EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 31.7.2018
COM(2018) 563 final
2018/0296(NLE)
Voorstel voor een
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD
tot benoeming van de leden van de in artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 bedoelde selectiecommissie
This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52018PC0563
Proposal for a COUNCIL IMPLEMENTING DECISION appointing the members of the panel provided for in Article 14(3) of Regulation (EU) 2017/1939
Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD tot benoeming van de leden van de in artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 bedoelde selectiecommissie
Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD tot benoeming van de leden van de in artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 bedoelde selectiecommissie
COM/2018/563 final
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 31.7.2018
COM(2018) 563 final
2018/0296(NLE)
Voorstel voor een
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD
tot benoeming van de leden van de in artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 bedoelde selectiecommissie
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") is vastgesteld op 12 oktober 2017 en in werking getreden op 20 november 2017 1 . Overeenkomstig artikel 20 van die verordening is de Commissie belast met de instelling en de initiële administratieve werking van het EOM totdat het EOM in staat is zijn eigen begroting uit te voeren. De Commissie doet al het nodige voor een spoedige instelling van het EOM. Het is de bedoeling van de Commissie dat het EOP in overeenstemming met artikel 120 van de verordening na een opbouwfase van drie jaar eind 2020 operationeel zal zijn.
Om ervoor te zorgen dat het EOM tijdig met zijn werkzaamheden kan beginnen, is het van essentieel belang dat het personeel van het EOM wordt geselecteerd en benoemd. Dat geldt in het bijzonder voor de Europese hoofdaanklager en de Europese aanklagers. Artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 bepaalt dat de Raad de werkwijze van de selectiecommissie dient vast te stellen, alsmede, op voorstel van de Commissie, een besluit tot benoeming van de leden van de selectiecommissie. Met het oog daarop heeft de Commissie op 25 mei 2018 een voorstel 2 voor een uitvoeringsbesluit van de Raad vastgesteld met in de bijlage de werkwijze van de selectiecommissie.
Om de in artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 bedoelde selectiecommissie samen te stellen, komt de Commissie met een voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad inzake de benoeming van de leden van de selectiecommissie. Overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 draagt de Commissie twaalf leden voor de selectiecommissie voor, gekozen uit voormalige leden van het Hof van Justitie en van de Rekenkamer, voormalige nationale leden van Eurojust, leden van de hoogste nationale rechtscolleges, hoge aanklagers en personen die bekend staan als kundige rechtsgeleerden. Een van de gekozen personen is op 31 mei 2018 voorgedragen door het Europees Parlement. De Commissie heeft rekening gehouden met de noodzaak een samenstelling te waarborgen die evenwichtig is uit het oogpunt van geografische spreiding, geslacht en kennis van de rechtsstelsels van de lidstaten die deelnemen aan het EOM.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Artikel 86 van het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de instelling van het EOM. Als eerste EU-orgaan met strafrechtelijke onderzoeks- en strafvervolgingsbevoegdheden op het gebied van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, wordt het EOM een volledig nieuwe speler in de Europese justitiële context. Het EOM wordt geacht te zorgen voor een coherenter en doeltreffender vervolgingsbeleid voor strafbare feiten die de EU-begroting schaden. Dit beleid moet leiden tot een groter aantal vervolgingen en veroordelingen en tot een toename van het percentage teruggevorderde EU-middelen die door fraude verloren waren gegaan.
Door de indiening van dit voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad inzake de benoeming van de leden van de commissie die de Europese hoofdaanklager en de Europese aanklagers van het EOM selecteert, voldoet de Commissie aan haar verplichting uit hoofde van artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939. Dit voorstel maakt het mogelijk de selectiecommissie in te stellen en de vereiste procedures op te starten voor de selectie en de benoeming van de Europese hoofdaanklager en de Europese aanklagers van het EOM. Dit voorstel is derhalve volledig in overeenstemming met bestaande beleidsbepalingen op het betrokken beleidsterrein.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Dit initiatief is verenigbaar met andere beleidsterreinen van de Unie en met wetgevende ontwikkelingen op het niveau van de Unie die tot doel hebben de bescherming van de financiële belangen van de Unie te versterken.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Het voorstel is gebaseerd op artikel 291 VWEU, in samenhang met artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad verplicht de Commissie tot het indienen van een voorstel voor de benoeming van de leden van de selectiecommissie door de Raad. Het onderhavige voorstel ligt in het verlengde van het voorstel van de Commissie voor een uitvoeringsbesluit van de Raad met in de bijlage de werkwijze van de selectiecommissie. Dit voorstel is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat de selectiecommissie wordt ingesteld en de Europese hoofdaanklager en de Europese aanklagers van het EOM spoedig kan selecteren en benoemen.
•Evenredigheid
Het onderhavige voorstel beperkt zich tot wat noodzakelijk is om de beoogde doelen te bereiken, en is derhalve in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Dit voorstel houdt rechtstreeks verband met de inwerkingtreding van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad en is van essentieel belang voor een spoedige instelling van het EOM.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Aangezien dit voorstel een precies en beperkt doel beoogt en uitvoering geeft aan de verplichting die artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad oplegt aan de Commissie, is geen evaluatie, raadpleging van belanghebbenden of effectbeoordeling uitgevoerd.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Dit soort voorstel vereist geen uitvoeringsplanning.
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
Het voorstel vereist geen toelichtende stukken over de omzetting.
•Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 bepaalt dat de twaalf in de lijst opgenomen personen voor een periode van vier jaar, te rekenen vanaf de in artikel 2 bedoelde datum van inwerkingtreding, worden benoemd als lid van de in de artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 bedoelde selectiecommissie.
2018/0296 (NLE)
Voorstel voor een
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD
tot benoeming van de leden van de in artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 bedoelde selectiecommissie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM"), en met name artikel 14, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Op grond van artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 moet een commissie worden samengesteld die een selectie van geschikte kandidaten voor het ambt van Europese hoofdaanklager maakt en een gemotiveerd advies uitbrengt over de kwalificaties van de voor het ambt van Europese aanklager voorgedragen kandidaten.
(2)Krachtens Verordening (EU) 2017/1939 dienen het Europees Parlement en de Raad in onderlinge overeenstemming de Europese hoofdaanklager te benoemen op basis van een selectie van geschikte kandidaten die wordt gemaakt door de selectiecommissie.
(3)Verordening (EU) 2017/1939 bepaalt tevens dat elke lidstaat drie kandidaten voor het ambt van Europese aanklager voordraagt en dat de Raad na ontvangst van een gemotiveerd advies van de selectiecommissie één van deze kandidaten benoemt tot Europese aanklager van de lidstaat in kwestie.
(4)De selectiecommissie moet de kandidaturen voor het ambt van Europese hoofdaanklager en Europese aanklager toetsen aan de respectievelijk in artikel 14, lid 2, en in artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1939 gestelde eisen, en er zich in dat verband van vergewissen dat de onafhankelijkheid van de kandidaten niet ter discussie staat.
(5)De selectiecommissie moet bestaan uit twaalf personen, gekozen uit voormalige leden van het Hof van Justitie en van de Rekenkamer, voormalige nationale leden van Eurojust, leden van de hoogste nationale rechtscolleges, hoge aanklagers en personen die bekend staan als kundige rechtsgeleerden.
(6)Een van de leden van de commissie moet worden voorgedragen door het Europees Parlement. Op 31 mei 2018 heeft het Parlement de heer Antonio Mura voorgedragen als zijn kandidaat.
(7)De Commissie heeft rekening gehouden met de noodzaak een samenstelling van de selectiecommissie te waarborgen die evenwichtig is uit het oogpunt van geografische spreiding, geslacht en de rechtsstelsels van de lidstaten die deelnemen aan het EOM.
(8)Bij de elf door de Commissie voorgedragen personen (zes mannen en vijf vrouwen) is één voormalig lid van het Hof van Justitie, één voormalig lid van de Rekenkamer, één voormalig nationaal lid van Eurojust, en zijn vijf leden van de hoogste nationale rechtscolleges, twee hoge aanklagers en één persoon die bekend staat als kundig rechtsgeleerde.
(9)Krachtens artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 dient de Raad op voorstel van de Commissie een besluit tot benoeming van de leden van de selectiecommissie vast te stellen.
(10)Derhalve moeten de leden van de selectiecommissie worden benoemd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De volgende personen worden voor een periode van vier jaar, te rekenen vanaf de in artikel 2 van dit besluit bedoelde datum van inwerkingtreding, benoemd tot lid van de in de artikel 14, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 bedoelde selectiecommissie:
Dhr. Peter FRANK
Mevr. Ulrike HABERL-SCHWARZ
Dhr. Theodoros IOANNIDES
Mevr. Saale LAOS
Dhr. Jean-Claude MARIN
Dhr. Ján MAZÁK
Mevr. María de los ÁNGELES GARRIDO LORENZO
Dhr. Marin MRČELA
Dhr. Antonio MURA
Dhr. Vítor Manuel DA SILVA CALDEIRA
Mevr. Martine SOLOVIEFF
Mevr. Raija TOIVIAINEN
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter