Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2011/330/08

Oproep tot het indienen van voorstellen — Geharmoniseerd programma voor conjunctuurenquêtes van de Europese Unie

PB C 330 van 12.11.2011, pp. 11–21 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

12.11.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 330/11


Oproep tot het indienen van voorstellen — Geharmoniseerd programma voor conjunctuurenquêtes van de Europese Unie

2011/C 330/08

1.   CONTEXT

De Europese Commissie publiceert een oproep tot het indienen van voorstellen (ref. ECFIN/A4/2011/014) voor het houden van enquêtes in het kader van het op 12 juli 2006 door de Commissie goedgekeurde Geharmoniseerd programma voor conjunctuurenquêtes van de EU (COM(2006) 379) in de volgende EU-lidstaten: Luxemburg, Malta, Zweden, alsook in de kandidaat-lidstaten: IJsland en Montenegro. Met het oog op deze samenwerking wordt tussen de Commissie en de gespecialiseerde organisaties een partnerschapskaderovereenkomst met een looptijd van drie jaar gesloten.

Doel van het programma is informatie over de economische situatie van de EU-lidstaten en de kandidaat-lidstaten te verkrijgen, teneinde hun conjunctuurcycli met elkaar te kunnen vergelijken ten behoeve van het beheer van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Het Geharmoniseerd programma is een onontbeerlijk hulpmiddel geworden, niet alleen voor het economische toezicht in het kader van de EMU, maar ook voor algemene economische beleidsdoeleinden.

2.   DOEL EN SPECIFICATIES VAN DE ACTIE

2.1.   Doelstellingen

Voor het Geharmoniseerd EU-programma wordt een beroep gedaan op gespecialiseerde organisaties/instellingen die opinieonderzoeken uitvoeren op basis van medefinanciering. Daarom is de Commissie van plan overeenkomsten te sluiten met organisaties en instellingen die over de vereiste bekwaamheid beschikken om de komende drie jaar een of meer van de volgende enquêtes te houden:

Investeringsenquête in IJsland, Montenegro en Zweden;

Bouwsectorenquête in IJsland en Montenegro;

Detailhandelenquête in IJsland, Luxemburg en Montenegro;

Dienstenenquête in IJsland, Luxemburg en Montenegro;

Industrie-enquête in IJsland en Montenegro;

Consumentenenquête in IJsland, Luxemburg, Malta en Montenegro;

Ad-hoc enquêtes over actuele economische onderwerpen. Dit zijn per definitie gelegenheidsenquêtes die worden verricht naast de maandelijkse enquêtes en waarbij van hetzelfde kader (de gebruikelijke steekproeven) als voor de maandelijkse enquêtes gebruik wordt gemaakt. Met deze gelegenheidsenquêtes wordt beoogd informatie over specifieke economische beleidsvraagstukken te verkrijgen.

De enquêtes zijn gericht tot bedrijfsleiders in de industrie, de investeringssector, de bouwsector, de detailhandel en de dienstensector, alsook tot de consumenten.

2.2.   Technische specificaties

2.2.1.   Tijdschema van de werkzaamheden en toezending van de resultaten

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de enquêtes waarop deze oproep betrekking heeft:

Enquête

Aantal activiteiten/grootteklassen

Aantal aggregaten

Aantal vragen per maand

Aantal vragen per kwartaal

Industrie

68/—

8

7

9

Investeringen

6/6

2

2 vragen in maart/april

4 vragen in oktober/november

Bouwsector

3/—

1

5

1

Detailhandel

5/—

3

6

Diensten

37/—

1

6

2

Consumenten

22 onderverdelingen

2

14

3

De maandelijkse enquêtes worden in de eerste twee weken van elke maand uitgevoerd en de resultaten worden ten minste vijf werkdagen vóór het einde van de maand en overeenkomstig een in de subsidieovereenkomst opgenomen tijdschema per e-mail aan de Commissie toegezonden. De resultaten worden doorgaans op de voorlaatste werkdag van de maand bekendgemaakt. De resultaten van de consumentenenquêtes moeten zeven werkdagen vóór het einde van de maand worden aangeleverd overeenkomstig het in de subsidieovereenkomst opgenomen tijdschema;

De driemaandelijkse enquêtes worden in de eerste twee weken van de eerste maand van elk kwartaal (januari, april, juli en oktober) uitgevoerd en de resultaten worden ten minste vijf werkdagen vóór het einde van respectievelijk de maand januari, april, juli en oktober overeenkomstig het in de subsidieovereenkomst opgenomen tijdschema per e-mail aan de Commissie toegezonden;

De halfjaarlijkse enquêtes naar de investeringen worden in maart/april en oktober/november uitgevoerd en de resultaten worden ten minste vijf werkdagen vóór het einde van respectievelijk de maand april en november en overeenkomstig het in de subsidieovereenkomst opgenomen tijdschema per e-mail aan de Commissie toegezonden;

Voor de ad-hoc enquêtes verbindt de begunstigde zich ertoe het specifieke tijdschema van deze enquêtes na te leven.

Een gedetailleerde beschrijving van de actie (bijlage I van de specifieke subsidieovereenkomst) kan worden gedownload op het volgende internetadres:

http://ec.europa.eu/economy_finance/procurement_grants/grants/proposals/index_en.htm

2.2.2.   Methode en vragenlijsten

Nadere gegevens over de toe te passen methode, de vragenlijsten en de internationale richtsnoeren betreffende het houden van conjunctuurenquêtes worden verstrekt in de gebruikersgids voor het Geharmoniseerd EU-programma voor conjunctuurenquêtes op het volgende internetadres:

http://ec.europa.eu/economy_finance/db_indicators/surveys/documents/userguide_en.pdf

3.   ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN EN DUUR

3.1.   Administratieve bepalingen

De Commissie wenst met de geselecteerde aanvragers een samenwerkingsrelatie op lange termijn aan te gaan. Hiertoe zal tussen de betrokken partijen een kaderovereenkomst voor partnerschap worden gesloten. In het kader van deze kaderovereenkomst voor partnerschap, waarin de gemeenschappelijke doelstellingen en de aard van de geplande acties zullen worden omschreven, kunnen tussen de betrokken partijen specifieke jaarlijkse subsidieovereenkomsten worden gesloten. De actie bestrijkt de periode tussen 1 mei en 30 april.

3.2.   Duur

De organisatie of instelling wordt geselecteerd voor een periode van maximaal drie jaar. Er kunnen drie specifieke jaarlijkse subsidieovereenkomsten worden gesloten. De eerste van deze specifieke subsidieovereenkomsten zal betrekking hebben op de periode 1 mei 2012-30 april 2013.

4.   FINANCIEEL KADER

4.1.   EU-financieringsbronnen

De geselecteerde acties zullen worden gefinancierd uit begrotingsplaats 01.02.02 — Coördinatie van en toezicht op de Economische en Monetaire Unie.

4.2.   Geraamd totaal EU-budget voor deze oproep

Voor de enquêtes is voor de periode mei 2012-april 2013 een totaal budget van ca. 175 000 (honderdvijfenzeventigduizend) EUR beschikbaar.

De bedragen voor de daaropvolgende twee jaren kunnen met ongeveer 2 % per jaar worden verhoogd als daarvoor de nodige begrotingsmiddelen beschikbaar zijn.

4.3.   Percentage van de EU-medefinanciering

Het aandeel van de Commissie in de medefinanciering van de enquêtes mag niet meer bedragen dan 50 % van de subsidiabele kosten die de begunstigde per enquête maakt. De Commissie bepaalt het percentage van de medefinanciering van geval tot geval.

4.4.   Financiering van de actie door de begunstigde en gemaakte subsidiabele kosten

Van de begunstigde zal worden verlangd dat hij voor het eerste jaar een gedetailleerde, in euro's uitgedrukte begroting van de kosten en de financiering van de actie indient. Op verzoek van de Commissie wordt een gedetailleerde begroting voor elk van de volgende jaren van de kaderovereenkomst voor partnerschap voorgelegd.

Het in de begroting vermelde subsidiebedrag dat bij de Commissie wordt aangevraagd, moet worden afgerond op het dichtstbijzijnde tiental. Indien dit wordt vergeten, rondt de Commissie het bedrag af. De begroting wordt als bijlage aan de specifieke subsidieovereenkomst gehecht. Deze cijfergegevens kunnen later eventueel voor controledoeleinden worden gebruikt door de Commissie.

Er kunnen pas subsidiabele kosten worden gemaakt nadat de specifieke subsidieovereenkomst door alle partijen is ondertekend, behalve in uitzonderlijke gevallen. De subsidiabele kosten mogen echter in geen geval zijn gemaakt vóór de datum waarop de subsidieaanvraag is ingediend. Bijdragen in natura zijn geen subsidiabele kosten.

4.5.   Betalingsregeling

Binnen 45 dagen na de ondertekening van de specifieke overeenkomst door de laatste partij wordt een voorfinancieringsbetaling van 40 % van het maximale subsidiebedrag, zoals aangegeven in artikel 3 van de specifieke subsidieovereenkomst, aan de partner verricht.

Twee maanden na de datum van voltooiing van de actie wordt een verzoek tot betaling van het saldo ingediend (voor nadere gegevens, zie artikel 5 en 6 van de specifieke subsidieovereenkomst).

Alleen kosten die in het kostenberekeningssysteem van de begunstigde traceerbaar en identificeerbaar zijn, worden als subsidiabele kosten beschouwd.

4.6.   Uitbesteding

Wanneer in een voorstel het bedrag van de door een subcontractant verleende diensten gelijk is aan of hoger is dan 50 % van het bedrag van de uit te voeren taken, moet de subcontractant alle nodige documenten overleggen zodat het voorstel van de aanvrager in zijn geheel kan worden beoordeeld ten aanzien van de uitsluitings-, selectie- en gunningscriteria (zie de punten 5, 6 en 7 hieronder). Dit houdt in dat de subcontractant moet aantonen dat hij voldoet aan de uitsluitingscriteria, en dat de gecombineerde capaciteit van de subcontractant en van de aanvrager wordt beoordeeld ten aanzien van de selectie- en gunningscriteria.

De aanvrager van de subsidie gunt opdrachten aan inschrijvers die de beste prijs-kwaliteitverhouding bieden, waarbij ervoor wordt gezorgd belangenconflicten te voorkomen. Indien de uitbestedingssom hoger is dan 60 000 EUR, moet de geselecteerde aanvrager met bewijsstukken aantonen dat de subcontractant op grond van de beste prijs-kwaliteitverhouding is geselecteerd.

4.7.   Gezamenlijke voorstellen

In alle gevallen waarin gezamenlijke voorstellen worden ingediend, moeten de taken en de financiële bijdrage van alle deelnemers aan het voorstel duidelijk worden aangegeven. Alle deelnemers moeten alle nodige documenten verstrekken zodat het voorstel, met betrekking tot hun taken, in zijn geheel kan worden beoordeeld ten aanzien van de uitsluitings-, selectie- en gunningscriteria (zie de punten 5, 6 en 7 hieronder).

Eén van de deelnemers treedt als coördinator op en moet:

de algemene verantwoordelijkheid voor het partnerschap ten aanzien van de Commissie op zich nemen;

toezicht houden op de activiteiten van de andere deelnemer(s);

zorgen voor de algemene samenhang en de tijdige indiening van de enquêteresultaten;

de ondertekening van de overeenkomst centraliseren en de door alle deelnemers ondertekende overeenkomst bij de Commissie indienen (volmacht is mogelijk);

de financiële bijdrage van de Commissie centraliseren en de verschuldigde bedragen aan de deelnemers doorstorten;

de bewijsstukken betreffende de door elke deelnemer gedane uitgaven verzamelen en in één keer indienen.

5.   SUBSIDIABILITEITS- EN UITSLUITINGSCRITERIA

5.1.   Juridische status van de aanvrager

De oproep is gericht tot organisaties/instellingen (rechtspersonen) die in een van de EU-lidstaten of de kandidaat-lidstaten rechtspersoonlijkheid bezitten. De aanvragers moeten aantonen dat zij rechtspersoonlijkheid bezitten en daarvan het vereiste bewijs leveren door middel van het standaardformulier „Juridische entiteit”.

5.2.   Uitsluitingscriteria

Van subsidiëring worden uitgesloten, aanvragers die (1):

a)

in staat van faillissement, vereffening, akkoord of surséance van betaling verkeren of wier faillissement is aangevraagd of tegen wie een procedure van vereffening, akkoord of surséance van betaling loopt, dan wel die hun werkzaamheden hebben gestaakt of in een overeenkomstige toestand verkeren als gevolg van een soortgelijke procedure krachtens de nationale wet- en regelgeving;

b)

zij bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde zijn veroordeeld voor een delict dat hun beroepsmoraliteit in het gedrang brengt;

c)

bij de uitoefening van hun beroep ernstige fouten hebben begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende dienst aannemelijk kan maken;

d)

niet hebben voldaan aan hun verplichtingen tot betaling van socialezekerheidsbijdragen of belastingen volgens de wetgeving van het land waar zij zijn gevestigd of van het land van de aanbestedende dienst dan wel van het land waar de opdracht moet worden uitgevoerd;

e)

bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde zijn veroordeeld voor fraude, corruptie, deelname aan een criminele organisatie of enige andere illegale activiteit die de financiële belangen van de Unie schaadt;

f)

na de procedure voor de plaatsing van een andere opdracht of de procedure voor de toekenning van een andere subsidie uit de EU-begroting ernstig in gebreke zijn gebleven wegens niet-nakoming van hun verplichtingen;

g)

in een belangenconflict verkeren;

h)

valse verklaringen hebben afgelegd in de verlangde inlichtingen of deze inlichtingen niet hebben verstrekt.

De aanvragers moeten aan de hand van de standaardverklaring op erewoord bewijzen dat zij niet in een van de in punt 5.2 genoemde situaties verkeren (ten aanzien van de uitsluitingscriteria).

5.3.   Illegale activiteiten die tot uitsluiting leiden

De in punt 5.2, onder e), bedoelde gevallen omvatten:

a)

fraudegevallen zoals bedoeld in artikel 1 van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, vastgesteld bij akte van de Raad van 26 juli 1995 (2);

b)

corruptiegevallen, zoals bedoeld in artikel 3 van de overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, zoals vastgesteld bij besluit van de Raad van 26 mei 1997 (3);

c)

gevallen van betrokkenheid bij een criminele organisatie, gedefinieerd in artikel 2, lid 1, van Gemeenschappelijk Optreden 98/733/JBZ van de Raad (4);

d)

gevallen van het witwassen van geld zoals gedefinieerd in artikel 1 van Richtlijn 91/308/EEG van de Raad (5).

5.4.   Administratieve en financiële sancties

1.

Onverminderd de toepassing van contractuele sancties kunnen gegadigden, inschrijvers of contractanten die valse verklaringen hebben afgelegd, substantiële fouten, onregelmatigheden of fraude hebben begaan, of ernstig in gebreke zijn gebleven wegens niet-nakoming van hun contractuele verplichtingen, worden uitgesloten van alle uit hoofde van de EU-begroting gefinancierde opdrachten en subsidies gedurende maximaal vijf jaar vanaf de vaststelling van de na een contradictoire dialoog met de contractant bevestigde overtreding.

De duur van de uitsluiting kan op tien jaar worden gebracht in geval van recidive binnen vijf jaar na de in de eerste alinea bedoelde datum.

2.

Inschrijvers of gegadigden die valse verklaringen hebben afgelegd of substantiële fouten, onregelmatigheden of fraude hebben begaan, kunnen bovendien worden bestraft met financiële sancties ten belope van 2 % tot 10% van het geraamde totaalbedrag van de te gunnen opdracht.

Contractanten die ernstig in gebreke zijn gebleven wegens niet-nakoming van hun contractuele verplichtingen, kunnen eveneens worden bestraft met financiële sancties ten belope van 2 % tot 10 % van de totale contractwaarde.

Dit percentage kan op 4 % tot 20 % worden gebracht in geval van recidive binnen vijf jaar na de in lid 1, eerste alinea, bedoelde datum.

5.5.   Toepassing van de uitsluitingscriteria en duur van de uitsluiting

1.

In het in punt 5.2, onder c), bedoelde geval worden de betrokken gegadigden of inschrijvers van de toekenning van contracten en subsidies uitgesloten gedurende maximaal vijf jaar vanaf de datum waarop de inbreuk is gepleegd of, bij voortduring of herhaling van de inbreuk, de datum waarop de inbreuk ophoudt.

2.

In het in punt 5.2, onder b) en e), bedoelde geval worden de betrokken gegadigden of inschrijvers van de toekenning van opdrachten en subsidies uitgesloten gedurende maximaal vijf jaar vanaf de datum van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing.

De duur van de uitsluiting kan op tien jaar worden gebracht in geval van recidive binnen vijf jaar na de in lid 1 en in lid 2, eerste alinea, bedoelde datum.

6.   SELECTIECRITERIA

De aanvrager moet over stabiele en toereikende financieringsbronnen beschikken om zijn werkzaamheden tijdens de gehele uitvoeringstermijn van de actie te kunnen blijven uitoefenen. Hij moet over de vereiste vak- en beroepsbekwaamheid beschikken om de voorgestelde actie of het voorgestelde werkprogramma tot een goed einde te brengen.

6.1.   Financiële draagkracht van de aanvrager

De aanvrager moet over de vereiste financiële draagkracht beschikken om de voorgestelde actie tot een goed einde te brengen en moet de door accountants gecertificeerde balansen en winst- en verliesrekeningen van de laatste twee afgesloten boekjaren verstrekken. Deze bepaling geldt niet voor overheidsinstellingen en internationale organisaties.

6.2.   Operationele capaciteit van de aanvrager

De aanvrager moet over de vereiste operationele capaciteit beschikken om de voorgestelde actie tot een goed einde te brengen en dit met passende bewijsstukken aantonen.

De bekwaamheid van de aanvrager zal aan de volgende criteria worden getoetst:

het vermogen van de aanvrager om te voldoen aan geformaliseerde bedrijfsprocessen en internationale normen voor kwaliteitsbeheer, met name inzake het houden van enquêtes;

ten minste drie jaar bewezen ervaring met de voorbereiding en uitvoering van maand- of kwartaalenquêtes. Hierbij wordt rekening gehouden met de staat van dienst van de aanvrager en met de ervaring en de kwalificaties van de deskundigen en de beheerders;

de capaciteit van de aanvrager om de enquête af te ronden en de gegevens elke maand (of, in voorkomend geval, elk kwartaal) tijdig aan te leveren (bijv. op basis van hem ter beschikking staande middelen en van bewijsstukken van ter zake relevante ervaring).

7.   TOEKENNINGSCRITERIA

Om een rangorde van de voorstellen op te maken en te bepalen welke geselecteerde aanvragers in aanmerking komen voor EU-financiering voor de actie, zullen de voorstellen worden beoordeeld en een score krijgen nadat ze aan de volgende vier criteria (elk criterium weegt even zwaar) zijn getoetst:

de kwaliteit van de voorgestelde enquêtemethode, op basis van de technische specificaties (steekproefontwerp, enquêtemodus, dekkingsgraad, representativiteit van de resultaten). Voorts wordt rekening gehouden met de volgende elementen:

steekproefkader (bron, omvang, kenmerken, ontbrekende eenheden);

steekproefmethode (stratificatie, steekproefomvang, niveau van nauwkeurigheid van de ramingen, enz.);

responsniveau (follow-upactiviteiten, inclusief de prioritering daarvan);

ontbrekende gegevens (non-respons per eenheid of per item);

wegingsschema (individueel en geaggregeerd);

kwaliteitsborgingskader (kwaliteit van de steekproef, kwaliteit van de estimatoren, vertekening onder invloed van non-respondenten, controles, benchmarkreeksen, enz.);

de mate van ervaring en deskundigheid op het gebied van het ontwikkelen van enquêtemethoden, het opstellen van indicatoren op basis van enquêteresultaten en het gebruiken van enquêteresultaten met het oog op analyse en onderzoek op conjunctureel en economisch gebied, inclusief sectorale analyse;

de efficiëntie van de inschrijver op het gebied van logistiek en werkorganisatie, meer bepaald inzake de voor de uitvoering van de onder punt 2.2 beschreven taken vereiste infrastructuur, voorzieningen en gekwalificeerde werknemers;

de mate waarin de gegadigde in overeenstemming is met geformaliseerde bedrijfsprocessen en internationale normen voor kwaliteitsbeheer, met name inzake het houden van enquêtes.

8.   PRAKTISCHE PROCEDURES

8.1.   Voorwaarden voor de presentatie en indiening van voorstellen

De voorstellen moeten het ingevulde en ondertekende standaardformulier voor subsidieaanvragen bevatten, alsmede alle in het formulier genoemde bewijsstukken. De aanvragers kunnen voorstellen voor één of meer enquêtes en landen indienen. Per land dient echter een afzonderlijk voorstel te worden ingediend.

Elk voorstel moet uit drie delen bestaan:

een administratief dossier;

een technisch dossier;

een financieel dossier.

De volgende standaardformulieren kunnen bij de Commissie worden verkregen:

een formulier voor subsidieaanvragen;

een formulier „Juridische entiteit”;

een formulier „Financiële identificatie”;

een formulier voor de verklaring op erewoord (met betrekking tot de uitsluitingscriteria);

een formulier voor de verklaring betreffende de bereidheid om de kaderovereenkomst voor partnerschap en de specifieke subsidieovereenkomst te ondertekenen;

een formulier betreffende het bekendmaken, vrijgeven en gebruiken van gegevens;

een formulier voor de beschrijving van de enquêtemethode;

een formulier inzake uitbesteding;

een formulier betreffende de kostenraming voor het verstrekken van een schatting van de enquêtekosten en een financieringsplan;

alsook documenten met betrekking tot de financiële aspecten van de subsidie:

een vademecum voor de opstelling van financiële ramingen en financiële staten;

een model van de kaderovereenkomst voor partnerschap;

een model van de specifieke jaarlijkse subsidieovereenkomst.

a)

Deze documenten kunnen worden gedownload op het volgende internetadres:

http://ec.europa.eu/economy_finance/procurement_grants/grants/proposals/index_en.htm

b)

Indien het niet mogelijk is gebruik te maken van bovenstaande optie, kunnen de documenten schriftelijk worden aangevraagd bij de Commissie, op het volgende adres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Economische en Financiële Zaken

ECFIN A4 (Economische situatie en prognoses)

Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/A4/2011/014

BU-1 3/13

1049 Brussel

BELGIË

Fax +32 22963650

E-mail: ecfin-bcs-mail@ec.europa.eu

onder vermelding van „Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/A4/2011/014”.

De Commissie behoudt zich het recht voor deze standaarddocumenten te wijzigen overeenkomstig de behoeften van het Geharmoniseerd EU-programma en/of de vereisten van het beheer van de begrotingsmiddelen.

8.2.   Inhoud van de voorstellen

De voorstellen moeten in één van de officiële talen, bij voorkeur één van de werktalen (Engels, Frans, Duits), van de Europese Unie worden ingediend.

8.2.1.   Administratief voorstel

Het administratieve dossier moet de volgende stukken bevatten:

een ondertekend standaardformulier voor subsidieaanvragen;

een naar behoren ingevuld en ondertekend standaardformulier „Juridische entiteit” en de verlangde bewijsstukken die de juridische status van de organisatie of instelling aantonen;

een naar behoren ingevuld en ondertekend standaardformulier „Financiële identificatie”;

een ondertekende standaardformulier voor de verklaring op erewoord (met betrekking tot de uitsluitingscriteria);

een ondertekend standaardformulier voor de verklaring betreffende de bereidheid om de partnerschapskaderovereenkomst en de specifieke subsidieovereenkomst te ondertekenen, indien de betrokkene wordt geselecteerd;

een naar behoren ingevuld en ondertekend standaardformulier voor de verklaring betreffende het bekendmaken, vrijgeven en gebruiken van gegevens inzake conjunctuurenquêtes van de Europese Commissie;

het organisatieschema van de organisatie of instelling (met vermelding van de naam en functie van de personen met een bestuursfunctie) en van de operationele dienst die verantwoordelijk is voor het houden van de enquête(s);

het bewijs dat de organisatie of instelling financieel gezond is: de door accountants gecertificeerde balansen en de winst- en verliesrekeningen van de laatste twee afgesloten boekjaren; bij gezamenlijke voorstellen. Deze bepaling geldt niet voor overheidsinstellingen en internationale organisaties.

bij gezamenlijke voorstellen: een door elke deelnemer ondertekende verklaring betreffende de identificatie van de als coördinator optredende deelnemer.

8.2.2.   Technisch voorstel

Een beschrijving van de werkzaamheden van de organisatie of instelling.

Deze beschrijving moet het mogelijk maken de bekwaamheid, alsook de omvang en de duur van de ervaring op de in punt 6.2 genoemde terreinen te beoordelen. In de beschrijving dienen vroegere relevante studies, dienstverleningscontracten, adviesopdrachten, enquêtes, publicaties en andere reeds uitgevoerde werkzaamheden te worden genoemd, onder vermelding van de naam van de opdrachtgever(s); meer bepaald dienen de voor rekening van de Europese Commissie uitgevoerde opdrachten te worden vermeld. Tevens moeten de meest relevante studies en/of resultaten worden bijgevoegd;

een gedetailleerde beschrijving van de operationele organisatie voor het houden van de enquêtes. Alle dienstige stukken betreffende de infrastructuur, de voorzieningen, de middelen en het gekwalificeerd personeel (beknopte cv’s van de medewerkers die het meest bij het houden van de enquête(s) betrokken zijn) waarover de aanvrager beschikt, moeten worden bijgevoegd;

een voorbeeldvragenlijst in het Engels en in de taal waarin de enquête zal worden gehouden;

(een) naar behoren ingevuld(e) standaardformulier(en) waarin een gedetailleerde beschrijving van de enquêtemethode wordt gegeven;

een naar behoren ingevuld standaardformulier met vermelding van de subcontractanten die bij de actie betrokken zijn, waarbij een gedetailleerde beschrijving wordt gegeven van de taken die zullen worden uitbesteed.

8.2.3.   Financieel voorstel

Het financiële dossier moet de volgende stukken bevatten:

voor elke enquête, een naar behoren ingevulde en gedetailleerde standaardkostenraming (in euro’s en exclusief btw) die betrekking heeft op een periode van twaalf maanden en die een financieringsplan voor de actie bevat, alsmede een gedetailleerd overzicht van de geraamde totale subsidiabele kosten en de subsidiabele kosten per eenheid voor de uitvoering van enquêtes, met inbegrip van de kosten voor uitbesteding. Voor niet-publieke organisaties mag deze kostenraming bij uitzondering inclusief btw zijn op voorwaarde dat een certificaat van de bevoegde belastingautoriteit wordt verstrekt waarin wordt verklaard dat de begunstigde de btw niet kan recupereren. Voor publieke organisaties is de btw nooit subsidiabel.

in voorkomend geval, een ondertekend document waaruit de financiële bijdragen van externe organisaties/sponsoren (medefinanciering) blijken.

8.3.   Contacten tussen de Commissie en de aanvragers vóór de uiterste datum voor de indiening van voorstellen

De Commissie kan de betrokkenen op de hoogte brengen van eventuele fouten, onduidelijkheden, weglatingen of eventuele andere schrijffouten in de tekst van de oproep tot het indienen van voorstellen of kan aanvullende informatie mededelen door deze op haar website te plaatsen:

http://ec.europa.eu/economy_finance/procurement_grants/grants/proposals/index_en.htm

De aanvragers wordt verzocht regelmatig op de website te gaan kijken.

Op verzoek van de inschrijver kan de Commissie aanvullende informatie verstrekken die enkel tot doel heeft de oproep tot het indienen van voorstellen op bepaalde punten te verduidelijken. Verzoeken om aanvullende inlichtingen moeten, uitsluitend schriftelijk, worden gestuurd naar ecfin-bcs-mail@ec.europa.eu. In de onderwerpregel van de e-mail moet duidelijk melding worden gemaakt van de volgende referentie: „Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/A4/2011/014”. Op verzoeken om aanvullende inlichtingen die minder dan vijf werkdagen vóór de uiterste datum voor de indiening van voorstellen worden ontvangen, wordt niet geantwoord.

8.4.   Adres en uiterste datum voor indiening van voorstellen

Gegadigden die belangstelling hebben voor deze oproep tot het indienen van voorstellen, wordt verzocht hun subsidieaanvragen bij de Europese Commissie in te dienen.

De aanvrager moet één ondertekend origineel en drie kopieën van het voorstel, geniet noch gebundeld, verstrekken. Dit zal het administratieve werk vergemakkelijken bij het gereedmaken van al de nodige kopieën/documenten voor het (de) selectiecomité(s).

De voorstellen moeten worden ingediend in een dubbele gesloten envelop.

Op de buitenste enveloppe moet het in punt 8.4 opgegeven adres worden vermeld.

Op de binnenste gesloten enveloppe met het voorstel moet worden vermeld: „Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/A4/2011/014 — Mag niet door de postkamer worden geopend”.

De gegadigden zullen door terugzending van het samen met het voorstel ingediende ontvangstbevestigingsformulier van in kennis worden gesteld dat hun voorstel is ontvangen.

Aanvragen kunnen worden ingediend:

a)

hetzij via de post of via een particuliere koerierdienst, uiterlijk verzonden op 19 december 2011 waarbij de datum van de poststempel of de datum van het afgiftebewijs van de koerierdienst als bewijs geldt, op onderstaand adres:

Per brief:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Economische en Financiële Zaken

Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/A4/2011/014

Eenheid ECFIN R2 — Financieel beheer en controle

Kantoor BU24 — 4/11

Bourgetlaan 1

1049 Brussel

BELGIË

Via particuliere koerierdienst:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Economische en Financiële Zaken

Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/A4/2011/014

Eenheid ECFIN R2 — Financieel beheer en controle

Kantoor BU24 — 4/11

Bourgetlaan 1

1140 Brussel (Evere)

BELGIË

b)

of door afgifte op het volgende adres:

Europese Commissie

Directoraat-generaal Economische en Financiële Zaken

Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/A4/2011/014

Eenheid ECFIN R2 — Financieel beheer en controle

Kantoor BU24 — 4/11

Bourgetlaan 1

1140 Brussel (Evere)

BELGIË

uiterlijk op 19 december 2011 16.00 uur (Brusselse tijd). In dit geval geldt als bewijs van afgifte het ontvangstbewijs dat is gedateerd en ondertekend door de ambtenaar van de bovengenoemde dienst die de documenten in ontvangst heeft genomen. De postkamer is open van maandag tot en met donderdag van 8.00 tot 17.00 uur en op vrijdag van 8.00 tot 16.00 uur; deze is gesloten op zaterdag en zondag en op feestdagen van de Commissie.

9.   WAT GEBEURT ER MET DE ONTVANGEN AANVRAGEN?

Alle aanvragen worden gecontroleerd om na te gaan of zij aan de formele subsidiabiliteitscriteria voldoen.

Voorstellen die als subsidiabel worden aangemerkt, worden beoordeeld en krijgen een score op basis van de hierboven gespecificeerde toekenningscriteria om te bepalen welke voorstellen EU-financiering voor de actie kunnen ontvangen. Hierbij wordt de kosteneffectiviteit ervan en het totale budget dat voor deze oproep ter beschikking staat in acht genomen.

De Commissie zal de voorstellen in de loop van de maanden december 2011 en januari 2012 beoordelen. Hiertoe zal een selectiecomité worden ingesteld onder leiding van de directeur-generaal van Economische en Financiële Zaken.

De indieners zullen naar verwachting begin 2012 vernemen of hun voorstel al dan niet geselecteerd is.

Vervolgens zullen eerst de partnerschapskaderovereenkomsten met de geselecteerde gegadigden en vervolgens de specifieke subsidieovereenkomsten voor het eerste jaar worden ondertekend.

10.   BELANGRIJK

Deze oproep tot het indienen van voorstellen houdt in geen geval een contractuele verbintenis in van de Commissie jegens de organisaties/instellingen die als gevolg van deze aankondiging een voorstel indienen. Alle contacten betreffende de oproep moeten schriftelijk verlopen.

Aanvragers dienen nota te nemen van de contractuele bepalingen, die zullen moeten worden nageleefd wanneer de subsidie wordt toegekend.

Ter bescherming van het financiële belang van de Gemeenschappen kunnen uw persoonsgegevens worden doorgegeven aan interne controlediensten, de Europese Rekenkamer, de gespecialiseerde instantie voor financiële onregelmatigheden en/of het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

De gegevens van economische actoren die in een van de in artikel 93, artikel 94, artikel 96, lid 1, onder b), en artikel 96, lid 2, onder a), van het Financieel Reglement genoemde situaties verkeren, kunnen in een centrale databank worden opgenomen en worden meegedeeld aan de aangewezen personen van de Commissie, andere instellingen, agentschappen, autoriteiten en organen, als vermeld in artikel 95, leden 1 en 2, van het Financieel Reglement. Dit geldt ook voor de personen die ten aanzien van de genoemde ondernemingen over vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheden beschikken. Alle in de gegevensbank opgenomen betrokkenen hebben het recht te worden geïnformeerd over de op hen betrekking hebbende gegevens; daartoe moet een verzoek aan de rekenplichtige van de Commissie worden gericht.


(1)  Overeenkomstig artikelen 93, lid 1, en artikel 94 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie.

(2)  PB C 316 van 27.11.1995, blz. 48.

(3)  PB C 195 van 25.6.1997, blz. 1.

(4)  PB L 351 van 29.12.1998, blz. 1.

(5)  PB L 166 van 28.6.1991, blz. 77.


Top