EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32023R2859

Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat gecentraliseerde toegang biedt tot voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid relevante publiek beschikbare informatie

PE/42/2023/REV/1

OJ L, 2023/2859, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2859/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2859/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie L


2023/2859

20.12.2023

VERORDENING (EU) 2023/2859 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 13 december 2023

tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat gecentraliseerde toegang biedt tot voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid relevante publiek beschikbare informatie

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gemakkelijke en gestructureerde toegang tot data is belangrijk om besluitvormers, professionele en kleine beleggers, niet-gouvernementele organisaties, maatschappelijke organisaties, sociale en milieuorganisaties en andere belanghebbenden in de economie en de samenleving doordachte, geïnformeerde en ecologisch en maatschappelijk verantwoorde beleggingsbeslissingen te laten nemen die het efficiënte functioneren van de markt ten goede komen. De beschikbaarheid van betrouwbare en gesystematiseerde informatiebronnen is evenzeer bijzonder relevant voor onderzoekers en academici die empirisch of theoretisch onderzoek naar financiële markten verrichten. Het zorgen voor gemakkelijkere toegang tot openbare informatie, met inbegrip van informatie die vrijwillig wordt verstrekt, is ook noodzakelijk om kleine en middelgrote ondernemingen (in Nederland ook wel midden- en kleinbedrijf genoemd) meer mogelijkheden te bieden om te groeien, zichtbaarheid te verwerven en te innoveren. De uitrol van gemeenschappelijke Uniedataruimten in cruciale sectoren, waaronder de financiële sector, dient om gemakkelijke toegang te bieden tot betrouwbare informatiebronnen in die sectoren.

(2)

In haar mededeling van 24 september 2020 getiteld “Een kapitaalmarktenunie ten dienste van mensen en ondernemingen — Een nieuw actieplan” (het “KMU-actieplan”) heeft de Commissie voorgesteld om de publieke toegang tot financiële en niet-financiële informatie van entiteiten te verbeteren door een Europees centraal toegangspunt (European Single Access Point — ESAP) te bouwen. In de mededeling van de Commissie van 24 september 2020 getiteld “Een EU-strategie voor het digitale geldwezen” (de “strategie voor het digitale geldwezen”) wordt in grote lijnen uiteengezet hoe de Unie de digitale transformatie van het geldwezen de komende jaren kan bevorderen, en met name hoe een datagedreven geldwezen kan worden bevorderd. In haar mededeling van 6 juli 2021 getiteld “Strategie voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie” maakte de Commissie vervolgens van het duurzame geldwezen de hoeksteen van het financiële stelsel als een essentieel middel om de groene transitie van de economie van de Unie te verwezenlijken, als onderdeel van de Europese Green Deal die de Commissie in haar mededeling van 11 december 2019 heeft uiteengezet.

(3)

Wil de groene transitie van de economie van de Unie via het duurzame geldwezen slagen, dan is het van essentieel belang dat informatie over de duurzaamheid van bedrijven gemakkelijk toegankelijk is voor beleggers, zodat zij beter geïnformeerd zijn wanneer zij beleggingsbeslissingen nemen. Daartoe moet financiële en niet-financiële informatie van entiteiten zoals vennootschappen, bedrijven en financiële instellingen beter publiek toegankelijk worden. Een efficiënt middel om dat op Unieniveau te doen is de oprichting van een gecentraliseerd platform — het ESAP — dat elektronische publieke toegang geeft tot alle relevante informatie.

(4)

Het ESAP moet het publiek gemakkelijk gecentraliseerd toegang geven tot informatie over entiteiten en hun producten die openbaar wordt gemaakt en relevant is voor financiële diensten, kapitaalmarkten, duurzaamheid en diversiteit, met uitzondering van marketinginformatie. Een dergelijke toegang is nodig om te voldoen aan de stijgende vraag naar gediversifieerde financiële producten waarin kan worden belegd en die vallen onder het ecologische, sociale en governancekader, en om kapitaal naar die producten toe te leiden. Het ESAP is bedoeld als een toekomstgericht platform dat de opname mogelijk moet maken van openbare informatie die relevant is voor financiële diensten, kapitaalmarkten, duurzaamheid en diversiteit en die voortvloeit uit toekomstige wetgevingshandelingen van de Unie, zoals een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937.

(5)

Beleggers, marktdeelnemers, adviseurs, de academische wereld en het brede publiek kunnen er belang bij hebben om andere informatie te verkrijgen die relevant is voor financiële diensten, kapitaalmarkten, duurzaamheid en diversiteit dan de informatie die uit hoofde van het Unierecht openbaar moet worden gemaakt, wanneer een entiteit die informatie openbaar toegankelijk maakt. Met name kleine en middelgrote ondernemingen willen misschien meer informatie openbaar toegankelijk maken om beter zichtbaar te worden voor potentiële investeerders en zo hun financieringsmogelijkheden te verruimen en te diversifiëren. Ook kan het zijn dat marktdeelnemers meer informatie willen verschaffen dan door het Unierecht vereist is. Het ESAP moet dan ook toegang geven tot informatie die relevant is voor financiële diensten en kapitaalmarkten, duurzaamheid en diversiteit die op vrijwillige basis openbaar wordt gemaakt door een onder het recht van een lidstaat vallende entiteit, indien die entiteit ervoor kiest om die informatie op het ESAP toegankelijk te maken. Dergelijke informatie kan op vrijwillige basis worden ingediend zodra de operationele deugdelijkheid en efficiëntie van het ESAP zijn gewaarborgd, in elk geval na de indiening van het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de uitrol, het functioneren en de doeltreffendheid van het ESAP. Informatie die op vrijwillige basis wordt ingediend, moet duidelijk als zodanig worden aangemerkt.

(6)

De op vrijwillige basis verstrekte informatie moet worden gepresenteerd in een formaat dat overeenstemt met dat van de informatie die verplicht wordt ingediend en moet qua inhoud, waarde, bruikbaarheid en betrouwbaarheid vergelijkbaar zijn met die verplichte informatie. Om ervoor te zorgen dat de informatie die op vrijwillige basis op het ESAP toegankelijk wordt gemaakt, beter vergelijkbaar en bruikbaar is, moeten de bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (3) opgerichte Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit) (EBA), de bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) (Eiopa), en de bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (5) opgerichte Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (ESMA) (samen bekend als de “Europese toezichthoudende autoriteiten” of “ETA’s”), via het Gemengd Comité ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen waarin de metadata worden gespecificeerd die die informatie moeten vergezellen en, indien van toepassing, de formaten of sjablonen die moeten worden gebruikt voor het opstellen van dergelijke informatie. Het Gemengd Comité moet ook rekening houden met bestaande normen in de overeenkomstige sectorale wetgevingshandelingen van de Unie en met name met de normen die specifiek zijn ontworpen voor kleine en middelgrote ondernemingen.

(7)

Het ESAP mag geen nieuwe openbaarmakingsvereisten creëren wat inhoud betreft, maar moet voortbouwen op bestaande vereisten van de in de bijlage bij deze verordening vermelde wetgevingshandelingen van de Unie. Het is belangrijk dubbele rapportage te vermijden, om extra administratieve en financiële lasten voor entiteiten te voorkomen, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen.

(8)

Ook historische informatie moet kunnen worden opgenomen in het ESAP om de beschikbaarheid en vergelijkbaarheid van informatie te verbeteren. De historische informatie moet betrekking hebben op informatie die niet eerder openbaar is gemaakt dan vijf jaar voordat die bij het ESAP moest worden ingediend. Om te zorgen voor consistente en volledige reeksen historische informatie, moet de mogelijkheid om historische informatie op het ESAP toegankelijk te maken voorbehouden blijven aan verzamelende instanties die organen of instanties van de Unie zijn.

(9)

Het opzetten van het ESAP moet verlopen volgens een ambitieus tijdschema en met tussentijdse etappes waarmee de operationele soliditeit en efficiëntie ervan wordt gewaarborgd. In het bijzonder moet er voldoende tijd worden uitgetrokken voor de technische uitrol van het ESAP en voor de organisatie van de verzameling van informatie in de lidstaten. De beginfase van de ontwikkeling van het ESAP moet twaalf maanden duren, zodat de lidstaten en de ESMA voldoende tijd hebben om de IT-infrastructuur op te zetten en te testen aan de hand van de verzameling van een beperkt aantal informatiestromen. Vervolgens moeten er geleidelijk meer informatiestromen en functionaliteiten in de ontwikkelingsprocedure worden opgenomen, in een tempo dat een degelijke en efficiënte ontwikkeling van het ESAP toelaat. Het functioneren van het ESAP moet in de loop van de uitrol en het gebruik ervan regelmatig worden geëvalueerd zodat er indien nodig wijzigingen kunnen worden aangebracht om in te spelen op de behoeften van de gebruikers en om de technische efficiëntie van het ESAP te waarborgen.

(10)

De informatie die op het ESAP openbaar toegankelijk moet worden gemaakt, moet worden verzameld door verzamelende instanties die worden aangewezen voor het verzamelen van de informatie die entiteiten openbaar moeten maken of door verzamelende instanties die worden aangewezen voor het verzamelen van de informatie die vrijwillig wordt ingediend door entiteiten. Om het volledige en kostenefficiënte functioneren van het ESAP te waarborgen, moeten de verzamelende instanties de informatie op geautomatiseerde wijze op het ESAP beschikbaar stellen via één application programming interface (API). Om de informatie zonder onnodige vertraging door te geven aan het ESAP, moeten de verzamelende instanties zo veel mogelijk gebruikmaken van procedures en infrastructuur voor het verzamelen van informatie die reeds bestaan op Unie- en nationaal niveau. Er mag geen verplichting bestaan om de informatie op het ESAP toegankelijk te maken voordat die informatie openbaar wordt gemaakt op grond van de toepasselijke sectorale wetgevingshandelingen van de Unie. Met het oog op het toegankelijk maken van informatie op het ESAP moeten de verzamelende instanties de informatie die door de entiteiten is ingediend of door de verzamelende instanties zelf is gegenereerd, opslaan, tenzij uit hoofde van het Unierecht al in passende alternatieve opslagmechanismen is voorzien. Van de verzamelende instanties mag niet worden verlangd dat zij nieuwe opslagmechanismen opzetten wanneer voor de opslag van informatie een beroep kan worden gedaan op bestaande Unie- of nationale mechanismen. De lidstaten moeten ten minste één verzamelende instantie aanwijzen voor het verzamelen van informatie die vrijwillig door entiteiten wordt ingediend, die dezelfde kan zijn als die welke informatie verzamelt die verplicht door entiteiten wordt ingediend.

(11)

Om kostenefficiënt te kunnen werken, moeten de verzamelende instanties hun taken aan derden kunnen delegeren. Een dergelijke delegatie moet onderworpen zijn aan passende waarborgen en mag niet in die mate worden uitgeoefend dat de verzamelende instantie louter een “brievenbusmaatschappij” wordt. Discretionaire besluiten om informatie af te wijzen of te verwijderen die duidelijk ongepast of misleidend is of buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt, mogen niet worden gedelegeerd. Dat belet een gedelegeerde echter niet om een dergelijke afwijzing of verwijdering uit te voeren in overeenstemming met een dergelijk discretionair besluit van de verzamelende instantie.

(12)

Om ervoor te zorgen dat de informatie die op het ESAP openbaar toegankelijk wordt gemaakt digitaal bruikbaar is, moeten entiteiten die informatie beschikbaar stellen in een voor data-extractie geschikt formaat of, wanneer dat Unierechtelijk is vereist, in een machinaal leesbaar formaat. Voor data-extractie geschikte formaten vereisen niet noodzakelijk dat informatie zodanig is gestructureerd dat die machinaal leesbaar is, terwijl machinaal leesbare formaten bestandsformaten zijn die zodanig zijn gestructureerd dat softwaretoepassingen specifieke data, met inbegrip van individuele feitelijke beschrijvingen, en de interne structuur van die data gemakkelijk kunnen identificeren, herkennen en extraheren. Beide formaten moeten open formaten zijn om een zo breed mogelijk gebruik mogelijk te maken. Onder open formaten moet worden verstaan dat ze platformonafhankelijk zijn en voor het publiek beschikbaar worden gesteld zonder enige beperking die het hergebruik van de daarin vervatte informatie in de weg staat. De ETA’s moeten via het Gemengd Comité ontwerpen van technische uitvoeringsnormen opstellen die aan de Commissie moeten worden voorgelegd en waarin de kenmerken van machinaal leesbare formaten en voor data-extractie geschikte formaten worden gespecificeerd en rekening wordt gehouden met eventuele veranderende tendensen of normen op het vlak van technologie. Om ervoor te zorgen dat entiteiten de informatie in het correcte formaat indienen en om eventuele technische problemen tegen te gaan waarmee entiteiten te maken krijgen, moeten de verzamelende instanties geautomatiseerde validaties in overeenstemming met deze verordening uitvoeren en de entiteiten die informatie indienen waar nodig bijstand verlenen.

(13)

Entiteiten die informatie en metadata bij de verzamelende instanties indienen, moeten aansprakelijk blijven voor de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie in de taal waarin die is ingediend en voor de betrouwbaarheid van die informatie en metadata. Op grond van de beginselen van minimale gegevensverwerking en van gegevensbescherming moeten entiteiten ervoor zorgen dat de ingediende informatie geen persoonsgegevens bevat, behalve wanneer die gegevens een noodzakelijk onderdeel zijn van de informatie over de economische activiteiten van de entiteiten, onder meer wanneer de naam van de entiteit overeenstemt met de naam van de eigenaar. Indien de ingediende informatie persoonsgegevens bevat, moeten de entiteiten erop toezien dat zij voor de openbaarmaking van die persoonsgegevens kunnen steunen op een van de gronden voor de rechtmatigheid van de verwerking van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (6).

(14)

De doelstelling van de ESMA is het beschermen van het algemeen belang door bij te dragen aan de stabiliteit en doeltreffendheid van het financiële systeem — ten behoeve van de economie van de Unie, haar burgers en bedrijven. In dat verband draagt de ESMA met name bij tot het waarborgen van de integriteit, transparantie, efficiëntie en het ordelijk functioneren van financiële markten. Een van haar taken is het verbeteren van de bescherming van beleggers. Dienovereenkomstig moet de ESMA de taak krijgen om het ESAP op te richten en te exploiteren.

(15)

Opdat entiteiten en het publiek zouden kunnen weten welke verzamelende instanties informatie bij het ESAP indienen, moet de ESMA op haar website een lijst van de verzamelende instanties publiceren en die lijst actueel houden. Indien het nodig is wijzigingen aan die lijst aan te brengen, moeten die wijzigingen zo spoedig mogelijk worden aangebracht.

(16)

Het ESAP kan worden getroffen door schendingen van de vertrouwelijkheid, integriteitsrisico’s en risico’s in verband met de eigen beschikbaarheid en de beschikbaarheid van de daarin verwerkte informatie. Die risico’s, die onder meer ongevallen, fouten, opzettelijke aanvallen en natuurverschijnselen omvatten, moeten als operationele risico’s worden erkend. De ESMA en de verzamelende instanties moeten een passend en evenredig beleid toepassen, dat regelmatige evaluaties omvat, dat ervoor zorgt dat het ESAP de verwerkte informatie en de functies ervan in overeenstemming met de hoogst mogelijke toepasselijke normen beschermt.

(17)

Om data gemakkelijker te kunnen opzoeken, te vinden, op te halen en te gebruiken, moet de ESMA erop toezien dat het ESAP een reeks functionaliteiten aanbiedt, zoals een zoekfunctie, een machinevertalingsdienst en de mogelijkheid om de informatie te extraheren, alsook elektronische toegankelijkheidsfuncties die zijn ontworpen voor personen met een visuele beperking en personen met een handicap en speciale toegangsbehoeften. De zoekfunctie moet in alle officiële talen van de Unie worden aangeboden en moet ten minste voortbouwen op de metadata die op grond van de in de bijlage bij deze verordening opgenomen wetgevingshandelingen van de Unie worden verstrekt. De gebruikersinterface en de zoekfunctie in het ESAP moeten zodanig worden ontworpen dat ze zo gebruikersvriendelijk mogelijk zijn, met een vergaande vergelijkbaarheidsgraad van data, en dat rekening wordt gehouden met een breed scala aan potentiële gebruikers, zoals professionele en kleine beleggers, academische instellingen en maatschappelijke organisaties.

(18)

Gebruik en hergebruik van openbaar toegankelijke informatie op het ESAP kan de interne markt beter laten functioneren en kan de ontwikkeling stimuleren van nieuwe diensten die dergelijke informatie combineren en daarvan gebruikmaken. Daarom moet, wanneer zulks op grond van een doel van algemeen belang gerechtvaardigd is, het gebruik en hergebruik van de op het ESAP toegankelijke informatie worden toegestaan voor andere doeleinden dan die waarvoor de informatie is opgesteld. Dergelijk gebruik en hergebruik van informatie moet niettemin aan objectieve en niet-discriminerende voorwaarden worden onderworpen. Bovendien moeten waar nodig voorwaarden gelden die overeenstemmen met die uit open standaardlicenties in de zin van Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad (7), waarbij het toegestaan moet zijn dat data en inhoud door iedereen voor alle doeleinden kosteloos kunnen worden geraadpleegd, gebruikt, gewijzigd en gedeeld. Entiteiten die hun informatie indienen bij een verzamelende instantie om die toegankelijk te maken op het ESAP, mogen het gebruik en hergebruik van die informatie voor regelgevende en niet-commerciële doeleinden niet beperken op basis van een sui-generis-recht, onverminderd het Unierecht inzake auteursrechten en andere daarmee verband houdende rechten. Noch de ESMA noch de verzamelende instanties mogen enige aansprakelijkheid dragen voor de toegang tot, het gebruik van of het hergebruik van informatie die via het ESAP toegankelijk is, onverminderd de in artikel 340 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) neergelegde beginselen van niet-contractuele aansprakelijkheid.

(19)

De op het ESAP beschikbare informatie moet tijdig voor het publiek toegankelijk worden gemaakt. Daarom moet de door de verzamelende instanties aan het ESAP verstrekte informatie onverwijld en in elk geval binnen een zo kort mogelijk tijdsbestek op het ESAP toegankelijk worden gemaakt. Om de eenvormige kwaliteit van de informatie te waarborgen, moeten de verzamelende instanties geautomatiseerde validaties uitvoeren en ingediende informatie afwijzen die niet aan de noodzakelijkheidsvereisten voldoet. De geautomatiseerde validaties mogen geen betrekking hebben op de inhoud van de informatie. Naast geautomatiseerde validaties moeten de verzamelende instanties informatie afwijzen of verwijderen indien zij, bijvoorbeeld na ontvangst van informatie van een belanghebbende, vaststellen dat die buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt, of dat die inhoud bevat die duidelijk ongepast of misleidend is. De verzamelende instanties zijn niet verplicht manueel of automatisch na te gaan of informatie buiten het toepassingsgebied van deze verordening valt en of de informatie duidelijk ongepast of misleidend is. De entiteiten moeten verantwoordelijk blijven voor de inhoud. Deze verordening doet geen afbreuk aan andere verplichtingen die de verzamelende instanties uit hoofde van andere Unie- of nationaalrechtelijke bepalingen kunnen hebben.

(20)

Het ESAP moet gebruikers kosteloos en op niet-discriminerende wijze toegang geven tot informatie en moet het gebruikers mogelijk maken om de informatie op het ESAP op te zoeken, daartoe toegang te krijgen en die te downloaden. Om de ESMA echter te beschermen tegen buitensporige lasten in verband met kosten die het gevolg zijn van het voorzien in de behoeften van eventuele intensieve gebruikers, moet de ESMA de mogelijkheid krijgen om inkomsten te genereren. Daarom moet de ESMA, in afwijking van het algemene beginsel dat informatie kosteloos toegankelijk moet zijn, de mogelijkheid krijgen om voor specifieke diensten vergoedingen in rekening te brengen, onder meer voor diensten met hoge onderhouds- of ondersteuningskosten als gevolg van zoekopdrachten voor en downloads van zeer grote volumes informatie of een hoge frequentie van toegang tot informatie die op het ESAP toegankelijk wordt gemaakt, met name als het gebruik van die informatie commerciële belangen dient. Opgelegde vergoedingen mogen echter niet meer bedragen dan de kosten die de ESMA maakt voor het verlenen van die specifieke diensten. Geïnde vergoedingen moeten worden toegewezen aan het algemene functioneren van het ESAP. Sommige gebruikers, met inbegrip van academici en organisaties uit het maatschappelijk middenveld, mogen geen vergoedingen in rekening worden gebracht. De vergoedingen moeten op transparante wijze en op basis van duidelijke beginselen worden berekend.

(21)

Om datagedreven innovatie in het geldwezen te bevorderen, de kapitaalmarkten in de Unie te helpen integreren, investeringen te kanaliseren naar duurzame activiteiten en efficiëntiewinsten te creëren voor consumenten en bedrijven, moet het ESAP de toegang verbeteren tot openbare informatie die persoonsgegevens kan bevatten. Het ESAP moet echter alleen de toegang verbeteren tot de persoonsgegevens in informatie die op grond van een wettelijke verplichting openbaar is gemaakt of, indien de informatie vrijwillig openbaar is gemaakt, tot de persoonsgegevens die op grond van Verordening (EU) 2016/679 op rechtmatige wijze verwerkt zijn. Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het toegankelijk maken van informatie op het ESAP, moeten de ESMA, in haar hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke voor het ESAP, en de verzamelende instanties toezien op de naleving van Verordening (EU) 2016/679 en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (8). De indienende entiteiten moeten verantwoordelijk zijn voor het vaststellen van de aanwezigheid van persoonsgegevens in de ingediende informatie en voor de verwerking van die persoonsgegevens op basis van een van de gronden voor de rechtmatigheid van de verwerking op grond van Verordening (EU) 2016/679. Informatie die vergezeld gaat van metadata die aangeven dat de informatie persoonsgegevens bevat, mag door verzamelende instanties of het ESAP niet langer dan noodzakelijk worden bewaard, en in elk geval niet langer dan vijf jaar, tenzij anders vermeld in de in de bijlage bij deze verordening opgenomen wetgevingshandelingen van de Unie.

(22)

Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 19 januari 2022 heeft hij formeel commentaar uitgebracht.

(23)

De Europese Centrale Bank heeft op 7 juni 2022 haar advies gegeven (9).

(24)

Om het vertrouwen van het publiek in het ESAP op te bouwen en in stand te houden en om elke entiteit te beschermen tegen ongeoorloofde aanpassing van haar informatie, moeten de verzamelende instanties de integriteit van de data en de geloofwaardigheid van de bron van de door entiteiten ingediende informatie verzekeren. Meer in het bijzonder moeten de verzamelende instanties zorgen voor een passend niveau van authenticiteit, beschikbaarheid, integriteit en niet-afwijzing van de door de entiteiten ingediende informatie die beschikbaar en toegankelijk moet worden gemaakt op het ESAP. Niet-afwijzing van informatie betekent dat de entiteit een redelijke zekerheid moet worden geboden dat haar inzending is afgeleverd en dat de ontvanger bewijs heeft van de identiteit van de entiteit. Een gekwalificeerd elektronisch zegel zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad (10) kan worden gebruikt om die doelstellingen te verwezenlijken. Indien beschikbaar moet een specifieke identificatiecode voor juridische entiteiten een verplicht attribuut van de ingediende informatie zijn.

(25)

Wil de informatie op het ESAP in de tijd vergelijkbaar zijn, dan moeten gebruikers ook toegang hebben tot informatie uit het verleden, met inbegrip van historische informatie. Tenzij anders is bepaald in de in de bijlage bij deze verordening opgenomen wetgevingshandelingen van de Unie, moet het ESAP voor een redelijke termijn toegang bieden tot informatie, tenzij anders is bepaald in de in de bijlage bij deze verordening opgenomen wetgevingshandelingen van de Unie. Daartoe moet de ESMA erop toezien dat persoonsgegevens niet langer worden bewaard of toegankelijk worden gemaakt op het ESAP dan volgens het Unierecht is voorgeschreven en in elk geval niet langer dan vijf jaar, tenzij anders vermeld in de binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallende wetgevingshandelingen van de Unie.

(26)

De verzamelende instanties moeten de ESMA in kennis stellen van eventuele aanzienlijke praktische moeilijkheden die in verband met de uitvoering van hun taken zijn vastgesteld. De ESMA moet in nauwe samenwerking met de EBA en Eiopa toezicht houden op het functioneren van het ESAP en daarover een jaarverslag publiceren, met als doel ervoor te zorgen dat potentiële problemen transparant worden gemaakt en dat waar nodig passende maatregelen kunnen worden genomen. Het opstellen van het jaarverslag over het functioneren van het ESAP door de ESMA, in nauwe samenwerking met de EBA en Eiopa, zal er ook toe bijdragen dat de bevoegde autoriteiten worden betrokken en dat andere belanghebbenden worden geraadpleegd via de door de ESMA op te richten ad-hoctaskforce, ad-hocgroep of ad-hoccommissie, naargelang het geval.

(27)

Gezien de relevantie van het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de uitrol, het functioneren en de doeltreffendheid van het ESAP voor de mogelijke vaststelling van een gedelegeerde handeling tot uitstel van de opneming in het ESAP van informatie waarvoor de indiening bij de verzamelende instanties nog niet vereist is op grond van deze verordening in het kader van de toepassing van Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad (11) en Verordening (EU) 2023/2869 van het Europees Parlement en de Raad (12), is het belangrijk dat de Commissie gebruikmaakt van de door de ESMA opgestelde jaarverslagen over het functioneren van het ESAP en passende raadplegingen houdt van de verzamelende instanties en de relevante deskundigengroepen, met name de deskundigengroep van het Europees Comité voor het effectenbedrijf. Het Europees Parlement en de Raad moeten, indien zij dat passend achten, ruimschoots de gelegenheid krijgen om het verslag van de Commissie te bespreken.

(28)

Teneinde de opneming in het ESAP van bepaalde op het ESAP toegankelijk te maken informatie waar nodig uit te stellen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de datum waarop die informatie moet worden ingediend voor toegankelijkheid op het ESAP. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (13). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(29)

Om te zorgen voor de soepele verwerking van de informatie die is ontvangen of opgesteld door de verzamelende instanties en die aan het ESAP beschikbaar wordt gesteld, moeten bepaalde duidelijke en gedetailleerde vereisten worden vastgesteld tot specificatie van het formaat en de metadata van die informatie en de vraag welke verzamelende instanties die informatie moeten verzamelen. Om de kwaliteit van de door de verzamelende instanties bij het ESAP ingediende informatie te waarborgen, moeten ook de kenmerken worden bepaald van de geautomatiseerde validaties met betrekking tot elk onderdeel van de bij de verzamelende instanties door de entiteiten ingediende informatie, met inbegrip van de kenmerken van het gekwalificeerde elektronische zegel dat, indien zulks wordt vereist door de verzamelende instanties, aan die informatie moet worden gehecht. Om te zorgen voor het gebruik en hergebruik van data op het ESAP, moet een lijst van de aangewezen open standaardlicenties worden vastgesteld. Om data snel te kunnen zoeken, vinden en ophalen, moeten ook de kenmerken van de te hanteren API en de metadata worden vastgesteld. Aanvullende vereisten wat betreft een efficiënte zoekfunctie moeten ook worden toegepast, zoals de specifieke identificatiecode voor juridische entiteiten van de entiteit, de indeling van het type informatie die is ingediend door de entiteit en de grootte van de entiteit per categorie. Daartoe moeten de ETA’s via het Gemengd Comité ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen. Bij het opstellen van de technische uitvoeringsnormen moeten de ETA’s via het Gemengd Comité vooraf overleg plegen met de verzamelende instanties en met name de potentiële kosten en baten analyseren. Daarnaast moet de ESMA in staat worden gesteld om ontwerpen van technische uitvoeringsnormen te ontwikkelen om de aard en de omvang te bepalen van de specifieke diensten waarvoor vergoedingen kunnen worden berekend, en van de daarmee samenhangende vergoedingsstructuur. Dergelijke ontwerpen van technische uitvoeringsnormen zouden wereldwijde en interoperabele toegang tot de informatie van entiteiten mogelijk maken. Wat betreft de ontwikkeling van die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen inzake duurzaamheidsinformatie, moeten de ETA’s via het Gemengd Comité nauw samenwerken met de EFRAG. Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden toegekend om die technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van uitvoeringshandelingen op grond van artikel 291 VWEU en in overeenstemming met artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

(30)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk bijdragen tot de integratie van de financiële diensten en kapitaalmarkten van de Unie door een gemakkelijke gecentraliseerde toegang te bieden tot publieke informatie over entiteiten en hun producten, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(31)

Het ESAP is de eerste actie in het nieuwe KMU-actieplan en een concrete verwezenlijking van de strategie voor het digitale geldwezen. Het ESAP is derhalve een groot project van gemeenschappelijk Europees belang op het gebied van het digitale geldwezen. Daarom moet zo veel mogelijk financiering worden gezocht uit het bij Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad (14) opgerichte programma Digitaal Europa, met name tijdens de vroege ontwikkelingsfasen van het ESAP, in overeenstemming met de bedragen die zijn gepresenteerd in het werkdocument van de diensten van de Commissie van 25 november 2021. Die middelen worden aan de Commissie toegewezen tijdens de vroege ontwikkeling van het ESAP, om ervoor te zorgen dat de ESMA de uiteindelijke eigenaar is van alle resulterende activa. Nadat de bijdrage uit het programma Digitaal Europa is opgebruikt, moet de financiering van het ESAP tot 31 december 2027 het model volgen dat voor de financiering van de ESMA is voorzien. De bijdragen van de bevoegde autoriteiten in het kader van dat financieringsmodel mogen in totaal niet meer bedragen dan 6 968 000 EUR. De financieringstoewijzing door de lidstaten is echter niet afhankelijk van een mogelijke overschrijding van de kostenramingen in het werkdocument van de diensten van de Commissie van 25 november 2021. De financiering van het ESAP na december 2027 moet worden besproken in de passende begrotingsprocedure in het kader van het volgende meerjarig financieel kader, wanneer wordt beoordeeld of een grotere bijdrage uit de begroting van de Unie passend zou zijn,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Europees centraal toegangspunt

1.   Uiterlijk op 10 juli 2027 gaat de ESMA over tot het oprichten en beheren van een Europees centraal toegangspunt (European Single Access Point — ESAP) dat gecentraliseerde elektronische toegang biedt tot de volgende informatie:

a)

informatie die openbaar wordt gemaakt op grond van de in de bijlage opgenomen wetgevingshandelingen van de Unie of op grond van nadere juridisch bindende Uniehandelingen die voorzien in gecentraliseerde elektronische toegang tot informatie op het ESAP;

b)

informatie die een onder het recht van een lidstaat vallende entiteit vrijwillig toegankelijk maakt op het ESAP, overeenkomstig artikel 3, lid 1, en waarnaar wordt verwezen in de in de bijlage vermelde wetgevingshandelingen van de Unie of in nadere juridisch bindende handelingen van de Unie die voorzien in gecentraliseerde elektronische toegang tot informatie op het ESAP.

2.   De in lid 1, punt a), van dit artikel bedoelde informatie wordt niet ingediend bij verzamelende instanties met het oog op het toegankelijk maken ervan op het ESAP, vóór de datum van toepassing van de verplichting om dergelijke informatie te verstrekken uit hoofde van de in de bijlage vermelde wetgevingshandelingen van de Unie of in nadere juridisch bindende handelingen van de Unie die voorzien in gecentraliseerde elektronische toegang tot informatie op het ESAP.

3.   Verzamelende instanties die organen of instanties van de Unie zijn, kunnen historische informatie beschikbaar stellen op het ESAP vanaf de datum van toepassing van de verplichting om dergelijke informatie te verstrekken op het ESAP uit hoofde van de in de bijlage vermelde wetgevingshandelingen van de Unie of in nadere juridisch bindende handelingen van de Unie die voorzien in gecentraliseerde elektronische toegang tot informatie op het ESAP.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“entiteit”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon:

a)

die verplicht is de in artikel 1, lid 1, punt a), bedoelde informatie in te dienen bij een verzamelende instantie, of

b)

die op grond van artikel 1, lid 1, punt b), op vrijwillige basis informatie indient bij een verzamelende instantie om die informatie op het ESAP toegankelijk te maken;

2)

“verzamelende instantie”: een orgaan van de Unie dat of een instantie van de Unie die als dusdanig is aangewezen op grond van een van de wetgevingshandelingen van de Unie uit hoofde van artikel 1, lid 1, punt a), of een nationaal orgaan of register dat of een nationale autoriteit die als dusdanig is aangewezen door een lidstaat overeenkomstig artikel 3, lid 2;

3)

“voor data-extractie geschikt formaat”: een open formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 14, van Richtlijn (EU) 2019/1024 dat breed wordt gebruikt of rechtens is vereist, waarmee machinale data-extractie mogelijk is en dat door mensen leesbaar is;

4)

“machinaal leesbaar formaat”: een machinaal leesbaar formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 13, van Richtlijn (EU) 2019/1024;

5)

“gekwalificeerd elektronisch zegel”: een gekwalificeerd elektronisch zegel zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 27, van Verordening (EU) nr. 910/2014;

6)

“application programming interface” of “API’”: een reeks functies, procedures, definities en protocollen voor communicatie tussen machines en de naadloze uitwisseling van data;

7)

“metadata”: gestructureerde informatie waardoor een informatiebron gemakkelijker is op te halen, te gebruiken of te beheren, onder meer door het beschrijven, toelichten of lokaliseren van de bron van die informatie;

8)

“persoonsgegevens”: persoonsgegevens zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 1), van Verordening (EU) 2016/679;

9)

“historische informatie”: de in artikel 1, lid 1, punt a), bedoelde informatie die niet eerder dan vijf jaar voor de datum van toepassing van het vereiste om die informatie bij het ESAP in te dienen, openbaar is gemaakt;

10)

“Gemengd Comité”: het comité zoals bedoeld in artikel 54 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, artikel 54 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en artikel 54 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 3

Vrijwillige indiening van informatie

1.   Vanaf 10 januari 2030 kan een entiteit de in artikel 1, lid 1, punt b), bedoelde informatie indienen bij de verzamelende instantie in de lidstaat waar de entiteit haar statutaire zetel heeft, teneinde die informatie op het ESAP toegankelijk te maken.

Bij het indienen van dergelijke informatie bij de verzamelende instantie, doet de entiteit het volgende:

a)

zij zorgt ervoor dat de informatie vergezeld gaat van metadata waarin wordt aangegeven dat de informatie op vrijwillige basis op het ESAP toegankelijk wordt gemaakt;

b)

zij zorgt ervoor dat de informatie vergezeld gaat van metadata waarin wordt aangegeven of de informatie persoonsgegevens bevat;

c)

zij zorgt ervoor dat de informatie vergezeld gaat van de metadata die noodzakelijk zijn voor de werking van de in artikel 7, lid 3, bedoelde zoekfunctie op het ESAP;

d)

zij gebruikt een voor data-extractie geschikt formaat voor het indienen van de informatie;

e)

zij zorgt ervoor dat de ingediende informatie binnen het toepassingsgebied van artikel 1, lid 1, punt b), valt;

f)

zij zorgt ervoor dat geen persoonsgegevens worden opgenomen in de informatie, behalve wanneer de persoonsgegevens vereist zijn krachtens het Unie- of nationale recht of een noodzakelijk onderdeel zijn van de informatie over de economische activiteiten van de entiteit.

2.   Uiterlijk op 9 januari 2030 wijst elke lidstaat ten minste één verzamelende instantie aan voor het verzamelen van vrijwillig ingediende informatie en stelt zij de ESMA daarvan in kennis.

3.   De bij Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte Europese toezichthoudende autoriteiten (gezamenlijk de “ETA’s” genoemd) ontwikkelen via het Gemengd Comité ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere bepaling van de volgende elementen:

a)

de metadata die bij de overeenkomstig lid 1 ingediende informatie moeten worden gevoegd;

b)

de specifieke formaten of sjablonen die moeten worden gebruikt voor het indienen van de informatie overeenkomstig lid 1.

4.   Bij de ontwikkeling van de in lid 3 bedoelde technische uitvoeringsnormen houden de ETA’s rekening met normen die reeds in de overeenkomstige sectorale wetgevingshandelingen van de Unie bestaan, en met name met normen die specifiek zijn ontworpen voor kleine en middelgrote ondernemingen.

De ETA’s leggen de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 10 januari 2028 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

De ETA’s stellen via het Gemengd Comité richtsnoeren voor entiteiten vast om ervoor te zorgen dat de ingediende metadata correct zijn, met inbegrip van de voorwaarden voor de opname van persoonsgegevens in vrijwillige indieningen.

5.   Indien de in lid 1 bedoelde informatie persoonsgegevens bevat, zien entiteiten erop toe dat elke verwerking van die gegevens op een van de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 vermelde rechtsgronden voor verwerking berust. Deze verordening vormt geen rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens.

Artikel 4

Lijst van de verzamelende instanties

De ESMA maakt op het in artikel 7, lid 1, punt a), bedoelde webportaal een lijst van verzamelende instanties bekend, die de Uniform Resource Locator (URL) van elke verzamelende instantie bevat.

De ESMA zorgt ervoor dat die lijst actueel wordt gehouden en stelt de Commissie in kennis van wijzigingen van die lijst.

Artikel 5

Taken van de verzamelende instanties en verantwoordelijkheden van entiteiten

1.   De verzamelende instanties:

a)

verzamelen de door de entiteiten ingediende informatie;

b)

slaan de door de entiteiten ingediende of door de verzamelende instanties zelf gegenereerde informatie op en doen waar relevant een beroep op bestaande procedures en infrastructuur voor de opslag van informatie;

c)

voeren technische geautomatiseerde validaties uit ten aanzien van de door de entiteiten ingediende informatie om na te gaan of de informatie voldoet aan het volgende:

i)

de informatie is ingediend in een voor data-extractie geschikt formaat of, waar passend, in het machinaal leesbare formaat bepaald in een van de wetgevingshandelingen van de Unie uit hoofde van artikel 1, lid 1, punt a), op grond waarvan de informatie wordt ingediend;

ii)

de metadata voor de informatie, zoals bepaald op grond van lid 10, punt e), van dit artikel en, indien van toepassing, artikel 3, lid 1, punt a), zijn beschikbaar en volledig;

iii)

de informatie gaat indien vereist vergezeld van een gekwalificeerd elektronisch zegel;

d)

leggen geen andere voorwaarden op voor het gebruik en hergebruik van de op het ESAP toegankelijke informatie dan die welke zijn vastgesteld in open standaardlicenties zoals bedoeld in artikel 9;

e)

passen de API toe en verstrekken aan het ESAP, kosteloos en binnen de toepasselijke termijn, de informatie, de metadata voor die informatie en, indien vereist, het gekwalificeerde elektronische zegel;

f)

bieden, voor zover dat binnen de technische bevoegdheid van de verzamelende instantie valt, technische bijstand aan de entiteiten die de informatie indienen, ten minste met betrekking tot de procedures voor indiening, afwijzing en herindiening;

g)

zorgen ervoor dat de in artikel 1, lid 1, bedoelde informatie ten minste tien jaar op het ESAP beschikbaar blijft, tenzij anders is bepaald in de wetgevingshandelingen van de Unie uit hoofde van artikel 1, lid 1, punt a).

Voor de toepassing van punt g) van de eerste alinea van dit lid en in overeenstemming met de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725 nemen de verzamelende instanties de nodige technische en organisatorische maatregelen om ervoor te zorgen dat, wanneer de metadata bij de ingediende informatie verwijzen naar persoonsgegevens, die informatie niet langer dan vijf jaar wordt bewaard om beschikbaar te worden gesteld op het ESAP, noch op het ESAP toegankelijk wordt gemaakt, tenzij anders is bepaald in de wetgevingshandelingen van de Unie uit hoofde van artikel 1, lid 1, punt a), van deze verordening.

2.   De verzamelende instanties kunnen door entiteiten ingediende informatie afwijzen indien de informatie kennelijk ongepast is, onrechtmatig is of buiten de in artikel 1, lid 1, bedoelde informatie valt.

De verzamelende instanties verwijderen op het ESAP toegankelijk gemaakte informatie waarvan zij vaststellen dat die informatie kennelijk ongepast of onrechtmatig is of buiten de in artikel 1, lid 1, bedoelde informatie valt.

3.   De verzamelende instanties wijzen door entiteiten ingediende informatie af indien uit de in lid 1, punt c), van dit artikel bedoelde geautomatiseerde validaties blijkt dat de informatie niet voldoet aan de vereisten uit dat punt b), of, waar relevant, op basis van de op grond van artikel 10, lid 2, ontvangen kennisgevingen.

4.   De verzamelende instanties stellen de entiteiten binnen een redelijke termijn in kennis van de afwijzing of verwijdering van informatie en van de redenen daarvoor.

5.   Wanneer de door een entiteit op grond van artikel 1, lid 1, punt a), ingediende informatie door een verzamelende instantie wordt afgewezen of verwijderd, corrigeert die entiteit de informatie en dient zij die zonder onnodige vertraging opnieuw in. De verzamelende instantie stelt de ESMA ervan in kennis als informatie wordt afgewezen, verwijderd of vervangen op grond van lid 2 van dit artikel.

Entiteiten kunnen ervoor kiezen informatie slechts eenmaal en bij slechts een verzamelende instantie in te dienen. De indiening en eventuele herindiening van informatie, samen met de relevante begeleidende metadata, gebeuren bij dezelfde verzamelende instantie.

6.   Entiteiten zijn verantwoordelijk voor de volledigheid en nauwkeurigheid van de informatie in de taal waarin die is ingediend, alsook voor de relevante begeleidende metadata die zij bij de verzamelende instanties indienen. Entiteiten zijn met name verantwoordelijk voor het vaststellen of er persoonsgegevens zijn opgenomen in de informatie die zij bij de verzamelende instantie indienen samen met de relevante begeleidende metadata om aan te geven of de informatie persoonsgegevens bevat.

7.   Wat de onder deze verordening vallende informatie betreft, oefenen de verzamelende instanties, op grond van artikel 9 van deze verordening, het recht van de producent van de database, als bedoeld in artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad (15), of enig ander intellectuele-eigendomsrecht niet uit op een manier die het gebruik en hergebruik van de inhoud van de database verhindert of beperkt.

8.   Een verzamelende instantie kan de in lid 1, punten a), b), c), e), f) en g), en de in de leden 3 en 4 bedoelde taken delegeren aan een onder het recht van een lidstaat vallende rechtspersoon of aan een orgaan of instantie van de Unie (“de gedelegeerde”). Het delegeren van taken geschiedt in de vorm van een schriftelijke overeenkomst waarin de te vervullen taken en de voorwaarden waaronder die taken moeten worden uitgevoerd, nader worden bepaald (“delegatieovereenkomst”).

De in de delegatieovereenkomst uiteengezette voorwaarden zorgen ervoor dat:

a)

de gedelegeerde geen belangenconflict heeft;

b)

de gedelegeerde de verkregen informatie niet op onrechtmatige of concurrentieverstorende wijze of voor een ander doel dan vermeld in de delegatieovereenkomst gebruikt;

c)

de gedelegeerde zorgt voor de bescherming van de informatie overeenkomstig artikel 6 met betrekking tot de gedelegeerde taken;

d)

de gedelegeerde de verzamelende instantie regelmatig informeert over de algemene uitvoering van de gedelegeerde taken;

e)

de gedelegeerde de verzamelende instantie zonder onnodige vertraging in kennis stelt van elke tekortkoming om een gedelegeerde taak uit te voeren.

De verzamelende instantie blijft verantwoordelijk voor de taken die zij delegeert, waaronder het beschikbaar maken van alle informatie die de ESMA nodig heeft met betrekking tot een gedelegeerde taak.

Het feit dat de verzamelende instantie taken aan een derde heeft gedelegeerd, laat de aansprakelijkheid van de verzamelende instantie onverlet. De verzamelende instantie delegeert haar taken niet in zodanige mate dat zij niet langer als verzamelende instantie kan worden beschouwd.

De verzamelende instantie zorgt ervoor dat elke delegatie van taken op kostenefficiënte wijze wordt uitgevoerd en dat de delegatie voor zover mogelijk wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat de bestaande verzamelprocedures en -infrastructuur verder kunnen worden gebruikt voor de doeleinden van het ESAP.

De verzamelende instantie stelt de ESMA in kennis van elke delegatieovereenkomst die zij sluit.

9.   De verzamelende instanties zorgen voor een passend niveau van authenticiteit, beschikbaarheid, integriteit en niet-afwijzing van de door de entiteiten ingediende informatie die toegankelijk moet worden gemaakt op het ESAP. Om die niveaus te waarborgen, kunnen de lidstaten de verzamelende instanties toestaan te eisen dat de door entiteiten ingediende informatie die toegankelijk moet worden gemaakt op het ESAP vergezeld gaat van een gekwalificeerd elektronisch zegel.

10.   De ETA’s ontwikkelen via het Gemengd Comité ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere bepaling van de volgende elementen:

a)

de wijze waarop de in lid 1, punt c), van dit artikel bedoelde geautomatiseerde technische validaties moeten worden uitgevoerd voor elk type informatie dat door entiteiten wordt ingediend;

b)

de kenmerken van het in lid 1, punt c), iii), van dit artikel en in lid 9 van dit artikel bedoelde gekwalificeerde elektronische zegel;

c)

de in lid 1, punt d), van dit artikel bedoelde open standaardlicenties;

d)

de kenmerken van de op grond van lid 1, punt e), van dit artikel toe te passen API;

e)

de kenmerken van de metadata die nodig zijn voor de in artikel 7, lid 3, bedoelde zoekfunctie op het ESAP, de in lid 6 van dit artikel bedoelde metadata en alle andere metadata die nodig zijn voor het functioneren van het ESAP;

f)

de in lid 1, punt e), van dit artikel bedoelde termijnen;

g)

een indicatieve lijst en kenmerken van formaten die aanvaardbaar zijn als voor data-extractie geschikte formaten en als machinaal leesbare formaten zoals bedoeld in lid 1, punt c), i), van dit artikel.

11.   Bij de ontwikkeling van de in lid 10 bedoelde ontwerpen van technische uitvoeringsnormen houden de ETA’s rekening met de normen die reeds in de overeenkomstige sectorale wetgevingshandelingen van de Unie bestaan, en met name met de normen die specifiek zijn ontworpen voor kleine en middelgrote ondernemingen.

De ETA’s leggen die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 10 september 2024 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

12.   Verzamelende instanties die organen of instanties van de Unie zijn en die overeenkomstig artikel 1, lid 3, historische informatie beschikbaar stellen op het ESAP, doen het volgende:

a)

zij bereiden die informatie voor in een voor data-extractie geschikt formaat;

b)

zij doen die informatie vergezeld gaan van metadata waarin het volgende wordt gespecificeerd:

i)

de namen van de entiteit;

ii)

het soort informatie, zoals ingedeeld op grond van artikel 7, lid 4, punt c);

iii)

indien beschikbaar, de identificatiecode voor juridische entiteiten van de entiteit op grond van artikel 7, lid 4, punt b);

c)

zij specificeren dat de informatie historische informatie is.

In afwijking van lid 1, punt g), van dit artikel wordt historische informatie niet langer dan vijf jaar toegankelijk gemaakt op het ESAP.

Artikel 6

Cyberbeveiliging

De ESMA zet een effectief en evenredig IT-beveiligingsbeleid op voor het ESAP en zorgt voor de nodige niveaus van authenticiteit, beschikbaarheid, integriteit en niet-afwijzing van de op het ESAP toegankelijk gemaakte informatie en van de bescherming van persoonsgegevens. De ESMA kan periodieke beoordelingen van het IT-beveiligingsbeleid en de cyberbeveiligingssituatie van het ESAP uitvoeren in het licht van de veranderende cyberbeveiligingstrends op internationaal en Unieniveau en de laatste ontwikkelingen.

Artikel 7

Functionaliteiten van ESAP

1.   De ESMA zorgt ervoor dat het ESAP ten minste de volgende functionaliteiten heeft:

a)

een webportaal met een gebruiksvriendelijke interface, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van personen met een handicap, om in alle officiële talen van de Unie toegang te bieden tot de informatie op het ESAP;

b)

een API die gemakkelijk toegang tot de informatie op het ESAP biedt;

c)

een zoekfunctie in alle officiële talen van de Unie;

d)

een information viewer;

e)

een vertaalmachine voor de opgehaalde informatie;

f)

een downloadservice, onder meer voor het downloaden van grote hoeveelheden data;

g)

een meldingsservice om gebruikers te informeren over nieuwe informatie op het ESAP;

h)

de presentatie van op grond van artikel 1, lid 1, punt b), op vrijwillige basis ingediende informatie op zodanige wijze dat:

i)

er een duidelijk onderscheid kan worden gemaakt met op grond van artikel 1, lid 1, punt a), verplicht ingediende informatie;

ii)

gebruikers indien van toepassing ervan in kennis worden gesteld dat de informatie niet noodzakelijkerwijs voldoet aan alle vereisten voor op grond van artikel 1, lid 1, punt a), verplicht ingediende informatie en dat zij in de loop van de tijd niet noodzakelijkerwijs zal worden bijgewerkt.

2.   De ESMA zorgt ervoor dat het ESAP uiterlijk op 10 juli 2028 de in lid 1, punten e) en g), bedoelde functionaliteiten aanbiedt. De ESMA zorgt ervoor dat het ESAP uiterlijk op 9 januari 2030 de in lid 1, punt h), bedoelde functionaliteiten aanbiedt.

3.   Met de in lid 1, punt c), van dit artikel bedoelde zoekfunctie moet het mogelijk zijn een zoekopdracht te verrichten op basis van de volgende metadata:

a)

de naam van de entiteit die de informatie indiende en van de natuurlijke of rechtspersoon waarop de informatie betrekking heeft;

b)

de identificatiecode voor juridische entiteiten van de entiteit die de informatie indiende en van de rechtspersoon waarop de informatie betrekking heeft;

c)

het type informatie zoals bedoeld in artikel 1, lid 1, dat is ingediend door de entiteit en of dergelijke informatie uit hoofde van artikel 1, lid 1, punt a), verplicht is ingediend of uit hoofde van punt b) van dat lid vrijwillig is ingediend;

d)

de datum en het tijdstip waarop de informatie is ingediend door de entiteit bij de verzamelende instantie;

e)

de datum of periode waarop de informatie betrekking heeft;

f)

de grootte van de entiteit die de informatie indiende en van de rechtspersoon waarop de informatie betrekking heeft, per categorie;

g)

het land van de statutaire zetel van de rechtspersoon waarop de informatie betrekking heeft;

h)

de industriesector(en) van de economische activiteiten van de natuurlijke of rechtspersoon waarop de informatie betrekking heeft;

i)

de verzamelende instantie die verantwoordelijk is voor het verzamelen van de informatie;

j)

de taal waarin de informatie is ingediend.

4.   De ETA’s ontwikkelen via het Gemengd Comité ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere bepaling van de volgende elementen:

a)

de kenmerken van de in lid 1, punt b), bedoelde API;

b)

de in lid 3, punt b), bedoelde specifieke identificatiecode voor juridische entiteiten;

c)

de indeling van de in lid 3, punt c), bedoelde soorten informatie;

d)

de in lid 3, punt f), bedoelde categorieën van de grootte van de entiteiten;

e)

de karakterisering van de in lid 3, punt h), bedoelde industriesectoren.

De ETA’s leggen die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 10 september 2024 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 8

Toegang tot informatie op het ESAP

1.   Om de transparantie en de soepele werking van kapitaalmarkten van de Unie te bevorderen, zorgt de ESMA ervoor dat op niet-discriminerende wijze toegang wordt verleend tot de informatie op het ESAP en dat gebruikers kosteloos directe en onmiddellijke toegang hebben tot de informatie op het ESAP.

2.   De ESMA berekent echter vergoedingen voor specifieke diensten die hoge onderhouds- of ondersteuningskosten met zich meebrengen, of die zoekopdrachten naar en downloads van grote volumes informatie inhouden. Die vergoedingen zijn niet hoger dan de directe kosten die de ESMA voor het verrichten van die diensten moet maken. De voor die diensten geïnde vergoedingen worden toegewezen aan het algemene functioneren van het ESAP.

3.   De ESMA kan van de gebruikers van de diensten waarvoor zij vergoedingen berekent, zoals bedoeld in lid 2, verlangen dat zij een digitale verklaring invullen.

4.   Niettegenstaande lid 2 geeft de ESMA de volgende entiteiten kosteloos directe en onmiddellijke toegang tot de informatie op het ESAP voor zover dat noodzakelijk is om die entiteiten hun respectieve taken, opdrachten en verplichtingen te laten vervullen:

a)

instellingen, organen of instanties van de Unie;

b)

bevoegde autoriteiten die door een lidstaat zijn aangewezen op grond van een wetgevingshandeling van de Unie;

c)

leden van het Europees statistisch systeem zoals gedefinieerd in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (16);

d)

leden van het Europees Stelsel van centrale banken;

e)

de afwikkelingsautoriteiten die uit hoofde van artikel 3 van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad (17) zijn aangewezen;

f)

alle overheidsinstellingen, -organen of -agentschappen van een lidstaat;

g)

elke onderwijs- en opleidingsinstelling met onderzoek als enige doel, academische instellingen, nieuwsorganisaties en niet-gouvernementele organisaties, voor zover toegang tot de informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taken;

h)

entiteiten die informatie op het ESAP verstrekken en gebruiken om aan hun wettelijke verplichtingen te voldoen.

5.   Voor de toepassing van lid 2 ontwikkelt de ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen om de aard en de omvang te bepalen van de specifieke diensten waarvoor vergoedingen kunnen worden berekend, en om de daarmee samenhangende vergoedingsstructuur vast te stellen.

De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

6.   De ESMA maakt de vergoedingsstructuur, de volumedrempels, indien relevant, en de tarieven bekend en gemakkelijk toegankelijk op de ESAP-website. De ESMA herziet de volumedrempels en de tarieven jaarlijks.

Artikel 9

Gebruik en hergebruik van op het ESAP toegankelijke informatie

1.   Noch de ESMA noch de verzamelende instanties zijn aansprakelijk voor de toegang, het gebruik of het hergebruik van informatie die door entiteiten bij de verzamelende instanties is ingediend en die toegankelijk is gemaakt op het ESAP.

2.   Op het ESAP toegankelijke persoonsgegevens worden gebruikt en hergebruikt in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679. Persoonsgegevens die worden hergebruikt, worden niet langer dan noodzakelijk en hoe dan ook niet langer dan vijf jaar bewaard, tenzij anders is bepaald in de wetgevingshandelingen van de Unie uit hoofde van artikel 1, lid 1, punt a).

3.   De ESMA ziet erop toe dat het gebruik en hergebruik van de op het ESAP toegankelijke informatie niet aan voorwaarden is onderworpen, tenzij die voorwaarden aan de volgende vereisten voldoen:

a)

zij zijn objectief en niet discriminerend;

b)

zij worden gerechtvaardigd door een doelstelling van algemeen belang;

c)

zij stemmen waar passend, afhankelijk van het soort informatie, overeen met de voorwaarden die zijn vastgesteld in open standaardlicenties in de zin van artikel 2, punt 5), van Richtlijn (EU) 2019/1024, en laten toe dat die informatie door iedereen voor alle doeleinden vrij wordt gebruikt, gewijzigd en gedeeld.

4.   Het gebruik en hergebruik voor regelgevende en niet-commerciële doeleinden van de informatie die op het ESAP toegankelijk wordt gemaakt, wordt niet beperkt door de entiteiten die hun informatie ter publicatie indienen op basis van een sui-generis-recht zoals bedoeld in artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG.

Artikel 10

Kwaliteit van de informatie

1.   De ESMA voert geautomatiseerde validaties uit om na te gaan of alle door de verzamelende instanties bij het ESAP ingediende informatie aan de vereisten van artikel 5, lid 1, punt c), voldoet.

Indien de door de verzamelende instantie verstrekte informatie door een entiteit is ingediend, kan de ESMA de geautomatiseerde validaties steekproefsgewijs uitvoeren. Dergelijke geautomatiseerde validaties verschillen niet van die welke door de verzamelende instanties op grond van artikel 5, lid 1, punt c), worden uitgevoerd.

2.   De ESMA past de nodige technische processen toe om een verzamelende instantie automatisch in kennis te stellen van gevallen waarin de ingediende informatie niet aan de vereisten van artikel 5, lid 1, punt c), voldoet. In geval van niet-naleving van die vereisten, ligt de verantwoordelijkheid voor de informatie bij de entiteiten. De verzamelende instantie stelt de entiteit in kennis van gevallen waarin de informatie is afgewezen en de redenen voor die afwijzing in overeenstemming met artikel 5, lid 4.

3.   De ESMA kan aanvullende controles uitvoeren met betrekking tot de kwaliteit en integriteit van de gegevens en het bewijs van oorsprong. Op basis van de resultaten van die controles kan de ESMA de verzamelende instanties in kennis stellen van de vastgestelde tekortkomingen en het toegankelijk maken van de informatie op het ESAP schorsen.

Artikel 11

Taken van de ESMA

1.   De ESMA doet, in nauwe samenwerking met de EBA en Eiopa, het volgende:

a)

zij zorgt ervoor dat de door de verzamelende instanties verstrekte informatie na de indiening door de entiteiten zonder onnodige vertraging op het ESAP toegankelijk wordt gemaakt;

b)

zij biedt ondersteuning aan de verzamelende instanties;

c)

zij zorgt ervoor dat het ESAP per maand ten minste 97 % van de tijd toegankelijk is, uitgezonderd gevallen van gepland onderhoud, actualisering van de inhoud en verbetering van de pagina’s, in welk geval gebruikers duidelijk worden geïnformeerd over de waarschijnlijke duur van de onderbreking van de door het ESAP geleverde diensten;

d)

zij overlegt zo nodig met de verzamelende instanties over gemeenschappelijke thema’s en gemeenschappelijke gedragslijnen, en bespreekt met name:

i)

het dagelijks beheer van het ESAP;

ii)

de ontwikkeling en toepassing van een kwaliteitsbeleid en, waar passend, van serviceniveauovereenkomsten tussen de ESMA en de verzamelende instanties;

iii)

de financieringsvoorwaarden voor het ESAP, onder meer ook in situaties waarin vergoedingen in rekening kunnen worden gebracht en de berekeningswijze van die vergoedingen;

iv)

bestaande en opkomende dreigingen met betrekking tot cyberbeveiliging;

v)

de uitrol en het functioneren van het ESAP met betrekking tot elke delegatie van taken overeenkomstig artikel 5, lid 8;

e)

zij monitort de uitrol en het functioneren van het ESAP en doet daarover jaarlijks verslag aan de Commissie zoals bepaald in artikel 12.

2.   Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel zorgt de ESMA er door de oprichting van een ad-hoctaskforce, een ad-hocgroep of een ad-hoccommissie, naargelang het geval, voor dat deskundigen en relevante belanghebbenden worden geraadpleegd om advies en ondersteuning te bieden over de technische uitrol van het ESAP. Bovendien kan de ESMA de in artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten raadplegen.

3.   Tenzij dat noodzakelijk is om de toegang tot de door de verzamelende instanties verstrekte informatie te vergemakkelijken en om de voorschriften van deze verordening uit te voeren, slaat de ESMA geen informatie op die persoonsgegevens bevat, tenzij ten behoeve van automatische, intermediaire en tijdelijke verwerking. De ESMA neemt de passende technische en organisatorische maatregelen om ervoor te zorgen dat de verwerking van persoonsgegevens via het ESAP wordt uitgevoerd in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 en dat informatie die persoonsgegevens bevat niet langer wordt bewaard of beschikbaar wordt gesteld dan is bepaald in artikel 5, lid 1, punt g).

4.   De ESMA zorgt ervoor dat de verwerking van persoonsgegevens in overeenstemming is met het rechtskader voor de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt door instellingen, organen en instanties van de Unie.

Artikel 12

Monitoring van de uitrol en het functioneren van het ESAP

1.   De ESMA monitort, in nauwe samenwerking met de EBA en de Eiopa, het functioneren van het ESAP op basis van ten minste de in lid 2 bepaalde kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en maakt een jaarlijks verslag over het functioneren van het ESAP bekend en legt dat voor aan het Europees Parlement en de Raad.

2.   De in lid 1 bedoelde kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren zijn als volgt:

a)

het aantal bezoekers, zoekopdrachten en downloads;

b)

het type informatie dat wordt bekeken en gedownload als percentage;

c)

de vergoedingen zoals bedoeld in artikel 8, lid 2, en de bedragen die in rekening zijn gebracht door de ESMA;

d)

het percentage zoekopdrachten dat een weergave of download opleverde, per type informatie en toegang;

e)

de hoeveelheid en het percentage op het ESAP toegankelijke machinaal leesbare informatie en het aantal en het percentage machinaal leesbare weergaven en downloads;

f)

het in artikel 10, lid 2, bedoelde aandeel meldingen op grond van de geautomatiseerde validaties;

g)

significante storingen of incidenten die van invloed zijn op het functioneren of de algehele prestaties van het ESAP;

h)

een beoordeling van de toegankelijkheid, kwaliteit, bruikbaarheid, betrouwbaarheid en tijdigheid van de informatie op het ESAP;

i)

een beoordeling van de vraag of het ESAP aan zijn doelstellingen voldoet, rekening houdende met de evolutie van het gebruik ervan en de informatiestromen in de Unie;

j)

een beoordeling van de eindgebruikerstevredenheid;

k)

een vergelijking met gelijksoortige systemen in derde landen.

3.   Voordat zij het in lid 1 van dit artikel bedoelde verslag indient, raadpleegt de ESMA de op grond van artikel 11, lid 2, van deze verordening op te richten ad-hoctaskforce, ad-hocgroep of ad-hoccommissie en kan zij de in artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten raadplegen.

Artikel 13

Evaluatie

1.   Uiterlijk op 10 januari 2029 dient de Commissie, in nauwe samenwerking met de ESMA en rekening houdend met de in artikel 12 bedoelde jaarverslagen, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitrol, het functioneren en de doeltreffendheid van het ESAP.

2.   Het in lid 1 bedoelde verslag heeft betrekking op de volgende elementen:

a)

de technische uitdagingen waarmee de entiteiten en de verzamelende instanties tijdens de uitrol van het ESAP worden geconfronteerd;

b)

de doeltreffendheid van het systeem voor het verzamelen en doorgeven van informatie voor ESAP-doeleinden;

c)

de operationele veerkracht van het ESAP tegen ICT-risico’s en de betrouwbaarheid van de informatie die op het ESAP toegankelijk wordt gemaakt, onder meer door middel van gekwalificeerde elektronische zegels;

d)

de door de entiteiten en de verzamelende instanties gemaakte kosten, met inbegrip van een beoordeling of de verzamelende instanties die bevoegde autoriteiten zijn, hun toezichtvergoedingen hebben verhoogd als gevolg van de in verband met het ESAP gemaakte kosten;

e)

de door ESMA als beheerder van het ESAP gemaakte kosten en de financieringsregeling van het ESAP;

f)

de impact van het ESAP op de toegang van het publiek tot informatie van entiteiten op het gebied van financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid;

g)

de impact van het ESAP op de zichtbaarheid van entiteiten voor grensoverschrijdende beleggers, met inbegrip van de zichtbaarheid van kleine en middelgrote ondernemingen;

h)

de impact van het ESAP op de marktpositie van particuliere gegevensverstrekkers in de Unie;

i)

de interoperabiliteit tussen het ESAP en vergelijkbare mondiale platforms;

j)

de uitrol en het functioneren van het ESAP met betrekking tot de delegatie van taken overeenkomstig artikel 5, lid 8.

3.   Rekening houdend met de toegevoegde waarde, de technische uitdagingen en de verwachte kosten bevat het in lid 1 bedoelde verslag een kosten-batenanalyse in verband met een toekomstige opneming in het toepassingsgebied van deze verordening van mogelijk relevante informatie die op het moment van opstelling van het verslag nog niet toegankelijk is op het ESAP, waardoor er een gegevenslacune ontstaat.

Het verslag bevat ook aanbevelingen over de toekomstige ontwikkeling van het ESAP.

4.   Indien de Commissie in het in lid 1 van dit artikel bedoelde verslag concludeert dat er sprake is van aantoonbare ernstige en wijdverbreide moeilijkheden met betrekking tot de in lid 2, punten a) en b), van dit artikel genoemde elementen, stelt zij overeenkomstig artikel 14 een gedelegeerde handeling vast tot wijziging van de in de tweede alinea van dit lid bedoelde wetgevingshandelingen van de Unie teneinde de opneming op het ESAP van informatie waarvoor indiening bij het ESAP nog niet vereist of toegestaan is op grond van artikel 1, lid 1, punt a), met maximaal 36 maanden uit te stellen.

De in de eerste alinea van dit lid bedoelde wetgevingshandelingen van de Unie zijn de volgende:

Verordening (EU) nr. 575/2013 (artikel 434 ter);

Verordening (EU) nr. 537/2014 (artikel 13 bis);

Verordening (EU) nr. 600/2014 (artikel 23 bis);

Verordening (EU) 2015/760 (artikel 25 bis);

Verordening (EU) 2015/2365 (artikel 32 bis);

Verordening (EU) 2017/1131 (artikel 37 bis);

Verordening (EU) 2019/2033 (artikel 46 bis);

Verordening (EU) 2023/1114 (artikel 110 bis);

Verordening (EU) 2023/2631 (artikel 15 bis);

Richtlijn 2002/87/EG (artikel 30 ter);

Richtlijn 2004/25/EG (artikel 16 bis);

Richtlijn 2006/43/EG (artikel 20 bis);

Richtlijn 2007/36/EG (artikel 14 quater);

Richtlijn 2009/138/EG (artikel 304 ter);

Richtlijn 2011/61/EU (artikel 69 ter);

Richtlijn 2013/36/EU (artikel 116 bis);

Richtlijn 2014/59/EU (artikel 128 bis);

Richtlijn 2014/65/EU (artikel 87 bis);

Richtlijn (EU) 2016/97 (artikel 40 bis);

Richtlijn (EU) 2016/2341 (artikel 63 bis);

Richtlijn (EU) 2019/2034 (artikel 44 bis);

Richtlijn (EU) 2019/2162 (artikel 29 bis).

Artikel 14

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in de artikelen 13, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van twaalf maanden na de publicatie van het in artikel 13, lid 1, bedoelde verslag.

3.   De in artikel 13, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel 15

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 13 december 2023.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

P. NAVARRO RÍOS


(1)   PB C 290 van 29.7.2022, blz. 58.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 9 november 2023 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 27 november 2023.

(3)  Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).

(4)  Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).

(5)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84).

(6)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(7)  Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56).

(8)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(9)   PB C 307 van 12.8.2022, blz. 3.

(10)  Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73).

(11)  Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het European Single Access Point (PB L, 2023/2864, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2864/oj).

(12)  Verordening (EU) 2023/2869 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde verordeningen wat betreft de oprichting en het functioneren van het European Single Access Point (PB L, 2023/2869, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2869/oj).

(13)   PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(14)  Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het programma Digitaal Europa en tot intrekking van Besluit (EU) 2015/2240 (PB L 166 van 11.5.2021, blz. 1).

(15)  Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20).

(16)  Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164).

(17)  Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).


BIJLAGE

Lijst van wetgevingshandelingen van de Unie uit hoofde van artikel 1, lid 1, punt a), van deze verordening

DEEL A —   VERORDENINGEN

1.

Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 1).

2.

Verordening (EU) nr. 236/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 betreffende short selling en bepaalde aspecten van kredietverzuimswaps (PB L 86 van 24.3.2012, blz. 1).

3.

Verordening (EU) nr. 345/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende Europese durfkapitaalfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 1).

4.

Verordening (EU) nr. 346/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (PB L 115 van 25.4.2013, blz. 18).

5.

Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).

6.

Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77).

7.

Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (Verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).

8.

Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84).

9.

Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2014 over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (PRIIP’s) (PB L 352 van 9.12.2014, blz. 1).

10.

Verordening (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 98).

11.

Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 337 van 23.12.2015, blz. 1).

12.

Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1).

13.

Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12).

14.

Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake geldmarktfondsen (PB L 169 van 30.6.2017, blz. 8).

15.

Verordening (EU) 2019/1238 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 1).

16.

Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 1).

17.

Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1).

18.

Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 (PB L 150 van 9.6.2023, blz. 40).

19.

Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties (PB L, 2023/2631, 30.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2631/oj).

DEEL B —   RICHTLIJNEN

1.

Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 35 van 11.2.2003, blz. 1).

2.

Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12).

3.

Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38).

4.

Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87).

5.

Richtlijn 2007/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen (PB L 184 van 14.7.2007, blz. 17).

6.

Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).

7.

Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).

8.

Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).

9.

Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19).

10.

Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).

11.

Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190).

12.

Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).

13.

Richtlijn (EU) 2016/97 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie (PB L 26 van 2.2.2016, blz. 19).

14.

Richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV’s) (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 37).

15.

Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 64).

16.

Richtlijn (EU) 2019/2162 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/65/EG en 2014/59/EU (PB L 328 van 18.12.2019, blz. 29).

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2859/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top