This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32022R2588
Commission Delegated Regulation (EU) 2022/2588 of 20 October 2022 amending Regulation (EU) 2019/1241 of the European Parliament and of the Council as regards technical measures for certain demersal and pelagic fisheries in the Celtic Sea, the Irish Sea and the West of Scotland
Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2588 van de Commissie van 20 oktober 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische maatregelen voor bepaalde demersale en pelagische visserijen in de Keltische Zee, de Ierse Zee en het gebied ten westen van Schotland
Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2588 van de Commissie van 20 oktober 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische maatregelen voor bepaalde demersale en pelagische visserijen in de Keltische Zee, de Ierse Zee en het gebied ten westen van Schotland
C/2022/7447
PB L 338 van 30.12.2022, pp. 44–47
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
30.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 338/44 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2022/2588 VAN DE COMMISSIE
van 20 oktober 2022
tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische maatregelen voor bepaalde demersale en pelagische visserijen in de Keltische Zee, de Ierse Zee en het gebied ten westen van Schotland
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1380/2013, (EU) 2016/1139, (EU) 2018/973, (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2549/2000, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad (1), en met name artikel 15, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 14 augustus 2019 is Verordening (EU) 2019/1241 (de “verordening technische maatregelen”) betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen in werking getreden. Deze verordening draagt bij tot het bereiken van de doelstellingen van artikel 2 van de GVB-verordening, met inbegrip van de milieudoelstellingen van de Richtlijnen 92/43/EEG, 2000/60/EG en 2008/56/EG. In bijlage VI daarbij worden specifieke bepalingen vastgesteld betreffende technische maatregelen op regionaal niveau voor de Uniewateren van de noordwestelijke wateren. |
|
(2) |
De lidstaten van de noordwestelijke wateren (België, Ierland, Spanje, Frankrijk en Nederland) hebben op 10 juni 2022 een gezamenlijke aanbeveling bij de Commissie ingediend. Deze GA 1) verlengt de toepassing van de bestaande bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2324 van de Commissie ingevoerde technische maatregelen tot en met 31 december 2023, 2) wijzigt de technische specificatie van het bovenste deel van de dubbele kuil in de langoustinevisserij in de ICES-sectoren 7b-7e en 7 g-7k (Keltische Zee), en 3) schrapt een deel van de maatregel in de Ierse Zee. |
|
(3) |
De vaststelling van specifieke technische maatregelen ter vermindering van de bijvangst van kabeljauw en wijting in de Keltische Zee en aangrenzende gebieden is bedoeld om bij te dragen tot het bereiken van de doelstellingen van de instandhoudingsmaatregelen, de meerjarenplannen en het teruggooiplan in de noordwestelijke wateren. In de Keltische Zee zijn herstelmaatregelen voor bestanden met een biomassa onder Blim bedoeld om te voldoen aan de vereisten van artikel 8 van Verordening (EU) 2019/472 (van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019) om te waarborgen dat het betrokken bestand of de betrokken functionele eenheid snel terugkeert boven het niveau dat de MDO kan opleveren. |
|
(4) |
Het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) heeft de GA in juni 2022 beoordeeld. Naar aanleiding van het advies van het WTECV heeft de Commissie de lidstaten verzocht de GA aan te passen in het licht van de wetenschappelijke evaluatie. De lidstaten hebben in augustus 2022 derhalve een herziene GA ingediend. |
|
(5) |
De maatregelen in deze verordening die van toepassing zijn op Uniewateren zijn bedoeld om de doelstellingen van artikel 494, leden 1 en 2, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK te bereiken en hebben betrekking op de in artikel 494, lid 3, van die overeenkomst bedoelde beginselen. Zij doen geen afbreuk aan maatregelen die van toepassing zijn in de wateren van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn beoordeeld overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) 2019/1241. De lidstaten hebben bewijsmateriaal verstrekt om aan te tonen dat de voorstellen in overeenstemming zijn met artikel 15, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2019/1241. |
|
(7) |
De deskundigengroep Visserij is op 14 september 2022 geraadpleegd over de GA. |
|
(8) |
In de GA werd voorgesteld de specifieke maatregelen te verlengen om de bijvangsten van kabeljauw en wijting in de Keltische Zee en aangrenzende gebieden te verminderen op basis van de herstelmaatregelen die in 2022 van kracht waren (2). Deze specifieke technische maatregelen hebben betrekking op de visserij met bodemtrawls en zegens in de Uniewateren van ICES-sector 7g, het deel van 7h ten noorden van 49° 30′ NB en het deel van 7j ten noorden van 49° 30′ NB en ten oosten van 11° WL, alsook op vaartuigen die vissen met bodemtrawls waarvan de vangsten gemeten vóór de teruggooi ten minste voor 20 % uit schelvis bestaan. Het WTECV heeft geconcludeerd (3) dat de in deze maatregelen voorgestelde tuigen selectiever zijn dan de in de maatregelen van Verordening (EU) 2019/1241 voorgestelde tuigen. De bestaande maatregelen moeten daarom worden verlengd tot en met 31 december 2023. |
|
(9) |
In de GA werd voorgesteld de specifieke voorwaarden voor de Keltische Zee met betrekking tot de vangstsamenstelling uit te breiden, met name wanneer de bijvangsten van kabeljauw niet meer bedragen dan 1,5 % van het gewicht van alle mariene biologische rijkdommen die na elke visreis worden aangeland. Het WTECV is doorgaans terughoudend om voorwaarden vast te stellen op basis van bijvangstdrempels, gezien de slechte toestand van de bestanden in deze gebieden. Het WTECV heeft echter ook opgemerkt (4) dat zelfs als de 1,5 %-bijvangstregel voor kabeljauw door geen enkele visreis wordt overschreden, de in de GA gespecificeerde alternatieve tuigen nog steeds selectiever zouden zijn dan de tuigen die aan de basisnormen voldoen van Verordening (EU) 2019/1241. De bestaande voorwaarde met betrekking tot de vangstsamenstelling moet derhalve worden verlengd tot en met 31 december 2023. |
|
(10) |
In de GA wordt voorgesteld de specifieke technische maatregelen voor bodemtrawls en zegens in de Uniewateren van de ICES-sectoren 7g tot en met 7k en in het gebied ten westen van 5° WL in ICES-sector 7e te verlengen. Het WTECV heeft geconcludeerd dat deze maatregelen selectiever zijn dan de maatregelen die in Verordening (EU) 2019/1241 zijn opgenomen. Deze bestaande maatregelen moeten daarom worden verlengd tot en met 31 december 2023. |
|
(11) |
In de GA wordt voorgesteld de specifieke voorwaarden in de Keltische Zee te verlengen wanneer de vangst voor meer dan 30 % uit langoustine bestaat. Het WTECV heeft geconcludeerd (5) dat de voorgestelde opties over het geheel genomen selectiever zijn of ten minste gelijkwaardig zijn aan de tuigen die zijn gespecificeerd in de afwijkingen voor de gerichte visserij van Verordening (EU) 2019/1241. Deze bestaande maatregelen moeten daarom worden verlengd tot en met 31 december 2023. Met betrekking tot de specificaties voor de dubbele kuil wordt in de GA voorgesteld de maaswijdte van het bovenste deel van de dubbele kuil te verhogen van 90 mm tot 100 mm voor vaartuigen die vissen met bodemtrawls of zegens in de langoustinevisserij in de ICES-sectoren 7b-e en 7 g-k (Keltische Zee). Het WTECV heeft de nieuwe technische specificaties beoordeeld en geconcludeerd dat deze de bijvangst van ongewenste soorten kunnen verminderen met behoud van de vangsten van doelsoorten. De technische specificatie moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(12) |
In de GA wordt voorgesteld de specifieke voorwaarden in de Keltische Zee te verlengen wanneer de vangsten voor meer dan 55 % uit wijting of voor meer dan 55 % uit een combinatie van zeeduivel, heek en schartong bestaan. Hoewel het WTECV terughoudend is om voorwaarden met betrekking tot de vangstsamenstelling in te voeren (6), concludeert het dat de voorgestelde maatregelen nog steeds selectiever zijn dan de bij Verordening (EU) 2019/1241 ingevoerde basismaatregelen. Deze bestaande maatregelen moeten daarom worden verlengd tot en met 31 december 2023. |
|
(13) |
In de GA wordt voorgesteld de technische maatregelen in het gebied ten westen van Schotland te verlengen. Met de vaststelling van een basisnorm van 120 mm voor de maaswijdte van tuig in het gebied ten westen van Schotland heeft het WTECV geconcludeerd dat de voorgestelde opneming van een afwijking voor vistuig dat aan de basisnormen voldoet de selectiviteit van kabeljauw, schelvis en wijting waarschijnlijk zal verbeteren. Deze maatregelen moeten daarom worden verlengd tot en met 31 december 2023. |
|
(14) |
In de GA wordt een verlenging voorgesteld van de specifieke technische maatregelen in de Ierse Zee voor de visserij met bodemtrawls of zegens met een maaswijdte in de kuil van 70 mm of meer en kleiner dan 100 mm en voor vangsten die voor meer dan 30 % uit langoustine bestaan. Het WTECV heeft geconcludeerd (7) dat deze tuigen de vangsten van kabeljauw, schelvis en wijting waarschijnlijk zullen verminderen in vergelijking met de maatregelen in Verordening (EU) 2019/1241. Deze bestaande maatregelen moeten daarom worden verlengd tot en met 31 december 2023. |
|
(15) |
Om de exploitatiepatronen te optimaliseren, de selectiviteit van het tuig te verhogen en ongewenste vangsten te beperken, is het derhalve passend de door de lidstaten voorgestelde technische maatregelen vast te stellen. |
|
(16) |
Aangezien de maatregelen van deze verordening rechtstreeks van invloed zijn op de planning van het visseizoen van de vaartuigen en de daarmee samenhangende economische activiteiten, moet deze verordening de dag na de bekendmaking ervan in werking treden. Zij moet van toepassing worden met ingang van 1 januari 2023, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage VI bij Verordening (EU) 2019/1241 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2023.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 20 oktober 2022
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 198 van 25.7.2019, blz. 105.
(2) PB L 465 van 29.12.2021, blz. 1.
(3) https://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/25686136/STECF+PLEN+22-02.pdf
(4) https://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/2684997/STECF+PLEN+20-02.pdf
(5) https://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/2684997/STECF+PLEN+20-02.pdf
(6) https://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/2684997/STECF+PLEN+20-02.pdf
(7) https://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/2684997/STECF+PLEN+20-02.pdf
BIJLAGE
Bijlage VI bij Verordening (EU) 2019/1241 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
deel B wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
In deel C wordt punt 10.2 als volgt gewijzigd: “De maatregelen in punt 10.1 zijn van toepassing tot en met 31 december 2023.” |