This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52019AP0040
Amendments adopted by the European Parliament on 17 January 2019 on the proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council establishing the Rights and Values programme (COM(2018)0383 — C8-0234/2018 — 2018/0207(COD))
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 januari 2019 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden (COM(2018)0383 — C8-0234/2018 — 2018/0207(COD))
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 januari 2019 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden (COM(2018)0383 — C8-0234/2018 — 2018/0207(COD))
PB C 411 van 27.11.2020, pp. 618–670
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
27.11.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 411/618 |
P8_TA(2019)0040
Vaststelling van het programma Rechten en waarden 2021-2027***I
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 januari 2019 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Rechten en waarden (COM(2018)0383 — C8-0234/2018 — 2018/0207(COD)) (1)
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(2020/C 411/51)
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voorstel voor een |
Voorstel voor een |
|
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD |
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD |
|
tot vaststelling van het programma Rechten en waarden |
tot vaststelling van het programma Burgers, gelijkheid, rechten en waarden |
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 13 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
||||
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 19 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 21 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 22 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Overweging 22 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
||||
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Overweging 26 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Bij deze verordening wordt het programma Rechten en waarden ingesteld, hierna “het programma” genoemd. |
Bij deze verordening wordt het programma Burgers, gelijkheid, rechten en waarden ingesteld, hierna “het programma” genoemd. |
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
In deze verordening worden de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode 2021–2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd. |
In deze verordening worden de doelstellingen en het toepassingsgebied van het programma, de begroting voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de voorwaarden voor de verstrekking van die financiering vastgelegd. |
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de EU-Verdragen zijn verankerd, onder meer door ondersteuning van maatschappelijke organisaties met het oog op de instandhouding van een open, democratische en inclusieve samenleving. |
1. De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de Verdragen zijn verankerd , waaronder democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, zoals vastgelegd in artikel 2 VEU, met name door maatschappelijke organisaties (vooral basisorganisaties) op lokaal, regionaal, nationaal en transnationaal niveau te ondersteunen en hun capaciteit te vergroten, en door democratische participatie door burgers aan te moedigen, met het oog op de instandhouding en verdere ontwikkeling van een open, op rechten gebaseerde, democratische , gelijkwaardige en inclusieve samenleving. |
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — lid 2 — letter -a (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — lid 2 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — lid 2 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — lid 2 — letter c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Artikel 2 bis |
||
|
|
Onderdeel Waarden van de Unie |
||
|
|
In het kader van de algemene doelstelling in artikel 2, lid 1, en de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder -a), is het programma vooral gericht op: |
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Onderdeel Gelijkheid en rechten |
Onderdeel Gelijkheid, rechten en gendergelijkheid |
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander a), is het programma vooral gericht op: |
In het kader van de algemene doelstelling in artikel 2, lid 1, en de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder a), is het programma vooral gericht op: |
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — letter a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger |
Onderdeel Actief burgerschap |
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander b) , is het programma vooral gericht op : |
In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder a) , worden met het programma de volgende doelstellingen nagestreefd : |
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — alinea 1 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — alinea 1 — letter a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — alinea 1 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — alinea 1 — letter b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander c), is het programma vooral gericht op: |
In het kader van de algemene doelstelling in artikel 2, lid 1, en de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, onder c), is het programma vooral gericht op: |
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — alinea 1 — letter -a (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — alinea 1 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — alinea 1 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2021–2027 bedragen [ 641 705 000 ] EUR in lopende prijzen. |
1. De financiële middelen voor de uitvoering van het programma over de periode 2021-2027 bedragen [ 1 627 000 000 ] EUR in prijzen van 2018 [1 834 000 000 EUR in lopende prijzen]. |
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 2 — letter -a (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 2 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 2 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 2 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De Commissie wijst ten minste 50 % van de onder -a) en a) bedoelde bedragen toe voor de ondersteuning van activiteiten van maatschappelijke organisaties, waarvan ten minste 65 % aan lokale en regionale maatschappelijke organisaties wordt toegewezen. |
|
|
De Commissie wijkt ten hoogste met vijf procentpunten af van de in bijlage -I, onder a), vervatte toegewezen percentages van de financiële middelen. Mocht het nodig blijken deze limiet te overschrijden, dan is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage -I, onder a), te wijzigen door de toegewezen percentages van de voor het programma uitgetrokken financiële middelen met vijf tot tien procentpunten aan te passen. |
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeschreven naar het programma. De Commissie voert die middelen uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement op directe wijze dan wel overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement op indirecte wijze . Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat. |
5. Op verzoek van de lidstaten of de Commissie kunnen de aan de lidstaten in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeheveld naar het programma. De Commissie wendt die middelen op directe wijze aan overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de lidstaat. |
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 6 bis |
|
|
Mechanisme voor de ondersteuning van waarden |
|
|
1. In uitzonderlijke gevallen, wanneer zich in een lidstaat een ernstige en snelle verslechtering op het gebied van de naleving van de in artikel 2 VEU verankerde waarden van de Unie voordoet en het risico bestaat dat deze waarden onvoldoende worden beschermd en bevorderd, mag de Commissie een oproep doen tot het indienen van voorstellen in de vorm van een versnelde procedure voor subsidieaanvragen door maatschappelijke organisaties, teneinde de democratische dialoog in de betrokken lidstaat te vergemakkelijken, te ondersteunen en te bevorderen en de tekortkomingen met betrekking tot de naleving van de in artikel 2 VEU verankerde waarden aan de orde te stellen. |
|
|
2. De Commissie wijst ten hoogste 5 % van de in artikel 6, lid 2, onder -a), bedoelde bedragen toe aan het in lid 1 van dit artikel bedoelde mechanisme voor de ondersteuning van waarden. Aan het einde van elk begrotingsjaar hevelt de Commissie eventuele niet-toegewezen middelen in het kader van dit mechanisme over ter ondersteuning van andere acties die binnen de doelstellingen van het programma vallen. |
|
|
3. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om het in lid 1 van dit artikel bedoelde mechanisme voor de ondersteuning van waarden in werking te stellen. De inwerkingstelling van het mechanisme is gebaseerd op alomvattende, regelmatige en op bewijs gebaseerde monitoring en evaluatie van de situatie van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in alle lidstaten. |
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer in overeenstemming met het Financieel Reglement of in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel 61 , lid 1, onder c), van het Financieel Reglement. |
1. Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer in overeenstemming met het Financieel Reglement of in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel 62 , lid 1, onder c), van het Financieel Reglement. |
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. In het kader van het programma kan financiering worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement. |
2. In het kader van het programma kan financiering worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement , met name via subsidies voor maatregelen, alsook via jaarlijkse en meerjarige exploitatiesubsidies . Deze financiering wordt dusdanig ten uitvoer gelegd dat goed financieel beheer, een verstandige besteding van middelen, lage administratieve lasten voor de projectontwikkelaar en begunstigden en toegankelijkheid van de fondsen van het programma voor begunstigden kan worden gegarandeerd. Er mag gebruik worden gemaakt van vaste bedragen, eenheidskosten, vaste percentages en doorgifte van subsidies (financiële steun aan derden). Medefinanciering moet ook bijdragen in natura omvatten en moet in geval van beperkte aanvullende middelen verruimd kunnen worden. |
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Acties die bijdragen tot de verwezenlijking van een specifieke doelstelling als bedoeld in artikel 2 kunnen in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van deze verordening. Met name de in bijlage I genoemde activiteiten komen in aanmerking voor financiering. |
|
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — alinea 2 (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Artikel 9 bis |
||
|
|
Activiteiten die in aanmerking komen voor financiering |
||
|
|
De in artikel 2 bedoelde algemene en specifieke doelstellingen van het programma worden met name, maar niet uitsluitend, nagestreefd door ondersteuning van de volgende activiteiten: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Subsidies in het kader van het programma worden toegekend en beheerd in overeenstemming met titel VIII van het Financieel Reglement. |
1. Subsidies in het kader van het programma worden toegekend en beheerd in overeenstemming met titel VIII van het Financieel Reglement en omvatten onder meer subsidies voor maatregelen, meerjarige exploitatiesubsidies en doorgifte van subsidies . |
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het evaluatiecomité kan uit externe deskundigen bestaan. |
2. Het evaluatiecomité kan uit externe deskundigen bestaan. Bij de samenstelling van het comité wordt genderevenwicht in acht genomen. |
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Aan een actie waaraan in het kader van het programma een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit een ander programma van de Unie, met inbegrip van fondsen in gedeeld beheer, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. [De cumulatieve financiering mag de totale subsidiabele kosten van de actie niet overschrijden en de steun uit de verschillende programma’s van de Unie kan pro rata worden berekend]. |
1. Aan een actie waaraan in het kader van het programma een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit een ander programma van de Unie, met inbegrip van fondsen in gedeeld beheer, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken en dat dubbele financiering wordt voorkomen door duidelijk de financieringsbronnen voor elke uitgavencategorie aan te geven, in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer . [De cumulatieve financiering mag de totale subsidiabele kosten van de actie niet overschrijden en de steun uit de verschillende programma’s van de Unie kan pro rata worden berekend]. |
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 2 — letter a — bolletje 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 2 — letter a — bolletje 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 2 — letter b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Zonder oproep tot het indienen van voorstellen kunnen exploitatiesubsidies worden toegekend aan het Europees netwerk van instanties voor gelijke behandeling Equinet ter dekking van uitgaven die betrekking hebben op het permanente werkprogramma. |
3. Zonder oproep tot het indienen van voorstellen kunnen op grond van artikel 6, lid 2, onder a), exploitatiesubsidies worden toegekend aan het Europees netwerk van instanties voor gelijke behandeling (Equinet) ter dekking van uitgaven in verband met het permanente werkprogramma , op mits van het betreffende werkprogramma een gendereffectbeoordeling is uitgevoerd . |
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Werkprogramma |
Werkprogramma en meerjarenprioriteiten |
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Het programma wordt uitgevoerd door middel van werkprogramma's als bedoeld in artikel 110 van het Financieel Reglement. |
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. De Commissie past bij de vaststelling van haar prioriteiten in het kader van het programma het partnerschapsbeginsel toe en zorgt er, overeenkomstig artikel 15 bis, voor dat de belanghebbenden nauw worden betrokken bij de planning, uitvoering, monitoring en evaluatie van dit programma en de bijbehorende werkprogramma's. |
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het werkprogramma wordt door de Commissie vastgesteld door middel van een uitvoeringshandeling . Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 19 bedoelde raadplegingsprocedure. |
2. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door het passende werkprogramma vast te stellen . |
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 2 vermelde specifieke doelstellingen zijn vastgesteld in bijlage II. |
1. De indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 2 vermelde specifieke doelstellingen worden, in voorkomend geval, naar gender uitgesplitst . De lijst van indicatoren is opgenomen in bijlage II. |
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Het systeem voor verslaglegging over de prestaties waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte, doeltreffend en tijdig worden verzameld. Daartoe worden de ontvangers van middelen van de Unie en de lidstaten aan evenredige verslagleggingsvereisten onderworpen. |
3. Het systeem voor verslaglegging over de prestaties waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte, doeltreffend en tijdig worden verzameld. Daartoe worden de ontvangers van middelen van de Unie en de lidstaten aan evenredige en zo min mogelijk belastende verslagleggingsvereisten onderworpen. Om de naleving van de verslagleggingsvereisten te vergemakkelijken, stelt de Commissie gebruiksvriendelijke formaten ter beschikking en verstrekt zij oriëntatie- en ondersteuningsprogramma's die in het bijzonder gericht zijn op maatschappelijke organisaties, die niet altijd over de nodige knowhow en voldoende middelen en personeel beschikken om aan de vereisten te voldoen. |
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Evaluaties worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen. |
1. Evaluaties omvatten een genderdimensie, alsook naar geslacht uitgesplitste cijfers en een specifiek hoofdstuk voor elk onderdeel, houden rekening met het aantal personen dat bereikt werd, feedback en geografische dekking, en worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen. |
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, doch uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen. Bij de tussentijdse evaluatie wordt rekening gehouden met de evaluaties van het langetermijneffect van de voorgaande programma's (Rechten, gelijkheid en burgerschap en Europa voor de burger). |
2. De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, doch uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen. Bij de tussentijdse evaluatie wordt rekening gehouden met de evaluaties van het langetermijneffect van de voorgaande programma's (Rechten, gelijkheid en burgerschap en Europa voor de burger). In de tussentijdse evaluatie wordt een gendereffectbeoordeling opgenomen om te bepalen in hoeverre de doelstellingen betreffende gendergelijkheid van het programma op dat moment zijn verwezenlijkt, teneinde te waarborgen dat programmaonderdelen niet onbedoeld negatieve gevolgen hebben voor de gendergelijkheid en aanbevelingen te kunnen doen voor de actieve bevordering van gendergelijkheidsoverwegingen bij de ontwikkeling van toekomstige oproepen tot het indienen van voorstellen en beslissingen over exploitatiesubsidies. |
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. |
4. De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. De Commissie maakt de evaluatie openbaar en zorgt ervoor dat deze gemakkelijk toegankelijk is door deze op haar website te publiceren. |
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in artikel 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2027. |
2. De in de artikelen 13 en 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2027. |
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. |
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 13 en 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. |
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 . |
4. Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Bij de samenstelling van de te raadplegen groep deskundigen wordt genderevenwicht in acht genomen. Bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen zorgt de Commissie ervoor dat alle documenten, waaronder de ontwerphandelingen, tijdig en gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad en aan de deskundigen van de lidstaten. Indien zij dat noodzakelijk achten, kunnen zowel het Europees Parlement als de Raad deskundigen sturen naar de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen waarvoor deskundigen van de lidstaten zijn uitgenodigd. Daartoe ontvangen het Europees Parlement en de Raad de planning voor de komende maanden en de uitnodigingen voor alle deskundigenvergaderingen. |
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad. |
5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad. Burgers en andere belanghebbenden kunnen, overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven, gedurende een periode van vier weken hun mening geven over de ontwerptekst van een gedelegeerde handeling. Het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's worden over de ontwerptekst geraadpleegd op basis van de ervaringen van ngo's en lokale en regionale overheden met de uitvoering van het programma. |
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Een overeenkomstig artikel 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt slechts in werking indien noch het Europees Parlement, noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. |
6. Een overeenkomstig de artikelen 13 en 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt slechts in werking indien noch het Europees Parlement, noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. |
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren. |
1. De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek en, in voorkomend geval, de begunstigden van of deelnemers aan de acties die met deze middelen worden gefinancierd, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren in een vorm die ook toegankelijk is voor personen met een handicap, waardoor de toegevoegde waarde van de Unie wordt aangetoond en de inspanningen van de Commissie op het gebied van gegevensverzameling worden ondersteund om de budgettaire transparantie te vergroten . |
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De Commissie zorgt voor informatie en communicatie uit met betrekking tot het programma alsmede de in de kader uitgevoerde acties en de resultaten daarvan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 2 bedoelde doelstellingen. |
2. De Commissie zorgt voor informatie en communicatie uit met betrekking tot het programma alsmede de in de kader uitgevoerde acties en de resultaten daarvan. |
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 18 bis Contactpunten voor het programma Elke lidstaat beschikt over een onafhankelijk nationaal contactpunt met gekwalificeerd personeel dat met name tot taak heeft de belanghebbenden en begunstigden van het programma onpartijdig advies, praktische informatie en hulp te bieden met betrekking tot alle aspecten van het programma en de aanvraagprocedure. |
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 19
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 19 |
Schrappen |
|
Comitéprocedure |
|
|
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. |
|
|
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. |
|
|
3. Het comité kan in specifieke configuraties bijeenkomen voor het bespreken van de afzonderlijke onderdelen van het programma. |
|
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Bijlage -I (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||||||||
|
|
Bijlage -I |
||||||||||
|
|
De in artikel 6, lid 1, bedoelde beschikbare middelen in het kader van het programma worden als volgt toegewezen: |
||||||||||
|
|
|
||||||||||
|
|
|
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Bijlage I
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Bijlage I |
Schrappen |
||
|
Activiteiten in het kader van het programma |
|
||
|
De in artikel 2, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen van het programma worden met name nagestreefd door middel van ondersteuning van de volgende activiteiten: |
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — alinea 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het programma wordt gemonitord aan de hand van een reeks indicatoren om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt, mede met het oog op verlichting van de administratieve lasten en de kosten. Daartoe zullen gegevens worden vergaard met betrekking tot onderstaande indicatoren: |
Het programma wordt gemonitord aan de hand van een reeks resultaatindicatoren om te meten in hoeverre de algemene en specifieke doelstellingen van het programma zijn verwezenlijkt, mede om de administratieve lasten en de kosten zo laag mogelijk te houden. Waar mogelijk worden de indicatoren uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en eventuele andere gegevens die kunnen worden vergaard (zoals etniciteit, handicap en genderidentiteit). Daartoe zullen gegevens worden vergaard met betrekking tot onderstaande indicatoren: |
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — alinea 1 — tabel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
Het aantal personen dat is bereikt door: |
Het aantal personen , uitgesplitst naar geslacht en leeftijd, dat is bereikt door: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — alinea 1 — rij 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Voorts publiceert de Commissie elk jaar de volgende outputindicatoren: |
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — alinea 1 — rij 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Aantal aanvragen en gefinancierde activiteiten per in artikel 9, lid 1, genoemde categorie en per onderdeel |
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — alinea 1 — rij 1 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De hoogte van de aangevraagde en uiteindelijk toegekende financiering per in artikel 9, lid 1, genoemde categorie en per onderdeel |
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — tabel — rij 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het aantal transnationale netwerken en initiatieven inzake Europese herdenking en Europees erfgoed dat via het programma tot stand is gekomen. |
Het aantal transnationale netwerken en initiatieven inzake Europese herdenking, Europees erfgoed en dialoog met het maatschappelijk middenveld dat via het programma tot stand is gekomen. |
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — tabel — rij 6 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Geografische spreiding van de projecten |
(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissies op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0468/2018).
(8) Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma “Rechten, gelijkheid en burgerschap” voor de periode 2014-2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62).
(9) Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma “Europa voor de burger” voor de periode 2014-2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3).
(8) Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een programma “Rechten, gelijkheid en burgerschap” voor de periode 2014-2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62).
(9) Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot vaststelling van het programma “Europa voor de burger” voor de periode 2014-2020 (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 3).
(10) COM(2011)0173.
(11) PB C 378 van 24.12.2013, blz. 1.
(10) COM(2011)0173.
(11) PB C 378 van 24.12.2013, blz. 1.
(12) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(13) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.
(12) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(13) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.
(14) Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1).
(14) Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1).
(15) Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22).
(16) Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37).
(17) Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23).
(18) Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad (PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1).
(15) Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming (PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22).
(16) Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten (PB L 373 van 21.12.2004, blz. 37).
(17) Richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (PB L 204 van 26.7.2006, blz. 23).
(18) Richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad (PB L 180 van 15.7.2010, blz. 1).
(20) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(21) Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(22) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(23) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(24) Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(20) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(21) Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(22) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(23) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(24) Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(25) Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (“LGO-besluit”) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).
(25) Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie (“LGO-besluit”) (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).
(26) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(1) Deze activiteiten omvatten bijvoorbeeld het verzamelen van gegevens en statistieken; het ontwikkelen van gemeenschappelijke methoden en, in voorkomend geval, indicatoren of benchmarks; studies, onderzoeken, analyses en enquêtes; evaluaties; effectbeoordeling; het opstellen en publiceren van handleidingen, rapporten en educatief materiaal.