Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016PC0189

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Salomonseilanden inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf

COM/2016/0189 final - 2016/096 (NLE)

Brussel, 8.4.2016

COM(2016) 189 final

2016/0096(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Salomonseilanden inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Bij Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad 1 is de lijst vastgesteld van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten in het bezit moeten zijn van een visum, alsmede de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld. Verordening (EG) nr. 539/2001 wordt toegepast door alle lidstaten, met uitzondering van Ierland en het Verenigd Koninkrijk.

Bij Verordening (EU) nr. 509/2014 van het Europees Parlement en de Raad 2 is Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad gewijzigd en zijn negentien landen verplaatst naar bijlage II, waarin de derde landen zijn opgenomen waarvan de onderdanen van de visumplicht zijn vrijgesteld. Deze negentien landen zijn: Colombia, Dominica, Grenada, Kiribati, de Marshalleilanden, Micronesia, Nauru, Oost-Timor, Palau, Peru, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, de Salomonseilanden, Samoa, Tonga, Trinidad en Tobago, Tuvalu, Vanuatu en de Verenigde Arabische Emiraten. In bijlage II staat bij elk van deze landen een voetnoot die luidt: "De visumvrijstelling geldt vanaf de datum van inwerkingtreding van een met de Europese Unie te sluiten visumvrijstellingsovereenkomst."

Verordening (EU) nr. 509/2014 is op 20 mei 2014 vastgesteld en op 9 juni 2014 in werking getreden. In juli 2014 heeft de Commissie de Raad aanbevolen om haar te machtigen onderhandelingen over een visumvrijstellingsovereenkomst te openen met elk van de volgende 17 landen: Dominica, Grenada, Kiribati, de Marshalleilanden, Micronesia, Nauru, Oost-Timor, Palau, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, de Salomonseilanden, Samoa, Tonga, Trinidad en Tobago, Tuvalu, Vanuatu en de Verenigde Arabische Emiraten 3 . Op 9 oktober 2014 heeft de Raad de Commissie onderhandelingsrichtsnoeren aangereikt.

De eerste reeks visumvrijstellingsovereenkomsten is ondertekend op 6 mei 2015 (Verenigde Arabische Emiraten), 26 mei 2015 (Oost-Timor) en 28 mei 2015 (Dominica, Grenada, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Samoa, Trinidad en Tobago en Vanuatu) en wordt in afwachting van de inwerkingtreding voorlopig toegepast met ingang van de datum van ondertekening. De Raad heeft machtiging verleend tot ondertekening van een tweede reeks visumvrijstellingsovereenkomsten, met Tonga (ondertekening op 20 november 2015), Colombia (ondertekening op 2 december 2015), Kiribati (datum van ondertekening nog te bepalen) en Palau (ondertekening op 7 december 2015). Deze vier overeenkomsten worden in afwachting van de inwerkingtreding voorlopig toegepast met ingang van de dag volgende op de datum van ondertekening.

De onderhandelingen met de Salomonseilanden zijn op 19 november 2014 geopend. Tijdens die bijeenkomst kon de gehele ontwerptekst worden bekeken en tijdens latere besprekingen is over alle aspecten daarvan overeenstemming bereikt. Op 13 november 2015 werd de overeenkomst in Brussel door de hoofdonderhandelaars geparafeerd. De lidstaten zijn op 7 december 2015 geïnformeerd op een bijeenkomst van de Groep Visa van de Raad.

2.RECHTSGRONDSLAG

Voor de Unie is artikel 77, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), in samenhang met artikel 218 daarvan, de rechtsgrondslag voor de overeenkomst.

Bijgaand voorstel is het rechtsinstrument voor de sluiting van de overeenkomst. De Raad zal met gekwalificeerde meerderheid een besluit nemen nadat de overeenkomst namens de Unie is ondertekend door een persoon die door het voorzitterschap van de Raad is aangewezen en nadat de goedkeuring van het Europees Parlement is verkregen overeenkomstig artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), VWEU.

3.RESULTAAT VAN DE ONDERHANDELINGEN

De Commissie is van mening dat de doelstellingen die de Raad in de onderhandelingsrichtsnoeren had geformuleerd, zijn bereikt en dat de ontwerp-visumvrijstellingsovereenkomst aanvaardbaar is voor de Unie.

De overeenkomst houdt uiteindelijk het volgende in:

Doel

De overeenkomst voorziet in visumvrij reizen voor de burgers van de Europese Unie en voor de burgers van de Salomonseilanden die naar het grondgebied van de andere partij reizen voor ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.

Om ervoor te zorgen dat alle EU-burgers gelijk worden behandeld, is in de overeenkomst een bepaling opgenomen die inhoudt dat de Salomonseilanden de overeenkomst alleen ten aanzien van alle lidstaten van de Europese Unie kunnen opschorten of beëindigen, en dat omgekeerd ook de Unie de overeenkomst alleen voor alle lidstaten kan opschorten of beëindigen.

De specifieke situatie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland komt tot uiting in de preambule.

Toepassingsgebied

De visumvrijstelling geldt voor alle categorieën personen (houders van gewone paspoorten, diplomatieke paspoorten, dienstpaspoorten, officiële paspoorten en speciale paspoorten) en voor reizen voor alle doeleinden, behalve voor het verrichten van een bezoldigde bezigheid. Voor deze laatste categorie reizigers behouden zowel de lidstaten als de Salomonseilanden de vrijheid om voor de onderdanen van de andere partij een visum verplicht te stellen overeenkomstig het toepasselijke Unierecht of het toepasselijke nationale recht. Om een geharmoniseerde toepassing te waarborgen, is aan de overeenkomst een gemeenschappelijke verklaring gehecht over de interpretatie van de categorie personen die reizen om een bezoldigde bezigheid te verrichten.

Duur van het verblijf

De overeenkomst voorziet in visumvrij reizen voor de burgers van de Europese Unie en voor de burgers van de Salomonseilanden die naar het grondgebied van de andere partij reizen voor ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen. Aan de overeenkomst is een gemeenschappelijke verklaring gehecht over de interpretatie van deze termijn van 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.

De overeenkomst houdt rekening met de situatie van de lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen. De visumvrijstelling geeft burgers van de Salomonseilanden het recht om gedurende 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied van elk van die lidstaten (Bulgarije, Kroatië, Cyprus en Roemenië) te verblijven, zolang deze geen deel uitmaken van het Schengengebied zonder binnengrenzen, onafhankelijk van de periode die voor het gehele Schengengebied geldt.

Territoriale toepassing

De overeenkomst bevat bepalingen betreffende de territoriale toepassing: ten aanzien van Frankrijk en Nederland geldt de visumvrijstelling voor de burgers van de Salomonseilanden alleen voor verblijf op het Europese grondgebied van deze lidstaten.

Verklaringen

Naast de bovengenoemde gemeenschappelijke verklaringen zijn nog twee gemeenschappelijke verklaringen aan de overeenkomsten gehecht:

een verklaring over de betrokkenheid van Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis;

een verklaring over de volledige verspreiding van informatie over de inhoud en de gevolgen van de visumvrijstellingsovereenkomst en aanverwante kwesties, zoals de toegangsvoorwaarden.

4.CONCLUSIE

Gezien de bovengenoemde resultaten stelt de Commissie voor dat de Raad, nadat de goedkeuring van het Europees Parlement is verkregen, zijn goedkeuring hecht aan de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Salomonseilanden inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf.

2016/0096 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Salomonseilanden inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, onder a), in samenhang met artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), onder v),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement 4 ,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Commissie heeft namens de Europese Unie met de Salomonseilanden onderhandeld over een overeenkomst inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf (hierna "de overeenkomst" genoemd).

(2)Overeenkomstig Besluit (EU) 2015/[…] van de Raad is de overeenkomst ondertekend en wordt deze sinds […] voorlopig toegepast.

(3)Bij de overeenkomst wordt een gemengd comité voor het beheer van de overeenkomst opgericht. De Unie moet in dat comité worden vertegenwoordigd door de Commissie, die moet worden bijgestaan door de vertegenwoordigers van de lidstaten.

(4)Dit besluit houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad 5 ; het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en het besluit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(5)Dit besluit houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad 6 ; Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van dit besluit en het besluit is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(6)De overeenkomst moet worden goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De overeenkomst tussen de Europese Unie en de Salomonseilanden inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf wordt namens de Unie goedgekeurd.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad verricht namens de Unie de in artikel 8, lid 1, van de overeenkomst bedoelde kennisgeving 7 .

Artikel 3

De Commissie, bijgestaan door de vertegenwoordigers van de lidstaten, vertegenwoordigt de Unie in het gemengd comité van deskundigen dat wordt ingesteld bij artikel 6 van de overeenkomst.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1) Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1.
(2) Verordening (EU) nr. 509/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, PB L 149 van 20.5.2014, blz. 67.
(3) COM(2014) 467 van 17.7.2014.
(4) Goedkeuring gegeven op [...].
(5) Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43).
(6) Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).
(7) De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst zal door het secretariaat-generaal van de Raad in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.
Top

Brussel, 8.4.2016

COM(2016) 189 final

BIJLAGE

bij het

Voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Salomonseilanden inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf


BIJLAGE

bij het

Voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Salomonseilanden inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf



OVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en de Salomonseilanden inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf

DE EUROPESE UNIE, hierna "de Unie" of "de EU" genoemd, en

DE SALOMONSEILANDEN

hierna samen "de partijen" genoemd,

MET HET OOG OP de verdere ontwikkeling van de vriendschappelijke betrekkingen tussen de partijen en vanuit de wens om het reizen gemakkelijker te maken door voor hun burgers te zorgen voor vrijstelling van de visumplicht voor toegang en kort verblijf,

GEZIEN Verordening (EU) nr. 509/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld 1 , waarbij onder meer negentien derde landen, waaronder de Salomonseilanden, worden verplaatst naar de lijst van derde landen waarvan de onderdanen voor korte verblijven in de lidstaten van de Europese Unie (EU) zijn vrijgesteld van de visumplicht,

INDACHTIG artikel 1 van Verordening (EU) nr. 509/2014, waarin wordt bepaald dat voor deze negentien landen de vrijstelling van de visumplicht pas van toepassing wordt vanaf de datum van inwerkingtreding van een met de Europese Unie te sluiten visumvrijstellingsovereenkomst,

GELEID DOOR DE WENS het beginsel van gelijke behandeling van alle EU-burgers te waarborgen,

REKENING HOUDEND met het feit dat personen die reizen om een bezoldigde bezigheid te verrichten tijdens hun korte verblijf, niet onder deze overeenkomst vallen, en dat derhalve voor deze categorie personen de desbetreffende regels van het Unierecht en het nationale recht van de lidstaten en het nationale recht van de Salomonseilanden inzake de visumplicht of de visumvrijstelling en inzake de toegang tot werk van toepassing blijven,

REKENING HOUDEND met het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht en het Protocol betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie, beide gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en bevestigend dat de bepalingen van deze overeenkomst niet van toepassing zijn op het Verenigd Koninkrijk en Ierland,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

ARTIKEL 1

Doel

Deze overeenkomst voorziet in visumvrij reizen voor de burgers van de Unie en voor de burgers van de Salomonseilanden die naar het grondgebied van de andere partij reizen voor ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.

ARTIKEL 2

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a)    "lidstaat": alle lidstaten van de Unie met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland;

b)    "burger van de Unie": een onderdaan van een lidstaat als bedoeld onder a);

c)    "burger van de Salomonseilanden": eenieder die het staatsburgerschap van de Salomonseilanden bezit;

d)    "Schengengebied": het gebied zonder binnengrenzen bestaande uit het grondgebied van de lidstaten, als bedoeld onder a), die het Schengenacquis volledig toepassen.



ARTIKEL 3

Toepassingsgebied

1.    Burgers van de Unie die in het bezit zijn van een door een lidstaat afgegeven gewoon paspoort, diplomatiek paspoort, dienstpaspoort, officieel paspoort of speciaal paspoort kunnen zonder visum het grondgebied van de Salomonseilanden inreizen en er verblijven gedurende de in artikel 4, lid 1, bedoelde periode.

Burgers van de Salomonseilanden die in het bezit zijn van een door de Salomonseilanden afgegeven gewoon paspoort, diplomatiek paspoort, dienstpaspoort, officieel paspoort of speciaal paspoort kunnen zonder visum het grondgebied van de lidstaten inreizen en er verblijven gedurende de in artikel 4, lid 2, bedoelde periode.

2.    Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op personen die reizen om een bezoldigde bezigheid te verrichten.

Voor deze categorie personen kan elke lidstaat afzonderlijk beslissen de visumplicht aan de burgers van de Salomonseilanden op te leggen of de visumplicht op te heffen, overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 539/2001 2 .

Voor deze categorie personen kunnen de Salomonseilanden over de visumplicht of de visumvrijstelling voor de burgers van elke lidstaat afzonderlijk beslissen overeenkomstig zijn nationale wetgeving.

3.    De bij deze overeenkomst geregelde visumvrijstelling laat de wetgeving van de partijen inzake de voorwaarden voor toegang en kort verblijf onverlet. De lidstaten en de Salomonseilanden behouden zich het recht voor de toegang tot en het kort verblijf op hun grondgebied te weigeren indien aan een of meer van deze voorwaarden niet wordt voldaan.

4.    De visumvrijstelling geldt ongeacht de wijze van vervoer die wordt gebruikt om de grenzen van de partijen te overschrijden.

5.    Vraagstukken die niet onder deze overeenkomst vallen, worden geregeld door het Unierecht, het nationale recht van de lidstaten en het nationale recht van de Salomonseilanden.

ARTIKEL 4

Duur van het verblijf

1.    Burgers van de Unie mogen gedurende ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied van de Salomonseilanden verblijven.

2.    Burgers van de Salomonseilanden mogen gedurende ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied verblijven van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen. Bij de berekening van deze termijn wordt geen rekening gehouden met het verblijf in lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen.

Burgers van de Salomonseilanden mogen gedurende ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied verblijven van elk van de lidstaten die het Schengenacquis nog niet volledig toepassen, onafhankelijk van de verblijfsperiode die is berekend voor het grondgebied van de lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen.

3.    Deze overeenkomst laat onverlet dat zowel de Salomonseilanden als de lidstaten de verblijfsduur van 90 dagen kunnen verlengen overeenkomstig hun respectieve nationale recht en het Unierecht.

ARTIKEL 5

Territoriale toepassing

1.    Deze overeenkomst is, wat de Franse Republiek betreft, uitsluitend van toepassing op het Europese grondgebied van de Franse Republiek.

2.    Deze overeenkomst is, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, uitsluitend van toepassing op het Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.

ARTIKEL 6

Gemengd comité voor het beheer van de overeenkomst

1.    De partijen stellen een gemengd comité van deskundigen in (hierna het „comité” genoemd) dat bestaat uit vertegenwoordigers van de Unie en vertegenwoordigers van de Salomonseilanden. De Unie wordt vertegenwoordigd door de Europese Commissie.

2.    Het comité heeft onder meer de volgende taken:

a)    het houdt toezicht op de uitvoering van de overeenkomst;

b)    het doet voorstellen voor wijzigingen van of toevoegingen aan de overeenkomst;

c)    het beslecht geschillen die voortvloeien uit de interpretatie of de toepassing van de overeenkomst.

3.    Het comité wordt op verzoek van één van de partijen bijeengeroepen wanneer dat nodig is.

4.    Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

ARTIKEL 7

Verhouding tussen deze overeenkomst en bestaande bilaterale visumvrijstellingsovereenkomsten
tussen de lidstaten en de Salomonseilanden

Deze overeenkomst heeft voorrang op bilaterale overeenkomsten of regelingen die zijn gesloten tussen afzonderlijke lidstaten en de Salomonseilanden, voor zover zij betrekking hebben op aangelegenheden die bij deze overeenkomst worden geregeld.

ARTIKEL 8

Slotbepalingen

1.    Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun interne procedures geratificeerd of goedgekeurd en treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van de laatste van de twee kennisgevingen waarmee de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat deze procedures zijn voltooid.

Deze overeenkomst wordt op voorlopige basis toegepast vanaf de dag volgende op de datum van ondertekening.

2.    Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten, maar kan worden opgezegd overeenkomstig lid 5.

3.    Deze overeenkomst kan met wederzijdse schriftelijke instemming van de partijen worden gewijzigd. Wijzigingen worden van kracht nadat de partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat hun daartoe benodigde interne procedures zijn voltooid.

4.    Elk van de partijen kan deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk opschorten, met name in verband met de openbare orde, de bescherming van de nationale veiligheid of de bescherming van de volksgezondheid, illegale immigratie of bij herinvoering van de visumplicht door een partij. Het besluit tot opschorting wordt uiterlijk twee maanden vóór de voorgenomen inwerkingtreding ervan meegedeeld aan de andere partij. Een partij die de toepassing van de overeenkomst heeft opgeschort, stelt de andere partij ervan in kennis dat de redenen voor de opschorting niet langer bestaan, zodra dit het geval is, en maakt een einde aan de opschorting.

5.    Elke partij kan de overeenkomst opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij. De overeenkomst wordt 90 dagen daarna beëindigd.

6.    De Salomonseilanden kunnen deze overeenkomst alleen ten aanzien van alle lidstaten opschorten of beëindigen.

7.    De Unie kan deze overeenkomst alleen ten aanzien van al haar lidstaten opschorten of beëindigen.

Gedaan in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE IJSLAND, NOORWEGEN, ZWITSERLAND
EN LIECHTENSTEIN

De partijen nemen nota van de nauwe band tussen de Europese Unie en Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein, met name uit hoofde van de overeenkomsten van 18 mei 1999 en 26 oktober 2004 inzake de wijze waarop deze landen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.

Het is daarom wenselijk dat de autoriteiten van Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein enerzijds, en de Salomonseilanden anderzijds, onverwijld bilaterale overeenkomsten sluiten inzake de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf, die vergelijkbaar zijn met de onderhavige overeenkomst.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE INTERPRETATIE VAN DE IN ARTIKEL 3, LID 2, VAN DEZE OVEREENKOMST BEDOELDE CATEGORIE VAN PERSONEN DIE REIZEN
OM EEN BEZOLDIGDE BEZIGHEID TE VERRICHTEN

Met het oog op een gemeenschappelijke interpretatie komen de partijen overeen dat in de zin van deze overeenkomst de categorie van personen die een bezoldigde bezigheid verrichten, personen omvat die naar het grondgebied van de andere partij reizen om daar als werknemer of als dienstverlener winstgevende beroepswerkzaamheden of een betaalde activiteit uit te oefenen.

Onder deze categorie vallen niet:

   zakenlieden, dat wil zeggen personen die reizen in verband met zakelijke besprekingen (zonder in loondienst te zijn in het land van de andere partij),

   sporters of artiesten die op ad-hocbasis een activiteit verrichten,

   journalisten die worden uitgezonden door de media van hun land van verblijf, en

   stagiairs binnen een en dezelfde onderneming.

In het kader van zijn taken op grond van artikel 6 van deze overeenkomst houdt het gemengd comité toezicht op de uitvoering van deze verklaring en kan het wijzigingen voorstellen indien het dat, op basis van de ervaringen van de partijen, nodig acht.



GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE INTERPRETATIE VAN DE TERMIJN VAN 90 DAGEN
BINNEN EEN PERIODE VAN 180 DAGEN ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 4 VAN DEZE OVEREENKOMST

De partijen komen overeen dat de termijn van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, zoals bedoeld in artikel 4 van deze overeenkomst, kan bestaan uit één aaneengesloten bezoek of uit meerdere opeenvolgende bezoeken die in totaal niet meer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen beslaan.

Hierbij wordt uitgegaan van een referentieperiode van 180 dagen die zodanig wordt berekend dat op elke dag van het verblijf wordt gekeken naar de aan die dag voorafgaande periode van 180 dagen om na te gaan of nog steeds aan de voorwaarde van 90 dagen binnen een periode van 180 dagen wordt voldaan. Dit betekent onder meer dat een ononderbroken afwezigheid van 90 dagen recht geeft op een nieuw verblijf van ten hoogste 90 dagen.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE INFORMATIEVERSTREKKING AAN DE BURGERS
OVER DE VISUMVRIJSTELLINGSOVEREENKOMST

Gezien het belang van transparantie voor de burgers van de Europese Unie en de burgers van de Salomonseilanden komen de partijen overeen dat zij zullen zorgen voor verspreiding van alle informatie over de inhoud en de gevolgen van de visumvrijstellingsovereenkomst en aanverwante kwesties, zoals de toegangsvoorwaarden.

_________________

(1) PB L 149 van 20.5.2014, blz. 67.
(2) Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1).
Top