Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2005/155/03

Zaak C-124/05: Verzoek van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 3 maart 2005, om een prejudiciële beslissing in het geding tussen de Federatie Nederlandse Vakbeweging en de Staat der Nederlanden

PB C 155 van 25.6.2005, p. 2–2 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

25.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 155/2


Verzoek van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 3 maart 2005, om een prejudiciële beslissing in het geding tussen de Federatie Nederlandse Vakbeweging en de Staat der Nederlanden

(Zaak C-124/05)

(2005/C 155/03)

Procestaal: Nederlands

Het Gerechtshof te 's-Gravenhage Nederland heeft, bij arrest van 3 maart 2005, ingekomen ter griffie van het Hof van Justitie op 16 maart 2005, in het geding tussen de Federatie Nederlandse Vakbeweging en de Staat der Nederlanden. het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vraag:

Verdraagt zich met het gemeenschapsrecht en in het bijzonder met artikel 7 lid 2 van de EG Richtlijn 93/104/EG (1) van de Raad van 23 november 1993, een wettelijk voorschrift van een Lid Staat dat de mogelijkheid biedt tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst schriftelijk overeen te komen dat aan een werknemer die in enig jaar niet, of niet volledig, zijn jaarlijkse minimum vakantie heeft opgenomen in een volgend jaar een financiële vergoeding daarvoor wordt toegekend?

Bij de vraag geldt als uitgangspunt dat de vergoeding dan niet wordt gegeven voor aanspraak van de werknemer op minimumvakantie in het lopende jaar of in de daarop volgende jaren.


(1)  Richtlijn 93/104/EG is vervangen door Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad, van 4 november 2003, betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PB L 299 van 18 november 2003, blz. 9).


Top