Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014R0181

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 181/2014 van de Commissie van 20 februari 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee

PB L 63 van 4.3.2014, pp. 53–64 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force: This act has been changed. Current consolidated version: 11/04/2026

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2014/181/oj

4.3.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 63/53


UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 181/2014 VAN DE COMMISSIE

van 20 februari 2014

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad (1), en met name artikel 6, lid 2, artikel 7, artikel 11, lid 3, artikel 12, lid 2, artikel 13, artikel 14, lid 1, tweede alinea, en artikel 15, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad (2) is ingetrokken en vervangen door Verordening (EU) nr. 229/2013. Verordening (EU) nr. 229/2013 machtigt de Commissie om gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen. Om de vlotte werking van de regeling in het nieuwe rechtskader te waarborgen moeten de voorschriften middels dergelijke handelingen worden vastgesteld. De nieuwe voorschriften komen in de plaats van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1914/2006 van de Commissie (3). Die verordening is ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 178/2014 van de Commissie (4).

(2)

Er moeten regels worden vastgesteld voor het bepalen van het bedrag van de steun die in het kader van de specifieke voorzieningsregeling voor de voorziening met producten wordt toegekend. In die regels moet rekening worden gehouden met de extra kosten van de voorziening van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee, die het gevolg zijn van het afgelegen en insulaire karakter van die eilanden en voor hen een last vormen waarvan zij ernstig nadeel ondervinden.

(3)

De regeling inzake steunverlening voor de voorziening met producten in het kader van de specifieke voorzieningsregeling moet worden beheerd door middel van een certificaat, hierna „steuncertificaat” genoemd, waarvoor wordt gebruikgemaakt van het formulier van het invoercertificaat.

(4)

Voor het beheer van de specifieke voorzieningsregeling moeten regels betreffende de afgifte van steuncertificaten worden opgesteld die afwijken van de normale regels die op grond van Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (5) voor invoercertificaten gelden.

(5)

Bij het beheer van de specifieke voorzieningsregeling moet een tweeledig doel worden beoogd. Enerzijds moet worden gestreefd naar een snelle afgifte van de certificaten, met name door de opheffing van de algemene verplichting om van tevoren een zekerheid te stellen, en naar een snelle betaling van de steun bij levering van producten. Anderzijds moeten de transacties worden gecontroleerd en gemonitord en moeten aan de beherende autoriteiten de instrumenten worden verschaft die zij nodig hebben om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van de regeling worden bereikt. Deze doelstellingen zijn het waarborgen van een regelmatige voorziening met bepaalde landbouwproducten en het compenseren van de effecten van de geografische ligging van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee door een daadwerkelijke doorberekening van de voordelen van de regeling tot het stadium waarin de voor de eindgebruiker bestemde producten op de markt worden gebracht.

(6)

De bepalingen voor het beheer van de specifieke voorzieningsregeling moeten garanderen dat, in het kader van de hoeveelheden die in de geraamde voorzieningsbalansen zijn vastgesteld, een geregistreerde marktdeelnemer voor de producten en de hoeveelheden waarop de door hem voor eigen rekening te verrichten handelstransactie betrekking heeft, een certificaat ontvangt tegen overlegging van documenten waaruit de realiteit van de transactie en de deugdelijkheid van de certificaataanvraag blijken.

(7)

Om de transacties waarvoor van de specifieke voorzieningsregeling wordt gebruikgemaakt, te kunnen monitoren moet onder meer worden aangetoond dat de door het certificaat gedekte levering op korte termijn heeft plaatsgevonden, en moet het overdragen van de rechten en verplichtingen van de titularis van het betrokken certificaat worden verboden.

(8)

Het voordeel in de vorm van uniale steun moet worden doorberekend in de productiekosten en in de door de eindgebruikers te betalen prijzen. Derhalve dient de daadwerkelijke doorberekening van dat voordeel te worden gecontroleerd.

(9)

Er moeten voorschriften worden vastgesteld voor het verlenen van vergunningen voor en het monitoren van zowel de uitvoer naar derde landen van producten waarvoor van de specifieke voorzieningsregeling wordt gebruikgemaakt, als de verzending van dergelijke producten naar de rest van de Unie. Met name is het dienstig te bepalen welke maximumhoeveelheden verwerkte producten mogen worden uitgevoerd of verzonden in het kader van de traditionele uitvoer, respectievelijk de traditionele verzending.

(10)

Om de consumenten en de commerciële belangen van de marktdeelnemers te beschermen dienen producten die niet van gezonde handelskwaliteit zijn in de zin van artikel 28 van Verordening (EG) nr. 612/2009 van de Commissie (6), uiterlijk bij de eerste afzet ervan van de specifieke voorzieningsregeling te worden uitgesloten, en dienen passende maatregelen te worden vastgesteld voor de gevallen waarin niet aan deze eis wordt voldaan.

(11)

De bevoegde autoriteiten van Griekenland moeten de administratieve bepalingen vaststellen die voor het beheer en de monitoring van de specifieke voorzieningsregeling nodig zijn.

(12)

Met het oog op de beoordeling van de tenuitvoerlegging van de regeling dient te worden bepaald dat de bevoegde autoriteiten van Griekenland op gezette tijden verslag bij de Commissie moeten uitbrengen.

(13)

Voor iedere steunregeling ten behoeve van de lokale productie moeten de inhoud van de steunaanvragen en de ter rechtvaardiging over te leggen bewijsstukken worden vastgesteld.

(14)

Steunaanvragen die kennelijke fouten bevatten, moeten te allen tijde gewijzigd kunnen worden.

(15)

De steunaanvragen en de wijzigingen in de steunaanvragen moeten tijdig worden ingediend, zodat de nationale autoriteiten van Griekenland in staat zijn een doeltreffende controle van de juistheid van de steunaanvragen ten behoeve van de lokale productie te plannen en vervolgens uit te voeren. Daarom moeten de uiterste datums worden vastgesteld waarna de aanvragen niet meer kunnen worden aanvaard. Bovendien moeten kortingen worden toegepast om de steunaanvragers ertoe aan te zetten de termijnen in acht te nemen.

(16)

Aanvragers moet worden toegestaan hun steunaanvragen ten behoeve van de lokale productie te allen tijde geheel of gedeeltelijk in te trekken, voor zover de bevoegde autoriteit de aanvrager niet reeds heeft ingelicht over fouten in zijn steunaanvraag noch hem in kennis gesteld heeft van een controle ter plaatse waarbij vervolgens fouten in het in te trekken gedeelte worden ontdekt.

(17)

De inachtneming van de voorschriften voor de steunregelingen die in het kader van het geïntegreerde beheers- en controlesysteem worden beheerd, moet doeltreffend worden gemonitord. Daartoe moeten, ook met het oog op een geharmoniseerde monitoring in alle lidstaten, gedetailleerde criteria en technische procedures voor de uitvoering van administratieve controles en controles ter plaatse worden vastgesteld. In de gevallen waarin dit dienstig is, moet Griekenland ernaar streven de verschillende in deze verordening vastgestelde controles tegelijk met andere door de Unie voorgeschreven controles uit te voeren.

(18)

Het minimum aantal steunaanvragers bij wie in het kader van de verschillende steunregelingen controles ter plaatse moeten worden uitgevoerd, moet worden bepaald.

(19)

De steekproef voor het minimumpercentage controles ter plaatse moet deels op basis van een risicoanalyse en deels willekeurig worden samengesteld. De belangrijkste bij de risicoanalyse in aanmerking te nemen factoren moeten nader worden aangegeven.

(20)

Wanneer belangrijke onregelmatigheden worden geconstateerd, dient het aantal controles ter plaatse in het lopende jaar en de daaropvolgende jaren te worden verhoogd om aldus een redelijke garantie te verkrijgen dat de gegevens in de betrokken steunaanvragen juist zijn.

(21)

Met het oog op een doeltreffende controle ter plaatse is het voor de inspecteurs belangrijk om te weten waarom een steunaanvrager voor een controle ter plaatse is geselecteerd. Griekenland moet de informatie hierover bijhouden.

(22)

Om de nationale autoriteiten van Griekenland en de bevoegde autoriteiten van de Unie in staat te stellen te zorgen voor een follow-up van de uitgevoerde controles ter plaatse, moeten de bijzonderheden van deze controles in een controleverslag worden opgetekend. De steunaanvragers of hun vertegenwoordigers moeten in de gelegenheid worden gesteld dit verslag te ondertekenen. Voor controles door middel van teledetectie mag Griekenland echter worden toegestaan de betrokkene dit recht uitsluitend te verlenen wanneer bij de controle onregelmatigheden aan het licht komen. Bovendien moet, ongeacht de aard van de controle ter plaatse, aan de steunaanvrager een afschrift van het verslag worden verstrekt wanneer onregelmatigheden worden geconstateerd.

(23)

Voor een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Unie moeten geëigende maatregelen worden vastgesteld om onregelmatigheden en fraude te bestrijden.

(24)

Kortingen en uitsluitingen moeten worden vastgesteld met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel en van de bijzondere problemen die door overmacht, uitzonderlijke omstandigheden of natuurrampen kunnen worden veroorzaakt. Deze kortingen en uitsluitingen moeten gedifferentieerd zijn naar de ernst van de onregelmatigheid en moeten gaan tot algehele uitsluiting, gedurende een bepaalde termijn, van één of meer steunregelingen ten behoeve van de lokale productie.

(25)

In het algemeen mogen geen kortingen en uitsluitingen worden toegepast wanneer de steunaanvragers feitelijk juiste gegevens hebben verschaft of wanneer zij kunnen bewijzen dat hun geen schuld treft.

(26)

Er mogen geen kortingen of uitsluitingen worden toegepast wanneer een aanvrager de bevoegde nationale autoriteiten fouten in aanvragen meldt, ongeacht de oorzaak van deze fouten, voor zover de betrokken aanvrager niet in kennis is gesteld van het feit dat de bevoegde autoriteit voornemens is bij hem een controle ter plaatse te verrichten, en deze autoriteit hem niet reeds over onregelmatigheden in zijn aanvraag heeft ingelicht. Hetzelfde dient te gelden voor onjuiste gegevens in het gecomputeriseerde gegevensbestand.

(27)

Wanneer aan een steunaanvrager meerdere kortingen moeten worden opgelegd, dienen deze afzonderlijk te worden toegepast. Bovendien dienen de in deze verordening vastgestelde kortingen en uitsluitingen te gelden onverminderd andere in unie- of nationaalrechtelijke voorschriften bepaalde sancties.

(28)

Wanneer een steunaanvrager ten gevolge van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden niet in staat is de verplichtingen na te komen die gelden krachtens de uitvoeringsbepalingen voor de programma’s, moet hij toch aanspraak op de steun kunnen blijven maken. Er moet worden gepreciseerd welke omstandigheden de bevoegde autoriteiten onder meer als uitzonderlijke omstandigheden kunnen aanmerken.

(29)

Met het oog op een eenvormige toepassing van het beginsel van goede trouw in de hele Unie moet met betrekking tot de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen worden bepaald onder welke voorwaarden op dit beginsel een beroep kan worden gedaan, onverminderd de behandeling van de betrokken uitgaven in het kader van de goedkeuring van de rekeningen,

(30)

De procedures om het steunprogramma te wijzigen moeten worden vereenvoudigd om het programma soepeler en vlotter te kunnen aanpassen aan de reële omstandigheden op het vlak van de voorzieningsregeling en de lokale landbouwproductie. Daarom moet de uiterste datum voor de indiening van de jaarlijkse wijzigingen met twee maanden worden opgeschoven zodat die samenvalt met de uiterste datum die in artikel 20, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 is vastgesteld voor de indiening van de jaarlijkse uitvoeringsverslagen. Grote wijzigingen moeten evenwel tijdig bij de Commissie worden ingediend zodat die grondig kunnen worden beoordeeld en daarvoor een goedkeuringsbesluit kan worden genomen tegen de datum waarop die wijzigingen van toepassing worden.

(31)

Griekenland moet de Commissie alle informatie over de uitvoering van het programma verstrekken die nodig is om mettertijd voor een adequate monitoring te zorgen. Daarom moet een minimale reeks gemeenschappelijke prestatie-indicatoren worden vastgesteld, alsmede de inhoud en de termijnen zowel voor de periodieke mededelingen en statistieken betreffende de specifieke voorzieningsregeling en de maatregelen ter ondersteuning van de plaatselijke productie, als voor de jaarlijkse uitvoeringsverslagen. Om het mogelijk te maken betrouwbaarder gegevens over de specifieke voorzieningsregeling te verstrekken, moet een extra termijn worden vastgesteld voor het doorsturen van de definitieve jaarlijkse gegevens. Om dezelfde reden moet de uiterste datum voor de kennisgeving van de steunaanvragen met betrekking tot de ondersteuning van de lokale productie met één maand worden opgeschoven.

(32)

Alle kennisgevingen van de lidstaten aan de Commissie die voor de goede werking van de regeling nodig zijn, moeten worden gedaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 792/2009 van de Commissie (7).

(33)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rechtstreekse betalingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

SPECIFIEKE VOORZIENINGSREGELING

SECTIE 1

Geraamde voorzieningsbalansen

Artikel 1

Inhoud en wijziging van de geraamde voorzieningsbalansen

In de geraamde voorzieningsbalansen die Griekenland overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 moet opstellen, worden de hoeveelheden producten van essentieel belang vermeld die nodig zijn om elk kalenderjaar aan de voorzieningsbehoeften van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (hierna „de kleinere eilanden” genoemd) te voldoen.

Griekenland kan zijn geraamde voorzieningsbalans wijzigen. Voor dergelijke wijzigingen is artikel 32 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.

SECTIE 2

Werking van de voorzieningsregeling

Artikel 2

Vaststelling en toekenning van de steun

1.   Met het oog op de toepassing van artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 229/2013 stelt Griekenland in het kader van het programma het steunbedrag vast dat voor elk product moet worden verleend om het isolement, het insulaire karakter en de afgelegen ligging te compenseren, en bij die vaststelling wordt rekening gehouden met het volgende:

(a)

de specifieke behoeften van de kleinere eilanden en de precieze kwaliteitseisen;

(b)

de traditionele handelsstromen met de havens in continentaal Griekenland en tussen de eilanden in de Egeïsche Zee;

(c)

het economische aspect van de voorgenomen steun;

(d)

in voorkomend geval, de noodzaak om de ontwikkelingsmogelijkheden voor de plaatselijke producten niet te hinderen;

(e)

wat de specifieke extra vervoerkosten betreft, de overslag die nodig is om de goederen naar de kleinere eilanden te brengen;

(f)

wat de specifieke extra kosten van de lokale verwerking betreft, de geringe omvang van de markt en de noodzaak de voorziening van de op de betrokken kleinere eilanden benodigde goederen zeker te stellen.

2.   Er wordt geen steun toegekend voor de voorziening met producten op een kleiner eiland waarvoor reeds op een ander kleiner eiland een specifieke voorzieningsregeling is toegepast.

Artikel 3

Steuncertificaat en betaling

1.   De steun wordt uitbetaald na overlegging van een volledig uitgeput certificaat, hierna „steuncertificaat” genoemd.

Overlegging van een steuncertificaat aan de met de betaling belaste autoriteiten geldt als steunaanvraag. Het certificaat wordt, behalve in geval van overmacht of van uitzonderlijke weersomstandigheden, overgelegd binnen 30 dagen na de datum waarop het is afgeboekt. Bij overschrijding van deze termijn wordt het steunbedrag verlaagd met 5 % per dag overschrijding.

De steun wordt door de bevoegde autoriteiten betaald binnen 90 dagen te rekenen vanaf de dag waarop het gebruikte certificaat is ingediend, behalve:

(a)

in geval van overmacht of van uitzonderlijke weersomstandigheden;

(b)

wanneer ten aanzien van het bestaan van het recht op steun een administratief onderzoek is geopend; in dit geval wordt de steun pas uitbetaald nadat het recht erop is erkend.

2.   Het steuncertificaat wordt opgesteld volgens het model van het invoercertificaat dat is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 376/2008.

Artikel 7, lid 5, de artikelen 12, 14, 16, 17, 18, 20, 22, 25, 26, 28 en 32 en de artikelen 35 tot en met 40 van Verordening (EG) nr. 376/2008 zijn van overeenkomstige toepassing tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

3.   In vak 20 van het certificaat (Bijzondere vermeldingen) wordt de vermelding „steuncertificaat” gedrukt of met een stempel aangebracht.

4.   De vakken 7 en 8 van het certificaat worden volledig doorgehaald.

5.   In vak 12 van het steuncertificaat wordt de laatste dag van geldigheid vermeld.

6.   Het toe te passen steunbedrag is het bedrag dat geldt op de dag waarop de steuncertificaataanvraag wordt ingediend.

7.   Het steuncertificaat wordt op verzoek van de belanghebbenden door de bevoegde autoriteit afgegeven binnen de grenzen van de geraamde voorzieningsbalansen.

Artikel 4

Doorberekening van het voordeel aan de eindgebruiker

Voor de toepassing van artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) nr. 229/2013 nemen de bevoegde autoriteiten alle passende maatregelen om na te gaan of het voordeel daadwerkelijk aan de eindgebruiker wordt doorberekend. Daartoe kunnen zij de door de verschillende betrokken marktdeelnemers gehanteerde handelsmarges en prijzen beoordelen.

De in de eerste alinea bedoelde maatregelen, waaronder met name de controlepunten die voor het constateren van de doorberekening van de steun worden gehanteerd, en de eventuele wijzigingen daarvan worden aan de Commissie meegedeeld in het kader van het in artikel 20, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 bedoelde jaarlijkse uitvoeringsverslag.

Artikel 5

Register van de marktdeelnemers

1.   Om te kunnen worden ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 11, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 229/2013 verbindt de marktdeelnemer zich ertoe om:

(a)

de bevoegde autoriteiten op hun verzoek alle nuttige gegevens over de uitgeoefende handelsactiviteiten te verstrekken, met name wat de gehanteerde prijzen en winstmarges betreft;

(b)

uitsluitend in eigen naam en voor eigen rekening te handelen;

(c)

certificaataanvragen in te dienen in verhouding tot zijn werkelijke afzetcapaciteit voor de betrokken producten, welke capaciteit door verwijzing naar objectieve elementen moet worden aangetoond;

(d)

zich te onthouden van elke handelwijze die een kunstmatige schaarste aan producten kan veroorzaken, en de beschikbare producten niet tegen abnormaal lage prijzen op de markt te brengen;

(e)

bij de afzet van de landbouwproducten op de kleinere eilanden, ten genoegen van de bevoegde autoriteiten het voordeel door te berekenen aan de eindgebruiker.

2.   Een marktdeelnemer die voornemens is onverwerkte, verwerkte of verpakte producten naar de rest van de Unie te verzenden of naar derde landen uit te voeren overeenkomstig artikel 11, verklaart bij de indiening van zijn registratieverzoek of daarna voornemens te zijn een dergelijke activiteit te ontplooien en geeft in voorkomend geval de vestigingsplaats van de verpakkingsinstallaties aan.

3.   Een verwerker die voornemens is verwerkte producten naar derde landen uit te voeren of naar de rest van de Unie te verzenden overeenkomstig artikel 11 of 12, verklaart bij de indiening van zijn registratieverzoek of daarna voornemens te zijn een dergelijke activiteit te ontplooien, geeft de vestigingsplaats van de verwerkingsinstallaties aan en legt in voorkomend geval de analytische lijsten van de verwerkte producten over.

Artikel 6

Door de marktdeelnemers over te leggen documenten en geldigheidsduur van de steuncertificaten

1.   De bevoegde autoriteiten aanvaarden de door een marktdeelnemer voor een bepaalde verzending ingediende steuncertificaataanvraag indien deze vergezeld gaat van het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van de aankoopfactuur.

De aankoopfactuur en het connossement of de luchtvrachtbrief zijn op naam van de aanvrager van het certificaat gesteld.

2.   Het certificaat is 45 dagen geldig. De geldigheidsduur kan in bijzondere gevallen, op grond van ernstige en onvoorzienbare moeilijkheden die het vervoer vertragen, door de bevoegde autoriteit worden verlengd, maar mag, gerekend vanaf de datum van afgifte van het certificaat, niet meer dan twee maanden bedragen.

Artikel 7

Overlegging van de certificaten en presentatie van de goederen

1.   Voor de onder de specifieke voorzieningsregelingen vallende producten worden de steuncertificaten aan de bevoegde autoriteiten overgelegd binnen 15 werkdagen te rekenen vanaf de datum waarop toestemming voor het lossen van de goederen is gegeven. De bevoegde autoriteiten kunnen deze maximumtermijn verkorten.

2.   De goederen worden, in overeenstemming met het overgelegde certificaat, in bulk of in afzonderlijke partijen gepresenteerd.

Artikel 8

Kwaliteit van de producten

Of de producten aan de eisen van artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 voldoen, wordt uiterlijk in het stadium van de eerste afzet onderzocht volgens de in de Unie geldende normen of gebruiken.

Wanneer wordt geconstateerd dat een product niet aan de eisen van artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 voldoet, wordt het voordeel van de specifieke voorzieningsregeling ingetrokken en wordt de desbetreffende hoeveelheid weer in de geraamde voorzieningsbalans bijgeschreven.

Indien overeenkomstig artikel 3 van deze verordening steun is toegekend, wordt de steun terugbetaald.

Artikel 9

Duidelijke toename van de steuncertificaataanvragen

1.   Wanneer uit de stand van uitvoering van een geraamde voorzieningsbalans voor een bepaald product een duidelijke toename van de steuncertificaataanvragen blijkt en wanneer door die toename een of meer doelstellingen van de specifieke voorzieningsregeling niet gehaald dreigen te worden, neemt Griekenland, na overleg met de betrokken autoriteiten, de nodige maatregelen om de voorziening van de kleinere eilanden met de producten van essentieel belang veilig te stellen, rekening houdend met de beschikbare hoeveelheden en met de eisen van de prioritaire sectoren.

2.   Als Griekenland, na overleg met de betrokken autoriteiten, besluit de afgifte van certificaten te beperken, passen de bevoegde autoriteiten een uniform verminderingspercentage toe op alle in behandeling zijnde aanvragen.

Artikel 10

Vaststelling van een maximumhoeveelheid per certificaataanvraag

Voor zover dat strikt noodzakelijk is ter voorkoming van verstoringen van de markt van de kleinere eilanden of van de ontwikkeling van speculatieve activiteiten die het goed functioneren van de specifieke voorzieningsregeling ernstig kunnen schaden, kunnen de bevoegde autoriteiten een maximumhoeveelheid per certificaataanvraag vaststellen.

De bevoegde autoriteiten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de gevallen waarin dit artikel wordt toegepast.

De in dit artikel bedoelde kennisgeving wordt gedaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 792/2009.

SECTIE 3

Uitvoer en verzending

Artikel 11

Uitvoer- en verzendingsvoorwaarden

1.   Voor de uitvoer en de verzending van onverwerkte producten waarvoor de specifieke voorzieningsregeling is toegepast, of van verpakte of verwerkte producten die producten bevatten waarvoor de specifieke voorzieningsregeling is toegepast, gelden de voorwaarden die zijn vastgesteld in de leden 2 en 3.

2.   De hoeveelheden producten waarvoor steun is betaald en die worden uitgevoerd of verzonden, worden weer bijgeschreven in de geraamde voorzieningsbalans, en de exporteur of verzender betaalt uiterlijk bij de uitvoer of de verzending de toegekende steun terug.

Deze producten mogen niet worden verzonden of uitgevoerd zolang de in de eerste alinea bedoelde terugbetaling niet heeft plaatsgevonden.

Wanneer het materieel niet mogelijk is het bedrag van de toegekende steun te bepalen, wordt ervan uitgegaan dat voor de producten het hoogste steunbedrag is ontvangen dat de Unie voor deze producten heeft vastgesteld in de zes maanden vóór de indiening van de aanvraag tot uitvoer of verzending.

Voor deze producten kan een uitvoerrestitutie worden toegekend voor zover aan de voorwaarden voor de toekenning van die restitutie is voldaan.

3.   De bevoegde autoriteiten staan de uitvoer of de verzending van hoeveelheden verwerkte producten, andere dan die welke in lid 2 en in artikel 12 worden bedoeld, slechts toe voor zover de verwerker of de exporteur verklaart dat die producten geen grondstoffen bevatten die met gebruikmaking van de specifieke voorzieningsregeling zijn binnengebracht.

De bevoegde autoriteiten staan de wederuitvoer of de herverzending van onverwerkte of verpakte producten, andere dan die welke in lid 2 worden bedoeld, slechts toe voor zover de verzender verklaart dat voor die producten de specifieke voorzieningsregeling niet is toegepast.

De bevoegde autoriteiten verrichten de controles die nodig zijn om na te gaan of de in de eerste en de tweede alinea bedoelde verklaringen juist zijn en vorderen in voorkomend geval het toegekende voordeel terug.

Artikel 12

Traditionele uitvoer en traditionele verzending van verwerkte producten

1.   Een verwerker die overeenkomstig artikel 5, lid 3, het voornemen te kennen heeft gegeven verwerkte producten die grondstoffen bevatten waarvoor de specifieke voorzieningsregeling is toegepast, uit te voeren of te verzenden in het kader van traditionele handelsstromen als bedoeld in artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013, kan zulks doen binnen de grenzen van de in bijlage I bij deze verordening aangegeven jaarlijkse hoeveelheden. De bevoegde autoriteiten geven de nodige vergunningen af om te garanderen dat de transacties die jaarlijkse hoeveelheden niet te boven gaan.

2.   Bij uitvoer van de in lid 1 bedoelde producten hoeft geen uitvoercertificaat te worden overgelegd.

SECTIE 4

Beheer, controles en monitoring

Artikel 13

Controles

1.   De administratieve controles bij het binnenbrengen, de uitvoer en de verzending van landbouwproducten gebeuren grondig en bestaan met name uit kruiscontroles met de in artikel 6, lid 1, bedoelde documenten.

2.   De fysieke controles bij het binnenbrengen, de uitvoer en de verzending van landbouwproducten die op de kleinere eilanden worden verricht, hebben betrekking op een representatieve steekproef van ten minste 5 % van de certificaten die overeenkomstig artikel 7 worden overgelegd.

Voor die fysieke controles is Verordening (EG) nr. 1276/2008 van de Commissie (8) van overeenkomstige toepassing.

In bijzondere situaties kan de Commissie verlangen dat voor de fysieke controles andere percentages worden toegepast.

Artikel 14

Nationale beheers- en monitoringsbepalingen

De bevoegde autoriteiten stellen de aanvullende bepalingen vast die nodig zijn voor het in „real time” beheren en monitoren van de specifieke voorzieningsregeling.

Op verzoek van de Commissie stellen zij de Commissie in kennis van de maatregelen die zij voornemens zijn om op grond van de eerste alinea toe te passen.

HOOFDSTUK II

MAATREGELEN TER ONDERSTEUNING VAN DE LOKALE LANDBOUWPRODUCTIE

SECTIE 1

Bedrag van de steun en steunaanvragen

Artikel 15

Steunbedrag

1.   Het bedrag van de steun die in het kader van de in hoofdstuk IV van Verordening (EU) nr. 229/2013 vastgestelde maatregelen ten behoeve van de lokale landbouwproductie wordt toegekend, blijft binnen de in artikel 18 van die verordening vastgestelde maxima.

2.   De voorwaarden voor de toekenning van de steun, de agrarische productietakken en de betrokken hoeveelheden worden vastgesteld in het programma dat wordt goedgekeurd overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 229/2013.

Artikel 16

Indiening van de aanvragen

De steunaanvragen voor een bepaald kalenderjaar worden bij de door de bevoegde autoriteiten van Griekenland aangewezen diensten ingediend overeenkomstig de door deze autoriteiten voorgeschreven modellen en binnen de door die autoriteiten bepaalde termijnen. Deze termijnen worden zo vastgesteld dat de nodige controles ter plaatse kunnen worden verricht en dat de uiterste datum niet later valt dan 28 februari van het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 17

Verbetering van kennelijke fouten

In geval van een door de bevoegde autoriteit erkende kennelijke fout kan een steunaanvraag te allen tijde na de indiening worden aangepast.

Artikel 18

Te late indiening van aanvragen

Behoudens overmacht of uitzonderlijke omstandigheden wordt bij indiening van een steunaanvraag na de overeenkomstig artikel 16 bepaalde termijn het steunbedrag waarop de steunaanvrager recht zou hebben indien hij de aanvraag tijdig had ingediend, verlaagd met 1 % per werkdag vertraging. Bij een termijnoverschrijding van meer dan 25 kalenderdagen wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.

Artikel 19

Intrekking van steunaanvragen

1.   Een steunaanvraag kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken.

Wanneer echter de bevoegde autoriteit de steunaanvrager reeds in kennis heeft gesteld van onregelmatigheden in zijn steunaanvraag of van haar voornemen bij hem een controle ter plaatse uit te voeren, waarbij vervolgens onregelmatigheden worden ontdekt, mogen de bij de onregelmatigheden betrokken gedeelten van de aanvraag niet worden ingetrokken.

2.   Door de volledige of gedeeltelijke intrekking van de steunaanvraag overeenkomstig lid 1 wordt de aanvrager teruggebracht in de toestand waarin hij zich vóór de indiening van de betrokken aanvraag of van het betrokken gedeelte ervan bevond.

3.   Uiterlijk op 31 maart van elk jaar wordt een analyse van de in het voorgaande kalenderjaar ingetrokken steunaanvragen uitgevoerd om de belangrijkste oorzaken en mogelijke tendensen op lokaal niveau te bepalen.

SECTIE 2

Controles

Artikel 20

Algemene beginselen

De controles bestaan uit administratieve controles en controles ter plaatse.

De administratieve controles gebeuren grondig en omvatten kruiscontroles met onder meer de gegevens van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem als bedoeld in titel V, hoofdstuk II, titel VI, hoofdstuk II, de artikelen 47 en 61 en artikel 102, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad (9).

Aan de hand van een risicoanalyse overeenkomstig artikel 22, lid 1, van deze verordening controleren de bevoegde autoriteiten ter plaatse een steekproef van steunaanvragen die minstens 5 % van de steunaanvragen omvat. De steekproef moet ook ten minste 5 % vertegenwoordigen van de hoeveelheden waarvoor steun wordt verleend.

Wanneer nodig maakt Griekenland gebruik van het geïntegreerde beheers- en controlesysteem.

Artikel 21

Controles ter plaatse

1.   De controles ter plaatse worden onverwachts uitgevoerd. Zij mogen worden aangekondigd, doch slechts zolang van tevoren als strikt noodzakelijk is en voor zover het doel van de controle daardoor niet in gevaar komt. Behalve in behoorlijk gemotiveerde gevallen mag de aankondiging nooit meer dan 48 uur van tevoren plaatsvinden.

2.   Voor zover dienstig worden de controles ter plaatse in het kader van deze sectie tegelijk met in andere uniale regelingen voorgeschreven controles verricht.

3.   De steunaanvraag (aanvragen) wordt (worden) afgewezen indien de steunaanvrager of zijn vertegenwoordiger een controle ter plaatse verhindert.

Artikel 22

Selectie van de ter plaatse te controleren steunaanvragers

1.   Aan de hand van een risicoanalyse en op basis van de representativiteit van de ingediende steunaanvragen bepaalt de bevoegde autoriteit bij welke steunaanvragers een controle ter plaatse moet worden verricht. Bij de risicoanalyse wordt, in voorkomend geval, rekening gehouden met:

(a)

het steunbedrag;

(b)

het aantal percelen landbouwgrond en de oppervlakte en, in voorkomend geval, het aantal dieren waarvoor de steun wordt aangevraagd, of de geproduceerde, vervoerde, verwerkte of in de handel gebrachte hoeveelheid;

(c)

wijzigingen ten opzichte van het voorgaande jaar;

(d)

de controleresultaten in de voorgaande jaren;

(e)

andere door Griekenland te bepalen parameters.

Om de representativiteit te waarborgen selecteert Griekenland door middel van een aselecte steekproef 20 tot 25 % van het minimum aantal steunaanvragers bij wie een controle ter plaatse moet worden uitgevoerd.

2.   De bevoegde autoriteit maakt aantekening van de redenen waarom een steunaanvrager voor een controle ter plaatse is geselecteerd. De inspecteur die de controle ter plaatse moet verrichten, wordt vóór het begin van de controle van deze redenen in kennis gesteld.

Artikel 23

Controleverslag

1.   Van elke controle ter plaatse wordt een controleverslag opgesteld aan de hand waarvan de bijzonderheden van de controle kunnen worden nagetrokken. In het verslag worden met name de volgende gegevens vermeld:

(a)

de gecontroleerde steunregelingen en -aanvragen;

(b)

de aanwezige personen;

(c)

de gecontroleerde percelen landbouwgrond, de opgemeten percelen landbouwgrond en de meetresultaten per perceel landbouwgrond, alsmede de gebruikte meettechnieken;

(d)

het aantal aanwezige dieren per diersoort, en in voorkomend geval de oormerknummers, de inschrijvingen in het register, de gegevens in het gecomputeriseerde gegevensbestand voor runderen en de bewijsstukken die zijn gecontroleerd, alsmede de resultaten van de controles, en in voorkomend geval, bijzondere opmerkingen betreffende specifieke dieren of hun identificatiecode;

(e)

de geproduceerde, vervoerde, verwerkte of in de handel gebrachte hoeveelheden die zijn gecontroleerd;

(f)

of de steunaanvrager van de controle in kennis was gesteld en, zo ja, hoelang van tevoren;

(g)

gegevens betreffende eventuele andere verrichte controles.

2.   De steunaanvrager of zijn vertegenwoordiger wordt in de gelegenheid gesteld het verslag te ondertekenen om aldus te bevestigen dat hij bij de controle aanwezig was, en er opmerkingen over de controle aan toe te voegen. Wanneer onregelmatigheden worden vastgesteld, wordt aan de steunaanvrager een afschrift van het contoleverslag verstrekt.

Ten aanzien van door middel van teledetectie uitgevoerde controles ter plaatse kan Griekenland besluiten dat de steunaanvrager of zijn vertegenwoordiger niet in de gelegenheid hoeft te worden gesteld het controleverslag te ondertekenen indien geen onregelmatigheden worden ontdekt.

SECTIE 3

Kortingen, uitsluitingen en onverschuldigde betalingen

Artikel 24

Kortingen en uitsluitingen

Als de in het kader van de steunaanvragen vermelde gegevens afwijken van wat wordt geconstateerd bij de in sectie 2 bedoelde controles, past Griekenland kortingen op en uitsluitingen van de steun toe. Deze kortingen en uitsluitingen zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.

Artikel 25

Uitzonderingen op de toepassing van kortingen en uitsluitingen

1.   De in artikel 24 bedoelde kortingen en uitsluitingen zijn niet van toepassing wanneer de steunaanvrager feitelijk juiste gegevens heeft verschaft of wanneer hij anderszins kan bewijzen dat hem geen schuld treft.

2.   De kortingen en uitsluitingen zijn ook niet van toepassing op die onderdelen van de steunaanvraag ten aanzien waarvan de steunaanvrager de bevoegde autoriteit schriftelijk heeft meegedeeld dat de aanvraag fouten bevat of niet langer juist is, tenzij de steunaanvrager in kennis is gesteld van het voornemen van de bevoegde autoriteit bij hem een controle ter plaatse te verrichten of deze autoriteit de steunaanvrager reeds over onregelmatigheden in de betrokken aanvraag heeft ingelicht.

De in de eerste alinea bedoelde mededeling van de steunaanvrager heeft een aanpassing van de steunaanvraag aan de feitelijke toestand tot gevolg.

Artikel 26

Terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen en sancties

1.   In geval van een onverschuldigde betaling is artikel 80 van Verordening (EG) nr. 1122/2009 van de Commissie (10) van overeenkomstige toepassing.

2.   Wanneer ten onrechte steun is betaald als gevolg van valse verklaringen, valse documenten of grove nalatigheid van de steunaanvrager, wordt een sanctie toegepast waarvan het bedrag gelijk is aan het ten onrechte ontvangen bedrag, vermeerderd met een rente die wordt berekend overeenkomstig artikel 80, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1122/2009.

Artikel 27

Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden

In gevallen van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, is artikel 75 van Verordening (EG) nr. 1122/2009 van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK III

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 28

Betaling van de steun

Na controle van de steunaanvragen en de betrokken bewijsstukken en na berekening van de bedragen die in het kader van het in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 229/2013 bedoelde steunprogramma moeten worden toegekend, betalen de bevoegde autoriteiten de voor een bepaald kalenderjaar verschuldigde steun als volgt:

(a)

voor de steunmaatregelen krachtens de specifieke voorzieningsregeling en de in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 178/2014 bedoelde maatregelen, gedurende het hele jaar;

(b)

voor de rechtstreekse betalingen, overeenkomstig artikel 75 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van de Raad;

(c)

voor de andere betalingen, tijdens de periode die begint op 16 oktober van het lopende jaar en eindigt op 30 juni van het daaropvolgende jaar.

Artikel 29

Prestatie-indicatoren

Elk jaar stelt Griekenland de Commissie in kennis van ten minste de gegevens die betrekking hebben op de in bijlage II vastgestelde prestatie-indicatoren.

Deze gegevens worden meegedeeld in het kader van het jaarlijks verslag over de uitvoering, als bedoeld in artikel 20, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013.

Artikel 30

Kennisgevingen

1.   Met betrekking tot de specifieke voorzieningsregeling stellen de bevoegde autoriteiten de Commissie uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op het einde van elk kwartaal, in kennis van de volgende op dat tijdstip beschikbare gegevens over de transacties die in de voorafgaande maanden met betrekking tot de voorzieningsbalans van het referentiekalenderjaar zijn uitgevoerd, uitgesplitst naar product en GN-code en, in voorkomend geval, naar bijzondere bestemming:

(a)

de uit continentaal Griekenland of andere eilanden verzonden hoeveelheden, uitgesplitst naar herkomst;

(b)

per product het steunbedrag en de werkelijk betaalde kosten;

(c)

de hoeveelheden waarvoor de steuncertificaten niet zijn gebruikt;

(d)

de eventueel overeenkomstig artikel 11 na verwerking naar derde landen uitgevoerde of naar de rest van de Unie verzonden hoeveelheden;

(e)

de overdrachten binnen een totale hoeveelheid voor een categorie producten en de tussentijdse wijzigingen van de geraamde voorzieningsbalansen;

(f)

het beschikbare saldo en het benuttingspercentage.

De in de eerste alinea bedoelde gegevens worden verstrekt op basis van de gebruikte certificaten. De in een daaropvolgende kennisgeving te verstrekken definitieve gegevens over de voorzieningsbalans voor elk kalenderjaar worden uiterlijk op 31 mei daaropvolgend ter kennis van de Commissie gebracht.

2.   Met betrekking tot de ondersteuning van de lokale productie deelt Griekenland de Commissie de volgende gegevens mee:

(a)

uiterlijk op 30 april van elk jaar: de voor het voorgaande kalenderjaar ontvangen steunaanvragen en de betrokken bedragen;

(b)

uiterlijk op 31 juli van elk jaar: de steunaanvragen voor het voorgaande kalenderjaar die uiteindelijk in aanmerking zijn genomen en de betrokken bedragen.

3.   De in dit artikel bedoelde kennisgevingen worden gedaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 792/2009.

4.   De in artikel 20, lid 1, van Verordening (EU) nr. 229/2013 bedoelde kennisgeving wordt gedaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 792/2009.

Artikel 31

Verslag

1.   Het in artikel 20, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 bedoelde verslag omvat met name:

(a)

eventuele significante wijzigingen in het sociaaleconomische milieu en het landbouwmilieu;

(b)

een samenvatting van de beschikbare fysieke en financiële gegevens over de uitvoering van elke maatregel, vergezeld van een analyse van die gegevens en, zo nodig, van een presentatie en een analyse van de bedrijfstak waarvoor die maatregel van belang is;

(c)

de vooruitgang die op de datum waarop het verslag wordt ingediend, bij de maatregelen en de prioriteiten is geboekt ten aanzien van de operationele en specifieke doelstellingen ervan, waarbij moet worden gebruikgemaakt van gekwantificeerde indicatoren;

(d)

een samenvatting van de belangrijke problemen die eventueel bij het beheer en de tenuitvoerlegging van de maatregelen zijn ondervonden, met inbegrip van de conclusies van de in artikel 19, lid 3, van deze verordening bedoelde analyse;

(e)

een onderzoek naar het resultaat van het volledige pakket maatregelen, waarbij rekening moet worden gehouden met de onderlinge samenhang tussen deze maatregelen;

(f)

voor de specifieke voorzieningsregeling:

i)

gegevens en een analyse met betrekking tot de prijsontwikkeling en de doorberekening van het toegekende voordeel, en de maatregelen die zijn genomen en de controles die zijn verricht om te garanderen dat het voordeel werd doorberekend overeenkomstig artikel 4 van deze verordening,

ii)

rekening houdend met andere steunbedragen die worden verleend, een analyse van de evenredigheid van de steun met de extra kosten van het vervoer naar de kleinere eilanden, met de gehanteerde prijzen en, wanneer het gaat om producten voor verwerking of om productiemiddelen voor de landbouw, met de extra kosten die worden veroorzaakt door het insulaire karakter en de afgelegen ligging van die gebieden;

(g)

informatie over de mate waarin de voor de maatregelen van het programma vastgestelde doelstellingen zijn verwezenlijkt, gemeten aan de hand van objectieve indicatoren;

(h)

gegevens betreffende de jaarlijkse voorzieningsbalans voor de kleinere eilanden met betrekking tot met name het verbruik, de ontwikkeling van de veestapel, de productie en het handelsverkeer;

(i)

gegevens betreffende de bedragen die daadwerkelijk voor de verwezenlijking van de maatregelen van het programma zijn toegekend op basis van de door Griekenland vastgestelde criteria zoals het aantal begunstigde producenten, het aantal voor betaling in aanmerking genomen dieren, de oppervlakten waarvoor steun wordt toegekend of het aantal betrokken bedrijven;

(j)

gegevens betreffende de financiële uitvoering van de maatregelen in het kader van het programma;

(k)

statistische gegevens over de door de bevoegde autoriteiten verrichte controles en de eventueel toegepaste sancties;

(l)

opmerkingen van Griekenland over de uitvoering van het programma;

(m)

de jaarlijkse gegevens over de in artikel 29 van deze verordening bedoelde prestatie-indicatoren.

2.   Het in lid 1 bedoelde verdrag wordt bij de Commissie ingediend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 792/2009.

Artikel 32

Wijziging van het programma

1.   De wijzigingen die moeten worden aangebracht in het steunprogramma als bedoeld in hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 229/2013, worden ter goedkeuring aan de Commissie voorgelegd en worden met redenen omkleed, met name aan de hand van de volgende gegevens:

(a)

de redenen van eventuele problemen bij de tenuitvoerlegging die de wijziging van het programma rechtvaardigen;

(b)

de verwachte effecten van de wijziging;

(c)

de gevolgen voor de financiering en voor de controle op de naleving van de verbintenissen.

Behalve bij overmacht of in uitzonderlijke omstandigheden dient Griekenland de voorstellen tot wijziging van het programma slechts eenmaal per kalenderjaar in. Die wijzigingsvoorstellen moeten uiterlijk op 30 september van elk jaar in het bezit zijn van de Commissie.

Tenzij de Commissie verzet aantekent tegen de voorgestelde wijzigingen, worden de voorgenomen wijzigingen van toepassing met ingang van 1 januari na het jaar waarin zij zijn gemeld.

Een vervroegde inwerkingtreding van dergelijke wijzigingen is mogelijk indien de Commissie Griekenland vóór de in de derde alinea genoemde datum schriftelijk ervan in kennis stelt dat de gemelde wijzigingen in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving.

Indien de gemelde wijziging niet in overeenstemming is met de EU-wetgeving, stelt de Commissie Griekenland vóór de in de derde alinea genoemde datum ervan in kennis dat de aangemelde wijziging pas van toepassing wordt wanneer de Commissie een wijziging ontvangt die wel als in overeenstemming met deze wetgeving kan worden beschouwd.

2.   In afwijking van lid 1 beoordeelt de Commissie de volgende door Griekenland voorgestelde wijzigingen afzonderlijk en besluit zij overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 bedoelde procedure uiterlijk vier maanden na de indiening ervan of zij die al dan niet goedkeurt:

(a)

de invoering in het steunprogramma van nieuwe groepen producten waarvoor in het kader van de specifieke voorzieningsregeling steun moet worden verleend, of van nieuwe maatregelen ten gunste van de lokale landbouwproductie, en

(b)

een verhoging van het eenheidsbedrag van de reeds voor elke bestaande maatregel goedgekeurde steun met meer dan 50 % ten opzichte van het bedrag dat gold op het tijdstip van de indiening van het wijzigingsvoorstel.

Onverminderd de procedure van lid 1 kan Griekenland de in dit lid bedoelde wijzigingsvoorstellen eenmaal per kalenderjaar indienen. De in dit lid bedoelde wijzigingsvoorstellen moeten uiterlijk op 31 juli van het jaar vóór de toepassing ervan in het bezit zijn van de Commissie.

De aldus goedgekeurde wijzigingen zijn van toepassing met ingang van 1 januari van het jaar volgende op dat waarin het wijzigingsvoorstel werd gemaakt, of met ingang van de datum die expliciet in het betrokken goedkeuringsbesluit is vermeld.

3.   Griekenland mag, zonder gebruik te maken van de in lid 1 vastgestelde procedure, de volgende wijzigingen aanbrengen, op voorwaarde dat deze aan de Commissie worden gemeld:

(a)

met betrekking tot de geraamde voorzieningsbalansen, wijzigingen van het individuele steunniveau van ten hoogste 20 % of wijzigingen van de hoeveelheden van de onder de voorzieningsbalans vallende producten en bijgevolg wijzigingen van het totale steunbedrag dat voor elke productlijn wordt toegekend;

(b)

voor alle maatregelen: wijzigingen van ten hoogste 20 % van de financiële toewijzing voor elke afzonderlijke maatregel, onverminderd de in artikel 18 van Verordening (EU) nr. 229/2013 vastgestelde financiële maxima, op voorwaarde dat die aanpassingen uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de gewijzigde financiële toewijzing betrekking heeft, worden gemeld;

(c)

wijzigingen als gevolg van wijzigingen in de codes en de omschrijvingen die in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (11) zijn vastgesteld en waarmee de producten worden beschreven die voor steun in aanmerking komen, op voorwaarde dat deze wijzigingen geen verandering van het product zelf met zich meebrengen.

4.   De in lid 3 genoemde wijzigingen worden slechts van toepassing op de dag waarop de Commissie deze ontvangt. Zij worden naar behoren toegelicht en met redenen omkleed, en worden slechts eenmaal per jaar ten uitvoer gelegd, behalve in de volgende gevallen:

(a)

overmacht of uitzonderlijke omstandigheden,

(b)

wijziging van de hoeveelheden van de onder de voorzieningsregeling vallende producten,

(c)

wijzigingen als gevolg van wijzigingen in de codes en de omschrijvingen die in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de zijn vastgesteld.

5.   Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

(a)   „maatregel”: de groepering van steunregelingen en acties die noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een of meer van de doelstellingen van het programma dat een lijn vormt waarvoor een financiële toewijzing is vastgesteld in de financieringstabel als bedoeld in artikel 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 229/2013;

(b)   „groep producten”: alle producten die de eerste twee cijfers van de in Verordening (EEG) nr. 2658/87 vastgestelde GN-code gemeenschappelijk hebben.

6.   De in dit artikel bedoelde kennisgevingen worden gedaan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 792/2009.

Artikel 33

Verlaging van de voorschotten

Onverminderd de algemene voorschriften die op het gebied van de begrotingsdiscipline zijn vastgesteld, kan de Commissie, wanneer de op grond van de artikelen 30 en 31 door Griekenland aan de Commissie verstrekte gegevens onvolledig zijn of wanneer de voor de indiening vastgestelde termijn niet in acht is genomen, overgaan tot een tijdelijke, forfaitaire verlaging van de voorschotten op de verrekening van de landbouwuitgaven.

Artikel 34

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 februari 2014.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)   PB L 78 van 20.3.2013, blz. 41.

(2)  Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad van 18 september 2006 houdende vaststelling van specifieke maatregelen voor de landbouw ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (PB L 265 van 26.9.2006, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 1914/2006 van de Commissie van 20 december 2006 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad houdende vaststelling van specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (PB L 365 van 21.12.2006, blz. 64).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 178/2014 van de Commissie van 6 novembre 2013 van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.).

(5)  Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie van 23 april 2008 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3).

(6)  Verordening (EG) nr. 612/2009 van de Commissie van 7 juli 2009 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PB L 186 van 17.7.2009, blz. 1).

(7)  Verordening (EG) nr. 792/2009 van de Commissie van 31 augustus 2009 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de kennisgeving door de lidstaten aan de Commissie van de informatie en de documenten ter uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening, de regeling voor rechtstreekse betalingen, de afzetbevordering voor landbouwproducten en de regelingen voor de ultraperifere gebieden en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee (PB L 228 van 1.9.2009, blz. 3).

(8)  Verordening (EG) nr. 1276/2008 van de Commissie van 17 december 2008 inzake de controle aan de hand van fysieke controles bij de uitvoer van landbouwproducten waarvoor restituties of andere bedragen worden toegekend (PB L 339 van 18.12.2008, blz. 53).

(9)  Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

(10)  Verordening (EG) nr. 1122/2009 van de Commissie van 30 november 2009 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem in het kader van de bij die verordening ingestelde regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers en ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad wat betreft de randvoorwaarden in het kader van de steunregeling voor de wijnsector (PB L 316 van 2.12.2009, blz. 65).

(11)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE I

Maximumhoeveelheden verwerkte producten die per jaar uit de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee mogen worden uitgevoerd of verzonden in het kader van de traditionele handelsstromen

[Hoeveelheden in kilogram (of in liter*)]

GN-code

Naar de Unie

Naar derde landen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


BIJLAGE II

Prestatie-indicatoren

Doel

:

garanderen dat de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee worden voorzien met producten die van essentieel belang zijn voor de menselijke consumptie, voor de verwerking of als productiemiddel in de landbouw:

Indicator 1

:

mate waarin de specifieke voorzieningsregeling de totale voorzieningsbehoeften van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee dekt voor bepaalde in de geraamde voorzieningsbalans opgenomen producten/groepen producten (in %).

Doel

:

zorgen voor een billijke prijs voor producten die van essentieel belang zijn voor de menselijke consumptie of voor diervoeding:

Indicator 2

:

vergelijking van de prijzen die de consument in de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee voor bepaalde onder de specifieke voorzieningsregeling vallende producten/groepen producten moet betalen, met prijzen van soortgelijke producten in continentaal Griekenland.

Doel

:

de plaatselijke landbouwproductie bevorderen met het oog op de zelfvoorziening van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en op de instandhouding/ontwikkeling van exportgerichte producties:

Indicator 3

:

mate waarin de lokale behoeften worden gedekt met bepaalde belangrijke, lokaal geproduceerde producten (in %).

Doel

:

de lokale landbouwproductie in stand houden/ontwikkelen:

Indicator 4 a

:

ontwikkeling van de oppervlakte cultuurgrond (OCG) in de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en in continentaal Griekenland.

Indicator 4 b

:

ontwikkeling van de veestapel in grootvee-eenheden (GVE) in de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en in continentaal Griekenland.

Indicator 4 c

:

ontwikkeling van de hoeveelheden van bepaalde lokale landbouwproducten in de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee.

Indicator 4 d

:

ontwikkeling van de hoeveelheden van bepaalde producten die in de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee op basis van plaatselijke producten worden verwerkt.

Indicator 4 e

:

ontwikkeling van de werkgelegenheid in de landbouwsector in de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee en in continentaal Griekenland.


Top