EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 8.10.2020
COM(2020) 639 final
2020/0286(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de financiële bijdragen van de lidstaten aan het Europees Ontwikkelingsfonds, inclusief het maximum voor 2022, het jaarlijkse bedrag voor 2021, de eerste tranche voor 2021 en een indicatieve en niet-bindende prognose voor de verwachte jaarlijkse bedragen van de bijdragen voor de jaren 2023 en 2024
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Het voorstel heeft betrekking op:
–
het maximumbedrag van de bijdragen voor 2022;
–
het jaarlijkse bedrag van de bijdragen voor 2021;
–
het bedrag van de eerste tranche van de bijdrage voor 2021;
–
de niet-bindende prognose voor de verwachte jaarlijkse bijdragen voor de jaren 2023 en 2024.
Voor het 11e EOF en de andere EOF’s die nog lopen (het 8e, 9e en 10e EOF) geldt de volgende regelgeving:
de huidige partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, zoals laatstelijk gewijzigd (hierna de “ACS-EU-partnerschapsovereenkomst” genoemd);
het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Europese Unie binnen het meerjarig financieel kader voor 2014-2020, overeenkomstig de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn (hierna “het Intern Akkoord van het 11e EOF” genoemd);
Verordening (EU) 2018/1877 van de Raad inzake het financieel reglement van toepassing op het 11e Europees Ontwikkelingsfonds (hierna het “Financieel Reglement van het 11e EOF” genoemd).
In deze documenten staan meerjarige verbintenissen van de lidstaten om de thesaurie van het EOF te financieren. Het Financieel Reglement van het 11e EOF zorgt ervoor dat de lidstaten op regelmatige basis bijdragen aan de thesaurie van het EOF overeenkomstig vooraf vastgestelde financiële verbintenissen. Regelmatige bijdragen komen er op basis van technische besluiten van de Raad betreffende de uitvoering van eerder besloten financiële vastleggingen.
Een aantal onderdelen van de toelichting zijn daarom niet van toepassing op oproepen voor regelmatige bijdragen zoals deze.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Overeenkomstig artikel 19, lid 7, van het Financieel Reglement van het 11e EOF wordt bij elk bedrag vermeld welk bedrag door de Commissie wordt beheerd en welk bedrag door de Europese Investeringsbank (EIB).
Krachtens artikel 46 van het Financieel Reglement van het EOF heeft de EIB de Commissie haar geactualiseerde vastleggings- en betalingsramingen betreffende de door haar beheerde instrumenten doen toekomen.
In Artikel 20, lid 1, van het Financieel Reglement van het 11e EOF is bepaald dat bij de verzoeken om bijdragen eerst in chronologische volgorde de bedragen voor voorgaande EOF’s worden opgebruikt. De verzoeken om bijdragen in dit voorstel hebben dus betrekking op bedragen in het kader van het 10e EOF voor de EIB en bedragen in het kader van het 11e EOF voor de Europese Commissie.
Overeenkomstig artikel 19, lid 2, van het Financieel Reglement van het 11e EOF neemt de Raad uiterlijk op 15 november een besluit over dit voorstel.
Overeenkomstig artikel 21, lid 1, van het Financieel Reglement van het 11e EOF is een lidstaat die de tranche van de verschuldigde bijdrage niet binnen de vastgestelde termijn betaalt, rente over het niet-betaalde bedrag verschuldigd. De regelingen voor de rentebetaling zijn in datzelfde artikel vastgesteld.
2020/0286 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de financiële bijdragen van de lidstaten aan het Europees Ontwikkelingsfonds, inclusief het maximum voor 2022, het jaarlijkse bedrag voor 2021, de eerste tranche voor 2021 en een indicatieve en niet-bindende prognose voor de verwachte jaarlijkse bedragen van de bijdragen voor de jaren 2023 en 2024
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Europese Unie binnen het meerjarig financieel kader voor 2014-2020, overeenkomstig de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn (hierna “het Intern Akkoord” genoemd), en met name artikel 7,
Gezien Verordening (EU) 2018/1877 van de Raad van 26 november 2018 inzake het financieel reglement van toepassing op het 11e Europees Ontwikkelingsfonds (hierna het “Financieel Reglement van het 11e EOF” genoemd), en met name artikel 19, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Overeenkomstig de procedure van de artikelen 19 tot en met 22 van het Financieel Reglement van het 11e EOF dient de Europese Commissie uiterlijk op 15 oktober 2020 een voorstel in voor a) het maximumbedrag van de bijdrage voor 2022; b) het jaarlijkse bedrag van de bijdrage voor 2021; c) het bedrag van de eerste tranche van de bijdrage voor 2021; en d) een indicatieve en niet-bindende prognose voor de verwachte jaarlijkse bedragen van de bijdragen voor de jaren 2023-2024.
(2)Krachtens artikel 46 van het Financieel Reglement van het 11e EOF heeft de Europese Investeringsbank (EIB) de Europese Commissie haar geactualiseerde vastleggings- en betalingsramingen betreffende de door haar beheerde instrumenten doen toekomen.
(3)In artikel 20, lid 1, van het Financieel Reglement van het 11e EOF is bepaald dat bij de verzoeken om bijdragen eerst in chronologische volgorde de bedragen voor voorgaande EOF’s worden opgebruikt. Daarom moet een verzoek om bijdragen worden gedaan in het kader van het 10e EOF voor de EIB en in het kader van het 11e EOF voor de Commissie.
(4)In artikel 55 van het Financieel Reglement van het 11e EOF is bepaald dat de bedragen van projecten in het kader van het 10e EOF of van voorgaande EOF’s die niet zijn vastgelegd overeenkomstig artikel 1, lid 3, van het Intern Akkoord of die zijn vrijgemaakt overeenkomstig artikel 1, lid 4, van het Intern Akkoord, tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen anders besluit, in mindering worden gebracht op de in artikel 1, lid 2, onder a), van het Intern Akkoord bedoelde bijdragen van de lidstaten.
(5)In de artikelen 152 en 153 van het akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie is bepaald dat het Verenigd Koninkrijk partij blijft bij het EOF tot de afsluiting van het 11e EOF en alle voorgaande EOF's die nog niet zijn afgesloten. Het aandeel van het Verenigd Koninkrijk in vrijgemaakte middelen voor projecten in het kader van het 10e EOF of voorgaande EOF’s wordt echter niet hergebruikt.
(6)Bij Besluit (EU) 2019/1800 heeft de Raad op 24 oktober 2019 op voorstel van de Europese Commissie besloten het maximum van de jaarlijkse EOF-bijdragen van de lidstaten voor 2021 vast te stellen op 3 700 000 000 EUR voor de Europese Commissie en 300 000 000 EUR voor de Europese Investeringsbank.
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het maximum voor het jaarlijkse bedrag van de EOF-bijdragen van de lidstaten voor 2022 wordt vastgesteld op 2 800 000 000 EUR. Het bedrag wordt gesplitst in 2 500 000 000 EUR voor de Commissie en 300 000 000 EUR voor de EIB.
Artikel 2
Het jaarlijkse bedrag van de EOF-bijdragen van de lidstaten voor 2021 wordt vastgesteld op 4 000 000 000 EUR. Het bedrag wordt gesplitst in 3 700 000 000 EUR voor de Commissie en 300 000 000 EUR voor de EIB.
Artikel 3
De individuele bijdragen aan het Europees Ontwikkelingsfonds die de lidstaten voor de eerste tranche van 2021 aan de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank moeten betalen, zijn in de tabel in de bijlage bij dit besluit weergegeven.
Artikel 4
Een bedrag van 223 000 000 EUR uit niet-vastgelegde of vrijgemaakte middelen voor projecten in het kader van het 8e en 9e EOF wordt terugbetaald in de vorm van een korting op de betalingen voor de eerste tranche voor 2021, als vermeld in artikel 3 van dit besluit.
Artikel 5
De indicatieve en niet-bindende prognose voor het verwachte jaarlijkse bedrag van de bijdragen voor 2023 wordt vastgesteld op 1 800 000 000 EUR voor de Commissie en op 300 000 000 EUR voor de EIB, en voor 2024 op 1 500 000 000 EUR voor de Commissie en op 200 000 000 EUR voor de EIB.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter