Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2005/143/23

Zaak C-120/05: Verzoek van het Finanzgericht Hamburg van 2 maart 2005 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen Heinrich Schulze GmbH & Co. KG i.L. en Hauptzollamt Hamburg-Jonas

PB C 143 van 11.6.2005, p. 16–16 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

11.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 143/16


Verzoek van het Finanzgericht Hamburg van 2 maart 2005 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen Heinrich Schulze GmbH & Co. KG i.L. en Hauptzollamt Hamburg-Jonas

(Zaak C-120/05)

(2005/C 143/23)

Procestaal: Duits

Het Finanzgericht Hamburg heeft bij beschikking van 2 maart 2005, ingekomen ter griffie van het Hof van Justitie op 15 maart 2005, in het geding tussen Heinrich Schulze GmbH & Co. KG i.L. en Hauptzollamt Hamburg-Jonas, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vragen:

 

Mag van het documentair bewijs als bedoeld in artikel 7, lid 1, derde alinea, van verordening nr. 1222/94 (1), worden afgezien en aan de exporteur toestemming worden verleend om het bewijs van de bij de vervaardiging van de uitgevoerde goederen werkelijk gebruikte producten met andere bewijsmiddelen te leveren, indien de exporteur de documenten betreffende de productie wegens overmacht niet (meer) over kan leggen?

 

Brengt overmacht ook mee dat het bewijsniveau wordt verlaagd, zodat de exporteur enkel geloofwaardig of aannemelijk behoeft te maken welke producten bij de vervaardiging van de uitgevoerde goederen werkelijk waren gebruikt?


(1)  PB L 136, blz. 5.


Top