This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document C2004/217/06
Judgment of the Court (Third Chamber) of 1 July 2004 in Joined Cases C-361/02 and C-362/02 (references for a preliminary ruling from the the Diikitiko Efetio Piraeus): Elliniko Dimosio v Nikolaos Tsapalos and Konstantinos Diamantakis (Directive 76/308/EEC — Mutual assistance for the recovery of customs duties — Application to claims which arose prior to the entry into force of the Directive)
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 1 juli 2004 in de gevoegde zaken C-361/02 en C-362/02 (verzoek om een prejudiciële beslissing van het Dioikitiko Efeteio Peiraios): Elliniko Dimosio tegen Nicolaos Tsapalos en Constantinos Diamantakis (Richtlijn 76/308/EEG — Wederzijdse bijstand inzake invordering van douanerechten — Toepassing op schuldvorderingen ontstaan vóór inwerkingtreding van richtlijn)
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 1 juli 2004 in de gevoegde zaken C-361/02 en C-362/02 (verzoek om een prejudiciële beslissing van het Dioikitiko Efeteio Peiraios): Elliniko Dimosio tegen Nicolaos Tsapalos en Constantinos Diamantakis (Richtlijn 76/308/EEG — Wederzijdse bijstand inzake invordering van douanerechten — Toepassing op schuldvorderingen ontstaan vóór inwerkingtreding van richtlijn)
PB C 217 van 28.8.2004, p. 4–4
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
|
28.8.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 217/4 |
ARREST VAN HET HOF
(Derde kamer)
van 1 juli 2004
in de gevoegde zaken C-361/02 en C-362/02 (verzoek om een prejudiciële beslissing van het Dioikitiko Efeteio Peiraios): Elliniko Dimosio tegen Nicolaos Tsapalos en Constantinos Diamantakis (1)
(Richtlijn 76/308/EEG - Wederzijdse bijstand inzake invordering van douanerechten - Toepassing op schuldvorderingen ontstaan vóór inwerkingtreding van richtlijn)
(2004/C 217/06)
Procestaal: Grieks
In de gevoegde zaken C-361/02 en C-362/02, betreffende verzoeken aan het Hof krachtens artikel 234 EG van het Dioikitiko Efeteio Peiraios (Griekenland), in de aldaar aanhangige gedingen tussen Elliniko Dimosio en Nikolaos Tsapalos (C-361/02), Konstantinos Diamantakis (C-362/02), om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 1 van richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals van schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen (PB L 73, blz. 18), zoals gewijzigd bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB 1994, C 241, blz. 21), heeft het Hof (Derde kamer), samengesteld als volgt: A. Rosas, kamerpresident, R. Schintgen (rapporteur), en N. Colneric, rechters, advocaat-generaal: J. Kokott, griffier: M. Arzamendi, hoofdadministrateur, op 1 juli 2004 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:
Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals van schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen, zoals gewijzigd bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, moet aldus worden uitgelegd dat zij van toepassing is op schuldvorderingen betreffende douanerechten die in een lidstaat zijn ontstaan en het voorwerp uitmaken van een titel die door die staat is afgegeven voordat voornoemde richtlijn in de andere lidstaat, waar de aangezochte autoriteit is gevestigd, in werking is getreden.
(1) PB C 305 van 7.12.2002.