellingen (en hun bibliotheken) en burgers. 3. Redenen voor EU-actie,
toegevoegde waarde van EU-actie en subsidiariteit De
beleidsacties op het gebied van wetenschappelijke informatie zijn per definitie
grensoverschrijdend en internationaal, aangezien wetenschap een mondiale
aangelegenheid is. Er bestaan in alle lidstaten initiatieven om de toegang tot
wetenschappelijke informatie gemakkelijker en breder te maken en de bewaring
daarvan te vergemakkelijken, maar de intensiteit en de aandachtspunten kunnen
variëren en binnen hetzelfde land bestaat er zelfs enige versnippering[10].
Talrijke initiatieven hebben geleid tot een overlapping van het beleid voor
Europese onderzoekers, investeerders en burgers. Sinds 2007 moedigt de
Commissie de lidstaten aan om continu informatie uit te wisselen en samen te
werken. De ontwikkeling van e-infrastuctuur is in een
ongelijk tempo gevorderd. Het
beleid met betrekking tot de onderzoekresultaten moet worden gecoördineerd met
andere beleidsterreinen in verband met de totstandbrenging van de ERA en de
bredere economische ontwikkelingsdoelen van de EU. Deze coördinatie kan
efficiënt op EU-niveau worden georganiseerd. Het
belangrijke aandeel van de overheidsfinanciering in O&O (35 % van de
investeringen) zorgt ervoor dat de overheidssector zijn zeg kan doen over de
wijze waarop de resultaten moeten worden verspreid ter stimulering van de
economische groei en ten gunste van de samenleving in haar geheel. 4. Beleidsdoelstellingen De beleidsoptie waaraan de voorkeur moet
worden gegeven, moet de volgende algemene, specifieke en operationele
doelstellingen hebben: Algemene
doelstelling: ·
verlenen van betere steun aan innovatie en
bijdragen tot de economische groei door het verbeteren van de voorwaarden voor
de toegang tot en het gebruik en het hergebruik van wetenschappelijke
informatie en door de ontwikkeling van de ERA mogelijk te maken. Specifieke
doelstellingen: ·
wetenschappelijke publicaties kosteloos online open
toegankelijk maken, voor zover mogelijk en zo spoedig mogelijk; ·
onderzoekgegevens kosteloos online open
toegankelijk maken; ·
bewaren van wetenschappelijke informatie voor
toekomstige generaties; ·
verschaffen van toegang tot wetenschappelijke
informatie in alle lidstaten. Operationele doelstellingen: ·
stimuleren van de uitvoering van een
open-toegangbeleid voor wetenschappelijke publicaties door de lidstaten, dat
het aantal open-toegangpublicaties, voortvloeiend uit door de overheid
gefinancierd onderzoek, vergroot, het aantal open-toegangmandaten uitbreidt en
de financieringsvoorwaarden voor gouden open toegang verbetert; ·
stimuleren van de uitvoering van een
open-toegangbeleid voor gegevens door de lidstaten, dat het deponeren van uit
door de overheid gefinancierd onderzoek voortvloeiende onderzoekgegevens in een
e-infrastructuur en de ondersteuning van het opzetten en onderhouden van
digitale e-infrastructuur vereist; ·
ondersteunen van het opzetten en onderhouden van
digitale e-infrastructuur voor de bewaring van wetenschappelijke informatie en
bevorderen van doeltreffende deponeringssystemen voor oorspronkelijke digitale
wetenschappelijke informatie; ·
zorgen voor de volledige interoperabiliteit tussen
e-infrastructuur binnen en buiten de EU, bevorderen van de gefedereerde toegang
tot wetenschappelijke inhoud en bevorderen van de beleidscoördinatie, de
uitwisseling van beste praktijken en de dialoog tussen de belanghebbenden op
Europees niveau. 5. Beleidsopties De volgende beleidsopties worden in dit
verslag ontwikkeld en in detail beoordeeld: 1) Staken van bestaande EU-actie Deze optie zou het schrappen van alle zachte
maatregelen omvatten, waaronder alle uitvoeringsmaatregelen die thans vervat
zijn in de conclusies van de Raad over wetenschappelijke informatie in het
digitale tijdperk. De EU zou geen aandacht besteden aan problemen en zou niet
langer het proces steunen dat moet leiden tot een bredere toegang tot
wetenschappelijke informatie door de financiering of medefinanciering van
infrastructuur, projecten en besluitvorming. 2) Geen beleidswijziging
(basisscenario) Deze optie zou de huidige aanpak ongewijzigd
laten. De toegang tot en de bewaring van wetenschappelijke informatie zou
blijven berusten op de eventueel bestaande rechtskaders en het beleid zou
blijven afhangen van nationale initiatieven, die in strijd zijn met dit beleid. 3) Toepassing van een beleidskader in
de vorm van zachte wetgeving In het kader van deze optie zou een beleidskader
worden vastgesteld, voor de uitvoering waarvan een aanbeveling aan de
lidstaten, vergezeld van een mededeling van de Commissie, zou worden
voorgesteld. Dit beleidskader zou de lidstaten helpen bij de ontwikkeling en de
uitvoering van een beleid met betrekking tot de toegang tot en de bewaring van
wetenschappelijke informatie (wetenschappelijke artikelen en
onderzoekgegevens). Het zou de specifieke doelstellingen vaststellen en de
relevante actoren in de lidstaten laten beslissen over welk beleid het beste
past, zowel voor de lidstaten als voor elke academische discipline. Als voor
zelfarchivering (groene open toegang) wordt gekozen, mogen de embargoperioden
niet langer zijn dan twaalf maanden voor sociale en menswetenschappen en zes
maanden voor alle andere gebieden. Een langere embargoperiode voor sociale en
menswetenschappen wordt verklaard door de langere halveringstijd van
publicaties in deze disciplines, vergeleken met die op wetenschappelijk,
technisch en medisch gebied. Deze optie zou oproepen tot open-toegangmandaten
voor zowel publicaties als onderzoekgegevens en tot het opzetten van digitale
e-infrastructuur (repositories), als deze nog niet bestaat, en tot
e-infrastructuur die ook dient voor de bewaring van informatie. Er zou worden
voorgesteld om daarbij voort te bouwen op bestaande voorbeelden van beste
praktijken. 4) Toepassing van een beleidskader in
de vorm van de onderlinge aanpassing van de wetgeving Artikel 182, lid 5, VWEU vormt een rechtsgrondslag
voor het nemen van de nodige maatregelen voor de totstandbrenging van de ERA,
inclusief de onderlinge aanpassing van de wetgeving met behulp van een
richtlijn. In het kader van deze optie zouden de doelstellingen van het
beleidskader met behulp van een richtlijn worden verwezenlijkt. 6. Vergelijking van
beleidsopties en effecten Optie 1: Het staken van de bestaande EU-actie zou
leiden tot een toename van de verschillen tussen de lidstaten. Sommige zouden
vooruitgang boeken op het gebied van open toegang, waarbij zij de vruchten
zouden plukken van een meer open omgeving voor wetenschappelijk onderzoek.
Andere zouden minder sturend optreden en zouden niet kunnen profiteren van de
financiering van infrastructuur door de EU. Dit verschil in de ontwikkelingen
zou een negatief effect hebben op de onderzoekers en op de overheidsbegrotingen,
vooral van universiteitsbibliotheken, die het hoofd moeten bieden aan stijgende
prijzen voor de aanschaf van onderzoekresultaten. Er zouden geen vorderingen
worden gemaakt wat de bewaring van wetenschappelijke informatie op de lange
termijn betreft. Optie 2: Geen
beleidswijziging zou de huidige verschillen tussen de lidstaten niet
veranderen. Er zou enige convergentie rond de conclusies van de Raad van 2007
kunnen worden verwacht, zij het in een trager tempo en zonder dat daarbij
rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen inzake wetenschappelijke
informatie die sindsdien hebben plaatsgevonden. Er zou financiering voor
infrastructuur en projecten beschikbaar zijn, maar deze zou zijn beperkt tot
experimentele projecten. De huidige situatie zou niet worden verbeterd. Het
effect op de belanghebbenden zou vergelijkbaar zijn met het effect van het
staken van de EU-actie. Optie
3: Er wordt verwacht dat de uitvoering van een
beleidskader in de vorm van zachte wetgeving de toegang tot wetenschappelijke informatie
zal verbeteren, ongeacht de wijze waarop de lidstaten die wetgeving toepassen.
De verschaffing van open toegang tot wetenschappelijke publicaties kan algemene
voordelen opleveren, zoals een rendement op investeringen in O&O, en de
regeringen en de onderzoekfinancieringsorganisaties geld helpen sparen door het
in stand houden van een duurzaam systeem voor de verspreiding van
wetenschappelijke publicaties op de middellange en lange termijn. Die
besparingen hangen af van de wijze waarop open toegang wordt gegarandeerd. De
precieze effecten en risico's van de opening van de toegang tot publicaties
hangen ook af van de wijze waarop voor de open toegang wordt gezorgd. De effecten in verband met een bredere toegang
tot onderzoekgegevens en de bewaring van zowel publicaties als gegevens zouden
vooral voelbaar zijn op het niveau van de regeringen en/of de
onderzoekfinancieringsorganisaties die extra inspanningen zouden moeten
financieren. Er zullen waarschijnlijk schaalvoordelen worden gerealiseerd,
aangezien de e-infrastructuur die nodig is voor de groene open toegang ook kan
worden gebruikt om betere toegang tot gegevens te verschaffen en voor
bewaringsdoeleinden. Gezien
het niet-bindende karakter van een aanbeveling kan worden verwacht dat sommige
doelstellingen slechts gedeeltelijk zullen worden verwezenlijkt. Optie 4: Aangezien de beleidsmaatregelen van de optie
met betrekking tot zachte wetgeving dezelfde zouden zijn als voor de optie met
betrekking tot de onderlinge aanpassing van de wetgeving, wordt verwacht dat
het effect grotendeels hetzelfde zal zijn. Het verschil in deze optie is dat
het in de praktijk brengen van het beleid aanzienlijk meer tijd zou vergen,
aangezien deze optie een wetgevingsproces en een uitvoeringsfase op het niveau
van de lidstaten vereist. Dit zou de effecten van de beleidsoptie kunnen
vertragen. Een vergelijking van de verschillende
beleidsopties laat zien dat optie 3 het beste evenwicht biedt tussen de
verschaffing van een bredere en een snellere toegang tot wetenschappelijke
informatie, rekening houdend met de wijze waarop de wetenschap en de
wetenschappelijke publicaties de laatste eeuwen zijn veranderd. Zij zou de
lidstaten enige flexibiliteit bieden om rekening te houden met hun nationale
specifieke kenmerken in een Europees netwerk en alle belanghebbenden in staat
stellen verbeteringen door te voeren. Om de gevolgen van het inherente
niet-bindende karakter van een aanbeveling aan de lidstaten op te vangen, moet
worden gezorgd voor een nauwe monitoring door de Commissie. 7. Monitoring en
evaluatie De
kernindicatoren voor de geboekte vooruitgang bij de verwezenlijking van de
vastgestelde doelstellingen zullen worden beoordeeld in de context van het
ERA-kader, met periodieke verslagen van de lidstaten over de in reactie op de
aanbeveling ondernomen actie. [1] http://europa.eu/press_room/pdf/complet_en_barroso___007_-_europe_2020_-_en_version.pdf [2] http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2007:0056:FIN:NL:PDF [3] http://www.consilium.europa.eu/ueDocs/cms_Data/docs/pressData/en/intm/97236.pdf [4] http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2009:0108:FIN:NL:PDF [5] http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/intm/111732.pdf [6] http://ec.europa.eu/research/innovation-union/pdf/innovation-union-communication_en.pdf [7] http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0245:FIN:NL:PDF [8] http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0808:FIN:NL:PDF [9] Zie de resultaten van het PARSE.Insight Project. [10] Zie Europese Commissie (2011), ‘National Open Access
and Preservation Policies in Europe. Analysis of a questionnaire to the
European Research Area Committee.’
http://ec.europa.eu/research/science-society/document_library/pdf_06/open-access-report-2011_en.pdf