Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52025AP0135

P10_TA(2025)0135 — Het welzijn van honden en katten en hun traceerbaarheid — Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 19 juni 2025 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het welzijn van honden en katten en hun traceerbaarheid (COM(2023)0769 – C9-0443/2023 – 2023/0447(COD)) (Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

PB C, C/2025/6280, 19.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/6280/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/6280/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/6280

19.12.2025

P10_TA(2025)0135

Het welzijn van honden en katten en hun traceerbaarheid

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 19 juni 2025 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het welzijn van honden en katten en hun traceerbaarheid (COM(2023)0769 – C9-0443/2023 – 2023/0447(COD)) (1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(C/2025/6280)

Amendement 1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)

Levende dieren, met inbegrip van katten en honden, vallen onder bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en maken deel uit van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Unie. Er is een markt voor deze dieren in de Unie, die aanzienlijke grensoverschrijdende handel omvat. Veel lidstaten hebben de Europese Overeenkomst tot bescherming van kleine huisdieren ondertekend. Er is uitgebreid bewijs waaruit blijkt dat de interne markt voor honden en katten in de Unie niet optimaal functioneert en dat deze dieren illegaal in de Unie worden verhandeld en in de Unie worden ingevoerd. Daarom moeten minimumeisen worden vastgesteld voor het welzijn van honden en katten die in inrichtingen worden gefokt en gehouden, alsook strengere voorschriften inzake de traceerbaarheid van honden en katten die in de Unie worden geleverd .

(1)

Levende dieren, met inbegrip van katten en honden, vallen onder bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie , maken deel uit van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Unie en hun welzijn moet worden beschermd . Er is een markt voor deze dieren in de Unie, die aanzienlijke grensoverschrijdende handel omvat. Veel lidstaten hebben de Europese Overeenkomst tot bescherming van kleine huisdieren ondertekend. Er is uitgebreid bewijs waaruit blijkt dat de interne markt voor honden en katten in de Unie niet optimaal functioneert en dat deze dieren illegaal in de Unie worden verhandeld en in de Unie worden ingevoerd. Daarom moeten , rekening houdend met de bevindingen over dieren die bevestigen dat zij in staat zijn tot het voelen van emoties, pijn en sociale interactie, minimumeisen worden vastgesteld voor het welzijn van honden en katten die in inrichtingen worden gefokt en gehouden, alsook strengere voorschriften inzake de traceerbaarheid van honden en katten die in de Unie in de handel worden gebracht .

Amendement 2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)

Doordat welzijnsbepalingen van de Unie inzake het fokken, het houden en het in de handel brengen van honden en katten ontbreken, en nationale voorschriften, voor zover deze bestaan, uiteenlopen, worden die dieren heel vaak zonder kosten geboren, gefokt en verkocht of geadopteerd in omstandigheden die schadelijk zijn voor hun welzijn. De concurrentie tussen commerciële fokkers van honden en katten vindt in verschillende lidstaten niet onder gelijke voorwaarden plaats, omdat omstandigheden op het gebied van dierenwelzijn een van de belangrijkste elementen van het concurrentievermogen van deze exploitanten vormen en zij van lidstaat tot lidstaat aanzienlijk uiteenlopen. Bijgevolg wordt de mededinging verstoord, met name voor fokkers en houders die hoge normen hanteren, die hun investeringen in dierenwelzijn niet te gelde kunnen maken wanneer zij grensoverschrijdend handel drijven, omdat zij te maken krijgen met exploitanten die profiteren van ondermaatse omstandigheden op het gebied van dierenwelzijn om concurrerend te zijn en prijzen te drukken en normen te verlagen.

(2)

Honden en katten worden in de Unie met hun eigen unieke biologische en gedragsbehoeften als huisdier verhandeld en gehouden. Doordat welzijnsbepalingen van de Unie inzake het fokken, het houden en het in de handel brengen van honden en katten ontbreken, en nationale voorschriften, voor zover deze bestaan, uiteenlopen, worden die dieren soms zonder kosten geboren, gefokt en verkocht of geadopteerd in omstandigheden die ernstige schadelijke gevolgen kunnen hebben voor hun welzijn. De concurrentie tussen commerciële fokkers van honden en katten vindt in verschillende lidstaten niet onder gelijke voorwaarden plaats, omdat omstandigheden op het gebied van dierenwelzijn een van de belangrijkste elementen van het concurrentievermogen van deze exploitanten vormen en zij van lidstaat tot lidstaat aanzienlijk uiteenlopen. Bijgevolg wordt de mededinging verstoord, met name voor fokkers en houders die hoge normen hanteren, die hun investeringen in dierenwelzijn niet te gelde kunnen maken wanneer zij grensoverschrijdend handel drijven, omdat zij te maken krijgen met exploitanten die profiteren van ondermaatse omstandigheden op het gebied van dierenwelzijn om concurrerend te zijn en prijzen te drukken en normen te verlagen.

Amendement 3

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)

Ook worden consumenten onvoldoende beschermd, aangezien zij bij het verkrijgen van een hond of kat vaak worden geconfronteerd met de negatieve gevolgen van de slechte welzijnsomstandigheden waarin de dieren in de inrichtingen zijn gefokt en gehouden, zoals gezondheidsproblemen, gedragsproblemen of genetische defecten van de aangekochte of verkregen hond of kat.

(3)

Ook worden consumenten onvoldoende beschermd, aangezien zij bij het verkrijgen van een hond of kat vaak worden geconfronteerd met de negatieve gevolgen van de slechte welzijnsomstandigheden waarin de dieren in de inrichtingen zijn gefokt en gehouden, zoals gezondheidsproblemen, gedragsproblemen of genetische defecten van de aangekochte of verkregen hond of kat. Om een geïnformeerde keuze van de consument te ondersteunen en de naleving van de Unieregels te bevorderen, is het cruciaal om het publiek in te lichten en het bewustzijn op het gebied van het verschil tussen verantwoorde en niet-conforme of illegale fokpraktijken te vergroten.

Amendementen 280 en 307

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)

Hoewel verscheidene lidstaten op nationaal niveau reeds positieve lijsten hebben ingevoerd om particulier bezit van dieren te reguleren, leiden het ontbreken van een gemeenschappelijk Uniekader inzake dierenwelzijn bij het fokken, houden en in de handel brengen van andere soorten gezelschapsdieren dan honden en katten, en de uiteenlopende nationale voorschriften tot inconsistenties, gaten in de handhaving en verwarring bij consumenten, en vaak tot ernstige gevolgen voor het welzijn van diersoorten die ongeschikt zijn om als huisdier te worden gehouden, alsook risico’s voor de biodiversiteit, voor de gezondheid en veiligheid van de mens en voor natuurbehoud.

Amendement 308

Voorstel voor een verordening

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter)

Dit is niet de eerste oproep tot het vaststellen van een wetenschappelijk onderbouwde Unielijst van dieren die geschikt zijn bevonden om als huisdier te worden gehouden, onder passende welzijnsomstandigheden, zonder schade toe te brengen aan in het wild levende populaties en daardoor aan de Europese biodiversiteit of aan de gezondheid en veiligheid van de mens. Een beoordeling van de effecten op dieren, waaronder de effecten op hun welzijn, gedrag, voedingsbehoeften en veterinaire zorg, is daarbij van essentieel belang om situaties te voorkomen waarin dieren onnodig lijden of in ongeschikte leefomstandigheden verkeren of waarin het voortbestaan van soorten in gevaar komt.

Amendement 4

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)

De samenwerking tussen de lidstaten moet worden versterkt teneinde illegale fokbedrijven op te sporen, de bijbehorende netwerken te ontmantelen en te zorgen voor een doeltreffende handhaving van de toepasselijke voorschriften. De versterking van grensoverschrijdende samenwerking, uitwisseling van informatie en gecoördineerde inspecties is cruciaal om het grensoverschrijdende karakter van bepaalde illegale activiteiten aan te pakken en het dierenwelzijn en de belangen van de consument in de hele Unie te beschermen.

Amendement 5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter)

Het aantal gezelschapsdieren in de Unie is de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen, hetgeen aantoont dat de burgers in de Unie veel waarde hechten aan het welzijn van honden en katten. In het licht van de ontwikkelingen in de kennis over dierenwelzijn moeten de Unie en haar lidstaten worden aangemoedigd om een juridische benadering na te streven die niet alleen rekening houdt met de status van dieren als eigendom, maar ook met de ethische verantwoordelijkheid van mensen ten aanzien van hun welzijn en bescherming.

Amendement 6

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)

De illegale handel in honden en katten heeft zich deels ontwikkeld doordat deze dieren niet tot het oorspronkelijke nest kunnen worden getraceerd. Illegale handelspraktijken gaan gepaard met het lijden van honden en katten die aan ongecontroleerde fokpraktijken zijn onderworpen. Er kan niet worden gewaarborgd dat exploitanten zich aan dezelfde normen inzake dierenwelzijn houden, en zonder betrouwbare middelen om de oorsprong van de dieren te traceren kunnen er geen uniforme concurrentievoorwaarden op de interne markt worden gewaarborgd met betrekking tot de levering van honden en katten. Het is daarom van cruciaal belang de traceerbaarheid van honden en katten te waarborgen met een systeem waarmee honden en katten worden geïdentificeerd en geregistreerd voordat zij voor het eerst in de Unie worden geleverd en telkens wanneer de dieren van eigenaar veranderen.

(6)

De illegale handel in honden en katten heeft zich deels ontwikkeld doordat deze dieren niet tot het oorspronkelijke nest kunnen worden getraceerd en door een obsessie bij consumenten voor deze dieren, hetgeen allemaal wordt vergemakkelijkt door de ontwikkeling van internetwinkelen . Illegale handelspraktijken gaan gepaard met het lijden van honden en katten die aan ongecontroleerde fokpraktijken zijn onderworpen. Er kan niet worden gewaarborgd dat exploitanten zich aan dezelfde normen inzake dierenwelzijn houden, en zonder betrouwbare middelen om de oorsprong van de dieren te traceren kunnen er geen uniforme concurrentievoorwaarden op de interne markt worden gewaarborgd met betrekking tot het in de handel brengen van honden en katten. Het is daarom van cruciaal belang de traceerbaarheid van honden en katten te waarborgen met een systeem waarmee honden en katten worden geïdentificeerd en geregistreerd voordat zij voor het eerst in de Unie in de handel worden gebracht en telkens wanneer de dieren van eigenaar veranderen.

Amendement 309

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis)

Bij deze verordening worden verplichte registratie, verscherpte controles op onlineverkoop en een betere traceerbaarheid van honden en katten ingevoerd, met overgangsperioden van maximaal tien jaar om de betreffende autoriteiten in staat te stellen zich voor te bereiden. In de verordening wordt voorts de nadruk gelegd op het belang van Uniebrede normen voor verantwoord fokken om schadelijke gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van honden en katten te voorkomen. Met deze verordening worden dergelijke problemen aangepakt door duidelijke welzijnseisen vast te stellen en te vereisen dat fokpraktijken aan de hoogste normen voldoen.

Amendement 7

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)

De illegale handel in katten en honden van buiten de EU is toegenomen. De huidige EU-voorschriften inzake het verkeer van honden en katten naar de EU, zoals de bepalingen van Verordening ( EG ) nr. 576/2013 en de diergezondheidswetgeving, bevatten onvoldoende instrumenten om deze illegale handel te voorkomen. Dit betekent dat er aanvullende regels nodig zijn om de illegale handel in honden en katten te bestrijden. Dieren moeten op grond van de bestaande voorschriften inzake diergezondheid zowel wat betreft het commerciële als het niet-commerciële verkeer van honden en katten die de Unie binnenkomen, met een microchip moeten worden geïdentificeerd. Om deze traceerbaarheidsbepalingen aan te scherpen, moeten de eigenaars van honden en katten die de Unie binnenkomen, ervoor zorgen dat deze dieren op de plaats van bestemming in een van de databanken van de lidstaten worden geregistreerd. Hierdoor zullen de verplaatsingen van die dieren beter kunnen worden gecontroleerd.

(7)

De illegale handel in katten en honden van buiten de EU is toegenomen. De huidige EU-voorschriften inzake het verkeer van honden en katten naar de EU, zoals de bepalingen van Verordening ( EU ) nr. 576/2013 en de diergezondheidswetgeving, bevatten onvoldoende instrumenten om deze illegale handel te voorkomen. Dit betekent dat er aanvullende regels nodig zijn om de illegale handel in honden en katten te bestrijden. Dieren moeten op grond van de bestaande voorschriften inzake diergezondheid zowel wat betreft het commerciële als het niet-commerciële verkeer van honden en katten die de Unie binnenkomen, met een microchip moeten worden geïdentificeerd. Om deze traceerbaarheidsbepalingen aan te scherpen, moeten de eigenaars van of de personen die verantwoordelijk zijn voor honden en katten die de Unie binnenkomen, ervoor zorgen dat deze dieren op de plaats van bestemming in een van de databanken van de lidstaten worden geregistreerd. Hierdoor zullen de verplaatsingen van die dieren beter kunnen worden gecontroleerd.

Amendement 8

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)

De traceerbaarheidsbepalingen van dit voorstel dragen ook bij tot de bescherming van de volksgezondheid door middel van een beter dierenwelzijn, een betere diergezondheid en betere controles op de mogelijke overdracht van dierziekten (waarvan sommige zoönotisch van aard zijn); hierbij wordt een “één gezondheid”-benadering gevolgd.

(8)

De traceerbaarheidsbepalingen van dit voorstel dragen ook bij tot de bescherming van de volksgezondheid door middel van een beter dierenwelzijn, een betere diergezondheid en betere controles op de mogelijke overdracht van dierziekten (waarvan sommige zoönotisch van aard zijn , en sommige worden overgedragen op wilde dieren ); hierbij wordt een “één gezondheid”-benadering gevolgd.

Amendement 9

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)

Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad bevat bepalingen inzake overdraagbare dierziekten om de verspreiding van dergelijke ziekten in de Unie te voorkomen. De gezondheid van dieren is een van de vijf domeinen van dierenwelzijn en komt dus aan bod in deze verordening. Deze verordening heeft echter geen betrekking op de in Verordening (EU) 2016/429 vermelde ziekten, maar veeleer op de gezondheidstoestand van honden en katten in de mate waarin die wordt beïnvloed door niet-overdraagbare ziekten (bijvoorbeeld verwondingen) of niet in de lijst opgenomen ziekten (bijvoorbeeld bepaalde parasieten). De in deze verordening vastgestelde voorschriften vormen derhalve een aanvulling op Verordening (EU) 2016/429 en dupliceren of overlappen de in die verordening vastgestelde voorschriften niet.

Amendement 10

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)

Op grond van Verordening (EU) 2016/429 moeten honden en katten met een transponder worden geïdentificeerd, maar alleen als zij tussen lidstaten worden verplaatst of de Unie binnenkomen. De krachtens die verordening vereiste identificatie is niet volledig geharmoniseerd, aangezien zij geen precieze normen voor transponders bevat. Bovendien verplicht die verordening de lidstaten niet om databanken van honden en katten bij te houden. Daarom moeten de lidstaten worden verplicht databanken op te zetten en bij te houden van honden en katten die op de markt van de Unie worden geleverd , om de traceerbaarheid van deze dieren te waarborgen. Ook moet de interoperabiliteit van deze databanken worden gewaarborgd. Dit zal het gemakkelijker maken informatie over honden en katten in de hele Unie te vinden en de bevoegde autoriteiten in staat stellen officiële controles uit te voeren om de naleving van de voorschriften inzake dierenwelzijn te waarborgen.

(10)

Op grond van Verordening (EU) 2016/429 moeten honden en katten met een transponder worden geïdentificeerd, maar alleen als zij tussen lidstaten worden verplaatst of de Unie binnenkomen. De krachtens die verordening vereiste identificatie is niet volledig geharmoniseerd, aangezien zij geen precieze normen voor transponders bevat. Bovendien verplicht die verordening de lidstaten niet om databanken van honden en katten bij te houden. Daarom moeten de lidstaten worden verplicht databanken op te zetten en bij te houden van honden en katten die in de Unie in de handel worden gebracht , om de traceerbaarheid van deze dieren te waarborgen. Ook moet de interoperabiliteit van deze databanken worden gewaarborgd. Dit zal het gemakkelijker maken informatie over honden en katten in de hele Unie te vinden en de bevoegde autoriteiten in staat stellen officiële controles uit te voeren om de naleving van de voorschriften inzake dierenwelzijn te waarborgen.

Amendement 11

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)

Het leveren van honden en katten, al dan niet met winstoogmerk, heeft gevolgen voor de interne markt. Om fraude te voorkomen, moet de traceerbaarheid van alle dieren die op de markt van de Unie worden verhandeld, derhalve worden gewaarborgd en moet het houden van dieren in fokbedrijven , dierenwinkels of dierenasielen aan gedetailleerde voorschriften worden onderworpen.

(11)

Het in de handel brengen van honden en katten, al dan niet met winstoogmerk, heeft gevolgen voor de interne markt. Om fraude te voorkomen, moet de traceerbaarheid van alle dieren die op de markt van de Unie worden verhandeld, derhalve worden gewaarborgd en moet het houden van dieren in fokbedrijven en verkoopinrichtingen, pleeggezinnen voor huisdieren of dierenasielen aan gedetailleerde voorschriften worden onderworpen. Het leger, de politie of de douane die honden fokken of houden voor hun eigen diensten, bevinden zich niet in een dergelijke situatie aangezien zij geen honden fokken of houden voor de markt.

Amendement 12

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)

Het incidenteel leveren van puppy’s en kittens door hun eigenaren die honden of katten voor persoonlijk of familiaal vermaak en gezelschap en zonder commercieel oogmerk of opzet houden, heeft geen significante gevolgen voor de interne markt en het is derhalve gerechtvaardigd deze leveringsactiviteiten uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze verordening.

Amendement 13

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)

Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad (4) regelt het houden, fokken en leveren van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gehouden, met inbegrip van honden en katten. Voor wetenschappelijke doeleinden bestemde honden en katten moeten daarom van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

(13)

Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad (4) regelt het houden, fokken en leveren van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gehouden, met inbegrip van honden en katten. Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad regelt klinische proeven voor diergeneesmiddelen waarbij dieren, waaronder honden en katten, worden gebruikt. Voor wetenschappelijke doeleinden bestemde of gebruikte honden en katten , alsmede honden en katten die worden gebruikt in klinische proeven die nodig zijn voor de afgifte van een vergunning voor het in de handel brengen van diergeneesmiddelen, moeten daarom van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

Amendement 14

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)

Voor een groot aantal honden en katten zullen voor het eerst gedetailleerde voorschriften inzake dierenwelzijn gelden, zodat zij van betere levensomstandigheden kunnen profiteren. Doordat er in bepaalde gevallen praktische problemen zullen zijn om te bepalen of honden en katten worden gehouden als huisdieren of om in de handel te worden gebracht of te worden geleverd, moeten eigenaars van gezelschapsdieren die een aantal honden en katten houden en een aantal nesten produceren dat onder een bepaalde drempel blijft, echter op grond van deze verordening van bepaalde verplichtingen worden vrijgesteld. Anders zouden die eigenaars van gezelschapsdieren aan de desbetreffende voorschriften van deze verordening moeten voldoen, hetgeen niet evenredig zou zijn.

(14)

Voor een groot aantal honden en katten zullen voor het eerst gedetailleerde voorschriften inzake dierenwelzijn gelden, zodat zij van betere levensomstandigheden kunnen profiteren. Doordat er in bepaalde gevallen praktische problemen zullen zijn om te bepalen of honden en katten worden gehouden als huisdieren of worden gebruikt voor landbouwdoeleinden, zoals vee drijven, kuddes bewaken, boerderijen beschermen, of om in de handel te worden gebracht of te worden geleverd, moeten eigenaars van gezelschapsdieren die een aantal honden en katten houden en een aantal nesten produceren dat onder een bepaalde drempel blijft, echter op grond van deze verordening worden vrijgesteld. Anders zouden die eigenaars van gezelschapsdieren aan de desbetreffende voorschriften van deze verordening moeten voldoen, hetgeen niet evenredig zou zijn. Zwerfkatten die vrij rondlopen en de knaagdierenpopulatie onder controle houden, hebben lange tijd deel uitgemaakt van dit evenwicht op het platteland en hebben een functionele en symbiotische rol bij landbouwbedrijven. Er moet terdege rekening worden gehouden met plattelandsgebieden en afgelegen gebieden waar de toegang tot diergeneeskundige diensten en conformiteitsinfrastructuur beperkt kan zijn, alsook met het feit dat moet worden vermeden dat landbouwers en kleinschalige fokkers onevenredig worden belast.

Amendement 15

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)

Bovendien worden op de markt van de Unie honden en katten geleverd door verschillende soorten exploitanten die verschillende soorten activiteiten verrichten. Naast commerciële fokkers zijn er dierenwinkels waar honden en katten, die doorgaans in andere inrichtingen worden geboren en gefokt, worden gehouden om te worden verkocht. De bescherming van deze dieren kan tekortschieten en er zijn in deze inrichtingen geen gemeenschappelijke welzijnsnormen die in acht moeten worden genomen. Aangezien dierenwinkels commerciële exploitanten zijn die honden en katten in de handel brengen, moeten de voorschriften van deze verordening op deze inrichtingen worden toegepast.

(17)

Bovendien brengen op de markt van de Unie verschillende soorten exploitanten die verschillende soorten activiteiten verrichten honden en katten in de handel . Naast commerciële fokkers zijn er verkoopinrichtingen waar honden en katten, die doorgaans in andere inrichtingen worden geboren en gefokt, worden gehouden om te worden verkocht. De bescherming van deze dieren kan tekortschieten en er zijn in deze inrichtingen geen gemeenschappelijke welzijnsnormen die in acht moeten worden genomen. Aangezien verkoopinrichtingen commerciële exploitanten zijn die honden en katten in de handel brengen, moeten de voorschriften van deze verordening op deze inrichtingen worden toegepast.

Amendement 16

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)

Ondanks de verschillen in de activiteiten van commerciële fokkers en dierenwinkels enerzijds en dierenasielen anderzijds, leveren zij allemaal honden en katten op de markt van de Unie en is er sprake van een zekere overlapping, met name aan de vraagzijde. Wanneer consumenten op zoek zijn naar een hond of kat, kiezen zij ervoor om een dier bij een fokker te kopen (rechtstreeks of via een dierenwinkel of tussenpersoon) of een dier uit een asiel te adopteren. Het komt zeer weinig voor dat honden of katten rechtstreeks van houders van gezelschapsdieren worden verkregen. Een belangrijke factor bij de keuze voor een hond of kat zijn de mogelijke gedrags- of andere problemen die het dier kan vertonen omdat het in slechte welzijnsomstandigheden is gehouden, waardoor het minder geschikt kan zijn om het als gezelschapsdier te houden, ongeacht of het dier in een commercieel fokbedrijf, in een dierenwinkel of in een asiel is gehouden. Aangezien de handel ook door tussenpersonen wordt verricht en grotendeels online plaatsvindt, is het bovendien mogelijk dat consumenten, voordat zij een hond of kat verwerven, niet weten of het dier afkomstig is uit een asiel, van een fokker of uit een dierenwinkel . Er zijn aanwijzingen dat het aantal dieren dat door asielen aan de markt van de Unie wordt geleverd , aanzienlijk is, met name het aantal katten. Er zijn ook aanwijzingen dat dieren in bepaalde lidstaten uit asielen worden geleverd aan potentiële eigenaars van gezelschapsdieren in andere lidstaten; hiervan is met name sprake bij honden. Om ervoor te zorgen dat de doelstelling van deze verordening wordt verwezenlijkt, namelijk het waarborgen van de goede werking van de interne markt voor honden en katten en van de rationele ontwikkeling van de sector waarbij een hoog niveau van dierenwelzijn wordt gegarandeerd, moeten sommige voorschriften van deze verordening worden toegepast op asielen waar een bepaald minimumaantal dieren wordt gehouden, ongeacht of zij dieren verkopen tegen betaling dan wel alleen dieren gratis of tegen vergoeding van redelijke kosten leveren . Omwille van de evenredigheid en aangezien asielen andere activiteiten verrichten dan andere exploitanten en een functie van algemeen belang kunnen vervullen, moeten echter slechts enkele van de voorschriften van deze verordening van toepassing zijn op asielen, met name wat betreft het aantal dierenverzorgers en hun bekwaamheid, huisvesting, voederen en drenken, gedragsbehoeften en pijnlijke praktijken, en adviesbezoeken door een dierenarts.

(19)

Ondanks de verschillen in de activiteiten van commerciële fokkers en verkoopinrichtingen enerzijds en dierenasielen anderzijds, brengen zij allemaal honden en katten in de handel in de Unie en is er sprake van een zekere overlapping, met name aan de vraagzijde. Wanneer consumenten op zoek zijn naar een hond of kat, kiezen zij ervoor om een dier bij een fokker te kopen (rechtstreeks of via een verkoopinrichting of tussenpersoon) of een dier uit een asiel te adopteren. Het komt zeer weinig voor dat honden of katten rechtstreeks van houders van gezelschapsdieren worden verkregen. Een belangrijke factor bij de keuze voor een hond of kat zijn de mogelijke gedrags- of andere problemen die het dier kan vertonen omdat het in slechte welzijnsomstandigheden is gehouden, waardoor het minder geschikt kan zijn om het als gezelschapsdier te houden, ongeacht of het dier in een commercieel fokbedrijf, in een verkoopinrichting of in een asiel is gehouden. Aangezien de handel ook door tussenpersonen wordt verricht en grotendeels online plaatsvindt, is het bovendien mogelijk dat consumenten, voordat zij een hond of kat verwerven, niet weten of het dier afkomstig is uit een asiel, van een fokker of uit een verkoopinrichting. Het verstrekken van dergelijke informatie kan kopers helpen om geïnformeerde en verantwoorde keuzes te maken . Er zijn aanwijzingen dat het aantal dieren dat door asielen in de Unie in de handel wordt gebracht , aanzienlijk is, met name het aantal katten. Er zijn ook aanwijzingen dat dieren in bepaalde lidstaten uit asielen in de handel worden gebracht voor potentiële eigenaars van gezelschapsdieren in andere lidstaten; hiervan is met name sprake bij honden. Om ervoor te zorgen dat de doelstelling van deze verordening wordt verwezenlijkt, namelijk het waarborgen van de goede werking van de interne markt voor honden en katten en van de rationele ontwikkeling van de sector waarbij een hoog niveau van dierenwelzijn wordt gegarandeerd, moeten sommige voorschriften van deze verordening worden toegepast op asielen waar een bepaald minimumaantal dieren wordt gehouden, ongeacht of zij honden of katten in de Unie in de handel brengen, tegen betaling , gratis of tegen vergoeding van redelijke kosten. Omwille van de evenredigheid en aangezien asielen andere activiteiten verrichten dan andere exploitanten en een functie van algemeen belang kunnen vervullen, moeten echter slechts enkele van de voorschriften van deze verordening van toepassing zijn op asielen, met name wat betreft het aantal dierenverzorgers en hun bekwaamheid, huisvesting, voederen en drenken, gedragsbehoeften en pijnlijke praktijken, en adviesbezoeken door een dierenarts.

Amendement 17

Voorstel voor een verordening

Overweging 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis)

De lidstaten hebben vastgesteld dat er steeds meer een beroep wordt gedaan op pleeggezinnen door exploitanten die verantwoordelijk zijn voor ongewenste, achtergelaten, zwervende, verloren gelopen of in beslag genomen honden of katten. Aangezien het aantal honden en katten in pleeggezinnen van invloed kan zijn op de markt voor honden en katten, moeten pleeggezinnen onder deze verordening vallen. In dergelijke gevallen moeten de exploitanten die de honden of katten in pleeggezinnen plaatsen, de verantwoordelijkheid dragen om ervoor te zorgen dat in die pleeggezinnen wordt voldaan aan de voorschriften van deze verordening. Dit kan onder andere worden bereikt door het sluiten van een overeenkomst tussen de exploitant en het pleeggezin.

Amendement 18

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)

Omdat in de Unie asielen grote hoeveelheden dieren leveren en de doelstellingen van deze verordening inzake traceerbaarheid en voorkoming van illegale handel moeten worden verwezenlijkt, moeten asielen bovendien ook voldoen aan de voorschriften van deze verordening betreffende de identificatie en registratie van honden en katten, ongeacht of hun activiteit als economisch van aard kan worden beschouwd.

(20)

Omdat in de Unie grote hoeveelheden dieren door asielen in de handel worden gebracht en de doelstellingen van deze verordening inzake traceerbaarheid en voorkoming van illegale handel moeten worden verwezenlijkt, moeten asielen bovendien ook voldoen aan de voorschriften van deze verordening betreffende de identificatie en registratie van honden en katten, ongeacht of hun activiteit als economisch van aard kan worden beschouwd. Exploitanten die verantwoordelijk zijn voor asielen moeten worden aangemoedigd om passende maatregelen te treffen om de voortplanting van de honden en katten die in asielen worden gehouden te voorkomen.

Amendement 19

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)

Met het oog op een goede handhaving van deze verordening is het van essentieel belang dat de bevoegde autoriteiten kunnen bepalen welke inrichtingen aan hun officiële controles onderworpen zijn. Daarom moeten exploitanten die honden en katten in inrichtingen houden, hun activiteiten melden bij de bevoegde autoriteiten.

(23)

Met het oog op een goede handhaving van deze verordening is het van essentieel belang dat de bevoegde autoriteiten kunnen bepalen welke inrichtingen aan hun officiële controles onderworpen zijn. Daarom moeten exploitanten die honden en katten in inrichtingen houden, hun activiteiten melden bij de bevoegde autoriteiten en moeten de bevoegde autoriteiten een register van deze inrichtingen bijhouden . Om de administratieve lasten voor exploitanten tot een minimum te beperken, moeten de bevoegde autoriteiten daartoe gebruik kunnen maken van informatie of gegevens die zijn verzameld in het register van inrichtingen voor honden en katten uit hoofde van Verordening (EU) 2016/429.

Amendement 278

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)

Goed opgeleid en vakkundig personeel is van essentieel belang om de welzijnsomstandigheden van dieren te verbeteren. Vaardigheden op het gebied van dierenwelzijn vereisen kennis van de basisgedragspatronen en -behoeften van de betrokken soort. Dierenverzorgers moeten beschikken over de vaardigheden op het gebied van dierenwelzijn die relevant zijn voor hun taken en voor de dieren die zij behandelen, om te voorkomen dat zij pijn, angst en lijden bij honden en katten veroorzaken.

(24)

Stress en lijden van honden en katten tijdens trainingsactiviteiten door niet of slecht opgeleide africhters kan nadelige gevolgen hebben voor de gedragspatronen van het dier, met mogelijke risico’s voor de gezondheid en veiligheid van de mens en voor de omgeving. Goed opgeleid en vakkundig personeel is daarom van essentieel belang om de welzijnsomstandigheden van dieren te verbeteren , ook bij het fokken, houden en africhten van honden die bestemd zijn voor militaire, politie - en douanediensten. Vaardigheden op het gebied van dierenwelzijn vereisen kennis van de basisgedragspatronen en -behoeften van de betrokken soort. Dierenverzorgers moeten beschikken over de vaardigheden op het gebied van dierenwelzijn die relevant zijn voor hun taken en voor de dieren die zij behandelen, om te voorkomen dat zij pijn, angst en lijden bij honden en katten veroorzaken. Dierenverzorgers en relevante autoriteiten, met inbegrip van overheidsinstanties, moeten hun competenties voortdurend up -to-date houden door middel van opleidingsprogramma’s waarin wordt gewerkt met trainingsmethoden zoals “operante conditionering”, waarbij de nadruk wordt gelegd op positieve bekrachtiging in plaats van methoden op basis van straffen.

Amendement 21

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)

Aangezien dierenwelzijn ook de gezondheid van dieren omvat, zijn dierenartsen het best in staat om exploitanten te adviseren teneinde het dierenwelzijn in inrichtingen te verbeteren. Dierenartsen moeten een actieve rol spelen bij de bewustmaking van het onderlinge verband tussen de gezondheid en het welzijn van die dieren. Inrichtingen waar honden en katten worden gehouden, moeten met het oog op dierenwelzijn daarom regelmatig door een dierenarts worden bezocht.

(25)

Aangezien dierenwelzijn ook de gezondheid van dieren omvat, zijn dierenartsen het best in staat om exploitanten te adviseren teneinde het dierenwelzijn in inrichtingen te verbeteren. Dierenartsen moeten een actieve rol spelen bij de bewustmaking van het onderlinge verband tussen de gezondheid en het welzijn van die dieren. Inrichtingen waar een aantal honden en katten boven een bepaalde drempel wordt gehouden, moeten met het oog op dierenwelzijn daarom in het eerste jaar van toepassing van deze verordening of in het eerste jaar na de kennisgeving van een nieuwe inrichting door een dierenarts worden bezocht , daarna vinden de bezoeken van een dierenarts plaats indien nodig, op basis van een risicoanalyse door de bevoegde autoriteiten .

Amendement 22

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)

Teneinde een hoog niveau van dierenwelzijn te waarborgen, behouden dierenartsen een gepaste mate van professionele onafhankelijkheid van de exploitant en volgen zij uitgebreid onderwijs en voortdurende opleidingen om op de hoogte te blijven van de wetenschappelijke en professionele vorderingen. Deze opleidingen kunnen, indien passend, ook aspecten met betrekking tot de herkenning van gevallen van geweld of dierenmishandeling omvatten.

Amendement 23

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 ter)

Wanneer dierenartsen tijdens hun bezoeken in het kader van diergezondheid en dierenwelzijn op omstandigheden stuiten die serieuze gevolgen kunnen hebben voor het welzijn van honden of katten worden zij aangemoedigd om, indien passend, de relevante autoriteiten in kennis te stellen of te overwegen een vervolgbezoek af te leggen om de situatie te beoordelen.

Amendement 24

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 quater)

Het beëindigen van het leven van honden en katten moet bij voorkeur worden begeleid door een dierenarts met behulp van methoden die pijn en leed beperken. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld wanneer een jachthond of een hond die de kudde bewaakt ernstig gewond raakt op een afgelegen plek waar geen toegang is tot hulp van een dierenarts mogen andere methoden worden toegepast, mits zij het lijden zoveel mogelijk tot een minimum beperken.

Amendement 25

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)

Bepaalde fokstrategieën kunnen leiden tot problemen met het welzijn van honden en katten. Door bepaalde genetische kenmerken te selecteren om esthetische of andere commerciële redenen, kunnen ook ongewenste kenmerken uit het oogpunt van dierenwelzijn worden gecreëerd en aan toekomstige generaties worden doorgegeven. Daarom moeten exploitanten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat hun fokstrategieën niet leiden tot dergelijke negatieve gevolgen voor het welzijn van honden en katten.

(26)

Bepaalde fokstrategieën kunnen leiden tot problemen met het welzijn van honden en katten. Door bepaalde genetische kenmerken te selecteren om esthetische of andere commerciële redenen, kunnen ook ongewenste kenmerken uit het oogpunt van dierenwelzijn worden gecreëerd en aan toekomstige generaties worden doorgegeven. Daarom moeten exploitanten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat hun fokstrategieën niet leiden tot dergelijke negatieve gevolgen voor het welzijn van honden en katten. Met name fokstrategieën ingegeven door marketingdoelstellingen kunnen tot gevolg hebben dat bepaalde honden- en kattensoorten “buitensporige conformatiekenmerken” ontwikkelen. Aangezien dergelijke buitensporige conformatiekenmerken kunnen leiden tot aanzienlijke gezondheidsproblemen voor de betrokken honden en katten, moeten fokkers deze dieren uitsluiten van fokprogramma’s.

Amendement 26

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis)

Schoonheidsshows, tentoonstellingen en wedstrijden met honden of katten hebben een impact op de marktkansen en de prijs voor de verkoop van honden en katten. Verminkingen en bepaalde fokstrategieën die ertoe leiden dat honden of katten buitensporige conformatiekenmerken vertonen, kunnen voordeel opleveren voor fokkers die meedingen in schoonheidsshows, tentoonstellingen en wedstrijden met honden of katten. Bij het organiseren van en deelnemen aan dergelijke evenementen kunnen andere factoren dan dierenwelzijn een rol spelen, zoals esthetische normen, met als doel het aanprijzen van bepaalde rassen en fysieke kenmerken. Om ervoor te zorgen dat fokkers voorrang geven aan het welzijn van de honden en katten die zij produceren en in het bijzonder dat honden en katten geen buitensporige conformatiekenmerken ontwikkelen en fokkers geen verminkingen uitvoeren om ongezonde esthetische normen te halen, mogen exploitanten van fokbedrijven en verkoopinrichtingen en de organisatoren van dergelijke shows, tentoonstellingen en wedstrijden geen honden of katten met buitensporige conformiteitskenmerken of dieren die zijn verminkt voor deze shows, tentoonstellingen en wedstrijden gebruiken of in hun programma opnemen.

Amendement 27

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)

Uit wetenschappelijk gegevens blijkt dat inteelt aanzienlijke negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid en het welzijn van dieren. Daarom moet inteelt van honden en katten , met inbegrip van paring met verwanten in de eerste en in de tweede graad, worden verboden, aangezien dit de incidentie van erfelijke aandoeningen verhoogt en de werking van het immuunsysteem in gevaar brengt, wat beide negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid en het welzijn van honden en katten.

(27)

Uit wetenschappelijke gegevens blijkt dat inteelt aanzienlijke negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid en het welzijn van dieren. Daarom moet inteelt van honden en katten tussen ouders en nakomelingen, tussen broers en zussen, tussen halfbroers en halfzussen of tussen grootouders en kleinkinderen worden verboden, aangezien dit de incidentie van erfelijke aandoeningen verhoogt en de werking van het immuunsysteem in gevaar brengt, wat beide negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid en het welzijn van honden en katten. Inteelt moet niettemin mogelijk zijn wanneer dat nodig is om lokale rassen met een beperkte genenpool in stand te houden, op voorwaarde dat de bevoegde autoriteit om die reden daarvoor toelating verleent.

Amendement 28

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis)

Wetenschappelijke gegevens bevestigen dat consequente toegang tot geschikt voedsel en vocht cruciaal is voor het welzijn van honden en katten. Derhalve is het gepast om in dit verband minimumvereisten vast te leggen voor exploitanten. Voeder- en drinkvoorzieningen moeten schoon worden gehouden en zodanig zijn ontworpen, gebouwd en geïnstalleerd dat gelijke toegang voor alle dieren wordt gewaarborgd, om zo concurrentie tot een minimum te beperken en strijdlustig gedrag te vermijden. Dergelijke voorzieningen moeten ook zo worden ontworpen dat morsen tot een minimum wordt beperkt, de verontreiniging van voeder en water met schadelijke stoffen wordt voorkomen en eventuele risico’s op negatieve gevolgen voor honden en katten worden vermeden.

Amendement 29

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)

Uit wetenschappelijke gegevens blijkt duidelijk dat honden en katten voldoende ruimte moeten hebben om hun natuurlijke gedrag te vertonen en normale sociale interacties te hebben. Dit is niet mogelijk wanneer de dieren in gevangenschap en in kooien worden gehouden. Het houden van honden en katten in kooien moet daarom worden verboden.

(30)

Uit wetenschappelijke gegevens blijkt duidelijk dat honden en katten voldoende ruimte moeten hebben om hun natuurlijke gedrag te vertonen en normale sociale interacties te hebben. Dit is niet mogelijk wanneer de dieren lange tijd in gevangenschap en langdurig in containers worden gehouden. Het langdurig houden van honden en katten in containers moet daarom worden verboden , behalve wanneer dat nodig is voor het vervoer en tijdelijke, kortstondige isolatie van individuele honden en of katten en tijdens de deelname aan shows, tentoonstellingen en wedstrijden voor puppy’s of kittens die hun lichaamstemperatuur minder goed zelf kunnen regelen of puppy’s of kittens met hun moeders, mits stress tot een minimum wordt beperkt en lijden als gevolg van extreme temperaturen wordt vermeden, en de honden en katten in een natuurlijke positie kunnen staan en liggen .

Amendement 30

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)

Om te voorkomen dat zich complicaties voordoen tijdens de zwangerschap of hun welzijn in gevaar wordt gebracht, mag pas met teven en fokpoezen worden gefokt als zij geslachtsrijp zijn en hun botten volgroeid zijn . Om teven en fokpoezen lichamelijk te laten herstellen van de dracht en het zogen, mogen zij zich pas weer voortplanten na een voldoende lange periode. Om bepaalde pathologische aandoeningen in verband met de voortplanting bij teven en fokpoezen, zoals pyometra, te voorkomen, moeten echter maximaal drie opeenvolgende zwangerschappen worden toegestaan, gevolgd door een passende herstelperiode. De voortplanting moet geleidelijk worden afgebouwd naarmate de teven en fokpoezen ouder worden.

(33)

Om te voorkomen dat zich complicaties voordoen tijdens de zwangerschap of hun welzijn in gevaar wordt gebracht, mag niet met teven en fokpoezen worden gefokt voordat zij de juiste rijpheid hebben . Om teven en fokpoezen lichamelijk te laten herstellen van de dracht en het zogen, mogen zij zich pas weer voortplanten na een voldoende lange periode. Om bepaalde pathologische aandoeningen in verband met de voortplanting bij teven en fokpoezen, zoals pyometra, te voorkomen, moeten echter maximaal drie zwangerschappen met nesten binnen een periode van twee jaar worden toegestaan, gevolgd door een passende herstelperiode , die niet minder dan één jaar mag zijn voor teven en fokpoezen die binnen een periode van twee jaar drie nesten hebben voortgebracht, met inbegrip van doodgeboren nesten . De voortplanting moet worden afgebouwd naarmate de teven en fokpoezen ouder worden en bij teven en fokpoezen die twee keizersneden hebben gehad, omdat niet kan worden uitgesloten dat een extra zwangerschap een negatief effect zal hebben op hun welzijn . Alle vrouwelijke dieren die voor reproductiedoeleinden worden gehouden, moeten regelmatig door een dierenarts worden opgevolgd.

Amendement 31

Voorstel voor een verordening

Overweging 34 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(34 bis)

De lidstaten moeten regels vaststellen voor doeltreffende, evenredige en ontmoedigende sancties wegens niet-naleving van deze verordening, met inbegrip van gevallen waarin honden en katten door exploitanten worden achtergelaten. Fokbedrijven die zich bezighouden met wanpraktijken die een risico vormen voor het dierenwelzijn moeten in het bijzonder worden bestraft door middel van sterke en ontradende sancties. Dergelijke praktijken moeten ontegenzeggelijk worden veroordeeld, en het moet de verantwoordelijken worden verboden hun activiteiten in ongeacht welke lidstaat voort te zetten. De bevoegde autoriteiten moeten waarborgen dat dieren die in dergelijke inrichtingen worden gehouden onmiddellijk worden weggehaald en gepaste zorg en bescherming krijgen.

Amendement 32

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)

Procedures die tot doel hebben het uiterlijk van katten en honden te veranderen of bepaalde gedragingen te voorkomen, zoals het couperen van oren of staarten, ontklauwen en het verwijderen van stembanden, hebben ernstige negatieve gevolgen voor het welzijn van katten en honden. Deze procedures veroorzaken pijn en verhinderen dat katten en honden aangeboren gedrag vertonen. Daarom mogen zij alleen worden toegestaan indien zij door een dierenarts worden uitgevoerd en alleen wanneer dit om medische redenen noodzakelijk is.

(36)

Procedures die tot doel hebben het uiterlijk van katten en honden te veranderen of bepaalde gedragingen te voorkomen, zoals het couperen van oren of staarten, ontklauwen en het verwijderen van stembanden, hebben ernstige negatieve gevolgen voor het welzijn van katten en honden. Deze procedures veroorzaken pijn en verhinderen dat katten en honden aangeboren gedrag vertonen. Daarom kunnen zij alleen worden toegestaan indien zij door een dierenarts worden uitgevoerd en alleen wanneer dit om medische redenen noodzakelijk is. Echter, voor bepaalde rassen, bijvoorbeeld jachthonden, kunnen dergelijke procedures om profylactische, diagnostische en/of therapeutische redenen worden toegestaan, en alleen indien zij door een dierenarts worden uitgevoerd. In specifieke situaties en gebieden in Europa kan het couperen van staarten ook gerechtvaardigd zijn om verwondingen aan de staart te voorkomen, mits dit gebaseerd is op een volledige en grondige medische evaluatie.

Amendement 33

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 bis)

Honden die worden gebruikt voor militaire, politie- en douanediensten ondergaan normaliter een zeer specifieke opleiding om te worden voorbereid in het belang van de nationale veiligheid. Om de meest geschikt geachte opleiding te kunnen volgen, moeten de lidstaten afwijkingen kunnen toestaan voor honden die in fok- of verkoopinrichtingen worden gehouden en die voorbestemd zijn als militaire, politie- of douanehonden.

Amendement 34

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)

Met name om te waarborgen dat honden en katten naar behoren worden gehouden en behandeld voordat zij in de handel worden gebracht, zijn de omstandigheden in fokbedrijven van groot belang. Het is daarom belangrijk dat deze inrichtingen door de bevoegde autoriteiten worden erkend en voorafgaand aan hun erkenning ter plaatse worden geïnspecteerd. Om potentiële kopers in staat te stellen de status van hun leveranciers te verifiëren is het ook belangrijk dat een lijst van die erkende inrichtingen openbaar beschikbaar is . Aangezien alle inrichtingen een verlengde periode hebben voor de toepassing van de voorschriften inzake huisvesting en gezondheid, moet de erkenningsverplichting voor fokbedrijven op dezelfde datum van toepassing worden als de voorschriften inzake huisvesting en gezondheid .

(37)

Voorafgaande inspectie van inrichtingen door officiële dierenartsen of andere deskundigen, ingeval de officiële controletaak is gedelegeerd, en de daaropvolgende erkenning van inrichtingen is een doeltreffende manier om te waarborgen dat inrichtingen aan de voorschriften van deze verordening voldoen. Gezien de beperkte beschikbaarheid van officiële dierenartsen in de lidstaten, is het echter niet evenredig om voor alle inrichtingen een voorafgaande inspectie ter plaatse en erkenning te eisen, zodat officiële dierenartsen zich moeten richten op inrichtingen die vanuit het oogpunt van dierenwelzijn een hoger risico vormen. Met name om te waarborgen dat honden en katten naar behoren worden gefokt, gehouden en behandeld voordat zij in de handel worden gebracht, zijn de omstandigheden in fokbedrijven van groot belang , in het bijzonder vanwege de gevolgen die slechte dierenwelzijnsomstandigheden op jonge leeftijd kunnen hebben voor honden en katten . Het is daarom belangrijk dat deze inrichtingen door de bevoegde autoriteiten worden erkend en voorafgaand aan hun erkenning ter plaatse worden geïnspecteerd. Om potentiële kopers in staat te stellen de status van de fokbedrijven te verifiëren , en daarmee de publieke controle en het bewustzijn bij burgers te vergroten, is het ook belangrijk dat een lijst van die erkende inrichtingen openbaar beschikbaar is.

Amendement 35

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)

Sommige exploitanten die honden en katten in de handel brengen, of asielen die honden en katten leveren, moedigen potentiële klanten door middel van emotionele argumenten aan om tegen elke prijs te kopen, zonder de potentiële eigenaar te informeren over wat het inhoudt om een gezelschapsdier te bezitten. Andere exploitanten of asielen benadrukken de verantwoordelijkheid die gepaard gaat met het bezitten van gezelschapsdieren, waardoor zij minder dieren kunnen verkopen. Deze verschillen in de houding van exploitanten werken doorgaans in het voordeel van de minder verantwoordelijke exploitanten, waardoor er concurrentieverstoringen ontstaan, ondanks het belang voor het dierenwelzijn en de openbare orde om klanten te informeren over hun verantwoordelijkheid bij het kopen van een hond of kat. Het is daarom gerechtvaardigd te eisen dat alle exploitanten die honden en katten op de markt van de Unie leveren om als huisdier te worden gebruikt, toekomstige eigenaars informeren over hun verantwoordelijkheid. Wanneer de levering van een hond of kat online wordt vergemakkelijkt, moet de onlinereclame bovendien vergezeld gaan van een passende waarschuwing om de boodschap van verantwoord eigenaarschap op doeltreffende wijze over te brengen.

(38)

Sommige exploitanten die honden en katten in de handel brengen, moedigen potentiële klanten door middel van emotionele argumenten aan om tegen elke prijs te kopen, zonder de potentiële eigenaar te informeren over wat het inhoudt om een gezelschapsdier te bezitten. Andere exploitanten of asielen benadrukken de verantwoordelijkheid die gepaard gaat met het bezitten van gezelschapsdieren, waardoor zij minder dieren kunnen verkopen. Deze verschillen in de houding van exploitanten werken doorgaans in het voordeel van de minder verantwoordelijke exploitanten, waardoor er concurrentieverstoringen ontstaan, ondanks het belang voor het dierenwelzijn en de openbare orde om klanten te informeren over hun verantwoordelijkheid bij het kopen van een hond of kat. Het is daarom gerechtvaardigd te eisen dat alle exploitanten die honden en katten in de Unie in de handel brengen om als huisdier te worden gebruikt, toekomstige eigenaars informeren over hun verantwoordelijkheid. Wanneer het in de handel brengen van een hond of kat online wordt vergemakkelijkt, moet de onlinereclame bovendien vergezeld gaan van een passende waarschuwing om de boodschap van verantwoord eigenaarschap op doeltreffende wijze over te brengen.

Amendement 36

Voorstel voor een verordening

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)

Illegale handel en frauduleuze praktijken in verband met de verkoop of overbrenging van honden en katten met het oog op adoptie worden vergemakkelijkt door het ontbreken van traceerbaarheid, gezien het gebrek aan identificatie- en registratievoorschriften voor die dieren. Bovendien kunnen zich frauduleuze praktijken voordoen wanneer de systemen voor de identificatie en registratie van honden en katten niet geharmoniseerd zijn of niet gemakkelijk kunnen worden gebruikt omdat de technische systemen niet interoperabel zijn. Het is daarom van essentieel belang de normen voor de identificatie- en registratiemiddelen te harmoniseren en ervoor te zorgen dat honden en katten worden geïdentificeerd en geregistreerd voordat dieren voor het eerst in de Unie worden geleverd . Leveranciers van honden en katten moeten bewijzen van identificatie en registratie verstrekken in een van de daartoe door de lidstaten opgezette databanken, voordat het dier voor het eerst in de Unie in de handel wordt gebracht. Vervolgens moet de leverancier bij elke verandering van eigenaar of verantwoordelijkheid voor het dier in een van de databanken het bewijs leveren dat het dier is geïdentificeerd en geregistreerd . Omwille van de evenredigheid mogen natuurlijke personen die incidenteel honden en katten leveren op een andere manier dan via onlineplatforms, niet aan deze verplichting worden onderworpen.

(39)

Illegale handel en frauduleuze praktijken in verband met de verkoop of overbrenging van honden en katten met het oog op adoptie worden vergemakkelijkt door het ontbreken van traceerbaarheid, gezien het gebrek aan identificatie- en registratievoorschriften voor die dieren. Bovendien kunnen zich frauduleuze praktijken voordoen wanneer de systemen voor de identificatie en registratie van honden en katten niet geharmoniseerd zijn of niet gemakkelijk kunnen worden gebruikt omdat de technische systemen niet interoperabel zijn. Het is daarom van essentieel belang de normen voor de identificatie- en registratiemiddelen te harmoniseren en ervoor te zorgen dat honden en katten worden geïdentificeerd en geregistreerd voordat dieren voor het eerst in de Unie in de handel worden gebracht . Natuurlijke of rechtspersonen die honden en katten in de handel brengen, moeten bewijzen van identificatie en registratie verstrekken in een van de daartoe door de lidstaten opgezette databanken, voordat het dier voor het eerst in de Unie in de handel wordt gebracht. Vervolgens moet bij elke verandering van eigenaar of verantwoordelijkheid voor het dier de wijziging dienovereenkomstig worden geregistreerd in een van de databanken. Omwille van de evenredigheid mogen natuurlijke personen die incidenteel honden en katten leveren op een andere manier dan via onlineplatforms, niet aan deze verplichting worden onderworpen.

Amendement 37

Voorstel voor een verordening

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)

Leveranciers van honden en katten moeten niet alleen bewijsstukken voor de identificatie verstrekken door een document te tonen waarop de code van de in het dier geïmplanteerde transponder is vermeld, maar ook bewijs van de registratie van dat dier in een officiële databank. Hierdoor kan essentiële informatie over het dier worden doorgegeven aan de nieuwe eigenaar en wordt de traceerbaarheid gewaarborgd.

(40)

Natuurlijke of rechtspersonen die honden en katten in de Unie in de handel brengen, moeten niet alleen bewijsstukken voor de identificatie verstrekken door een document te tonen waarop de code van de in het dier geïmplanteerde transponder is vermeld, maar ook bewijs van de registratie van dat dier in een officiële databank. Hierdoor kan essentiële informatie over het dier worden doorgegeven aan de nieuwe eigenaar en wordt de traceerbaarheid gewaarborgd.

Amendement 38

Voorstel voor een verordening

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)

Aangezien de meeste honden en katten momenteel te koop of ter adoptie worden aangeboden door middel van publicaties op onlineplatforms, moeten aanbieders van onlineplatforms zorgvuldig handelen wanneer zij toegang tot honden en katten verschaffen. Onverminderd Verordening (EU) 2022/2065 moeten onlineplatforms daarom worden verplicht de voorwaarden van hun publicaties voor honden en katten aan te passen zodat leveranciers bewijsstukken verstrekken van de identificatie en registratie van voor verkoop of donatie bestemde honden en katten. Bovendien moet de Commissie ervoor zorgen dat er een gratis openbaar toegankelijk systeem wordt ontwikkeld waarmee de authenticiteit van de identificatie en registratie van een hond of kat kan worden geverifieerd. Deze maatregel is bedoeld om fraude beter te bestrijden door de traceerbaarheid van de oorsprong van honden en katten die in de Unie worden geleverd , te verbeteren, betere controles door de bevoegde autoriteiten mogelijk te maken en uiteindelijk het welzijn van deze dieren te vergroten. Dit mag niet neerkomen op een verplichting voor onlineplatforms om algemeen toezicht te houden op de via hun platform aangeboden publicaties, noch op een algemene verplichting tot het verzamelen van informatie om de juistheid van de identificatie en registratie te beoordelen voordat het aanbod wordt gepubliceerd.

(41)

Aangezien de meeste honden en katten momenteel te koop of ter adoptie worden aangeboden door middel van reclame op onlineplatforms, moeten aanbieders van onlineplatforms zorgvuldig handelen wanneer zij toegang tot honden en katten verschaffen. Onverminderd Verordening (EU) 2022/2065 moeten onlineplatforms daarom worden verplicht de voorwaarden van hun reclame voor honden en katten zodanig aan te passen zodat natuurlijke of rechtspersonen die honden en katten in de Unie in de handel brengen bewijsstukken verstrekken van de identificatie en registratie van voor verkoop of donatie bestemde honden en katten. Bovendien moet de Commissie ervoor zorgen dat er een gratis openbaar toegankelijk systeem wordt ontwikkeld waarmee de authenticiteit van de identificatie en registratie van een hond of kat kan worden geverifieerd. Deze maatregel is bedoeld om fraude beter te bestrijden door de traceerbaarheid van de oorsprong van honden en katten die in de Unie in de handel worden gebracht , te verbeteren, betere controles door de bevoegde autoriteiten mogelijk te maken en uiteindelijk het welzijn van deze dieren te vergroten. Dit mag niet neerkomen op een verplichting voor onlineplatforms om algemeen toezicht te houden op de via hun platform aangeboden publicaties, noch op een algemene verplichting tot het verzamelen van informatie om de juistheid van de identificatie en registratie te beoordelen voordat het aanbod wordt gepubliceerd.

Amendement 39

Voorstel voor een verordening

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)

Om de traceerbaarheid van honden en katten te waarborgen, moeten dieren niet alleen worden gemerkt met een uniek identificatienummer in de vorm van transponder, maar moet hun identificatie ook in een databank worden geregistreerd. Daarom moeten lidstaten die nog geen nationale databanken voor honden en katten hebben, dergelijke databanken opzetten, zodat de identificatie betrouwbaar en verifieerbaar is. Om de traceerbaarheid binnen de Unie te waarborgen, moeten deze nationale databanken bovendien interoperabel zijn, zodat bevoegde autoriteiten en relevante belanghebbenden de authenticiteit van de identificatie kunnen verifiëren .

(43)

Om de traceerbaarheid van honden en katten te waarborgen, moeten zij niet alleen individueel worden geïdentificeerd met een uniek identificatienummer in de vorm van een transponder, maar moet hun identificatie ook in een databank worden geregistreerd. Daarom moeten de lidstaten worden verplicht databanken op te zetten en bij te houden van honden en katten die in de Unie in de handel worden gebracht, om de traceerbaarheid van deze dieren te waarborgen. Ook moet de interoperabiliteit van deze databanken worden gewaarborgd. Dit zal het gemakkelijker maken om in de hele Unie toegang te krijgen tot informatie over honden en katten en de bevoegde autoriteiten in staat stellen officiële controles uit te voeren om de naleving van de voorschriften inzake dierenwelzijn te waarborgen. Om de interoperabiliteit tussen de nationale databanken te vergemakkelijken, moet de Commissie een indexdatabank opzetten .

Amendement 40

Voorstel voor een verordening

Overweging 44 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(44 bis)

Teneinde het grensoverschrijdend verkeer van geïdentificeerde en geregistreerde honden en katten te stroomlijnen en ervoor te zorgen dat dierenartsen tijdig toegang hebben tot relevante medische informatie worden de lidstaten ertoe aangespoord een digitaal paspoortsysteem op te zetten. Dit digitale document moet essentiële gegevens over de identificatie en de vaccinatiestatus van het dier omvatten, om aldus zowel het beheer van de diergezondheid als de administratieve efficiëntie te verbeteren.

Amendement 41

Voorstel voor een verordening

Overweging 44 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(44 ter)

De gegevensbescherming met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens is een grondrecht. Bij Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad zijn er regels vastgesteld betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten in de loop van de desbetreffende procedures.

Amendement 42

Voorstel voor een verordening

Overweging 44 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(44 quater)

De gegevensbescherming met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens is een grondrecht. Bij Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad zijn er regels vastgesteld betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de lidstaten in de loop van de desbetreffende procedures. De rollen van de Commissie en de lidstaten in verband met de verwerking van persoonsgegevens in gevallen zoals bedoeld in deze verordening, moeten duidelijk worden omschreven om een hoog niveau van gegevensbescherming te waarborgen.

Amendement 43

Voorstel voor een verordening

Overweging 46

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(46)

De in de vorige overweging genoemde bepalingen moeten worden gehandhaafd door middel van een lijst van derde landen die honden en katten aan de Unie mogen leveren op basis van een beoordeling door de Commissie van de betrouwbaarheid van hun officiële controles met het oog op handhaving van de krachtens deze verordening vereiste voorschriften inzake dierenwelzijn, of gelijkwaardige voorschriften, in inrichtingen op hun grondgebied die honden en katten aan de Unie leveren of voornemens zijn te leveren . Daarnaast moet er een lijst worden opgesteld van inrichtingen die honden en katten fokken en houden in die derde landen en die die dieren naar de Unie mogen uitvoeren, om de traceerbaarheid en controles aan grenscontroleposten van de Unie te waarborgen. De Commissie moet, op basis van een risicogebaseerde aanpak, audits uitvoeren van de betrouwbaarheid van de systemen voor officiële controles van derde landen die krachtens deze verordening zijn goedgekeurd en van landen die hebben verzocht om op grond van deze verordening te worden goedgekeurd.

(46)

Handhaving van invoervoorschriften moet gebeuren door middel van een lijst van derde landen die honden en katten in de Unie in de handel mogen brengen op basis van een beoordeling door de Commissie van de betrouwbaarheid van hun officiële controles met het oog op handhaving van de krachtens deze verordening vereiste voorschriften inzake dierenwelzijn, of voorschriften die door de Unie als gelijkwaardig zijn erkend , in inrichtingen op hun grondgebied die honden en katten naar de Unie uitvoeren of voornemens zijn dat te doen . Daarnaast moet er een lijst worden opgesteld van inrichtingen die honden en katten fokken en houden in die derde landen en die die dieren naar de Unie mogen uitvoeren, om de traceerbaarheid en controles aan grenscontroleposten van de Unie te waarborgen. De Commissie moet, op basis van een risicogebaseerde aanpak, audits uitvoeren van de betrouwbaarheid van de systemen voor officiële controles van derde landen die krachtens deze verordening zijn goedgekeurd en van landen die hebben verzocht om op grond van deze verordening te worden goedgekeurd. Tot slot moet de naleving van de desbetreffende voorschriften van deze verordening of van voorschriften die door de Unie als gelijkwaardig zijn erkend, worden gecertificeerd in het relevante gezondheidscertificaat dat voor dergelijke uitvoer wordt gebruikt. Daartoe moet de Commissie ernaar streven het desbetreffende model van het officiële certificaat te wijzigen teneinde er de verklaring inzake dierenwelzijn in op te nemen.

Amendement 44

Voorstel voor een verordening

Overweging 46 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 bis)

Om de consumentenbescherming te verbeteren en de goede traceerbaarheid van de invoer van honden en katten in de Unie te waarborgen, is het wenselijk te eisen dat zij worden geïdentificeerd vóór binnenkomst en dat de importeurs ervoor zorgen dat zij in een van de databanken van de lidstaten worden geregistreerd. Hierdoor zullen de verplaatsingen van die dieren beter kunnen worden gecontroleerd. Voorts hebben de in 2022 en 2023 uitgevoerde gecoördineerde EU-maatregelen tegen de illegale handel in katten en honden aangetoond dat een van de gangbare frauduleuze praktijken bij de handel in honden en katten erin bestaat voor de handel bestemde honden en katten in de Unie in te voeren met het argument dat het om niet-commercieel verkeer gaat, zoals gedefinieerd in de voorschriften inzake diergezondheid van de Unie, namelijk verkeer van honden en katten die hun eigenaar of een door de eigenaar gemachtigd persoon vergezellen zonder het voornemen om de eigendom over te dragen. Om de lidstaten de middelen te geven risicogebaseerde controles uit te voeren om deze frauduleuze praktijk aan te pakken, is het van essentieel belang dat de binnenkomst van honden en katten als niet-commerciële goederen vooraf wordt gemeld via een speciale EU-databank voor reizigers met gezelschapsdieren. In deze databank moeten meldingen worden verzameld van alle dergelijke binnenkomsten in de Unie, ongeacht de plaats van binnenkomst, zodat de lidstaten het nodige overzicht hebben en verdachte verplaatsingen kunnen opsporen. Daarom is het aangewezen dat de Commissie die databank opricht en beheert, zodat de lidstaten voor hun controles toegang hebben tot alle beschikbare informatie.

Amendement 45

Voorstel voor een verordening

Overweging 47

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(47)

Krachtens Verordening (EU) 2016/429 wordt een lijst opgesteld van derde landen waaruit de binnenkomst in de Unie van honden en katten is toegestaan met het oog op het beheersen van het risico op het binnenbrengen in de Unie van overdraagbare dierziekten. De in de vorige overweging genoemde lijst van derde landen moet derhalve worden beperkt tot derde landen die op grond van Verordening (EU) 2016/429 zijn goedgekeurd en die passende garanties bieden met betrekking tot de capaciteit van hun bevoegde autoriteit om te controleren en te waarborgen dat de inrichtingen die honden en katten fokken en houden voor uitvoer naar de Unie, aan de in deze verordening vastgestelde voorschriften inzake dierenwelzijn voldoen.

(47)

Krachtens Verordening (EU) 2016/429 wordt een lijst opgesteld van derde landen waaruit de binnenkomst in de Unie van honden en katten is toegestaan met het oog op het beheersen van het risico op het binnenbrengen in de Unie van overdraagbare dierziekten. De in overweging  46 genoemde lijst van derde landen moet derhalve worden beperkt tot derde landen die op grond van Verordening (EU) 2016/429 zijn goedgekeurd en die passende garanties bieden met betrekking tot de capaciteit van hun bevoegde autoriteit om te controleren en te waarborgen dat de inrichtingen die honden en katten fokken en houden voor uitvoer naar de Unie, aan de in deze verordening vastgestelde voorschriften inzake dierenwelzijn voldoen.

Amendement 46

Voorstel voor een verordening

Overweging 47 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(47 bis)

Om de oorsprong van de hond of kat in het derde land doeltreffend te kunnen traceren en de illegale invoer in de Unie en frauduleuze praktijken onder het voorwendsel van niet-commercieel verkeer zoals gedefinieerd in de diergezondheidsvoorschriften van de Unie aan te pakken, is het van belang dat honden en katten uit derde landen worden ingevoerd overeenkomstig deze verordening wat betreft hun registratie in een databank van een lidstaat binnen twee werkdagen na binnenkomst in de Unie.

Amendement 47

Voorstel voor een verordening

Overweging 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(48)

Om rekening te houden met de technische vooruitgang, de wetenschappelijke ontwikkelingen en de sociale, economische en milieueffecten daarvan, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen teneinde artikel 6 van deze verordening te wijzigen , zodat fokstrategieën niet leiden tot het ontstaan van genotypen met schadelijke gevolgen voor de gezondheid of het welzijn van honden en katten.

(48)

Om rekening te houden met de technische vooruitgang, de wetenschappelijke ontwikkelingen , met name de adviezen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), en de sociale, economische en milieueffecten daarvan, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen teneinde artikel 6  bis van deze verordening aan te vullen om de kenmerken te definiëren van genotypen, fenotypen en de buitensporige conformatiekenmerken die van de voorplanting moeten worden uitgesloten, zodat fokstrategieën niet leiden tot het ontstaan van genotypen met schadelijke gevolgen voor de gezondheid of het welzijn van honden en katten. Met het oog op schoonheidsshows, tentoonstellingen en wedstrijden moeten, rekening houdend met zowel het wetenschappelijk advies van EFSA en de specifieke sociale en economische omstandigheden in de sector, de gedelegeerde handelingen blijk geven van een progressieve en evenwichtige benadering teneinde een evenredige en praktisch haalbare toepassing te waarborgen.

Amendement 48

Voorstel voor een verordening

Overweging 52 – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

artikel 17, lid 5, om te specificeren welke informatie leveranciers moeten verstrekken als bewijs van de identificatie en registratie van honden en katten, zowel in geval van aanbod via onlineplatforms als in geval van aanbod op andere wijze;

Schrappen

Amendement 49

Voorstel voor een verordening

Overweging 52 – streepje 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

artikel 21, lid 5, om een procedure vast te stellen voor de erkenning door de Unie van de gelijkwaardigheid van de voorwaarden waaronder honden en katten worden gefokt en gehouden in inrichtingen in een derde land dat dieren naar de Unie wil uitvoeren, met de bepalingen van deze verordening betreffende inrichtingen.

Schrappen

Amendement 50

Voorstel voor een verordening

Overweging 53 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(53 bis)

De lidstaten kunnen het bewustzijn omtrent dierenwelzijn en verantwoorde dierverzorging vergroten.

Amendement 51

Voorstel voor een verordening

Overweging 55

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(55)

Het is van essentieel belang dat de wetgeving van de Unie regelmatig wordt gemonitord en geëvalueerd, zodat zij kan worden aangepast om de verwachte effecten te bereiken. Derhalve moet in deze verordening een verplichting voor de Commissie worden opgenomen om het welzijn van honden en katten in de Unie te monitoren en een evaluatie uit te voeren die aan andere instellingen van de Unie moet worden voorgelegd.

(55)

Het is van essentieel belang dat de wetgeving van de Unie regelmatig wordt gemonitord en geëvalueerd, zodat zij kan worden aangepast om de verwachte effecten te bereiken. Derhalve moet in deze verordening een verplichting voor de Commissie worden opgenomen om het welzijn van honden en katten in de Unie te monitoren en een evaluatie uit te voeren die aan andere instellingen van de Unie moet worden voorgelegd. Bij de evaluatie moet worden gekeken naar de technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan, waaronder de identificatiemiddelen voor honden en katten en de mogelijkheid om alternatieve middelen te gebruiken die minder ingrijpend zijn dan de implantatie van een transponder. De evaluatie moet tevens het fraudebestendige en robuuste karakter van het traceerbaarheidssysteem van de Unie waarborgen, alsook de evenredigheid van de identificatiekosten voor natuurlijke en rechtspersonen voor wie de identificatieplicht krachtens deze verordening geldt.

Amendementen 282 en 311

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de traceerbaarheid van honden en katten die in de Unie in de handel worden gebracht of in de Unie worden geleverd .

b)

de traceerbaarheid van honden en katten die in de Unie worden gefokt of gehouden of in de Unie in de handel worden gebracht .

Amendement 53

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Deze verordening is van toepassing op het fokken, houden en in de handel brengen van honden en katten , alsmede op het leveren van honden en katten in de Unie .

1.   Deze verordening is van toepassing op het fokken, houden, in de handel brengen en de binnenkomst in de Unie van honden en katten.

Amendement 54

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Deze verordening is niet van toepassing op het fokken, houden, in de handel brengen of leveren van voor wetenschappelijke doeleinden bestemde honden of katten .

2.   Deze verordening is niet van toepassing op het fokken, houden, in de handel brengen of leveren van honden of katten die bestemd zijn voor wetenschappelijke doeleinden of klinische proeven in de context van vergunningverlening voor het in de handel brengen van diergeneesmiddelen .

Amendement 55

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     Deze verordening is niet van toepassing op:

 

natuurlijke personen die honden of katten voor persoonlijk of familiaal vermaak en gezelschap houden en die de voorplanting van deze dieren toestaan, beperkt tot maximaal één nest per soort per huishouden, per 18 maanden, zonder dat zij in de handel worden gebracht;

 

landbouwbedrijven, met uitzondering van de bepalingen van artikel 5.

Amendement 284

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.     Niettegenstaande lid 2 van dit artikel zijn de in artikel 17 vastgestelde voorschriften inzake identificatie en registratie van toepassing op alle honden en katten die onder de verantwoordelijkheid van natuurlijke personen worden gehouden.

Amendement 56

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.

“honden die specifieke werk- of professionele activiteiten uitvoeren”: dieren die zijn geselecteerd op basis van hun fysieke geschiktheid, instinct en temperament en worden getraind om personen te helpen met een gereguleerde activiteit of concrete raak, zoals dieren die zijn bestemd voor de jacht, werk, het hoeden van vee, reddingswerk, ondersteuning of sport, of worden gebruikt door rechtshandhavingsautoriteiten, alsmede hulpdieren, blindengeleidehonden en dieren die zijn bestemd voor therapieën met dieren, en die zijn getraind in gespecialiseerde professionele centra of door gespecialiseerde beroepsbeoefenaren om personen met een functionele beperking te begeleiden, leiden en helpen;

Amendement 57

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.

“fokken”: het houden van honden of katten in fokbedrijven met het oog op de voortplanting;

Amendement 58

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.

“reclame”: elke vorm van communicatie die direct of indirect tot gevolg heeft dat een hond of kat wordt aangeprezen om de interesse, betrokkenheid of verkoop op te wekken, met inbegrip van het promoten van een ras of een fysiek kenmerk;

Amendement 59

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.

“houden”: elke activiteit waarbij een dier in een inrichting wordt vastgehouden of behandeld;

4.

“houden”: elke activiteit waarbij honden en katten in een inrichting of onder de verantwoordelijkheid van een exploitant, worden gehouden, gehuisvest, vastgehouden of behandeld;

Amendement 303

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.

“in de handel brengen”: het houden van honden en katten met het oog op de verkoop, het te koop aanbieden, de distributie of enige andere vorm van overdracht van eigendom of verantwoordelijkheid voor het dier , die tegen vergoeding of ten minste terugbetaling van de gemaakte kosten, met inbegrip van de kosten voor reclame voor dieren voor bovengenoemde doeleinden , plaatsvindt ;

5.

“in de handel brengen”: de verkoop, het te koop aanbieden, de distributie of enige andere vorm van overdracht van eigendom of verantwoordelijkheid, al dan niet tegen betaling, met uitzondering van incidentele en onregelmatige donaties van een klein aantal honden of katten door natuurlijke personen op een andere wijze dan met tussenkomst van een onlineplatform, alsook reclame voor dieren voor bovengenoemde doeleinden;

Amendement 61

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.

“leveren”: de overdracht van eigendom van of verantwoordelijkheid voor honden of katten, ongeacht op welke wijze of in welke vorm, al dan niet tegen vergoeding, met uitzondering van incidentele leveringen van honden of katten door natuurlijke personen op een andere wijze dan via de bemiddeling van een onlineplatform;

Schrappen

Amendement 62

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.

“onlineplatform”: een onlineplatform, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt i), van Verordening (EU) 2022/2065, dat optreedt als tussenpersoon bij het in de handel brengen of leveren van honden en katten;

7.

“onlineplatform”: een onlineplatform, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt i), van Verordening (EU) 2022/2065, dat optreedt als tussenpersoon bij het in de handel brengen van honden of katten;

Amendement 63

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.

“publicatie”: het op een onlineplatform aanbieden van een hond of kat;

Schrappen

Amendement 64

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 bis.

“hond die de kudde bewaakt”: een hond die hoofdzakelijk wordt gehouden of getraind om in een landbouw- of herdersomgeving vee te beheersen, te drijven of onder controle te houden, onder meer op landbouwbedrijven, in weilanden of tijdens vervoer;

Amendement 65

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

11.

“inrichtingen”: fokbedrijven, dierenasielen en dierenwinkels ;

11.

“inrichtingen”: fokbedrijven, verkoopinrichtingen, asielen en pleeggezinnen ;

Amendement 66

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

12.

“fokbedrijven”: alle ruimten of structuren waar honden en katten voor reproductiedoeleinden worden gehouden met als doel hun nakomelingen in de handel te brengen, waaronder in huishoudens;

12.

“fokbedrijven”: alle ruimten of structuren waar honden of katten voor reproductiedoeleinden worden gehouden met als doel hun nakomelingen in de handel te brengen, waaronder in huishoudens;

Amendement 67

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

12 bis.

“landbouwbedrijf”: een landbouwbedrijf in de zin van Verordening (EU) 2018/1091 dat geen fokbedrijf vormt zoals gedefinieerd in deze verordening;

Amendement 68

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

13.

dierenwinkels ”: alle ruimten of structuren waar honden en katten worden gehouden om als gezelschapsdier te worden verkocht, zonder daar te zijn geboren;

13.

verkoopinrichtingen ”: alle ruimten of structuren waar honden of katten worden gehouden om te worden verkocht, zonder daar te zijn geboren;

Amendement 69

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

14.

dierenasielen ”: alle ruimten of structuren, met uitzondering van huishoudens, die door een natuurlijke of rechtspersoon worden beheerd en waar ongewenste, achtergelaten, voorheen zwervende, verloren of in beslag genomen honden en katten worden gehouden met het oog op levering, al dan niet tegen vergoeding ;

14.

asielen ”: alle ruimten of structuren, met inbegrip van huishoudens, die door een natuurlijke of rechtspersoon worden beheerd en waar ongewenste, achtergelaten, voorheen zwervende, verloren of in beslag genomen honden of katten worden gehouden met als doel hen in de handel te brengen ;

Amendement 70

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

14 bis.

“pleeggezin”: een huishouden dat honden of katten houdt namens een exploitant die verantwoordelijk is voor ongewenste, achtergelaten, zwervende, verloren of in beslag genomen honden en katten;

Amendement 71

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

15.

“exploitant”: een natuurlijke of rechtspersoon , met uitzondering van natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen, die honden en katten die onder zijn of haar toezicht staan, fokt, houdt, verhandelt of in de handel brengt, ook voor een beperkte periode ;

15.

“exploitant”: een natuurlijke of rechtspersoon die honden en katten in de handel brengt en verantwoordelijk is voor een fokbedrijf, een verkoopinrichting of een asiel, of die verantwoordelijk is voor de honden of katten die daar worden gehouden, of die verantwoordelijk is voor ongewenste, achtergelaten, zwervende, verdwaalde of in beslag genomen honden of katten en hen bij pleeggezinnen plaatst ;

Amendement 72

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

16.

“leverancier”: een natuurlijke of rechtspersoon die een hond of kat levert, met inbegrip van natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen;

Schrappen

Amendement 73

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

18 bis.

“euthanaseren”: de handeling van het teweegbrengen van de dood onder verdoving en met langdurige pijnstilling met behulp van diergeneesmiddelen, door middel van een methode die een snel en onomkeerbaar bewustzijnsverlies veroorzaakt met een minimum aan pijn en angst voor een dier;

Amendement 74

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

19.

“verminking”: een ingreep, met inbegrip van een chirurgische ingreep, die wordt uitgevoerd om andere redenen dan therapeutische of diagnostische doeleinden, die leidt tot letsel aan of verlies van een gevoelig deel van het lichaam of tot wijziging van de botstructuur;

19.

“verminking”: een ingreep, met inbegrip van een chirurgische ingreep, die wordt uitgevoerd om andere redenen dan therapeutische of diagnostische doeleinden , met uitzondering van castratie of de implantatie van een transponder , die leidt tot letsel aan of verlies van een gevoelig deel van het lichaam of tot wijziging van de botstructuur van een hond of een kat ;

Amendement 75

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

19 bis.

“castratie”: het proces waarbij chirurgisch wordt voorkomen dat honden of katten zich kunnen voortplanten, met inbegrip van de chirurgische verwijdering van geslachtsklieren, namelijk de testikels bij mannelijke katten en honden en de eierstokken of de eierstokken én de baarmoeder bij teven en fokpoezen;

Amendement 76

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 19 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

19 ter.

“niet-chirurgische sterilisatie”: alternatieven voor chirurgische sterilisatie of castratie, waarbij de integriteit van het lichaam van de hond of kat intact blijft en geen lichaamsdelen van de hond of kat worden verwijderd of permanent worden gewijzigd;

Amendement 77

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

20.

“lijden”: een onaangename, ongewenste lichamelijke of geestelijke toestand als gevolg van het feit dat een dier aan schadelijke prikkels wordt blootgesteld of geen belangrijke positieve prikkels ervaart;

20.

“lijden”: een onaangename, ongewenste lichamelijke of geestelijke toestand als gevolg van het feit dat een dier aan schadelijke prikkels wordt blootgesteld of voortdurend geen belangrijke positieve prikkels ervaart;

Amendement 78

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

21.

“huisvesting”: gebouwen of afgebakende buitenruimte in inrichtingen waar honden en katten worden gehouden;

21.

“huisvesting”: gebouwen of afgebakende buitenruimte in inrichtingen waar honden en katten tijdelijk of permanent worden gehouden;

Amendement 79

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

22.

“kennel”: een fysieke structuur met een of meer individuele leefruimten voor honden;

22.

“kennel”: een fysieke structuur met een of meer leefruimten voor honden;

Amendement 80

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

23.

“kattenpension”: een fysieke structuur die een of meer individuele leefruimten voor katten omvat;

23.

“kattenpension”: een fysieke structuur die een of meer leefruimten voor katten omvat;

Amendement 81

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

24.

“dierenverzorger”: een persoon die zorgt voor de honden en katten die in een inrichting worden gefokt of gehouden;

24.

“dierenverzorger”: een persoon die zorgt voor de honden en katten die in een inrichting worden gefokt of gehouden , met inbegrip van vrijwilligers, stagiairs en deeltijdwerkers ;

Amendement 82

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

26.

“vastbinden”: het vastmaken van een dier aan een ankerpunt om het in een gewenste zone te houden;

26.

“vastbinden”: het vastmaken van een dier aan een ankerpunt of voorwerp om het in een gewenste zone te houden of om zijn bewegingen te beperken ;

Amendement 83

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

27.

“container”: een krat, bak, houder of andere stijve constructie die wordt gebruikt om honden en katten in op te sluiten;

27.

“container”: een kooi, krat, bak, houder of verplaatsbare constructie die wordt gebruikt om honden of katten in op te sluiten;

Amendement 84

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

28.

“gezelschapsdier”: een hond of kat die bestemd is om in een huishouden voor persoonlijk plezier en als gezelschap te worden gehouden;

Schrappen

Amendement 85

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – alinea 1 – punt 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

29.

“verantwoord eigenaarschap”: de verbintenis van een honden- of katteneigenaar of toekomstige honden- of katteneigenaar om verschillende taken uit te voeren die erop zijn gericht om aan de gedrags-, omgevings- en lichamelijke behoeften van de hond of kat te voldoen en om risico’s die de hond of kat voor de gemeenschap, andere dieren of het milieu kan veroorzaken, te voorkomen .

29.

“verantwoord eigenaarschap”: de verbintenis van een honden- of katteneigenaar of toekomstige honden- of katteneigenaar om verschillende taken uit te voeren die erop zijn gericht om aan de gezondheids-, gedrags-, omgevings- en lichamelijke behoeften van de hond of kat te voldoen en om risico’s die de hond of kat voor de gemeenschap, andere dieren of het milieu kan veroorzaken, tot een minimum te beperken .

Amendement 86

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:

Met uitzondering van de bepalingen van artikel 5 is dit hoofdstuk niet van toepassing op:

Amendement 304

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

vermeerderingsbedrijven die maximaal drie teven of fokpoezen houden, en die in totaal twee of minder nesten per inrichting en per kalenderjaar produceren;

een vermeerderingsbedrijf waar ten hoogste twee nesten per kalenderjaar worden geproduceerd om in de handel te worden gebracht, is alleen onderworpen aan de verplichtingen van artikel 5, artikel 6, leden 1, 1 bis en 1 ter, artikel 6 bis, de artikelen 7 en 8, artikel 11, leden 2, 3 en 4, artikel 12, leden 3, 4 en 7, artikel 13, lid 2, punten b), c) en d), artikel 14, leden 2, 3, 4 en 5 bis, artikel 15 en artikel 15 bis, lid 1.

Amendement 88

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

dierenwinkels waar te allen tijde maximaal drie honden of maximaal zes katten worden gehouden;

Schrappen

Amendement 89

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 – streepje 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

pleeggezinnen waar te allen tijde maximaal vijf honden of maximaal tien katten worden gehouden.

Amendement 90

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Algemene welzijnsbeginselen

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement 91

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen passen de volgende beginselen toe met betrekking tot honden en katten die in hun inrichting worden gefokt of gehouden:

Exploitanten en dierenverzorgers passen de volgende welzijnsbeginselen toe met betrekking tot honden of katten die in hun inrichting worden gefokt of gehouden:

Amendement 92

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

Honden en katten krijgen water en voeder van een kwaliteit en in een hoeveelheid waarmee zij een goede voedings- en hydratatietoestand kunnen bereiken.

a)

Honden en katten krijgen water en voeder van een kwaliteit en in een hoeveelheid waarmee zij een goede en passende voedings- en hydratatietoestand kunnen bereiken.

Amendement 93

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

Honden en katten worden in een goede fysieke omgeving gehouden die comfortabel is, met name wat betreft ruimte, temperatuur en mogelijkheid tot bewegen.

b)

Honden en katten worden in een passende en schone fysieke omgeving gehouden die veilig en comfortabel is, met name wat betreft ruimte, luchtkwaliteit, temperatuur , licht, bescherming tegen ongunstige klimaatomstandigheden en mogelijkheid tot bewegen , waarbij overvolle verblijven worden vermeden .

Amendement 94

Voorstel voor een verordening

Artikel 5, alinea 1 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

Honden en katten worden veilig, schoon en in goede gezondheid gehouden door ziekten, functionele beperkingen, verwondingen en pijn, met name als gevolg van beheer, behandeling of verminking, te voorkomen.

c)

Honden en katten worden veilig, schoon en in goede gezondheid gehouden door ziekten, functionele beperkingen, verwondingen en pijn, met name als gevolg van beheer, behandeling , fokpraktijken of verminking, te voorkomen.

Amendement 95

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1 – punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

Honden en katten worden zodanig gehouden dat hun geestelijke toestand zo optimaal mogelijk is door negatieve ervaringen te voorkomen of het aantal, de duur en de intensiteit ervan te beperken, en door de mogelijkheden voor het hebben van positieve ervaringen qua aantal, duur en intensiteit op de verschillende in de punten a) tot en met d) genoemde domeinen te maximaliseren.

e)

Honden en katten worden zodanig gehouden dat hun geestelijke toestand zo optimaal mogelijk is door negatieve ervaringen te voorkomen of het aantal, de duur en de intensiteit ervan te beperken, en door de mogelijkheden voor het hebben van positieve ervaringen qua aantal, duur en intensiteit op de verschillende in de punten a) tot en met d) genoemde domeinen te maximaliseren , de ontwikkeling van abnormaal gedrag dat zich herhaaldelijk voordoet en ander gedrag dat wijst op negatief dierenwelzijn te voorkomen, en rekening te houden met de individuele behoeften van de hond of kat .

Amendement 96

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorschriften inzake het algemene welzijn van honden en katten

Verplichtingen inzake het algemene welzijn

Amendement 97

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen, zijn verantwoordelijk voor het welzijn van honden en katten die onder hun toezicht worden gehouden en voor het beperken van eventuele risico’s voor het welzijn van die dieren.

1.   Exploitanten en dierenverzorgers zijn verantwoordelijk voor het welzijn van honden of katten die in hun inrichting en onder hun toezicht worden gehouden en voor het beperken van eventuele risico’s voor het welzijn van die dieren.

 

In het geval van pleeggezinnen rust de verantwoordelijkheid bij de exploitant namens wie honden of katten worden gehouden. Dergelijke exploitanten verstrekken het pleeggezin adequate informatie over de vereisten en verplichtingen inzake dierenwelzijn, alsook over de individuele behoeften van de honden of katten, en zij zorgen ervoor en gaan na of de relevante verplichtingen van deze verordening in de pleeggezinnen worden nageleefd.

Amendement 98

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     Exploitanten mogen geen honden of katten blootstellen aan wreedheid, misbruik of mishandeling, noch mogen ze honden of katten fokken, trainen of medicinaal behandelen om deel te nemen aan activiteiten die resulteren in wreedheid, misbruik of mishandeling ten aanzien van zichzelf of andere honden en katten, met inbegrip van hondengevechten.

Amendement 99

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.     Exploitanten en dierenverzorgers laten honden of katten niet achter.

Amendement 101

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.     Exploitanten van fokbedrijven zorgen ervoor dat fokstrategieën niet leiden tot het ontstaan van genotypen en fenotypen met schadelijke gevolgen voor het welzijn van honden en katten of van hun nakomelingen.

Schrappen

Bij het beheer van de voortplanting van honden en katten door exploitanten is het paren van ouders met nakomelingen of van grootouders met kleinkinderen verboden.

 

Dit lid vormt geen beletsel voor het selecteren en het fokken van brachycefale honden en katten, mits met de selectie- of fokprogramma’s de negatieve gevolgen van brachycefale kenmerken voor het welzijn tot een minimum worden beperkt.

 

Amendement 102

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.     De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van dit artikel wat betreft de specifieke criteria waaraan exploitanten moeten voldoen bij het uitstippelen van fokstrategieën om aan de vereisten van lid 3 te voldoen, rekening houdend met de wetenschappelijke adviezen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en met de sociale, economische en milieueffecten.

Schrappen

Amendement 103

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Verplichtingen inzake fokstrategieën

 

1.     Exploitanten van fokbedrijven zorgen ervoor dat door hun fokstrategieën prioriteit wordt gegeven aan de gezondheid en het welzijn van het dier en het risico op het produceren van honden of katten met genotypen of fenotypen die in verband worden gebracht met schadelijke gevolgen voor hun welzijn, tot een minimum wordt beperkt.

 

2.     Exploitanten van fokbedrijven gebruiken voor de voortplanting geen honden of katten met buitensporige conformatiekenmerken die een hoog risico op schadelijke gevolgen voor het welzijn van deze honden of katten of hun nakomelingen met zich meebrengen.

 

3.     De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening door het bepalen van de kenmerken van de in lid 1 van dit artikel bedoelde genotypen en fenotypen en de in lid 2 van dit artikel bedoelde buitensporige conformatiekenmerken die van de voortplanting worden uitgesloten, rekening houdend met de wetenschappelijke adviezen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en met de sociale en economische gevolgen. De gedelegeerde handelingen betreffende de buitensporige conformatiekenmerken worden uiterlijk op 1 juli 2030 vastgesteld.

 

4.     Tenzij dit door de bevoegde autoriteit is toegelaten op grond van een specifieke noodzaak om lokale rassen met een beperkte genenpool in stand te houden, is bij het beheer van de voortplanting van honden en katten het fokken met ouders en nakomelingen, broers en zussen, halfbroers en halfzussen of met grootouders en kleinkinderen verboden.

Amendement 104

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verplichting tot kennisgeving van het fokken of houden van honden en katten in inrichtingen

Kennisgeving en registratie van inrichtingen

Amendement 105

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen stellen de bevoegde autoriteiten in kennis van hun activiteiten en verstrekken daarbij de volgende informatie:

Exploitanten stellen de bevoegde autoriteiten in kennis van hun activiteiten en verstrekken daarbij ten minste de volgende informatie:

Amendement 106

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

het soort inrichting: fokbedrijf, dierenwinkel of asiel;

c)

het soort inrichting: fokbedrijf, verkoopinrichting, asiel of pleeggezin ;

Amendement 107

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

het maximumaantal dieren dat in de inrichting kan worden gehouden.

e)

de capaciteit van de inrichting, uitgedrukt als het maximumaantal honden en katten dat in de inrichting kan worden gehouden.

Amendement 108

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 1 – subalinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De exploitanten stellen de bevoegde autoriteit in kennis van:

 

a)

wijzigingen met betrekking tot de in alinea 1 bedoelde informatie;

 

b)

elke stopzetting van de activiteit, waarbij ook de uiterste termijn wordt vermeld binnen welke de activiteit moet worden beëindigd, die niet later mag zijn dan één maand na de stopzetting, en verstrekken ook informatie over het lot van de dieren.

 

Onverminderd eventuele bijkomende informatie die krachtens dit artikel wordt vereist, zijn exploitanten niet verplicht om de informatie die reeds overeenkomstig punt b), van artikel 84, lid 1, van Verordening (EU) 2016/429 is verstrekt opnieuw te melden.

 

De bevoegde autoriteit houdt een register van inrichtingen bij en kan daartoe gebruikmaken van het in artikel 101, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde register.

Amendement 109

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

Erkenning van fokbedrijven

 

1.     Exploitanten van fokbedrijven mogen honden of katten alleen in de handel brengen nadat hun inrichting door de bevoegde autoriteit is erkend.

 

2.     De bevoegde autoriteit voert inspecties ter plaatse uit om na te gaan of de inrichting aan de voorschriften van deze verordening voldoet. De lidstaten kunnen toestaan dat dergelijke inspecties op afstand worden uitgevoerd, mits de gebruikte techniek voor communicatie op afstand de bevoegde autoriteit voldoende bewijsmateriaal verschaft om betrouwbare inspecties uit te voeren. De bevoegde autoriteit verleent alleen een certificaat van erkenning aan een fokbedrijf dat aan de voorschriften van deze verordening voldoet.

 

3.     De bevoegde autoriteiten houden een lijst bij van de erkende fokbedrijven en maken deze openbaar.

Amendement 110

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.    Wanneer exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen honden of katten in de handel brengen of leveren die bestemd zijn om als gezelschapsdier te worden gehouden, verstrekken zij de verkrijger van het gezelschapsdier de nodige informatie om hem of haar in staat te stellen het welzijn van het dier te waarborgen, met inbegrip van informatie over verantwoord eigenaarschap.

1.   Exploitanten verstrekken de verkrijger van een hond of kat de nodige schriftelijke informatie om hem of haar in staat te stellen het welzijn van het dier te waarborgen, met inbegrip van informatie over verantwoord eigenaarschap , en over de specifieke behoeften van de hond of kat op het gebied van voeding, zorg, gezondheid, huisvesting en gedragsbehoeften, alsmede informatie over de gezondheid van het dier, met inbegrip van de vaccinatiestatus .

Amendement 111

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Wanneer er online reclame voor het leveren van honden en katten wordt gemaakt , moet de publicatie in duidelijk zichtbare en vetgedrukte letters de volgende waarschuwing bevatten :

2.   Wanneer exploitanten en de natuurlijke en rechtspersonen via onlineplatforms reclame maken voor het in de handel brengen van honden en katten, moet ten minste de volgende waarschuwing in duidelijk zichtbare en vetgedrukte letters worden weergegeven :

Amendement 288

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Wanneer er online reclame voor het leveren van honden en katten wordt gemaakt, moet de publicatie in duidelijk zichtbare en vetgedrukte letters de volgende waarschuwing bevatten:

2.   Wanneer er online reclame voor het leveren van honden en katten wordt gemaakt, moet de publicatie in duidelijk zichtbare en vetgedrukte letters de volgende waarschuwing bevatten:

“Een dier is geen speelgoed. Een besluit tot het kopen of adopteren van een dier zal uw leven veranderen. U bent als eigenaar van een dier verplicht om ervoor te zorgen dat er te allen tijde aan alle behoeften van het dier op het gebied van gezondheid en welzijn wordt voldaan.”

Een dier is geen speelgoed. Een besluit tot het kopen of adopteren van een dier zal uw leven veranderen. U bent als eigenaar van een dier verplicht om ervoor te zorgen dat er te allen tijde aan de behoeften van het dier op het gebied van gezondheid en welzijn wordt voldaan . Voor een dier zorgen kost geld. Het is verboden het dier achter te laten als u het eenmaal onder uw zorg hebt.”

Amendement 113

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Dierenverzorgers beschikken over de volgende competenties met betrekking tot de honden en katten waarvoor zij zorgen:

1.   Dierenverzorgers , met uitzondering van vrijwilligers en stagiairs onder toezicht, beschikken over de volgende competenties met betrekking tot de honden en katten waarvoor zij zorgen:

Amendement 114

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

het vermogen om hun uitingen, met inbegrip van tekenen van lijden, te herkennen en te bepalen welke passende risicobeperkende maatregelen in dergelijke gevallen moeten worden genomen;

b)

het vermogen om hun uitingen, met inbegrip van tekenen van lijden, te herkennen en te bepalen welke passende risicobeperkende maatregelen in dergelijke gevallen moeten worden genomen , en deze te nemen ;

Amendement 115

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

het vermogen om goede praktijken op het gebied van het beheer van dieren toe te passen, de apparatuur te gebruiken en te onderhouden die wordt gebruikt voor de soorten die zij verzorgen en eventuele risico’s voor het welzijn van de dieren tot een minimum te beperken;

c)

het vermogen om goede praktijken op het gebied van het beheer van dieren toe te passen, de apparatuur te gebruiken en te onderhouden die wordt gebruikt voor de soorten die zij verzorgen en eventuele risico’s voor het welzijn van de dieren tot een minimum te beperken , waardoor lijden wordt voorkomen ;

Amendement 116

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bezoeken in het kader van dierenwelzijn

Adviesbezoeken in het kader van welzijn

Amendement 117

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen :

1.   Exploitanten:

Amendement 277

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

zorgen ervoor dat de inrichtingen die onder hun verantwoordelijkheid vallen , ten minste eenmaal per jaar door een dierenarts worden bezocht, zodat deze de exploitant of de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het asiel, kan adviseren over maatregelen om eventuele risicofactoren voor het dierenwelzijn aan te pakken;

a)

zorgen ervoor dat de inrichtingen die onder hun verantwoordelijkheid vallen uiterlijk … [één jaar vanaf de datum van toepassing van deze verordening] of binnen het eerste jaar na de datum van kennisgeving van een nieuwe inrichting ten minste eenmaal per jaar onaangekondigd door een officiële, door de bevoegde autoriteit ingehuurde dierenarts worden bezocht, zodat deze eventuele risicofactoren voor het dierenwelzijn in kaart kan brengen en kan inschatten en de exploitant of de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het asiel, kan adviseren over maatregelen om risico’s voor het dierenwelzijn , de gezondheid en de omgeving aan te pakken en, als hij of zij tot de conclusie komt dat er sprake is van zwaarwegende risicofactoren, verslag kan uitbrengen aan de bevoegde autoriteiten overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 en binnen twee maanden een follow-upbezoek kan afleggen ;

Amendement 119

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

registreren de bevindingen van het bezoek van de in punt a) bedoelde dierenarts en hun follow-upmaatregelen en bewaren deze gegevens ten minste zes jaar, en stellen ze op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteiten.

b)

bewaren de bevindingen van het bezoek van de in punt a) bedoelde dierenarts en van hun follow-upmaatregelen en bewaren deze gegevens ten minste vijf jaar vanaf de dag van het bezoek , en stellen deze op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteiten en de bezoekende dierenarts .

Amendement 120

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 23 gedelegeerde handelingen vast te stellen om dit artikel aan te vullen met minimumcriteria die tijdens bezoeken in het kader van dierenwelzijn moeten worden beoordeeld .

2.    Uiterlijk [24 maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] wordt de Commissie gemachtigd overeenkomstig artikel 23 gedelegeerde handelingen vast te stellen om dit artikel aan te vullen met minimumcriteria voor het identificeren en beoordelen van de risicofactoren door de dierenarts tijdens de adviesbezoeken in het kader van welzijn, met inbegrip van vervolgcontroles .

Amendement 121

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen, zorgen ervoor dat honden en katten worden gevoederd overeenkomstig de voorschriften van bijlage I, punt 1 , en kunnen op basis van een schriftelijk advies van een dierenarts of een deskundige op het gebied van diervoeding de in bijlage I, punt 1, vastgestelde voederfrequenties aanpassen .

1.   Exploitanten zorgen ervoor dat honden of katten worden gevoederd overeenkomstig de voorschriften van bijlage I, punt 1.

Amendement 122

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen zorgen ervoor dat honden en katten naar behoren worden gevoederd en gedrenkt door te voorzien in:

2.   Exploitanten zorgen ervoor dat honden of katten naar behoren worden gevoederd en gedrenkt door te voorzien in:

Amendement 123

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

drinkwater , naar behoefte;

a)

schoon en vers water , naar behoefte;

Amendement 124

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

voldoende voeder van voldoende kwaliteit om aan de fysiologische, voedings- en metabole behoeften en de verzadiging van honden en katten te voldoen, in het kader van een dieet dat is aangepast aan de leeftijd, het ras, de categorie, het activiteitsniveau en de gezondheidstoestand van de honden en katten;

b)

voldoende voeder van voldoende kwaliteit om aan de fysiologische, voedings- en metabole behoeften en de verzadiging van honden en katten te voldoen, in het kader van een dieet dat is aangepast aan de leeftijd, het ras, de categorie, het activiteitsniveau en de gezondheidstoestand van de honden of katten , met als algemeen doel een goede gezondheidstoestand te bereiken en te behouden ;

Amendement 125

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen, zorgen ervoor dat voeder- en drinkvoorzieningen zodanig worden gebouwd en geïnstalleerd dat:

3.   Exploitanten en dierenverzorgers zorgen ervoor dat voeder- en drinkvoorzieningen zodanig schoon worden gehouden en worden gebouwd en geïnstalleerd dat:

Amendement 126

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

zij alle honden en katten gelijke toegang bieden , zodat de dieren onderling zo min mogelijk hoeven te concurreren en strijdlustig gedrag wordt vermeden, met name wanneer honden en katten niet naar behoefte toegang hebben tot voeder ;

a)

zij alle honden en katten gelijke toegang bieden;

Amendement 127

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     Na schriftelijk advies van een dierenarts kunnen de exploitanten de voeder- en drenkfrequentie aanpassen. De exploitanten houden het advies gedurende de hele looptijd ervan bij, zoals aangeraden door de dierenarts.

Amendement 128

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Exploitanten zorgen ervoor dat honden en katten worden gehuisvest overeenkomstig punt 2 van bijlage I.

1.    Uitgezonderd natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen, zorgen exploitanten ervoor dat honden en katten worden gehuisvest overeenkomstig punt 2 van bijlage I.

Amendement 129

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen, zorgen ervoor dat:

2.   Exploitanten zorgen ervoor dat:

Amendement 130

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

wanneer dieren in fokbedrijven of dierenwinkels worden gehouden , de luchtcirculatie, het stofgehalte, de temperatuur, relatieve luchtvochtigheid en gasconcentraties beperkt blijven tot een niveau dat niet schadelijk is voor honden en katten en dat er voldoende ventilatie is om oververhitting te voorkomen en, indien nodig, in combinatie met verwarmingssystemen, overmatig vocht te verwijderen ;

c)

in fokbedrijven en verkoopinrichtingen waar honden en katten binnen worden gehouden de temperatuur, relatieve luchtvochtigheid en gasconcentraties niet schadelijk zijn voor honden of katten en er voldoende ventilatie is om oververhitting te voorkomen;

Amendement 131

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2 – punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

honden en katten over voldoende ruimte beschikken om zich vrij te kunnen bewegen en om naar behoefte soortspecifiek gedrag te vertonen , er voldoende ruimte is voor verrijkingsmateriaal en -structuren, dieren de mogelijkheid hebben om te socialiseren en zich terug te trekken, en dat er schone rustplaatsen zijn ;

d)

honden en katten over voldoende ruimte beschikken om zich vrij te kunnen bewegen en om naar behoefte soortspecifiek gedrag te vertonen;

Amendement 132

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het is verboden honden of katten in containers te houden .

Exploitanten houden geen honden of katten in containers.

Amendement 289

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het is verboden honden of katten in een dierenwinkel te houden of te verkopen.

Amendement 133

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Containers mogen alleen worden gebruikt voor het vervoer en de tijdelijke isolatie van individuele honden en katten, mits stress als gevolg van extreme temperaturen wordt vermeden.

Bij wijze van afwijking mogen containers alleen worden gebruikt voor het vervoer , de kortstondige isolatie van individuele honden of katten en tijdens de deelname aan shows, tentoonstellingen en wedstrijden voor puppy’s of kittens die hun lichaamstemperatuur minder goed zelf kunnen regelen of puppy’s of kittens met hun moeders , mits stress tot een minimum wordt beperkt en lijden wordt vermeden , en de honden en katten in een natuurlijke positie kunnen staan en liggen .

Amendement 134

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   Het is verboden honden uitsluitend binnen te houden. Honden die binnen worden gehouden, moeten dagelijks toegang hebben tot een buitenruimte waar zij kunnen bewegen en socialiseren. Wanneer honden in kennels worden gehouden, moeten exploitanten bovendien individuele leefruimten ontwerpen en bouwen zodat de honden vrije toegang hebben tot een afgesloten buitenruimte en een binnenruimte of een individueel onderkomen.

4.   Het is verboden honden uitsluitend binnen te houden. Honden die binnen worden gehouden, moeten dagelijks toegang hebben tot een buitenruimte waar zij kunnen bewegen , verkennen en socialiseren. Wanneer honden in kennels worden gehouden, moeten exploitanten bovendien individuele leefruimten ontwerpen en bouwen zodat de honden vrije toegang hebben tot een afgesloten buitenruimte en een binnenruimte of een individueel onderkomen.

Amendement 135

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

6 bis.     Exploitanten van fokbedrijven en verkoopinrichtingen maken zo nodig gebruik van verwarmings- of koelsystemen om in de binnenleefruimten van hun inrichtingen een goede luchtkwaliteit en passende temperatuur te handhaven, en verwijderen overmatig vocht.

Amendement 136

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.   Exploitanten zorgen ervoor dat honden en katten te allen tijde toegang hebben tot daglicht. Indien de klimatologische omstandigheden en de geografische ligging van een lidstaat dit vereisen, zorgen exploitanten voor kunstmatige verlichting .

7.   Exploitanten zorgen ervoor dat honden of katten aan licht worden blootgesteld en gedurende voldoende ononderbroken perioden in het donker kunnen blijven om een normaal circadiaans ritme te handhaven.

 

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt onder “licht” verstaan daglicht , dat indien nodig, als gevolg van de klimatologische omstandigheden en de geografische ligging van een lidstaat , aangevuld wordt met kunstmatig licht .

Amendement 137

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.     Dit artikel is van toepassing met ingang van [5 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Schrappen

Amendement 138

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

8 bis.     Lid 4 is niet van toepassing op fokbedrijven waar honden die de kudde bewaken worden gehouden tijdens de periode waarin die honden worden getraind als herdershond.

Amendement 139

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.     De exploitanten zorgen ervoor dat er maatregelen worden genomen om de gezondheid van honden en katten te beschermen overeenkomstig punt 3 van bijlage 1

Schrappen

Amendement 140

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen, zorgen ervoor dat:

2.   Exploitanten en dierenverzorgers zorgen ervoor dat:

Amendement 141

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

honden en katten die onder hun verantwoordelijkheid vallen, ten minste eenmaal per dag door dierenverzorgers worden geïnspecteerd;

a)

honden of katten die onder hun verantwoordelijkheid vallen, ten minste eenmaal per dag door dierenverzorgers worden geïnspecteerd, en kwetsbare honden en katten, zoals jongen, zieke of gewonde honden en katten, en hoogdrachtige teven en fokpoezen vaker worden geïnspecteerd ;

Amendement 142

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

honden of katten die tekenen van ziekte, letsel of anderszins geschaad welzijn vertonen, zo nodig onverwijld worden afgezonderd, in voorkomend geval door een dierenarts worden behandeld en daar worden gehouden totdat zij volledig zijn hersteld of anders onverwijld worden geëuthanaseerd ;

b)

honden of katten die tekenen van ziekte, letsel of anderszins geschaad welzijn vertonen, zo nodig onverwijld worden afgezonderd, in voorkomend geval door een dierenarts worden behandeld en daar worden gehouden totdat zij volledig zijn hersteld;

Amendement 143

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

een hond of kat alleen door een dierenarts wordt geëuthanaseerd;

c)

indien in de in punt b) bedoelde gevallen herstel niet haalbaar is en de honden of katten ernstige pijn of ernstig lijden ondervinden die of dat niet kan worden verlicht en het in leven houden van deze dieren in strijd is met de voorschriften inzake dierenwelzijn, mogen zij alleen door een dierenarts en met voorafgaande toestemming van de exploitant worden geëuthanaseerd;

Amendement 144

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 – punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

er maatregelen worden genomen , met inbegrip van het toedienen van diergeneesmiddelen, om uitwendige en inwendige parasieten te voorkomen en te bestrijden, met inbegrip van preventieve diergeneeskundige behandelingen ter voorkoming van veelvoorkomende ziekten waaraan honden of katten waarschijnlijk zullen worden blootgesteld, rekening houdend met de epidemiologische situatie;

d)

er maatregelen worden genomen om uitwendige en inwendige parasieten te voorkomen en te bestrijden, met inbegrip van preventieve diergeneeskundige behandelingen , zoals vaccinatie, ter voorkoming van veelvoorkomende ziekten waaraan honden of katten waarschijnlijk zullen worden blootgesteld, rekening houdend met de epidemiologische situatie;

Amendement 145

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 – punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

verrijkingsmateriaal geen risico van verwondingen, biologische of chemische verontreiniging of eventuele andere gezondheidsrisico’s oplevert .

e)

verrijkingsmateriaal geen risico van biologische of chemische verontreiniging oplevert ;

Amendement 146

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 – punt e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)

indien beschikbaar, relevante gezondheidsinformatie wordt verstrekt aan de verkrijger van een hond of kat, waaronder informatie over vaccinatie, allergieën, gezondheidstoestand en verantwoord eigenaarschap overeenkomstig artikel 8, lid 1.

 

Punt a), is niet van toepassing op fokbedrijven waar honden die de kudde bewaken worden gehouden tijdens de periode waarin die honden worden ingezet als herdershond of voor africhtingsdoeleinden;

Amendement 147

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     Het is verboden een hond of kat in een dierenasiel te euthanaseren als oplossing om de populatie onder controle te houden.

Amendement 148

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2 – punt e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter)

de gezondheidszorg voor dieren is afgestemd op een “één gezondheid”-benadering, bijvoorbeeld met betrekking tot het verstandig gebruik van antibiotica om resistentie tegen antimicrobiële stoffen (AMR) te voorkomen.

Amendement 149

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Exploitanten zorgen ervoor dat:

Exploitanten die verantwoordelijk zijn voor fokbedrijven en hun verzorgers zorgen ervoor dat:

Amendement 150

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 – alinea 1 – punt –a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

–a)

er maatregelen worden genomen om de gezondheid van honden en katten te beschermen overeenkomstig bijlage I, punt 3;

Amendement 151

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 – alinea 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

er alleen met teven en fokpoezen wordt gefokt als zij een minimumleeftijd hebben overeenkomstig bijlage I, punten 3.1 en 3.2 , hun botten volgroeid zijn en zij vrij zijn van ziekten of lichamelijke aandoeningen die negatieve gevolgen kunnen hebben voor hun zwangerschap en welzijn;

a)

er alleen met teven of fokpoezen wordt gefokt als zij de in bijlage I, punt 3, bedoelde minimumleeftijd hebben, hun botten volgroeid zijn en zij geen gediagnosticeerde ziekten hebben, geen klinische tekenen van ziekten vertonen of geen lichamelijke aandoeningen hebben die negatieve gevolgen kunnen hebben voor hun zwangerschap en welzijn;

Amendement 152

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 – alinea 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de zwangerschappen van teven en fokpoezen waarbij een nest wordt voortgebracht, hebben een maximale frequentie;

b)

de zwangerschappen van teven of fokpoezen waarbij een nest wordt voortgebracht, een maximale frequentie hebben, in overeenstemming met bijlage I, punt 3 ;

Amendement 153

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 – alinea 1 – punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

teven van acht jaar of ouder en fokpoezen van zes jaar of ouder moeten, alvorens voor de fokkerij te worden gebruikt, lichamelijk worden onderzocht door een dierenarts, die schriftelijk moet bevestigen dat hun zwangerschap geen enkel risico inhoudt voor hun welzijn, met inbegrip van hun gezondheid;

Schrappen

Amendement 154

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 – alinea 1 – punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

volwassen vrouwelijke honden en katten die niet langer voor de voortplanting worden gebruikt, ook niet als gevolg van de bepalingen van deze verordening, worden niet gedood of achtergelaten. Exploitanten blijven het welzijn van die dieren overeenkomstig deze verordening waarborgen.

e)

honden en katten die niet langer voor de voortplanting worden gebruikt, ook niet als gevolg van de bepalingen van deze verordening, ofwel gehouden, verkocht of weggegeven worden of een nieuwe thuis krijgen, en niet gedood of achtergelaten worden .

Amendement 155

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De exploitant bewaart de in punt d) bedoelde schriftelijke bevestiging gedurende een periode van ten minste drie jaar na de dood van de teef of de fokpoes.

Schrappen

Amendement 156

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 3 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen, over gezondheidstests van een hond of een kat of over genetische verslagen en diagnoses van de vader of moeder van het betrokken gezelschapsdier beschikken, delen zij die informatie met de verkrijger van het dier.

Amendement 157

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.     Dit artikel is van toepassing met ingang van [5 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Schrappen

Amendement 158

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Exploitanten en natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen, zorgen ervoor dat er maatregelen worden genomen om aan de gedragsbehoeften van katten en honden te voldoen overeenkomstig punt 4 van bijlage I.

1.   Exploitanten zorgen ervoor dat er maatregelen worden genomen om aan de gedragsbehoeften van katten en honden te voldoen overeenkomstig punt 4 van bijlage I.

Amendement 159

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Het is verboden honden en katten te houden in ruimten waar hun natuurlijke bewegingen worden beperkt, behalve voor het uitvoeren van de volgende procedures of behandelingen:

2.   Het is verboden honden en katten te houden in ruimten waar hun natuurlijke bewegingen worden beperkt, behalve in het geval als bedoeld in artikel 12, lid 3, tweede alinea, en voor het uitvoeren van de volgende procedures of behandelingen:

Amendement 160

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

lichamelijke onderzoeken , met inbegrip van identificatie van de dieren ;

a)

lichamelijke onderzoeken;

Amendement 161

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

het merken van dieren met het oog op identificatie;

b)

de individuele identificatie van honden en katten en het lezen van de identificatiegegevens ;

Amendement 164

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Het is verboden om dieren gedurende meer dan één uur in de gebouwen van de inrichting vast te binden, behalve voor de duur van een medische behandeling.

3.   Het is verboden om dieren vast te binden, behalve voor de duur van een medische behandeling.

Amendement 165

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.     Exploitanten zorgen ervoor dat verrijking beschikbaar en toegankelijk is voor alle honden of katten, waardoor een stimulerende omgeving wordt gecreëerd, soortspecifiek gedrag mogelijk wordt gemaakt en hun frustratie wordt verminderd.

Amendement 166

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 ter.     De lidstaten kunnen afwijkingen van lid 3 toestaan voor honden die bestemd zijn om door het leger, de politie of de douanediensten te worden ingezet en die in fokbedrijven of verkoopinrichtingen worden gehouden.

Amendement 167

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Verminkingen, met inbegrip van het couperen van oren en staarten, het gedeeltelijk of volledig amputeren van tenen en het verwijderen van stembanden, zijn verboden, tenzij zij worden uitgevoerd vanwege een medische indicatie die uitsluitend is bedoeld om de gezondheid van honden en katten te verbeteren. In dat geval mag de procedure alleen onder verdoving en met langdurige pijnstilling door een dierenarts worden uitgevoerd.

1.   Verminkingen, met inbegrip van het couperen van oren en staarten, het ontklauwen of het gedeeltelijk of volledig amputeren van tenen en het verwijderen van stembanden, zijn verboden, tenzij zij worden uitgevoerd naar aanleiding van een medische indicatie , onder meer om preventieve, diagnostische en/of behandelingsredenen, die uitsluitend is bedoeld om de gezondheid van honden of katten te behouden en te verbeteren of verwondingen te voorkomen . In dat geval mag de procedure alleen onder verdoving en met langdurige pijnstilling door een dierenarts worden uitgevoerd.

Amendement 168

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     De medische indicatie voor de verminking en de details van de procedure die moet worden uitgevoerd, worden door een dierenarts gedocumenteerd. Dit document wordt door de exploitant bewaard totdat de hond of kat samen met dit document aan een andere inrichting of eigenaar wordt overgedragen. De exploitant van de inrichting die verantwoordelijk is voor de hond of kat wanneer de verminking door de dierenarts wordt uitgevoerd, bewaart een kopie van het document gedurende drie jaar.

 

Bij wijze van afwijking kunnen de lidstaten het couperen van kattenoren door inkeping of verwijdering van de punt toestaan bij het merken van zwerfkatten wanneer zij worden gecastreerd in het kader van programma’s voor het vangen en castreren van katten.

Amendement 169

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.    Het steriliseren van mannelijke en vrouwelijke dieren is alleen toegestaan indien dit onder verdoving en met langdurige pijnstilling door een dierenarts wordt uitgevoerd.

2.    Exploitanten zorgen ervoor dat sterilisatie alleen onder verdoving en met langdurige pijnstilling door een dierenarts wordt uitgevoerd .

 

Dierenartsen kunnen waar nodig niet-chirurgische sterilisatie overwegen in plaats van castratie .

Amendement 170

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De volgende behandelingen zijn verboden:

3.   De volgende behandelingen die pijn of lijden veroorzaken, zijn verboden:

Amendement 171

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

langdurig gebruik van muilkorven, tenzij dit noodzakelijk is om gezondheids- of welzijnsredenen; in dat geval wordt de duur beperkt tot de minimaal noodzakelijke periode;

d)

het langdurig gebruiken van muilkorven, tenzij dit noodzakelijk is om gezondheids- of welzijnsredenen; in dat geval wordt de duur beperkt tot de minimaal noodzakelijke periode;

Amendement 172

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

het optillen van honden of katten aan de ledematen, de kop, de staart en het haar .

e)

het optillen van honden of katten aan de ledematen, de kop, de staart , de oren, de huid of het haar ;

Amendement 173

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – punt e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)

het gebruik van prikhalsbanden;

Amendement 174

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 – punt e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter)

het gebruik van wurghalsbanden zonder veiligheidsstop.

Amendement 175

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     De lidstaten kunnen afwijkingen van lid 3 toestaan voor honden die bestemd zijn om door het leger, de politie of de douanediensten te worden ingezet.

Amendement 176

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 bis

 

Schoonheidsshows, tentoonstellingen en wedstrijden

 

1.     Exploitanten van fokbedrijven of verkoopinrichtingen mogen voor schoonheidsshows, tentoonstellingen en wedstrijden voor honden en katten geen honden of katten gebruiken met buitensporige conformatiekenmerken of die zodanig zijn verminkt dat de fysieke kenmerken zijn gewijzigd.

 

2.     Organisatoren van schoonheidsshows, tentoonstellingen en wedstrijden voor honden en katten sluiten honden en katten met buitensporige conformatiekenmerken of die zodanig zijn verminkt dat de fysieke kenmerken zijn gewijzigd, uit van dergelijke shows, tentoonstellingen en wedstrijden.

Amendement 177

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.    Met ingang van [3 jaar na de datum van inwerkingtreding] worden alle honden en katten die worden gehouden in inrichtingen om in de Unie te worden geleverd, met inbegrip van volwassen honden en katten die in fokbedrijven worden gehouden, honden en katten die in asielen worden gehouden , en honden en katten die door natuurlijke personen worden geleverd, overeenkomstig bijlage II met een onderhuidse transponder met een microchip gemerkt voor identificatie . Exploitanten van inrichtingen zorgen ervoor dat in hun inrichtingen geboren honden en katten voor identificatie worden gemerkt op de datum van hun levering in de Unie of uiterlijk binnen drie maanden na de geboorte van het dier . De transponder wordt door een dierenarts of onder verantwoordelijkheid van een dierenarts geïmplanteerd.

1.   Alle honden en katten die worden gehouden in inrichtingen, en alle honden en katten die in de handel worden gebracht, worden overeenkomstig bijlage II elk afzonderlijk met een onderhuidse transponder met een microchip gemerkt voor identificatie. De transponder wordt door een dierenarts of onder verantwoordelijkheid van een dierenarts geïmplanteerd. Wanneer een dierenarts van mening is dat de implantatie van een microchip de gezondheid van de hond of kat aanzienlijk in gevaar kan brengen, kan hij/zij de implantatie van de microchip tijdelijk uitstellen totdat de gezondheidsproblemen van het dier naar behoren kunnen worden aangepakt. Indien een hond of kat na de implantatie van de microchip significante bijwerkingen ondervindt, neemt de dierenarts alle nodige maatregelen om de gezondheid van de hond of kat te waarborgen, met inbegrip van het verwijderen van de microchip.

Amendement 178

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     Exploitanten van inrichtingen zorgen ervoor dat honden en katten die in hun inrichtingen zijn geboren, binnen drie maanden na hun geboorte en in elk geval vóór de datum waarop zij in de handel zijn gebracht, individueel worden geïdentificeerd.

Amendement 179

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.     Exploitanten van verkoopinrichtingen, asielen en exploitanten die verantwoordelijk zijn voor ongewenste, achterlaten, verloren gelopen, in beslag genomen of zwerfhonden of -katten zorgen ervoor dat de honden en katten die hun inrichtingen binnenkomen of onder hun verantwoordelijkheid vallen, elk binnen dertig dagen na hun aankomst in de inrichting worden geïdentificeerd en in elk geval vóór de datum waarop zij in de handel worden gebracht.

Amendement 180

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 - lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.     Natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van exploitanten, die honden of katten in de handel brengen, zorgen ervoor dat de honden of katten vóór de datum van het in de handel brengen ervan individueel geïdentificeerd worden.

Amendement 181

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies.     Honden en katten die vóór [de datum van toepassing van deze verordening] individueel zijn geïdentificeerd door middel van een injecteerbare transponder met een microchip overeenkomstig het Unierecht of het nationale recht, worden geacht te voldoen aan de voorschriften van dit lid, mits de microchip leesbaar is.

Amendement 313

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 1 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 sexies.     Met ingang van... [vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] worden alle honden die worden gehouden, individueel geïdentificeerd overeenkomstig lid 1.

 

Met ingang van... [tien jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] worden alle katten die worden gehouden, individueel geïdentificeerd overeenkomstig lid 1.

Amendement 182

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.    Met ingang van [3 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding] worden de overeenkomstig lid 1 geïdentificeerde honden en katten door de dierenarts , of door een assistent onder verantwoordelijkheid van de dierenarts, geregistreerd in een nationale databank als bedoeld in artikel 19. Voor honden en katten die in fokbedrijven worden gehouden, wordt de registratie gedaan op naam van de eigenaar van het fokbedrijf dat verantwoordelijk is voor de hond of kat. Voor honden en katten die in asielen worden gehouden, wordt de registratie gedaan op naam van de persoon die verantwoordelijk is voor het asiel. Voor natuurlijke personen die voornemens zijn een hond of kat in de Unie te leveren , wordt de registratie gedaan op naam van die persoon. Elke latere eigenaar van of verantwoordelijke voor de hond of kat zorgt ervoor dat de verandering van eigenaar of verantwoordelijkheid wordt geregistreerd in de in artikel 19 bedoelde databank.

2.    Binnen twee werkdagen na hun identificatie overeenkomstig lid 1 worden de honden en katten door de dierenarts geregistreerd in een nationale databank als bedoeld in artikel 19. De lidstaten mogen registratie door andere personen dan dierenartsen toestaan, mits zij over maatregelen beschikken om te waarborgen dat de in de databank opgenomen informatie correct is. Voor honden en katten die in inrichtingen worden gehouden, wordt de registratie gedaan op naam van de exploitant van de inrichting die verantwoordelijk is voor de hond of kat. Voor natuurlijke personen die een hond of kat in de handel brengen , wordt de registratie gedaan op naam van die persoon. In geval van overdracht van eigendom of verantwoordelijkheid zorgt de natuurlijke of rechtspersoon die de hond of kat in de handel brengt ervoor dat elke verandering van eigenaar of verantwoordelijkheid binnen twee weken na de datum van verandering van eigenaar of verantwoordelijkheid wordt geregistreerd in de in artikel 19 bedoelde databank , overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld door de verantwoordelijke lidstaat .

Amendement 183

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     Wanneer een in een inrichting gehouden hond of kat sterft, zorgt de exploitant ervoor dat de dood van het dier wordt geregistreerd in de in artikel 19 bedoelde databank, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld door de voor die databank verantwoordelijke lidstaat.

Amendement 184

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.     De lidstaten kunnen afwijkingen van lid 2 en lid 2 bis toestaan voor honden voor het leger, de politie of de douanediensten die in inrichtingen worden gehouden.

Amendement 185

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met ingang van [3 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding] verstrekt de leverancier , alvorens een hond of kat in de Unie te leveren , aan de verkrijger van het dier:

De natuurlijke of rechtspersonen die de hond of kat in de handel brengen, verstrekken , alvorens een hond of kat in de handel te brengen , aan de verkrijger van het dier:

Amendement 186

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

bewijs van de identificatie en registratie van het dier overeenkomstig de leden 1 en 2;

a)

bewijs van de identificatie en registratie van de hond of kat overeenkomstig de leden 1 en 2 , en een weblink naar het in lid 6 bedoelde systeem ;

Amendement 187

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De verkrijgers moeten de authenticiteit van de identificatie en registratie van dieren die via het in lid 7 bedoelde systeem worden geleverd , kunnen verifiëren.

De verkrijgers moeten de authenticiteit van de identificatie en registratie van honden of katten die via het in lid 7 bedoelde systeem in de handel worden gebracht , kunnen verifiëren.

Amendement 188

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met ingang van [5 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding], zorgen aanbieders van onlineplatforms ervoor dat hun online-interface zodanig is ontworpen en georganiseerd dat leveranciers van honden en katten hun verplichtingen uit hoofde van lid 3 kunnen nakomen, in overeenstemming met artikel 31 van Verordening (EU) 2022/2065, en informeren zij afnemers op zichtbare wijze over de mogelijkheid om de identificatie en registratie van het dier via een weblink naar het in lid 6 bedoelde systeem te verifiëren.

Aanbieders van onlineplatforms zorgen ervoor dat hun online-interface zodanig is ontworpen en georganiseerd dat exploitanten of andere natuurlijke of rechtspersonen die honden of katten in de handel brengen hun verplichtingen uit hoofde van lid 3 , en artikel 8, lid 2, kunnen nakomen, in overeenstemming met artikel 31 van Verordening (EU) 2022/2065, en informeren zij afnemers op zichtbare wijze over de mogelijkheid om de identificatie en registratie van de hond of kat via een weblink naar het in lid 6 bedoelde systeem te verifiëren.

Amendement 189

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De leverancier van honden en katten is als enige verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van de informatie die via de interface van het onlineplatform wordt verstrekt. Niets in dit lid mag worden uitgelegd als een algemene verplichting tot monitoring voor de aanbieder van het onlineplatform in de zin van artikel 8 van Verordening (EU) 2022/2065.

De natuurlijke of rechtspersoon die honden of katten in de handel brengt is als enige verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van de informatie die via de interface van het onlineplatform wordt verstrekt. Niets in dit lid mag worden uitgelegd als een algemene verplichting tot monitoring voor de aanbieder van het onlineplatform in de zin van artikel 8 van Verordening (EU) 2022/2065.

Amendement 190

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.     De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot nadere bepaling van de informatie die leveranciers moeten verstrekken als bewijs van de identificatie en registratie van het dier overeenkomstig lid 3, punt a), zowel in gevallen waarin honden en katten via onlineplatforms worden aangeboden als via andere wegen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 24 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Schrappen

Amendement 191

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 6 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.    Met ingang van [3 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding] zorgt de Commissie ervoor dat er een systeem voor geautomatiseerde controles van de authenticiteit van de identificatie en registratie van de geleverde honden of katten, met gebruikmaking van de in artikel 19 bedoelde databank, kosteloos openbaar beschikbaar is. De Commissie kan de ontwikkeling, het onderhoud en de exploitatie van dit systeem toevertrouwen aan een onafhankelijke entiteit. Het systeem voldoet aan de volgende criteria:

6.   De Commissie zorgt ervoor dat er een onlinesysteem voor geautomatiseerde controles van de authenticiteit van de identificatie en registratie van de in de handel gebrachte honden of katten, met gebruikmaking van de in artikel 19 bedoelde databank, kosteloos openbaar beschikbaar is. De Commissie kan de ontwikkeling, het onderhoud en de exploitatie van dit systeem na een openbare selectieprocedure overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van titel VII van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 toevertrouwen aan een onafhankelijke entiteit. Het systeem voldoet aan de volgende criteria:

Amendement 192

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk [3 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding] stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin de volgende aspecten van het in lid 6 bedoelde systeem worden gespecificeerd :

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot bepaling van :

Amendement 193

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7 – alinea 1 – punt a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a)

op basis van de inhoud van de in artikel 19, lid 3, punt a), bedoelde databanken, de exacte informatie die moet worden verstrekt door natuurlijke en rechtspersonen die honden of katten in de handel brengen, als bewijs van de identificatie en registratie van de honden of katten overeenkomstig lid 3, punt a), ongeacht of de honden en katten via onlineplatforms of langs een andere weg worden aangeboden;

Amendement 194

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7 – alinea 1 – streepje 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

de categorieën van persoonsgegevens die beschikbaar worden gesteld aan de persoon die de identificatie en registratie verifieert, die zijn beperkt tot die welke strikt noodzakelijk zijn om die verificatie mogelijk te maken.

Amendement 195

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7 – alinea 1 – punt b (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b)

de volgende aspecten van het in lid 6 bedoelde systeem:

 

de belangrijkste functies van het systeem.

Amendement 196

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 – lid 7 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De in punt a) bedoelde uitvoeringshandelingen worden uiterlijk op [de datum van toepassing van deze verordening] vastgesteld, en de in punt b) bedoelde uitvoeringshandeling wordt uiterlijk [3 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] vastgesteld.

Amendement 197

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – alinea 1 – punt a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)

het waarborgen dat dierenartsen en andere relevante beroepsbeoefenaars trainingen volgen over beste praktijken op het gebied van dierenwelzijn, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan het opsporen en melden van schendingen van het dierenwelzijn, waaronder pijnlijke praktijken als bedoeld in artikel 15, in overeenstemming met de beginselen van de “één gezondheid”-benadering;

Amendement 198

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – alinea 1 – punt a ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a ter)

het waarborgen dat exploitanten, natuurlijke of rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor asielen, pleeggezinnen en dierentehuizen, dierenverzorgers en dierenartsen regelmatig passende opleidingen en certificaten krijgen voor het afronden van de in punt a) bedoelde opleidingen;

Amendement 199

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – alinea 1 – punt a quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a quater)

het waarborgen dat opleidingen inzake asielgeneeskunde, waaronder opleidingen die gericht zijn op de gezondheid van de populatie, beschikbaar zijn voor dierenartsen;

Amendement 200

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – alinea 1 – punt a quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a quinquies)

het waarborgen dat trainers en geleiders van honden die bestemd zijn om door het leger, de politie en de douanediensten te worden ingezet regelmatig opleidingen krijgen binnen afzonderlijke en bij voorkeur in verschillende lidstaten, teneinde hun vaardigheden te verbeteren, met name op het gebied van operante conditionering en positieve bekrachtiging, beginselen inzake gedragswetenschap en welzijn en van stressmanagement bij zowel honden als hondengeleiders;

Amendement 201

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – alinea 1 – punt b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

het faciliteren van samenwerking tussen bevoegde autoriteiten, verenigingen van dierenartsen en onderwijsinstellingen met het oog op de ontwikkeling en bevordering van hoogwaardige, wetenschappelijk onderbouwde opleidingsprogramma’s op de lange termijn voor dierenverzorgers en dierenartsen om zo de samenwerking tussen de relevante agentschappen en de synergieën tussen de informatiecampagnes te vergroten.

Amendement 202

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 bis

 

Nationale voorlichtingscampagnes over de bescherming van zwerfdieren en wetgeving met betrekking tot de bescherming van zwerfdieren

 

1.     De lidstaten worden aangemoedigd nationale voorlichtingscampagnes over de geldende wetgeving inzake de bescherming en het welzijn van honden en katten op te zetten en te voeren. Deze campagnes moeten gericht zijn op zowel de eigenaren van dieren als het grote publiek, zodat de wettelijke verplichtingen en beste praktijken op het gebied van de zorg voor dieren meer onder de aandacht worden gebracht.

 

2.     De bevoegde autoriteiten kunnen voorlichtingscampagnes voeren in samenwerking met dierenbeschermingsorganisaties, dierenartsen en andere betrokken entiteiten. De voorlichting richt zich onder meer op:

 

a)

de wettelijke verplichtingen van houders van gezelschapsdieren;

 

b)

de verantwoordelijkheden en maatregelen van lokale autoriteiten met betrekking tot het beheer van zwerfdieren, alsook de maatregelen die zij moeten treffen om het achterlaten van dieren te voorkomen;

 

c)

de stappen die moeten worden ondernomen indien er een verloren of achtergelaten dier wordt gevonden, zoals het inschakelen van dierenartsen, dierenasielen of de plaatselijke politie;

 

d)

een verklaring over het belang van een verantwoorde adoptie en sterilisatie om de zwerfdierenpopulatie terug te dringen.

 

3.     De lidstaten kunnen nationale of regionale financiering voor deze campagnes verstrekken en kunnen massamedia en onderwijsinstellingen aanmoedigen hieraan deel te nemen met het oog op verdere voorlichting.

 

4.     De Commissie moedigt de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten aan.

Amendement 203

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 18 ter

 

Maatregelen om het achterlaten van dieren te voorkomen en het steriliseren van honden en katten te bevorderen

 

1.     De lidstaten worden aangemoedigd concrete maatregelen te nemen om het achterlaten van honden en katten te voorkomen, onder meer door middel van publieksvoorlichting, het vergroten van het bewustzijn omtrent verantwoord eigenaarschap en door doeltreffende handhaving van bestaande wetgeving.

 

2.     Om het aantal zwerfdieren te verminderen, worden de lidstaten aangemoedigd om de nationale en private financieringsbronnen in kaart te brengen en in te zetten voor:

 

a)

gratis of gesubsidieerde sterilisatiecampagnes voor zwerfhonden en -katten en voor gezelschapsdieren van mensen met een laag inkomen of dierenbeschermingsorganisaties;

 

b)

programma’s voor de registratie en identificatie van gezelschapsdieren, onder meer door middel van microchips, om de adoptie en het terugbrengen van verloren dieren naar hun eigenaars te vergemakkelijken en te voorkomen dat dieren worden achtergelaten;

 

c)

bewustmakings- en voorlichtingscampagnes over de verantwoordelijkheden die met het houden van een gezelschapsdier gepaard gaan en over de negatieve gevolgen van het achterlaten van dieren voor het dierenwelzijn en gemeenschappen.

 

3.     De lidstaten kunnen samenwerken met niet-gouvernementele organisaties, dierenklinieken en lokale autoriteiten om de in leden 1 en 2 bedoelde maatregelen uit te voeren en teneinde de toegang tot sterilisatie- en identificatieprogramma’s te vergemakkelijken.

Amendement 204

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.    Met ingang van [3 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] zetten de bevoegde autoriteiten een databank op voor de registratie van honden en katten die van een microchip zijn voorzien , en houden zij deze bij.

1.   De bevoegde autoriteiten zetten databanken op voor honden en katten die zijn geïdentificeerd en geregistreerd overeenkomstig artikel 17, en artikel 21, lid 4 , en houden deze bij.

Amendement 205

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.    Met ingang van [5 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] zorgen de lidstaten ervoor dat hun databanken als bedoeld in lid 1 interoperabel zijn met dezelfde databanken van andere lidstaten , zodat de identificatie van een hond of kat in de hele Unie kan worden geauthenticeerd en getraceerd.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat hun databanken als bedoeld in lid 1 voldoen aan de vereisten van de in lid 3, punt b), bedoelde uitvoeringshandeling om de interoperabiliteit ervan te waarborgen , zodat de identificatie van een hond of kat in de hele Unie kan worden geauthenticeerd en getraceerd.

Amendement 206

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     De Commissie creëert en onderhoudt een indexdatabank met de identificatienummers van de microchips van de honden en katten en de nationale databanken waar de identificatiegegevens zijn opgeslagen, zonder toegang tot persoonsgegevens. De Commissie kan de ontwikkeling, het onderhoud en de exploitatie van deze indexdatabank na een openbare selectieprocedure, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van titel VII van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, toevertrouwen aan een onafhankelijke entiteit.

Amendement 316

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.     De Commissie en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten zetten gezamenlijk een openbaar toegankelijke databank van dierenopvanginrichtingen in de hele Unie op en houden deze gezamenlijk bij, met als doel transparantie en controleerbaarheid van de naleving van de wetgeving inzake dierenwelzijn te waarborgen.

Amendement 207

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 3 – alinea 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de interoperabiliteit ervan tussen de lidstaten;

b)

de interoperabiliteit tussen de databanken van de lidstaten en de indexdatabank ;

Amendement 208

Voorstel voor een verordening

Artikel 19 – lid 3 – alinea 1 – punt f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)

de koppeling tussen de in lid 1 bedoelde databanken van de lidstaten en andere relevante databanken, met inbegrip van het Informatiebeheersysteem voor officiële controles (Imsoc).

Amendement 209

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 20 bis

 

Nationale voorlichtingscampagnes betreffende de wetgeving inzake en de bescherming van zwerfdieren

 

1.     De lidstaten worden aangespoord om, in samenwerking met de bevoegde autoriteiten, nationale voorlichtingscampagnes op te zetten en uit te voeren over de bestaande wetgeving inzake de bescherming en het welzijn van honden en katten. Deze campagnes moeten gericht zijn op zowel eigenaars van dieren als het grote publiek om het bewustzijn op het gebied van wettelijke verplichtingen en goede praktijken betreffende dierenverzorging te vergroten.

 

2.     De voorlichtingscampagnes kunnen door de bevoegde autoriteiten worden gevoerd in samenwerking met dierenbeschermingsorganisaties, dierenartsen en andere relevante entiteiten. De verstrekte informatie moet het volgende omvatten:

 

a)

de wettelijke verplichtingen van eigenaars van gezelschapsdieren;

 

b)

de verantwoordelijkheden en maatregelen van lokale overheden bij het beheer van zwerfdieren, en maatregelen om het achterlaten van dieren te voorkomen;

 

c)

stappen die worden aanbevolen wanneer iemand een verloren of achtergelaten dier vindt, waaronder contact opnemen met de diergeneeskundige diensten, dierenasielen of de lokale politie;

 

d)

het belang van verantwoorde adoptie en sterilisatie om het aantal zwerfdieren te verminderen.

 

3.     De lidstaten kunnen voorzien in nationale of regionale financiering voor deze campagnes en kunnen de massamedia en onderwijsinstellingen aansporen om eraan deel te nemen met het oog op een betere verspreiding van de informatie.

 

4.     De Europese Commissie moedigt het delen van goede praktijken tussen de lidstaten aan.

Amendement 210

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 20 ter

 

Maatregelen om het achterlaten van dieren te voorkomen en het steriliseren van honden en katten te bevorderen

 

1.     De lidstaten worden aangespoord om, in samenwerking met de bevoegde autoriteiten, concrete maatregelen te nemen om het achterlaten van honden en katten te voorkomen, onder meer door het grote publiek te onderrichten, eigenaars verantwoordelijk te stellen en bestaande wetgeving doeltreffend te handhaven.

 

2.     Om het aantal zwerfdieren te verminderen, worden de lidstaten aangespoord om nationale en particuliere financiële middelen in kaart te brengen en te gebruiken voor:

 

a)

kosteloze of gesubsidieerde sterilisatiecampagnes voor zwerfhonden en -katten en voor dieren van personen met een laag inkomen of dierenbeschermingsorganisaties;

 

b)

programma’s om gezelschapsdieren te registeren en te identificeren, onder meer door middel van een microchip, om adoptie gemakkelijker te maken, verloren dieren gemakkelijker met hun eigenaars te herenigen en te voorkomen dat dieren worden achtergelaten;

 

c)

acties om het bewustzijn te vergroten en het grote publiek te onderrichten over de verantwoordelijkheid verbonden aan het bezit van een gezelschapsdier en de nadelige gevolgen voor het dierenwelzijn en de gemeenschap van het achterlaten van dieren.

 

3.     De lidstaten kunnen samenwerken met niet-gouvernementele organisaties, dierenklinieken en lokale overheden om deze maatregelen uit te voeren en de toegang van het grote publiek tot sterilisatie- en identificatieprogramma’s te bevorderen.

Amendement 211

Voorstel voor een verordening

Artikel 20 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 20 quater

 

Gegevensbescherming

 

1.     De bevoegde autoriteiten van de lidstaten zijn verwerkingsverantwoordelijken in de zin van Verordening (EU) 2016/679 met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens die zijn verzameld uit hoofde van artikel 7, artikel 7 bis en artikel 19, lid 1, van deze verordening.

 

De Commissie is een verwerkingsverantwoordelijke in de zin van Verordening (EU) 2018/1725 met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens die zijn verzameld uit hoofde van artikel 17, lid 6, en artikel 21, lid 4, tweede alinea, van deze verordening.

 

Het is eenieder die toegang heeft tot de in de eerste en tweede alinea bedoelde persoonsgegevens, verboden persoonsgegevens bekend te maken waarvan hij bij of door de uitoefening van zijn taken kennis heeft gekregen. De lidstaten en de Commissie nemen alle passende maatregelen om inbreuken op dat verbod aan te pakken.

 

De uit hoofde van de eerste en tweede alinea verzamelde persoonsgegevens mogen niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan de officiële controle op de naleving van de welzijns- en traceerbaarheidsvoorschriften uit hoofde van deze verordening en de opsporing van frauduleuze praktijken met het oog op de vaststelling van controlemaatregelen.

 

2.     De in lid 1 van dit artikel bedoelde persoonsgegevens worden bewaard gedurende de volgende perioden:

 

a)

in het geval van artikel 7 en artikel 7 bis, tien jaar na de datum van beëindiging van de activiteit van de inrichting;

 

b)

in het geval van artikel 19, lid 1, twintig jaar na de eerste registratie van de hond of kat in de in dat artikel bedoelde databank of vijf jaar na de registratie van de dood van de hond of kat in die databank;

 

c)

in het geval van artikel 21, lid 4 bis, tweede alinea, vijf jaar na de datum van voorafgaande melding.

Amendement 212

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.    Met ingang van [5 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] mogen honden en katten alleen in de Unie worden binnengebracht om in de Unie in de handel te worden gebracht als zij zijn gehouden in overeenstemming met :

1.   Honden en katten mogen alleen in de Unie worden binnengebracht om in de handel te worden gebracht , mits aan de volgende voorwaarden is voldaan :

Amendement 213

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

hoofdstuk II van deze verordening;

a)

zij zijn gefokt en gehouden in overeenstemming met:

Amendement 214

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1 – punt a – -i (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

i)

hoofdstuk II van deze verordening;

Amendement 215

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

voorwaarden die door de Unie worden erkend als gelijkwaardig aan die welke in deze verordening zijn vastgesteld; of

ii)

voorwaarden die overeenkomstig artikel 129 van Verordening (EU) 2017/625 door de Unie worden erkend als gelijkwaardig aan die welke in hoofdstuk II van deze verordening zijn vastgesteld; of

Amendement 216

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 1 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

in voorkomend geval, de voorschriften van een specifieke overeenkomst tussen de Unie en het land van uitvoer.

iii)

in voorkomend geval, de voorschriften van een specifieke overeenkomst tussen de Unie en het land van uitvoer.

Amendement 217

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.     Met ingang van [5 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] mogen honden en katten alleen in de Unie worden binnengebracht om in de handel te worden gebracht of te worden geleverd, mits zij afkomstig zijn uit een derde land of gebied en uit een inrichting die overeenkomstig de artikelen 126 en 127 van Verordening (EU) 2017/625 in een lijst is opgenomen.

b)

zij zijn afkomstig uit een derde land of gebied en uit een inrichting die overeenkomstig de artikelen 126 en 127 van Verordening (EU) 2017/625 in een lijst is opgenomen.

Amendement 218

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.     Met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze verordening+ 5 jaar] bevat het officiële certificaat dat honden en katten vergezelt die vanuit derde landen en gebieden de Unie binnenkomen een verklaring waaruit blijkt dat aan lid 1 is voldaan en waarin wordt bevestigd dat de honden en katten afkomstig zijn van een inrichting die overeenkomstig lid 2 in een lijst is opgenomen .

2.    Het in artikel 126, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde officiële certificaat dat honden en katten vergezelt die vanuit derde landen en gebieden de Unie binnenkomen om in de handel te worden gebracht, bevat een verklaring waaruit blijkt dat aan lid 1 van dit artikel is voldaan.

Amendement 219

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 4 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.    Onverminderd artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 576/2013 en artikel 74, lid 1, van Verordening (EU) 2020/692 (11) worden honden en katten die de Unie binnenkomen, geïdentificeerd met een microchip als bedoeld in artikel  17, lid 1, die traceerbaarheid mogelijk maakt .

3.    Onverminderd artikel 10, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 576/2013 en artikel 74, lid 1, van Verordening (EU) 2020/692 (11) worden honden en katten die de Unie binnenkomen om in de handel te worden gebracht , vóór hun binnenkomst door een dierenarts geïdentificeerd met een microchip die voldoet aan de eisen van bijlage II. De importeur zorgt ervoor dat honden en katten binnen twee werkdagen na binnenkomst in de Unie door een dierenarts worden geregistreerd in een nationale databank als bedoeld in artikel  19 . De lidstaten mogen registratie door andere personen dan dierenartsen toestaan, mits zij over maatregelen beschikken om te waarborgen dat de in de databank opgenomen informatie correct is.

Amendement 306

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 4 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de honden of katten die de Unie binnenkomen, nog niet zijn geregistreerd in een databank van een lidstaat, zoals bedoeld in artikel 19, lid 1, zorgt de eigenaar of de voor het dier verantwoordelijke persoon er na aankomst op de plaats van bestemming voor dat het dier binnen 48 uur na aankomst in een van de databanken van de lidstaten wordt geregistreerd .

Indien de honden of katten die de Unie binnenkomen, nog niet zijn geregistreerd in een databank van een lidstaat, zoals bedoeld in artikel 19, lid 1, worden zij aan de grens van de Unie door een dierenarts geregistreerd in de databank van de lidstaat van binnenkomst. De registratie wordt gedaan op naam van de eigenaar of de voor het dier verantwoordelijke persoon , en de inrichting van oorsprong die overeenkomstig lid 2 in een lijst is opgenomen wordt daarbij vermeld. De lidstaten kunnen registratie door andere personen dan dierenartsen toestaan, op voorwaarde dat er maatregelen zijn genomen om te waarborgen dat de in de databank opgenomen informatie correct is .

Amendement 221

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.     De binnenkomst van honden en katten in de Unie in het kader van niet-commercieel verkeer, zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 14, van Verordening (EU) 2016/429, wordt door hun eigenaars ten minste vijf werkdagen vóór de overschrijding van de grens van de Unie vooraf gemeld in een onlinedatabank voor reizigers met gezelschapsdieren in de Unie, behalve in de volgende gevallen:

 

a)

honden of katten die rechtstreeks in de Unie worden binnengebracht uit derde landen die zijn opgenomen in de overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. 576/2013 vastgestelde lijst;

 

b)

honden of katten die zijn geregistreerd in een databank van een lidstaat als bedoeld in artikel 19, lid 1. De eigenaar doet voorafgaande melding van de identiteit van de hond of kat en, in voorkomend geval, de identiteit van de gemachtigde persoon die met die hond of kat reist, het identificatienummer van de microchip van de hond of kat, de hoofdbestemming in de Unie en, in voorkomend geval, de geplande datum en plaats van vertrek uit de Unie. Indien de hond of kat langer dan vier maanden in de Unie blijft, zorgt de eigenaar ervoor dat de hond of kat binnen vijf werkdagen na het verstrijken van die vierde maand in de databank van de lidstaat van verblijf wordt geregistreerd.

 

De Commissie creëert en onderhoudt de in de tweede alinea bedoelde onlinedatabank voor reizigers met gezelschapsdieren in de Unie, en kan de ontwikkeling, het onderhoud en de exploitatie van deze databank na een openbare selectieprocedure, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van titel VII van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046, toevertrouwen aan een onafhankelijke entiteit. De toegang tot deze databank wordt beperkt tot de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

Amendement 222

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.     De Commissie is bevoegd om door middel van uitvoeringshandelingen een procedure voor de erkenning door de Unie van gelijkwaardige voorwaarden, zoals bedoeld in lid 1, punt b), vast te stellen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 24 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Schrappen

Amendement 223

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij deze verordening teneinde rekening te houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang, met inbegrip van, in voorkomend geval, wetenschappelijke adviezen van de EFSA , en met sociale, economische en milieueffecten, met betrekking tot:

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 23 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij deze verordening teneinde rekening te houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang, met inbegrip van, in voorkomend geval, wetenschappelijke adviezen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid , en met sociale, economische en milieueffecten, met betrekking tot:

Amendement 224

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

voederfrequenties en het speenproces;

a)

drenk- en voedervereisten en het speenproces;

Amendement 225

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 1 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

verlichtingsparameters ;

c)

verlichtingsvereisten ;

Amendement 226

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 1 – punt h

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

h)

de minimumleeftijd van teven en fokpoezen voor de eerste keer fokken;

h)

minimum- en maximumleeftijd van teven en fokpoezen voor het fokken;

Amendement 227

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – alinea 1 – punt j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j)

voorschriften voor transponders die worden gebruikt voor het merken van honden en katten;

j)

voorschriften voor transponders die worden gebruikt voor de individuele identificatie van honden en katten;

Amendement 228

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De in artikel 6, lid  4 , artikel  10 , lid  2 , en artikel 22 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze verordening].

2.   De in artikel 6, lid  2 bis , artikel  6 bis , lid  3 , en artikel 22 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Amendement 229

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De in artikel 6, lid  4 , artikel  10 , lid  2 , en artikel 22 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheidsdelegatie. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.   De in artikel 6, lid  2 ter , artikel  6 bis , lid  3 , en artikel 22 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheidsdelegatie. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

Amendement 230

Voorstel voor een verordening

Artikel 23 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.   Een overeenkomstig artikel 6, lid  4 , artikel  10 , lid  2 , en artikel 22 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met twee maanden verlengd.

6.   Een overeenkomstig artikel 6, lid  2 ter , artikel  6 bis , lid  3 , en artikel 22 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met twee maanden verlengd.

Amendement 231

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Deze verordening belet niet dat de lidstaten strengere nationale voorschriften handhaven die gericht zijn op een uitgebreidere bescherming van het welzijn van honden en katten en die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van deze verordening , mits die voorschriften niet onverenigbaar zijn met deze verordening en geen belemmering vormen voor de goede werking van de interne markt. Uiterlijk op [de datum van toepassing van deze verordening] stellen de lidstaten de Commissie in kennis van dergelijke nationale voorschriften. De Commissie brengt de maatregelen ter kennis van de andere lidstaten.

1.   Deze verordening belet niet dat de lidstaten strengere nationale voorschriften handhaven of vaststellen die gericht zijn op een uitgebreidere bescherming van het welzijn van honden en katten en hun traceerbaarheid , mits die voorschriften niet onverenigbaar zijn met deze verordening en geen belemmering vormen voor de goede werking van de interne markt. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van dergelijke nationale voorschriften. De Commissie brengt de maatregelen ter kennis van de andere lidstaten.

Amendement 232

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.     Deze verordening belet niet dat de lidstaten strengere nationale maatregelen nemen met het oog op een uitgebreidere bescherming van het welzijn van honden en katten die in inrichtingen op het grondgebied van een lidstaat worden gehouden, met betrekking tot de volgende kwesties inzake dierenwelzijn:

Schrappen

a)

huisvestingsomstandigheden;

 

b)

verminkingen;

 

c)

verrijking;

 

d)

selectie- en fokprogramma’s, met inbegrip van de minimum- en maximumleeftijd voor het fokken.

 

De lidstaten stellen de Commissie van deze nationale voorschriften in kennis voordat zij worden goedgekeurd. De Commissie brengt de maatregelen ter kennis van de andere lidstaten.

 

Amendement 233

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.     De in lid 2 bedoelde maatregelen zijn alleen toegestaan mits zij niet onverenigbaar zijn met deze verordening en geen belemmering vormen voor de goede werking van de interne markt.

Schrappen

Amendement 234

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De lidstaten mogen het op hun grondgebied in de handel brengen van honden en katten die in een andere lidstaat worden gehouden, niet verbieden of belemmeren op grond van het feit dat de betrokken honden en katten niet overeenkomstig hun strengere nationale voorschriften inzake dierenwelzijn zijn gehouden.

4.   De lidstaten met strengere nationale voorschriften als bedoeld in lid 1, mogen het op hun grondgebied in de handel brengen van honden en katten die in een andere lidstaat worden gehouden, niet verbieden of belemmeren op grond van het feit dat de betrokken honden en katten niet overeenkomstig hun strengere nationale voorschriften inzake dierenwelzijn zijn gehouden.

Amendement 235

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Op basis van de overeenkomstig artikel 20 ontvangen verslagen en aanvullende relevante informatie publiceert de Commissie uiterlijk [7 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vijf jaar een monitoringverslag over het welzijn van honden en katten die in de Unie in de handel zijn gebracht.

1.   Op basis van de overeenkomstig artikel 20 ontvangen verslagen en aanvullende relevante informatie publiceert de Commissie uiterlijk [7 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vijf jaar een monitoringverslag over het welzijn van honden en katten die in de Unie in de handel zijn gebracht. In het monitoringverslag worden de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang, sociaal-economische gevolgen en de EU-meerwaarde van deze verordening bij de verwezenlijking van de doelstellingen ervan beoordeeld. De Commissie beoordeelt met name:

Amendement 236

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – punt a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a)

in hoeverre deze verordening een bijdrage heeft geleverd aan het waarborgen van een hoog welzijnsniveau voor honden en katten, door de traceerbaarheid te verbeteren, de illegale handel terug te dringen en de problemen die gepaard gaan met onmenselijke fokpraktijken aan te pakken, met inbegrip van zogenaamde fokkerij van puppy’s en kittens door broodfokkers;

Amendement 237

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – punt b (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b)

of het toepassingsgebied van deze verordening nog altijd geschikt is voor het beoogde doel, rekening houdend met de ontwikkelingen op de markt, wetenschappelijke en technologische vooruitgang en overwegingen in verband met dierenwelzijn, alsmede of de huidige uitzonderingen met het oog op deze ontwikkelingen nog steeds gepast en voldoende zijn;

Amendement 238

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – punt c (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c)

of er zich wetenschappelijke en technologische vooruitgang heeft voorgedaan, met inbegrip van de ontwikkeling van nieuwe identificatiemiddelen, rekening houdend met de technische betrouwbaarheid en de kosteneffectiviteit ervan en hoe invasief deze zijn voor het dier;

Amendement 239

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – punt d (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

d)

de effecten van deze verordening op fokkers, asielen, pleeggezinnen en andere exploitanten, met inbegrip van de administratieve last en de nalevingskosten;

Amendement 240

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – punt e (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e)

het door de lidstaten behaalde handhavings- en nalevingsniveau en de doeltreffendheid van de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten, met inbegrip van gegevensuitwisseling en traceerbaarheidsmechanismen;

Amendement 241

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – punt f (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f)

de haalbaarheid, kosten en voordelen van de invoering van een digitaal paspoort voor honden en katten waarin informatie kan worden opgenomen over de identificatie, vaccinatiestatus en medische voorgeschiedenis van het dier;

Amendement 242

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – punt g (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g)

de haalbaarheid, effecten en evenredigheid van de uitbreiding van de verplichte identificatie en registratie voor alle honden en katten, ook de dieren die door particuliere eigenaars worden gehouden.

Amendement 243

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     Uiterlijk... [2 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] beoordeelt de Commissie de mogelijkheid om honden en katten overeenkomstig artikel 21, lid 3, bij binnenkomst in de Unie te registreren, en dient zij een verslag over de belangrijkste bevindingen in bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.

Amendement 244

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Uiterlijk [ 15 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] voert de Commissie een evaluatie van deze verordening uit, met inbegrip van een beoordeling van een mogelijke maximumleeftijd voor het fokken van honden en katten, en dient zij een verslag over de belangrijkste bevindingen in bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.

2.   Uiterlijk [ 12 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] voert de Commissie een evaluatie van deze verordening uit, met inbegrip van een beoordeling van een mogelijke maximumleeftijd voor het fokken van honden en katten, en dient zij een verslag over de belangrijkste bevindingen in bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.

Amendement 301

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     Uiterlijk... [vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] doet de Commissie het volgende:

 

a)

zij voert een evaluatie en herziening van deze verordening uit, met inbegrip van een beoordeling van een mogelijke maximumleeftijd voor honden en katten waarmee gefokt wordt;

 

b)

zij voert een beoordeling uit van de situatie van zwerfdieren;

 

c)

zij stelt een lijst op van diersoorten die mogen worden gehouden en in de handel mogen worden gebracht, indien uit een voorafgaande effectbeoordeling is gebleken dat een dergelijke lijst een toegevoegde waarde heeft en haalbaar is;

 

d)

zij beoordeelt mogelijke uitbreiding van het toepassingsgebied van deze verordening tot andere dieren door middel van een wijziging van deze verordening;

 

e)

zij beoordeelt de mogelijkheid om gebruik te maken van alternatieve identificatiemiddelen die minder ingrijpend zijn dan het implanteren van een transponder; en

 

f)

zij dient een verslag in over de belangrijkste bevindingen naar aanleiding van de punten a) tot en met e) bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.

Amendement 245

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening en overtredingen die verband houden met de verwaarlozing van gezelschapsdieren, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Amendement 246

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat het niveau van de financiële sancties die zijn opgelegd wegens schending van deze verordening en van de in artikel 2, lid 1, bedoelde regels, met betrekking tot fraude of misleiding, in overeenstemming met het nationale recht ten minste het economisch gewin voor de exploitant weerspiegelt, ofwel, waar passend, een percentage van zijn omzet, en hoog genoeg is om een afschrikkend effect te hebben. In geval van ernstige en herhaalde inbreuken op de voorschriften van deze verordening waarborgen de lidstaten dat de sancties een verbod om met dieren te werken en dieren te bezitten omvatten.

Amendement 279

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In het licht van de administratieve last die asielen en organisaties die verantwoordelijk zijn voor het beheersen van zwerfpopulaties van honden of katten ondervinden bovenop hun bestaande economische beperkingen, kunnen de lidstaten nagaan of het mogelijk is de middelen die worden teruggevorderd uit inbreuken op deze verordening te stroomlijnen ten behoeve van de ondersteuning en kostendekking van de administratieve en operationele kosten van asielen en organisaties die verantwoordelijk zijn voor het beheersen van zwerfpopulaties van honden of katten.

Amendement 247

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zij is van toepassing met ingang van [2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening], tenzij in deze verordening anders is bepaald .

Zij is van toepassing met ingang van [2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening], behalve:

 

i)

artikel 13 is van toepassing met ingang van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening;

 

ii)

artikel 9, lid 2, en artikel 19, lid 1, zijn van toepassing met ingang van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening;

 

iii)

artikel 12, artikel 17, leden 4 en 6, artikel 19, leden 2 en 2 bis, en artikel 21, leden 1 tot en met 4 bis, zijn van toepassing met ingang van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening;

 

iv)

artikel 7 bis is van toepassing met ingang van zes jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening; en

 

v)

artikel 17, leden 1 tot en met 3, is met betrekking tot honden van toepassing met ingang van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening en met betrekking tot katten met ingang van zeven jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Amendement 248

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.

Voederen

1.

Voederen en drenken

Amendement 249

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 1 – 1.1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.1.

De exploitant past de volgende voederfrequenties toe:

1.1.

Honden en katten worden ten minste tweemaal per dag gevoederd. Puppy’s en kittens worden vaker gevoederd.

 

Deze voorschriften zijn niet van toepassing op fokbedrijven waar honden die de kudde bewaken worden gehouden tijdens de periode waarin die honden worden ingezet als herdershond.

Amendement 250

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 1 – 1.1 – a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

volwassen katten en honden moeten tweemaal per dag worden gevoederd;

Schrappen

Amendement 252

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 1 – 1.1 – c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

puppy’s jonger dan acht weken moeten ten minste vijf keer per dag worden gevoederd;

Schrappen

Amendement 253

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 1 – 1.1 – d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

kittens jonger dan twaalf weken moeten ten minste vier keer per dag worden gevoederd.

Schrappen

Amendement 254

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 1 – 1.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.2.

Elke pasgeboren puppy of kitten wordt in de eerste twee dagen van zijn leven gevoederd met colostrum van de teef of fokpoes.

1.2.

Elke puppy of kitten wordt ten minste in de eerste twee dagen van zijn leven gevoederd met colostrum , en daarna met melk van de moeder of een lacterende teef of fokpoes. Indien dit niet mogelijk is omdat de teef of fokpoes ziek is of anderszins niet in staat is haar jongen te voeden of dit niet voldoende is, wordt de puppy of kitten gevoederd met een melkvervanger die is ontworpen voor puppy’s en kittens, met een voederfrequentie zoals voorgeschreven door de producent van de vervanger of door een dierenarts.

Amendement 255

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 1 – 1.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.3.

Als de teef of de fokpoes ziek is of anderszins niet in staat is haar jongen te voeden, verstrekt de exploitant melk van andere teven en fokpoezen op dezelfde houderij en aanvullende flesvoeding voor puppy’s en kittens met de door de producent van de flesvoeding of een dierenarts voorgeschreven voederfrequentie, totdat het spenen is afgerond.

Schrappen

Amendement 256

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 1 – 1.4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.4.

De exploitant zorgt ervoor dat alle niet gespeende puppy’s en kittens voldoende melk krijgen om gestaag in lichaamsgewicht toe te nemen.

1.4.

Alle niet gespeende puppy’s en kittens krijgen voldoende melk , melkvervangers of een combinatie daarvan om gestaag in lichaamsgewicht toe te nemen.

Amendement 257

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 2 – 2.1 – alinea 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

10 tot 26 °C in de binnenruimten waar volwassen honden worden gehouden;

Schrappen

Amendement 258

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 2 – 2.1 – alinea 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

15 tot 26 °C in de binnenruimten waar volwassen katten worden gehouden;

Schrappen

Amendement 259

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 2 – 2.2 – 2.2.1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.2.1.

In voorkomend geval moet kunstmatige verlichting aanwezig zijn gedurende een periode die ten minste gelijk is aan de periode waarin normaal gesproken daglicht beschikbaar is tussen 9.00  uur en 17.00 uur .

2.2.1.

Honden en katten worden gedurende ten minste zeven uur per dag aan licht blootgesteld .

Amendement 260

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 2 – 2.2 – 2.2.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.2.2.

Kunstmatige verlichting moet met breed of volledig spectrum zijn.

2.2.2.

Kunstmatige verlichting moet met breed of volledig spectrum zijn , met een frequentie van ten minste 80 hertz .

Amendement 261

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 2 – 2.2 – 2.2.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.2.3.

De verlichtingssterkte bedraagt ten minste 50 lux ter hoogte van de kop van een dier.

Schrappen

Amendement 262

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 2 – 2.2 – 2.2.4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.2.4.

De dieren moeten ten minste acht uur per dag in het donker kunnen blijven .

2.2.4.

Honden en katten worden ten minste acht uur per dag niet blootgesteld aan kunstlicht .

Amendement 263

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 2 – 2.2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2.2 bis.

Honden hebben in totaal ten minste één uur per dag toegang tot een buitenruimte of worden dagelijks ten minste één uur uitgelaten, zodat zij kunnen bewegen, verkennen en socialiseren.

Amendement 264

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 2 – 2.3 – 2.3.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.3.3.

Indien de leefruimten door meer dan één hond of kat worden bezet, moeten exploitanten specifieke maatregelen (bv. scheidingswanden) nemen om ervoor te zorgen dat deze dieren geen bedreiging vormen voor elkaar als gevolg van agressief gedrag.

2.3.3.

Indien de leefruimten door meer dan één hond of kat worden bezet, moeten exploitanten specifieke maatregelen (bv. scheidingswanden) nemen om ervoor te zorgen dat deze dieren geen bedreiging vormen voor elkaar als gevolg van agressief gedrag.

 

De lidstaten kunnen afwijkingen van de in punt 2.3.1 vastgestelde vereisten voor de minimaal beschikbare ruimte toestaan voor jachthonden die het gewend zijn in een roedel te leven.

Amendement 265

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 3 – 3.2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.2.

Met teven mag alleen worden gefokt als zij ten minste 18 maanden oud zijn ;

3.2.

Met teven mag alleen worden gefokt vanaf de tweede bronst ;

Amendement 266

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 3 – 3.3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.3.

Exploitanten staan binnen een periode van twee jaar maximaal drie nesten per teef of fokpoes toe .

3.3.

Een teef of fokpoes brengt niet meer dan drie nesten voort binnen een periode van twee jaar.

Amendement 267

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 3 – 3.4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.4.

Na drie opeenvolgende zwangerschappen van een teef of fokpoes waarbij een nest wordt voortgebracht binnen een periode van twee jaar zorgen de exploitanten voor een herstelperiode door gedurende een periode van ten minste één jaar te voorkomen dat de teef of fokpoes drachtig wordt .

3.4.

Voor teven en fokpoezen die binnen een periode van twee jaar drie nesten hebben voortgebracht, met inbegrip van doodgeboren nesten, geldt een herstelperiode van ten minste één jaar.

Amendement 268

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 3 – 3.4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3.4 bis.

Een teef of fokpoes die twee keizersneden heeft ondergaan, mag niet langer voor de fokkerij worden gebruikt.

Amendement 269

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 3 – 3.4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3.4 ter.

Voordat teven van acht jaar of ouder en fokpoezen van zes jaar of ouder voor de fokkerij worden gebruikt, worden zij lichamelijk onderzocht door een dierenarts, die schriftelijk bevestigt dat er op het moment van het onderzoek geen contra-indicaties voor zwangerschap waren. De exploitant bewaart de schriftelijke bevestiging gedurende een periode van ten minste drie jaar.

Amendement 270

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – punt 4 – 4.1 – c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

ruimten waar katten en honden worden gehouden, zijn uitgerust met verrijkingsstructuren en -voorwerpen die toegankelijk zijn voor alle dieren, waardoor voor een stimulerende omgeving wordt gezorgd en frustratie bij de dieren wordt verminderd;

c)

ruimten waar katten en honden worden gehouden, zijn uitgerust met verrijkingsstructuren en -voorwerpen die toegankelijk zijn voor alle dieren, waardoor voor een stimulerende omgeving en, indien mogelijk, klimstructuren en schuilplaatsen wordt gezorgd en frustratie bij de dieren wordt verminderd;

Amendement 271

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Transponders die worden gebruikt voor het identificeren van katten en honden zoals voorgeschreven in artikel  16 , moeten aan de volgende eisen voldoen:

Transponders die worden gebruikt voor het individueel identificeren van honden en katten zoals voorgeschreven in artikel  17 en artikel 21 , moeten aan de volgende eisen voldoen:

Amendement 272

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.

Het aantal honden en katten dat per jaar van een microchip wordt voorzien als bedoeld in artikel 17;

1.

Het aantal honden en katten dat per jaar wordt geregistreerd als bedoeld in artikel 17 en artikel 21, lid 4 ;

Amendement 273

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.

Het aantal inrichtingen dat per jaar wordt geregistreerd overeenkomstig artikel 7;

Amendement 274

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.

Het aantal jaarlijks erkende fokbedrijven als bedoeld in artikel  16 .

2.

Het aantal jaarlijks erkende fokbedrijven als bedoeld in artikel  7 bis .

Amendement 275

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – punt 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.

Het aantal fokbedrijven en verkoopinrichtingen per jaar waarvan de erkenning is geschorst of ingetrokken.


(1)  De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 60, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A10-0104/2025).

(4)  Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 33).

(4)  Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 33).

(11)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 van de Commissie van 30 januari 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de binnenkomst in de Unie en het na binnenkomst verplaatsen van en werken met zendingen van bepaalde dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 379).

(11)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 van de Commissie van 30 januari 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de binnenkomst in de Unie en het na binnenkomst verplaatsen van en werken met zendingen van bepaalde dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 379).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/6280/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top