Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51996AG0729(04)

    GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT (EG) Nr. 35/96 door de Raad vastgesteld op 18 juni 1996 met het oog op de aanneming van Besluit 96/ /EG van het Europees Parlement en de Raad van ... tot vaststelling van een communautair actieprogramma voor gezondheidsmonitoring in het kader van de actie op het gebied van de volksgezondheid

    PB C 220 van 29.7.1996, p. 36–46 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

    51996AG0729(04)

    GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT (EG) Nr. 35/96 door de Raad vastgesteld op 18 juni 1996 met het oog op de aanneming van Besluit 96/ /EG van het Europees Parlement en de Raad van ... tot vaststelling van een communautair actieprogramma voor gezondheidsmonitoring in het kader van de actie op het gebied van de volksgezondheid

    Publicatieblad Nr. C 220 van 29/07/1996 blz. 0036


    GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT (EG) Nr. 35/96

    door de Raad vastgesteld op 18 juni 1996

    met het oog op de aanneming van Besluit 96/ /EG van het Europees Parlement en de Raad van . . . tot vaststelling van een communautair actieprogramma voor gezondheidsmonitoring in het kader van de actie op het gebied van de volksgezondheid

    (96/C 220/04)

    HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

    Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 129,

    Gezien het voorstel van de Commissie (1),

    Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),

    Gezien het advies van het Comité van de Regio's (3),

    Volgens de procedure van artikel 189 B van het Verdrag (4),

    (1) Overwegende dat uit hoofde van artikel 3, onder o), van het Verdrag het optreden van de Gemeenschap een bijdrage tot het verwezenlijken van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid omvat; dat artikel 129 uitdrukkelijk in de bevoegdheid van de Gemeenschap op dat gebied voorziet en stelt dat de Gemeenschap daartoe bijdraagt door de samenwerking tussen de Lid-Staten te bevorderen en, indien nodig, hun activiteiten te ondersteunen;

    (2) Overwegende dat de Raad in zijn resolutie van 27 mei 1993 betreffende toekomstige actie op het gebied van de volksgezondheid (5) heeft aangegeven dat betere methoden van inzameling, analyse en verspreiding van gezondheidsgegevens, die ook exacter en meer vergelijkbaar moeten worden, van wezenlijk belang zijn voor de opstelling van de toekomstige programma's;

    (3) Overwegende dat het Europees Parlement in zijn resolutie over het volksgezondheidsbeleid na Maastricht (6) heeft gewezen op de noodzaak om te beschikken over voldoende en relevante informatie als basis voor de ontwikkeling van communautaire acties op het gebied van de volksgezondheid; dat het Europees Parlement de Commissie heeft verzocht gegevens uit de Lid-Staten te verzamelen en te onderzoeken, teneinde het effect van het volksgezondheidsbeleid voor de gezondheidstoestand in de Gemeenschap te evalueren;

    (4) Overwegende dat de Commissie in haar mededeling van 24 november 1993 betreffende het actiekader op het gebied van de volksgezondheid een grotere samenwerking op het gebied van de normalisering en verzameling van vergelijkbare/compatibele gegevens over de gezondheid en bevordering van systemen voor toezicht en bewaking van de gezondheid heeft genoemd als vereisten voor het opstellen van een kader voor de ondersteuning van het beleid en de programma's van de Lid-Staten; dat het thema gezondheidsmonitoring, met inbegrip van gezondheidsgegevens en -indicatoren, is aangemerkt als prioriteitsgebied voor voorstellen betreffende meerjarige communautaire programma's op het gebied van de volksgezondheid;

    (5) Overwegende dat de Raad in zijn resolutie van 2 juni 1994 betreffende het actiekader van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid (7) heeft aangegeven dat aan het verzamelen van gegevens over gezondheid voorrang moest worden gegeven en de Commissie verzocht heeft voorstellen in te dienen; dat de Raad van oordeel was dat de gehanteerde gegevens en indicatoren metingen dienden te omvatten met betrekking tot de kwaliteit van het bestaan van de bevolking, nauwkeurige evaluaties van de behoeften op het vlak van de gezondheid, schattingen van sterfte die door ziektepreventie vermeden kan worden, sociaal-economische factoren qua gezondheid onder de onderscheiden bevolkingsgroepen, alsmede, in voorkomend geval, indien de Lid-Staten dit nuttig achten, de bijstand op het gebied van de gezondheid, de medische praktijken en de invloed van de hervormingen;

    (6) Overwegende dat gezondheidsmonitoring op communautair niveau van wezenlijk belang is voor de planning, de follow-up en de evaluatie van communautaire acties op het gebied van de volksgezondheid en voor het nagaan en beoordelen van de gevolgen van andere beleidsonderdelen van de Gemeenschap voor de gezondheid;

    (7) Overwegende dat het met name op basis van de kennis van de gegevens betreffende de volksgezondheid in Europa die dank zij de instelling van een communautair systeem voor gezondheidsmonitoring zijn verzameld, mogelijk zal zijn om de ontwikkeling van de volksgezondheid te volgen en de prioriteiten en doelstellingen inzake volksgezondheid vast te stellen;

    (8) Overwegende dat gezondheidsmonitoring in dit besluit bestaat uit het opstellen van communautaire gezondheidsindicatoren en het verzamelen, verspreiden en analyseren van communautaire gezondheidsgegevens en -indicatoren;

    (9) Overwegende dat de Raad in zijn Beschikking 93/464/EEG van 22 juli 1993 betreffende het kaderprogramma van prioritaire maatregelen op het gebied van de statistische informatie (1993-1997) (1) onder de rubriek statistieken betreffende gezondheid en veiligheid de analyse van de sterfte en morbiditeit naar oorzaak heeft aangemerkt als een van de gebieden voor prioritaire maatregelen in het kader van de sectoriële programma's ten behoeve van het sociale beleid, de economische en sociale samenhang en de consumentenbescherming;

    (10) Overwegende dat de Raad in zijn Beschikking 94/913/EG van 15 december 1994 tot vaststelling van een specifiek programma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, inclusief demonstratie, op het gebied van de medische biologie en de gezondheid (1994-1998) (2) een specifieke onderzoektaak heeft aangegeven betreffende cooerdinatie en vergelijking van Europese gezondheidsgegevens, met inbegrip van voedingsgegevens, uit de verschillende Lid-Staten; dat dit in het desbetreffende werkprogramma is opgenomen;

    (11) Overwegende dat gezondheidsmonitoring op communautair niveau tot doel heeft de gezondheidstoestand, de trends daarin en de determinanten van de gezondheid te kunnen meten, de planning, follow-up en evaluatie van de communautaire programma's en maatregelen te vergemakkelijken en de Lid-Staten gezondheidsinformatie te verschaffen ter ondersteuning van de ontwikkeling en evaluatie van hun gezondheidsbeleid;

    (12) Overwegende dat om ten volle aan de vereisten en verwachtingen op dit terrein te voldoen een communautair systeem voor gezondheidsmonitoring moet worden opgezet, dat de vaststelling van gezondheidsindicatoren en de verzameling van gezondheidsgegevens, een netwerk voor het doorgeven en gemeenschappelijk gebruiken van gezondheidsgegevens en -indicatoren, alsmede voorzieningen voor het analyseren en verspreiden van gezondheidsinformatie omvat;

    (13) Overwegende dat de keuzes en mogelijkheden voor de opstelling van de verschillende onderdelen van een communautair systeem voor gezondheidsmonitoring, inclusief een versterking van de bestaande voorzieningen zorgvuldig moeten worden bestudeerd in het licht van de gewenste resultaten, de flexibiliteit en de kosten/batenverhouding; dat het een soepel systeem dient te zijn, waarin de thans reeds waardevol geachte elementen hun plaats kunnen krijgen en dat aan nieuwe behoeften en andere prioriteiten kan worden aangepast; dat in het kader van een dergelijk systeem een stelsel van communautaire gezondheidsindicatoren gedefinieerd moet worden en de voor het opstellen van de indicatoren benodigde gegevens moeten worden verzameld;

    (14) Overwegende dat de communautaire gezondheidsgegevens en -indicatoren moeten worden gebaseerd op bestaande Europese gegevens en indicatoren, zoals die waarover de Lid-Staten beschikken en/of die zij aan internationale organisaties doorgeven, dit om dubbel werk te vermijden;

    (5) Overwegende dat de situatie op het stuk van de verzameling van gegevens in de diverse Lid-Staten verschillend is;

    (16) Overwegende dat het voor een communautair systeem voor gezondheidsmonitoring nuttig zou zijn een telematicanetwerk voor het verzamelen en verspreiden van communautaire gezondheidsgegevens en -indicatoren op te zetten;

    (17) Overwegende dat een communautair systeem voor gezondheidsmonitoring gegevens moet kunnen verschaffen aan de hand waarvan op gezette tijden rapporten kunnen worden opgesteld over de gezondheidstoestand in de Gemeenschap, alsmede analyses van gezondheidstrends en -problemen; dat het de beschikbaarheid en verspreiding van gezondheidsinformatie moet kunnen bevorderen;

    (18) Overwegende dat het bij de invoering van een systeem voor gezondheidsmonitoring op communautair niveau een absolute vereiste is dat de bepalingen inzake gegevensbescherming worden geëerbiedigd, met inbegrip van voorzieningen om de vertrouwelijkheid en de veiligheid daarvan te waarborgen zoals die voorkomen in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (3) en in Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90 van de Raad van 11 juni 1990 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen (4);

    (19) Overwegende dat binnen het actiekader op het gebied van de volksgezondheid een meerjarenprogramma moet worden opgesteld teneinde een communautair systeem voor gezondheidsmonitoring op te zetten en passende mechanismen voor de evaluatie daarvan te ontwikkelen;

    (20) Overwegende dat, overeenkomstig het subisidiariteitsbeginsel, acties die niet onder de uitsluitende bevoegdheid van de Gemeenschap vallen, zoals acties op het gebied van gezondheidsmonitoring, slechts door de Gemeenschap mogen worden ondernomen indien deze, door de grootschaligheid of het effect ervan, beter op communautair niveau kunnen worden uitgevoerd;

    (21) Overwegende dat de op communautair niveau opgestelde en ten uitvoer gelegde beleidsmaatregelen en programma's, in het bijzonder als zij plaatsvinden binnen het actiekader op het gebied van de volksgezondheid, verenigbaar moeten zijn met de streefdoelen en doelstellingen van het communautaire optreden inzake gezondheidsmonitoring; dat de communautaire acties inzake gezondheidsmonitoring gecooerdineerd moeten worden en rekening moeten houden met de desbetreffende onderzoekswerkzaamheden van het kaderprogramma van de Gemeenschap voor onderzoek en technologische ontwikkeling; dat projecten betreffende telematicatoepassingen op gezondheidsgebied in het OTO-kaderprogramma van de Gemeenschap gecooerdineerd moeten worden met communautaire acties inzake gezondheidsmonitoring; dat acties uit hoofde van het kaderprogramma van de Gemeenschap op het gebied van de statistische informatica, de communautaire projecten op het gebied van de telematische gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten (IDA) en de G7-projecten die verband houden met de gezondheid, nauw gecooerdineerd moeten worden met de communautaire acties inzake gezondheidsmonitoring; dat rekening gehouden moet worden met het werk van de gespecialiseerde Europese organen, zoals het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving en het Europees Milieuagentschap;

    (22) Overwegende dat de samenwerking met de bevoegde internationale organisaties en met derde landen op dit gebied versterking behoeft;

    (23) Overwegende dat uit operationeel oogpunt de in het verleden gedane investeringen, zowel wat de oprichting van communautaire netwerken als wat de samenwerking met de ter zake bevoegde internationale organisaties betreft, veiliggesteld en verder ontwikkeld dienen te worden;

    (24) Overwegende dat het van belang is dat de Commissie dit actieprogramma in nauwe samenwerking met de Lid-Staten uitvoert;

    (25) Overwegende dat op 20 december 1994 overeenstemming is bereikt over een "modus vivendi" tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de uitvoeringsmaatregelen van besluiten die volgens de procedure van artikel 189 B van het Verdrag worden vastgesteld (1);

    (26) Overwegende dat de gegevens momenteel onvoldoende vergelijkbaar zijn en dat dubbel werk dient te worden voorkomen door de gezamenlijke ontwikkeling van methoden, criteria en technieken voor vergelijking en conversie, van de passende instrumenten voor gegevensverzameling zoals enquêtes, vragenlijsten en delen daarvan, en inhoudelijke specificaties voor de gezondheidsinformatie die gemeenschappelijk zal worden gebruikt, met name met behulp van een telematicanetwerk;

    (27) Overwegende dat het, om de waarde en de impact van dit programma te vergroten, nodig is een continue evaluatie van de gevoerde acties uit te voeren, met name ten aanzien van hun doeltreffendheid en de verwezenlijking van de doelstellingen, zowel op nationaal als op communautair niveau, en in voorkomend geval de noodzakelijke aanpassingen te verrichten;

    (28) Overwegende dat in dit besluit de financiële middelen van het programma voor de gehele looptijd daarvan worden vastgesteld en dat dit bedrag in de jaarlijkse begrotingsprocedure voor de begrotingsautoriteit het voornaamste referentiepunt vormt, in de zin van punt 1 van de verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 6 maart 1995 (2);

    (29) Overwegende dat dit programma een looptijd van vijf jaar dient te hebben teneinde de acties lang genoeg voort te kunnen zetten om de vastgestelde doelstellingen te verwezenlijken,

    BESLUITEN:

    Artikel 1

    Vaststelling van het programma

    1. Hierbij wordt voor de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2001 een communautair actieprogramma voor gezondheidsmonitoring, hierna "het programma" genoemd, vastgesteld binnen het actiekader op het gebied van de volksgezondheid.

    2. Dit programma heeft tot doel bij te dragen tot de totstandbrenging van een communautair systeem voor gezondheidsmonitoring, waarmee:

    a) de gezondheidstoestand, de trends in en de determinanten voor de gezondheid binnen de Gemeenschap kunnen worden gemeten;

    b) de planning, follow-up en evaluatie van de communautaire programma's en acties worden vergemakkelijkt;

    c) de Lid-Staten de beschikking krijgen over passende gegevens over gezondheid, die onderling vergelijkbaar zijn en waarop het nationale volksgezondheidsbeleid kan worden gebaseerd,

    door de samenwerking tussen de Lid-Staten te bevorderen en, indien nodig, hun activiteiten te ondersteunen, door de cooerdinatie van hun beleid en programma's op dit gebied aan te moedigen en door de samenwerking met derde landen en met de bevoegde internationale organisaties te bevorderen.

    3. De in het kader van dit programma uit te voeren acties en hun specifieke doelstellingen zijn in bijlage I opgenomen onder de volgende rubrieken:

    A. Vaststelling van communautaire gezondheidsindicatoren

    B. Ontwikkeling van een communautair netwerk voor het gemeenschappelijk gebruik van gezondheidsgegevens

    C. Analyses en verslagen.

    Een enuntiatieve lijst van gebieden waarop gezondheidsindicatoren kunnen worden vastgesteld, staat in bijlage II.

    Artikel 2

    Tenuitvoerlegging

    1. De Commissie draagt zorg voor de tenuitvoerlegging van de in bijlage I genoemde activiteiten, in nauwe samenwerking met de Lid-Staten en overeenkomstig artikel 5.

    2. De Commissie werkt samen met de instellingen en organisaties die werkzaam zijn op het gebied van gezondheidsmonitoring.

    Artikel 3

    Begroting

    1. De financiële middelen voor de uitvoering van dit programma in de in artikel 1 genoemde periode worden vastgesteld op 13 miljoen ecu.

    2. De jaarlijkse kredieten worden door de begrotingsautoriteit toegewezen binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten.

    Artikel 4

    Samenhang en complementariteit

    De Commissie ziet, in samenwerking met de Lid-Staten, toe op de samenhang en complementariteit van de uit hoofde van het programma ten uitvoer te leggen acties en de andere relevante programma's en initiatieven van de Gemeenschap, zowel in het kader van de acties op het gebied van de volksgezondheid, als in het bijzonder het kaderprogramma voor statistische informatie, de projecten op het gebied van de uitwisseling van gegevens tussen overheidsdiensten met behulp van telematica en het kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, met name de telematicatoepassingen daarvan.

    Artikel 5

    Comité

    1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité bestaande uit twee vertegenwoordigers per Lid-Staat en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

    2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité ontwerp-maatregelen voor betreffende:

    a) het reglement van orde van het comité;

    b) een jaarlijks werkprogramma met opgave van de prioriteiten voor de actie;

    c) de regelingen, criteria en procedures voor de selectie en de financiering van de projecten in het kader van dit programma, met inbegrip van de projecten die een samenwerking met de op het gebied van de volksgezondheid bevoegde internationale organisaties en deelneming van de in artikel 6, lid 2, bedoelde landen inhouden;

    d) de evaluatieprocedure;

    e) de regelingen voor de verspreiding en overdracht van de resultaten;

    f) de wijze waarop zal worden samengewerkt met de in artikel 2, lid 2, bedoelde instellingen en organisaties;

    g) de bepalingen die van toepassing zijn op de mededeling van gegevens en op de conversie ervan en op andere methoden om de gegevens vergelijkbaar te maken, teneinde het doel als bedoeld in artikel 1, lid 2, te bereiken;

    h) de bepalingen voor het definiëren en selecteren van de indicatoren;

    i) de voor de totstandbrenging en werking van de netwerken vereiste bepalingen betreffende de specificatie van de inhoud.

    Het comité brengt over de hierboven bedoelde ontwerp-maatregelen advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

    De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies dat het comité heeft uitgebracht, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval stelt de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten, met twee maanden vanaf de datum van deze kennisgeving uit.

    De Raad kan binnen de in de voorgaande alinea genoemde termijn met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.

    3. De Commissie kan voorts het comité raadplegen over elk ander probleem in verband met de uitvoering van dit programma met inbegrip van de regelingen voor de cooerdinatie met de in artikel 4 bedoelde andere programma's en initiatieven.

    De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naargelang van de urgentie van de materie advies uit over dit ontwerp, zo nodig door middel van een stemming.

    Het advies wordt in de notulen opgenomen; voorts heeft iedere Lid-Staat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

    De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het door het comité uitgebrachte advies. Zij brengt het comité op de hoogte van de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met zijn advies.

    4. De Commissievertegenwoordiger informeert het comité regelmatig:

    - over de financiële steun die in het kader van dit programma is verleend (bedrag, duur, verdeling en begunstigden),

    - om de uit hoofde van artikel 4 vereiste samenhang en complementariteit te waarborgen, over de Commissievoorstellen of communautaire initiatieven en de tenuitvoerlegging van programma's op andere terreinen die rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van de doelstellingen van dit programma.

    Artikel 6

    Internationale samenwerking

    1. Bij de uitvoering van dit programma wordt samenwerking met derde landen en met de op het gebied van de volksgezondheid bevoegde internationale organisaties, met name de Wereldgezondheidsorganisatie en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling alsmede de Internationale Arbeidsorganisatie, aangemoedigd en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de procedure van artikel 5.

    2. Dit programma staat open voor deelname van de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa (GLMOE) op de voorwaarden vermeld in de met deze landen te sluiten aanvullende protocollen bij de associatieovereenkomsten betreffende de deelname aan communautaire programma's. Het staat open voor deelname van Cyprus en Malta op basis van aanvullende kredieten volgens dezelfde regels als die welke voor de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) gelden en volgens met de betrokken landen overeen te komen procedures.

    Artikel 7

    Follow-up en evaluatie

    1. De Commissie zorgt, met inachtneming van de door de Lid-Staten opgemaakte balansen, en, indien nodig, met inschakeling van onafhankelijke deskundigen, voor de evaluatie van de gevoerde acties.

    2. De Commissie legt aan het Europees Parlement en de Raad halverwege het programma een tussentijds verslag en na afloop een eindverslag voor. Deze verslagen bevatten tevens informatie over de communautaire financiering op de verschillende actiegebieden en over de complementariteit met de andere in artikel 4 bedoelde programma's en initiatieven, alsmede over de resultaten van de in lid 1 bedoelde evaluatie. Deze verslagen worden ook aan het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's gezonden.

    3. Op basis van de in lid 1 bedoelde evaluatie, kan de Commissie zo nodig passende voorstellen doen voor de voortzetting van het programma.

    Gedaan te . . .

    Voor het Europees Parlement

    De Voorzitter

    Voor de Raad

    De Voorzitter

    (1) PB nr. C 338 van 16. 12. 1995, blz. 4.

    (2) PB nr. C 174 van 17. 6. 1996, blz. 3.

    (3) PB nr. C 129 van 2. 5. 1996, blz. 50.

    (4) Advies van het Europees Parlement van 17 april 1996 (PB nr. C 141 van 13. 5. 1996, blz. 94), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van . . . (nog niet verschenen in het Publikatieblad), en besluit van het Europees Parlement van . . . (nog niet verschenen in het Publikatieblad).

    (5) PB nr. C 174 van 25. 6. 1993, blz. 1.

    (6) PB nr. C 329 van 6. 12. 1993, blz. 375.

    (7) PB nr. C 165 van 17. 6. 1994, blz. 1.

    (1) PB nr. L 219 van 28. 8. 1993, blz. 1.

    (2) PB nr. L 361 van 31. 12. 1994, blz. 40.

    (3) PB nr. L 281 van 23. 11. 1995, blz. 31.

    (4) PB nr. L 151 van 15. 6. 1990, blz. 1. Verordening gewijzigd door de Toetredingsakte van 1994.

    (1) PB nr. C 102 van 4. 4. 1996, blz. 1.

    (2) PB nr. C 102 van 4. 4. 1996, blz. 4.

    BIJLAGE I

    SPECIFIEKE DOELSTELLINGEN EN ACTIES

    A. VASTSTELLING VAN COMMUNAUTAIRE GEZONDHEIDSINDICATOREN

    Doelstelling

    Het vaststellen van communautaire gezondheidsindicatoren door middel van een kritisch onderzoek van de bestaande gezondheidsgegevens en -indicatoren en het ontwikkelen van passende methoden om gezondheidsgegevens te verzamelen en onderling vergelijkbaar te maken, overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, genoemde doelstelling.

    1. Het identificeren, onderzoeken en kritisch analyseren van de gezondheidsindicatoren en -gegevens die op Europees niveau en in de Lid-Staten bestaan, waarbij de door de Lid-Staten gevalideerde gegevens als basis gebruikt worden, teneinde de relevantie, kwaliteit en dekking daarvan te bepalen met het oog op de vaststelling van communautaire indicatoren.

    2. Het identificeren van een stelsel van communautaire gezondheidsindicatoren, bestaande uit een reeks kernindicatoren ter monitoring van de communautaire programma's en acties op volksgezondheidsgebied en een reeks achtergrondindicatoren ter monitoring van communautaire programma's en acties op andere beleidsterreinen en om de Lid-Staten gemeenschappelijke maten voor vergelijkingen te bieden. In bijlage II staat een enuntiatieve lijst van gebieden waarop gezondheidsindicatoren zouden kunnen worden opgesteld.

    3. Het ontwikkelen van de routinematige verzameling en van methoden om de gezondheidsgegevens onderling vergelijkbaar te maken teneinde de in artikel 1, lid 2, genoemde doelstelling te bereiken, met inbegrip van ondersteuning voor het opstellen van data dictionaries, en het vaststellen van passende methoden en regels voor conversie van de gegevens.

    4. Het bijdragen tot de verzameling van vergelijkbare gegevens door steun te verlenen aan de opstelling van enquêtes, met inbegrip van enquêtes over de hele Gemeenschap ter ondersteuning van communautaire beleidsmaatregelen, of van modules of overeengekomen en bruikbare formuleringen voor de vragen in de bestaande enquêtes.

    5. Het bevorderen van de samenwerking met internationale organisaties die bevoegd zijn op het gebied van communautaire gezondheidsgegevens en -indicatoren en netwerken voor gezondheidsgegevens betreffende specifieke deelgebieden van de volksgezondheid, teneinde de vergelijkbaarheid van de gegevens te bevorderen.

    6. Het bevorderen van en het verlenen van steun voor het onderzoeken van de uitvoerbaarheid en de kosteneffectiviteit van het ontwikkelen van genormaliseerde statistieken voor gezondheidsvoorzieningen, teneinde deze in een toekomstig communautair systeem voor gezondheidsmonitoring op te nemen.

    B. ONTWIKKELING VAN EEN COMMUNAUTAIR NETWERK VOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK GEBRUIK VAN GEZONDHEIDSGEGEVENS

    Doelstelling

    Het scheppen van de mogelijkheid tot doeltreffende, betrouwbare overdracht en gemeenschappelijk gebruik van gezondheidsgegevens en -indicatoren, in hoofdzaak door uitwisseling van gegevens met behulp van telematica.

    7. Het bevorderen en ondersteunen van de ontwikkeling van een netwerk voor overdracht en gemeenschappelijk gebruik van gezondheidsgegevens, in hoofdzaak voor uitwisseling van gegevens met behulp van telematica en een stelsel van gedistribueerde gegevensbanken, in het bijzonder door het opstellen van de gegevensspecificaties en van procedures voor de toegang tot en het terugzoeken, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de verschillende soorten informatie die in het systeem worden opgenomen.

    C. ANALYSES EN VERSLAGEN

    Doelstelling

    Het ontwikkelen van methoden en instrumenten voor analyse en rapportering en het ondersteunen van analyses en rapporten over de gezondheidstoestand, de trends daarin, de determinanten van de gezondheid, en het effect van beleidsmaatregelen op de gezondheid.

    8. Het stimuleren en ondersteunen van de ontwikkeling van faciliteiten voor analyses, de verruiming van de bestaande voorzieningen, en van haalbaarheidsstudies voor mogelijke nieuwe structuren, methodologieën en instrumenten voor vergelijkingen en voorspellingen, het toetsen van hypothesen en modellen en het evalueren van gezondheidsscenario's en -resultaten.

    9. Het verlenen van steun voor de analyse, de opstelling en de verspreiding van evaluatieverslagen over het effect van communautaire acties en programma's op het gebied van de volksgezondheid.

    10. Het verlenen van steun voor het opstellen, uitbrengen en verspreiden van verslagen en ander informatiemateriaal over de gezondheidstoestand en de trends daarin, de determinanten van gezondheid en het effect van andere beleidsonderdelen op de gezondheid.

    BIJLAGE II

    Enuntiatieve lijst van gebieden waarop in het kader van het communautaire systeem voor gezondheidsmonitoring gezondheidsindicatoren kunnen worden vastgesteld

    A. Gezondheidstoestand

    1. Levensverwachting:

    - levensverwachting op bepaalde leeftijden,

    - verwachting van het aantal in goede gezondheid doorgebrachte jaren.

    2. Sterfte:

    - totaal,

    - doodsoorzaken,

    - ziektespecifieke overleving.

    3. Morbiditeit:

    - ziektespecifieke morbiditeit,

    - comorbiditeit.

    4. Functioneren en kwaliteit van het leven:

    - subjectief ervaren gezondheid,

    - lichamelijke gebreken,

    - beperkingen van de activiteit,

    - functionele status/vermogens,

    - beperking van de beroepswerkzaamheden i.v.m. de gezondheid,

    - geestelijke gezondheid.

    5. Antropometrische kenmerken.

    B. Levensstijl en gezondheidsgedrag

    1. Tabaksgebruik.

    2. Alcoholgebruik.

    3. Drugsgebruik.

    4. Lichaamsbeweging.

    5. Voedingspatronen.

    6. Sexualiteit.

    7. Overige.

    C. Levens- en arbeidsomstandigheden

    1. Werk/werkloosheid:

    - beroepsbezigheid.

    2. Arbeidsomgeving:

    - ongelukken,

    - blootstelling aan kankerverwekkende of andere stoffen,

    - beroepsziekten.

    3. Huisvesting.

    4. Activiteiten thuis en in de vrije tijd:

    - ongevallen thuis,

    - vrijetijdsbesteding.

    5. Vervoer:

    - auto-ongelukken.

    6. Milieu:

    - luchtverontreiniging,

    - waterverontreiniging,

    - andere soorten verontreiniging,

    - straling,

    - blootstelling aan kankerverwekkende of andere stoffen buiten de werkplek.

    D. Gezondheidsbescherming

    1. Financieringsbronnen.

    2. Voorzieningen/personeel:

    - gebruik van zorgvoorzieningen,

    - personeel in de gezondheidszorg.

    3. Kosten/uitgaven:

    - klinische zorg,

    - poliklinische zorg,

    - geneesmiddelen.

    4. Consumptie/gebruik:

    - klinische zorg,

    - poliklinische zorg,

    - geneesmiddelen.

    5. Gezondheidsbevordering en ziektepreventie.

    E. Demografische en maatschappelijke factoren

    1. Geslacht.

    2. Leeftijd.

    3. Burgerlijke staat.

    4. Regio van verblijf.

    5. Opleidingsniveau.

    6. Inkomen.

    7. Subgroep van de bevolking.

    8. Situatie inzake ziektekostenverzekering.

    F. Diversen

    1. Produktveiligheid.

    2. Overige.

    MOTIVERING VAN DE RAAD

    I. INLEIDING

    1. Op 17 oktober 1995 heeft de Commissie een voorstel voor een op artikel 129 van het EG-Verdrag gebaseerd besluit ingediend tot vaststelling van een communautair actieprogramma voor gezondheidsmonitoring in het kader van de actie op het gebied van de volksgezondheid (1).

    2. Het Europees Parlement heeft op 17 april 1996 advies uitgebracht (2).

    Het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's hebben op 27 maart (3), respectievelijk 18 januari 1996 (4) advies uitgebracht.

    De Commissie heeft in het licht van die adviezen op 15 mei 1996 een gewijzigd voorstel ingediend (5).

    3. De Raad heeft op 17 juni 1996 zijn gemeenschappelijk standpunt overeenkomstig artikel 189 B van het EG-Verdrag vastgesteld.

    II. DOELSTELLING

    Dit besluit heeft betrekking op het vijfde communautaire actieprogramma dat in het kader van de actie op het gebied van de volksgezondheid is voorgesteld en dat door de Raad in zijn resolutie van 2 juni 1994 als prioritair is aangemerkt (6).

    Het programma beoogt een communautair systeem voor gezondheidsmonitoring in te stellen waarmee de gezondheidstoestand, de trends daarin en de determinanten van de gezondheid in de Gemeenschap kunnen worden gemeten, de planning, de follow-up en de evaluatie van de communautaire programma's en acties kunnen worden vergemakkelijkt en het gezondheidsbeleid van de verschillende Lid-Staten kan worden vergeleken en ondersteund.

    III. ANALYSE VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT

    1. Wijzigingen ten opzichte van het Commissievoorstel

    Algemeen

    De Raad heeft de door de Commissie voorgestelde aanpak in grote lijnen gevolgd en, met name wat de inhoud van het programma betreft, alle in bijlage I van het voorstel opgenomen acties overgenomen.

    Financiële middelen (artikel 3, lid 1)

    De Raad heeft gekozen voor een bedrag (13 miljoen ecu) dat weliswaar niet geheel, maar toch vrijwel gelijk is aan het voorgestelde bedrag en dat de gulden middenweg vormt tussen datgene wat nodig is voor de uitvoering en de follow-up van de acties van het programma, en de nodige begrotingsdiscipline.

    "Comitologie" (artikel 5, leden 2 en 3)

    Wat dit betreft is de Raad echter van de voorgestelde procedure afgeweken en heeft hij evenals bij de reeds aangenomen programma's gekozen voor een gemengde procedure, die het mogelijk maakt de twee eisen van enerzijds een soepel beheer van het programma en anderzijds meer inspraak van de Lid-Staten bij bepaalde belangrijke besluiten, met elkaar te verzoenen: procedure van het beheerscomité voor belangrijke besluiten en procedure van het raadplegingscomité voor andere besluiten, inclusief de vraag hoe de cooerdinatie moet plaatsvinden.

    Meer specifieke punten

    Voorts heeft de Raad een aantal preciseringen, verduidelijkingen of minder ingrijpende aanvullingen aangebracht, met name wat betreft de vermelding van de bepalingen inzake gegevensbescherming (overweging 18), de doelstelling van het programma (artikel 1, lid 2), samenhang en complementariteit (artikel 4), internationale samenwerking (artikel 6, lid 1) en follow-up en evaluatie (artikel 7, lid 3, wat de eventuele voortzetting van het programma betreft). Aangaande het verzamelen van vergelijkbare gegevens (artikel 5, lid 2, onder g), en bijlage I, deel A, specifieke doelstelling en punt 3), heeft de Raad voor een ruimere en soepeler formulering gekozen.

    2. Amendementen van het Europees Parlement

    a) Amendementen die de Commissie in haar gewijzigde voorstel heeft overgenomen

    Van de 44 amendementen die het Parlement in eerste lezing heeft aangenomen, heeft de Commissie er 28 aanvaard, en wel

    - zeven in hun geheel (amendementen nrs. 12, 16, 17, 18, 20, 23 en 29), en

    - 21 gedeeltelijk (amendementen nrs. 1 tot en met 3, 4, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 13, 19, 25, 33 tot en met 40, en 42).

    i) Amendementen die door de Raad zijn aanvaard

    De Raad heeft de volgende amendementen van het Parlement ongewijzigd in zijn gemeenschappelijk standpunt overgenomen: nrs. 17 en 20.

    Verder heeft hij de volgende amendementen gedeeltelijk of in een andere vorm overgenomen: nrs. 1, 4, 7, 8, 9, 11, 19, 23, 25, 29 (artikel 1, lid 3, en bijlage I, deel A, punt 2), 33, 35 tot en met 40 en 42 (wat de vorm betreft), meestal in de door de Commissie voorgestelde versie.

    ii) Amendementen die de Raad niet heeft overgenomen

    Verder heeft de Raad de Commissie niet gevolgd wat de volgende amendementsvoorstellen van het Europees Parlement betreft:

    Amendementen die in hun geheel door de Commissie waren aanvaard

    - Amendement nr. 12 (overweging 15 bis)

    De Raad heeft dit amendement, dat samenwerking op het gebied van de gezondheid en de arbeidsbescherming beoogt, niet overgenomen omdat een dergelijke samenwerking buiten de werkingssfeer van het programma zou vallen en tot begrotingsproblemen binnen het programma zou leiden.

    Wat de internationale samenwerking betreft, voorziet artikel 6 van het gemeenschappelijk standpunt overigens in stimulering van de samenwerking met onder meer de Internationale Arbeidsorganisatie.

    - Amendementen nrs. 16 en 18 (nieuwe overweging 20 bis, die in de plaats komt van overweging 23)

    De Raad vond het niet nodig om deze overweging een andere plaats te geven.

    Amendementen die door de Commissie gedeeltelijk zijn aanvaard

    - Amendement nr. 3 (nieuwe overweging 3 ter)

    - Amendement nr. 6 (nieuwe overweging 11 bis)

    - Amendement nr. 34 (bijlage I, deel A, nieuw punt 6 bis)

    Deze amendementen, die de oprichting van een permanente structuur beogen (met name in de vorm van een Europees Waarnemingscentrum voor de volksgezondheid), konden niet worden overgenomen omdat de Raad het niet juist acht om in het kader van dit programma, waarvan de looptijd beperkt is, op dergelijke structuren vooruit te lopen.

    Daarom heeft de Raad zich ertoe beperkt wijzigingen die in het gewijzigde voorstel van de Commissie waren aangebracht en die dezelfde strekking hebben als deze amendementen van het Parlement, in hun algemeenheid over te nemen, en wel als volgt:

    - een verwijzing naar "versterking van de bestaande voorzieningen" in overweging 13 van het gemeenschappelijk standpunt (oude overweging 12), en

    - een verwijzing naar "uitbreiding van de bestaande faciliteiten" in punt 8 van bijlage I, deel C.

    - Amendement nr. 10 (overweging 14)

    De Raad was van oordeel dat de tekst van het oorspronkelijke voorstel, die hij gehandhaafd heeft, aan de wensen van het Parlement tegemoetkomt en tevens meer soepelheid biedt met het oog op de technische organisatie van het bewakingssysteem.

    - Amendement nr. 13 (overweging 16)

    De Raad was van mening dat met de tekst van overweging 18 van zijn gemeenschappelijk standpunt volledig aan de bestaande verplichtingen op het gebied van de vertrouwelijkheid en de veiligheid van gegevens wordt voldaan.

    b) Amendementen die de Commissie niet in haar gewijzigde voorstel heeft overgenomen

    i) De Raad heeft zich in het algemeen geschaard achter de redenen waarom de Commissie bepaalde amendementen van het Parlement niet heeft overgenomen; het betreft hier de volgende amendementen:

    - amendementen die niet in overeenstemming zijn met de letter of de geest van artikel 129 van het EG-Verdrag, of die niet stroken met soortgelijke bepalingen van de andere volksgezondheidsprogramma's, dan wel buiten het kader van het voorgestelde programma vallen (amendementen nrs. 2, 15, 21, 32, 43 en 47)

    - amendementen waarin een minder soepele tekst wordt voorgesteld en/of die het toepassingsgebied van het programma beperken (amendementen nrs. 5, 14, 30 en 45)

    Noot: Aangaande amendement nr. 30 (bijlage I, deel A, punt 3), zie deel III, punt 1, derde alinea, van deze motivering.

    - amendementen waarin reeds op een andere plaats is voorzien (amendementen nrs. 26, 27 en 28).

    ii) De Raad heeft de volgende amendementen gedeeltelijk of in een andere vorm overgenomen:

    - amendement nr. 31 (bijlage I, deel A), inhoudelijk, door punt 1 aan te vullen.

    - amendement nr. 46, door de formulering van artikel 3 af te stemmen op de tekst van soortgelijke bepalingen in het kader van de besluiten die reeds zijn aangenomen (overweging 28 van het gemeenschappelijk standpunt).

    IV. CONCLUSIE

    Afgezien van het feit dat de Raad gekozen heeft voor een soortgelijke procedure voor de tenuitvoerlegging van het programma als in het geval van de reeds vastgestelde programma's, heeft hij het voorstel van de Commissie, zoals dat ingevolge het advies van het Parlement was gewijzigd, in grote lijnen gehandhaafd.

    (1) PB nr. C 338 van 16. 12. 1995, blz. 4.

    (2) PB nr. C 141 van 13. 5. 1996, blz. 94.

    (3) PB nr. C 174 van 17. 6. 1996, blz. 3.

    (4) PB nr. C 129 van 2. 5. 1996, blz. 50.

    (5) COM(96) 222 def. - 95/0238 (COD) (nog niet verschenen in het Publikatieblad).

    (6) PB nr. C 165 van 17. 6. 1994, blz. 1.

    Top