Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document E2012P0002

Verzoek van Héraðsdómur Reykjavíkur van 6 februari 2012 om een advies aan het EVA-Hof, in de zaak HOB-vín ehf. tegen het IJslands staatsbedrijf voor alcohol en tabak (ÁTVR) (Zaak E-2/12)

PB C 291 van 27.9.2012, p. 13–13 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

27.9.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 291/13


Verzoek van Héraðsdómur Reykjavíkur van 6 februari 2012 om een advies aan het EVA-Hof, in de zaak HOB-vín ehf. tegen het IJslands staatsbedrijf voor alcohol en tabak (ÁTVR)

(Zaak E-2/12)

2012/C 291/04

Bij schrijven van 6 februari 2012 werd een verzoek ingediend door Héraðsdómur Reykjavíkur (de districtsrechtbank van Reykjavik), ingekomen ter griffie van het Hof op 13 februari 2012, om een advies in de zaak HOB-vín ehf. tegen het IJslands staatsbedrijf voor alcohol en tabak (ÁTVR), over de volgende vragen:

1.

Is het verenigbaar met artikel 11 van de EER-overeenkomst dat een staatsbedrijf met een monopolie op de detailverkoop van alcoholhoudende dranken op het grondgebied van een EER-staat volgens juridische en administratieve maatregelen kan weigeren diezelfde dranken te verkopen die in een andere EER-staat rechtmatig vervaardigd en verhandeld zijn, met het argument dat de verpakking en etikettering van de producten beladen of irrelevante informatie bevatten die suggereert dat alcohol fysieke, mentale, sociale of seksuele functies versterkt, zonder enkel te verwijzen naar de productiemethode en de eigenschappen van het product zelf?

2.

Is het verenigbaar met artikel 11 van de EER-overeenkomst dat een EER-staat in zijn juridische en administratieve maatregelen regels opneemt die ertoe verplichten om duidelijk op de verpakking te vermelden welke dranken alcoholhoudend zijn, en dat een staatsmonopolie de producten mag weigeren die niet aan deze voorwaarde voldoen?

3.

Is het, met betrekking tot de eerste en tweede vraag, van belang of de juridische en administratieve maatregelen van toepassing zijn op zowel binnenlandse als buitenlandse producten?

4.

Indien de regeling beschreven in vraag één en/of twee beschouwd wordt als een kwantitatieve beperking of een maatregel van gelijke werking, in de zin van artikel 11 van de EER-overeenkomst, wordt het EVA-Hof verzocht om te verklaren of deze regeling desalniettemin te rechtvaardigen zou zijn met betrekking tot artikel 13 van diezelfde overeenkomst.

5.

Indien de regeling beschreven in vraag één en/of twee, die berust op juridische en administratieve maatregelen, als onverenigbaar beschouwd wordt met artikel 11 van de EER-overeenkomst, wordt het EVA-Hof verzocht om te verklaren of het oordeelt of voldaan is aan de voorwaarden voor de aansprakelijkheid van de staat, althans in de mate waarin het dit beoordeelt.


Top