EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 17.10.2018
COM(2018) 707 final
2018/0363(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart en de Centrale Commissie voor de Rijnvaart in verband met de vaststelling van normen inzake technische voorschriften voor binnenschepen
TOELICHTING
1.Onderwerp van het voorstel
Dit voorstel betreft het besluit waarbij het standpunt wordt vastgesteld dat namens de Unie moet worden ingenomen op de vergadering van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (Cesni) op 8 november 2018 en op een plenaire vergadering van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) in verband met de geplande vaststelling van de Europese normen tot vaststelling van technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN-norm 2019/1).
2.Achtergrond van het voorstel
2.1.De Herziene Rijnvaartakte
In de Herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868 is het rechtskader vastgesteld voor het gebruik van de Rijn als binnenvaartwater en zijn de bevoegdheden van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart bepaald. De versie van de akte die momenteel van toepassing is, is het resultaat van het
Verdrag van 20 november 1963
, dat op 14 april 1967 in werking is getreden.
De Herziene Rijnvaartakte telt vijf partijen: vier lidstaten (België, Frankrijk, Duitsland en Nederland) en Zwitserland.
2.2.CCR en Cesni
De CCR is een internationale organisatie die belast is met de uitvoering van initiatieven die de vrijheid van de scheepvaart op de Rijn waarborgen en met het bevorderen van de scheepvaart op de Rijn. Tweemaal per jaar worden plenaire vergaderingen gehouden, die worden bijgewoond door afgevaardigden van de leden van de CCR. De plenaire vergadering is het besluitvormend orgaan van de CCR en stelt de resoluties van de Centrale Commissie vast. Elk land heeft één stem. Besluiten worden unaniem vastgesteld en zijn wettelijk bindend. De EU is geen lid van de CCR.
In 2015 heeft de CCR een resolutie vastgesteld tot oprichting van een Europees Comité voor de opstelling van gemeenschappelijke standaarden voor de binnenvaart (Comité Européen pour l’Élaboration de Standards dans le Domaine de Navigation Intérieure – Cesni). Het Cesni moet onder meer verschillende technische normen vaststellen, met name voor vaartuigen, IT en bemanning, zorgen voor de eenvormige interpretatie van die normen en van de overeenkomstige procedures, en overleggen over de veiligheid van de scheepvaart, de bescherming van het milieu en andere scheepvaartdomeinen.
Het Cesni bestaat uit deskundigen die de lidstaten van de CCR en van de EU vertegenwoordigen en die stemrecht hebben. Elke lidstaat heeft één stem. De EU is geen lid van het Cesni. Samen met internationale organisaties waarvan de opdracht betrekking heeft op de domeinen van het Cesni, kan de EU wel deelnemen aan de werkzaamheden van het Cesni, zij het zonder stemrecht.
2.3.De geplande handeling van het Cesni en de CCR
Op zijn vergadering van 8 november 2018 zal het Cesni normen aannemen tot vaststelling van technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN-norm 2019).
Het Cesni heeft de eerste versie van ES-TRIN (ES-TRIN 2015) afgerond tijdens zijn bijeenkomst van 28 september 2015. Die versie is formeel goedgekeurd op de plenaire vergadering van het Cesni op 26 november 2015. De eerste wijziging, ES-TRIN 2017, is aangenomen op de plenaire vergadering van het Cesni van 6 juli 2017.
ES-TRIN wordt regelmatig bijgewerkt, rekening houdend met de werkzaamheden van de werkgroepen van het Cesni.
Regelmatige actualiseringen van ES TRIN zijn noodzakelijk om:
·een hoog veiligheidsniveau voor de binnenvaart te handhaven;
·de technische ontwikkeling te volgen (bijv. brandblusinstallaties, navigatieapparatuur);
·compatibiliteit met het juridische kader van de EU te waarborgen.
In 2017 en 2018 hebben deskundigen van het Cesni de gewijzigde norm ES-TRIN 2019/1 voorbereid.
ES-TRIN 2019/1 omvat verschillende wijzigingen, met name op de volgende gebieden:
– automatische externe defibrillatoren;
– brandblusinstallaties — K2CO3;
– bijzondere bepalingen voor elektrische aandrijfsystemen (hoofdstuk 11);
– overgangsbepalingen voor:
• het maximaal toegestane geluidsniveau,
• motoren,
• technische apparatuur en installaties;
• bijboten,
• vluchtwegen op passagiersschepen,
• voortstuwingssysteem van passagiersschepen en
• veiligheidsvoorzieningen achter het achterpiekschot.
Op de vergadering van 10 april 2018 heeft het Cesni de vaststelling van de ES-TRIN-norm 2019 op de agenda van de vergadering van 8 november 2018 geplaatst. Naar verwachting zullen voorafgaand aan de vergadering van 8 november 2018 slechts formele en kleine wijzigingen aan de norm worden aangebracht. De ES-TRIN-norm 2019/1 wordt gepubliceerd op de website cesni.eu. Alle EU-lidstaten beschikken over een (beveiligde) toegang tot de bovengenoemde ontwerpnormen.
ES-TRIN-2019/1 wordt in het EU-recht opgenomen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG.
De door het Cesni vastgestelde technische normen zijn opgenomen in bijlage II van Richtlijn (EU) 2016/1629 en moeten worden bijgewerkt door middel van gedelegeerde handelingen.
Teneinde de consistentie van de twee bestaande wettelijke regelingen voor technische voorschriften voor binnenschepen (Rijn en EU) te waarborgen, dienen dezelfde normen te worden voorzien. Zowel in de EU-wetgeving als de CCR-regelgeving wordt vanaf 1 januari 2020 verwezen naar ES-TRIN 2019/1.
3.Namens de Unie in te nemen standpunt
Dit besluit over de vaststelling van het standpunt van de Unie moet waarborgen dat bij de vaststelling van de besluiten over de opstelling van normen voor binnenschepen, op passende wijze rekening wordt gehouden met de belangen van de EU.
De bijwerking van de technische norm ES-TRIN door de deskundigen van het Cesni was een intensief proces. Een groot aantal deskundigen uit de publieke en private sector is geraadpleegd. In de loop van het proces voor de opstelling van de normen heeft het Cesni de volgende technische vergaderingen gehouden:
·werkvergaderingen (21 en 22.2.2017; 28 en 29.6.2017; 27 en 28.9.2017; 28 t.e.m. 30.11.2017; 20 t.e.m. 22.2.2018) en
·Vergadering van het comité (10.4.2018).
Tijdens deze vergaderingen zijn deskundigen het eens geworden over de technische voorschriften voor binnenschepen.
4.Rechtsgrondslag
4.1.Procedurele rechtsgrondslag
4.1.1.Beginselen
Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van "de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst".
Artikel 218, lid 9, VWEU is van toepassing ongeacht of de Unie lid is van het betrokken lichaam of partij is bij de betrokken overeenkomst.
Het begrip "handelingen met rechtsgevolgen" omvat handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die een "beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt".
4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval
Met betrekking tot de toepasbaarheid van artikel 218, lid 9, VWEU moet de procedure worden gerespecteerd zodra aan de daarin vermelde voorwaarden is voldaan. Die voorwaarden zijn als volgt: a) het betrokken gebied valt onder de bevoegdheid van de Unie, b) het standpunt van de Unie wordt uitgedrukt in een krachtens een internationale overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dat lichaam c) handelingen met rechtsgevolgen moet vaststellen. De rechtspraak heeft verduidelijkt dat de Unie geen lid van het desbetreffende lichaam moet zijn opdat artikel 218, lid 9, VWEU van toepassing zou kunnen zijn.
In dit geval is het duidelijk dat de technische voorschriften voor binnenschepen tot de bevoegdheid van de Unie behoren. Bovendien oefent de EU haar bevoegdheid uit middels Richtlijn (EU) 2016/1629 en vallen de technische voorschriften voor binnenschepen hoofdzakelijk onder de gemeenschappelijke regels van de Unie.
Omdat zowel het Cesni als de CCR lichamen zijn die zijn opgericht in het kader van een internationale overeenkomst, voldoen zij aan het tweede criterium.
Hoewel de regels van het Cesni niet per se bindend zijn, is het duidelijk dat CCR-leden erdoor gebonden zullen zijn zodra de CCR haar wetgevingskader (Reglement onderzoek schepen op de Rijn) heeft aangepast om te kunnen verwijzen naar de norm die door het Cesni is vastgesteld en die norm verplicht heeft gesteld in het kader van de toepassing van de Herziene Rijnvaartakte. Het bindende karakter van dergelijke reglementering voor CCR-leden is vastgesteld in de Akte van Mannheim van 17 oktober 1868.
Voorts blijkt ook uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie dat een niet-bindende handeling van een internationale organisatie met het oog op de toepassing van artikel 218, lid 9, VWEU kan worden beschouwd als een "handeling met rechtsgevolgen" als die handeling een doorslaggevende invloed kan hebben op de inhoud van de EU-wetgeving. Zoals hierboven is uitgelegd, moet bij elke wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1629 rekening worden gehouden met het volgens de Herziene Rijnvaartakte toepasselijke kader.
De door het Cesni vastgestelde technische normen zijn opgenomen in bijlage II van Richtlijn (EU) 2016/1629 en moeten worden bijgewerkt door middel van gedelegeerde handelingen.
Daarom moet de Raad krachtens artikel 218, lid 9, VWEU een besluit aannemen waarbij een namens de Unie in te nemen standpunt wordt vastgesteld voor de vergadering van het Cesni met betrekking tot de vaststelling van normen voor technische voorschriften voor de binnenvaart.
De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.
4.2.Materiële rechtsgrondslag
4.2.1.Beginselen
De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Als de geplande handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of overwegende component, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of de overwegende component.
4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval
De hoofddoelstelling en de inhoud van de geplande handelingen hebben betrekking op het gemeenschappelijk vervoersbeleid.
De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 91, lid 1.
4.3.Conclusie
De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 91, lid 1, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.
2018/0363 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart en de Centrale Commissie voor de Rijnvaart in verband met de vaststelling van normen inzake technische voorschriften voor binnenschepen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Op het gebied van de binnenvaart moet de Unie handelen met het oog op de eenvormige ontwikkeling van in de Unie toegepaste technische voorschriften voor binnenschepen.
(2)Het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (hierna "Cesni" genoemd) is op 3 juni 2015 opgericht in het kader van de CCR, met het oog op de ontwikkeling van technische normen voor de binnenvaart op verschillende gebieden, met name voor vaartuigen, informatietechnologie en bemanning.
(3)Voor een efficiënt vervoer over de binnenwateren moeten de technische voorschriften voor vaartuigen zo veel mogelijk verenigbaar en geharmoniseerd zijn ten opzichte van verschillende rechtsstelsels in Europa. In het bijzonder dienen lidstaten die ook leden van de CCR zijn te worden gemachtigd besluiten te steunen die de CCR-regels harmoniseren met de regels die in de Unie worden toegepast.
(4)Het Cesni zal tijdens zijn vergadering op 8 november 2018 naar verwachting de Europese norm tot vaststelling van technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN 2019/1) vaststellen.
(5)In de ES-TRIN-norm 2019/1 worden de eenvormige technische voorschriften vastgesteld die nodig zijn om de veiligheid van binnenschepen te verzekeren. De norm bevat bepalingen met betrekking tot de bouw, inrichting en uitrusting van binnenschepen, speciale bepalingen voor specifieke categorieën van vaartuigen zoals passagiersschepen, duwstellen en containerschepen, bepalingen met betrekking tot AIS-apparatuur (Automatic Identification System), bepalingen met betrekking tot de identificatie van vaartuigen en modelcertificaten en het modelregister, overgangsbepalingen en instructies voor de toepassing van de technische norm.
(6)In bijlage II bij Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad, is bepaald dat de voorschriften in de ES-TRIN-norm 2017/1 de technische voorschriften voor vaartuigen zijn. De Commissie is gemachtigd om deze vermelding in bijlage II bij te werken zodat deze overeenkomt met de meest recente versie van de ES-TRIN-norm, en om de datum van toepassing daarvan vast te stellen.
(7)Daarom zal de vaststelling van ES-TRIN 2019/1 gevolgen hebben voor Richtlijn (EU) 2016/1629.
(8)De Unie is geen lid van de CCR, noch van het Cesni. Daarom moet de Raad de lidstaten toestemming geven om het standpunt van de Unie over de vaststelling van ES-TRIN-norm 2019/1 in deze lichamen uit te dragen,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1.Het op de vergadering van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (Cesni) op 8 november 2018 namens de Unie in te nemen standpunt houdt in dat wordt ingestemd met de vaststelling van de Europese norm tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen ("ES-TRIN-norm") 2019/1.
2.Het op de plenaire zitting van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), waar technische voorschriften voor binnenschepen worden vastgesteld, namens de Unie in te nemen standpunt houdt in dat steun wordt verleend aan alle voorstellen om de technische voorschriften af te stemmen op die van ES-TRIN-norm 2019/1.
Artikel 2
1.Het in artikel 1, lid 1, bedoelde standpunt wordt tot uitdrukking gebracht door de gezamenlijk optredende lidstaten van de Unie die lid zijn van het Cesni.
2.Het in artikel 1, lid 2, bedoelde standpunt wordt tot uitdrukking gebracht door de gezamenlijk optredende lidstaten van de Unie die lid zijn van de CCR.
Artikel 3
Kleine technische wijzigingen van de in artikel 1 vastgestelde standpunten kunnen worden overeengekomen zonder nader besluit van de Raad.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter