Det här dokumentet är ett utdrag från EUR-Lex webbplats
Dokument 62004TO0415
Order of the General Court (Fourth Chamber) of 26 April 2007.#Vittoria Tebaldi and Others v European Commission.#Case T-415/04.
Beschikking van het Gerecht (Vierde kamer) van 26 april 2007.
Vittoria Tebaldi e.a. tegen Europese Commissie.
Zaak T-415/04.
Beschikking van het Gerecht (Vierde kamer) van 26 april 2007.
Vittoria Tebaldi e.a. tegen Europese Commissie.
Zaak T-415/04.
Jurisprudentie – Ambtenarenrecht 2007 I-A-2-00099; II-A-2-00703
ECLI-nummer: ECLI:EU:T:2007:116
BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Vierde kamer)
26 april 2007
Zaak T‑415/04
Tebaldi e.a.
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Openbare dienst – Ambtenaren – Bevordering – Bevorderingsronde 2003 – Weigering van bevordering – Toekenning van bevorderingspunten – Kennelijke niet-ontvankelijkheid”
Betreft: Beroep tot nietigverklaring, primair, van de lijst van ambtenaren die in het jaar 2003 tot de hogere rang zijn bevorderd, voor zover de namen van verzoekers niet op die lijst voorkomen, alsmede van de handelingen ter voorbereiding van dat besluit en, subsidiair, van het besluit houdende toekenning van bevorderingspunten in het kader van het beoordelingsjaar 2003.
Beslissing: Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Elke partij zal haar eigen kosten dragen.
Samenvatting
Ambtenaren – Beroep – Procesbelang
(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)
Het beroep van een ambtenaar tot nietigverklaring van de lijst van ambtenaren die tijdens een bepaalde bevorderingsronde tot de hogere rang zijn bevorderd, voor zover verzoekers naam niet op die lijst voorkomt, en, subsidiair, tot nietigverklaring van de toekenning van bevorderingspunten, voor zover deze verzoeker betreft, is kennelijk niet-ontvankelijk indien de verzoeker in zijn stukken geen concrete gegevens heeft verstrekt over zijn persoonlijke situatie tijdens de betrokken bevorderingsronde, zoals meer bepaald zijn rang, zijn anciënniteit in de rang, het aantal in totaal en in de verschillende categorieën verkregen bevorderingspunten en de voor de betrokken rang geldende bevorderingsdrempel, en dus niet heeft aangetoond welk persoonlijk belang hij heeft bij het instellen van het beroep.
Voorts betreffen verzoekers bezwaren, voor zover hij in zijn stukken inzonderheid de toekenning van bepaalde categorieën bevorderingspunten aanvecht in algemene en abstracte bewoordingen, zonder aan te geven in hoeverre deze toekenning zijn eigen belangen schaadt, zonder uiteen te zetten wat zijn specifieke geval is noch de aangevoerde bezwaren in verband te brengen met zijn individuele situatie, niet zijn persoonlijke rechtssituatie, maar de algemene situatie van het personeel van zijn instelling, en kunnen zij geen grondslag voor een ontvankelijk beroep opleveren, aangezien een ambtenaar niet in het belang van de wet of van de instellingen kan handelen en ter onderbouwing van een beroep tot nietigverklaring alleen persoonlijke bezwaren kan aanvoeren.
(cf. punten 28‑32 en 36)
Referentie: Hof 30 juni 1983, Schloh/Raad, 85/82, Jurispr. blz. 2105, punt 14; Gerecht 25 september 1991, Sebastiani/Parlement, T‑163/89, Jurispr. blz. II‑715, punt 25