Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62018CB0269

    Zaak C-269/18 PPU: Beschikking van het Hof (Eerste kamer) van 5 juli 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Raad van State Raad van State — Nederland) — Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie / C en J, S / Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (Prejudiciële verwijzing — Prejudiciële spoedprocedure — Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof — Gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming — Richtlijn 2013/32/EU — Artikel 46, leden 6 en 8 — Verzoek om internationale bescherming dat kennelijk ongegrond is — Recht op een doeltreffende voorziening in rechte — Toestemming om op het grondgebied van een lidstaat te blijven — Richtlijn 2008/115/EG — Artikelen 2, 3 en 15 — Illegaal verblijf — Bewaring)

    PB C 341 van 24.9.2018, p. 3–3 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

    24.9.2018   

    NL

    Publicatieblad van de Europese Unie

    C 341/3


    Beschikking van het Hof (Eerste kamer) van 5 juli 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Raad van State Raad van State — Nederland) — Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie / C en J, S / Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    (Zaak C-269/18 PPU) (1)

    ((Prejudiciële verwijzing - Prejudiciële spoedprocedure - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming - Richtlijn 2013/32/EU - Artikel 46, leden 6 en 8 - Verzoek om internationale bescherming dat kennelijk ongegrond is - Recht op een doeltreffende voorziening in rechte - Toestemming om op het grondgebied van een lidstaat te blijven - Richtlijn 2008/115/EG - Artikelen 2, 3 en 15 - Illegaal verblijf - Bewaring))

    (2018/C 341/03)

    Procestaal: Nederlands

    Verwijzende rechter

    Raad van State

    Partijen in het hoofdgeding

    Verzoekende partijen: Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, J, S

    Verwerende partijen: C, Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

    Dictum

    Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven, en richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming moeten in die zin worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat een derdelander wiens verzoek om internationale bescherming in eerste aanleg door de bevoegde bestuurlijke autoriteit als kennelijk ongegrond is afgewezen, in bewaring wordt gesteld met het oog op zijn uitzetting wanneer hij volgens artikel 46, leden 6 en 8, van richtlijn 2013/32 legaal op het nationale grondgebied verblijft tot uitspraak wordt gedaan op zijn rechtsmiddel betreffende het recht om op dit grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van zijn rechtsmiddel ten gronde tegen het besluit houdende afwijzing van zijn verzoek om internationale bescherming.


    (1)  PB C 276 van 6.8.2018.


    Top