EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 25.11.2021
COM(2021) 721 final
2021/0376(COD)
Voorstel voor een
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen
(Voor de EER relevante tekst)
{SEC(2021) 570 final} - {SWD(2021) 340 final} - {SWD(2021) 341 final}
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Dit wetgevingsvoorstel bevat wijzigingen van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (Richtlijn 2011/61/EU – abi-beheerdersrichtlijn) en, voor zover relevant, van de richtlijn betreffende instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (Richtlijn 2009/65/EG – icbe-richtlijn).
De Commissie heeft de toepassing en het toepassingsgebied van de abi-beheerdersrichtlijn geëvalueerd overeenkomstig artikel 69 van de richtlijn. De Commissie was van oordeel dat een aantal kwesties die bij de evaluatie van de abi-beheerdersrichtlijn aan de orde kwamen, even relevant is voor de activiteiten van icbe’s. Dit wetgevingsvoorstel heeft tot doel deze kwesties aan te pakken door de abi-beheerdersrichtlijn en de icbe-richtlijn te wijzigen om de desbetreffende vereisten beter op elkaar af te stemmen.
De abi-beheerdersrichtlijn is op 8 juni 2011 vastgesteld als onderdeel van de beleidsreactie op de wereldwijde financiële crisis, die zwakke punten en kwetsbaarheden in bepaalde fondsactiviteiten aan het licht bracht die de risico’s in het bredere financiële stelsel zouden kunnen versterken.
Als regelgevingsinitiatief na een crisis streeft de abi-beheerdersrichtlijn naar een coherente toezichtbenadering van de risico’s die de activiteiten van alternatieve beleggingsinstellingen (abi’s) voor het financiële stelsel kunnen genereren of meebrengen. De richtlijn beoogt ook een hoog niveau van beleggersbescherming te waarborgen en tegelijkertijd de integratie van abi’s op de EU-markt te vergemakkelijken. Beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi-beheerders) zijn verplicht de risico’s doeltreffend te beheren en te zorgen voor voldoende transparantie van de activiteiten van de abi’s die zij beheren. Wanneer zij aan deze vereisten voldoen, kunnen zij met één vergunning van de toezichthouder in hun lidstaat van herkomst abi’s beheren en verhandelen aan professionele beleggers in de hele Unie. De abi-beheerdersrichtlijn is een belangrijke pijler van de kapitaalmarktenunie (KMU) geworden omdat beleggingsfondsen toegang kunnen bieden tot marktgebaseerde financieringsbronnen en beleggers in staat kunnen stellen hun spaartegoeden beter over de gekozen tijdshorizon toe te wijzen volgens hun voorkeuren.
Bij de evaluatie van het toepassingsgebied en de werking van het rechtskader inzake abi-beheerders werd geconcludeerd dat de normen voor het waarborgen van een hoog niveau van beleggersbescherming grotendeels effectief zijn. De regels inzake belangenconflicten, openbaarmaking en transparantie zijn nodig om beleggers te beschermen. Dankzij de waarderingsregels, die nodig zijn voor de vaststelling van het aandeel van elke belegger in een bepaalde abi en voor het monitoren van de prestaties van de abi, is er meer discipline en structuur gekomen in het proces van waardering van activa. Tot slot worden de beleggersbelangen beschermd door de bewaardersregeling, die de plichten en aansprakelijkheid van bewaarders regelt, inclusief de bewaring van abi-activa en het toezicht op abi-activiteiten. Deze regeling ondersteunt ook de ordelijke werking van de markt voor beleggingsfondsen.
Financiële stabiliteit en marktintegriteit zijn belangrijke doelstellingen van de abi-beheerdersrichtlijn. De abi-beheerdersrichtlijn heeft instrumenten ingevoerd om macroprudentiële monitoring van en toezicht op risico’s voor de financiële stabiliteit te verbeteren. Abi-beheerders moeten aan de toezichthouders verslag uitbrengen over de belangrijkste blootstellingen van abi’s, hun liquiditeitsprofiel en hefboomfinanciering. De rapportage aan de toezichthouder ondersteunt een doeltreffend macroprudentieel toezicht en is nuttig voor de monitoring van de markt, maar de granulariteit van de gerapporteerde gegevens kan worden verbeterd. De abi-beheerdersrichtlijn heeft een doeltreffend netwerk voor samenwerking tussen toezichthouders opgezet, dat wordt gecoördineerd door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) en bijdraagt tot de convergentie van de toezichtbenaderingen voor abi-activiteiten in de Europese Unie.
Uit de beoordeling van de Commissie blijkt dat de abi-beheerdersrichtlijn over het algemeen aan haar doelstellingen voldoet en dat de EU-brede harmonisatie van regelgevingsnormen de integratie van de Europese markt voor collectieve beleggingsfondsen heeft vergemakkelijkt. De beleggingsfondsensector is sinds 2008 ruwweg verdrievoudigd in omvang, van 5,5 biljoen EUR tot meer dan 15 biljoen EUR aan activa, en de activa als percentage van de totale activa van de financiële sector zijn aanzienlijk toegenomen. Deze sector heeft verbindingen met de bredere financiële sector, zodat het belangrijk is potentiële systeemrisico’s op passende wijze te beheren.
De abi-beheerdersrichtlijn bevat algemene regels inzake liquiditeitsbeheer, het gebruik van hefboomfinanciering en waardering voor het beheer van risico’s op fondsniveau. Deze vereisten zijn echter niet specifiek genoeg om volledig rekening te houden met de specifieke kenmerken van het beheer van directe leningsactiviteiten door abi’s en om de potentiële micro- en macrorisico’s aan te pakken. Versnippering van de regelgeving, wanneer nationale kaders worden vastgesteld om het initiëren van leningen door fondsen te regelen, leidt tot moeilijkheden bij het identificeren van en doeltreffend reageren op potentiële marktbrede effecten die uit de activiteiten van dergelijke fondsen kunnen voortvloeien. Uiteenlopende nationale regelgevingsbenaderingen ondermijnen bovendien de totstandbrenging van een doeltreffende interne markt voor abi’s die leningen initiëren, door regelgevingsarbitrage en uiteenlopende niveaus van beleggersbescherming in de hand te werken.
Voorts bleek uit de evaluatie dat de bij de toezichthoudende autoriteiten ingediende marktgegevens lacunes bevatten of niet gedetailleerd genoeg waren, waardoor het voor de autoriteiten moeilijker werd om een opeenhoping van risico’s en de verspreiding daarvan naar het bredere financiële stelsel te onderkennen. Het wetgevingsvoorstel heeft tot doel het verzamelen van relevante gegevens te verbeteren en eventuele inefficiënte dubbele rapportagebepalingen uit andere Europese en nationale wetgeving te schrappen in overeenstemming met de bredere strategie voor toezichtgegevens, zoals aangekondigd in de strategie voor het digitale geldwezen.
Dankzij instrumenten voor liquiditeitsbeheer kunnen beheerders van open-end-fondsen, waaronder open-end-abi’s en alle icbe-fondsen, de terugbetalingsdruk onder gespannen marktomstandigheden aanpakken en de beleggersbelangen beter beschermen. Het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB) en de ESMA bevelen aan de regels inzake het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer te harmoniseren. Momenteel voorzien de abi-beheerdersrichtlijn en de icbe-richtlijn niet in een geharmoniseerde minimale set instrumenten voor liquiditeitsbeheer.
Voorts zouden de belangen van beleggers beter gediend zijn met een wijziging van de regels van de abi-beheerdersrichtlijn om de efficiëntie op de markt voor bewaardiensten te verhogen. In kleinere, geconcentreerdere markten waar er minder dienstverleners zijn, is het moeilijker om te voldoen aan het huidige vereiste in de abi-beheerdersrichtlijn dat een bewaarder in dezelfde lidstaat gevestigd moet zijn als de benoemende EU-abi. Een gebrek aan concurrentie leidt tot hogere kosten voor fondsbeheerders en minder efficiënte fondsstructuren, wat van invloed kan zijn op het rendement van beleggers. De efficiëntiewinst bij het beheer van beleggingsfondsen kan worden vergroot door de concentratie op de bewaardersmarkt in bepaalde landen te verminderen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat dienstverleners zich aan Europese normen houden.
Er zijn aanwijzingen dat bewaarders soms wordt belet hun taken uit te voeren wanneer de activa van het fonds door een centrale effectenbewaarinstelling worden bewaard. Centrale effectenbewaarinstellingen worden niet als gedelegeerden van de bewaarder beschouwd. Deze juridische situatie garandeert niet in alle gevallen een stabiele informatiestroom tussen de bewaarnemer van een actief van een abi of icbe en de bewaarder. Bewaarders kunnen hun toezichtstaken dan ook niet doeltreffend vervullen als er geen stabiele informatiestroom over de portefeuillebewegingen is. Deze juridische situatie kan de beleggersbescherming ondermijnen.
De delegatieregeling in de rechtskaders voor abi-beheerders en icbe’s maakt het mogelijk beleggingsportefeuilles efficiënt te beheren en de nodige deskundigheid binnen te halen voor een bepaalde geografische markt of activaklasse. Dit model draagt bij tot het succes van de EU-labels voor fondsen en beheerders. Tegelijkertijd wordt in de evaluatie geconcludeerd, zoals door de ESMA wordt onderschreven, dat verschillende nationale toezichtpraktijken om te voldoen aan de EU-voorschriften voor het delegeren van risico- of portefeuillebeheer aan derden, leiden tot inconsistenties die afbreuk kunnen doen aan het algemene niveau van beleggersbescherming. Onvoldoende duidelijkheid van de toepasselijke regelgevingsnormen vermindert de rechtszekerheid, vergroot de verschillen in toezichtresultaten en zorgt uiteindelijk niet voor een uniform niveau van beleggersbescherming in de hele Unie.
Er zouden aanvullende maatregelen ter uitvoering van de voorschriften van de richtlijn nodig zijn om ervoor te zorgen dat abi-beheerders de nodige personele middelen inzetten om de behouden taken uit te voeren wanneer sommige taken aan derden worden gedelegeerd. Ook zou een groot deel van de uitvoeringsvoorschriften die op dit gebied zijn vastgelegd in de verordening inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (“abi-beheerdersverordening”), naar het icbe-regelgevingskader moeten worden overgeheveld. Deze maatregelen zouden worden vastgelegd in de uitvoeringshandelingen van de Commissie zodra de opdracht daartoe is verleend door middel van de goedkeuring van dit voorstel tot wijziging van de richtlijnen.
Er worden wijzigingen voorgesteld in zowel de abi-beheerdersrichtlijn als de icbe-richtlijn inzake delegatie, liquiditeitsrisicobeheer, gegevensrapportage voor marktmonitoringdoeleinden en de behandeling van bewaarnemers, terwijl alleen de abi-beheerdersrichtlijn wordt gewijzigd wat betreft de activiteiten van leninginitiërende beleggingsfondsen en de toegang tot grensoverschrijdende bewaardiensten.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De voorstellen tot wijziging van de Europese wetgeving inzake beleggingsfondsen stroken met het plan van de Commissie voor een kapitaalmarktenunie dat op 24 september 2020 is goedgekeurd. Het doel van de kapitaalmarktenunie is kapitaal door de EU te laten stromen ten voordele van consumenten, beleggers en bedrijven, ongeacht hun locatie. De COVID-19-crisis heeft de totstandbrenging van de KMU urgenter gemaakt, aangezien marktfinanciering van essentieel belang is voor het herstel van de Europese economie en de terugkeer naar langetermijngroei. De voorgestelde wetgevingswijzigingen zouden de integratie van de fondsenmarkt ondersteunen en zo bijdragen tot de verwezenlijking van die doelstellingen.
In een efficiënte en doeltreffend gecontroleerde KMU kunnen leninginitiërende fondsen een alternatieve financieringsbron vormen voor grote ondernemingen en kmo’s, zodat zij toegang krijgen tot een breder scala aan concurrerend geprijsde financieringsopties. Deze fondsen kunnen een rechtstreekse bijdrage leveren aan het scheppen van banen, de economische groei, innovatie, groene transitie en het herstel van de COVID-19-pandemie. Leninginitiërende fondsen kunnen ook als achtervang of schokdemper dienen door leningfinanciering te blijven verstrekken wanneer de liquiditeit beperkt is doordat traditionelere kredietverstrekkers zich uit de markt hebben teruggetrokken. Daarom zijn de wetgevingsvoorstellen afgestemd op de algemene KMU-strategie om door te gaan met de totstandbrenging van een interne markt voor financiële diensten en financiering toegankelijker te maken voor Europese bedrijven.
Voorts beogen de voorgestelde wijzigingen van de abi-beheerdersrichtlijn en de icbe-richtlijn de beleggersbelangen beter te beschermen door ervoor te zorgen dat de beheerders van beleggingsfondsen die hun taken aan derden delegeren, zich houden aan dezelfde hoge normen die in de hele Unie gelden.
Bovendien bevat het voorstel tot wijziging van de abi-beheerdersrichtlijn maatregelen betreffende de beschikbaarheid en het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer in gespannen marktomstandigheden. De mogelijkheid om instrumenten voor liquiditeitsbeheer te activeren kan de waarde van het geld van beleggers beschermen, de liquiditeitsdruk op het fonds verminderen en bredere systeemrisico’s beperken in situaties van marktbrede stress. Het voorstel voor toezichtrapportage draagt bij tot de totstandbrenging van een gemeenschappelijke gegevensruimte in de financiële sector, die deel uitmaakt van de strategie voor het digitale geldwezen. Door abi-beheerders en icbe’s gerapporteerde gegevens zouden deel uitmaken van een geïntegreerd systeem voor gegevensverzameling dat nauwkeurige, vergelijkbare en tijdige gegevens verstrekt aan Europese en nationale toezichthoudende autoriteiten en tegelijkertijd de totale rapportagekosten en -lasten voor alle partijen tot een minimum beperkt.
Voorts zal de herziening van de abi-beheerdersrichtlijn gevolgen hebben voor de abi-beheerders die abi’s beheren die onder de verordening betreffende Europese langetermijnbeleggingsinstellingen (Eltif’s) vallen (Verordening (EU) 2015/760 – de Eltif-verordening). De Eltif-verordening is een Europese productverordening die parallel met de abi-beheerdersrichtlijn wordt herzien, en op dezelfde dag als dit voorstel wordt een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de Eltif-verordening goedgekeurd. Abi-beheerders die Eltif’s beheren zullen waarschijnlijk baat hebben bij gemakkelijkere toegang tot grensoverschrijdende bewaardiensten als die fondsen zich op kleinere markten bevinden. Verbetering van de vereisten voor toezichtrapportage zou op langere termijn ook een positief effect hebben op de regeldruk voor abi-beheerders die Eltif’s beheren. De opname van centrale effectenbewaarinstellingen in de bewaarnemingsketen zou een positief effect hebben op de beleggersbelangen wat betreft het aandeel van de bezittingen van Eltif’s dat door de centrale effectenbewaarinstellingen in bewaring kan worden gehouden.
Een ander punt van interactie tussen de Eltif-verordening en de gewijzigde abi-beheerdersrichtlijn zal betrekking hebben op leninginitiëringsactiviteiten. De voorgestelde richtlijn zou een aantal algemene beginselen opleggen aan abi-beheerders die op kredietmarkten actief zijn. De voorgestelde drempels voor het verstrekken van leningen door abi’s aan financiële instellingen zijn afgestemd op de diversificatiedrempel die geldt voor Eltif’s die alleen aan retailbeleggers worden verhandeld. Indien er verschillen zijn tussen de abi-beheerdersrichtlijn en de Eltif-verordening, dan zouden de productvoorschriften van de Eltif-verordening als lex specialis gelden.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De totstandbrenging van een interne markt voor leninginitiërende fondsen zal naar verwachting de beschikbaarheid van alternatieve financieringsbronnen voor de reële economie vergroten. De activiteiten van dergelijke fondsen op de kredietmarkt zullen waarschijnlijk de overgang naar een duurzame toekomst vergemakkelijken door te investeren in de groene economie, waardoor bredere doelstellingen van de Europese Green Deal worden ondersteund.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Artikel 53, lid 1, VWEU (oud artikel 47, lid 2, van het EG-Verdrag) is de rechtsgrondslag voor de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG. Voor de gekozen beleidsopties en de specifieke opzet van de regels is de passende rechtsgrondslag artikel 53, lid 1, VWEU betreffende de toegang tot en de uitoefening van werkzaamheden anders dan in loondienst. Dat wordt gebruikt om financiële intermediairs en hun beleggingsdiensten en -activiteiten te reguleren.
De voorgestelde verbeteringen van de abi-beheerdersrichtlijn beogen degelijke procedures voor het initiëren van leningen door abi’s alsook de marktintegratie in dit segment te bevorderen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de risico’s voor de financiële stabiliteit over het geheel genomen beter worden gemonitord. De regels inzake de beschikbaarheid en het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer door abi-beheerders en icbe’s moeten worden geharmoniseerd om ervoor te zorgen dat fondsbeheerders van open-end-fondsen of toezichthouders in gespannen marktomstandigheden doeltreffender reageren. De vergemakkelijking van de toegang tot grensoverschrijdende bewaardiensten beoogt de integratie van de EU-markt voor abi’s te bevorderen door een hoog niveau van beleggersbescherming te waarborgen. Het voorstel streeft naar een coherente aanpak van de delegatieactiviteiten van Europese beleggingsfondsbeheerders en toezichthouders.
Unilaterale maatregelen van lidstaten volstaan niet om de leemten in de abi-beheerdersrichtlijn op te vullen en kunnen deze doelstellingen afzonderlijk niet verwezenlijken. De EU kan bijgevolg maatregelen treffen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
De abi-beheerdersrichtlijn en de icbe-richtlijn zijn vastgesteld met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, waarbij de inherent transnationale doelstellingen van het tegengaan van marktfragmentatie, het aanpakken van de risico’s voor de financiële stabiliteit en het waarborgen van een hoog niveau van beleggersbescherming worden nagestreefd. Er is voor een richtlijn gekozen om een passend evenwicht te vinden tussen het EU-niveau en het nationale niveau.
De voorgestelde verbeteringen in de abi-beheerdersrichtlijn en de icbe-richtlijn completeren dit regelgevingsgeheel met aanvullende regelgevingsvereisten en verduidelijkingen en beogen het evenwicht te bewaren tussen de harmonisatie van belangrijke risicobeheersmaatregelen en het behoud van de flexibiliteit van de lidstaten om de overeengekomen regelgevingsnormen ten uitvoer te leggen.
•Evenredigheid
De voorgestelde wijzigingen nemen het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde evenredigheidsbeginsel in acht en gaan niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen van voltooiing van een interne markt voor abi’s, een coherente aanpak van macroprudentieel toezicht op de EU-markt voor abi’s en een hoog niveau van beleggersbescherming te verwezenlijken.
Nieuwe vereisten die aan leninginitiërende abi’s worden opgelegd, zijn zo nodig als algemene beginselen ontworpen. Wanneer de regelgevingseisen specifiek zijn, verstoren zij de bestaande bedrijfsmodellen niet onnodig. Wat beleggersbescherming betreft, stroken de voorgestelde aanvullende openbaarmakingsvereisten met de beste marktpraktijk die moet worden uitgebreid tot alle beleggers in de Unie, zodat hetzelfde niveau van beleggersbescherming wordt gewaarborgd.
De voorstellen om grensoverschrijdende toegang tot bewaardiensten mogelijk te maken, zorgen voor een juist evenwicht tussen de behoeften van abi’s en beleggers, zodat risico’s die zich zouden kunnen voordoen als er geen alomvattende regulering van de bewaardiensten op EU-niveau zou zijn, worden afgewend. Bovendien is de opname van centrale effectenbewaarinstellingen in de bewaarnemingsketen nodig om een leemte in de regelgeving op te vullen die afbreuk doet aan het vermogen van bewaarders om hun taken uit te voeren en die mogelijk nadelig is voor beleggers in abi’s en icbe’s. De voorgestelde maatregel is evenredig en houdt rekening met de status van entiteiten die al een vergunning hebben.
De voorgestelde verduidelijkingen voor de delegatieregelingen behouden de waardevolle kenmerken ervan en zorgen ervoor dat voldoende personele middelen worden ingezet om toezicht te houden op de gedelegeerde, en dat kerntaken door de beheerder van een abi of icbe worden aangehouden.
Bijgevolg is het wetgevingsvoorstel evenredig met de nagestreefde doelstellingen.
•Keuze van het instrument
Dit voorstel wijzigt de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG. Het is daarom het meest aangewezen om een richtlijn te kiezen als instrument om de bestaande regels te wijzigen.
Het doel is het harmoniseren van nationale regels die de marktfragmentatie vergroten, waardoor inefficiënties op de abi-markt worden gecreëerd en de bescherming van beleggers in abi’s en icbe's wordt ondermijnd. Het voorstel heeft tot doel de regelgevingsnormen die de lidstaten in hun nationale wetgeving kunnen opnemen, te harmoniseren en te verduidelijken, om de marktintegratie te bevorderen, de marktmonitoring te verbeteren en in de hele Unie hetzelfde niveau van beleggersbescherming te waarborgen. Daarom is een richtlijn die de nodige wijzigingen in de bestaande richtlijnen betreffende de activiteiten van abi-managers en icbe's aanbrengt, de meest passende keuze.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
De Commissie heeft de abi-beheerdersrichtlijn geëvalueerd en is tot de conclusie gekomen dat deze richtlijn over het algemeen goed heeft gefunctioneerd en grotendeels heeft voldaan aan haar doelstellingen van totstandbrenging van een doeltreffend toezichtskader voor abi-beheerders, waarborging van een hoog niveau van beleggersbescherming en vergemakkelijking van de totstandkoming van de EU-markt voor abi’s. Gezien de nieuwe marktontwikkelingen sinds de inwerkingtreding van de abi-beheerdersrichtlijn zou de richtlijn echter kunnen worden verbeterd ten aanzien van elementen waarmee tijdens de opstelling van de richtlijn onvoldoende rekening is gehouden.
Uiteenlopende nationale benaderingen bemoeilijken het verrichten van diensten in een andere lidstaat en belemmeren de ontwikkeling van de interne markt voor abi’s. Een ontoereikend aanbod van bewaardiensten en verschillende nationale regelgevingsnormen voor leninginitiërende abi’s ondermijnen het gelijke speelveld voor abi’s. Bovendien maken uiteenlopende nationale regels voor leninginitiërende abi’s en ontoereikende toegankelijkheid van marktgegevens voor toezichthouders het voor toezichthouders moeilijk het risico voor de financiële stabiliteit te monitoren en de marktintegriteit te beschermen. Evenzo kunnen beheerders van open-end-fondsen of toezichthouders in gespannen marktomstandigheden minder doeltreffend reageren als gevolg van de uiteenlopende beschikbaarheid van instrumenten voor liquiditeitsbeheer. Tot slot doen verschillende interpretaties van de delegatieregels door toezichthouders afbreuk aan de rechtszekerheid voor fondsbeheerders en het hoge niveau van beleggersbescherming, met name wanneer Europese entiteiten risico- of portefeuillebeheer buiten de Europese Unie delegeren.
•Raadpleging van belanghebbenden
Op 22 oktober 2020 is een openbare raadpleging over de herziening van de abi-beheerdersrichtlijn gestart met 102 vragen over diverse aspecten. De raadpleging is op 29 januari 2021 afgesloten met 132 antwoorden.
Iets meer dan de helft van de respondenten had geen mening over de noodzaak tot harmonisatie van de vereisten voor abi-beheerders die leninginitiërende abi’s beheren. Tot deze groep behoorden de grootste brancheverenigingen. 23 % van de respondenten was van mening dat er geen verdere regels nodig zijn, terwijl onder de overheidsinstanties 7 van de 10 lidstaten het ermee eens waren dat de vereisten voor abi-beheerders die leninginitiërende abi’s beheren, op EU-niveau moeten worden geharmoniseerd. Zij achtten EU-regels nodig om te zorgen voor een gelijk speelveld en om de risico’s aan te pakken die deze activiteit kan meebrengen. In het voorstel is een goed evenwicht gevonden tussen wat nodig is om de financiële stabiliteit te beschermen en om de ontwikkeling van de markt voor leninginitiërende abi’s in de Unie te vergemakkelijken.
Evenzo steunde een meerderheid van de overheidsinstanties het voorstel om de delegatieregels voor de abi-beheerdersrichtlijn en de icbe-richtlijn te verduidelijken. Daarentegen acht de overgrote meerderheid van de respondenten uit de sector de regels duidelijk genoeg om de oprichting van brievenbusmaatschappijen in de EU te voorkomen. Niettemin wilden sommige respondenten meer duidelijkheid over de vraag of een bedrijfspraktijk binnen het toepassingsgebied van de delegatie valt, aangezien de interpretaties van de lidstaten aanzienlijk uiteenlopen. Het voorstel biedt de nodige verduidelijkingen en behoudt tegelijkertijd de voordelen van de delegatieregelingen van de abi-beheerdersrichtlijn en de icbe-richtlijn.
Er is brede steun onder belanghebbenden uit de particuliere en de publieke sector voor het harmoniseren van instrumenten voor liquiditeitsbeheer op EU-niveau (28/40 in totaal, 8/9 overheidsinstanties, 15/23 bedrijfsleven). Er is ook steun voor een betere samenwerking tussen nationale bevoegde autoriteiten wanneer instrumenten voor liquiditeitsbeheer worden geactiveerd (15/40 in totaal, 5/9 overheidsinstanties, 6/23 bedrijfsleven), met name in situaties met grensoverschrijdende gevolgen. Zij steunen het voorstel om de beschikbaarheid van instrumenten voor liquiditeitsbeheer in de hele Unie te vergroten en fondsbeheerders en toezichthouders de bevoegdheid te geven om in gespannen marktomstandigheden instrumenten voor liquiditeitsbeheer te gebruiken.
De meerderheid van de belanghebbenden (ongeveer 70 %) en de ESMA (in haar advies) zijn er voorstander van centrale effectenbewaarinstellingen in de bewaarnemingsketen op te nemen. Het voorstel is evenredig, want het verplicht bewaarders er niet toe due diligence te verrichten ten aanzien van de Europese centrale effectenbewaarinstellingen.
Ten aanzien van kleinere bewaardersmarkten hebben de overheidsinstanties van de lidstaten in hun reactie op de openbare raadpleging aangegeven dat zij voorstander waren van de gekozen optie om nationale bevoegde autoriteiten de bevoegdheid te verlenen om grensoverschrijdend bewaardiensten in te kopen. De meerderheid van de respondenten was geen voorstander van de invoering van het bewaarderspaspoort, gezien het risico van concentratie op de bewaardersmarkt, lagere beleggersbescherming en uitdagingen op het gebied van toezicht. De Commissie stelt dan ook een maatregel voor om de toegang tot grensoverschrijdende bewaardiensten waar nodig open te stellen tot het moment waarop positieve regelgevingsontwikkelingen op dit gebied worden waargenomen.
De meerderheid van de belanghebbenden gaf de voorkeur aan een stapsgewijze benadering van potentiële wijzigingen in de toezichtrapportagevereisten voor abi-beheerders en icbe’s. Deze benadering wordt in het voorstel gevolgd. Zo is opdracht gegeven voor een grondige haalbaarheidsstudie door de toezichthouders waarin onder meer wordt gekeken naar mogelijke synergieën tussen de bestaande toezichtrapportagevereisten op grond van verschillende EU-wetgeving.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Bij de evaluatie van de abi-beheerdersrichtlijn is gebruikgemaakt van de uitgebreide voorbereidende werkzaamheden van een externe contractant, die een algemene enquête heeft gehouden en een op feiten gebaseerde studie over de doeltreffendheid van de abi-beheerdersrichtlijn heeft opgesteld. De Commissie heeft ook rekening gehouden met de conclusies van een virtuele conferentie over de herziening van de abi-beheerdersrichtlijn die op 25 november 2020 is georganiseerd en waaraan een lid van het Europees Parlement, nationale toezichthouders, het ESRB, de ESMA en vertegenwoordigers van de sector en de beleggersbelangen hebben deelgenomen. Voorts heeft de Commissie zich gebaseerd op gegevens van Morningstar en op informatie in verslagen van de ESMA, de Raad voor financiële stabiliteit en de Internationale organisatie van effectentoezichthouders (Iosco), alsook op openbaar beschikbare verslagen, studies, enquêtes, standpuntnota’s en andere relevante documenten die door particuliere en publieke belanghebbenden zijn opgesteld. De Commissie heeft rekening gehouden met de input van workshops, bilaterale bijeenkomsten en overleg met de lidstaten en belanghebbenden uit de sector, waaronder vermogensbeheerders, ontwikkelaars van beleggingsproducten, vertegenwoordigers van retailbeleggers en beleggingsfondsen die actief zijn op het gebied van alternatieve beleggingen. Tot slot is de wetenschappelijke literatuur bestudeerd, met name de literatuur over de effecten van de abi-beheerdersrichtlijn op de markten, de financiële stabiliteit en de beleggersbescherming.
•Effectbeoordeling
Ter voorbereiding van dit wetgevingsinitiatief is een effectbeoordeling uitgevoerd.
Op 16 juli 2021 heeft de Raad voor regelgevingstoetsing een positief advies uitgebracht over de voor de herziening van de abi-beheerdersrichtlijn ingediende effectbeoordeling en om verdere verduidelijking verzocht.
|
In het advies van de Raad voor regelgevingstoetsing gemaakte opmerkingen
|
Naar aanleiding van de opmerkingen in de effectbeoordeling genomen maatregelen
|
|
Het verslag moet duidelijkere uitleg geven over de omvang en de specifieke kenmerken van de problemen, met name met betrekking tot leninginitiërende fondsen en het beperkte aanbod van bewaardiensten.
|
DG FISMA heeft de problemen nader toegelicht.
Hierbij ging het met name om:
- de potentiële systeemrisico’s als gevolg van de groei van het leninginitiërende segment van de abi-markt, de problemen in verband met de ontwikkeling van gefragmenteerde nationale regelingen voor het initiëren van leningen in de Unie;
-de situatie op de markten die te kampen hebben met een beperkt aanbod van bewaardiensten en de noodzaak van optreden op het niveau van de Unie.
|
|
In het verslag worden niet alle beschikbare opties op coherente wijze onderzocht, met name wat betreft de harmonisatie van de vereisten voor leninginitiërende fondsen.
|
DG FISMA heeft de redenen waarom de voorkeursoptie en de afzonderlijke onderdelen daarvan zijn gekozen, de gedachte achter de verworpen opties en de belangrijkste verschillen tussen alle opties nader toegelicht.
|
|
In de effectanalyse moeten de respectieve effecten van harmonisatie en risicoverminderende maatregelen worden besproken en moet de impact op de financieringskosten voor kmo’s worden verduidelijkt.
|
DG FISMA heeft toelichtingen toegevoegd over de effecten van harmonisatie, bv. ten aanzien van het initiëren van leningen. Ook werden de mogelijke gevolgen van het initiatief voor de markt en de beschikbaarheid/kosten van financiering voor kmo’s toegelicht.
|
|
Het verslag moet voorts de gebieden met vereenvoudigingspotentieel verder uitwerken en waar mogelijk kwantificering/gegevens verstrekken.
|
DG FISMA heeft anekdotisch bewijsmateriaal en, waar beschikbaar, aanvullende gegevens verstrekt, bv. met betrekking tot besparingen voor bewaarders en voor gebruikers van bewaardiensten op kleinere markten.
Waar gegevens ontbraken, heeft DG FISMA verdere monitoringmaatstaven opgenomen om ervoor te zorgen dat er aanvullende gegevens beschikbaar zullen komen, bv. met betrekking tot rapportage.
|
Overwogen werd om minder maatregelen voor te stellen voor abi-beheerders die leninginitiërende fondsen beheren, en de rest aan de nationale discretionaire bevoegdheid over te laten. Uiteenlopende nationale benaderingen van leninginitiërende fondsen zouden echter het risico inhouden dat de doelstelling om de veilige en duurzame ontwikkeling van deze sector te ondersteunen, niet wordt gehaald. De gekozen optie stelt dan ook een minimumaantal waarborgen voor de activiteiten en risicoprofielen van de fondsen voor.
De gekozen optie, en met name de harmonisatie van de vereisten voor abi-beheerders die leninginitiërende abi’s beheren, zal ten goede komen aan kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s). De gekozen optie draagt niet alleen bij tot een efficiënter beheer van dergelijke abi’s, maar heeft ook tot doel abi’s in staat te stellen krediet te verlenen aan bedrijven over de grens. In sommige lidstaten mogen abi’s geen leningen initiëren of is dit recht voorbehouden aan ter plaatse gevestigde fondsen. Deze herziening zou de markt voor leninginitiërende fondsen verder integreren en meer zakelijke kansen voor die fondsen creëren. Zo zouden alternatieve financieringsbronnen voor kmo’s beschikbaar komen, met name wanneer zij niet in staat zijn krediet te krijgen van banken.
Wat delegatie betreft, werd overwogen de ESMA meer bevoegdheden te verlenen om te zorgen voor een coherentere handhaving van de relevante voorschriften inzake abi-beheerders en icbe’s in de Unie. Op dit punt werd echter geoordeeld dat deze optie indruiste tegen het subsidiariteitsbeginsel. De conclusie luidde dat de ESMA meer informatie moet krijgen over delegatieregelingen in gevallen waarin risico- of portefeuillebeheer buiten de Unie is gedelegeerd, en gebruik moet maken van reeds beschikbare bevoegdheden, zoals het uitvoeren van collegiale toetsingen. De gekozen optie zou erop gericht zijn in de hele Unie een homogeen niveau van beleggersbescherming te waarborgen.
Overwogen werd de voorschriften van de abi-beheerdersverordening inzake toezichtrapportage te herzien zonder synergieën met andere bestaande rapportagekaders na te streven. Elke wijziging van de toezichtrapportageverplichtingen zal ongetwijfeld aanzienlijke nalevingskosten meebrengen. Daarom werd het praktischer geacht om wetgevingswijzigingen voor te stellen wanneer er meer duidelijkheid is over wat nodig is om dichter bij een gemeenschappelijke gegevensruimte in de financiële sector te komen. Het voorstel draagt bij tot deze doelstelling door de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s) en de Europese Centrale Bank (ECB) te betrekken bij een studie over de haalbaarheid van het samenvoegen van de dubbele rapportagevereisten en het uitbreiden van de gegevensdekking om een betere marktmonitoring mogelijk te maken. Wanneer de toezichtrapportage wordt verbeterd, zou dit een positief effect hebben op de monitoring en het beheer van de risico’s voor de financiële stabiliteit.
Evenzo werden voor het beheer van het liquiditeitsrisico verschillende interventieniveaus overwogen om de financiële stabiliteit te waarborgen. De gekozen optie is de minst prescriptieve. Beheerders van open-end-fondsen zouden de inkoop of terugbetaling van de rechten van deelneming of aandelen in de abi of icbe tijdelijk kunnen opschorten. Zij zouden ook verplicht zijn ten minste één ander instrument voor liquiditeitsbeheer te kiezen, zonder dat wordt opgelegd welk, zodat de definitieve beslissing bij de fondsbeheerders berust. Als de omstandigheden dat vereisen, kunnen zij het desbetreffende instrument activeren. Deze maatregel zou de stabiliteit van het financiële stelsel ten goede komen.
Invoering van een bewaarderspaspoort werd als optie overwogen. Deze optie werd echter niet haalbaar geacht omdat het effectenrecht en het insolventierecht niet zijn geharmoniseerd op EU-niveau. De gekozen optie stelt daarom voor om waar nodig grensoverschrijdende toegang tot bewaardiensten toe te staan totdat verdere harmonisatie op het niveau van de Unie haalbaar is. De gekozen optie zou leiden tot efficiëntere EU-markt voor abi's.
Tot slot werd nagegaan of bewaarders die de bewaarneming van activa van abi’s of icbe’s aan centrale effectenbewaarinstellingen delegeren, due diligence moeten verrichten. Besloten werd dat dit buitensporig zou zijn, aangezien vergunninghoudende centrale effectenbewaarinstellingen al aan strenge sectorale vereisten en toezicht onderworpen zijn. Het voorstel is er derhalve op gericht centrale effectenbewaarinstellingen in de bewaarnemingsketen op te nemen zonder aan bewaarders overbodige duediligencevereisten op te leggen.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
De algemene benadering die bij de herziening van de abi-beheerdersrichtlijn is gevolgd, is maatregelen voor te stellen die strikt noodzakelijk zijn in het belang van de financiële stabiliteit, de marktintegratie of de beleggersbescherming, en kwesties aan te pakken waarover de belanghebbenden zich duidelijk zorgen maken.
De voorgestelde wijziging die het mogelijk maakt bewaardiensten over de grens af te nemen, zal naar verwachting besparingen opleveren voor zowel bewaarders als gebruikers van bewaardiensten, waaronder kleinere abi-beheerders. De eenmalige vergoeding voor een nieuwe vergunning en de jaarlijkse vergunningsvergoeding voor bewaarders liggen respectievelijk tussen 6000 EUR en 9200 EUR en tussen 4400 EUR en 9400 EUR, afhankelijk van de lidstaat. De toegenomen concurrentie tussen aanbieders van bewaardiensten zal de prijs van de dienst waarschijnlijk drukken.
De voorgenomen aanpak van toezichtgegevens zal de huidige rapportageverplichtingen vereenvoudigen en stroomlijnen. Dit zal besparingen op langere termijn meebrengen omdat deze aanpak als doel heeft het aantal overheidsinstanties waaraan een abi-beheerder overlappende gegevens rapporteert, te verminderen. Deze aanpak zorgt er ook voor dat de eenmalige kosten die uit de wijzigingen voortvloeien, zoveel mogelijk worden beperkt door te voorzien in een degelijke planning en een alomvattende kijk op toezichtrapportage in verschillende onderdelen van de EU-wetgeving, rekening houdend met ontwikkelingen in de digitale omgeving.
•Grondrechten
Het voorstel bevordert de rechten die zijn verankerd in het Handvest van de grondrechten (hierna het "Handvest" genoemd). De voornaamste doelstelling van dit initiatief is het bevorderen van het in artikel 15, lid 2, van het Handvest bedoelde recht om diensten te verrichten in iedere lidstaat, zodat er geen sprake is van discriminatie, ook niet indirect, op grond van nationaliteit (wat ook uitvoering geeft aan artikel 21, lid 2, van het Handvest).
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het voorstel heeft geen budgettaire gevolgen voor de Commissie.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Deze richtlijn zal 5 jaar na de datum van omzetting ervan worden geëvalueerd. De Commissie zal zich baseren op i) feedback uit de openbare raadpleging, ii) besprekingen met de ESMA en toezichthouders en iii) de toezichtrapportagegegevens.
De Commissie zal voortdurend toezien op naleving en handhaving. De ESMA zal toezien op de toepassing van de delegatievereisten op basis van haar nieuwe opdracht om elk jaar gerichte collegiale toetsingen op dit gebied uit te voeren en om verslagen op te stellen over de analyse van kennisgevingen van delegaties.
De ESMA zal ook gegevens verzamelen die nuttig zullen zijn voor het monitoren van ontwikkelingen op de leninginitiërings- en bewaardersmarkten. De ESMA zal gegevens over het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer blijven verzamelen en analyseren.
•Artikelsgewijze toelichting
Wijzigingen van Richtlijn 2011/61/EU
Artikel 4 wordt aangevuld met de definitie van “centrale effectenbewaarinstelling”, in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 909/2014.
Artikel 6, lid 4, wordt gewijzigd om de lijst van nevendiensten uit te breiden die abi-beheerders naast het beheer van collectieve beleggingen mogen verrichten. Deze lijst zou activiteiten omvatten die op grond van andere Uniewetgeving is toegestaan, zoals het beheer van benchmarks of kredietservicing.
Artikel 6, lid 6, wordt gewijzigd om de verwijzingen bij te werken naar de regels in Richtlijn 2014/65/EU die van toepassing zijn op abi-beheerders die nevendiensten verrichten.
Artikel 7, lid 2, wordt gewijzigd om te verduidelijken dat abi-beheerders over de nodige technische en personele middelen moeten beschikken wanneer zij een vergunning als abi-beheerder aanvragen. Wanneer zij de vergunning aanvragen, moeten de personele en technische middelen die zullen worden ingezet om hun taken uit te voeren en toezicht te houden op de gedelegeerden, derhalve uitvoerig worden beschreven.
Artikel 7, lid 5, wordt aangevuld om ervoor te zorgen dat de ontbrekende informatie op EU-niveau wordt verzameld om de delegatiepraktijken in kaart te brengen. Daarom wordt voorgesteld dat de ESMA kennisgevingen van delegatieregelingen ontvangt wanneer meer risico- of portefeuillebeheer aan entiteiten uit derde landen wordt gedelegeerd dan wordt aangehouden.
Artikel 7, lid 8, wordt ingevoegd om ervoor te zorgen dat de ESMA consistente informatie ontvangt over de delegatieregelingen. Daarom wordt voorgesteld de ESMA de bevoegdheid te geven ontwerpen van technische reguleringsnormen op te stellen waarmee de inhoud, vorm en procedures voor de verzending van delegatiekennisgevingen worden voorgeschreven. Om gefundeerde beleidsbeslissingen op dit gebied te vergemakkelijken, moet de ESMA bij de medewetgevers van de EU en de Commissie (artikel 7, lid 9) regelmatig verslagen indienen waarin de marktpraktijken inzake delegatie, de naleving van de vereisten voor delegatie uit hoofde van Richtlijn 2011/61/EU en de convergentie van het toezicht op dit gebied worden geanalyseerd.
Artikel 8, lid 1, punt c), wordt gewijzigd om te bepalen dat een abi-beheerder ten minste twee personen voltijds in dienst heeft of twee personen aanstelt die niet bij de abi-beheerder in dienst zijn maar die zich niettemin voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden van die abi-beheerder en die in de Unie woonachtig zijn, zodat de minimale, stabiele bezetting binnen de abi-beheerder wordt gewaarborgd.
Artikel 15, lid 3, punt d), wordt ingevoegd om te vereisen dat abi-beheerders die abi’s beheren die leningen verstrekken, doeltreffende gedragslijnen, procedures en processen voor het verstrekken van leningen toepassen. Daarbij moeten zij het kredietrisico beoordelen en hun kredietportefeuilles beheren en monitoren, die periodiek moeten worden herzien.
In artikel 15 worden de leden 4 bis, 4 ter en 4 quater ingevoegd om het risico voor het financiële stelsel te verminderen door de kredietverlening aan één enkele kredietnemer te beperken wanneer deze kredietnemer een financiële instelling is.
Artikel 15, lid 4 quinquies, wordt ingevoegd om potentiële belangenconflicten te voorkomen door een abi te verbieden leningen te verstrekken aan zijn abi-beheerder of zijn personeel, zijn bewaarder of zijn gedelegeerde.
Artikel 15, lid 4 sexies, wordt ingevoegd om morele risico’s te vermijden wanneer de leningen worden geïnitieerd om onmiddellijk op de secundaire markt te worden verkocht. Hiertoe wordt voorgesteld abi’s te verplichten een economisch belang te behouden van 5 % van de notionele waarde van de leningen die zij hebben verstrekt en verkocht.
Artikel 16, lid 2 bis, wordt ingevoegd om looptijdmismatches die financiële risico’s kunnen opleveren, te voorkomen. Daarom wordt voorgesteld te eisen dat abi’s een closed-end-structuur hanteren wanneer zij zich in aanzienlijke mate (60 %) bezighouden met het initiëren van leningen.
Om de microprudentiële en macroprudentiële risico’s doeltreffend aan te pakken, wordt artikel 16 aangevuld met de leden 2 ter en 2 quater om abi-beheerders die open-end-abi’s beheren in uitzonderlijke omstandigheden toegang te geven tot de nodige instrumenten voor liquiditeitsrisicobeheer. Naast de mogelijkheid om terugbetalingen op te schorten, wordt voorgesteld dat dergelijke abi-beheerders ten minste één ander instrument voor liquiditeitsbeheer uit bijlage V moeten kiezen. Die bijlage harmoniseert de minimumlijst die overal in de Unie beschikbaar moet zijn. Artikel 16, lid 2 sexies, verplicht de lidstaten ervoor te zorgen dat dit in hun rechtsgebied het geval is. Lid 2 quinquies wordt toegevoegd, op grond waarvan abi-beheerders de bevoegde autoriteiten in kennis moeten stellen wanneer zij een instrument voor liquiditeitsbeheer activeren of deactiveren.
In artikel 16 beogen de leden 2 octies en 2 nonies een coherente toepassing van de leden 2 ter en 2 quater van hetzelfde artikel te waarborgen. De ESMA wordt derhalve belast met de ontwikkeling van ontwerpen van technische reguleringsnormen om definities te geven en de kenmerken te specificeren van de in de bijlage vermelde instrumenten voor liquiditeitsbeheer, alsook met de ontwikkeling van ontwerpen van technische reguleringsnormen voor het kiezen en gebruiken van geschikte instrumenten voor liquiditeitsbeheer door abi-beheerders.
In artikel 46, lid 2, wordt punt j), gewijzigd, zodat de bevoegde autoriteiten een abi-beheerder kunnen verplichten een bepaald instrument voor liquiditeitsbeheer te activeren of te deactiveren. Deze bevoegdheid wordt ook uitgebreid tot niet-EU-abi-beheerders door punt d) toe te voegen aan artikel 47, lid 4. De voorgestelde leden 5 bis tot en met 5 octies van artikel 50 schrijven voor dat de bevoegde autoriteiten andere relevante autoriteiten, de ESMA en het ESRB in kennis stellen voordat de verplichting wordt opgelegd een instrument voor liquiditeitsbeheer te activeren of te deactiveren. De voorgestelde leden bevatten ook de beginselen voor samenwerking in dergelijke gevallen. Het voorgestelde lid 7 in artikel 50 zou de ESMA de bevoegdheid geven om technische reguleringsnormen op te stellen waarin wordt aangegeven wanneer een optreden van de bevoegde autoriteiten gerechtvaardigd is.
Artikel 20, lid 1, wordt gewijzigd om te verduidelijken dat delegatieregelingen van toepassing zijn op alle in bijlage I vermelde taken en op de volgens artikel 6, lid 4, toegestane nevendiensten. De verwijzing naar diensten en niet alleen naar taken wordt dan ook opgenomen in artikel 20, lid 1, punt f), en artikel 20, leden 3, 4 en 6.
De laatste alinea van artikel 21, lid 11, wordt gewijzigd om centrale effectenbewaarinstellingen in de bewaarnemingsketen op te nemen waar zij concurrerende bewaarnemingsdiensten aanbieden, zodat een gelijk speelveld voor bewaarnemers wordt gecreëerd en bewaarders toegang hebben tot de informatie die zij nodig hebben om hun taken uit te voeren. Voorgesteld wordt bewaarders te ontheffen van de verplichting om vooraf due diligence te verrichten wanneer de bewaarnemer een centrale effectenbewaarinstelling is, omdat deze ten tijde van haar vergunningaanvraag al voldoende is doorgelicht.
Om voor beter toezicht te zorgen wordt artikel 21, lid 16, zodanig gewijzigd dat bewaarders niet alleen samenwerken met hun eigen bevoegde autoriteiten, maar ook met de bevoegde autoriteiten van de abi die hen als bewaarder heeft aangesteld, en met de bevoegde autoriteiten van de abi-beheerder die de abi beheert.
Artikel 23 wordt in de leden 1 en 4 aangevuld om de transparantie van activiteiten van abi-beheerders voor beleggers te verbeteren, met aanvullende openbaarmakingen door abi-beheerders, namelijk voorwaarden voor het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer en vergoedingen die door de abi-beheerder of met hem verbonden ondernemingen zullen worden gedragen, en periodieke rapportage over alle directe en indirecte vergoedingen en kosten die direct of indirect aan de abi of aan een van haar beleggingen zijn aangerekend of toegewezen. Abi-beheerders zijn ook verplicht aan beleggers verslag uit te brengen over de portefeuillesamenstelling van geïnitieerde leningen.
Artikel 24, lid 1, wordt gewijzigd en artikel 24, lid 2, punt d), wordt geschrapt om de beperkingen in lid 1 te verwijderen met betrekking tot de gegevens die de bevoegde autoriteiten van abi-beheerders over de door hen beheerde abi’s moeten kunnen ontvangen. Voorgesteld wordt dat de ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen en ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelt ter vervanging van de huidige rapportagetemplate die is opgenomen in bijlage IV bij de abi-beheerdersverordening tot aanvulling van de abi-beheerdersrichtlijn.
Door de invoeging van artikel 38 bis is de ESMA verplicht regelmatig een collegiale toetsing van de toezichtpraktijken bij de toepassing van delegatievoorschriften uit te voeren, met bijzondere aandacht voor het voorkomen van de oprichting van brievenbusmaatschappijen. Op grond van een nieuw artikel 69 ter moet de Commissie de in Richtlijn 2011/61/EU en de uitvoeringsmaatregelen daarvan opgenomen delegatieregeling herzien teneinde de nodige wijzigingen voor te stellen om de oprichting van brievenbusmaatschappijen uit te sluiten. De mogelijkheid om het bewaarderspaspoort in te voeren en de werking van de regels voor abi-beheerders die leninginitiërende abi’s beheren, moeten ook worden geëvalueerd.
De samenwerking op het gebied van toezicht wordt versterkt door in artikel 50 de leden 5 bis tot en met 5 octies in te voegen. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de abi-beheerder kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder verzoeken haar toezichtbevoegdheden uit te oefenen, waarbij de redenen voor haar verzoek worden vermeld en de ESMA en het ESRB in kennis worden gesteld indien er risico’s voor de financiële stabiliteit zijn. De bewijslast voor de bevoegde autoriteiten wordt verlaagd door wijzigingen in lid 5 van artikel 50 die verlangen dat de ontvangende autoriteiten passende maatregelen nemen. Voorts krijgt de ESMA de bevoegdheid om een bevoegde autoriteit te verzoeken een zaak die grensoverschrijdende gevolgen of gevolgen voor de financiële stabiliteit of de bescherming van beleggers kan hebben, aan haar permanent comité voor te leggen. Bovendien machtigt artikel 50, lid 7, de ESMA om ontwerpen van technische reguleringsnormen op te stellen waarin wordt aangegeven in welke situaties de bevoegde autoriteiten de bevoegdheden met betrekking tot instrumenten voor liquiditeitsbeheer mogen uitoefenen.
Voorgesteld wordt lid 5 van artikel 61 zodanig te wijzigen dat de bevoegde autoriteiten kunnen toestaan dat bewaardiensten in andere lidstaten worden afgenomen totdat maatregelen worden genomen naar aanleiding van een evaluatie van de noodzaak om een bewaarderspaspoort in te voeren.
Voorgesteld wordt aan bijlage I punt 3 toe te voegen om kredietverlening als toegestane activiteit van abi-beheerders te erkennen. Hierdoor zouden abi’s overal in de Unie leningen kunnen verstrekken, dus ook grensoverschrijdend. Aan bijlage I wordt punt 4 toegevoegd om servicing van special purpose entities voor securitisatiedoeleinden (SSPE’s) door abi-beheerders toe te staan.
Er worden wijzigingen voorgesteld in artikel 21, lid 6, punt c), artikel 35, lid 2, punt b), artikel 36, lid 1, punt c), artikel 37, lid 7, punt e), artikel 40, lid 2, punt b), en artikel 42, lid 1, punt c), om de voorschriften bij te werken voor entiteiten uit derde landen, die niet gevestigd mogen zijn in rechtsgebieden die volgens de meest recente Europese antiwitwaswetgeving als landen met een hoog risico zijn aangemerkt.
Artikel 36, lid 1, en artikel 42, lid 1, worden allebei aangevuld met een punt d) om te bepalen dat niet-EU-abi’s of niet-EU-abi-beheerders die onderworpen zijn aan nationale voorschriften en die actief zijn in afzonderlijke lidstaten, moeten voldoen aan het vereiste dat zij niet gevestigd zijn in een derde land dat als niet-coöperatief in belastingzaken wordt beschouwd.
Er worden wijzigingen voorgesteld in artikel 21, lid 6, punt d), artikel 35, lid 2, punt c), artikel 37, lid 7, punt f), en artikel 40, lid 2, punt c), om de voorschriften bij te werken voor entiteiten uit derde landen, die alleen toegang tot de interne markt zouden hebben als zij zijn gevestigd in derde landen die niet zijn opgenomen in de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.
Artikel 47, lid 3, wordt gewijzigd om de ESMA in staat te stellen de marktgegevens waarover zij beschikt in geaggregeerde of samengevatte vorm openbaar te maken, waarbij de vertrouwelijkheidsnorm dus wordt versoepeld.
Er wordt een evaluatieclausule ingevoegd – artikel 69 ter – waarbij de Commissie wordt opgedragen een evaluatie van de bepalingen inzake delegatie, bewaardiensten en het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer te initiëren. Voorts wordt de ESMA opgedragen een verslag uit te brengen dat erop gericht is de toezichtrapportagevereisten voor abi-beheerders te stroomlijnen en dit als basis te nemen voor de ontwikkeling van ontwerpen van technische reguleringsnormen voor rapportage aan de toezichthouder uit hoofde van artikel 24 van de abi-beheerdersrichtlijn.
Wijzigingen van Richtlijn 2009/65/EG
Voorgesteld wordt in artikel 2, lid 1, een definitie te geven van “centrale effectenbewaarinstelling” die in overeenstemming is met Verordening (EU) nr. 909/2014.
In artikel 22 bis wordt lid 4 zodanig gewijzigd dat centrale effectenbewaarinstellingen als gedelegeerden van de bewaarder worden beschouwd wanneer zij concurrerende bewaarnemingsdiensten aanbieden. Dit zorgt voor een gelijk speelveld tussen bewaarnemers en waarborgt dat bewaarders toegang hebben tot de informatie die zij nodig hebben om hun taken uit te voeren.
Artikel 7, lid 1, punt b), wordt gewijzigd om te bepalen dat een icbe-beheermaatschappij ten minste twee personen voltijds in dienst heeft of twee personen aanstelt die niet bij de icbe-beheermaatschappij in dienst zijn maar die zich niettemin voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden van die icbe-beheermaatschappij en die in de Unie woonachtig zijn, zodat de minimale, stabiele bezetting binnen de icbe-beheermaatschappij wordt gewaarborgd.
Voorgesteld wordt in artikel 7, lid 1, de punten c) en e) te wijzigen om te verduidelijken dat beheermaatschappijen over de nodige technische en personele middelen moeten beschikken wanneer zij een vergunning aanvragen. Wanneer zij de vergunning aanvraagt, moet de beheersmaatschappij derhalve een uitvoerige beschrijving geven van de personele en technische middelen die zij zal inzetten om haar taken uit te voeren en toezicht te houden op de gedelegeerden.
Artikel 13, lid 1, verduidelijkt dat de delegatieregelingen van toepassing zijn op alle in bijlage II vermelde taken en op de volgens artikel 6, lid 3, toegestane nevendiensten. De verwijzing naar diensten en niet alleen naar taken wordt dan ook opgenomen in artikel 13, lid 1, punten b), g), h) en i).
Om de juridische kaders voor delegatie van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG beter op elkaar af te stemmen en de toezichthoudende autoriteiten in staat te stellen de redenen voor de delegatie te beoordelen, wordt voorgesteld van icbe’s te verlangen dat zij hun hele delegatiestructuur met objectieve argumenten verantwoorden, door punt j) in te voegen in artikel 13, lid 1.
Artikel 13 wordt aangevuld met lid 3 om ervoor te zorgen dat de ontbrekende informatie op EU-niveau wordt verzameld en geanalyseerd om de delegatiepraktijken in kaart te brengen. Daarom wordt voorgesteld dat de ESMA in kennis wordt gesteld van delegatieregelingen wanneer meer risico- of portefeuillebeheer aan entiteiten uit derde landen wordt gedelegeerd dan wordt aangehouden.
Om gefundeerde beleidsbeslissingen op dit gebied te vergemakkelijken, wordt voorgesteld dat de ESMA op grond van het nieuwe artikel 13, lid 5, bij de medewetgevers van de EU en de Europese Commissie regelmatig verslagen moet indienen waarin de marktpraktijken inzake delegatie en de naleving van de vereisten voor delegatie uit hoofde van Richtlijn 2009/65/EG worden geanalyseerd.
Artikel 13, lid 3, wordt ingevoegd om ervoor te zorgen dat de ESMA consistente informatie ontvangt over de delegatieregelingen. Daarom wordt voorgesteld de ESMA de bevoegdheid te geven ontwerpen van technische reguleringsnormen op te stellen waarmee de inhoud, vorm en procedures voor de verzending van delegatiekennisgevingen worden voorgeschreven.
Een nieuw artikel 13, lid 6, geeft de Commissie de bevoegdheid om een gedelegeerde handeling vast te stellen tot nadere bepaling van de voorwaarden voor delegatie en de voorwaarden waaronder de icbe-beheermaatschappij als brievenbusmaatschappij moet worden aangemerkt en dus niet langer als de beheerder van de icbe wordt beschouwd, waarmee de desbetreffende regels van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG op één lijn worden gebracht.
Voorgesteld wordt een artikel 18 bis (leden 1 en 2) in te voegen om ervoor te zorgen dat icbe-beheermaatschappijen niet alleen terugbetalingen kunnen opschorten, maar ook ten minste één ander instrument voor liquiditeitsbeheer uit bijlage II bis moeten kiezen. Die bijlage harmoniseert de minimumlijst die overal in de EU beschikbaar moet zijn. Het nieuwe artikel 18 bis verplicht de lidstaten ervoor te zorgen dat dit in hun rechtsgebied het geval is. Bijlage II bis wordt voorgesteld met de minimumlijst van dergelijke instrumenten. Om de beleggers goed te informeren, wordt voorgesteld in bijlage I, schema A, punt 1.13, de nadere regels voor de inkoop, respectievelijk terugbetaling en mogelijke gevallen van opschorting hiervan of van gebruik van andere instrumenten voor liquiditeitsbeheer te verduidelijken.
In artikel 18 bis beogen de leden 3 tot en met 5 te zorgen voor een coherente toepassing van de voorgaande bepalingen. De ESMA wordt derhalve belast met de ontwikkeling van ontwerpen van technische reguleringsnormen om definities te geven en de kenmerken te specificeren van de in de bijlage vermelde instrumenten voor liquiditeitsbeheer.
Een nieuw artikel 20 bis wordt voorgesteld om voor beheermaatschappijen de verplichting in te voeren tot periodieke rapportage aan de toezichthouder over de markten en instrumenten waarin zij namens de icbe handelen.
Een nieuw artikel 20 ter wordt voorgesteld om de ESMA opdracht te geven in samenwerking met andere ETA’s en de ECB een haalbaarheidsverslag op te stellen over efficiëntieverbeteringen op toezichtrapportagegebied. Dit verslag zou informatie bevatten over het mogelijke ontwerp van een toezichtrapportagetemplate voor icbe-beheermaatschappijen, en de ESMA moet op basis van haar bevindingen technische reguleringsnormen en ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen.
Artikel 22 bis, lid 2, wordt gewijzigd om bewaarders te ontheffen van de verplichting om vooraf due diligence te verrichten wanneer de bewaarnemer een centrale effectenbewaarinstelling is, omdat deze ten tijde van haar vergunningaanvraag al voldoende is doorgelicht.
Om de microprudentiële en macroprudentiële risico’s doeltreffend aan te pakken, wordt een wijziging van artikel 84, lid 3, voorgesteld om icbe-beheermaatschappijen te verplichten de bevoegde autoriteiten in kennis te stellen van het activeren of deactiveren van een instrument voor liquiditeitsbeheer. Dankzij de wijziging van artikel 84, lid 2, punt b), kunnen de bevoegde autoriteiten ingrijpen en van icbe-beheermaatschappijen verlangen dat zij een bepaald instrument voor liquiditeitsbeheer activeren of deactiveren. De voorgestelde leden 3 bis tot en met 3 sexies in artikel 84 schrijven voor dat de bevoegde autoriteiten andere relevante autoriteiten, de ESMA en het ESRB in kennis stellen voordat de verplichting wordt opgelegd een instrument voor liquiditeitsbeheer te activeren of te deactiveren, en dat zij de beginselen van samenwerking in dergelijke gevallen vastleggen. Het voorgestelde lid 3 septies in artikel 84 zou de ESMA de bevoegdheid geven om technische reguleringsnormen op te stellen waarin wordt aangegeven wanneer een ingrijpen van de bevoegde autoriteiten gerechtvaardigd is.
Artikel 84, lid 5, stelt voor de ESMA de bevoegdheid te geven ontwerpen van technische reguleringsnormen op te stellen inzake het kiezen en gebruiken van geschikte instrumenten voor liquiditeitsbeheer door icbe's.
Artikel 98 wordt aangevuld met de leden 3 en 4 om de samenwerking op toezichtgebied te versterken. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de icbe kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de icbe verzoeken haar toezichtbevoegdheden uit te oefenen, waarbij de redenen voor haar verzoek worden vermeld en de ESMA en het ESRB in kennis worden gesteld indien er risico’s voor de financiële stabiliteit zijn. Voorts krijgt de ESMA de bevoegdheid om een bevoegde autoriteit te verzoeken een zaak die grensoverschrijdende gevolgen of gevolgen voor de financiële stabiliteit of de bescherming van beleggers kan hebben, aan de ESMA voor te leggen.
Er wordt een nieuw artikel 101 bis voorgesteld om de ESMA te verplichten regelmatig een collegiale toetsing van de toezichtpraktijken bij de toepassing van delegatievoorschriften uit te voeren, met bijzondere aandacht voor het voorkomen van de oprichting van brievenbusmaatschappijen. Op grond van een nieuw artikel 110 bis moet de Commissie de in deze richtlijn en de uitvoeringsmaatregelen daarvan opgenomen delegatieregeling herzien teneinde de nodige wijzigingen voor te stellen om de oprichting van brievenbusmaatschappijen uit te sluiten.
Artikelen over omzetting en inwerkingtreding
Volgens artikel 3 van het voorstel hebben de lidstaten na de inwerkingtreding van de wijzigingsrichtlijn 24 maanden de tijd voor de vaststelling en bekendmaking van de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om aan de richtlijn te voldoen. De lidstaten delen de omzettingsmaatregelen mee aan de Commissie.
Voorgesteld wordt dat de wijzigingsrichtlijn in werking treedt op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2021/0376 (COD)
Voorstel voor een
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG wat betreft delegatieregelingen, liquiditeitsrisicobeheer, toezichtrapportage, verlening van bewaar- en bewaarnemingsdiensten en leninginitiëring door alternatieve beleggingsfondsen
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 53, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Commissie heeft de toepassing en het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 69 van die richtlijn geëvalueerd en geconcludeerd dat de doelstellingen van integratie van de Uniemarkt voor alternatieve beleggingsinstellingen (abi’s), waarborging van een hoog niveau van beleggersbescherming en bescherming van de financiële stabiliteit grotendeels zijn verwezenlijkt. Tijdens haar evaluatie heeft de Commissie echter ook geconcludeerd dat het noodzakelijk is de regels voor beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (“abi-beheerders”) die leninginitiërende abi's beheren, te harmoniseren, de normen voor abi-beheerders die hun taken aan derden delegeren, te verduidelijken, gelijke behandeling van bewaarnemers te waarborgen, de grensoverschrijdende toegang tot bewaardiensten te verbeteren, het verzamelen van toezichtgegevens te optimaliseren en het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer in de hele Unie te vergemakkelijken. Er zijn dus wijzigingen nodig om deze lacunes in de regelgeving op te vullen en de werking van Richtlijn 2011/61/EU te verbeteren.
(2)Een robuuste delegatieregeling, gelijke behandeling van bewaarnemers, samenhang in de toezichtrapportage en een geharmoniseerde aanpak van het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer zijn evenzeer noodzakelijk voor het beheer van instellingen voor collectieve belegging in effecten (“icbe’s”). Daarom is het passend ook Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad, die regels bevat betreffende de vergunningverlening aan en de werking van icbe’s, te wijzigen op het gebied van delegatie, bewaring van activa, toezichtrapportage en liquiditeitsrisicobeheer.
(3)Om de efficiëntie van de activiteiten abi-beheerders te vergroten, moet de in artikel 6, lid 4, van Richtlijn 2011/61/EU opgenomen lijst van toegestane nevendiensten worden uitgebreid met benchmarkbeheer uit hoofde van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad en kredietservicing uit hoofde van Richtlijn 2021/…./EU van het Europees Parlement en de Raad.
(4)Om de rechtszekerheid te waarborgen, moet duidelijk worden gemaakt dat abi-beheerders die nevendiensten met betrekking tot financiële instrumenten verrichten, onderworpen zijn aan de voorschriften van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad. Met betrekking tot andere activa die geen financiële instrumenten zijn, moeten abi-beheerders worden verplicht te voldoen aan de vereisten van Richtlijn 2011/61/EU.
(5)Om de uniforme toepassing van de in de artikelen 7 en 8 van Richtlijn 2011/61/EU neergelegde vereisten inzake de noodzakelijke personele middelen van abi-beheerders te waarborgen, moet worden verduidelijkt dat een abi-beheerder de bevoegde autoriteiten bij de indiening van de vergunningaanvraag informatie moet verstrekken over de personele en technische middelen die hij zal inzetten om zijn taken uit te voeren en, in voorkomend geval, toezicht te houden op de gedelegeerden. Er moeten ten minste twee hogere leidinggevenden in dienst zijn, of de werkzaamheden van de abi-beheerder voltijds uitoefenen en in de Unie woonachtig zijn.
(6)Om een betrouwbaar overzicht te geven van de delegatieactiviteiten in de Unie die onder artikel 20 van Richtlijn 2011/61/EU vallen, dat als basis kan dienen voor toekomstige beleidsbeslissingen of toezichtmaatregelen, moeten de bevoegde autoriteiten aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) delegatiekennisgevingen verstrekken wanneer een abi-beheerder meer portefeuillebeheer- of risicobeheertaken van de abi aan in derde landen gevestigde entiteiten delegeert dan hij zelf beheert.
(7)Om consequente harmonisatie van het kennisgevingsproces op het gebied van delegatie te waarborgen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om bij gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad technische reguleringsnormen vast te stellen tot nadere bepaling van de inhoud, de vorm en de procedures, om het proces van kennisgeving van delegatieregelingen van abi-beheerders te standaardiseren. Het kennisgevingsformulier moet gegevensvelden bevatten waarin de activiteiten worden vermeld die de risico- en portefeuillebeheertaken vormen, om te bepalen of een abi-beheerder meer van dergelijke taken heeft gedelegeerd dan hij heeft aangehouden. Die technische reguleringsnormen moeten worden vastgesteld op basis van een door de ESMA ontwikkeld ontwerp.
(8)Om de uniforme toepassing van Richtlijn 2011/61/EU te bevorderen, moet worden verduidelijkt dat de in artikel 20 neergelegde delegatieregels van toepassing zijn op alle in bijlage I bij die richtlijn vermelde diensten en op de in artikel 6, lid 4, van die richtlijn bedoelde nevendiensten.
(9)Er moeten ook gemeenschappelijke regels worden vastgesteld om een efficiënte interne markt voor leninginitiërende abi’s tot stand te brengen, te zorgen voor een uniform niveau van beleggersbescherming in de Unie, abi’s in staat te stellen hun activiteiten te ontwikkelen door leningen te initiëren in alle lidstaten van de Unie, en de toegang tot financiering voor EU-ondernemingen te vergemakkelijken, een kerndoelstelling van de kapitaalmarktenunie (KMU). Gezien de snel groeiende particuliere kredietmarkt is het echter noodzakelijk de potentiële microrisico’s en macroprudentiële risico’s aan te pakken die leninginitiërende abi’s kunnen inhouden en die zich naar het bredere financiële stelsel kunnen verspreiden. De regels voor abi-beheerders die leninginitiërende fondsen beheren, moeten worden geharmoniseerd om het risicobeheer op de hele financiële markt te verbeteren en de transparantie voor beleggers te vergroten.
(10)Om het professionele beheer van abi’s te ondersteunen en de risico’s voor de financiële stabiliteit te beperken, moeten abi-beheerders die abi’s beheren die leningactiviteiten verrichten, waaronder de aankoop van leningen op de secundaire markt, doeltreffende gedragslijnen, procedures en processen hebben voor het verstrekken van leningen, het beoordelen van kredietrisico en het beheren en monitoren van hun kredietportefeuille, die periodiek moeten worden geëvalueerd.
(11)Om het risico van onderlinge verwevenheid tussen leninginitiërende abi’s en andere financiëlemarktdeelnemers te beperken, moeten de abi-beheerders van die abi’s, indien de kredietnemer een financiële instelling is, worden verplicht hun risico te diversifiëren en hun blootstelling aan specifieke limieten te onderwerpen.
(12)Om belangenconflicten te beperken, mogen abi-beheerders en hun medewerkers geen leningen ontvangen van de leninginitiërende abi’s die zij beheren. Evenzo moet het de bewaarder van de abi en zijn medewerkers of de gedelegeerde van de abi-beheerder en zijn medewerkers verboden worden leningen van de betrokken abi’s te ontvangen.
(13)Richtlijn 2011/61/EU moet het recht van abi’s erkennen om leningen te initiëren en die leningen te verhandelen op de secundaire markt. Om moreel risico te voorkomen en de algemene kredietkwaliteit van door abi's geïnitieerde leningen te handhaven, moeten dergelijke leningen onderworpen zijn aan risicobehoudvereisten, teneinde situaties te vermijden waarin leningen uitsluitend worden geïnitieerd om ze te verkopen.
(14)Door abi’s aangehouden langlopende, niet-liquide leningen kunnen liquiditeitsmismatches veroorzaken indien de open-end-structuur van de abi’s beleggers in staat stelt hun rechten van deelneming of aandelen in het fonds frequent te laten terugbetalen. Het is daarom noodzakelijk de risico’s in verband met looptijdtransformatie te beperken door een closed-end-structuur op te leggen voor abi’s die leningen initiëren, omdat closed-end-fondsen niet kwetsbaar zijn voor terugbetalingsverzoeken en geïnitieerde leningen tot het einde van de looptijd kunnen aanhouden.
(15)Het moet worden verduidelijkt dat wanneer een abi-beheerder onderworpen is aan de vereisten van Richtlijn 2011/61/EU met betrekking tot de leningactiviteiten van de abi die hij beheert, en aan de vereisten van de Verordeningen (EU) nr. 345/2013, (EU) nr. 346/2013 en (EU) 2015/760 van het Europees Parlement en de Raad, de specifieke productregels van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 345/2013, artikel 3 van Verordening (EU) nr. 346/2013 en hoofdstuk II van Verordening (EU) 2015/760 voorrang moeten hebben op de meer algemene regels van Richtlijn 2011/61/EU.
(16)Om marktmonitoring door de toezichthoudende autoriteiten te ondersteunen, zou het verzamelen en delen van informatie via toezichtrapportage kunnen worden verbeterd. Om de efficiëntie te verbeteren en de administratieve lasten voor abi-beheerders te verminderen, zouden dubbele rapportagevereisten uit hoofde van nationale en Uniewetgeving, met name Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EU) 2019/834 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EU) nr. 1011/2012 van de Europese Centrale Bank en Verordening (EU) nr. 1073/2013 van de Europese Centrale Bank, kunnen worden afgeschaft. De Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s) en de Europese Centrale Bank (ECB) moeten, waar nodig met de steun van de nationale bevoegde autoriteiten, de gegevensbehoeften van de verschillende toezichthoudende autoriteiten beoordelen, zodat de wijzigingen in de toezichtrapportagetemplate voor abi-beheerders doeltreffend zijn.
(17)Ter voorbereiding van de toekomstige wijzigingen in de toezichtrapportageverplichtingen moet de reikwijdte van de gegevens die van abi-beheerders kunnen worden verlangd, worden uitgebreid door afschaffing van de beperkingen, die gericht zijn op belangrijke transacties en blootstellingen of tegenpartijen. Indien de ESMA vaststelt dat een periodieke volledige openbaarmaking van de portefeuille aan toezichthouders gerechtvaardigd is, moeten de bepalingen van Richtlijn 2011/61/EU de noodzakelijke verruiming van de reikwijdte van de rapportage mogelijk maken.
(18)Om consequente harmonisatie van de toezichtrapportageverplichtingen te waarborgen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om bij gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad technische reguleringsnormen vast te stellen tot nadere bepaling van de inhoud, de vorm en de procedures, om het proces van toezichtrapportage door abi-beheerders te standaardiseren. De technische reguleringsnormen moeten de inhoud, de vorm en de procedures beschrijven om het proces van toezichtrapportage te standaardiseren, waarmee het in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 231/2013 van de Commissie vastgestelde rapportagemodel wordt vervangen. Die technische regulerings- en uitvoeringsnormen moeten worden vastgesteld op basis van een door de ESMA ontwikkeld ontwerp.
(19)Om het toezichtrapportageproces te standaardiseren moet de Commissie ook de bevoegdheid krijgen om door de ESMA ontwikkelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen met betrekking tot de formulieren en gegevensnormen, de rapportagefrequentie en het tijdschema voor de rapportage door abi-beheerders. De Commissie dient deze technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 291 VWEU en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
(20)Om doeltreffender te kunnen reageren op liquiditeitsdruk in gespannen marktomstandigheden en om beleggers beter te beschermen, moeten in Richtlijn 2011/61/EU regels worden opgenomen om uitvoering te geven aan de aanbevelingen van het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB).
(21)Om beheerders van in een lidstaat gevestigde open-end-abi’s in staat te stellen het hoofd te bieden aan terugbetalingsdruk onder gespannen marktomstandigheden, moet van hen worden verlangd dat zij ten minste één instrument voor liquiditeitsbeheer kiezen uit de geharmoniseerde lijst in de bijlage, naast de mogelijkheid om terugbetalingen op te schorten. Wanneer een abi-beheerder besluit het instrument voor liquiditeitsbeheer te activeren of te deactiveren, moet hij de toezichthoudende autoriteiten daarvan in kennis stellen. Dit zou de toezichthoudende autoriteiten in staat stellen om potentiële overloopeffecten van liquiditeitsspanningen naar de ruimere markt beter aan te pakken.
(22)Beleggers moeten worden geïnformeerd over de voorwaarden voor het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer, zodat zij een beleggingsbeslissing kunnen nemen die strookt met hun risicobereidheid en liquiditeitsbehoeften.
(23)Om consequente harmonisatie op het gebied van liquiditeitsrisicobeheer door beheerders van open-end-fondsen te waarborgen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om bij gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad technische reguleringsnormen vast te stellen tot nadere bepaling van het proces van het kiezen en gebruiken van instrumenten voor liquiditeitsbeheer, om de markt- en toezichtconvergentie te vergemakkelijken. Die technische reguleringsnormen moeten worden vastgesteld op basis van een door de ESMA ontwikkeld ontwerp.
(24)Om de beleggers te beschermen en risico’s voor de financiële stabiliteit aan te pakken, moeten de bevoegde autoriteiten kunnen verzoeken dat een beheerder van een open-end-fonds het passende instrument voor liquiditeitsbeheer activeert of deactiveert.
(25)Bewaarders spelen een belangrijke rol bij het beschermen van de belangen van beleggers en moeten hun taken kunnen uitvoeren ongeacht het type bewaarnemer dat de activa van de fondsen in bewaring neemt. Daarom is het noodzakelijk centrale effectenbewaarinstellingen in de bewaarnemingsketen op te nemen wanneer zij bewaarnemingsdiensten verlenen aan abi’s, om ervoor te zorgen dat er in alle gevallen sprake is van een stabiele informatiestroom tussen de bewaarnemer van een actief van een abi en de bewaarder. Om overbodige inspanningen te vermijden, hoeven bewaarders geen due diligence vooraf verrichten wanneer zij bewaarneming aan centrale effectenbewaarinstellingen willen delegeren.
(26)Om de samenwerking en de doeltreffendheid op toezichtgebied te verbeteren, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst een met redenen omkleed verzoek kunnen richten tot de bevoegde autoriteit van een abi-beheerder om toezichtmaatregelen tegen een bepaalde abi-beheerder te nemen.
(27)Om de samenwerking op toezichtgebied te verbeteren moet de ESMA bovendien kunnen verzoeken dat een bevoegde autoriteit een zaak aan de ESMA voorlegt wanneer die zaak grensoverschrijdende gevolgen heeft en gevolgen kan hebben voor de bescherming van beleggers of de financiële stabiliteit. ESMA-analyses van dergelijke gevallen zullen andere bevoegde autoriteiten een beter inzicht in de besproken kwesties verschaffen en zullen bijdragen tot het voorkomen van soortgelijke gevallen in de toekomst en de integriteit van de abi-markt beschermen,
(28)Om de toezichtsconvergentie op het gebied van delegatie te ondersteunen, moet de ESMA collegiale toetsing van de toezichtpraktijken uitvoeren met bijzondere aandacht voor het voorkomen van de oprichting van brievenbusmaatschappijen. De analyse door de ESMA van de collegiale toetsingen zal worden meegenomen in de evaluatie van de in deze richtlijn vastgestelde maatregelen en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie erop wijzen welke aanvullende maatregelen nodig kunnen zijn om de doeltreffendheid van de in Richtlijn 2011/61/EU vastgestelde delegatieregelingen te ondersteunen.
(29)Sommige geconcentreerde markten hebben geen concurrerend aanbod van bewaardiensten. Om iets te doen aan dit tekort aan dienstverleners dat tot hogere kosten voor abi-beheerders en een minder efficiënte abi-markt kan leiden, moeten de bevoegde autoriteiten abi-beheerders of abi’s kunnen toestaan in andere lidstaten bewaardiensten in te kopen, terwijl de Commissie in het kader van haar evaluatie van Richtlijn 2011/61/EU nagaat of het passend zou zijn maatregelen voor te stellen om een meer geïntegreerde markt tot stand te brengen.
(30)De mogelijkheid bieden om een bewaarder in een andere lidstaat aan te stellen moet gepaard gaan met een groter toezichtsbereik. De bewaarder moet dus worden verplicht niet alleen samen te werken met zijn eigen bevoegde autoriteiten, maar ook met de bevoegde autoriteiten van de abi die hem als bewaarder heeft aangesteld, en met de bevoegde autoriteiten van de abi-beheerder die de abi beheert, indien die bevoegde autoriteiten in een andere lidstaat zijn gevestigd dan die van de bewaarder.
(31)Om de beleggers beter te beschermen, moet de informatiestroom van abi-beheerders naar abi-beleggers worden vergroot. Om de beleggers van een abi in staat te stellen de uitgaven van de abi beter te volgen, moeten abi-beheerders vaststellen welke vergoedingen door de abi-beheerder of de met hem verbonden ondernemingen zullen worden gedragen, en periodiek verslag uitbrengen over alle vergoedingen en kosten die direct of indirect aan de abi of aan een van haar beleggingen zijn toegerekend. Abi-beheerders moeten er ook toe worden verplicht aan beleggers verslag uit te brengen over de portefeuillesamenstelling van geïnitieerde leningen.
(32)Om de markttransparantie te vergroten en effectief gebruik te maken van beschikbare abi-marktgegevens, moet de ESMA worden toegestaan de marktgegevens waarover zij beschikt in geaggregeerde of samengevatte vorm openbaar te maken, en daarom moet de vertrouwelijkheidsnorm worden versoepeld.
(33)De vereisten voor entiteiten uit derde landen die toegang hebben tot de interne markt, moeten worden afgestemd op de normen die zijn vastgesteld in de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied en Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad. Daarnaast moeten niet-EU-abi’s of niet-EU-abi-beheerders die onderworpen zijn aan nationale voorschriften en die actief zijn in afzonderlijke lidstaten, voldoen aan het vereiste dat zij niet gevestigd zijn in een derde land dat als niet-coöperatief in belastingzaken wordt beschouwd.
(34)Richtlijn 2009/65/EG moet voor icbe-beheermaatschappijen vergelijkbare voorwaarden waarborgen wanneer er geen reden is om verschillen in regelgeving voor icbe’s en abi-beheerders te handhaven. Dit betreft de delegatieregeling, de behandeling van bewaarnemers, de toezichtrapportagevereisten en de beschikbaarheid en het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer.
(35)Om de uniforme toepassing van de inhoudelijke vereisten voor icbe-beheermaatschappijen te waarborgen, moet worden verduidelijkt dat beheermaatschappijen de bevoegde autoriteiten bij de indiening van de vergunningaanvraag informatie moeten verstrekken over de personele en technische middelen die zij zullen inzetten om hun taken uit te voeren en, in voorkomend geval, toezicht te houden op de gedelegeerden. Er moeten ten minste twee hogere leidinggevenden in dienst zijn of de werkzaamheden van de beheermaatschappij voltijds uitoefenen en in de Unie woonachtig zijn.
(36)Om de uniforme toepassing van Richtlijn 2009/65/EG te waarborgen, moet worden verduidelijkt dat de in artikel 13 van die richtlijn neergelegde delegatieregels van toepassing zijn op alle in bijlage II bij die richtlijn vermelde taken en op de in artikel 6, lid 3, van die richtlijn bedoelde nevendiensten.
(37)Om de juridische kaders van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG met betrekking tot delegatie op elkaar af te stemmen, moet het verplicht worden dat icbe-beheermaatschappijen de delegatie van hun taken jegens de bevoegde autoriteiten verantwoorden en objectieve redenen voor de delegatie verstrekken.
(38)Om een betrouwbaar overzicht te geven van de delegatieactiviteiten in de Unie die onder artikel 13 van Richtlijn 2009/65/EG vallen, dat als basis kan dienen voor toekomstige beleidsbeslissingen of toezichtmaatregelen, moeten de bevoegde autoriteiten aan de ESMA delegatiekennisgevingen verstrekken wanneer een icbe-beheermaatschappij meer portefeuillebeheer- of risicobeheertaken aan in derde landen gevestigde entiteiten delegeert dan zij zelf beheert.
(39)Om consequente harmonisatie van het kennisgevingsproces op het gebied van delegatie te waarborgen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om bij gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad technische reguleringsnormen vast te stellen tot nadere bepaling van de inhoud, de vorm en de procedures, om het proces van kennisgeving van delegatieregelingen van icbe’s te standaardiseren. Het kennisgevingsformulier moet gegevensvelden bevatten waarin de activiteiten worden vermeld die de risico- en portefeuillebeheertaken vormen, om te bepalen of een icbe-beheermaatschappij meer van dergelijke taken heeft gedelegeerd dan zij heeft aangehouden. Die technische reguleringsnormen moeten worden vastgesteld op basis van een door de ESMA ontwikkeld ontwerp.
(40)Om de regels inzake delegatie voor abi’s en icbe's verder op elkaar af te stemmen en te komen tot een meer uniforme toepassing van de Richtlijnen 2011/61/EU en 2009/65/EG, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorwaarden voor delegatie door een icbe-beheermaatschappij aan een derde en de voorwaarden waaronder een icbe-beheermaatschappij kan worden aangemerkt als brievenbusmaatschappij en dus niet langer als beheerder van de icbe kan worden beschouwd. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
(41)Deze richtlijn geeft uitvoering aan de aanbevelingen van het ESRB om instrumenten voor liquiditeitsbeheer en het gebruik ervan door beheerders van open-end-fondsen te harmoniseren om doeltreffender te kunnen reageren op liquiditeitsdruk in gespannen marktomstandigheden en om beleggers beter te beschermen.
(42)Om in een lidstaat gevestigde icbe-beheermaatschappijen in staat te stellen het hoofd te bieden aan terugbetalingsdruk onder gespannen marktomstandigheden, moet van hen worden verlangd dat zij ten minste één instrument voor liquiditeitsbeheer kiezen uit de geharmoniseerde lijst in de bijlage, naast de mogelijkheid om terugbetalingen op te schorten. Wanneer een beheermaatschappij besluit het instrument voor liquiditeitsbeheer te activeren of te deactiveren, moet hij de toezichthoudende autoriteiten daarvan in kennis stellen. Dit zou de toezichthoudende autoriteiten in staat stellen om potentiële overloopeffecten van liquiditeitsspanningen naar de ruimere markt beter aan te pakken.
(43)Icbe-beleggers moeten worden geïnformeerd over de voorwaarden voor het gebruik van instrumenten voor liquiditeitsbeheer, zodat zij een beleggingsbeslissing kunnen nemen die strookt met hun risicobereidheid en liquiditeitsbehoeften.
(44)Om de beleggers te beschermen en risico’s voor de financiële stabiliteit aan te pakken, moeten de bevoegde autoriteiten kunnen verzoeken dat een icbe-beheermaatschappij het passende instrument voor liquiditeitsbeheer activeert of deactiveert.
(45)Om consequente harmonisatie op het gebied van liquiditeitsrisicobeheer door icbe-beheerders te waarborgen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om bij gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad technische reguleringsnormen vast te stellen tot nadere bepaling van het proces van het kiezen en gebruiken van instrumenten voor liquiditeitsbeheer, om de markt- en toezichtconvergentie te vergemakkelijken. Die technische reguleringsnormen moeten worden vastgesteld op basis van een door de ESMA ontwikkeld ontwerp.
(46)Om marktmonitoring door de toezichthoudende autoriteiten te ondersteunen, moet het verzamelen en delen van informatie via toezichtrapportage worden verbeterd door icbe’s aan toezichtrapportageverplichtingen te onderwerpen. De ETA’s en de ECB moet worden verzocht om, waar nodig met steun van nationale bevoegde autoriteiten, na te gaan welke gegevens de verschillende toezichthoudende autoriteiten nodig hebben gezien de bestaande rapportagevereisten uit hoofde van andere wetgeving van de Unie en de lidstaten, met name Verordening (EU) nr. 600/2014, Verordening (EU) 2019/834, Verordening (EU) nr. 1011/2012 en Verordening (EU) nr. 1073/2013. De uitkomst van deze voorbereidende werkzaamheden zou het mogelijk maken met kennis van zaken te beslissen in welke mate en in welke vorm icbe’s aan de bevoegde autoriteiten verslag moeten uitbrengen over hun transacties.
(47)Om consequente harmonisatie van de toezichtrapportageverplichtingen te waarborgen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om bij gedelegeerde handelingen op grond van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad technische reguleringsnormen vast te stellen tot nadere bepaling van de inhoud, de vorm en de procedures, om het proces van toezichtrapportage door icbe’s te standaardiseren. Die technische reguleringsnormen moeten worden vastgesteld op basis van een door de ESMA ontwikkeld ontwerp.
(48)Om het toezichtrapportageproces te standaardiseren moet de Commissie ook de bevoegdheid krijgen om door de ESMA ontwikkelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen met betrekking tot de formulieren en gegevensnormen, de rapportagefrequentie en het tijdschema voor de rapportage door icbe’s. De Commissie dient deze technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 291 VWEU en artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
(49)Om de beleggersbescherming te waarborgen en er met name voor te zorgen dat er in alle gevallen sprake is van een stabiele informatiestroom tussen de bewaarnemer van een actief van een icbe en de bewaarder, moet de bewaardersregeling worden uitgebreid zodat centrale effectenbewaarinstellingen in de bewaarnemingsketen worden opgenomen wanneer zij bewaarnemingsdiensten verlenen aan icbe’s. Om overbodige inspanningen te vermijden, hoeven bewaarders geen due diligence vooraf verrichten wanneer zij bewaarneming aan centrale effectenbewaarinstellingen willen delegeren.
(50)Om de toezichtsconvergentie op het gebied van delegatie te ondersteunen, moet de ESMA collegiale toetsingen van de toezichtpraktijken uitvoeren met bijzondere aandacht voor het voorkomen van de oprichting van brievenbusmaatschappijen. De analyse door de ESMA van de collegiale toetsingen zou worden meegenomen in de evaluatie van de in deze richtlijn vastgestelde maatregelen en het Europees Parlement, de Raad en de Commissie erop wijzen welke aanvullende maatregelen nodig kunnen zijn om de doeltreffendheid van de in Richtlijn 2009/65/EG vastgestelde delegatieregeling te ondersteunen.
(51)Om de samenwerking en de doeltreffendheid op toezichtgebied te verbeteren, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst een met redenen omkleed verzoek kunnen richten tot de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de icbe om toezichtmaatregelen tegen een bepaalde icbe te nemen.
(52)Om de samenwerking op toezichtgebied te verbeteren moet de ESMA bovendien kunnen verzoeken dat een bevoegde autoriteit een zaak aan de ESMA voorlegt wanneer die zaak grensoverschrijdende gevolgen heeft en gevolgen kan hebben voor de bescherming van beleggers of de financiële stabiliteit. ESMA-analyses van dergelijke gevallen zullen andere bevoegde autoriteiten een beter inzicht in de besproken kwesties verschaffen en zullen bijdragen tot het voorkomen van soortgelijke gevallen in de toekomst en de integriteit van de icbe-markten beschermen,
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Richtlijn 2011/61/EU
Richtlijn 2011/61/EU wordt als volgt gewijzigd:
(1)Aan artikel 4, lid 1, wordt het volgende punt ap) toegevoegd:
“ap) centrale effectenbewaarinstelling”: een centrale effectenbewaarinstelling zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad*.
* Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).”.
(2)Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
(a)aan lid 4 worden de volgende punten c) en d) toegevoegd:
“c) benchmarkbeheer overeenkomstig Verordening (EU) 2016/1011;
d) kredietservicing overeenkomstig Richtlijn 2021/… van het Europees Parlement en de Raad.”;
(b)lid 6 wordt vervangen door:
“6. Artikel 2, lid 2, artikel 15, artikel 16 met uitzondering van lid 5, eerste alinea, en de artikelen 23, 24 en 25 van Richtlijn 2014/65/EU zijn van toepassing wanneer de in lid 4, punten a) en b), bedoelde diensten door abi-beheerders worden verleend.”.
(3)Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 2 wordt vervangen door:
“2. De lidstaten verlangen dat een abi-beheerder die een vergunning aanvraagt, de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst de volgende informatie over de abi-beheerder verstrekt:
(a)informatie over de personen die de werkzaamheden van de abi-beheerder feitelijk uitoefenen, met name met betrekking tot de in bijlage I bedoelde taken, waaronder:
i) een gedetailleerde beschrijving van hun rol, titel en rang;
ii) een beschrijving van hun rapportagelijnen en verantwoordelijkheden binnen en buiten de abi-beheerder;
iii) een overzicht van de tijd die zij aan elke verantwoordelijkheid besteden;
iv) een beschrijving van de technische en personele middelen die hun activiteiten ondersteunen;
(b)informatie over de identiteit van de rechtstreekse of middellijke aandeelhouders of leden van de abi-beheerder, natuurlijke of rechtspersonen, die daarin een gekwalificeerde deelneming bezitten, alsmede over het bedrag van die deelneming;
(c)een activiteitenprogramma waarin de organisatiestructuur van de abi-beheerder wordt uiteengezet, inclusief informatie over de wijze waarop de abi-beheerder zijn verplichtingen uit hoofde van de hoofdstukken II, III, IV en, in voorkomend geval, de hoofdstukken V, VI, VII en VIII wil nakomen, en een gedetailleerde beschrijving van de passende personele en technische middelen die de abi-beheerder daarvoor zal inzetten;
(d)informatie over het beloningsbeleid en de beloningspraktijken zoals bedoeld in artikel 13;
(e)informatie over de getroffen regelingen inzake de delegatie en subdelegatie van taken aan derden, als bedoeld in artikel 20, en een gedetailleerde beschrijving van de personele en technische middelen die door de abi-beheerder worden ingezet voor het toezicht op en de controle van de gedelegeerde.”;
(b)lid 5 wordt vervangen door:
“5. De bevoegde autoriteiten informeren de ESMA viermaal per jaar over de verleende of ingetrokken vergunningen zoals bedoeld in dit hoofdstuk.
De ESMA houdt een centraal openbaar register bij, met de identificatie van elke abi-beheerder die een vergunning uit hoofde van deze richtlijn heeft, een lijst van de abi’s die abi-beheerders in de Unie beheren en/of verhandelen, en de bevoegde autoriteit voor elke abi-beheerder. Het register wordt in elektronische vorm beschikbaar gemaakt.
Wanneer een abi-beheerder meer portefeuillebeheer- of risicobeheertaken aan in derde landen gevestigde entiteiten delegeert dan hij aanhoudt, stellen de bevoegde autoriteiten de ESMA jaarlijks in kennis van al deze delegaties (“delegatiekennisgevingen”).
De delegatiekennisgevingen omvatten het volgende:
(a)informatie over de abi-beheerder en abi in kwestie;
(b)informatie over de gedelegeerde, met vermelding van de vestigingsplaats van de gedelegeerde en of het een gereglementeerde entiteit is of niet;
(c)een beschrijving van de gedelegeerde taken op het gebied van portefeuillebeheer en risicobeheer;
(d)een beschrijving van de aangehouden taken op het gebied van portefeuillebeheer en risicobeheer;
(e)elke andere informatie die nodig is om de delegatieregelingen te analyseren;
(f)een beschrijving van de toezichtactiviteiten van de bevoegde autoriteiten, inclusief documentenonderzoeken en inspecties ter plaatse, en de resultaten van die activiteiten;
(g)nadere gegevens over de samenwerking tussen de bevoegde autoriteit van de abi-beheerder en de toezichthoudende autoriteit van de gedelegeerde.”;
(c)de volgende leden 8 en 9 worden toegevoegd:
“8. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter bepaling van de inhoud van de delegatiekennisgevingen en de standaardformulieren, templates en procedures voor de toezending van de delegatiekennisgevingen in een taal die in de financiële wereld gebruikelijk is. De standaardformulieren en templates bevatten informatievelden voor alle in lid 5, vierde alinea, bedoelde informatie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
9. De ESMA dient bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie regelmatig, ten minste om de twee jaar, een verslag in met een analyse van de marktpraktijken met betrekking tot delegatie aan in derde landen gevestigde entiteiten en de naleving van de artikelen 7 en 20.”.
(4)In artikel 8, lid 1, wordt punt c) vervangen door:
“c) de personen die de werkzaamheden van de abi-beheerder feitelijk uitoefenen, als voldoende betrouwbaar bekend staan en over voldoende ervaring beschikken, ook met betrekking tot de beleggingsstrategieën die worden gevolgd door de abi die door de abi-beheerder wordt beheerd, waarbij de namen van deze personen en van elke persoon die hen opvolgt onmiddellijk worden meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder en over de uitoefening van de werkzaamheden van de abi-beheerder wordt beslist door ten minste twee natuurlijke personen die aan deze voorwaarden voldoen en die ofwel voltijds in dienst zijn bij die abi-beheerder, ofwel zich voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden van de abi-beheerder en in de Unie woonachtig zijn;”.
(5)Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
(a)aan lid 3 wordt het volgende punt d) toegevoegd:
“d) hij voor leningverstrekkingsactiviteiten doeltreffende gedragslijnen, procedures en processen toepast bij de verlening van krediet, de beoordeling van het kredietrisico en het beheer en de monitoring van zijn kredietportefeuille, dat hij die gedragslijnen, procedures en processen actueel en doeltreffend houdt en ze regelmatig, ten minste eenmaal per jaar, evalueert.”;
(b)tussen de leden 4 en 5 worden de volgende leden 4 bis tot en met 4 sexies ingevoegd:
“4 bis. Een abi-beheerder zorgt ervoor dat een lening die door de abi die hij beheert voor één kredietnemer wordt geïnitieerd, niet meer dan 20 % van het kapitaal van de abi bedraagt wanneer de kredietnemer een van de volgende is:
(a)een financiële onderneming in de zin van artikel 13, punt 25, van Richtlijn 2009/138/EG;
(b)een instelling voor collectieve belegging in de zin van artikel 4, lid 1, punt a), van deze richtlijn of in de zin van artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2009/65/EG.
De in de eerste alinea vastgestelde beperking laat de in de Verordeningen (EU) 2015/760, (EU) nr. 345/2013 en (EU) nr. 346/2013 vastgestelde drempels, beperkingen en voorwaarden onverlet.
4 ter. De in lid 4 bis vastgestelde beleggingslimiet van 20 % zal:
(a)van toepassing zijn op de datum die in het reglement of de statuten van de abi is bepaald;
(b)niet meer van toepassing zijn zodra de abi activa begint te verkopen om de rechten van deelneming of aandelen van beleggers terug te betalen na het einde van de levensduur van de abi;
(c)tijdelijk worden opgeschort voor maximaal 12 maanden wanneer de abi extra kapitaal aantrekt of haar bestaande kapitaal vermindert.
4 quater De in lid 4 ter, punt a), bedoelde toepassingsdatum houdt rekening met de bijzondere kenmerken en eigenschappen van de activa waarin door de abi wordt belegd, en is niet later dan de helft van de in de oprichtingsdocumenten van de abi vermelde levensduur van de abi. In uitzonderlijke omstandigheden mag de bevoegde autoriteit van de abi-beheerder, nadat een naar behoren gerechtvaardigd beleggingsplan is ingediend, een verlenging van deze termijn met niet meer dan één jaar goedkeuren.
4 quinquies. De abi verstrekt geen leningen aan de volgende entiteiten:
(a)haar abi-beheerder of het personeel van haar abi-beheerder;
(b)haar bewaarder;
(c)de entiteit waaraan haar abi-beheerder overeenkomstig artikel 20 taken heeft gedelegeerd.
4 sexies. Een abi-beheerder zorgt ervoor dat de door hem beheerde abi permanent 5 % van de notionele waarde behoudt van de leningen die zij heeft geïnitieerd en vervolgens op de secundaire markt heeft verkocht.
Het in de eerste alinea vastgestelde vereiste is niet van toepassing op de leningen die de abi op de secundaire markt heeft gekocht.”.
(6)In artikel 16 worden de volgende leden 2 bis tot en met 2 nonies ingevoegd:
“2 bis. Een abi-beheerder zorgt ervoor dat de door hem beheerde abi van het closed-end-type is indien de notionele waarde van haar geïnitieerde leningen meer dan 60 % van haar intrinsieke waarde bedraagt.
Het in de eerste alinea vastgestelde vereiste laat de in de Verordeningen (EU) 345/2013, (EU) nr. 346/2013 en (EU) nr. 2015/760 vastgestelde drempels, beperkingen en voorwaarden onverlet.
2 ter. Nadat hij de geschiktheid ten aanzien van de nagestreefde beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofiel en het terugbetalingsbeleid heeft beoordeeld, kiest een abi-beheerder die een open-end-abi beheert, uit de lijst in bijlage V, punten 2 tot en met 4, ten minste één geschikt instrument voor liquiditeitsbeheer dat in het belang van de beleggers in de abi kan worden gebruikt. De abi-beheerder voert gedetailleerde gedragslijnen en procedures in voor de activering en deactivering van een gekozen instrument voor liquiditeitsbeheer, alsook operationele en administratieve regelingen voor het gebruik van dat instrument.
2 quater. Een abi-beheerder die een open-end-abi beheert, kan, in het belang van de beleggers in de abi, de inkoop of terugbetaling van de rechten van deelneming in de abi tijdelijk opschorten of andere instrumenten voor liquiditeitsbeheer activeren die zijn gekozen uit de lijst in bijlage V, punten 2 tot en met 4, en die zijn opgenomen in het fondsreglement of de statuten van de abi-beheerder.
De in de eerste alinea bedoelde tijdelijke opschorting is slechts mogelijk in uitzonderlijke gevallen, wanneer de omstandigheden zulks vergen en wanneer opschorting gelet op de belangen van de beleggers in de abi verantwoord is.
2 quinquies. Een abi-beheerder stelt de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat van herkomst onverwijld in kennis wanneer hij een in lid 2 ter vermeld instrument voor liquiditeitsbeheer activeert of deactiveert.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder stellen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat van ontvangst van de abi-beheerder, de ESMA en het ESRB onverwijld in kennis van kennisgevingen die zij overeenkomstig dit lid hebben ontvangen.
2 sexies. De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de in bijlage V beschreven instrumenten voor liquiditeitsbeheer beschikbaar zijn voor abi-beheerders die open-end-abi’s beheren.
2 septies. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de kenmerken van de in bijlage V beschreven instrumenten voor liquiditeitsbeheer.
2 octies. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op inzake criteria voor de keuze en het gebruik van geschikte instrumenten voor liquiditeitsbeheer door abi-beheerders ten behoeve van liquiditeitsrisicobeheer, inclusief passende informatieverstrekking aan beleggers, rekening houdend met het vermogen van dergelijke instrumenten om onterechte voordelen voor beleggers die hun beleggingen als eerste laten terugbetalen, te verminderen, en om risico’s voor de financiële stabiliteit te beperken.
2 nonies. Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de leden 2 septies en 2 octies van dit artikel bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”.
(7)Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
(a)de inleidende zin wordt vervangen door:
“1. Abi-beheerders die derden willen machtigen om een of meer van de in bijlage I vermelde taken of de in artikel 6, lid 4, bedoelde diensten namens hen uit te voeren, stellen de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst hiervan in kennis voordat de delegatieregelingen van kracht worden. Aan de volgende voorwaarden dient te worden voldaan:”;
(b)punt f) wordt vervangen door:
“f) de abi-beheerder moet kunnen aantonen dat de gedelegeerde gekwalificeerd is en in staat is om de taken en diensten in kwestie te vervullen respectievelijk te verlenen, dat de gedelegeerde met de grootste zorg is gekozen en dat de abi-beheerder in staat is om de gedelegeerde taken voortdurend daadwerkelijk in het oog te houden, de gedelegeerde te allen tijde verdere instructies te geven en de delegatie met onmiddellijke ingang te herroepen wanneer dat in het belang van de beleggers is.”;
(b)lid 3 wordt vervangen door:
“3. Ook wanneer de abi-beheerder taken aan een derde heeft gedelegeerd, en zelfs wanneer een verdere subdelegatie plaatsvindt, blijft de abi-beheerder volledig aansprakelijk jegens zijn cliënten, de abi en de beleggers in de abi; de abi-beheerder delegeert geen taken in die mate dat hij in wezen niet meer als de beheerder van de abi of de verlener van de diensten kan worden beschouwd en een brievenbusmaatschappij wordt.”;
(c)in lid 4 wordt de inleidende zin vervangen door:
“4. De derde mag elke van de aan hem gedelegeerde taken en diensten subdelegeren mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:”;
(8)Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:
(a)in lid 6 worden de punten c) en d) vervangen door:
“c) het derde land waar de bewaarder is gevestigd, is niet geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;
d) de lidstaten waar de rechten van deelneming of aandelen in de niet-EU-abi bestemd zijn te worden verhandeld, en, indien de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder niet tot deze lidstaten behoort, de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder hebben een overeenkomst gesloten met het derde land waar de bewaarder gevestigd is die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en die een doeltreffende informatie-uitwisseling betreffende fiscale aangelegenheden, inclusief eventuele belastingovereenkomsten, waarborgt, en het derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied;”;
(b)lid 11 wordt als volgt gewijzigd:
i) in de tweede alinea wordt punt c) vervangen door:
“c) de bewaarder is met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk gegaan bij de selectie en de aanstelling van om het even welke derde aan wie hij een deel van zijn taken wil delegeren, behalve wanneer die derde een centrale effectenbewaarinstelling is die optreedt in de hoedanigheid van een emittent-CSD in de zin van artikel 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie, en blijft met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk gaan bij de periodieke evaluatie en de doorlopende controle van om het even welke derde aan wie hij een deel van zijn taken heeft gedelegeerd en van de regelingen die de derde treft in verband met de aan hem gedelegeerde taken;
* Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie van 11 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de vergunnings-, toezichts- en operationele vereisten voor centrale effectenbewaarinstellingen (PB L 65 van 10.3.2017, blz. 48).”;
ii) de vijfde alinea wordt vervangen door:
“Voor de toepassing van dit lid wordt het verrichten van diensten door een centrale effectenbewaarinstelling die optreedt in de hoedanigheid van een emittent-CSD in de zin van artikel 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie niet beschouwd als delegatie van de bewaarnemingstaken van de bewaarder.”;
(c)lid 16 wordt vervangen door:
“16. De bewaarder stelt zijn bevoegde autoriteiten, de bevoegde autoriteiten van de abi die hem als bewaarder heeft aangesteld en de bevoegde autoriteiten van de abi-beheerder die die abi beheert, op verzoek alle informatie ter beschikking die hij bij de uitvoering van zijn taken heeft verkregen en die de bevoegde autoriteiten van de abi of de abi-beheerder nodig kunnen hebben. Als de bevoegde autoriteiten van de abi of de abi-beheerder niet dezelfde zijn als de voor de bewaarder bevoegde autoriteiten, delen de voor de bewaarder bevoegde autoriteiten de ontvangen informatie onverwijld mee aan de bevoegde autoriteiten van de abi en de abi-beheerder.”.
(9)Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
i) punt h) wordt vervangen door:
“h) een beschrijving van het beheer van het liquiditeitsrisico van de abi, inclusief de terugbetalingsrechten onder zowel normale als uitzonderlijke omstandigheden, met vermelding van de mogelijkheid en de voorwaarden voor het gebruik van overeenkomstig artikel 16, lid 2 ter, gekozen instrumenten voor liquiditeitsbeheer, en de bestaande terugbetalingsregelingen met beleggers;”;
ii) punt i bis) wordt ingevoegd:
“i bis) een lijst van vergoedingen en kosten die in verband met de werking van de abi zullen worden toegepast en die door de abi-beheerder of met hem verbonden ondernemingen zullen worden gedragen;”;
(b)aan lid 4 worden de volgende punten d), e) en f) toegevoegd:
“d) de portefeuille van geïnitieerde leningen;
e) alle directe en indirecte vergoedingen en kosten die direct of indirect in rekening zijn gebracht of toegewezen aan de abi of aan een van haar beleggingen, en wel eens per kwartaal;
f) elke moederonderneming, dochteronderneming of special purpose entity die in verband met de beleggingen van de abi is opgericht door de abi-beheerder, het personeel van de abi-beheerder of de direct of indirect met de abi-beheerder verbonden ondernemingen, en wel eens per kwartaal.”.
(10) Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 1 wordt vervangen door:
“1. Abi-beheerders brengen aan de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst regelmatig verslag uit over de markten en financiële instrumenten waarin zij voor de door hen beheerde abi’s handelen.
Zij verstrekken informatie over de financiële instrumenten waarin ze handelen, de markten waarvan ze lid zijn of waarop ze actief handelen, en de posities van elke door hen beheerde abi.”;
(b)in lid 2 wordt punt d) geschrapt;
(c)lid 6 wordt vervangen door:
“6. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de overeenkomstig de leden 1 en 2 te rapporteren gegevens. De ESMA houdt rekening met andere rapportagevereisten waaraan de abi-beheerders zijn onderworpen en met het overeenkomstig artikel 69 ter, lid 2, uitgebrachte verslag.
De ESMA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [datum invoegen: 36 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”;
(d)het volgende lid 7 wordt toegevoegd:
“7. De ESMA stelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op tot nadere bepaling van:
(a)het formaat en de gegevensnormen voor de in de leden 1 en 2 bedoelde verslagen;
(b)de frequentie en het tijdschema van de rapportage.
De ESMA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [datum invoegen: 36 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.".
(11)In artikel 35, lid 2, worden de punten b) en c) vervangen door:
“b) het derde land waar de niet-EU-abi is gevestigd, is niet geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;
c) het derde land waar de niet-EU-abi gevestigd is, heeft met de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder die over een vergunning beschikt en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in de niet-EU-abi naar voornemen zullen worden verhandeld, een overeenkomst gesloten die volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten, en het derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.”.
(12)Artikel 36, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
(a)punt c) wordt vervangen door:
“c) het derde land waar de niet-EU-abi is gevestigd, niet is geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;”;
(b)het volgende punt d) wordt toegevoegd:
“d) het derde land waar de niet-EU-abi gevestigd is, met de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder die over een vergunning beschikt en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in de niet-EU-abi naar voornemen zullen worden verhandeld, een overeenkomst heeft gesloten die volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten, en dat derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.”.
(13)In artikel 37, lid 7, worden de punten e) en f) vervangen door:
“e) het derde land waar de niet-EU-abi-beheerder is gevestigd, is niet geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;
f) het derde land waar de niet-EU-abi-beheerder is gevestigd, heeft met de referentielidstaat een overeenkomst gesloten die volledig voldoet aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief eventuele multilaterale belastingovereenkomsten, en het derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied;”.
(14)Het volgende artikel 38 bis wordt ingevoegd:
“Artikel 38 bis
Collegiale toetsing van de toepassing van de delegatieregeling
1.De ESMA verricht regelmatig, en ten minste om de twee jaar, een analyse van collegiale toetsingen inzake de toezichtactiviteiten van de bevoegde autoriteiten in verband met de toepassing van artikel 20. Die analyse van collegiale toetsingen richt zich op de maatregelen die zijn genomen om te voorkomen dat abi-beheerders die de uitvoering van portefeuillebeheer of risicobeheer aan in derde landen gevestigde derden delegeren, brievenbusmaatschappijen worden.
2.Bij de analyse van de collegiale toetsingen gebruikt de ESMA transparante methoden om een objectieve beoordeling en vergelijking tussen de beoordeelde bevoegde autoriteiten te waarborgen.”.
(15) In artikel 40, lid 2, worden de punten b) en c) vervangen door:
“b) het derde land waar de niet-EU-abi is gevestigd, is niet geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;
c) het derde land waar de niet-EU-abi gevestigd is, heeft met de referentielidstaat en met elke andere lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in de niet-EU-abi naar voornemen zullen worden verhandeld, een overeenkomst gesloten die volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief multilaterale belastingovereenkomsten, en het derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.”.
(16)Artikel 42, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
(a)punt c) wordt vervangen door:
“c) het derde land waar de niet-EU-abi-beheerder of de niet-EU-abi is gevestigd, is niet geïdentificeerd als derde land met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849;”;
(b)het volgende punt d) wordt toegevoegd:
“d) het derde land waar de niet-EU-abi of niet-EU-abi-beheerder gevestigd is, heeft met de lidstaat waar de rechten van deelneming of aandelen in de niet-EU-abi naar voornemen zullen worden verhandeld, een overeenkomst gesloten die volledig aan de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen voldoet en een doeltreffende informatie-uitwisseling in fiscale aangelegenheden waarborgt, inclusief multilaterale belastingovereenkomsten, en dat derde land wordt niet genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad van 2020 over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied.”.
(17)In artikel 46, lid 2, wordt punt j) vervangen door:
“j) in het belang van beleggers of in het algemeen belang te verlangen dat abi-beheerders een in punt 1 of punt 2 van bijlage V bedoeld of overeenkomstig artikel 16, lid 2 ter, door de abi-beheerder gekozen instrument voor liquiditeitsbeheer activeren of deactiveren, wat het meest passend is gezien het soort open-end-abi of groep van open-end-abi’s in kwestie en de risico’s voor de beleggersbescherming of de financiële stabiliteit die dit vereiste noodzakelijk maken;”.
(18)Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 3 wordt vervangen door:
“3. Alle informatie die uit hoofde van deze richtlijn tussen de ESMA, de bevoegde autoriteiten, de EBA, de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad*, en het ESRB wordt uitgewisseld, wordt als vertrouwelijk beschouwd, tenzij:
(a)de ESMA of de bevoegde autoriteit of andere betrokken autoriteit of instantie op het tijdstip waarop de mededeling plaatsvindt, verklaart dat deze informatie openbaar mag worden gemaakt;
(b)de openbaarmaking in het kader van gerechtelijke procedures noodzakelijk is;
(c)de openbaar gemaakte informatie wordt gebruikt in een samenvatting of in een geaggregeerde vorm waarin individuele financiëlemarktdeelnemers niet kunnen worden geïdentificeerd.
* Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).”;
(b)aan lid 4 wordt het volgende punt d) toegevoegd:
“d) oplegging van het vereiste dat niet-EU-abi-beheerders die in de Unie door hen beheerde abi’s verhandelen of EU-abi-beheerders die niet-EU-abi’s beheren, een in punt 1 of 2 van bijlage V bedoeld of door de abi-beheerder gekozen instrument voor liquiditeitsbeheer activeren of deactiveren, wat het meest passend is gezien het soort open-end-abi in kwestie en de risico’s voor de beleggersbescherming of de financiële stabiliteit die dit vereiste noodzakelijk maken.”.
(19) Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 5 wordt vervangen door:
“5. Als de bevoegde autoriteiten van een lidstaat gegronde redenen hebben om te vermoeden dat handelingen die strijdig zijn met deze richtlijn, worden of zijn uitgevoerd door een abi-beheerder die niet aan het toezicht van deze bevoegde autoriteiten is onderworpen, stellen zij de ESMA en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van herkomst en ontvangst in kwestie hiervan op zo specifiek mogelijke wijze in kennis. De autoriteiten die in kennis worden gesteld, ondernemen adequate actie en informeren de ESMA en de kennisgevende bevoegde autoriteiten over het resultaat hiervan en, voor zover mogelijk, over belangrijke tussentijdse ontwikkelingen. Dit lid laat de bevoegdheden van de kennisgevende bevoegde autoriteit onverlet.”;
(b)de volgende leden 5 bis tot en met 5 octies worden ingevoegd:
“5 bis. Voordat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een abi-beheerder hun bevoegdheden uit hoofde van artikel 46, lid 2, punt j), of artikel 47, lid 4, punt d), uitoefenen, stellen zij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst van de abi-beheerder, de ESMA en het ESRB daarvan in kennis.
5 ter De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van een abi-beheerder kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder verzoeken de bevoegdheden uit hoofde van artikel 46, lid 2, punt j), of artikel 47, lid 4, punt d), uit te oefenen, waarbij zij de redenen voor het verzoek vermeldt en de ESMA en het ESRB daarvan in kennis stelt.
5 quater Wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder het niet eens is met het in lid 5 ter bedoelde verzoek, stelt zij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de abi-beheerder, de ESMA en het ESRB daarvan in kennis, met vermelding van haar redenen.
5 quinquies Op basis van de overeenkomstig de leden 5 ter en 5 quater ontvangen informatie brengt de ESMA een advies uit aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder over de uitoefening van de in artikel 46, lid 2, punt j), of artikel 47, lid 4, punt d), bedoelde bevoegdheden.
5 sexies Wanneer de bevoegde autoriteit niet handelt in overeenstemming met of niet voornemens is gevolg te geven aan het in lid 5 quinquies bedoelde advies van de ESMA, stelt zij de ESMA daarvan in kennis, met vermelding van haar redenen voor de niet-opvolging of het voornemen daartoe. Het feit dat een bevoegde autoriteit haar advies niet opvolgt of voornemens is het niet op te volgen, kan door de ESMA bekendgemaakt worden. De ESMA kan eveneens per geval besluiten de redenen bekend te maken die de bevoegde autoriteit in dit verband aanvoert. De ESMA stelt de bevoegde autoriteiten van tevoren in kennis van deze bekendmaking.
5 septies De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van een abi-beheerder kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder verzoeken onverwijld de in artikel 46, lid 2, bedoelde bevoegdheden uit te oefenen, waarbij de redenen voor haar verzoek worden vermeld en de ESMA en, indien er potentiële risico’s voor de stabiliteit en de integriteit van het financiële stelsel zijn, het ESRB in kennis worden gesteld.
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de abi-beheerder stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de abi-beheerder, de ESMA en, indien er potentiële risico’s voor de stabiliteit en de integriteit van het financiële stelsel zijn, het ESRB onverwijld in kennis van de uitgeoefende bevoegdheden en haar bevindingen.
5 octies De ESMA kan de bevoegde autoriteit verzoeken aan de ESMA uitleg te verstrekken over specifieke gevallen die grensoverschrijdende gevolgen hebben, betrekking hebben op kwesties in verband met de bescherming van beleggers of risico’s voor de financiële stabiliteit inhouden.”;
(c)het volgende lid 7 wordt toegevoegd:
“7. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin wordt aangegeven in welke situaties de bevoegde autoriteiten de in artikel 46, lid 2, punt j), bedoelde bevoegdheden mogen uitoefenen en in welke situaties zij de in de leden 5 ter en 5 septies bedoelde verzoeken mogen doen. Bij de opstelling van die normen houdt de ESMA rekening met de mogelijke gevolgen van een dergelijk optreden van de toezichthouder voor de beleggersbescherming en de financiële stabiliteit in een andere lidstaat of in de Unie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”.
(20)In artikel 61 wordt lid 5 vervangen door:
“5. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een abi of, ingeval de abi niet gereglementeerd is, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een abi-beheerder, kunnen toestaan dat in een andere lidstaat gevestigde instellingen als bedoeld in artikel 21, lid 3, punt a), als bewaarder worden aangesteld. Deze bepaling laat de volledige toepassing van artikel 21 onverlet, met uitzondering van lid 5, punt a), van dat artikel over de plaats van vestiging van de bewaarder.”.
(21)Het volgende artikel 69 ter wordt ingevoegd:
“Artikel 69 ter
Evaluatie
1.Uiterlijk op [datum invoegen: 60 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] en na de in artikel 38 bis bedoelde collegiale toetsingen door de ESMA en de overeenkomstig artikel 7, lid 9, door de ESMA opgestelde verslagen initieert de Commissie een evaluatie van de werking van de in deze richtlijn vastgestelde regels en van de ervaring die met de toepassing ervan is opgedaan. Die evaluatie omvat een beoordeling van de volgende aspecten:
(a)de gevolgen voor de financiële stabiliteit van de beschikbaarheid en activering van instrumenten voor liquiditeitsbeheer door abi-beheerders;
(b)de doeltreffendheid van de vergunningsvereisten voor abi-beheerders in de artikelen 7 en 8 en de delegatieregeling in artikel 20 van deze richtlijn wat betreft het voorkomen van het ontstaan van brievenbusmaatschappijen in de Unie;
(c)de vraag of de in artikel 15 opgenomen vereisten voor abi-beheerders die leninginitiërende abi’s beheren, voldoen;
(d)de vraag of het passend is deze richtlijn aan te vullen met een bewaarderspaspoort;
2.Uiterlijk op [datum invoegen: 24 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] dient de ESMA bij de Commissie een verslag in over de ontwikkeling van een geïntegreerde verzameling toezichtgegevens, dat gericht zal zijn op:
(a)de vermindering van overlappingen en inconsistenties tussen de rapportagekaders in de sector vermogensbeheer en andere financiële sectoren;
(b)gegevensnormalisatie en efficiënte uitwisseling en gebruik van gegevens die binnen een rapportagekader van de Unie al zijn gerapporteerd door een relevante bevoegde autoriteit, op Unieniveau of op nationaal niveau.
3.Bij de opstelling van het in lid 2 bedoelde verslag werkt de ESMA nauw samen met de Europese Centrale Bank (ECB), de andere Europese toezichthoudende autoriteiten en, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteiten.
4.Na de in lid 1 bedoelde evaluatie en na raadpleging van de ESMA dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met de conclusies van die evaluatie.”.
(22)Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn.
(23)De tekst in bijlage II bij deze richtlijn wordt toegevoegd als bijlage V.
Artikel 2
Wijzigingen van Richtlijn 2009/65/EG
Richtlijn 2009/65/EG wordt als volgt gewijzigd:
(1)Aan artikel 2, lid 1, wordt het volgende punt u) toegevoegd:
“u) “centrale effectenbewaarinstelling”: een centrale effectenbewaarinstelling zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad*.
* Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).”.
(2)Artikel 7, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
(a) de punten b) en c) worden vervangen door:
“b) de personen die de werkzaamheden van de beheermaatschappij feitelijk uitoefenen, staan als voldoende betrouwbaar bekend en beschikken over voldoende ervaring, ook met betrekking tot het type icbe dat door de beheermaatschappij wordt beheerd, waarbij de namen van deze personen en van elke persoon die hen opvolgt onmiddellijk worden meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten en over de uitoefening van de werkzaamheden van de beheermaatschappij wordt beslist door ten minste twee natuurlijke personen die aan deze voorwaarden voldoen en die ofwel voltijds in dienst zijn bij die beheermaatschappij, ofwel zich voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden van de beheermaatschappij en in de Unie woonachtig zijn;
c) de vergunningsaanvraag gaat vergezeld van een programma van werkzaamheden waarin ten minste de organisatiestructuur van de beheermaatschappij wordt vermeld, alsook de technische en personele middelen die zullen worden ingezet om de werkzaamheden van de beheermaatschappij uit te oefenen, en informatie over de personen die het bedrijf van die beheermaatschappij daadwerkelijk leiden, waaronder:
i) een gedetailleerde beschrijving van hun rol, titel en rang;
ii) een beschrijving van hun rapportagelijnen en verantwoordelijkheden binnen en buiten de beheermaatschappij;
iii) een overzicht van de tijd die zij aan elke verantwoordelijkheid besteden;”;
(b)het volgende punt e) wordt toegevoegd:
“e) door de beheermaatschappij wordt informatie verstrekt over de getroffen regelingen inzake de delegatie van taken aan derden overeenkomstig artikel 13, alsook een gedetailleerde beschrijving van de personele en technische middelen die door de beheermaatschappij worden ingezet voor het toezicht op en de controle van de gedelegeerde.”.
(3)Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
i) de inleidende zin wordt vervangen door:
“1. Beheermaatschappijen die derden willen machtigen om een of meer van de in bijlage II vermelde taken of de in artikel 6, lid 3, bedoelde diensten voor hen uit te voeren, stellen de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst hiervan in kennis voordat de delegatieregelingen van kracht worden. Aan de volgende voorwaarden dient te worden voldaan:”;
ii) punt b) wordt vervangen door:
“b) de lastgeving mag een doeltreffend toezicht op de beheermaatschappij niet belemmeren, en mag met name niet verhinderen dat de beheermaatschappij handelt, of dat de icbe’s worden beheerd, in het beste belang van haar beleggers en cliënten;”;
iii) de punten g), h) en i) worden vervangen door:
“g) de lastgeving mag de met de uitoefening van de werkzaamheden van de beheermaatschappij belaste personen niet verhinderen te allen tijde verdere instructies te geven aan de instelling aan welke taken of diensten zijn gedelegeerd, of de lastgeving te herroepen met onmiddellijke ingang indien dit in het belang van de beleggers en cliënten is;
h) gelet op de aard van de te delegeren taken en diensten moet de instelling aan welke taken of diensten worden gedelegeerd, gekwalificeerd zijn en in staat zijn om de desbetreffende taken of diensten te vervullen; en
i) in de prospectussen van de icbe’s moet worden vermeld voor het delegeren van welke diensten en taken de beheermaatschappij overeenkomstig dit artikel toestemming heeft gekregen;”;
iv) het volgende punt j) wordt toegevoegd:
“j) de beheermaatschappij moet zijn hele delegatiestructuur met objectieve argumenten kunnen verklaren.”;
(b)lid 2 wordt vervangen door:
“2. De delegatie door de beheermaatschappij van taken of diensten aan derden laat de aansprakelijkheid van de beheermaatschappij of de bewaarder onverlet. De beheermaatschappij delegeert geen taken of diensten in die mate dat zij in wezen niet meer als de beheerder van de icbe kan worden beschouwd en een brievenbusmaatschappij wordt.”;
(c)de volgende leden 3 tot en met 6 worden toegevoegd:
“3. Wanneer een beheermaatschappij meer portefeuillebeheer- of risicobeheertaken aan in derde landen gevestigde entiteiten delegeert dan zij aanhoudt, stellen de bevoegde autoriteiten de ESMA jaarlijks in kennis van al deze delegaties (“delegatiekennisgevingen”).
De delegatiekennisgevingen omvatten het volgende:
(a)informatie over de icbe en haar beheermaatschappij in kwestie;
(b)informatie over de gedelegeerde, met vermelding van de vestigingsplaats van de gedelegeerde en of het een gereglementeerde entiteit is of niet;
(c)een beschrijving van de gedelegeerde taken op het gebied van portefeuillebeheer en risicobeheer;
(d)een beschrijving van de aangehouden taken op het gebied van portefeuillebeheer en risicobeheer;
(e) elke andere informatie die nodig is om de delegatieregelingen te analyseren;
(f)een beschrijving van de toezichtactiviteiten van de bevoegde autoriteiten, inclusief documentenonderzoeken en inspecties ter plaatse, en de resultaten van die activiteiten;
(g)nadere gegevens over de samenwerking tussen de bevoegde autoriteit en de toezichthoudende autoriteit van de gedelegeerde.
4. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter bepaling van de inhoud van de delegatiekennisgevingen en de standaardformulieren, templates en procedures voor de toezending van de delegatiekennisgevingen in een taal die in de financiële wereld gebruikelijk is. De standaardformulieren en templates bevatten informatievelden voor alle in lid 3 bedoelde informatie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
5. De ESMA dient bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie regelmatig, ten minste om de twee jaar, een verslag in met een analyse van de marktpraktijken met betrekking tot delegatie aan in derde landen gevestigde entiteiten en de naleving van de artikelen 7 en 13.
6. De Commissie stelt middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 112 bis maatregelen vast ter specificering van:
(a)de criteria om te bepalen of aan de vereisten van lid 1 is voldaan;
(b)de criteria om te bepalen of de icbe-beheermaatschappij haar taken in die mate heeft gedelegeerd dat zij een brievenbusmaatschappij wordt en niet langer als de beheerder van de icbe kan worden beschouwd, overeenkomstig lid 2.”.
(4)Het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:
“Artikel 18 bis
1.De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste de in bijlage II bis beschreven instrumenten voor liquiditeitsbeheer beschikbaar zijn voor icbe’s.
2.Nadat zij de geschiktheid ten aanzien van de nagestreefde beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofiel en het terugbetalingsbeleid heeft beoordeeld, kiest een beheermaatschappij uit de lijst in bijlage II bis, punten 2 tot en met 4, ten minste één geschikt instrument voor liquiditeitsbeheer dat in het belang van de beleggers in de icbe kan worden gebruikt, en neemt dit in het fondsreglement of de statuten van de beleggingsmaatschappij op. De beheermaatschappij voert gedetailleerde gedragslijnen en procedures in voor de activering en deactivering van een gekozen instrument voor liquiditeitsbeheer, alsook operationele en administratieve regelingen voor het gebruik van dat instrument.
3.De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de kenmerken van de in bijlage II bis beschreven instrumenten voor liquiditeitsbeheer.
4.De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op inzake criteria voor de keuze en het gebruik van geschikte instrumenten voor liquiditeitsbeheer door de beheermaatschappijen ten behoeve van liquiditeitsrisicobeheer, inclusief passende informatieverstrekking aan beleggers, rekening houdend met het vermogen van dergelijke instrumenten om onterechte voordelen voor beleggers die hun beleggingen als eerste laten terugbetalen, te verminderen, en om risico’s voor de financiële stabiliteit te beperken.
5.Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen de in de leden 3 en 4 bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen volgens de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”.
(5)De volgende artikelen 20 bis en 20 ter worden ingevoegd:
“Artikel 20 bis
1.Een beheermaatschappij brengt aan de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst regelmatig verslag uit over de markten en financiële instrumenten waarin zij voor de door haar beheerde icbe’s handelt.
2.De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de overeenkomstig lid 1 te rapporteren gegevens. De ESMA houdt rekening met andere rapportagevereisten waaraan de beheermaatschappijen zijn onderworpen en met het overeenkomstig artikel 20 ter uitgebrachte verslag.
De ESMA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op [datum invoegen: 36 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
3.De ESMA stelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op tot nadere bepaling van:
(a)het formaat en de gegevensnormen voor de in lid 1 bedoelde verslagen;
b)
de frequentie en het tijdschema van de rapportage.
De ESMA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op [datum invoegen: 36 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 20 ter
1.Uiterlijk op [datum invoegen: 24 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] dient de ESMA bij de Commissie een verslag in over de ontwikkeling van een geïntegreerde verzameling van toezichtgegevens, dat is gericht op:
(b)vermindering van overlappingen en inconsistenties tussen de rapportagekaders in de sector vermogensbeheer en andere financiële sectoren en
(c)verbetering van gegevensnormalisatie en efficiënte uitwisseling en gebruik van gegevens die binnen een rapportagekader van de Unie al zijn gerapporteerd door een relevante bevoegde autoriteit, op Unieniveau of op nationaal niveau.
2.Bij de opstelling van het in lid 1 bedoelde verslag werkt de ESMA nauw samen met de Europese Centrale Bank (ECB), de andere Europese toezichthoudende autoriteiten en, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteiten.”.
(6)Artikel 22 bis wordt als volgt gewijzigd:
(a)in lid 2 wordt punt c) vervangen door:
“c) de bewaarder met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk is gegaan bij de selectie en de aanstelling van een derde aan wie hij voornemens is een deel van zijn taken te delegeren, behalve wanneer die derde een centrale effectenbewaarinstelling is die optreedt in de hoedanigheid van een emittent-CSD in de zin van artikel 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie*, en met de nodige bekwaamheid, zorg en zorgvuldigheid te werk blijft gaan bij de periodieke evaluatie en de doorlopende controle van een derde aan wie hij een deel van zijn taken heeft gedelegeerd en van de regelingen die de derde treft in verband met de aan hem gedelegeerde taken.
* Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie van 11 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de vergunnings-, toezichts- en operationele vereisten voor centrale effectenbewaarinstellingen (PB L 65 van 10.3.2017, blz. 48).”;
(b)lid 4 wordt vervangen door:
“4. Voor de toepassing van dit lid wordt het verrichten van diensten door een centrale effectenbewaarinstelling die optreedt in de hoedanigheid van een emittent-CSD in de zin van artikel 1, punt e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/392 van de Commissie niet beschouwd als delegatie van de bewaarnemingstaken van de bewaarder.”.
(7)In artikel 29, lid 1, wordt punt b) vervangen door:
“b) de bestuurders van de beleggingsmaatschappij staan als voldoende betrouwbaar bekend en beschikken over voldoende ervaring, ook met betrekking tot het type werkzaamheden dat door de beleggingsmaatschappij wordt verricht, en te dien einde: moeten de identiteit van de bestuurders van de beleggingsmaatschappij, alsmede iedere vervanging van deze bestuurders onmiddellijk aan de bevoegde autoriteiten worden gemeld; moet over de uitoefening van de werkzaamheden van een beleggingsmaatschappij worden beslist door ten minste twee voltijdse werknemers of twee natuurlijke personen die zich voltijds inzetten voor de uitoefening van de werkzaamheden van die beleggingsmaatschappij en in de Unie woonachtig zijn, die aan deze voorwaarden voldoen; en wordt onder bestuurders degenen verstaan die krachtens de wet of statuten de beleggingsmaatschapppij vertegenwoordigen of feitelijk het beleid van de beleggingsmaatschappij bepalen;”.
(8)In artikel 84 worden leden 2 en 3 vervangen door:
“2. In afwijking van lid 1:
(a)kan een icbe, in het belang van haar deelnemers, de inkoop of terugbetaling van haar rechten van deelneming tijdelijk opschorten of een ander overeenkomstig artikel 18 bis, lid 2, gekozen instrument voor liquiditeitsbeheer activeren;
(b)kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van een icbe in het belang van de deelnemers of in het algemeen belang verlangen dat een icbe een in punt 1 of punt 2 van bijlage II bis bedoeld of overeenkomstig artikel 18 bis, lid 2, door de icbe gekozen en gemeld instrument voor liquiditeitsbeheer activeert, wat het meest passend is gezien het type icbe en de risico’s die tot het nemen van deze maatregel nopen.
De in de eerste alinea, punt a), bedoelde tijdelijke opschorting is slechts mogelijk in uitzonderlijke gevallen, wanneer de omstandigheden zulks vergen en wanneer opschorting gelet op de belangen van de deelnemers verantwoord is.
3. De icbe stelt de bevoegde autoriteiten van haar lidstaat van herkomst en de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten waar zij haar rechten van deelneming verhandelt, onverwijld in kennis wanneer zij een in lid 2, punt a), bedoeld instrument voor liquiditeitsbeheer activeert of deactiveert.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de icbe stellen de ESMA en het ESRB onverwijld in kennis van kennisgevingen die zij overeenkomstig dit lid hebben ontvangen.
3 bis. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de icbe stellen de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten waar de icbe haar rechten van deelneming verhandelt, de ESMA en het ESRB in kennis voordat zij bevoegdheden uit hoofde van lid 2, punt b), uitoefenen.
3 ter. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de icbe haar rechten van deelneming verhandelt, kunnen de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de icbe verzoeken de in lid 2, punt b), bedoelde bevoegdheden uit te oefenen, waarbij de redenen voor het verzoek worden vermeld en de ESMA en het ESRB in kennis worden gesteld.
3 quater. Wanneer de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de icbe het niet eens is met het in lid 3 ter bedoelde verzoek, stelt zij de verzoekende bevoegde autoriteit, de ESMA en het ESRB daarvan in kennis, met vermelding van de redenen.
3 quinquies. Op basis van de overeenkomstig de leden 3 ter en 3 quater ontvangen informatie brengt de ESMA een advies uit aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst van de icbe over de uitoefening van de in lid 2, punt b), bedoelde bevoegdheden.
3 sexies. Wanneer de bevoegde autoriteit niet handelt in overeenstemming met of niet voornemens is gevolg te geven aan het in lid 3 quinquies bedoelde advies van de ESMA, stelt zij de ESMA daarvan in kennis, met vermelding van de redenen voor de niet-opvolging of het voornemen daartoe. Het feit dat een bevoegde autoriteit haar advies naast zich neerlegt of voornemens is het naast zich neer te leggen, kan door de ESMA bekendgemaakt worden. De ESMA kan eveneens per geval besluiten de redenen bekend te maken die de bevoegde autoriteit in dit verband aanvoert. De ESMA stelt de bevoegde autoriteiten van tevoren in kennis van deze bekendmaking.
3 septies. De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin wordt aangegeven in welke situaties de bevoegde autoriteiten de in lid 2, punt b), bedoelde bevoegdheden mogen uitoefenen. Bij de opstelling van die normen houdt de ESMA rekening met de mogelijke gevolgen van een dergelijk optreden van de toezichthouder voor de beleggersbescherming en de financiële stabiliteit in een andere lidstaat of in de Unie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.”.
(9)Aan artikel 98 worden de volgende leden 3 en 4 toegevoegd:
“3. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de icbe kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de icbe verzoeken onverwijld de in lid 2 bedoelde bevoegdheden uit te oefenen, waarbij de redenen voor haar verzoek worden vermeld en de ESMA en, indien er potentiële risico’s voor de stabiliteit en de integriteit van het financiële stelsel zijn, het ESRB in kennis worden gesteld.
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de icbe stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst van de icbe, de ESMA en, indien er potentiële risico’s voor de stabiliteit en de integriteit van het financiële stelsel zijn, het ESRB onverwijld in kennis van de uitgeoefende bevoegdheden en haar bevindingen.
4. De ESMA kan de bevoegde autoriteit verzoeken aan de ESMA uitleg te verstrekken over specifieke gevallen die grensoverschrijdende gevolgen hebben, betrekking hebben op kwesties in verband met de bescherming van beleggers of risico’s voor de financiële stabiliteit inhouden.”.
(10)Het volgende artikel 101 bis wordt ingevoegd:
“Artikel 101 bis
1.De ESMA verricht regelmatig, en ten minste om de twee jaar, een analyse van collegiale toetsingen inzake de toezichtactiviteiten van de bevoegde autoriteiten in verband met de toepassing van artikel 13. Die analyse vancollegiale toetsingen richt zich op de maatregelen die zijn genomen om te voorkomen dat beheermaatschappijen die de uitvoering van portefeuillebeheer of risicobeheer aan in derde landen gevestigde derden delegeren, brievenbusmaatschappijen worden.
2.Bij het uitvoeren van de collegiale toetsing gebruikt de ESMA transparante methoden om een objectieve beoordeling en vergelijking tussen de beoordeelde bevoegde autoriteiten te waarborgen.”.
(11)Het volgende artikel 110 bis wordt ingevoegd:
“Artikel 110 bis
Uiterlijk op [datum invoegen: 30 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] en na de in artikel 101 bis bedoelde collegiale toetsingen en analyse en het overeenkomstig artikel 13, lid 4, door de ESMA opgestelde verslag verricht de Commissie een evaluatie van de in artikel 13 vastgestelde delegatieregeling met het oog op de voorkoming van het ontstaan van brievenbusmaatschappijen in de Unie.”.
(12) Artikel 112 bis wordt als volgt gewijzigd:
(a) in lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“De in artikel 13 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vier jaar met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn invoegen].”;
(b)in lid 3 wordt de eerste zin vervangen door:
“Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 12, 13, 14, 18 bis, 20 bis, 26 ter, 43, 50 bis, 51, 60, 61, 62, 64, 75, 78, 81, 95 en 111 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.”;
(c)in lid 5 wordt de eerste zin vervangen door:
“Een overeenkomstig de artikelen 12, 13, 14, 18 bis, 20 bis, 26 ter, 43, 50 bis, 51, 60, 61, 62, 64, 75, 78, 81, 95 en 111 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.”.
(13)Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze richtlijn.
(14)De tekst in bijlage IV bij deze richtlijn wordt toegevoegd als bijlage II bis.
Artikel 3
Omzetting
1.De lidstaten stellen uiterlijk op [datum invoegen: 24 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn] de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan deze richtlijn te voldoen, en maken deze bekend. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.
2.Zij passen die bepalingen toe vanaf […].
3.Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
4.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 4
Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 5
Adressaten
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter