This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document C2004/314/16
Case C-460/04: Action brought on 22 October 2004 by the Commission of the European Communities against the Kingdom of the Netherlands
Zaak C-460/04: Beroep, op 22 oktober 2004 ingesteld door de Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen het Koninkrijk der Nederlanden
Zaak C-460/04: Beroep, op 22 oktober 2004 ingesteld door de Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen het Koninkrijk der Nederlanden
PB C 314 van 18.12.2004, p. 8–8
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
|
18.12.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 314/8 |
Beroep, op 22 oktober 2004 ingesteld door de Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen het Koninkrijk der Nederlanden
(Zaak C-460/04)
(Proceduretaal: Nederlands)
(2004/C 314/16)
Bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is op 22 oktober 2004 beroep ingesteld tegen het Koninkrijk der Nederlanden door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door Carmel O'Reilly en Rudi Troosters, als gemachtigden.
Verzoekster concludeert dat het den Hove behage:
|
1. |
vast te stellen dat het Koninkrijk der Nederlanden, door niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te treffen om te voldoen aan Richtlijn 2001/51/EG (1) van de Raad van 28 juni 2001 tot aanvulling van het bepaalde in artikel 26 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985, of althans deze de Commissie niet mede te delen, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen; |
|
2. |
het Koninkrijk der Nederlanden in de kosten te verwijzen. |
Middelen en voornaamste argumenten:
De termijn voor de omzetting van de richtlijn 2001/51/EG is op 11 februari 2003 verstreken.
(1) PB L 187, van 10 juli 2001, blz. 45–46.