|
Samenvatting
|
|
Effectbeoordeling van de herziening van Verordening (EG) nr. 1222/2009 van het Europees Parlement en de Raad inzake de etikettering van banden met betrekking tot hun brandstofefficiëntie en andere essentiële parameters
|
|
A. De noodzaak van actie
|
|
Waarom? Wat is het probleem?
|
|
Het vervoer is verantwoordelijk voor meer dan 30 % van het energieverbruik in de EU. Het wegvervoer is verantwoordelijk voor ongeveer 22 % van de totale uitstoot van broeikasgassen (BKG) in de EU. De Commissie zegt in haar mededeling Een Europese strategie voor emissiearme mobiliteit van 2016 dat tegen 2050 de BKG-emissies van het vervoer ten minste 60 % lager moeten zijn dan in 1990. Derhalve zal het derde mobiliteitspakket initiatieven bevatten om de uitstoot van auto's en vrachtwagens te verminderen, de veiligheid van het wegvervoer te verbeteren en de vervuiling te verminderen. Het zal ook bijdragen tot vermindering van de afhankelijkheid van de EU van ingevoerde energie.
Voertuigbanden zijn van invloed op het brandstofverbruik (en bijgevolg de BKG-emissies), het geluid en de veiligheid. Uit een inventarisatie van de huidige verordening inzake de etikettering van banden is gebleken dat zij onvoldoende beantwoordt aan haar doel om de milieuefficiëntie van het wegvervoer te verbeteren door brandstofefficiënte, veilige en geluidsarme banden aan te moedigen; dit komt door:
·de beperkte zichtbaarheid, en geringe bekendheid bij het publiek, van de etikettering van banden;
·nalevingsproblemen en ontoereikende handhaving van de regels door de lidstaten; en
·achterhaalde prestatieklassen en onnauwkeurige en onvolledige informatie.
|
|
Wat moet met dit initiatief worden bereikt?
|
|
Beter geïnformeerde consumenten, bijgewerkte en preciezere technische vereisten en betere naleving/handhaving.
Deze verbeteringen zouden resulteren in veiligere en geluidsarmere banden die zorgen voor energiebesparing, lagere brandstofkosten en minder BKG-emissies.
|
|
Wat is de meerwaarde van maatregelen op EU-niveau?
|
|
Door maatregelen op EU-niveau:
-wordt gewaarborgd dat eindgebruikers dezelfde, geharmoniseerde informatie krijgen, ongeacht in welke lidstaat zij hun banden kopen; en
-dalen de kosten voor leveranciers, die hun banden in de hele EU in de handel kunnen brengen met slechts één etiket.
Uiteindelijk versterken deze voordelen het concurrentievermogen van de bandenindustrie in de EU en wordt de handel in banden op de interne markt erdoor vergemakkelijkt, hetgeen ook de consumenten voordelen oplevert wat betreft lagere totale kosten en een breder productaanbod.
Maatregelen op EU-niveau kunnen alleen doeltreffend zijn indien het markttoezicht in de hele EU consequent is, om de interne markt te ondersteunen en om bedrijven aan te sporen te investeren in het ontwerpen, vervaardigen en verkopen van energieefficiënte banden.
|
|
B. Oplossingen
|
|
Welke wetgevende en niet-wetgevende beleidsmaatregelen zijn overwogen? Heeft een bepaalde optie de voorkeur? Waarom?
|
|
Er zijn vier beleidsopties in overweging genomen:
1.geen maatregelen;
2.niet-wetgevende optie: voorlichtingscampagnes, gezamenlijke handhavingsacties, opdracht om de testmethoden te herzien;
3.wetgevende optie: de huidige verordening en de bijlagen erbij wijzigen om het toepassingsgebied ervan uit te breiden, te voorzien in de etikettering van banden die via internet worden verkocht, de etiketklassen aan te passen en nieuwe parameters toe te voegen, de testmethoden te verbeteren en te voorzien in een bandenregistratiedatabank; en
4.een combinatie van optie 2 en 3: dit is de voorkeursoptie. Deze optie heeft een aanzienlijk beter effect wat betreft energiebesparingen en BKG-emissies, betere omzet op de markt, werkgelegenheid, lagere kosten voor de gebruikers/kopers van banden en veiligheids- en milieuaspecten.
|
|
Wie steunt welke optie?
|
|
Noch in de enquête die als onderdeel van de herziening onder consumenten werd gehouden, noch in de open publieke raadpleging (OPR) werden specifiek vragen over de opties gesteld. Niettemin geldt het volgende:
·slechts 41 % van de auto-eigenaren was bekend met het bandenetiket, ofschoon 90 % het nuttig achtte;
·76 % van de respondenten was van mening dat banden bij verkoop altijd van het etiket moeten zijn voorzien; en
·70 % van de respondenten was voorstander van een registratiedatabank.
Uit de OPR bleek dat er consensus bestaat over de noodzaak de bekendheid van het etiket te verbeteren door middel van voorlichtingscampagnes, verplichte online etikettering en etikettering van banden die oorspronkelijk samen met een nieuwe auto worden verkocht. Om het vertrouwen van de consument te vergroten, stemden de respondenten in met verbetering van het markttoezicht en het creëren van een beter platform voor de autoriteiten om activiteiten uit te voeren en te coördineren.
|
|
C. Effecten van de voorkeursoptie
|
|
Wat zijn de voordelen van de voorkeursoptie (indien van toepassing, anders van de belangrijkste opties)?
|
|
Beleidsoptie 4 zal tegen 2030 naar schatting de volgende jaarlijkse besparingen opleveren:
·brandstofbesparing van 129 PJ, waardoor 7 miljard EUR wordt bespaard op energiekosten;
·10 Mt minder CO2-emissies;
·2,8 miljard EUR nettokostenbesparingen voor consumenten („besparingen van energiekosten” minus „extra aankoopkosten”);
·omzetgroei van 9 miljard EUR in de productiesector en de groot- en detailhandel;
·vermindering van het aantal verkeersdoden en gewonden; en
·vermindering van het aantal geluidsgerelateerde doden en gewonden.
|
|
Wat zijn de kosten van de voorkeursoptie (indien van toepassing, anders die van de belangrijkste opties)?
|
|
Het gaat bij benadering om de volgende administratieve en nalevingskosten:
·voor leveranciers: 127 miljoen EUR per jaar; eenmalige kosten van 40 miljoen EUR;
·voor distributeurs: 50 miljoen EUR per jaar; eenmalige kosten van 30 miljoen EUR;
·voor de lidstaten: 20 000 EUR per jaar; eenmalige kosten van 13 miljoen EUR; en
·voor de Commissie: 0,5-1 miljoen EUR per jaar; eenmalige kosten van 2,1 miljoen EUR.
Aangezien naleving verplicht is, moeten de leveranciers en distributeurs deze kosten kunnen doorberekenen aan de consumenten, die ruimschoots worden gecompenseerd door de financiële voordelen. Er zijn geen andere negatieve gevolgen.
|
|
Wat zijn de gevolgen voor bedrijven, kmo's en micro-ondernemingen?
|
|
Er zijn geen kleine en middelgrote bandenproducenten in de EU. Kmo's die zich bezighouden met de detailhandel in/invoer van banden kunnen met extra kosten worden geconfronteerd, met name als gevolg van de verplichting om het etiket te tonen wanneer banden online te koop worden aangeboden. Het voorstel houdt evenwel qua producten geen wijziging in van het toepassingsgebied van de huidige verordening en legt geen verplichtingen op om nieuwe informatie te produceren. Derhalve zal het voorstel naar verwachting geen grote uitvoeringskosten met zich meebrengen. Als eindgebruiker van banden zullen kmo's profiteren van lagere kosten gedurende de levensduur van banden en grotere veiligheid voor hun medewerkers.
|
|
Zijn er significante gevolgen voor de nationale begrotingen en overheden?
|
|
Er zijn geen andere bijkomende gevolgen voor de nationale begrotingen/overheden dan hierboven vermeld.
|
|
Zijn er nog andere significante gevolgen?
|
|
Ja, naar verwachting zal de voorkeursoptie een positief effect hebben op het concurrentievermogen en de innovatie op de bandenmarkt van de EU (zie punt 6.4 van het effectbeoordelingsverslag).
|
|
D. Opvolging
|
|
Wanneer wordt dit beleid geëvalueerd?
|
|
Er wordt een clausule opgenomen waarin wordt bepaald dat er zes jaar na de inwerkingtreding een evaluatie wordt uitgevoerd.
|