TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
Deze verordening wijzigt bijlage IV bij Verordening (EU) 2024/1257 om rekening te houden met de technische vooruitgang. De wijziging berust op gegevens die zijn verzameld bij het testen van de uitlaatemissies van voertuigen van de categorieën N2, M3 en N3 en op een verslag over de duurzaamheidsprestaties van zware bedrijfsvoertuigen dat bij het Europees Parlement en de Raad is ingediend 1 .
In het verslag worden duurzaamheidsmultiplicatoren voor zware bedrijfsvoertuigen van de Euro 7-emissienorm voorgesteld op grond van een technisch rapport 2 over de duurzaamheidsprestaties van zware bedrijfsvoertuigen, die werden geanalyseerd op basis van de beschikbare gegevens over de verslechtering van de emissieprestaties van Euro VI-voertuigen. Bij de beoordeling werd gekeken naar de emissiegegevens van i) voertuigen van de categorieën N2 en N3 met een maximummassa tot 16 t en voertuigen van categorie M3 met een maximummassa tot 7,5 t, en ii) voertuigen van categorie N3 met een maximummassa van meer dan 16 t en categorie M3 met een maximummassa van meer dan 7,5 t. Er zijn diverse verontreinigende stoffen in aanmerking genomen, waaronder NOx, de meest cruciale stof als het gaat om de verslechtering van de emissieprestaties gedurende de levensduur. Op grond van die informatie werd in het rapport een duurzaamheidsmultiplicator van 1,2 voorgesteld, wat overeenkomt met de duurzaamheidsmultiplicator voor lichte bedrijfsvoertuigen. Verwacht wordt dat zware bedrijfsvoertuigen van emissienorm Euro 7 qua verslechtering van de emissieprestaties beter presteren dan zware bedrijfsvoertuigen van emissienorm Euro VI, aangezien zij nieuwere technologie bevatten.
2.RAADPLEGING VOORAFGAAND AAN DE VASTSTELLING VAN DE HANDELING
De Commissie heeft de belanghebbenden en de lidstaten bij de voorbereiding van deze handeling op passende wijze geraadpleegd tijdens de vergadering van de werkgroep motorvoertuigen van 25 maart 2026, waarbij het ontwerp van de handeling brede steun kreeg. De vertegenwoordigers van de lidstaten hebben de ontwerphandeling goedgekeurd tijdens de vergadering van de deskundigengroep van de lidstaten op het gebied van motorvoertuigen (MSEG-MV) van 28 april 2026.
De gedelegeerde handeling is overeenkomstig de regels voor betere regelgeving vier weken voor feedback op het portaal “Geef uw mening” gepubliceerd, namelijk van 24 februari 2026 tot 24 maart 2026. In totaal hebben vier belanghebbenden feedback gegeven. De Commissie heeft kennisgenomen van alle ontvangen opmerkingen en deze zorgvuldig bestudeerd.
3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN DE GEDELEGEERDE HANDELING
De rechtsgrondslag voor deze gedelegeerde handeling is artikel 15, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2024/1257.
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE
van 9.6.2026
tot wijziging van Verordening (EU) 2024/1257 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vaststelling van duurzaamheidsmultiplicatoren voor verontreinigende gassen van zware bedrijfsvoertuigen van de categorieën M3, N2 en N3
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2024/1257 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, met betrekking tot hun emissies en de duurzaamheid van batterijen (Euro 7), tot wijziging van Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Verordeningen (EU) nr. 582/2011, (EU) 2017/1151 en (EU) 2017/2400 van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1362 van de Commissie 3 , en met name artikel 15, lid 1, punt f),
Overwegende hetgeen volgt:
(1)In Verordening (EU) 2024/1257 is bepaald dat voertuigen niet alleen tijdens de hoofdlevensduur, maar ook tijdens een 25 % langere extra levensduur moeten voldoen aan de in die verordening vastgestelde emissiegrenswaarden. In tabel 2 van bijlage IV bij Verordening (EU) 2024/1257 zijn duurzaamheidsmultiplicatoren voor die extra levensduur vastgesteld om rekening te houden met de verslechtering van de werking van de emissiereductiesystemen na de hoofdlevensduur. Om fabrikanten van zware bedrijfsvoertuigen van de categorieën M3, N2 en N3 juridische duidelijkheid te geven in de periode voordat Verordening (EU) 2024/1257 van toepassing wordt, moeten in tabel 2 van bijlage IV bij die verordening duurzaamheidsmultiplicatoren worden vastgesteld voor de emissie van verontreinigende gassen door zware bedrijfsvoertuigen van de genoemde categorieën.
(2)De Commissie heeft overeenkomstig artikel 18, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1257 een verslag bij het Europees Parlement en de Raad ingediend waarin de duurzaamheidsprestaties van zware bedrijfsvoertuigen op het gebied van emissies zijn beoordeeld 4 .