EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 3.9.2025
COM(2025) 461 final
2025/0256(APP)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
waarbij de toepassing van Verordening (EU) .../2028 tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2027-2034 (het “Pericles V-programma”) wordt uitgebreid tot de niet-deelnemende lidstaten
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
Dit voorstel, dat per 1 januari 2028 van toepassing zou moeten worden, wordt gepresenteerd voor een Unie van 27 lidstaten.
Het Pericles-programma is een programma voor uitwisselingen, bijstand en opleiding ter bescherming van de euro tegen valsemunterij. Het programma is vastgesteld bij Besluit 2001/923/EG van de Raad van 17 december 2001 en de gevolgen ervan zijn bij Besluit 2001/924/EG van de Raad van 17 december 2001 uitgebreid tot de EU-lidstaten die de euro niet als munteenheid hadden aangenomen. Latere wijzigingen van deze basishandelingen bij Besluiten 2006/75/EG, 2006/76/EG, 2006/849/EG, 2006/850/EG van de Raad, Verordening (EU) nr. 331/2014, Verordening (EU) 2015/768 van de Raad en Verordening (EU) 2021/840 van het Europees Parlement en de Raad hebben de looptijd van het programma verlengd tot en met 31 december 2027.
In haar voorstel (), dat op artikel 133 VWEU is gebaseerd, stelt de Commissie voor om het Pericles-programma voort te zetten binnen het meerjarig financieel kader voor de periode na 2027.
Artikel 139 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat de in artikel 133 bedoelde maatregelen met betrekking tot het gebruik van de euro niet van toepassing zijn op de lidstaten die onder een derogatie vallen.
De uitwisseling van informatie en personeel en de maatregelen op het gebied van bijstand en opleiding die in het kader van het Pericles-programma worden uitgevoerd, moeten evenwel in de hele Unie een eenvormig karakter hebben en daarom moeten de nodige maatregelen worden genomen om hetzelfde beschermingsniveau voor de euro te garanderen in de lidstaten waar de euro niet de officiële munteenheid is. De actieve rol van niet-deelnemende lidstaten binnen het Pericles-programma is relevant en significant, waarbij diverse niet-deelnemende lidstaten zoals Roemenië en Bulgarije een belangrijke rol spelen bij het samenbrengen van deskundigen uit Zuidoost-Europa om de bescherming van de euro tegen valsemunterij in deze regio te versterken.
Voorliggend voorstel moet het Pericles-programma uitbreiden tot de lidstaten van de Europese Unie die de euro nog niet als munteenheid gebruiken.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
·Rechtsgrondslag
De Uniewetgeving betreffende de bescherming van de euro tegen valsemunterij valt onder artikel 133 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”). Volgens deze bepaling stellen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, de maatregelen vast die nodig zijn voor het gebruik van de euro als gemeenschappelijke munt. Deze bepaling is alleen van toepassing op lidstaten die de euro als gemeenschappelijke munt hebben aangenomen.
Voorliggend voorstel is gebaseerd op artikel 352 VWEU, dat de rechtsgrondslag vormt voor de uitbreiding van de toepassing van het Pericles-programma tot de lidstaten die de euro niet als hun gemeenschappelijke munt hebben aangenomen.
·Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Dit voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. De bescherming van de Europese gemeenschappelijke munt als een collectief goed heeft een duidelijke transnationale dimensie, en daarom gaat de bescherming van de euro verder dan het belang en de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke EU-lidstaten. Gezien de grensoverschrijdende circulatie van de euro en het feit dat de internationale georganiseerde misdaad diep verwikkeld is in eurovalsemunterij (productie en distributie), moeten de nationale beschermingskaders worden aangevuld met een EU-initiatief om te zorgen voor homogene nationale en internationale samenwerking en om mogelijke nieuwe transnationale risico’s het hoofd te bieden.
·Evenredigheid
De voorgestelde verordening is noodzakelijk, geschikt en passend om het gewenste doel te bereiken. Daarin wordt voorgesteld de samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de Commissie en de lidstaten doeltreffend te versterken, zonder de mogelijkheden van de lidstaten om de euro tegen valsemunterij te beschermen in te perken. Optreden op het niveau van de Unie is gerechtvaardigd, omdat dit de lidstaten duidelijk ondersteunt bij de collectieve bescherming van de euro en het gebruik aanmoedigt van gemeenschappelijke Uniestructuren ter versterking van de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten.
·Keuze van het instrument
Een verordening wordt beschouwd als het passende rechtsinstrument om het kader voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij vast te stellen. Deze sluit aan bij Verordening (EU) 2021/1696 van de Raad van 21 september 2021 waarbij de toepassing van Verordening (EU) 2021/840 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2021-2027 (het “Pericles IV-programma”) wordt uitgebreid tot de niet-deelnemende lidstaten.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
De Commissie heeft een evaluatie vooraf uitgevoerd () in het kader van de voorbereiding van Verordening (EU) nr. .../20xx tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode na 2027 (het “Pericles V-programma”). Het in het kader van deze evaluatie vooraf verzamelde en gepresenteerde bewijsmateriaal is direct toepasbaar op voorliggend voorstel.
De belanghebbenden zijn geraadpleegd over de bescherming van de euro tegen valsemunterij in het kader van de openbare raadpleging over EU-middelen op het gebied van veiligheid.
•Grondrechten
Het voorstel is in lijn met en eerbiedigt artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde waarden van de Unie en de grondrechten die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vervat (“het handvest”), waarbij de doelstellingen van het voorgestelde initiatief verband houden met het bevorderen van de grondrechten en de toepassing van het handvest. Zo bevordert het voorstel bijvoorbeeld de vrijheid van ondernemerschap doordat dit het veilige gebruik van de gemeenschappelijke munt van de Unie als betaalmiddel garandeert.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het aan voorliggend voorstel gehechte financieel memorandum voor een Raadsverordening beschrijft de gevolgen voor de begroting en de benodigde personele en administratieve middelen. Dit financieel memorandum over de gevolgen voor de begroting is – met uitzondering van de rechtsgrondslag – identiek aan het financieel memorandum bij het voorstel voor een Verordening (EU) .../20 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij na 2027 (het “Pericles V-programma”).
5.OVERIGE ELEMENTEN
·Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Niet van toepassing
·Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
Niet van toepassing
2025/0256 (APP)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
waarbij de toepassing van Verordening (EU) .../2028 tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2027-2034 (het “Pericles V-programma”) wordt uitgebreid tot de niet-deelnemende lidstaten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 352,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement,
Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Verordening (EU) …/2028 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het “Pericles V-programma” bepaalt dat die verordening in de lidstaten van toepassing is overeenkomstig de Verdragen. Artikel 139 van het Verdrag bepaalt dat lidstaten die onder een derogatie vallen, niet mogen deelnemen aan maatregelen met betrekking tot de euro die op grond van artikel 133 van het Verdrag zijn vastgesteld.
(2)De uitwisseling van informatie en personeel en de bijstands- en opleidingsmaatregelen die in het kader van het Pericles V-programma worden uitgevoerd, moeten echter in de hele Unie eenvormig zijn. Daarom moeten de nodige maatregelen worden genomen om hetzelfde beschermingsniveau voor de euro te waarborgen in de lidstaten die de euro niet als hun officiële munt hebben.
(3)De toepassing van Verordening (EU) … moet daarom worden uitgebreid tot lidstaten andere dan de deelnemende lidstaten zoals gedefinieerd in artikel 1, punt a), van Verordening (EG) nr. 974/98 van de Raad,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De toepassing van Verordening (EU) …/2028 wordt uitgebreid tot lidstaten andere dan de deelnemende lidstaten zoals gedefinieerd in artikel 1, punt a), van Verordening (EG) nr. 974/1998 van de Raad.
Entiteiten uit lidstaten andere dan de deelnemende lidstaten worden geacht in aanmerking te komen voor financiering wanneer zij bevoegde nationale autoriteiten zijn in de zin van artikel 8, lid 8, van Verordening (EU) … /....
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2028.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter