EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 29.4.2026
COM(2026) 183 final
2026/0099(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2024/1157 wat betreft het verbod op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval
(Voor de EER relevante tekst)
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
In artikel 44, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2024/1157 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (“de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen”) is bepaald dat de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval van de EU naar derde landen (waaronder Zwitserland) met ingang van 21 mei 2026 niet langer is toegestaan. Deze bepaling is vastgesteld in het kader van het algemene milieubeleid van de EU om de productie van gemengd stedelijk afval (d.w.z. afval dat door huishoudens wordt geproduceerd en dat niet gescheiden wordt ingezameld) te verminderen. De bepaling had tot doel de verwerking van gemengd stedelijk afval te bevorderen in inrichtingen die volgens EU-normen worden geëxploiteerd en zich bevinden in de buurt van de plaats waar het afval wordt geproduceerd, rekening houdend met het beginsel van nabijheid, met materiaalefficiëntie en met de noodzaak om de ecologische voetafdruk van afvalstoffen te verkleinen.
Elk jaar wordt ongeveer 200 000 ton gemengd stedelijk afval vanuit verschillende EU-lidstaten naar Zwitserland overgebracht. Een groot deel van dit afval is afkomstig uit plaatsen in de onmiddellijke nabijheid van Zwitserland. Met het van toepassing worden van artikel 44, lid 2, punt f), van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen zou er een einde komen aan een reeds lang bestaande praktijk. Door dit verbod zou dergelijk afval worden verplaatst naar andere inrichtingen, die zich weliswaar in de EU bevinden maar verder weg liggen dan de Zwitserse inrichtingen die momenteel door de autoriteiten van de EU-lidstaten en afvalverwerkers worden gebruikt.
Uit gegevens van deze autoriteiten en belanghebbenden blijkt dat een verbod op de uitvoer van stedelijk afval naar Zwitserland zou leiden tot een aanzienlijke stijging van de kosten voor het beheer van dit afval en een toename van de broeikasgasemissies als gevolg van het extra wegvervoer (en de vervanging van het spoorvervoer dat momenteel wordt gebruikt voor de overbrenging van afval van Oostenrijk naar Zwitserland). Daarnaast lijken de voordelen van deze maatregel (een toename van de economische activiteit in verband met de verwerking van afval in inrichtingen in de EU en verminderde afhankelijkheid van de uitvoer van afval voor het beheer van in de EU geproduceerd afval) beperkt te zijn. In het licht hiervan lijkt de maatregel niet in verhouding te staan tot de doelstellingen die ermee worden nagestreefd. Daarom stelt de Commissie, in overeenstemming met haar vereenvoudigingsagenda, voor om een zeer gerichte en beperkte wijziging aan te brengen in artikel 44, lid 2, punt f), van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen, zodat de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval naar Zwitserland kan worden voortgezet. De uitvoer van dergelijk afval voor verwijdering (storten of verbranden zonder energieterugwinning) zal worden verboden.
In de mededeling COM(2025) 980 final “Vereenvoudiging voor duurzaam concurrentievermogen” bij het in december 2025 goedgekeurde omnibuspakket voor het milieu (Administratieve vereenvoudiging op het vlak van milieuwetgeving) erkende de Commissie de bezorgdheid die belanghebbenden en autoriteiten in de betrokken lidstaten (Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland en Italië) hebben geuit over deze kwesties, waarbij de geografische situatie in bepaalde regio’s de uitvoer van dergelijk afval via duurzamere vervoermiddelen naar nabijgelegen afvalbeheerinrichtingen in buurlanden rechtvaardigt. De Commissie heeft aangegeven dat zij samen met de medewetgevers zou nagaan hoe die kwestie tijdig kan worden behandeld in de wetgeving op het gebied van circulaire economie of via andere wetgevingsinstrumenten, in overeenstemming met de doelstellingen van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen en van de decarbonisatieagenda van de EU. De meest doeltreffende en snelste manier om dit probleem aan te pakken is het indienen van een afzonderlijk voorstel tot wijziging van artikel 44, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2024/1157.
Dit voorstel bevat gerichte bepalingen die uitsluitend tot doel hebben te verduidelijken dat het verbod op de overbrenging van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval niet van toepassing is wanneer dergelijk afval naar Zwitserland wordt uitgevoerd. Het is belangrijk dat dit voorstel zo spoedig mogelijk door de Commissie wordt vastgesteld, zodat de medewetgevers er snel overeenstemming over kunnen bereiken en de overbrenging van gemengd stedelijk afval naar Zwitserland niet hoeft te worden onderbroken. Artikel 44 van Verordening (EU) 2024/1157 zal op 21 mei 2026 van toepassing worden. De toestemmingen voor de overbrenging van gemengd stedelijk afval zijn maximaal één jaar geldig, wat in de praktijk betekent dat overbrengingen waarvoor vóór 21 mei 2026 toestemming is verleend, na die datum uiterlijk tot 20 mei 2027 zijn toegestaan. Dit is in overeenstemming met artikel 85, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1157. Het is daarom van essentieel belang dat de wijziging van artikel 44, lid 2, vóór die uiterste datum wordt goedgekeurd en van toepassing wordt.
Verdere mogelijke wijzigingen of afwijkingen van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen vallen buiten het toepassingsgebied en de doelen van het onderhavige voorstel. De Commissie zal constructief samenwerken met de medewetgevers om ervoor te zorgen dat de hoofddoelstelling van dit voorstel tijdens de wetgevingsprocedure volledig behouden blijft en dat de strekking ervan niet wordt gewijzigd.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
In het algemeen gelden voor de uitvoer van afvalstoffen naar Zwitserland dezelfde regels als voor de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen tussen de lidstaten. Het verbod op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval op grond van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen vormde een uitzondering op deze algemene regel. Met dit wetgevingsvoorstel blijft de overeenstemming met de regels inzake de uitvoer van afvalstoffen tussen de EU-lidstaten onderling en tussen de EU-lidstaten en Zwitserland gewaarborgd.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De voorgestelde wijziging heeft in wezen tot doel de huidige situatie wat betreft de uitvoer van gemengd stedelijk afval van de Unie naar Zwitserland te handhaven. Dit leidt niet tot onverenigbaarheid met het beleid van de Unie.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag is dezelfde als die van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen, namelijk artikel 192 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), waarin wordt bepaald hoe artikel 191 van het VWEU moet worden uitgevoerd. Artikel 191 heeft betrekking op het milieubeleid van de EU, dat moet bijdragen tot de verwezenlijking van de volgende doelstellingen:
· behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu;
· bescherming van de menselijke gezondheid;
· behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
· bevordering van maatregelen op internationaal niveau om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen, met name ter bestrijding van de klimaatverandering.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Het voorstel heeft tot doel de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen, waarin de overbrenging van afvalstoffen tussen de EU-lidstaten onderling en tussen de EU en derde landen is geregeld, te wijzigen. Er bestaan al vele jaren geharmoniseerde EU-regels voor de overbrenging van afvalstoffen om te voorkomen dat er op nationaal niveau onnodige belemmeringen ontstaan voor de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen tussen de EU-lidstaten. Deze harmonisatie is ook noodzakelijk om te voorkomen dat illegale exploitanten ervoor zouden kiezen hun afvalstoffen eerst via lidstaten met minder strenge binnenlandse regels over te brengen, om die afvalstoffen vervolgens vanuit de EU naar derde landen te kunnen uitvoeren (“port-hopping”-scenario). Het is ook gerechtvaardigd geharmoniseerde regels voor de uitvoer van afvalstoffen naar Zwitserland vast te stellen, om gelijke behandeling en juridische duidelijkheid te waarborgen voor alle afvalverwerkers in de EU die afvalstoffen naar dit land willen overbrengen.
•Evenredigheid
Door Zwitserland uit te sluiten van het verbod op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval wordt een van de toekomstige belemmeringen voor het waarborgen van een milieuhygiënisch verantwoord beheer van dergelijk afval in de dichtstbijzijnde inrichting weggenomen. Door middel van een zeer gerichte wijziging van de verordening zal op evenredige wijze tegemoet worden gekomen aan de bezorgdheid die belanghebbenden en autoriteiten in de betrokken lidstaten over de kwesties hebben geuit, zonder dat andere delen van de verordening worden gewijzigd of de doelstellingen van de verordening worden aangetast.
•Keuze van het instrument
Er is gekozen voor een verordening, aangezien het gaat om een wijziging van een bestaande verordening.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Dit voorstel vloeit niet voort uit een evaluatie of geschiktheidscontrole.
•Raadpleging van belanghebbenden
Verschillende belanghebbenden uit aan Zwitserland grenzende regio’s hebben hun bezorgdheid geuit over de gevolgen van artikel 44, lid 2, punt f), van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen voor hun werkzaamheden, met name in het kader van de openbare raadpleging die werd gehouden ter voorbereiding van het in december 2025 aangenomen omnibuspakket voor het milieu (Administratieve vereenvoudiging op het vlak van milieuwetgeving).
•Bijeenbrengen en benutten van expertise
De Oostenrijkse en Duitse autoriteiten hebben gegevens verstrekt over de ecologische en economische gevolgen van een toekomstig verbod op de uitvoer van gemengd stedelijk afval naar Zwitserland in vergelijking met alternatieven in de betrokken lidstaten (Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland en Italië). Uit deze gegevens blijkt dat een dergelijk verbod grotendeels negatieve economische en ecologische gevolgen zou hebben.
De onderstaande voorbeelden hebben betrekking op de Oostenrijkse grensregio Vorarlberg en het Duitse grensgebied in Baden-Württemberg en bevatten gekwantificeerde cijfers over deze gevolgen.
Gevolgen voor het milieu
Het omleiden van afval dat momenteel naar Zwitserland wordt overgebracht naar andere locaties, zou leiden tot langere vervoersafstanden over de weg. Zo is de afstand voor de overbrenging van gemengd stedelijk afval van de regio Vorarlberg in Oostenrijk naar de dichtstbijzijnde inrichting in Zwitserland tien keer korter dan de meest voor de hand liggende optie in Oostenrijk (40 km tegenover 400 km). Bovendien vindt het grootste deel van de overbrenging van afvalstoffen van Oostenrijk naar Zwitserland plaats via het goederenvervoer per spoor. Dit zou dan moeten worden vervangen door vervoer met vrachtwagens. Op basis daarvan kan worden aangenomen dat het huidige vervoer van afvalstoffen naar Zwitserland een besparing van ongeveer 1 400 ton CO₂ per jaar oplevert ten opzichte van het vervoer naar een soortgelijke inrichting in de EU.
Bovendien wordt momenteel jaarlijks 15 000 ton residuen afkomstig van afvalverbranding met energieterugwinning rechtstreeks vanuit Zwitserland naar Vorarlberg teruggebracht, waardoor een optimaal gebruik van de bestaande vervoerslogistiek wordt gewaarborgd en synergieën uit regionale samenwerking worden benut.
Ten slotte zou het vervoer van afvalstoffen over langere afstanden nadelige gevolgen kunnen hebben voor het verkeer in de Alpen (zoals luchtverontreiniging, lawaai, druk op de infrastructuur, klimaatverandering). Het kan ook leiden tot een hoger risico op ongevallen door een toename van het vrachtverkeer op bergwegen.
In het geval van Duitsland zou het omleiden van afvalstromen naar de dichtstbijzijnde inrichtingen voor energiewinning uit afval in Baden-Württemberg leiden tot aanzienlijke extra vervoersafstanden van in totaal ongeveer 887 000 km per jaar door de betrokken grensgebieden. Dit zou leiden tot een extra jaarlijkse CO₂-emissielast van ongeveer 383 ton, zoals geraamd door de Duitse autoriteiten. Deze cijfers zijn gebaseerd op de meest gunstige scenario’s, aangezien het waarschijnlijk is dat de afvalstoffen voor verwerking verder dan Baden-Württemberg moeten worden vervoerd als zij niet naar nabijgelegen Zwitserse inrichtingen worden gebracht.
Hoewel Zwitserland niet gebonden is door de EU-wetgeving, zoals de richtlijn industriële emissies (Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies en emissies uit de veehouderij), gelden voor inrichtingen voor energiewinning uit afval in Zwitserland strenge normen op het gebied van verontreinigingsbeheersing. De uitvoer van gemengd stedelijk afval naar deze inrichtingen zal er derhalve niet toe leiden dat afval dat in de EU wordt geproduceerd onder minder milieuvriendelijke omstandigheden wordt verwerkt dan in de EU.
Gevolgen voor de economische kosten
Als de uitvoer van afvalstoffen naar Zwitserland op grond van artikel 44, lid 2, punt f), van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen wordt verboden, zouden niet alleen de CO2-emissies toenemen en het wegvervoer over lange afstanden door bergachtige gebieden noodzakelijk worden, maar zouden ook de economische kosten voor het vervoer en de verwerking van gemengd stedelijk afval stijgen.
Uit ramingen van de regio Vorarlberg blijkt dat de vervoerskosten ten minste met een factor 10 zouden stijgen, en de verwerkingskosten met ongeveer 40 %. De Duitse autoriteiten hebben ook aangegeven dat het uitvoerverbod zou leiden tot hogere kosten voor gemeenten die belast zijn met het beheer van gemengd stedelijk afval in Baden-Württemberg.
•Effectbeoordeling
Er is geen effectbeoordeling nodig, aangezien de gevolgen op EU-niveau naar verwachting beperkt zullen zijn en er slechts een beperkt aantal beleidsopties is om het gewenste resultaat te bereiken.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Dit voorstel zal de werkzaamheden van gemeenten en afvalbeheerbedrijven die momenteel gemengd stedelijk afval naar Zwitserland overbrengen, vereenvoudigen ten opzichte van een situatie waarin dergelijke overbrengingen verboden zouden zijn.
•Grondrechten
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de bescherming van de grondrechten.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Er zijn geen gevolgen voor de begroting vastgesteld.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Niet van toepassing
•Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 bevat de gewijzigde bepaling van artikel 44, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2024/1157. Er wordt verduidelijkt dat het verbod op de overbrenging van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval (zoals bedoeld in artikel 4, lid 3, van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen) niet van toepassing is wanneer dergelijk afval naar Zwitserland wordt uitgevoerd.
Artikel 2 betreft de inwerkingtreding en toepassing van deze verordening.
2026/0099 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2024/1157 wat betreft het verbod op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij artikel 44, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2024/1157 is de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval van de EU naar derde landen met ingang van 21 mei 2026 verboden. De overbrenging van dergelijk afval van grensgebieden naar nabijgelegen verwerkingsinstallaties in Zwitserland, waar hoge normen voor afvalbeheer gelden, zou niet langer worden toegestaan, waarmee er een einde zou komen aan een reeds lang bestaande praktijk. Door dit verbod zou dergelijk afval naar verder weg gelegen afvalbeheerinrichtingen in andere landen moeten worden vervoerd, wat zou leiden tot extra wegvervoer in plaats van spoorvervoer. Dit zou de kosten voor afvalbeheer verhogen en een toename van de broeikasgasemissies veroorzaken als gevolg van het extra wegvervoer, terwijl de voordelen ervan zeer beperkt zijn. Daarom moet artikel 44, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2024/1157 worden gewijzigd, zodat de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval naar Zwitserland kan worden voortgezet.
(2)Verordening (EU) 2024/1157 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(3)Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de noodzaak van harmonisatie beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 44, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1157 wordt punt f) vervangen door:
“f) de uitvoer van in artikel 4, lid 3, bedoelde afvalstoffen is verboden, met uitzondering van de uitvoer naar Zwitserland;”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
[...]
[...]
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2024/1157 betreffende de overbrenging van afvalstoffen.
1.2.Betrokken beleidsterreinen
Beleidsterrein: 09 Milieu Activiteit: 09 02 02 Programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) – Circulaire economie en levenskwaliteit
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
Verordening (EU) 2024/1157 heeft tot doel het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen tegen de nadelige gevolgen die de overbrenging van afvalstoffen kan hebben. Dit blijft ongewijzigd.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
Bij artikel 44, lid 2, punt f), van Verordening (EU) 2024/1157 is de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemd gemengd stedelijk afval van de EU naar derde landen met ingang van 21 mei 2026 verboden, waardoor Zwitserland van de mogelijke bestemmingen is uitgesloten. Door deze bepaling wordt de overbrenging van dergelijk afval van grensgebieden naar nabijgelegen Zwitserse verwerkingsinstallaties niet langer toestaan, waarmee een einde wordt gemaakt aan een praktijk die al vele jaren bestaat. Door dit verbod moet dergelijk afval naar verder weg gelegen afvalbeheerinrichtingen in andere landen worden vervoerd. Dit zal de kosten voor afvalbeheer verhogen en een toename van de broeikasgasemissies veroorzaken als gevolg van het extra wegvervoer. In de mededeling bij het omnibuspakket voor het milieu van december 2025 heeft de Commissie aangegeven zich bewust te zijn van de bezorgdheid die belanghebbenden en autoriteiten in de betrokken lidstaten (Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland en Italië) hebben geuit over deze kwesties, met name met betrekking tot gevallen waarbij de geografische situatie in bepaalde regio’s de uitvoer van dergelijk afval via duurzamere vervoermiddelen naar nabijgelegen afvalbeheerinrichtingen in buurlanden rechtvaardigt. De Commissie heeft geen voorstel ingediend om dit probleem in het kader van het pakket aan te pakken, maar gaf aan dat zij samen met de medewetgevers zou nagaan hoe die kwestie tijdig kan worden behandeld in de wetgeving op het gebied van circulaire economie of via andere wetgevingsinstrumenten, in overeenstemming met de doelstellingen van de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen en van de decarbonisatieagenda van de EU.
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
Vermijden van buitensporige economische en ecologische kosten voor de overbrenging van afval over lange afstand in plaats van naar de dichtstbijzijnde inrichting.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten
Vermeden kosten voor afvalverwerkers en autoriteiten in de EU-lidstaten die aan Zwitserland grenzen. Vermindering van het wegvervoer en de bijbehorende broeikasgasemissies
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
☐een nieuwe actie
☐een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
☐de verlenging van een bestaande actie
☑de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
n.v.t.
1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
De EU-regels voor overbrengingen van afvalstoffen zorgen ervoor dat de alomvattende EU-wetgeving inzake afvalstoffen niet wordt omzeild door afvalstoffen naar derde landen over te brengen, waar de normen en prestaties voor afvalbeheer sterk verschillen van die van de EU. De meerwaarde van een EU-benadering van overbrenging van afvalstoffen is ook dat zij zorgt voor samenhang in de uitvoering van het Verdrag van Bazel en het OESO-besluit door elke lidstaat. De gedetailleerde bepalingen in de verordening inzake de overbrenging van afvalstoffen voorkomen dat de lidstaten deze bepalingen verschillend interpreteren, wat de overbrenging van afvalstoffen binnen de EU zou belemmeren.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
n.v.t.
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
n.v.t.
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
n.v.t.
1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan
☐beperkte geldigheidsduur
☐van kracht vanaf [DD.MM]JJJJ tot en met [DD.MM]JJJJ
☐financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
☑onbeperkte geldigheidsduur
uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
☑Direct beheer door de Commissie
☐door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
☐door de uitvoerende agentschappen
☐Gedeeld beheer met de lidstaten
☐Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
☐derde landen of de door hen aangewezen organen
☐internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
☐ de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
☐de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
☐publiekrechtelijke organen
☐privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
☐privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
☐organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
☐in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
[...]
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
Het financieel memorandum heeft betrekking op personeelsuitgaven en aanbestedingen, en voor dit soort uitgaven gelden standaardregels.
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Het financieel memorandum heeft betrekking op personeelsuitgaven en aanbestedingen, en voor dit soort uitgaven gelden standaardregels.
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
n.v.t.
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
n.v.t.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Het financieel memorandum heeft betrekking op personeelsuitgaven en aanbestedingen, en voor dit soort uitgaven gelden standaardregels.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort
uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
n.v.t.
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort
uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
☐Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
☐Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK <....>
van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig
financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b +3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b +3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK <....>
van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
onder de rubrieken 1 tot en met 6
van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK <....>
van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
onder RUBRIEK <....>
van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <.......>
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld
doelstellingen en
outputs
⇓
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om
de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem.
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal
Aantal
|
Totaal
Kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1… [...]
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
☐Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
☐Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
|
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.3.3.Totaal kredieten
|
TOTAAL
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
+
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
☑Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
☐Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
|
• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten
|
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
|
• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften
|
TOTAAL
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
+
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
|
• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Personeelsformatieposten
|
|
|
n.v.t.
|
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
|
|
|
|
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
☐kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
☐vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
☐vereist een herziening van het MFK
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
☐voorziet niet in medefinanciering door derden
☐voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
☐Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
☐Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
☐voor de eigen middelen
☐voor de overige ontvangsten
☐geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
[...]
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
[...]
4.DIGITALE DIMENSIES
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
Indien wordt geoordeeld dat het beleidsinitiatief geen voorschriften met digitale relevantie omvat, geef een toelichting waarom geen digitale middelen worden gebruikt.
n.v.t.
Zo niet, vermeld in de onderstaande tabel de voorschriften met digitale relevantie:
|
Verwijzing naar voorschrift
|
Beschrijving van voorschrift
|
Betrokken actoren
|
Processen op hoog niveau
|
Categorieën
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4.2.Data
n.v.t.
Korte beschrijving van de betrokken data en daarmee verband houdende normen/specificaties
|
Soort data
|
Verwijzing naar voorschrift(en)
|
Standaard en/of specificatie (indien van toepassing)
|
|
Soort data 1
|
|
|
|
Soort data 2
|
|
|
Afstemming op Europese datastrategie
Licht toe hoe het voorschrift of de voorschriften zijn afgestemd op de Europese datastrategie
[...]
Afstemming op eenmaligheidsbeginsel
Licht toe hoe het eenmaligheidsbeginsel in aanmerking is genomen en hoe is nagegaan of bestaande gegevens kunnen worden hergebruikt
[...]
Licht toe hoe nieuw gecreëerde data vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar zijn en aan hoge standaarden voldoen
[...]
Datastromen
Vul voor elke datastroom de onderstaande tabel in:
|
Soort data
|
Verwijzing naar voorschrift(en)
|
Actor die data verstrekt
|
Actor die data ontvangt
|
Aanleiding voor uitwisseling van data
|
Frequentie (indien van toepassing)
|
|
Soort data 1
|
|
|
|
|
|
|
Soort data 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
4.3.Digitale oplossingen
Geef voor elke digitale oplossing de verwijzing naar voorschriften(en) met digitale relevantie met betrekking tot die oplossing, een beschrijving van de vereiste functies van de digitale oplossing, de instantie die daarvoor verantwoordelijk zal zijn, en andere relevante aspecten zoals herbruikbaarheid en toegankelijkheid. Vermeld tot slot of het de bedoeling is dat de digitale oplossing gebruikmaakt van AI-technologieën.
|
Digitale oplossing
|
Verwijzing naar voorschrift(en)
|
Belangrijkste vereiste functies
|
Bevoegde instantie
|
Hoe wordt gezorgd voor toegankelijkheid?
|
Hoe wordt herbruikbaarheid in aanmerking genomen?
|
Gebruik van AI-technologie (indien van toepassing)
|
|
Digitale oplossing 1
|
|
|
|
|
|
|
|
Digitale oplossing 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Leg voor elke digitale oplossing uit op welke wijze de digitale oplossing voldoet aan de vereisten en verplichtingen van het EU-kader voor cyberbeveiliging en andere toepasselijke digitale beleidsmaatregelen en wetgevingshandelingen (zoals eIDAS, één digitale toegangspoort enz.).
Digitale oplossing 1
|
Digitale en/of sectorale beleidsmaatregelen (indien van toepassing)
|
Zo is gezorgd voor afstemming
|
|
AI-verordening
|
|
|
EU-kader voor cyberbeveiliging
|
|
|
eIDAS
|
|
|
Eén digitale toegangspoort en IMI
|
|
|
Andere beleidsmaatregelen
|
|
Digitale oplossing 2
|
Digitale en/of sectorale beleidsmaatregelen (indien van toepassing)
|
Zo is gezorgd voor afstemming
|
|
AI-verordening
|
|
|
EU-kader voor cyberbeveiliging
|
|
|
eIDAS
|
|
|
Eén digitale toegangspoort en IMI
|
|
|
Andere beleidsmaatregelen
|
|
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
Beschrijf de digitale openbare dienst(en) waarop de vereisten betrekking hebben
|
Digitale overheidsdienst of categorie digitale overheidsdiensten
|
Beschrijving
|
Verwijzing naar voorschrift(en)
|
Interoperabel Europa-oplossing(en) (NIET VAN TOEPASSING)
|
Andere interoperabiliteitsoplossing(en)
|
|
Digitale overheidsdienst 1
|
|
|
|
|
|
Categorie digitale overheidsdiensten volgens Cofog 1
|
|
|
|
|
Beoordeel het effect van het voorschrift of de voorschriften op de grensoverschrijdende interoperabiliteit
Digitale overheidsdienst 1
|
Beoordeling
|
Maatregel(en)
|
Mogelijke resterende belemmeringen (indien van toepassing)
|
|
Afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid. Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld.
|
Digitale/sectorale maatregel 1
Digitale/sectorale maatregel 2
Digitale/sectorale maatregel 3
|
Belemmering 1
Belemmering 2
Belemmering 3
|
|
Organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten. Vermeld de geplande governancemaatregelen.
|
Governancemaatregel 1
Governancemaatregel 2
Governancemaatregel 3
|
Belemmering 1
Belemmering 2
Belemmering 3
|
|
Maatregelen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de data. Geef een lijst met dergelijke maatregelen.
|
Maatregel 1
Maatregel 2
Maatregel 3
|
Belemmering 1
Belemmering 2
Belemmering 3
|
|
Gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en standaarden. Geef een lijst met dergelijke maatregelen.
|
Maatregel 1
Maatregel 2
Maatregel 3
|
Belemmering 1
Belemmering 2
Belemmering 3
|
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
Vul onderstaande tabel in voor elke maatregel ter ondersteuning van de digitale uitvoering.
|
Beschrijving van de maatregel
|
Verwijzing naar voorschrift(en)
|
Rol van de Commissie (indien van toepassing)
|
Actoren die erbij zullen worden betrokken (indien van toepassing)
|
Verwacht tijdschema (indien van toepassing)
|
|
Maatregel 1
|
|
|
|
|
|
Maatregel 2
|
|
|
|
|
|
Maatregel 3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|