Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51999DC0643

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees parlement, het economisch en Sociaal comité en het comité van de regio's - Plan voor de bijdrage van de Gemeenschap aan de dopingbestrijding in de sport

/* COM/99/0643 def. */

51999DC0643

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees parlement, het economisch en Sociaal comité en het comité van de regio's - Plan voor de bijdrage van de Gemeenschap aan de dopingbestrijding in de sport /* COM/99/0643 def. */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S - Plan voor de bijdrage van de Gemeenschap aan de dopingbestrijding in de sport

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Plan voor de bijdrage van de Gemeenschap aan de dopingbestrijding in de sport

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding

2. De oorzaken van de sterke toename van doping

3. Een driesporenbenadering

4. Een vooraanstaande plaats inruimen voor de ethiek en de bescherming van de gezondheid van sporters intensiveren

5. Een nieuw partnerschap tot stand brengen: het internationale agentschap voor de bestrijding van doping

6. De instrumenten van de gemeenschap inschakelen

7. Conclusie

Bijlage 1 Instrumenten van de Gemeenschap voor de bestrijding van doping in de sport.

1. Intensivering van het onderzoek naar dopingmiddelen, opsporingsmethoden en de gevolgen van doping voor de gezondheid

2. Gebruikmaking van de programma's op het gebied van onderwijs, scholing en jongeren om voorlichtings-, scholings-, bewustmakings- en preventiewerkzaamheden op dopinggebied te verrichten

3. Gebruikmaking van alle mogelijkheden die de programma's voor samenwerking op het gebied van politie en justitie bieden

4. Intensivering van de voorlichting over geneesmiddelen

5. Ontwikkeling van werkzaamheden in het kader van het volksgezondheidsbeleid

Bijlage 2 "Advies van de EWE over de ethische aspecten van de bestrijding van doping in de sport".

Bijlage 3 Documenten over de oprichting van het Internationale Agentschap voor de bestrijding van doping.

1. Inleiding

Dopingpraktijken zijn ten alle tijde in strijd geweest met de fundamentele beginselen van de ethiek in de sport. Doordat het aantal vastgestelde gevallen hand over hand toeneemt, heeft doping in de sport vandaag de dag niet langer alleen te maken met de ethiek in de sport, maar is het een vraagstuk voor de volksgezondheid geworden. Lichamelijke oefening en sportbeoefening moeten in beginsel tot een betere levenskwaliteit leiden. Het gebruik van verboden middelen of het misbruik van geneesmiddelen is evenwel schadelijk voor de gezondheid van de sporter en is dan ook in tegenspraak met de eigenlijke doelstelling van sport. In de wedstrijdsport staat doping voor het tegendeel van sportiviteit en de waarden waarvoor de sport van oudsher stond, namelijk loyaliteit en lichamelijke inspanningen waardoor men zichzelf overtreft.

Op het toegenomen aantal dopingschandalen in 1998 en de aandacht die daaraan door de media is gegeven, heeft het Internationaal Olympisch Comité (IOC) snel gereageerd door een internationale conferentie te organiseren, die tot doel had om een internationaal agentschap voor de bestrijding van dit kwaad tot stand te brengen.

In december 1998 heeft de Europese Raad te Wenen zijn bezorgdheid uitgesproken over de omvang en de ernst van dopingpraktijken in sportkringen en er met nadruk op gewezen dat er op het niveau van de Europese Unie actie moet worden ondernomen. In het verlengde hiervan zijn de ministers van sportzaken in 1999 drie keer informeel [1] bijeengeweest om over dopingvraagstukken te spreken.

[1] De drie vergaderingen vonden plaats in Bonn/ Bad Godesberg (18 januari 1999), Paderborn (1 en 2 juni 1999) en Vierumäki in Finland (25 oktober 1999).

Op 17 december 1998 heeft het Europees Parlement een resolutie [2] aangenomen, waarin de Commissie verzocht wordt om rekening te houden met de daadwerkelijke dimensie van het dopingprobleem en om maatregelen op het niveau van de Gemeenschap voor te stellen, die met name tot een betere coördinatie en een betere onderlinge afstemming tussen de maatregelen en acties op nationaal niveau en die op Europees niveau leiden.

[2] Resolutie over urgente maatregelen tegen doping in de sport, PB nr. C 98 van 9 april 1999.

Het Comité van de Regio's heeft voorts een advies uitgebracht over het "Europese sportmodel" [3], waarin een hoofdstuk over doping is opgenomen. Het Comité van de Regio's onderstreept dat "coördinatie en onderlinge afstemming van nationale maatregelen nodig zijn" en ondersteunt de oproep van het EP "aan de Europese Commissie om voorstellen te doen voor de uitvoering van een onderling afgestemd volksgezondheidsbeleid met als doel doping te bestrijden".

[3] Advies van het Comité van de Regio's, CDR 37/99 def. van 16 september 1999.

Tot slot dient eraan te worden herinnerd dat Europa van oudsher en met name sinds de goedkeuring op 16 november 1989 van het Verdrag van de Raad van Europa tegen doping [4] een drijvende kracht op het gebied van de dopingbestrijding is.

[4] Raad van Europa - Europese Verdragen - STE nr. 135.

Deze mededeling heeft tot doel om een overzicht te geven van de werkzaamheden die door de Commissie verricht worden en van de werkzaamheden die gepland zijn om te voldoen aan de verzoeken die andere instellingen en organen van de Gemeenschap op het gebied van de dopingbestrijding geformuleerd hebben.

2. De oorzaken van de sterke toename van doping

De Commissie vestigt in het bijzonder de aandacht op de oorzaken die de toename van dopingpraktijken verklaren. In de eerste plaats dient erop gewezen te worden dat doping een ander karakter heeft gekregen. Vandaag de dag wordt er, uitzonderingen daargelaten, niet enkel en alleen door één enkele sportbeoefenaar op de dag van de wedstrijd gedoopt. Het gaat nu veeleer om systematische methoden die binnen teams op georganiseerde wijze worden toegepast en waarbij op een manier die in strijd is met de ethiek gebruik wordt gemaakt van de vooruitgang op medisch en farmaceutisch gebied. Er wordt bijvoorbeeld steeds meer gebruik gemaakt van stoffen waarmee het gebruik van doping bij tests kan worden gecamoufleerd.

Een van de hoofdoorzaken van de toename van doping is dat sport te commercieel aan het worden is. Door de enorme stijging van de uitzendrechten die zich onlangs heeft voorgedaan en de belangrijke contracten met sponsors is de druk op de atleet en zijn omgeving steeds groter geworden, wat het gebruik van verboden middelen in de kaart speelt. De commercialisering van de sport en de economische en financiële belangen die daarmee gepaard gaan, hebben ertoe geleid dat het aantal sportwedstrijden gestegen is en er steeds minder tijd is voor rust, waardoor ook de sportcarrières van beroepssporters korter duren. Daarnaast dienen ook de schadelijke effecten te worden genoemd van de contracten die sommige sportbonden met hun sponsors hebben afgesloten, waarin al naar gelang de resultaten of de door de sporters behaalde medailles bij grote wedstrijden vergoedingen worden toegekend. De omgeving van de sporter, van de trainer tot de dokter en van managers tot familieleden, verhoogt de druk op de sporter in sommige gevallen nog.

Tot slot zij opgemerkt dat het bij deze problematiek voor een groot deel om jonge sporters gaat. De mogelijkheid om snel veel geld te verdienen gepaard met de noodzaak voor de hoofdrolspelers in het economische leven om voortdurend sporters te "produceren" die in de schijnwerpers staan, kan ertoe leiden dat sportcarrières op steeds jongere leeftijd beginnen.

Dopingbestrijding is er voorts een goed voorbeeld van hoe de werkzaamheden van de Gemeenschap tot een versterking van de inspanningen op de verschillende niveaus en met name op nationaal niveau kunnen bijdragen en hoe er kan worden ingespeeld op de verwachtingen van de burgers en daarbij tegelijkertijd de onafhankelijkheid van de sportbonden en het subsidiariteitsbeginsel in acht kan worden genomen. Doeltreffende dopingbestrijding kan niet enkel en alleen in nationaal verband plaatsvinden: in een wereld die steeds internationaler wordt, is het van belang dat erop wordt toegezien dat de afzonderlijke lidstaten op dit gebied voor soortgelijke benaderingen kiezen. De Europese Unie kan hier voor toegevoegde waarde zorgen door te bewerkstelligen dat er een zekere samenhang in de verschillende benaderingen komt en door voor de dopingbestrijding de middelen beschikbaar te stellen die haar ter beschikking staan.

3. Een driesporenbenadering

De Commissie heeft op dit vlak voor een driesporenbenadering gekozen :

- In kaart brengen van de standpunten van deskundigen over de ethische, juridische en wetenschappelijke kanten van het dopingverschijnsel; te dien einde heeft de Commissie de Europese Werkgroep voor de Ethiek om advies gevraagd;

- Verlenen van medewerking aan de voorbereidingen voor een internationale conferentie over dopingbestrijding en samenwerken met de olympische beweging om tot een Internationaal Agentschap voor de bestrijding van doping te komen;

- Inschakelen van de instrumenten van de Gemeenschap om de werkzaamheden van de lidstaten aan te vullen en hieraan een communautaire dimensie te geven, daarbij rekening houdend met de toenemende mobiliteit in de sport in Europa en de bevoegdheden die de Gemeenschap ten aanzien van het dopingverschijnsel heeft.

De Europese Gemeenschap heeft vanuit verschillende achtergronden te maken met de bestrijding van doping. De werkzaamheden op dit gebied kunnen direct of indirect plaatsvinden in het kader van het beleid en de programma's die gericht zijn op onderzoek, jongeren, onderwijs en scholing. Bovendien kan het vrije verkeer voor beroepssporters en amateurs belemmerd worden door de verschillen in de dopingwetgeving van de lidstaten. Bij doping zijn er tevens aanknopingspunten met de bevoegdheden op het gebied van justitie en binnenlandse zaken en in het bijzonder met de samenwerking op het gebied van politie en justitie. Tot slot voorziet artikel 152 van het Verdrag (volksgezondheid) in stimuleringsmaatregelen ter bescherming en verbetering van de menselijke gezondheid, waarbij de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten uitgesloten is.

4. Een vooraanstaande plaats inruimen voor de ethiek en de bescherming van de gezondheid van sporters intensiveren

Het eerste zwaartepunt in de werkzaamheden van de Gemeenschap sluit aan op het vervolg dat aan het advies van de Europese Werkgroep voor de Ethiek (EWE) [5] zal worden gegeven. De Commissie wilde vernemen welke mening vooraanstaande Europese deskundigen over doping zijn toegedaan. Uit dien hoofde is in 1999 een beroep gedaan op de EWE, die op 11 november advies heeft uitgebracht (Bijlage 2).

[5] De Europese Werkgroep voor de Ethiek (EWE) is op initiatief van de heer Delors officieel in 1991 opgericht. Na een aantal veranderingen in 1998 telt de EWE nu 12 leden, die allemaal vooraanstaande Europese deskundigen uit de verschillende disciplines zijn. De EWE heeft tot taak de Commissie van adviezen te voorzien.

De EWE heeft een definitie van doping voorgelegd en vervolgens aan een aantal ethische uitgangspunten herinnerd waarop alle werkzaamheden van de Gemeenschap geënt dienen te zijn.

- Het recht van een ieder op veiligheid en gezondheid. De EWE is van mening dat deze rechten, net als voor alle andere groepen burgers, ook voor sporters moeten gelden;

- Integriteit en helderheid als grondslag voor regulaire sportwedstrijden en voor het behoud van het imago van de sport in het algemeen;

- Bijzondere aandacht voor de mensen die het meeste gevaar lopen en in het bijzonder voor kinderen die bijzonder veel interesse kunnen hebben voor topsport.

De EWE heeft in het algemeen zeer veel nadruk gelegd op de rechten van sporters en op de noodzakelijke bescherming tegen een omgeving die dopinggebruik stimuleert.

Deze rechten brengen echter ook met zich mee dat sporters zich zowel in moreel en deontologisch opzicht als in wettelijk opzicht aan een aantal verplichtingen dienen te houden. De EWE heeft eraan herinnerd dat de verantwoordelijkheid voor de dopingbestrijding bij de sportbonden en sportfederaties, de sporters zelf, hun medische en technische begeleiders en alle andere betrokkenen, en met name de betrokkenen uit de overheidssector ligt.

Uitgaande van deze ethische uitgangspunten heeft de EWE een aantal maatregelen voorgesteld. Tot deze maatregelen behoren :

- de totstandbrenging van een doeltreffend systeem voor gezondheidscontroles bij sporters, met name door de oprichting van een gespecialiseerde dienst die sporters medische en psychologische hulp en voorlichting biedt;

- de goedkeuring van een richtlijn voor de bescherming van jonge sporters en met name van degenen die beroepssporter willen worden;

- de goedkeuring van specifieke voorschriften voor de bescherming van sporters als werknemers die bijzondere risico's lopen;

- de bevordering van epidemiologisch onderzoek naar de gezondheid van sporters;

- de organisatie van conferenties in samenwerking met de wereld van de sport over het dopingvraagstuk en de gezondheid van sporters;

- de bewustmaking van mensen in het onderwijs voor het vraagstuk van de ethiek in de sport;

- toenemende samenwerking op het gebied van politie en justitie;

- opname in de contracten met sporters van bepalingen omtrent doping en het verbod om doping te gebruiken;

- de goedkeuring na afloop van een Europese conferentie over doping in de sport van een gemeenschappelijke verklaring die als gedragscode voor de sport kan fungeren.

De Commissie heeft met zeer veel belangstelling kennis genomen van het op 11 november 1999 uitgebrachte advies. In dit advies worden een aantal ethische uitgangspunten bevestigd, waarmee de Commissie in haar toekomstige werkzaamheden en overwegingen rekening wil houden. Daarenboven zullen de voorstellen van de EWE aandachtig worden bestudeerd en zullen op basis daarvan initiatieven van de Commissie worden ontwikkeld.

5. Een nieuw partnerschap tot stand brengen: het internationale agentschap voor de bestrijding van doping

Het tweede zwaartepunt in de werkzaamheden van de Gemeenschap betreft de medewerking aan het Internationale Agentschap voor de bestrijding van doping. Een aantal taken die aan dit agentschap zullen worden toevertrouwd, vallen namelijk onder de gebieden waarop de Gemeenschap bevoegdheden heeft, zoals de bescherming van de volksgezondheid, onderzoek, het vrije verkeer van sporters. In het beleid van de Gemeenschap op het gebied van jongeren, onderwijs en scholing kan eveneens plaats worden ingeruimd voor voorlichtingsactiviteiten en bewustmakingscampagnes op dit gebied. De Gemeenschap heeft er dus duidelijk belang bij om mee te werken aan de oprichting van een dergelijk agentschap.

Dit agentschap moet het raamwerk vormen voor een nieuw partnerschap tussen de olympische beweging en de overheidsinstanties. Het valt niet te ontkennen dat het dopingverschijnsel van een dergelijke omvang is dat het zowel de mogelijkheden als de bevoegdheden van de sportbonden overstijgt. Het is dan ook absoluut noodzakelijk geworden dat de overheid actie onderneemt. Een van de grote voordelen van dit toekomstige agentschap zal bovendien zijn dat de twee belangrijkste hoofdrolspelers op het gebied van de dopingbestrijding in de gelegenheid zullen worden gesteld om samen te werken. Bovendien is het van belang dat alle betrokkenen zich er moreel toe verplichten om de besluiten van het agentschap uit te voeren, zelfs al hadden deze besluiten vanuit het Gemeenschapsrecht bezien slechts de status van aanbevelingen.

De Europese Unie - de lidstaten en de Commissie - heeft van meet af aan op het standpunt gestaan dat de onafhankelijkheid van het agentschap gerespecteerd dient te worden en dit agentschap op heldere wijze dient te functioneren. De Commissie kan in het beginstadium steun verlenen aan de oprichting van dit agentschap, ook al zou het daarbij om een stichting op basis van burgerlijk recht gaan. De Commissie is echter van mening dat vervolgens in de richting van een agentschap op basis van publiekrecht moet worden gewerkt. Het wordt dan absoluut noodzakelijk om een internationale conferentie te beleggen. Om tot een daadkrachtige bestrijding van doping te komen, kan evenwel niet op een dergelijk proces gewacht worden.

Om ervoor te zorgen dat aan deze uitgangspunten wordt voldaan, hebben de vertegenwoordigers van de lidstaten, de Commissie en de Raad van Europa bij de voorbereidende werkzaamheden voor het agentschap met een stem gesproken. Bij de voorbereidende werkzaamheden kon met name worden bereikt dat de twee partijen in het toekomstige agentschap op paritaire voet vertegenwoordigd zullen zijn en belangrijke beslissingen met eenparigheid van stemmen genomen zullen worden.

Op basis van deze akkoorden heeft het IOC van zijn kant de Europese Gemeenschap verzocht om mee te werken aan de oprichting van het agentschap. Het IOC heeft in oktober 1999 een brief gestuurd naar de fungerende Voorzitter van de Raad van de Europese Unie en naar de voorzitter van de Europese Commissie en hen daarin uitgenodigd om de oprichting van een Internationaal Agentschap voor de bestrijding van doping tot een afronding te brengen en medewerking te verlenen aan het agentschap. Het IOC wenst dat het agentschap, dat op 10 november 1999 is opgericht, voor de Olympische Spelen in Sydney in september 2000 volledig operationeel is.

De lidstaten en de Commissie hebben besloten om positief op dit verzoek te reageren en zijn dan ook in onderhandeling gegaan met het IOC. In de standpunten die door de lidstaten in overeenstemming met de Commissie naar voren zijn gebracht, ging het er met name om dat de onafhankelijkheid en transparantie van het agentschap veiliggesteld werden en dat de reikwijdte van zijn taken werd vastgelegd. Op 2 november 1999 zijn het IOC en de Europese Unie het op een bijeenkomst eens geworden over de ontwerp-statuten van het agentschap. Aan deze statuten zullen echter nog de volgende punten moeten worden toegevoegd:

- In de tekst dient te worden onderstreept dat het van wezenlijk belang is dat alle betrokken partijen zich in politiek en moreel opzicht sterk maken voor de werkzaamheden van het agentschap;

- Het is aan het agentschap om de lijst met verboden middelen vast te stellen en te wijzigen, waarbij de lijst van de medische commissie van het IOC als uitgangspunt genomen dient te worden;

- Het agentschap is verantwoordelijk voor de erkenning van de laboratoria voor de tests en de harmonisering van de testmethoden;

- Het agentschap zal in nauwe samenwerking met de internationale sportfederaties en de desbetreffende overheidsinstanties zorg dragen voor de organisatie en coördinatie van de tests die buiten wedstrijdverband plaatsvinden;

- Overheidsinstanties en sportbonden zullen op gelijke voet vertegenwoordigd zijn in de stichtingsraad, die zich geheel onafhankelijk van invloeden van buitenaf - zoals bijvoorbeeld ongeoorloofde belangen van commerciële aard - zal moeten opstellen;

- Belangrijke besluiten worden met eenparigheid van stemmen genomen;

- De stichtingsraad neemt zo spoedig mogelijk een definitieve beslissing over de vestigingsplaats van het agentschap, waarbij objectieve criteria in acht dienen te worden genomen;

- Lausanne is de voorlopige vestigingsplaats van het agentschap.

Op basis van dit akkoord met de vertegenwoordigers van de Europese Unie en de Raad van Europa heeft het IOC de statuten van het agentschap gedeponeerd om de stichtingsraad te kunnen oprichten. De stichtingsraad heeft tot taak om de eerste besluiten te nemen, met name waar het gaat om de selectiecriteria voor de stad die de definitieve vestigingsplaats van het agentschap moet worden.

In de overgangsfase die tot 1 januari 2002 zal duren, zal de Unie met twee vertegenwoordigers ad personam in de stichtingsraad vertegenwoordigd zijn. De Commissie zal als waarnemer deelnemen. Het IOC zal in de eerste twee jaar zorg dragen voor de financiering van het agentschap.

Op deze wijze kan de Gemeenschap op voorstel van de Commissie formeel het besluit nemen om volledig mee te werken aan de werkzaamheden, alsook aan de financiering van het agentschap. Vanuit dit oogpunt zou de Commissie dan ook een begin moeten maken met de voorbereidingen voor een voorstel aan het Parlement en de Raad van Ministers om de deelname van de Gemeenschap aan de werkzaamheden van het agentschap te formaliseren. In dit voorstel dienen de noodzakelijke begrotingsramingen te worden opgenomen, zodat gevolg zal kunnen worden gegeven aan de financiële verplichtingen die met ingang van 1 januari 2002 voor de in de Raad van Bestuur vertegenwoordigde overheidsinstanties zullen gelden. De olympische beweging verwacht op uiterlijk 30 juni 2001 een reactie van de Gemeenschap.

6. De instrumenten van de gemeenschap inschakelen

Het gebruik maken van de instrumenten van de Gemeenschap vormt het derde zwaartepunt in de werkzaamheden van de Gemeenschap. Twee soorten werkzaamheden zijn denkbaar. Enerzijds kan de coördinatie van maatregelen met een regelgevend karakter worden verbeterd. Anderzijds kan er gebruik worden gemaakt van de programma's van de Gemeenschap, waarmee in Europees verband steun kan worden verleend aan positieve acties die de dopingbestrijding ten doel hebben.

In 1999 zijn in Europa 77 wereldkampioenschappen en 102 Europese kampioenschappen [6] gehouden. Bovendien nemen het aantal Europese clubwedstrijden en het aantal deelnemers ieder jaar toe. Dit heeft mobiliteit van sporters - voor het merendeel beroepssporters - tot gevolg, die willen weten hoe de dopingregels er precies uitzien en wat de consequenties zijn als men zich niet aan die regels houdt.

[6] Verslag van de secretaris-generaal van de Europese Olympische Comités, uitgebracht op de Algemene Vergadering te Praag op 12 en 13 november 1999.

Het is dan ook noodzakelijk dat erop wordt toegezien dat er in de Europese ruimte voor de sport regelingen gelden die geen belemmering vormen voor het vrije verkeer, en met name niet voor het vrije verkeer voor het verlenen van diensten door beroepssporters in de Unie.

Om te bereiken dat de inspanningen op het gebied van de dopingbestrijding vandaag de dag een duurzaam effect hebben en doeltreffend zijn, is het van groot belang dat er gezorgd wordt voor een daadwerkelijke coördinatie en synergie tussen de werkzaamheden die de verschillende hoofdrolspelers - sportbonden, lidstaten, internationale organisaties, Europese Unie, Internationaal Agentschap voor de bestrijding van doping - verrichten op de gebieden waarvoor ze verantwoordelijkheid dragen.

Iedere hoofdrolspeler heeft een bepaalde rol te vervullen. Op het niveau van de Gemeenschap is het zaak dat er voor de dopingbestrijding gebruik wordt gemaakt van de instrumenten waarover de Europese Unie beschikt. Verscheidene beleidsvormen en instrumenten van de Gemeenschap kunnen een bijdrage leveren aan de dopingbestrijding. De op deze basis te ondernemen werkzaamheden zullen gecoördineerd worden met de overige hoofdrolspelers die bij de dopingbestrijding betrokken zijn, namelijk het Internationale Agentschap voor de bestrijding van doping, de nationale autoriteiten en de sportbonden. De inspanningen zullen voornamelijk gericht worden op de volgende punten :

- intensivering van het onderzoek naar dopingmiddelen, opsporingsmethoden, de gevolgen van doping voor de gezondheid en naar doping als sociaal-economisch verschijnsel,

- gebruikmaking van de programma's op het gebied van onderwijs, scholing en jongeren om voorlichtings-, scholings-, bewustmakings- en preventie-werkzaamheden op dopinggebied te verrichten,

- gebruikmaking van alle mogelijkheden die de programma's voor samenwerking op het gebied van politie en justitie bieden,

- intensivering van de voorlichting over geneesmiddelen,

- ontwikkeling van werkzaamheden in het kader van het volksgezondheidsbeleid.

Bij al deze werkzaamheden dient, overeenkomstig de toelichting in bijlage 1, gebruik te worden gemaakt van het instrumentarium van de Gemeenschap.

7. Conclusie

Europa is altijd al een drijvende kracht in de internationale sport geweest. In de landen van de Europese Unie vinden ieder jaar een groot aantal sportevenementen plaats. Tegen deze achtergrond dient de Unie een bijzondere verantwoordelijkheid op zich te nemen bij de bestrijding van doping, die een ernstige bedreiging vormt voor de ontwikkeling en geloofwaardigheid van de sport, in die zin dat het - zoals het Europees Parlement in zijn resolutie [7] schrijft - om een verschijnsel gaat waardoor "de gezondheid der sporters bedreigd wordt, wedstrijden vervalst worden, het imago van de sport bij jongeren geschaad wordt en de ethische dimensie van de sport wordt aangetast".

[7] Ibid. 2.

Het is noodzakelijk dat de werkzaamheden van de Gemeenschap een versterking vormen voor de werkzaamheden van nationale overheidsinstanties en die doeltreffender maken. Bij deze werkzaamheden moet gebruik worden gemaakt van het instrumentarium dat de Gemeenschap voor deze strijd tot haar beschikking heeft. Met het voorgestelde plan voor de bijdrage van de Gemeenschap voldoet de Commissie aan de verzoeken van de Europese Raad, het Europees Parlement en het Comité voor de Regio's. Om voor continuïteit op dit gebied te zorgen, zal de Commissie iedere twee jaar verslag uitbrengen over de resultaten van de werkzaamheden die in communautair en nationaal verband verricht zijn, alsmede over de ontwikkelingen in de dopingpraktijken.

Tot slot zal de Commissie ernaar streven dat al deze werkzaamheden gecoördineerd met de Raad van Europa plaatsvinden. De Commissie overweegt met name of op basis van artikel 300 van het Verdrag een aanbeveling aan de Raad kan worden voorgelegd over de toetreding van de Gemeenschap tot het Verdrag van de Raad van Europa tegen doping [8].

[8] Ibid. 4.

De Commissie zal er tevens op toezien dat de werkzaamheden plaatsvinden in nauw overleg met de overige internationale partners die bij deze strijd betrokken zijn.

De Commissie neemt nota van het advies over dopingbestrijding van de Europese Werkgroep voor de Ethiek, bevestigt haar bereidheid om een bijdrage te leveren aan het welslagen van het Internationaal Agentschap voor de bestrijding van doping en om het plan voor de bijdrage van de Gemeenschap aan de dopingbestrijding ten uitvoer te brengen.

Met de onderhavige mededeling beoogt de Commissie te voldoen aan de verzoeken van de andere instellingen. Ze beoogt hiermee tevens aan de verwachtingen van de Europese burgers te voldoen voor wie sportbeoefening onomstotelijk van sociaal belang is. Europa neemt van oudsher een zeer belangrijke plaats in de internationale sport in. Het heeft ook een voortrekkersrol vervuld bij de dopingbestrijding. De werkzaamheden van de Gemeenschap moeten een versterking en ondersteuning vormen voor deze strijd tegen doping, zodat sport weer haar ware ethische dimensie hervindt en een stut vormt voor de waarden waarvoor de sport als instrument voor de maatschappelijke integratie en de verbetering van de gezondheid en als leerschool voor het leven staat.

Bijlage 1

Tekst van 19.11.99

Instrumenten van de gemeenschap voor de dopingbestrijding

Om te bereiken dat de inspanningen op het gebied van de dopingbestrijding vandaag de dag een duurzaam effect hebben en doeltreffend zijn, is het van groot belang dat er gezorgd wordt voor een daadwerkelijke coördinatie en synergie tussen de werkzaamheden die de verschillende hoofdrolspelers - sportbonden, lidstaten, internationale organisaties, Europese Unie, Internationaal Agentschap voor de bestrijding van doping - verrichten op de gebieden waarvoor ze verantwoordelijkheid dragen.

Iedere hoofdrolspeler heeft een bepaalde rol te vervullen. Op het niveau van de Gemeenschap is het zaak dat er voor de dopingbestrijding gebruik wordt gemaakt van de instrumenten waarover de Europese Unie beschikt. Zo wordt doping in de Mededeling van de Commissie aan de Raad, aan het Europees Parlement, aan het Economisch en Sociaal Comité en aan het Comité van de Regio's betreffende een actieplan van de Europese Unie inzake drugsbestrijding (2000 - 2004) [9] een plaag genoemd die bestreden dient te worden. Verscheidene beleidsvormen en instrumenten van de Gemeenschap kunnen een bijdrage leveren aan de dopingbestrijding. De inspanningen zullen voornamelijk gericht worden op de volgende punten:

[9] COM/99/239.

1. Intensivering van het onderzoek naar dopingmiddelen, opsporingsmethoden en de gevolgen van doping voor de gezondheid

Door haar werkzaamheden op onderzoeksgebied levert de Gemeenschap al jaren een actieve bijdrage aan de dopingbestrijding in de sport. Het Kaderprogramma [10] is een instrument dat samenwerking mogelijk maakt tussen competente onderzoeksinstellingen in de Unie en uit hoofde van samenwerkingsovereenkomsten op wetenschappelijk en technisch gebied ook mogelijkheden biedt voor samenwerkingsverbanden met andere delen van de wereld.

[10] Besluit nr. 182/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 december 1998

- Onderzoek is een instrument dat van doorslaggevend belang is voor de dopingbestrijding in die zin dat :

- doping een sociaal-economisch verschijnsel is dat geenszins van marginale betekenis is en een groot aantal beroepssporters en amateurs aangaat;

- de geloofwaardigheid van de genomen beslissingen en vastgestelde richtsnoeren alsook van de veroordelingen van degenen die op doping betrapt worden, afhankelijk is van de betrouwbaarheid van het opsporingssysteem (van het nemen van monsters tot de rapportage over de testresultaten);

- de moderne dopingtechnieken zich voortdurend ontwikkelen en daarbij ingehaakt wordt op de vooruitgang op medisch en farmaceutisch gebied;

- de effecten die het gebruik van dopingmiddelen op de gezondheid heeft nog niet voldoende bekend zijn.

- Dit neemt niet weg dat er verbeteringen noodzakelijk zijn. De wetenschappelijke criteria op dopinggebied, de voorzieningen voor dopingtests en de ontwikkelingen bij het onderzoek naar dopingmiddelen lopen namelijk van land tot land uiteen. Door deze verschillen tussen de landen wordt het gebruik van doping niet verhinderd, maar eerder nog in de hand gewerkt. In het licht van dit sociaal-economische verschijnsel dat steeds meer om zich heen grijpt, kan in het aloude stelsel van sportregelingen niet langer gewerkt worden met een wetenschappelijk instrumentarium dat niet op maat gesneden is. Doelgerichte en goed gecoördineerde onderzoeksinspanningen op het niveau van de Unie kunnen, tezamen met een hervorming van dit stelsel, voor meer samenhang en doeltreffendheid in de strijd tegen doping zorgen.

- Op het ogenblik zijn in het Vijfde Kaderprogramma twee specifieke onderzoekslijnen opgenomen, waaronder de werkzaamheden in verband met de dopingbestrijding vallen, namelijk het programma "concurrerende en duurzame groei" en "kwaliteit van het bestaan". De werkzaamheden in dit verband vinden plaats langs drie hoofdlijnen:

i. ontwikkeling van methoden en instrumenten om verdachte stoffen op te sporen en te meten;

ii. bevordering van samenwerking tussen laboratoria voor dopingtests en scholing van de vakkrachten die daar werken;

iii. verwerving van inzicht in de effecten die doping op de lange termijn voor mensen heeft.

- Het zou goed zijn als een aantal aanzetten verder zouden worden ontwikkeld. Zo heeft het Internationaal Olympisch Comité in het kader van een onderzoeksproject van de Gemeenschap zwaartepunten voor het onderzoek op een rijtje gezet, waaraan in het Vijfde Kaderprogramma zou moeten worden gewerkt en die te maken hebben met de ontwikkeling van fundamentele medische kennis en van technologieën in verband met het [11]:

[11] Europese Commissie, Directoraat-generaal Onderzoek - Standards, measurements and testing programme "Harmonisation of methods and measures in the fight against doping in sport (HARDOP)" - Final Project Report SMT4-1998-6530.

Onderzoek van medische en fysiologische aard (programma "Kwaliteit van het bestaan"):

- versterking van de wetenschappelijke uitgangspunten voor de analyse van de gezondheidsrisico's van dopingmiddelen en van de sociaal-economische en psychologische aspecten van dopinggebruik;

- ontwikkeling van methoden waarmee het gebruik van dopingmiddelen voorkomen en gecontroleerd kan worden;

- fysiologische veranderingen die het gevolg zijn van bepaalde stoffen, zodat ze eenvoudiger kunnen worden opgespoord; specifieke veranderingen in bepaalde bloedparameters (tracers) en wijziging van de definitie van doping, zodat die gebruikt kunnen worden;

- in samenwerking met de farmaceutische industrie in kaart brengen van de dopingeffecten die farmaceutische stoffen potentieel kunnen hebben (wetenschappelijke dopingbewaking).

Onderzoek van metrologische aard (programma "Concurrerende en duurzame groei"):

- nieuwe meet- en opsporingsmethoden en -instrumenten waarmee verboden stoffen sneller, betrouwbaarder en goedkoper gemeten kunnen worden,

- controle-instrumenten van hoge kwaliteit en referentiestoffen die in de laboratoria voor dopingtests gebruikt kunnen worden,

- systemen voor het kenmerken en beschermen van monsters,

- mobiel laboratorium en op elkaar afgestemde instrumenten,

- gegevensbanken ten behoeve van de analyse van stoffen.

- Als aanvulling hierop zou door middel van steunverlening aan onderzoeksvoorzieningen (derde thema van het vijfde kaderprogramma "Concurrerende en duurzame groei") aan de laboratoria en instanties die bij de strijd tegen doping betrokken zijn een passend raamwerk van regels en normen kunnen worden gegeven, dat door de politie en justitie in de verschillende landen erkend zou kunnen worden. Door hun toegenomen geloofwaardigheid op wetenschappelijk en technisch vlak zouden de laboratoria samenwerking kunnen aangaan met andere sectoren (farmaceutische industrie, politie, douane, enz.). Deze werkzaamheden hebben met name tot doel om:

- de laboratoria voor dopingtests te helpen om te werken aan hun erkenning volgens ISO 17025 of certificatie volgens ISO 9001,

- met het oog op de erkenning ondersteuning te bieden voor de scholing van de vakkrachten en de staf in de laboratoria en van degenen die de monsters nemen om tot tests in grensoverschrijdend verband en multidisciplinaire teams te komen,

- een kwalitatief hoogwaardig systeem van mobiele eenheden voor de monsterneming en tests te ontwikkelen en op te zetten,

- testsystemen voor samenwerkende laboratoria te ontwikkelen die voldoen aan traceerbaarheidseisen,

- een gegevensbank met referentiestoffen en -materiaal op te zetten.

In het kader van het thema "kwaliteit van het bestaan en beheer van biologische hulpbronnen - onderzoek op het gebied van de volksgezondheid en de gezondheidszorg" van het vijfde kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002) zou eveneens onderzoek kunnen worden gedaan naar de psychologische en sociaal-economische factoren die bij beroepssporters en amateurs tot dopinggebruik leiden

2. Gebruikmaking van de programma's op het gebied van onderwijs, scholing en jongeren om voorlichtings-, scholings-, bewustmakings- en preventiewerkzaamheden op dopinggebied te verrichten

De programma's van de Commissie op het gebied van jongeren, onderwijs en scholing kunnen met name op het punt van bewustwording, preventie, scholing en voorlichting een nuttige bijdrage aan de strijd tegen doping leveren. Het gaat hierbij voornamelijk om het Leonardo-programma, het Socrates-programma en het toekomstige communautaire actieprogramma "Jeugd" Hoewel de dopingbestrijding niet het eerste oogmerk van deze programma's is, kunnen ze daaraan indirect toch een aanzienlijke bijdrage leveren indien projectvoorstellen worden voorgelegd die in de pas lopen met de doelstellingen en criteria van deze programma's.

Het actieprogramma van de Europese Unie voor samenwerking op onderwijsgebied, het Socrates-programma [12] heeft tot doel om de grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen en de kwaliteit van het onderwijs door middel van grensoverschrijdende partnerschappen te verbeteren. Het Leonardo-programma [13] is het actieprogramma voor de beroepsopleiding in Europa. Het toekomstige communautaire actieprogramma "Jeugd" [14] is gericht op samenwerking in het jeugdbeleid en hieronder vallen ook het Europees vrijwilligerswerk en jongerenuitwisselingen in de Europese Unie en met derde landen.

[12] Besluit Nr. 819/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 1995 tot instelling van het communautair actieprogramma Socrates - Publicatieblad nr. L 87/10 van 20/04/1995. Gemeenschappelijk standpunt (EG) Nr. 6/1999 door de Raad vastgesteld op 21 december 1998 met het oog op de aanneming van Besluit nr. .../1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van ... tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma op onderwijsgebied "Socrates"- Publicatieblad nr. C 49 van 22/02/1999 blz. 42 - 64.

[13] 94/819/EG: Besluit van de Raad van 6 december 1994 tot vaststelling van een actieprogramma voor de ontwikkeling van een beleid van de Europese Gemeenschap inzake beroepsopleiding - Publicatieblad nr. L 340 van 29/12/1994 blz. 8- 24. Besluit van de Raad van 26 april 1999 tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding "Leonardo da Vinci" - Publicatieblad nr. L 146 van 11/06/1999 blz. 33 - 47.

[14] Gemeenschappelijk standpunt (EG) nr. 22/1999 door de Raad vastgesteld op 28 juni 1999 met het oog op de aanneming van Besluit nr. _/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het communautaire actieprogramma "Jeugd" - Publicatieblad nr. C 210 van 22/07/1999 blz. 33 - 47.

Deze drie programma's hebben algemene doelstellingen, maar kunnen niettemin een niet onaanzienlijke bijdrage leveren aan de bestrijding van doping. Het communautaire actieprogramma "Jeugd" is hier een goed voorbeeld van. Dit programma heeft de volgende doelstellingen:

a) het bevorderen van de actieve bijdrage van jongeren aan de Europese integratie via hun deelneming aan uitwisselingen;

b) het versterken van de zin voor solidariteit bij de jeugd, door jongeren meer te betrekken bij transnationale activiteiten ten dienste van de samenleving;

c) het stimuleren van initiatief, ondernemingsgeest en creativiteit bij jongeren, zodat zij in de samenleving een actieve rol kunnen spelen;

d) het verbeteren van de samenwerking op het gebied van jeugdzaken, via een intensievere uitwisseling van goede praktijken, opleiding van jeugdwerkers/-leiders en ontwikkeling van innoverende acties op communautair niveau.

Dit programma levert ook een bijdrage aan de verwezenlijking van de doelstellingen die op andere relevante beleidsterreinen van de Gemeenschap worden nagestreefd.

De doelstellingen van het programma worden door middel van vijf acties gerealiseerd:

- Jeugd voor Europa: jongerenuitwisselingen binnen de Gemeenschap en jongerenuitwisselingen met derde landen;

- Europees vrijwilligerswerk: Europees vrijwilligerswerk binnen de Gemeenschap, Europees vrijwilligerswerk met derde landen;

- Jongereninitiatieven;

- Gezamenlijke acties;

- Begeleidende maatregelen: scholing voor en samenwerking tussen degenen die werkzaam zijn op het gebied van het jongerenbeleid, voorlichting voor jongeren en onderzoek naar jongeren, steunmaatregelen.

In het kader van deze acties kan plaats worden ingeruimd voor het onderdeel "dopingbestrijding". De scholing van jongerenwerkers, de uitwisseling van jonge sporters, jongereninitiatieven, enz. zijn instrumenten waarmee op het punt van scholing, voorlichting, bewustmaking en preventie werkzaamheden ter bestrijding van doping tot ontwikkeling kunnen worden gebracht. Het spreekt vanzelf dat in het kader van het programma "Jeugd", net als bij het LEONARDO-programma en het SOCRATES-programma, slechts op indirecte wijze een bijdrage aan de dopingbestrijding kan worden geleverd en dat die bijdrage grotendeels afhangt van de deelname van een groeiend aantal in sport geïnteresseerde jongeren aan niet formele educatieve projecten die in de pas lopen met de doelstellingen en criteria van het nieuwe programma. Die deelname kan slechts worden bereikt, als de sportbonden nauwer bij de werkzaamheden in het kader van het programma betrokken worden.

Buiten het kader van deze programma's zal daarnaast door het Directoraat-generaal Onderwijs en cultuur een voorlichtings- en bewustmakingscampagne voor alle jongeren worden georganiseerd.

De Commissie zal, gebruikmakend van haar goede betrekkingen met de wereld van de sport en de verantwoordelijke overheidslichamen voor sportzaken, tot slot bijzondere nadruk verlenen aan de dopingbestrijding door :

- de uitwisseling van informatie tussen de verantwoordelijke mensen voor sportzaken te bevorderen en door bekendheid te geven aan voorbeelden van goede benaderingen;

- te stimuleren dat de wetgeving en de toepassing daarvan alsmede de regelingen en handelswijzen van de sportbonden meer op elkaar worden afgestemd. Deze stimulansen zullen worden gegeven met inachtneming van de bevoegdheden die alle betrokken partners - lidstaten, sportbonden - hebben. Er zal een uit vertegenwoordigers van de lidstaten en de sportbonden bestaande werkgroep voor de begeleiding van "de dopingbestrijding" worden opgericht, die regelmatig zal moeten bezien in hoeverre er vooruitgang geboekt is en die de uitwisseling van informatie zal moeten bevorderen.

Het Internationale Agentschap voor de bestrijding van doping zal een van de voornaamste instrumenten voor de verwezenlijking van deze doelstellingen worden.

3. Gebruikmaking van alle mogelijkheden die de programma's voor samenwerking op het gebied van politie en justitie bieden

Voor de dopingbestrijding in de Europese Unie is het vereist dat er op het gebied van de politie en justitie in toenemende mate wordt samengewerkt tussen politiediensten, douanediensten en andere diensten voor de rechtshandhaving, alsmede tussen de beoefenaars van juridische beroepen. In het kader van het OISIN-programma [15] (gemeenschappelijk programma voor uitwisseling en opleiding van en samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties) en het GROTIUS-programma [16] (stimulerings- en uitwisselingsprogramma voor beoefenaars van juridische beroepen) en de eventuele vervolgprogramma's hierop zou plaats kunnen worden ingeruimd voor specifieke scholingsmaatregelen, bewustmakingscampagnes, de verbetering van de informatie-uitwisseling, uitwisselings- en stageprogramma's en de organisatie van conferenties.

[15] 97/12/JBZ: Gemeenschappelijk Optreden van 20 december 1996 door de Raad aangenomen op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, houdende een gemeenschappelijk programma voor uitwisseling en opleiding van en samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties (Oisin) - Publicatieblad nr. L 007 van 10/01/1997 blz. 0005 - 0008.

[16] 96/636/JBZ: Gemeenschappelijk Optreden van 28 oktober 1996 door de Raad goedgekeurd op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie met betrekking tot een stimulerings- en uitwisselingsprogramma voor beoefenaars van juridische beroepen ("Grotius") - Publikatieblad nr. L 287 van 08/11/1996 blz. 0003 - 0006.

4. Intensivering van de voorlichting over geneesmiddelen

De door het IOC opgestelde lijst van verboden middelen is een onlosmakelijk onderdeel van het Verdrag van de Raad van Europa tegen doping [17]. Een aantal merkgeneesmiddelen bevatten stoffen die op deze lijst staan.

[17] Raad van Europa - Europese verdragen - STE nr. 135.

Op het niveau van de Gemeenschap zijn in richtlijn 92/27/EEG van de Raad van 31 maart 1992 [18] de vereisten vastgelegd ten aanzien van de etikettering en de bijsluiter van geneesmiddelen die voor menselijk gebruik bestemd zijn. In een aantal lidstaten wordt op de bijsluiter van merkgeneesmiddelen vermeld dat het desbetreffende merkgeneesmiddel een werkzame stof bevat, die tot een positief testresultaat bij dopingcontroles kan leiden.

[18] Publicatieblad nr. L 113 van 30/04/1992 blz. 0008 - 0012.

Dit is in de richtlijn voorzien, in die zin dat de richtlijn de mogelijkheid biedt tot het opnemen van een « een speciale waarschuwing, indien die voor het betrokken geneesmiddel noodzakelijk is ». Van deze mogelijkheid wordt evenwel niet in alle lidstaten gebruik gemaakt.

In artikel 12 van dezelfde richtlijn wordt gezegd dat de Commissie zo nodig richtsnoeren publiceert voor met name de formulering van speciale waarschuwingen voor bepaalde categorieën geneesmiddelen.

Om de informatievoorziening over merkgeneesmiddelen die verboden stoffen bevatten te intensiveren, stelt de Commissie voor om, met name in het kader van de werkzaamheden voor de volgende vergaderingen van het Geneesmiddelencomité, met de lidstaten een discussie over deze vraag aan te gaan.

5. Ontwikkeling van werkzaamheden in het kader van het volksgezondheidsbeleid

Het dopingverschijnsel is door de explosieve toename die zich onlangs heeft voorgedaan een probleem voor de volksgezondheid geworden. Tegen deze achtergrond biedt artikel 152 van het Verdrag de mogelijkheid om het beleid ter bestrijding van doping versterkt te coördineren. De Commissie is voorts voornemens om uit hoofde van artikel 152 van het Verdrag een voorstel voor een aanbeveling van de Raad voor te leggen ten aanzien van de preventie van dopinggebruik in de sport en met name in de amateursport.

Om met het oog op de preventie van dopinggebruik onder sporters en met name onder amateurs tot gezondheidsbescherming van hoog niveau te komen, is het belangrijkste oogmerk van deze aanbeveling te bewerkstelligen dat de lidstaten sportbeoefening als gezonde levensstijl bevorderen en mensen daarbij bewust maken van de voordelen van sport en van de gevolgen van dopinggebruik voor de gezondheid en de ethiek.

Om te bereiken en te bevorderen dat geen dopingstoffen en dopingmethoden in de sport gebruikt worden, zal de lidstaten in het voorstel voor een aanbeveling worden verzocht om :

a) trainers en coaches bewuster te maken, hen te scholen zodat ze preventief zullen kunnen werken en om instrumenten voor de preventie beschikbaar te stellen;

b) de preventie van dopinggebruik op te nemen in de basisopleidingen en bij- en nascholing van degenen die op gezondheidsgebied werkzaam zijn en hen de passende middelen te geven die nodig zijn om preventief te werken;

c) preventieprogramma's van sportclubs, scholen en universiteiten, buurt- en gezondheidscentra te stimuleren;

d) de actieve medewerking van sporters te bevorderen door vormingsprocessen in de peergroup en door aandacht voor het team;

e) ouders te informeren over de risico's van doping en hen aan te moedigen om hun kinderen fundamentele waarden als een goede gezondheid, fair play en teamgeest mee te geven;

f) de preventie van dopinggebruik, waar nodig, op te nemen in de programma's die gericht zijn op de preventie van drugsgebruik en gezondheidseducatie;

g) passende maatregelen te nemen waardoor voorkomen wordt dat er teveel getraind wordt en er teveel wedstrijden plaatsvinden, waardoor men geen tijd meer heeft om tot rust te komen en men zijn toevlucht neemt tot doping.

Om ervoor te zorgen dat de kennis over doping en over de passende preventie bij sporters toeneemt, zal de lidstaten daarnaast worden verzocht om het onderzoek in het kader van de nationale onderzoeksprogramma's te bevorderen en te herzien en daarbij rekening te houden met de aanbevelingen en inspanningen op onderzoeksgebied op communautair en internationaal niveau.

Om tot een sluitend raamwerk voor de preventie van dopinggebruik onder sporters te komen, zouden de lidstaten tot slot verslagen moeten opstellen over de maatregelen die ze op het in de aanbeveling aan de orde komende terrein genomen en ten uitvoer gebracht hebben, en de Commissie drie jaar na de goedkeuring van de aanbeveling moeten inlichten over de manier waarop in de maatregelen rekening is gehouden met de aanbeveling.

In de aanbeveling zal de Commissie worden verzocht om:

- een verslag op te stellen over de epidemiologische prevalentie van dopinggebruik onder sporters in de Gemeenschap als geheel en over de motieven waarom doping gebruikt wordt;

- onderzoek te stimuleren naar de effectiviteit en efficiency van de verschillende benaderingen en programma's voor de preventie van dopinggebruik onder sporters;

- richtsnoeren uit te werken voor de planning, implementatie en evaluatie van programma's en benaderingen voor de preventie;

- de uitwisseling van preventief werkende programma's en activiteiten tussen mensen en centra die werkzaam zijn op gezondheidsgebied en in de sport te ondersteunen en te coördineren;

- de punten uit de aanbeveling in het oog te houden met het doel de aanbeveling te herzien en bij te stellen, en binnen vijf jaar een verslag op te stellen, waarin rekening wordt gehouden met de verslagen van de lidstaten en de jongste wetenschappelijke gegevens en adviezen.

Het nieuwe Actiekader op het gebied van de volksgezondheid, dat binnenkort wordt gepresenteerd, zal in het kader van de drie hoofdlijnen voor de werkzaamheden de mogelijkheid bieden om aandacht te schenken aan maatregelen ter bestrijding van dopinggebruik.

Het communautaire actieprogramma inzake de preventie van drugsverslaving en het communautair actieprogramma inzake gezondheidsbevordering, -voorlichting, -opvoeding en -opleiding hebben reeds een bijdrage geleverd aan de bestrijding van de drugsverslaving door met name de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen, hun acties te ondersteunen en de coördinatie van hun beleid en hun programma's te bevorderen. Beide programma's kunnen in de toekomst een bijdrage leveren aan de verbetering van de voorlichting, de educatie en scholing in verband met de preventie van dopinggebruik en de daaraan verbonden gevaren voor met name jongeren.

Bijlage 2

Advies van de EWE over de ethische aspecten van de bestrijding van doping in de sport

Opinion of the European Group on Ethics

in Science and New Technologies (EGE)

on the « Ethical Aspects arising from Doping in Sport »

Chairperson's note : This Opinion is submitted at the present time because of its topical nature. In addition, in a few weeks time, we shall be making available materials which presents the overall context of doping in sport and the related ethical debate.

The European Group on Ethics in Science and New Technologies (EGE),

Having regard to the request for an Opinion by the European Commission of 22 April 1999 on doping in sport,

Having regard to the Treaty on European Community, and in particular its Title XIII and Article 152 on public health and its Title III and Article 39 on free movement of persons, services and capital,

Having regard to the Treaty on European Union, and in particular its declaration on sport adopted by the Conference,

Having regard to the Council Directive 89/391/EEC of 12 June 1989 on the introduction of measures to encourage improvements in the safety and health of workers at work,

Having regard to the Council Directive 94/33/EC of 22 June 1994 on the protection of young people at work,

Having regard to the Presidency conclusions of the December 1998 Vienna Council on doping in sport,

Having regard to the Resolution of the Council and of the Representatives of the Governments of the Member States of 3 December 1990 on Community action to combat the use of drugs, including the abuse of medicinal products, particularly in sport,

Having regard to the Declaration by the Council and the Ministers for Health of the Member States, meeting within the Council of 4 June 1991 on action to combat the use of drugs, including the abuse of medicinal products, in sport,

Having regard to the Resolution of the Council and of the Representatives of the Governments of the Member States on a code of conduct against doping in sport adopted in 1992,

Having regard to the European Parliament Resolution of 17 December 1998 on urgent measures to be taken against doping in sport,

Having regard to the European Parliament Resolution of 13 April 1999 on criminal procedures in the European Union,

Having regard to the Final declaration of the informal meeting of Ministers in January 1999 in Bad Godesberg,

Having regard to the Council Presidency conclusions of the informal meeting of the Sport Ministers on 31 May to 2 June 1999 in Paderborn,

Having regard to the Commission staff working paper "The development and prospects for Community action in the field of sport" of 29 September 1998

Having regard to the European Commission "non paper" "The fight against doping in sport : options for European Union action" of 12 January 1999,

Having regard to the DG X (Information, Communication, Culture, Audiovisual) consultation document "The European model of sport" of November 1998,

Having regard to national regulations and opinions expressed by national ethical bodies within the European Union on doping in sport,

Having regard to the Council of Europe Anti-doping Convention adopted on 16 November 1989 and to the further extensive work deriving from it,

Having regard to the Council of Europe's European Charter on Sport of 24 September 1992 and its Recommendation R(92)14 on the Code of Sporting Ethics, the purpose of which is to ensure that safe and healthy sport, accessible to all, is practised at all levels,

Having regard to the United Nations Convention on the Rights of the Child adopted by the General Assembly on 20 November 1989,

Having regard to the Universal Declaration on the Human Genome and Human Rights adopted by the General Conference of UNESCO on 11 November 1997,

Having regard to the Lausanne declaration on doping in sport adopted by the World Conference on Doping in Sport on 4 February 1999,

Having regard to the hearing held on 21 September 1999 by the EGE, with experts, representatives of the European Institutions and of interest groups (health, sport federations, industry, religions),

Having heard the rapporteurs.

THE CONTEXT OF MODERN SPORT

2.1 Transformation of sporting activities and the values in sport

There is an urgent need for policy to take into account the profound change that has taken place in sport in this century due to the influences of growing economic interests and of the mass media on an increasingly global scale. These influences have accelerated medical and technological developments in sport and related industries as well as increased the pressure put on the sports person. As a result, all action concerning doping must take into consideration, in accordance with this change, the realisation that today performance and victory prevail over competition and participation.

The Group thus intends to stress the tension that exists between anti doping measures and an unlimited demand for enhanced performance.

DEFINITIONS

2.2 Scope of the Opinion

This Opinion applies directly to professional or semi-professional competitive sport. It may apply to amateur sport, as the frontier between amateur and professional sport today is becoming increasingly blurred. The Opinion applies only indirectly to "sport for all" (or recreational sport).

2.3 Defining doping in sport

For the purpose of this Opinion, the Group proposes to define doping as «the use of substances, dosages or methods with the intention of enhancing sporting performance, which are banned mainly because they may have a harmful effect on sportsmen/women's health and which may compromise the generally accepted conditions of fair play».

ETHICAL APPROACH

2.4 Ethical approach to doping in sport

The demands that society places on sport cannot be reduced merely to seeking high performance and economic financial gain for sportsmen/women, sport associations and the media. Sporting activities, even professional and semi-professional sport, relate to ethical values, in particular, fair play. Sporting activities are also based on a social compact, justifying the idea that sport is regarded as socially meaningful, valuable and as a cultural good.

2.5 Fundamental European ethical principles in the fight against doping.

All measures taken at EU level should seek to prevent and to combat doping, as well as to promote the health of sportsmen/women, and should take into consideration several ethical principles which are central to the fight against doping. These include:

· protection of health and safety of citizens, which includes sportsmen/women;

· integrity and transparency, which requires guaranteeing the honesty of sports events and the outlawing of cheating;

· protection of vulnerable persons, especially children;

· dignity of the sportspersons and freedom from exploitation.

2.6 Rights and obligations of sportsmen/women

The rights and obligations of sportsmen/women, which are important in the context of an ethical approach to doping in sport, relate mainly to the following:

· autonomy which implies that the sportsman/woman can make use of his/her body freely;

· information about what kind of substances, methods and risks are involved;

· competition under fair conditions, based on equality of access to competition;

· protection from any kind of exploitation linked to economic interests which could seriously limit the autonomy of the sportsman/woman;

· participation in the implementation of ethical rules in sport;

· participation in decision-making processes in the various sports concerned, with the aim of informing the sportsmen/women about risks, advantages, forms of medicalization and how rules are defined with regard to controls and sanctions.

2.7 Shared responsibilities and obligations of sports associations and sportsmen/women

Certain obligations are associated with the rights linked to sporting activities. Such obligations include fair competition which means respect for the rules set down. Fairness not only demands that all sportsmen/women understand and respect such mutually recognized rules, but also requires that the sports associations (regional, national, european, international federations as well as clubs) create conditions which ensure that the sportsmen/women are able to respect those rules.

The sports associations at all levels, including International Federations (IFs) and the International Olympic Committee (IOC), should actively promote sports ethics given their global power and their financial resources. They must provide sportsmen/women with information on what kind of substances, methods and risks are involved with a particular sporting activity.

The right that sportsmen/women have to this information, and the duty of both parties to adhere to anti-doping rules, should be laid down in their contracts. Both parties should be liable to sanctions.

HEALTH ISSUES AND MEDICAL ETHICS

2.8 Sports medicine and ethics

The application of medicine in sports implies specific responsibilities for those who are involved (doctors, trainers, masseurs, psychologists, pharmacists, etc.) in that they exercise considerable influence on the sportsman/woman.

Even if it is generally accepted that the sports physician does not have a solely preventive and/or therapeutic function, because he/she follows the sportsman/woman's training, he/she nevertheless must scrupulously respect the ethical principles of his/her profession and specifically the preservation of the sportsman/woman's health.

Even in the EU member states where sports medicine is not recognised as a speciality, as it is in four EU countries (Austria, Finland, Italy, Portugal), the EU should contribute towards further training courses in sports medicine and in general medical education.

The EU should also encourage the Member States, including financially, to organize campaigns to raise awareness in educational institutions about the problems of health and medicine in sport.

Moreover, it is important that the EU encourages consultation between all parties involved, especially organisations of medical practitioners directly associated with the sports movement, with the aim of promoting the drafting of a code of good practice in sports medicine.

2.9 Doping prevention and healthcare surveillance

The fight against doping cannot be limited to being repressive and can only be successful if all parties involved are interested and make every effort possible to combat doping and promote health in sport. This is the most desirable solution, considering the difficulties faced by previous attempts by the sports movements to prevent and to control doping.

Consequently, the main focus should be on the sportsman/woman's health and on guaranteeing consistent overall medical care. In this context, the Group recommends the setting up of a service of specialized medical, psychological and informational support for sportsmen/women which would be voluntary, non-binding and free of charge. This would allow sportsmen/women to have their health evaluated wherever necessary.

The European Agency on the Evaluation of Medicinal Products EMEA should be involved in evaluating the effects of doping on the physical and psychological health of sportsmen/women. It should also be involved in issuing drug-warnings to athletes, directly accessible on the Internet.

Special attention must be paid to new drugs which could be used as doping products, especially drugs derived from genetic technologies which may be less detectable.

Furthermore, specific clauses on the protection of sportspersons should be introduced, in so far as they are workers exposed to particular occupational hazards, into appropriate Community texts on the health and safety of workers.

2.10 Vulnerable Groups

Taking into account the growing number of children and adolescents involved in top-level training methods and in sporting activities and the pressures exercised on them, measures to preserve their health and to protect their autonomy must be strengthened.

Children and adolescents are particularly vulnerable to manipulation and exploitation, including by doping. Psychological pressure, long training hours and demanding sponsoring contracts can be considered analogous to child labour. In order to protect the childrens' physical and psychological health, sporting activities at top-level should be governed by rules similar to those applied to children "at work". Such rules refer to the principles of the UN Convention on the Protection of Children of 1990 and also to the EU Directive of June 1994 on the protection of young people at work, mentioned above.

Apart from their protection as "children at work", children and adolescents have to be fully informed about the risks and dangers arising from their activities, so that they can themselves also take a decision on their sporting activities. In this respect, there is a specific duty by the federations to inform the parents about those risks and dangers.

Furthermore, it is equally important to help the parents of young sportspersons assume the particular responsibilities which require them to preserve the health of their children, to assist their children in developing their autonomy, and fostering their personal enrichment.

A directive should be elaborated on the protection of children and adolescents in sport, notably those who aspire to become professional or semi-professional.

DOPING DETECTION

2.11 Qualitative and quantitative approaches to doping

Only establishing a single list of prohibited substance for all kinds of sports is misconceived in view of the need to safeguard sportsman/woman's health and in this manner defining what should or should not be considered as doping. The Group advocates a more science-based approach, which takes account not only of certain substances according to their specific nature, but also to the allowed dosage of associated medical substances which may interact to jeopardise the health of the sportsman/woman. This should be based on up-to-date scientific knowledge.

A European laboratory of reference should be established to act as a coordinator of a European-wide network of licenced high quality laboratories.

In the perspective of an extension of the European Agency on the Evaluation of Medicinal Products (EMEA)'s competences, it is recommended that the Agency also be given competency to draw up and publish information on pharmaceuticals, registered in Member States, which are susceptible to being used for performance enhancement and hence for doping purposes.

2.12 The control of doping and the principle of the separation of functions

Without compromising the autonomy of the sporting associations, it is important that the principle of independent judgement is respected in the carrying out of anti-doping measures, in order to avoid a conflict of interest, which can arise when the same bodies act as both judges and parties.

It follows from this principle that the sporting associations, notably the federations, cannot be the only ones to carry out anti-doping controls. For one thing, these controls are insufficient if they are limited to times of competition. Furthermore, the federations, for whom the essential goal is to obtain from their athletes the best possible results, cannot alone be responsible for controlling practices which have as their exact goal the achievement of ever-better performance. There is therefore a need for an external and independent system of control.

This system should provide for random controls, during, as well as outside competitions.

2.13 The control of doping as regards police and judicial cooperation

Police and judicial cooperation, provided for in the 3rd Pillar of the EU Treaty, should be established at the EU level in the area of the fight against doping.

In the mean time, the Commission interservice group on drugs should have an enlarged mandate to deal with drugs uses for doping in sport.

Special attention should be paid to the use of the Internet as a means to traffic in drugs for the purpose of doping in sport.

WORLD AGENCY

2.14 A World Agency to combat doping in sport

Efforts initiated by the IOC to establish a World Agency to combat doping in sport address the need to guarantee an external and independent dimension to the fight against doping.

However, the viability of such an agency is dependent on certain conditions which are indispensible to its credibility and effectiveness.

These conditions are:

· A statute of independence: To guarantee the agency's independence, representatives of the sports movement, including sportsmen/women, should not have the majority of responsibility over the management of the agency. Representatives of public bodies should constitute at least 50 percent of the membership of the agency and its executive board.

· Transparency and accountability: The agency's work should remain as transparent as possible, through measures such as: the publishing of an annual report; the participation of NGOs in certain areas of the agency's work; transparency of the means of financing and in decision-making procedures.

· Authority : In the event that the proposed agency does not have decision-making authority, and in the event there is no other international organization that takes on an overarching role, the agency must at least benefit from the assistance of the highest authorities available both within and outside the field of sport.

· Neutrality and the role of conciliation: The agency's statute must clearly define its mission in order to avoid conflicting responsibilities with other bodies such as the IOC, the WHO, and the EU. Finally, it is helpful to underline the potential role for the agency as a conciliator between federations and their member sports persons.

· Competence : The agency should benefit from the assistance of the highest scientific and ethical expertise both within and outside the field of sport. In particular, collaboration with EMEA should be encouraged.

· The promotion of a sports ethic: Beyond research on doping and the health of sportspersons, the agency should include an ethics department which is pluralist, multi-disciplinary and independent, and which can be consulted, when necessary, at the request of a state. There should also be funding for further ethical research.

Furthermore, the Group considers that the term "Anti-doping", in the proposed name of the agency, brings with it negative connotations and oversimplifies a complex issue. It would be preferable to consider a name for the agency which implies a broader scope, such as: « Agency for the Health and Safety in Sport ».

The Agency should elaborate and make public an « Annual Report on Health and Safety in Sport ».

EDUCATION AND RESEARCH

2.15 Research

The Group insists on the need for epidemiological research on health consequences of sporting activities, and follow-up studies, particularly long-term studies, on the growing influence of medicine in sport and its abuse.

Further research on detection methods should also be promoted.

Research is also needed on the wider sociological aspects of sport, including the ethical and juridical issues arising from the commercialization and medicalization of sport.

In particular, such research should be encouraged in the context of future Community research framework programmes.

2.16 Raising awareness

Consensus conferences should be organised in cooperation with the sporting associations and educational bodies, on the theme of doping and the health of sportspersons.

Education professionals should be sensitized to questions related to ethics in sport and its instruction, in accordance with the education methods of each particular country.

FINANCE

2.17 Funding of anti-doping and health measures

Public authorities already contribute considerable funds to the support of sport. Sporting activities generate a large amount of money. Furthermore, to ensure fair play is in the interests of sport itself. It is therefore an ethical requirement that the money raised by sport should contribute substantially to the efforts against doping and in favour of sportspersons' health and security.

CODE OF CONDUCT

2.18 Drafting a code of good conduct in sport

A European conference on doping in sport should be organised by the European Union in cooperation with the Council of Europe, with the aim of having the participants (the sportsperson, the sports movements, States, European institutions, professional medical organizations, representatives of the pharmaceutical industry, organizations representing youth and families, the media, audiovisual in particular...) agree on a common Declaration, equivalent to a code of good conduct in sport.

The European Group on Ethics in Science and New Technologies:

The Members

Paula Martinho da Silva Anne McLaren Marja Sorsa

Ina Wagner Göran Hermerén Gilbert Hottois

Dietmar Mieth Octavi Quintana Trias Stefano Rodota

Egbert Schroten Peter Whittaker

The Chairperson

Noëlle Lenoir

Bijlage 3

Documenten over de oprichting van het Internationale Agentschap voor de bestrijding van doping

ANTOINE ROCHAT

Doctor of Law

NOTARY

LAUSANNE

Grand-Chêne 8

_______

No. 1185

Agence mondiale antidopage

World Anti-Doping Agency

Foundation in Lausanne

__________

CONSTITUTIVE INSTRUMENT OF FOUNDATION

signed on 10th November 1999

Original number 1185 - of 10th November 1999 -------------------------------------------------------

CONSTITUTIVE INSTRUMENT OF FOUNDATION

BEFORE ANTOINE ROCHAT, NOTARY, in Lausanne for the district of Lausanne,

the following appears:

the INTERNATIONAL OLYMPIC COMMITTEE, an association under Swiss law, the seat whereof is in Lausanne, ---------------------------------------------------------------------------

represented by its President, Mr Juan Antonio Samaranch, who represents it pursuant to the Olympic Charter, and its Director General, Mr François Carrard. ------------------------------

The founder declares the constitution of a foundation in the meaning of articles eighty et seq. of the Swiss Civil Code, named --------------------------------------------------------------------

------- AGENCE MONDIALE ANTIDOPAGE --------

-------- WORLD ANTI-DOPING AGENCY, --------

the seat whereof is in Lausanne. -------------------------------------------------------------------

The founder establishes the statutes of the foundation as follows: --------------------------

----- Article 1 - Designation -----

Under the name "Agence mondiale antidopage", "World Anti-Doping Agency", hereinafter referred to as "the Foundation" or "the Agency", is constituted a Foundation governed by the present provisions and articles eighty et seq. of the Swiss Civil Code. ----------

----- Article 2 - Seat -----

The seat of the Foundation is in Lausanne. ------------------------------------------------------

The seat of the Foundation may be transferred to another location, in Switzerland or another country, with the agreement of the supervisory authority. ----------------------------------

The site of the Agency may be in a different location from the seat of the Foundation.

----- Article 3 - Duration -----

The duration of the Foundation is unlimited. ---------------------------------------------------

----- Article 4 - Object -----

The object of the Foundation is: ------------------------------------------------------------------

1) to promote and coordinate at international level the fight against doping in sport in all its forms; to this end, the Foundation will cooperate with intergovernmental organizations, governments, public authorities and other public and private bodies fighting against doping in sport, inter alia the International Olympic Committee (IOC), International Sports Federations (IF), National Olympic Committees (NOC) and the athletes; it will seek and obtain from all of the above the moral and political commitment to follow its recommendations; ----------------

2) to reinforce at international level ethical principles for the practice of doping-free sport and to help protect the health of the athletes; -----------------------------------

3) to establish, adapt, modify and update for all the public and private bodies concerned, inter alia the IOC, IFs and NOCs, the list of substances and methods prohibited in the practice of sport; the Foundation will publish such list at least once a year, to come into force on 1st January of each year, or at any other date fixed by the Foundation if the list is modified during the course of the year; -------

4) to encourage, support, coordinate and, when necessary, undertake, in full cooperation with the public and private bodies concerned, in particular the IOC, IFs and NOCs, the organization of unannounced out-of-competition testing; -----

5) to develop, harmonize and unify scientific, sampling and technical standards and procedures with regard to analyses and equipment, including the homologation of laboratories, and to create a reference laboratory; --------------------------------------

6) to promote harmonized rules, disciplinary procedures, sanctions and other means of combating doping in sport, and contribute to the unification thereof, taking into account the rights of the athletes; ----------------------------------------------------

7) to devise and develop anti-doping education and prevention programmes at international level, with a view to promoting the practice of doping-free sport in accordance with ethical principles; --------------------------------------------------------

8) to promote and coordinate research in the fight against doping in sport. -----------

The Agency will be entitled to prepare plans and proposals with a view to its conversion, if necessary, into a different structure, possibly based on international public law.

The Agency will above all seek to build on the existing corresponding skills, structures and networks, and create new ones only when necessary. The Agency may, however, set up working parties, commissions or working groups, on a permanent or ad hoc basis, in order to accomplish its tasks. It may consult with other interested private or public organizations, which may or may not be involved in sport. -------------------------------------------------------------

In order to achieve its object, the Foundation has the right to conclude any contract, to acquire and transfer, free or against payment, all rights, all movables and any real estate of whatever nature, in any country. It may entrust the performance of all or part of its activities to third parties. -----------------------------------------------------------------------------------------------

----- Article 5 - Capital and resources -----

The founder endows the Foundation with an initial capital of five million Swiss francs (SFr. 5,000,000.-). ---------------------------------------------------------------------------------------------

The other resources of the Foundation shall consist of any other allocations, donations, legacies and other forms of allowance, subsidy or other contributions from all natural or legal persons and all intergovernmental organizations, governments, public authorities and other public and private bodies. ----------------------------------------------------------------------------------

----- Article 6 - Foundation Board -----

The Foundation Board will initially be composed of at least ten members. This number may be increased to a total of no more than 35 members. The members of the Foundation Board are personalities appointed for a period of three years. They may be re-elected for two further three-year periods. The first members of the Foundation Board, including the first chairman, will be appointed by the founder. The Foundation Board will be added to in accordance with the following principles: ----------------------------------------------------------------

1. A maximum of 16 members will be appointed by the Olympic Movement, with the allocation of seats to be defined in the rules which the Foundation Board will enact. ------------

2. A maximum of 16 members will be appointed by the intergovernmental organizations, governments, public authorities or other public bodies involved in the fight against doping in sport (hereinafter "public authorities"), with the allocation of seats to be defined in the rules which the Foundation Board will enact. ------------------------------------------------------------------

3. The other members will, if necessary, be appointed by the Foundation Board upon the joint proposal of the Olympic Movement and the public authorities. -------------------------------

4. As a general rule, when it is renewed and added to, the Foundation Board will seek to ensure that parity is maintained between, on one side, the members of the Foundation Board representing the Olympic Movement (viz. the IOC, ASOIF, AIWF, GAISF, ANOC and the IOC Athletes' Commission), and, on the other side, those representing the public authorities. The provisions of paragraph 6 below are reserved. -----------------------------------------------------

5. The Foundation Board may also invite a limited number of intergovernmental organizations or other international organizations to act in a consultative capacity for the Foundation. Such organizations, which will be invited on the basis of their legitimate interest in the work of the Foundation and their powers in the corresponding areas, may take part in the discussions of the Foundation Board but may not vote when the Foundation Board takes decisions. ------------------------------------------------------------------------------------------------------

6. To the extent that the annual allocations or contributions to the budget of the Foundation paid pursuant to article 13, paragraph 1 below, by the Olympic Movement on one side, and by the public authorities on the other side, are equivalent, each of the two parties, namely the Olympic Movement on one side, and the public authorities on the other side, will be entitled to designate an equal number of Foundation Board members. Failing such equivalent annual allocations by each of the two above-mentioned parties, the number of Foundation Board members who may be designated by the party whose allocation actually paid is lower will be at least one fewer than the number of members designated by the other party. This system will apply for as long as the annual allocations or contributions to the Foundation budget paid by the two above-mentioned parties are not equivalent. ---------------------------------------------------

7. The Foundation Board may depart from the rules laid down in paragraphs 1 to 6 above by a unanimous decision on the part of its members. -----------------------------------------------------

8. The Foundation Board will see to it that its members, the members of the Executive Committee and any other person acting on behalf of the Foundation in whatever capacity respect the fundamental principles of ethics, in particular those with regard to independence, dignity, integrity and impartiality. ---------------------------------------------------------------------------

----- Article 7 - Organization of the Foundation Board -----

The Foundation Board is self-organized. It appoints a chairman, a vice-chairman and a secretary; the secretary may be chosen from outside the Foundation Board. ----------------------

----- Article 8 - Meetings and Decisions of the Foundation Board -----

The Foundation Board meets as often as is necessary, but at least once a year. The meetings of the Foundation Board are convened by the chairman or by the secretary; upon delegation of the chairman. The chairman is bound to convene a meeting of the Foundation Board at the written request of at least five members. --------------------------------------------------

A set of minutes, signed by the chairman and by the minute-taker, records the deliberations and decisions of the Foundation Board. -------------------------------------------------

At meetings, the members of the Foundation Board have the right to ask the persons entrusted with running and representing the Foundation for information on the conduct of the activities of the Foundation and on specified questions. ------------------------------------------

The Foundation Board takes its decisions by an absolute majority of the votes of the members present; in the event of a tie, the chairman has the casting vote. The provisions of article 16, paragraph 2 of the present statutes are reserved. Furthermore, a unanimous vote by the Foundation Board members present is required for designating or transferring the site of the Agency and for appointing the Executive Committee. --------------------------------------------

The decisions of the Foundation Board may be taken in the form of approval given in writing to a proposal, unless discussion thereof is required by any of the members; decisions shall be recorded in the minutes. --------------------------------------------------------------------------

----- Article 9 - Attributions of the Foundation Board -----

The powers of the Foundation Board are determined, with regard to the Foundation, by the Law, the present statutes and all other rules and decisions of the Foundation Board. --------

The Foundation Board has the inalienable right to: --------------------------------------------

1. Propose amendments to the present statutes. -------------------------------------------

2. Appoint the auditing body of the Foundation. ------------------------------------------

3. Appoint the Executive Committee provided for in the present statutes. -----------

4. Appoint, if it deems it necessary to do so, other ad hoc or standing committees, inter alia a scientific committee, with the task of providing opinions or advising the Foundation on specific issues or in specific fields. -------------------------------------

5. Take all decisions relating to the acquisition, against payment, or transfer, free or against payment, of all real estate. ----------------------------------------------------------

----- Article 10 - Obligations of the Foundation Board -----

The Foundation Board is obliged, in particular: -------------------------------------------------

1. to ensure the independence of the Foundation and transparency in all its activities; ----------------------------------------------------------------------------------------

2. to supervise the committees or persons entrusted with the running and representation of the Foundation, in order to ensure that the activity of the Foundation is in accordance with the Law, the present statutes and the rules, and to keep itself informed about the conduct of the activities of the Foundation; -----

3. to appoint the members of the Executive Committee and other committees provided for in the present statutes; -------------------------------------------------------

4. to promulgate the rules relating to the Foundation Board itself, the Executive Committee and other committees, together with all other rules indispensable to the operation of the Foundation, subject to the approval of the supervisory authority; ---------------------------------------------------------------------------------------

5. to see to it that the minutes of the Foundation Board and the necessary books are duly kept and that the management report, profit and loss account and balance sheet are established in conformity with the provisions of the Law; -----------------

6. to publish, each year, a report in English and French on all its activities, its profit and loss account and its balance sheet, in accordance with the applicable legal requirements. ----------------------------------------------------------------------------------

----- Article 11 - Executive Committee -----

The Foundation Board delegates to an Executive Committee of at least five members and a maximum of nine members, the majority chosen from amongst the Foundation Board members, the actual management and running of the Foundation, the performance of all its activities and the actual administration of its assets. ----------------------------------------------------

The members of the Executive Committee are appointed by the Foundation Board for periods of one year. They may be re-elected. -----------------------------------------------------------

Furthermore, in the event of the incapacity or death of a member of the Executive Committee, he will be replaced immediately, either by the Foundation Board, or temporarily by the Executive Committee; such temporary appointment shall become final only upon its ratification by the Foundation Board, no later than during the next meeting of the Board. -----

The chairman of the Executive Committee is appointed by the Foundation Board. Moreover, from among its members the Executive Committee appoints, inter alia, a vice-chairman, if it deems it necessary to do so; it further appoints a secretary, who may be chosen from outside the Executive Committee, --------------------------------------------------------

The Executive Committee is competent to take all decisions which are not reserved by the Law or by the present statutes for the Foundation Board; its mission and organization will be specified in one or more sets of rules which the Foundation Board will promulgate to this end. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------

----- Article 12 - Representation of the Foundation -----

The Foundation is duly represented and bound vis-à-vis third parties by the collective signature of two of the persons designated as follows by the Foundation Board or the founder, in conformity with the method of signature below: -----------------------------------------

a) at least two members of the Executive Committee; ------------------------------------

b) at least two members of the Foundation Board; one of the two co-signatories must however be one of the members appointed by the Olympic Movement, and the other must be one of the members appointed by the public authorities. -------

----- Article 13 - Annual management report, balance sheet

and profit and loss account -----

No later than 30th November of each year, the Foundation Board shall approve the budget for the following financial year; failing such approval by a unanimous decision of the Board members present, the budget of the current year shall apply to the next year. The annual allocations and other contributions shall be paid no later than 31st December of each year for the following year. -------------------------------------------------------------------------------------------

Each year, the Foundation Board submits to the supervisory authority the management report, balance sheet and profit and loss account as approved by the Board. ------------------------------

The financial year corresponds to the calendar year. The first financial year will thus end on 31st December 2000. ---------------------------------------------------------------------------------------

----- Article 14 - Auditing body -----

Each year, the Foundation Board designates a qualified and independent auditing body. Each year, the auditing body submits to the Foundation Board a report on the accounts of the Foundation; such report will be submitted to the supervisory authority. ---------------------------

----- Article 15 - Indemnities -----

The members of the Foundation Board are not entitled to any indemnity for the performance of their functions; they are however entitled to reimbursement of their expenses subject to the conditions fixed by the Foundation Board. --------------------------------------------

For the performance of their functions, the members of the Executive Committee are entitled to an annual indemnity fixed by the Foundation Board, and to the reimbursement of their expenses. ------------------------------------------------------------------------------------------------------

The auditing body is entitled to fees in accordance with professional practice. --------------------

The staff employed by the Foundation is entitled to the remuneration fixed by the Executive Committee, which also decides on the other conditions of employment. ---------------------------

----- Article 16 - Modification of the statutes -----

The Foundation Board may propose amendments to the present statutes to the supervisory authority. ----------------------------------------------------------------------------------------

Any proposed amendment, in particular any change to the object of the Foundation, must be approved unanimously by the members of the Foundation Board who are present. ---

----- Article 17 - Dissolution -----

The Foundation may be dissolved in the cases provided for by the Law. -------------------

The Foundation Board may designate one or more liquidators. -----------------------------

No winding up measure may be performed without the express agreement of the supervisory authority. ----------------------------------------------------------------------------------------

Any surplus from winding up is given, with the agreement of the supervisory authority, to an institution pursuing the same or a similar object. -------------------------------------------------

----- Article 18 - Entry in the Trade Register -----

The Foundation will be entered in the Lausanne Trade Register. ----------------------------

----- Article 19 - Supervisory Authority -----

The Foundation will be placed under the supervision of the Federal Department of the Interior, the competence whereof is hereby reserved. --------------------------------------------------

______________________

In application of article six of the statutes recorded above, the founder appoints the following persons as members of the first Foundation Board: ----------------------------------------

- Richard W. Pound of Canada, in Montreal (Canada), first chairman; ------------------------------

- Prince Alexandre de Merode, of Belgium, in Brussels (Belgium); -----------------------------------

- Jacques Rogge, of Belgium, in Deinze (Belgium); -----------------------------------------------------

- Arne Ljungqvist, of Sweden, in Enebyberg (Sweden); ------------------------------------------------

- Hein Verbruggen, of the Netherlands, in Lutry; -------------------------------------------------------

- Anders Besseberg, of Norway, in Vestfossen (Norway); ---------------------------------------------

- Johann Olav Koss, of Norway, in Teneriffe (Australia); ----------------------------------------------

- Robert Ctvrtlik, of the United States of America, in Newport Beach (USA); ---------------------

- Manuela Di Centa, of Italy, in Meina (Italy); -----------------------------------------------------------

- Peter Tallberg, of Finlande, in Esbo (Finland); --------------------------------------------------------

- Suvi Linden, of Finland, in Helsinki (Finland); --------------------------------------------------------

- Awoture Eleyae, of Nigeria, in Yaoundé (Cameroon). -----------------------------------------------

The founder recalls that the other members of the Foundation Board will be appointed by the Board, upon the proposal of the interested bodies, in particular the ASOIF and ANOC, the second member representing the European Union and the Council of Europe. ---

The Foundation will be domiciled initially in Lausanne, at the Château de Vidy, at the headquarters of the founder, which accepts such domiciliation. --------------------------------------

IN WITNESS WHEREOF read by the notary to the persons appearing, who approve and sign with him, forthwith, in LAUSANNE, this TENTH NOVEMBER NINETEEN HUNDRED AND NINETY-NINE. --------------------------------------------------------------------

The original is signed: -------------------------------------------------------------------------------

Juan A. Samaranch; Carrard; A. Rochat, notary. -----------------------------------------------

_________________________

Top