UITVOERINGSVERORDENING (EU) …/... VAN DE COMMISSIE
van 22.10.2018
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 889/2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 1 , en met name artikel 22, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Op grond van artikel 25 terdecies, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie 2 mag het natuurlijke voeder van peneïdegarnalen en zoetwatergarnalen (Macrobrachium spp.), als genoemd in deel 7 van bijlage XIII bis bij die verordening, tijdens de opkweekfase worden aangevuld. In de eerdere levensstadia van die garnalen in kweek- en broedkamers is aanvullend voeder, met name cholesterol, essentieel voor hun ontwikkeling. Daarom moet het aanvullen van voeder met cholesterol ook worden toegestaan gedurende de eerdere levensstadia van die garnalen.
(2)Overeenkomstig artikel 27, lid 1, onder f), van Verordening (EG) nr. 889/2008 mogen mineralen (inclusief spoorelementen), vitamines, aminozuren en micronutriënten alleen bij de vervaardiging van verwerkte biologische levensmiddelen worden gebruikt voor zover zij volgens de wet aan levensmiddelen moeten worden toegevoegd. Volgens het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-137/13 3 eist de wet slechts het gebruik van deze stoffen bij de vervaardiging van verwerkte biologische levensmiddelen mits een Unierechtelijke regel of een met het Unierecht verenigbare nationaalrechtelijke regel rechtstreeks de toevoeging van deze stof aan een levensmiddel oplegt opdat het algemeen kan worden verhandeld.
(3)Op grond van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad 4 zal gebruik mogen worden gemaakt van mineralen (inclusief spoorelementen), vitamines, aminozuren of micronutriënten in biologische volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en in verwerkte biologische voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding als het gebruik ervan is toegestaan door de desbetreffende wetgeving van de Unie. Om discrepanties te vermijden tussen de huidige interpretatie van het gebruik van die stoffen in voedingsmiddelen voor zuigelingen en peuters en om te zorgen voor samenhang met de toekomstige biologische wetgeving, is het dienstig het gebruik van die stoffen toe te staan voor de productie van biologische babyvoeding voor zuigelingen en peuters.
(4)Krachtens artikel 42 van Verordening (EG) nr. 889/2008 mogen niet-biologisch gehouden, voor de eierproductie bestemde jonge kippen die niet ouder zijn dan 18 weken, tot en met 31 december 2018 op een biologische dierhouderijeenheid worden binnengebracht wanneer geen biologisch gehouden jonge kippen beschikbaar zijn en mits bepaalde voorwaarden in acht worden genomen.
(5)Op de Uniemarkt zijn, zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht, onvoldoende biologisch gehouden, voor de eierproductie bestemde jonge kippen beschikbaar om te voldoen aan de behoeften van de leghenbedrijven. Om meer tijd te bieden voor de productie van biologisch gehouden, voor de eierproductie bestemde jonge kippen en om uitvoeringsbepalingen vast te stellen voor de productie van biologisch gehouden jonge kippen, moet de toepassingsperiode voor de uitzondering op de productievoorschriften, waarbij niet-biologisch gehouden, voor de eierproductie bestemde jonge kippen die niet ouder zijn dan 18 weken mogen worden gebruikt, worden verlengd tot en met 31 december 2020.
(6)Op grond van artikel 43 van Verordening (EG) nr. 889/2008 bedraagt het maximumpercentage niet-biologisch eiwitvoer dat per periode van 12 maanden is toegestaan voor varkens en pluimvee, 5 % voor kalenderjaar 2018.
(7)Op de Uniemarkt is, zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht, onvoldoende biologisch eiwit beschikbaar om te voldoen aan de nutritionele behoeften van op biologische landbouwbedrijven gehouden varkens en pluimvee. De productie van biologische eiwithoudende gewassen blijft nog steeds achter bij de vraag. Daarom moet de periode waarbinnen het is toegestaan een beperkte hoeveelheid niet-biologisch eiwitvoer te gebruiken voor varkens en pluimvee, worden verlengd tot en met 31 december 2020.
(8)Krachtens artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 834/2007 moet informatie over onregelmatigheden of inbreuken die van invloed zijn op de biologische status van een product, worden gemeld. De ervaring leert dat de huidige instrumenten voor het melden van informatie wanneer een lidstaat onregelmatigheden of inbreuken vaststelt met betrekking tot een product uit diezelfde lidstaat, moeten worden verbeterd. Om de efficiëntie en doeltreffendheid te verbeteren, moeten die meldingen plaatsvinden aan de hand van het in artikel 94, lid 1, van Verordening (EG) nr. 889/2008 bedoelde systeem.
(9)Overeenkomstig de procedure van artikel 16, lid 3, van Verordening (EG) nr. 834/2007 hebben verschillende lidstaten aan de andere lidstaten en aan de Commissie dossiers over bepaalde stoffen toegezonden met het oog op de vergunning en opneming ervan in de bijlagen I, II en VIII bis bij Verordening (EG) nr. 889/2008. Die dossiers zijn onderzocht door de deskundigengroep voor technisch advies inzake de biologische productie (Expert Group for Technical Advice on Organic Production – Egtop) en door de Commissie.
(10)De Egtop heeft in zijn aanbevelingen met betrekking tot meststoffen 5 onder meer geconcludeerd dat de stoffen "industriekalk afkomstig van de suikerproductie" op basis van suikerriet en "xyliet" in overeenstemming zijn met de doelstellingen en beginselen van biologische productie. Die stoffen dienen derhalve te worden opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 889/2008.
(11)De Egtop heeft in zijn aanbevelingen met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen 6 onder meer geconcludeerd dat de stoffen "Allium sativum (knoflookextract)", "COS-OGA", "Salix spp. cortex (ook wilgenschorsextract genoemd)" en "natriumwaterstofcarbonaat" in overeenstemming zijn met de doelstellingen en beginselen van biologische productie. Die stoffen dienen derhalve te worden opgenomen in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 889/2008.