This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011PC0937
Proposal for a COUNCIL DECISION on a Union position within the EU-U.S. Joint Customs Cooperation Committee regarding mutual recognition of the Authorised Economic Operator Programme of the European Union and the Customs-Trade Partnership Against Terrorism Program of the United States
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Unie binnen het Gemengd Comité douanesamenwerking EU-VS betreffende de wederzijdse erkenning van het AEO-programma van de Europese Unie en het programma “Partnerschap tussen de douane en het bedrijfsleven tegen terrorisme” van de Verenigde Staten
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Unie binnen het Gemengd Comité douanesamenwerking EU-VS betreffende de wederzijdse erkenning van het AEO-programma van de Europese Unie en het programma “Partnerschap tussen de douane en het bedrijfsleven tegen terrorisme” van de Verenigde Staten
/* COM/2011/0937 definitief - 2011/0463 (NLE) */
/* COM/2011/0937 definitief - 2011/0463 (NLE) */ Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Unie binnen het Gemengd Comité douanesamenwerking EU-VS betreffende de wederzijdse erkenning van het AEO-programma van de Europese Unie en het programma “Partnerschap tussen de douane en het bedrijfsleven tegen terrorisme” van de Verenigde Staten
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL 1. De EU-wetgeving over de geautoriseerde marktdeelnemer (AEO) is tot stand gekomen via een wijziging van het communautaire douanewetboek van de Europese Unie (Verordening (EG) nr. 648/2005, aangenomen in april 2005). Het doel van handelspartnerschapsprogramma´s zoals het AEO-programma is om faciliteiten te bieden aan handelaren die aantonen dat zij moeite doen om een veilige internationale toeleveringsketen te bewerkstelligen. 2. De AEO-wetgeving trad in januari 2008 in werking. In oktober 2011 hadden meer dan 4 300 EU-ondernemingen een veiligheidscertificaat gekregen. 3. De wederzijdse erkenning van handelspartnerschapsprogramma´s bevordert de veiligheid van de gehele toeleveringsketen en vergemakkelijkt het handelsverkeer. Het concept dat in het kader van het Framework of Standards to Secure and Facilitate Trade (het “SAFE Framework”) van de Werelddouaneorganisatie is overeengekomen, wordt hiermee internationaal geconsolideerd. Tevens wordt tegemoetgekomen aan de wens van het bedrijfsleven om proliferatie van eisen te voorkomen en de douaneveiligheidsprocedures eenvormig te maken. 4. De betrekkingen tussen de EU en de VS op het gebied van douane zijn gebaseerd op de Overeenkomst betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken (“CMAA”) die op 28 mei 1997 is ondertekend. Volgens de CMAA nemen de respectieve douaneautoriteiten het op zich de douanesamenwerking te ontwikkelen inzake alle aangelegenheden die verband houden met de toepassing van douanewetgeving. 5. De douanesamenwerking op grond van de CMAA werd verruimd door de Overeenkomst inzake intensivering en uitbreiding van de CMAA tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken, ondertekend op 28 april 2004. Vervolgens werden twee werkgroepen van deskundigen gevormd die zich respectievelijk concentreerden op de bevordering van een gezamenlijk streven naar veiligheidsnormen en het vergelijken van handelspartnerschapsprogramma´s. 6. In 2006 zijn de EU en de VS overeengekomen om na te gaan of zij wederzijdse erkenning voor hun respectieve handelspartnerschapsprogramma´s konden verlenen. 7. In 2007 werd een grondige vergelijking uitgevoerd van de handelspartnerschapsprogramma´s van de VS en de EU, namelijk het AEO-programma van de EU en het programma “Partnerschap tussen de douane en het bedrijfsleven tegen terrorisme” van de VS (C-TPAT). Er werd een proefproject opgestart waarin de US Customs and Border Protection (CBP) de veiligheidscomponenten van het auditproces van het EU-AEO-programma heeft geobserveerd. 8. Na de grondige vergelijking van de handelspartnerschapsprogramma’s van de EU en de VS is in maart 2008 een routekaart naar wederzijdse erkenning aangenomen, waarin de belangrijkste prestatiegerelateerde stappen zijn vastgelegd om tot wederzijdse erkenning te komen. In januari 2009 werd een verkorte versie van de routekaart openbaar gemaakt. 9. Op 25 juni 2010 hebben het DG Belastingen en douane-unie van de Commissie (“DG TAXUD”) en de Amerikaanse CBP overeenstemming bereikt over de laatste stappen naar de implementatie van wederzijdse erkenning tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie, waarbij de noodzakelijke stappen en het tijdschema zijn neergelegd om tot wederzijdse erkenning te komen. 10. In september 2010 werd een werkprogramma vastgesteld dat in september 2011 werd aangepast en betrekking heeft op de gezamenlijke validatie en gegevensuitwisseling. Op 4 november 2011 waren er in totaal zevenentwintig gezamenlijke validatiebezoeken aan de EU en vier gezamenlijke validatiebezoeken aan de VS afgelegd. 11. De wederzijdse erkenning van de handelspartnerschapsprogramma´s van de EU en de VS werd door de Trans-Atlantische Economische Raad gezien als een sleutelproject op het gebied van samenwerking. Tijdens zijn vergadering op 29 november 2011 heeft de Trans-Atlantische Economische Raad zich erover verheugd dat de EU en de VS de voorbereidende werkzaamheden met het oog op de wederzijdse erkenning van hun handelspartnerschapsprogramma´s hebben voltooid. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGINGEN VAN DE BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN 12. De lidstaten werden in het kader van de Werkgroep douane-unie van de Raad van de Europese Unie geraadpleegd. 13. Er behoeft geen effectbeoordeling te worden verricht daar het besluit van het Gemengd Comité douanesamenwerking EU-VS uitvoering geeft aan de CMAA en de inhoud ervan niet wijzigt. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL 14. De Raad wordt verzocht een standpunt van de Europese Unie goed te keuren over een ontwerpbesluit van het Gemengd Comité douanesamenwerking gebaseerd op artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). 15. De rechtsgrond van het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité douanesamenwerking is artikel 22, lid 2, onder c), van de CMAA. 16. Het voorstel valt onder het gemeenschappelijke handelsbeleid, een exclusieve bevoegdheid van de Unie. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING 17. Het voorstel heeft geen rechtstreekse gevolgen voor de EU-begroting. 2011/0463 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Unie binnen het Gemengd Comité douanesamenwerking EU-VS betreffende de wederzijdse erkenning van het AEO-programma van de Europese Unie en het programma “Partnerschap tussen de douane en het bedrijfsleven tegen terrorisme” van de Verenigde Staten DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na raadpleging van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming, Overwegende hetgeen volgt: 18. In artikel 6 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken (“CMAA”) worden de douaneautoriteiten opgeroepen om de douanesamenwerking zo ruim mogelijk te ontwikkelen, terwijl artikel 7 eraan herinnert dat de overeenkomstsluitende partijen zich ertoe hebben verbonden de handel te vergemakkelijken. 19. De wederzijdse erkenning van handelspartnerschapsprogramma´s, namelijk het AEO-programma van de Europese Unie en het programma “Partnerschap tussen de douane en het bedrijfsleven tegen terrorisme” van de Verenigde Staten, verhoogt de veiligheid van de toeleveringsketen en vergemakkelijkt de internationale handel. 20. Daarom is het nuttig om over te gaan tot wederzijdse erkenning van de handelspartnerschapsprogramma´s. 21. De wederzijdse erkenning moet tot stand worden gebracht door een besluit van het Gemengd Comité douanesamenwerking dat op grond van artikel 22 van de CMAA werd opgericht. 22. De Unie moet daarom in het Gemengd Comité douanesamenwerking het standpunt innemen dat in bijgevoegd ontwerpbesluit is opgenomen, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité douanesamenwerking, opgericht bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken, met het oog op de wederzijdse erkenning van het AEO-programma van de Europese Unie en het programma “Partnerschap tussen de douane en het bedrijfsleven tegen terrorisme” van de Verenigde Staten, is opgenomen in het bijgevoegde ontwerpbesluit van het Gemengd Comité douanesamenwerking. Artikel 2 Het besluit van het Gemengd Comité douanesamenwerking wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie . Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter BIJLAGE Voorstel voor een BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ DOUANESAMENWERKING VS-EUBETREFFENDE DE WEDERZIJDSE ERKENNING VAN HET PROGRAMMA “PARTNERSCHAP TUSSEN DE DOUANE EN HET BEDRIJFSLEVEN TEGEN TERRORISME” VAN DE VERENIGDE STATEN EN HET AEO-PROGRAMMA VAN DE EUROPESE UNIE Het Gemengd Comité douanesamenwerking VS-EU (hierna “het Gemengd Comité”), Gezien de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika betreffende samenwerking en wederzijdse bijstand in douanezaken van 28 mei 1997 (hierna de “ CMAA”), en met name artikel 22, lid 2, onder c); Gezien de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake intensivering en uitbreiding van de CMAA tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken, gesloten op 28 april 2004; Gezien de behoefte de trans-Atlantische samenwerking en de veiligheid van het handelsverkeer verder te ontwikkelen, met name in overeenstemming met het Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade uit 2011 van de Werelddouaneorganisatie (hierna het “SAFE Framework”), eventueel gewijzigd na instemming van de Europese Unie en de Verenigde Staten; Erkennende dat de Verenigde Staten van Amerika (hierna “de VS”) en de Europese Unie (hierna de “EU”) menen dat de veiligheid op het gebied van douane en de facilitatie van het internationale handelsverkeer aanzienlijk kunnen worden verbeterd door de wederzijdse erkenning van hun respectieve handelspartnerschapsprogramma´s, namelijk het “Partnerschap tussen de douane en het bedrijfsleven tegen terrorisme” (hierna “C-TPAT”) en het AEO-programma; Bevestigend dat het C-TPAT- en het AEO-programma aan het SAFE Framework voldoen; Erkennende dat de VS en de EU door wederzijdse erkenning de handel kunnen vergemakkelijken van marktdeelnemers die in de veiligheid van de toeleveringsketen hebben geïnvesteerd en die zijn toegelaten tot het C-TPAT- of het AEO-programma; Erkennende dat het onderzoek van het C-TPAT- en het AEO-programma heeft uitgewezen dat de toelatingseisen van beide programma's met elkaar verenigbaar zijn; Bevestigend dat dit besluit geen precedent schept voor eventuele toekomstige overeenkomsten of regelingen tussen de VS en de EU, met name in verband met de verwerking of het gebruik en de doorgifte van persoonsgegevens of -informatie of de bescherming van gegevens of de persoonlijke levenssfeer, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Afdeling I. Wederzijdse erkenning en verantwoordelijkheid voor de uitvoering 23. De handelspartnerschapsprogramma's van de EU en de VS worden wederzijds erkend als met elkaar verenigbaar en de leden van elk programma worden behandeld op een wijze die overeenstemt met afdeling III. 24. De in artikel 1, onder b), van de CMAA omschreven douaneautoriteiten (hierna “de douaneautoriteiten”) zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit. 25. De betreffende handelspartnerschapsprogramma´s zijn: 26. Het AEO-programma van de Europese Unie (veiligheid of douanevereenvoudigingen/veiligheid) (Verordening (EEG) nr. 2913/92 en Verordening (EEG) nr. 2454/93, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 648/2005 en Titel IIA van Verordening (EG) nr. 1875/2006); en tevens 27. het VS-programma “Partnerschap tussen de douane en het bedrijfsleven tegen terrorisme” (niveaus deel 2 en deel 3) (Security and Accountability For Every Port Act, SAFE Port Act, van 2006). 28. Dit besluit, voor zover het betrekking heeft op de verenigbaarheid, weerspiegelt de huidige structuur en territoriale toepassing van het C-TPAT- en AEO-programma. Dit besluit houdt geen rekening met toekomstige wijzigingen van elk programma en de uitbreiding van hun respectieve territoriale toepassing. De douaneautoriteiten begrijpen dat elke wijziging van het programma of elke uitbreiding van de territoriale toepassing noodzakelijkerwijs extra gezamenlijke validaties met zich mee kan brengen die tot tevredenheid van beide douaneautoriteiten succesvol moeten worden afgerond. Afdeling II. Verenigbaarheid De douaneautoriteiten werken samen om de verenigbaarheid van de voor elk programma toegepaste normen te behouden met betrekking tot het volgende: 29. de aanvraagprocedure voor marktdeelnemers om tot het programma te worden toegelaten; 30. de beoordeling van de aanvragen; en tevens 31. de toelating tot deelname en het toezicht op de deelnamestatus. De douaneautoriteiten hebben een werkprogramma uitgevoerd waarin een proces van gezamenlijke validaties is beschreven. Afdeling III. De behandeling van de deelnemers 32. Elke douaneautoriteit behandelt de marktdeelnemers die aan het programma van de andere douaneautoriteit deelnemen, op een vergelijkbare manier zoals zij de deelnemers aan haar eigen handelspartnerschapsprogramma behandelt, voor zover mogelijk en doenlijk en verenigbaar met de toepasselijke wetgeving en het beleid. Deze behandeling houdt in het bijzonder in dat bij de risicobeoordeling voor het uitvoeren van inspecties of controles de respectieve deelnamestatus van een marktdeelnemer die door de andere douaneautoriteit is geautoriseerd, positief wordt meegewogen om de handel tussen de EU en de VS te vergemakkelijken en de aanname van doeltreffende veiligheidsgerelateerde maatregelen te bevorderen. 33. Elke douaneautoriteit kan de behandeling overeenkomstig Afdeling III, paragraaf 1, van deelnemers aan het programma van de andere douaneautoriteit opschorten in het kader van dit besluit. Deze opschorting van de behandeling door de ene douaneautoriteit dient onverwijld te worden medegedeeld aan de andere douaneautoriteit waarbij in voorkomend geval aanvullende informatie over de reden van de opschorting wordt verstrekt. 34. Elke douaneautoriteit informeert de andere douaneautoriteit onverwijld indien zij een onregelmatigheid constateert die is begaan door een deelnemer die door de andere douaneautoriteit is geautoriseerd, teneinde laatstgenoemde in staat te stellen met kennis van zaken een beslissing te nemen over een eventuele intrekking of opschorting van de deelname van de betrokken marktdeelnemer aan het programma. Afdeling IV. Uitwisseling van informatie en communicatie 35. De douaneautoriteiten verbeteren de communicatie om dit besluit goed te kunnen uitvoeren. Zij wisselen informatie uit en bevorderen de communicatie over hun handelspartnerschapsprogramma’s, met name door: 36. tijdig de laatste gegevens toe te zenden over de werking en ontwikkeling van hun programma’s; 37. in het wederzijds belang informatie uit te wisselen over de veiligheid van de toeleveringsketen; en tevens 38. doeltreffende communicatie te bevorderen tussen de Europese Commissie, het directoraat-generaal Belastingen en douane-unie en de U.S. Customs and Border Protection om risicobeheerpraktijken in verband met de veiligheid van de toeleveringsketen voor deelnemers aan de handelspartnerschapsprogramma's te verbeteren. 39. De informatie dient in overeenstemming met de CMAA, en met name artikel 17 daarvan, in elektronische vorm te worden uitgewisseld. 40. De gegevens die uitgewisseld dienen te worden met betrekking tot deelnemers aan de handelspartnerschapsprogramma´s, daar waar dergelijke uitwisseling op een andere manier is toegestaan, bevatten: 41. naam; 42. adres; 43. deelnamestatus; 44. de datum van validering of van certificatie; 45. schorsingen en intrekkingen; 46. het unieke certificerings- of identificatienummer (in een door de douaneautoriteiten gezamenlijk vastgestelde vorm); en tevens 47. andere gegevens die gezamenlijk door de douaneautoriteiten kunnen worden bepaald, behoudens, in voorkomend geval, noodzakelijke waarborgen. 48. De gegevensuitwisseling zal naar verwachting beginnen als de douaneautoriteiten de wederzijdse erkenning van de deelnamestatus toepassen zoals beschreven in paragraaf 1 van afdeling III van dit besluit. Afdeling V. Gegevensverwerking 49. In overeenstemming met de CMAA, en met name artikel 17, dienen de op grond van dit besluit door de ontvangende douaneautoriteit verkregen gegevens gebruikt en verwerkt te worden voor de toepassing van dit besluit. 50. De douaneautoriteiten streven ernaar te verzekeren dat de uitgewisselde informatie juist is en regelmatig wordt bijgewerkt, en dat er gepaste verwijderingsprocedures voorhanden zijn. Indien een douaneautoriteit bepaalt dat uit hoofde van dit besluit verstrekte informatie moet worden gewijzigd, dient de douaneautoriteit die deze informatie verschaft, de ontvangende douaneautoriteit direct over dergelijke wijzigingen in te lichten. Na kennisgeving van dergelijke wijzigingen dient de ontvangende douaneautoriteit een dergelijke wijziging direct te noteren. Informatie mag niet langer dan nodig voor het doel waarvoor zij wordt doorgegeven, worden verwerkt en bewaard. 51. Wanneer informatie met persoonsgegevens wordt uitgewisseld overeenkomstig afdeling IV, paragraaf 3, onder a) tot en met g), nemen de douaneautoriteiten ook passende maatregelen om de bescherming, veiligheid, vertrouwelijkheid en integriteit van die gegevens te waarborgen. De douaneautoriteiten zien er met name op toe dat: 52. er veiligheidswaarborgen zijn (inclusief elektronische waarborgen) die de toegang tot dergelijke informatie, die van de andere douaneautoriteit is verkregen op grond van dit besluit, op een “need-to-know”-basis beheren en ervoor zorgen dat deze informatie alleen ten behoeve van dit besluit wordt gebruikt; 53. dergelijke informatie die op grond van dit besluit van de andere douaneautoriteit wordt verkregen, wordt beschermd tegen ongeoorloofde toegang, verspreiding, en tegen wijziging, verwijdering of vernietiging, behalve voor zover nodig om de bepalingen in bovenstaande paragraaf 2) toe te passen; 54. informatie die op grond van dit besluit van de andere douaneautoriteit wordt verkregen, aan geen enkel ander land of internationaal orgaan wordt overgedragen zonder de voorafgaande toestemming van de douaneautoriteit die deze informatie heeft verstrekt en alleen onder de door haar vastgestelde voorwaarden; 55. dergelijke informatie tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de CMAA kan worden gebruikt ter bescherming van de openbareveiligheidsbelangen en de veiligheid van de toeleveringsketen die relevant zijn voor dit besluit, en voor de douane, invoer-/uitvoerveiligheid en de vereenvoudiging van de handel en de handhaving, op voorwaarde dat zij onderworpen is aan gelijkwaardige of vergelijkbare waarborgen als die welke in deze afdeling zijn beschreven; 56. dergelijke informatie die op grond van dit besluit van de andere douaneautoriteit is verkregen, te allen tijde in veilige elektronische en/of papieren opslagsystemen wordt opgeslagen. Elk toegangsrecht, elke verwerking en elk gebruik van dergelijke informatie die is verkregen van de andere douaneautoriteit, wordt geregistreerd of gedocumenteerd. 57. Ten aanzien van persoonsgegevens die kunnen worden uitgewisseld op grond van afdeling IV, paragraaf 3, onder a) tot en met g), kan een deelnemer aan het programma verzoeken om toegang tot en/of wijziging van dergelijke gegevens die hem of haar betreffen en die worden verwerkt door een douaneautoriteit. Elke douaneautoriteit dient haar deelnemers aan het programma te adviseren om verzoeken voor toegang en/of wijzigingen in eerste instantie via hun eigen handelspartnerschapsprogramma in te dienen. In voorkomende gevallen dient de douaneautoriteit, overeenkomstig haar nationale wetgeving, dergelijke onjuiste of onvolledige gegevens te corrigeren. Elke douaneautoriteit informeert de deelnemers aan het programma eveneens over de administratieve en/of gerechtelijke verhaalmogelijkheden. 58. Op verzoek van de verstrekkende douaneautoriteit dient de ontvangende douaneautoriteit de op grond van het besluit ontvangen informatie te actualiseren, corrigeren, blokkeren, wissen of te verwijderen die onjuist of onvolledig is of waarvan het verzamelen of verder verwerken in strijd is met dit besluit of de CMAA. Elke douaneautoriteit dient de ander ervan in kennis te stellen als zij vaststelt dat essentiële informatie die op grond van dit besluit aan de andere douaneautoriteit is verzonden of van de andere douaneautoriteit is ontvangen, onjuist of onbetrouwbaar is of sterk in twijfel kan worden getrokken. Wanneer een douaneautoriteit vaststelt dat op grond van dit besluit ontvangen informatie van de andere douaneautoriteit onjuist is, dient zij alle maatregelen te nemen die zij passend acht om te voorkomen dat men zich ten onrechte op dergelijke informatie verlaat, inclusief het aanvullen, verwijderen of corrigeren van dergelijke informatie. 59. De naleving van de bepalingen in deze afdeling door elke douaneautoriteit is onderworpen aan het onafhankelijke toezicht en de beoordeling van haar respectieve bevoegde autoriteit (voor de VS is dit de Chief Privacy Officer van het Department of Homeland Security; voor de EU zijn dit de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de gegevensbeschermingsautoriteiten van de EU-lidstaten). Deze autoriteiten beschikken over werkelijke toezichts-, onderzoeks-, interventie- en inspectiebevoegdheden, en zijn bevoegd om, indien nodig, schendingen van de wet te renvooieren voor vervolging of voor tuchtrechtelijke maatregelen. Zij zorgen ervoor dat klachten over niet-naleving worden ontvangen, onderzocht, beantwoord en een passend gevolg krijgen. Afdeling VI. Herziening Het Gemengd Comité toetst regelmatig de uitvoering van dit besluit. Deze beoordeling omvat in het bijzonder: 60. gezamenlijke validaties om de sterke en zwakke punten bij de toepassing van dit besluit vast te stellen; 61. de uitwisseling van standpunten over de te delen gegevens en de behandeling van marktdeelnemers, in overeenstemming met dit besluit; en tevens 62. de uitwisseling van standpunten over veiligheidsbepalingen zoals de te volgen procedures gedurende en na een ernstig veiligheidsincident of wanneer de voorwaarden zodanig zijn dat de wederzijdse erkenning moet worden geschorst. Afdeling VII. Algemene erkenningen 63. Dit besluit heeft tot doel de bepalingen uit te voeren van de CMAA en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika inzake intensivering en uitbreiding van de CMAA tot samenwerking op het gebied van containerveiligheid en aanverwante zaken van 28 april 2004. 64. Dit besluit dient ten uitvoer te worden gelegd in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving en de internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie en de Verenigde Staten partij zijn. 65. Dit besluit schept of verleent geen rechten, voorrechten of voordelen voor enige andere particuliere of openbare derde partij, persoon of entiteit. 66. Elke douaneautoriteit wordt verantwoordelijk gehouden voor haar eigen kosten die voortvloeien uit de uitvoering van dit besluit. Afdeling VIII. Aanvang, schorsing en beëindiging 67. De samenwerking op grond van dit besluit begint bij de ondertekening door de voorzitters van het Gemengd Comité. 68. De implementatie van de wederzijdse erkenning tussen de VS en de EU vindt plaats in overeenstemming met afdeling III, paragraaf 1. Elke douaneautoriteit kan de samenwerking op grond van dit besluit te allen tijde schorsen of beëindigen, mits zij dit ten minste dertig (30) dagen van tevoren schriftelijk meedeelt. Een dergelijke mededeling dient respectievelijk verstrekt te worden aan of door de U.S. Customs and Border Protection en het directoraat-generaal Belastingen en douane-unie. Ondertekend te …., ….. Voor het Gemengd Comité douanesamenwerking EU-VS. _________________ ________________. (De twee voorzitters)