Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016DC0747

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Modelstatusovereenkomst als bedoeld in artikel 54, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht

COM/2016/0747 final

Brussel, 22.11.2016

COM(2016) 747 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Modelstatusovereenkomst als bedoeld in artikel 54, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht


1.Inleiding

Bij Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht 1 zijn de taken van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie uitgebreid. Gezien die wijzigingen heeft het Agentschap de nieuwe naam „Europees Grens- en kustwachtagentschap” gekregen 2 .

Actieve samenwerking met derde landen is een wezenlijk kenmerk van het Europese geïntegreerde grensbeheer.

In artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1624 wordt bepaald dat in gevallen waarin de inzet wordt beoogd van teamleden in een derde land bij acties waarbij de teamleden uitvoerende bevoegdheden zullen hebben, of waarin andere acties het vereisen, de Unie een statusovereenkomst moet sluiten met het betreffende derde land.

Deze mededeling bevat de modelstatusovereenkomst die de Commissie overeenkomstig artikel 54, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1624 heeft opgesteld.

2.Samenwerking met derde landen in het kader van de verordening betreffende de Europese grens- en kustwacht

Samenwerking met derde landen is een wezenlijke voorwaarde voor een doeltreffend beheer van de buitengrenzen van de EU. Bij Verordening (EU) 2016/1624 is het mandaat van Frontex in dat opzicht versterkt. Het Agentschap vergemakkelijkt en bevordert de technische en operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen 3 .

Het Agentschap kan ook met derde landen samenwerken in het kader van werkafspraken 4 . Het Agentschap kan dergelijke samenwerking met derde landen tot stand brengen op het gebied van informatie-uitwisseling, risicoanalyse, opleiding, onderzoek en opleiding en proefprojecten. Deze samenwerking kan plaatsvinden op het grondgebied van derde landen 5 .

Het Agentschap kan ook de operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen inzake het beheer van de buitengrenzen coördineren. Het kan dan samen met een of meer lidstaten en een derde land dat aan ten minste een van die lidstaten grenst acties aan de buitengrenzen uitvoeren, op voorwaarde dat het derde land daarmee instemt, ook op het grondgebied van dat derde land 6 . Voor het geval dat tijdens grensbewakingsoperaties met een derde land opsporings- en reddingsoperaties moeten worden ondernomen voor personen die op zee in nood verkeren, moeten specifieke bepalingen worden opgenomen in de statusovereenkomst en het operationele plan met dat derde land.

Deze samenwerking versterkt het vermogen van het Agentschap om derde landen bij te staan bij het beheer van hun grenzen en de migratiestromen. In gevallen waarin de inzet wordt beoogd van teamleden in een derde land bij acties waarbij de teamleden uitvoerende bevoegdheden zullen hebben, of waarin andere acties in derde landen het vereisen, moet de Unie een statusovereenkomst sluiten met het betreffende aangrenzende derde land 7 .

Operaties worden uitgevoerd op basis van een operationeel plan. Met dat operationele plan moeten ook de lidstaten die aan het operationele gebied grenzen, hebben ingestemd 8 .

Ten aanzien van terugkeer wordt in Verordening (EU) 2016/1624 bepaald dat het Agentschap terugkeeroperaties kan organiseren en coördineren om de lidstaten te ondersteunen bij de terugkeer van illegaal op hun grondgebied verblijvende onderdanen van derde landen, zulks overeenkomstig de bepalingen van de terugkeerrichtlijn 2008/115/EG 9 . Het Agentschap werkt met de bevoegde autoriteiten van derde landen samen op het gebied van terugkeer, onder meer wat betreft het verkrijgen van reisdocumenten 10 . In dit kader kan een statusovereenkomst bijvoorbeeld de teamleden ad hoc toegang geven tot de databases van het derde land, wanneer dat nodig is om de identiteit van de terug te sturen irreguliere migrant eenvoudiger vast te kunnen stellen. Het Agentschap mag echter geen terugkeeroperaties vanuit derde landen organiseren of coördineren. De Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) zal de Commissie bij de onderhandelingen over deze overeenkomsten advies en steun verlenen. Met name zal de EDEO de Commissie adviseren over de landen waarmee dergelijke overeenkomsten zouden moeten worden gesloten. De EDEO zal dus worden ingelicht voordat de onderhandelingen met een bepaald derde land beginnen en zal advies en steun verlenen inzake de operaties, onder meer via de EU-delegaties in de betrokken derde landen.

Het Agentschap informeert het Europees Parlement over al zijn activiteiten en evalueert de samenwerking met derde landen in zijn jaarverslag 11 .

3.Modelstatusovereenkomst

De modelstatusovereenkomst brengt een kader tot stand voor de samenwerking tussen enerzijds het Agentschap en zijn teams en anderzijds de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land en moet derhalve beschouwd worden als een overkoepelende regeling op grond waarvan verschillende maatregelen kunnen worden uitgevoerd.

Overeenkomstig artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1624 regelt de modelstatusovereenkomst de reikwijdte van de operatie, de civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid, de taken en bevoegdheden van de teamleden en de inachtneming van de grondrechten.

De modelstatusovereenkomst bevat derhalve de volgende specifieke bepalingen:

artikel 1 bepaalt het toepassingsgebied van de statusovereenkomst, dat alle aspecten bestrijkt die noodzakelijk zijn om de acties uit te voeren op het grondgebied van het derde land;

artikel 2 bevat definities van belangrijke in het model gebruikte termen; zo wordt onder actie een gezamenlijke operatie, een snelle grensinterventie of een terugkeeroperatie verstaan;

In artikel 3 wordt bepaald dat voor elke gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie een operationeel plan moet worden vastgesteld 12 met nader bepalingen over de organisatorische en procedurele aspecten van de actie;

In artikel 4 worden de taken en bevoegdheden van de teamleden omschreven en wordt bepaald dat zij alleen op instructie en in aanwezigheid van grenswachters van het derde land hun taken kunnen uitvoeren en hun bevoegdheden kunnen uitoefenen;

artikel 5 bevat regels over opschorting en beëindiging van acties;

artikel 6 bevat bepalingen over de voorrechten en immuniteiten van de teamleden en hun civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid;

in artikel 7 wordt bepaald dat het Agentschap aan de teamleden accreditatiedocumenten verstrekt;

in artikel 8 wordt bepaald dat bij alle acties de grondrechten in acht moeten worden genomen;

artikel 9 bevat regels over de verwerking en de bescherming van persoonsgegevens;

in artikel 10 wordt bepaald wat er moet gebeuren bij geschillen over de interpretatie van de overeenkomst;

in artikel 11 wordt de procedure voor de inwerking, de looptijd en de beëindiging van de overeenkomst beschreven.

4.Conclusies

De nieuwe bevoegdheid van het Agentschap om acties uit te voeren op het grondgebied van aan de Unie grenzende derde landen zal aanzienlijk bijdragen tot een beter beheer van de buitengrenzen van de Unie.

De Commissie zal van de aangehechte modelstatusovereenkomst gebruikmaken bij de onderhandelingen namens de Europese Unie over een statusovereenkomst met een aangrenzend derde land, maar de uiteindelijke tekst van een dergelijke overeenkomst kan daarvan afwijken, afhankelijk van het resultaat van de onderhandelingen met het betrokken derde land. De Commissie zal er echter naar streven om bij de onderhandelingen de strekking van de modelstatusovereenkomst te behouden.

De Commissie kan te zijner tijd een herziene mededeling en een herziene modelstatusovereenkomst opstellen, waarin de opgedane ervaringen worden verwerkt.

(1) PB L 251 van 16.9.2016, blz. 1.
(2) Overeenkomstig overweging 11 van Verordening (EU) 2016/1624 behoudt het agentschap de roepnaam „Frontex”.
(3) Artikel 54, lid 1.
(4) Artikel 54, lid 2.
(5) Vergelijk Verordening (EU) nr. 656/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van regels voor de bewaking van de zeebuitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie, die betrekking heeft op de samenwerking in de territoriale zee van derde landen.
(6) Artikel 54, lid 3.
(7) Artikel 54, lid 4.
(8) Artikel 54, lid 3.
(9) Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).
(10) Artikel 54, lid 6.
(11) Artikel 54, lid 11.
(12) Voor een terugkeeroperatie is geen operationeel plan vereist.
Top

Brussel, 22.11.2016

COM(2016) 747 final

BIJLAGE

bij de

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de modelstatusovereenkomst als bedoeld in artikel 54, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende de Europese grens- en kustwacht


Modelstatusovereenkomst tussen de Europese unie en [derde land] over door het Europees Grens- en kustwachtagentschap in [derde land] uitgevoerde acties

DE EUROPESE UNIE,

en [DERDE LAND],

hierna „de partijen” genoemd,

OVERWEGENDE dat zich situaties kunnen voordoen waarin het Europees Grens- en kustwachtagentschap de internationale samenwerking tussen lidstaten van de EU en [derde land] coördineert, ook op het grondgebied van [derde land],

OVERWEGENDE dat een rechtskader in de vorm van een statusovereenkomst tot stand moet worden gebracht voor de situaties waarin teamleden van het Europees Grens- en kustwachtagentschap uitvoeringsbevoegdheden hebben op het grondgebied van [derde land],

OVERWEGENDE dat bij alle acties van het Europees Grens- en kustwachtagentschap op het grondgebied van [derde land] de grondrechten volledig in acht moeten worden genomen,

HEBBEN BESLOTEN DE VOLGENDE OVEREENKOMST TE SLUITEN:

Artikel 1
Toepassingsgebied van de overeenkomst

1.    Deze overeenkomst heeft betrekking op alle aspecten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering door het Europees Grens- en kustwachtagentschap van acties op het grondgebied van [derde land] waarbij teamleden van het Europees Grens- en kustwachtagentschap uitvoeringsbevoegdheden hebben.

2.    Deze overeenkomst is slechts van toepassing [op het grondgebied van het derde land of delen daarvan].

Artikel 2
Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

(1) „actie”: een gezamenlijke operatie, een snelle grensinterventie of een terugkeeroperatie;

(2) „gezamenlijke operatie”: een actie die gericht is op de bestrijding van illegale immigratie, van huidige of toekomstige bedreigingen aan de buitengrenzen van [derde land] of van grensoverschrijdende criminaliteit, of op de verlening van intensievere technische en operationele ondersteuning ten behoeve van het toezicht op die delen van de buitengrenzen die aan een lidstaat raken;

(3) „snelle grensinterventie”: een actie die erop gericht is op te treden in een situatie waarin zich specifieke en onevenredige problemen voordoen aan de grenzen van [derde land] met een lidstaat en die op het grondgebied van [derde land] gedurende beperkte tijd wordt uitgevoerd;

(4) „terugkeeroperatie”: een operatie die door het Europees Grens- en kustwachtagentschap wordt gecoördineerd en door een of meer lidstaten verstrekte technische en operationele steun behelst, waarbij terugkeerders vanuit een of meer lidstaten gedwongen of vrijwillig terugkeren naar [derde land];

(5) „grenstoezicht”: het toezicht op personen aan een grens, dat uitsluitend wegens de voorgenomen of daadwerkelijke grensoverschrijding en dus niet om andere redenen wordt uitgeoefend, en dat bestaat in grenscontroles op grensdoorlaatposten en grensbewaking tussen de grensdoorlaatposten;

(6) „team”: een team bestaande uit grenswachters en ander relevant personeel van deelnemende lidstaten, onder wie grenswachters en andere relevante personeelsleden die door de lidstaten bij het Europees Grens- en kustwachtagentschap zijn gedetacheerd, die bij acties worden ingezet;

(7) „lidstaat”: een lidstaat van de Europese Unie;

(8) „lidstaat van herkomst”: de lidstaat waarvan een teamlid grenswachter of ander relevant personeelslid is;

(9) „persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon; als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;

(10) „deelnemende lidstaat”: een lidstaat die deelneemt aan een actie in [derde land] door technische uitrusting, grenswachters en andere relevante personeelsleden ter beschikking te stellen om te worden ingezet in het kader van een team;

(11) „Agentschap”: het Europees Grens- en kustwachtagentschap dat is opgericht bij Verordening (EU) 2016/1624 betreffende de Europese grens- en kustwacht.

Artikel 3
Operationeel plan

Voor elke gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie wordt een operationeel plan overeengekomen. In het plan worden uitvoerige bepalingen opgenomen over de organisatorische en procedurele aspecten van de gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie, met inbegrip van een beschrijving en beoordeling van de situatie, de operationele doelstellingen, het operationele concept, het in te zetten soort technische uitrusting, het uitvoeringsplan, de samenwerking met andere derde landen, andere agentschappen en organen van de Unie of internationale organisaties, bepalingen over de eerbiediging van de grondrechten, inclusief de bescherming van persoonsgegevens, de coördinatie-, commando-, controle-, communicatie en rapportagestructuren, de organisatorische en logistieke regelingen en de evaluatie en de financiële aspecten van de gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie. De gezamenlijke operatie of snelle grensinterventie wordt door [derde land] en het Agentschap gezamenlijk geëvalueerd.

Artikel 4
Taken en bevoegdheden van de teamleden

1.    De teamleden mogen de taken verrichten en de uitvoeringsbevoegdheden uitoefenen die vereist zijn voor grenstoezicht- en terugkeeroperaties.

2.    De teamleden leven de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van [derde land] na.

3.    De teamleden mogen uitsluitend taken verrichten en bevoegdheden uitoefenen op het grondgebied van [derde land], op instructie en, als algemene regel, in aanwezigheid van grenswachters of andere relevante personeelsleden van [derde land]. [Derde land] geeft in voorkomend geval overeenkomstig het operationele plan instructies aan de teams. [Derde land] mag de teamleden toestaan namens [derde land] op te treden.

Het Agentschap kan via zijn coördinerend functionaris zijn mening over de aan het team gegeven instructies aan [derde land] kenbaar maken. [Derde land] houdt rekening met deze mening en geeft er voor zover mogelijk gevolg aan.

Wanneer de aan het team verstrekte instructies niet in overeenstemming zijn met het operationele plan, meldt de coördinerend functionaris dit onmiddellijk aan de uitvoerend directeur van het Agentschap. De uitvoerend directeur kan passende maatregelen nemen, met inbegrip van de opschorting of beëindiging van de actie.

4.    Bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden dragen de teamleden hun eigen uniform. De teamleden dragen op hun uniform ook zichtbaar een persoonlijk identificatiemiddel en een blauwe armband met het insigne van de Europese Unie en dat van het Agentschap. Om zich tegenover de nationale autoriteiten van [derde land] te kunnen identificeren, hebben de teamleden altijd het in artikel 7 bedoelde accreditatiedocument bij zich.

5.    Bij het uitvoeren van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen teamleden dienstwapens dragen en munitie en uitrusting bij zich hebben overeenkomstig hetgeen volgens de wetgeving van de lidstaat van herkomst is toegestaan. [Derde land] laat het Agentschap, voordat de teamleden worden ingezet, weten welke dienstwapens, munitie en uitrusting zijn toegestaan en onder welke voorwaarden zij mogen worden gebruikt.

6.    Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden mogen de teamleden, indien de lidstaat van herkomst en [derde land] daarmee instemmen, gebruikmaken van geweld, onder meer met gebruikmaking van dienstwapens, munitie en uitrusting, in aanwezigheid van grenswachters of andere relevante personeelsleden van [derde land] en met inachtneming van het nationale recht van [derde land]. [Derde land] mag teamleden toestaan geweld te gebruiken bij afwezigheid van grenswachters of andere relevante personeelsleden van [derde land].

7.    [Derde land] mag teamleden toestaan zijn nationale databanken te raadplegen indien dat noodzakelijk is voor het vervullen van de in het operationele plan vermelde operationele doelstellingen, of met het oog op terugkeeroperaties. De teamleden raadplegen uitsluitend de gegevens die zij nodig hebben voor het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden. Voordat de teamleden worden ingezet, deelt [derde land] het Agentschap mee welke nationale databanken mogen worden geraadpleegd. De raadpleging gebeurt met inachtneming van het nationale gegevensbeschermingsrecht van [derde land].

Artikel 5
Opschorting en beëindiging van de actie

1.    Indien [derde land] de bepalingen van deze overeenkomst of van het operationele plan niet naleeft, kan de uitvoerend directeur van het Agentschap de actie opschorten of beëindigen na schriftelijke kennisgeving aan [derde land]. De uitvoerend directeur deelt de redenen van de opschorting of beëindiging aan [derde land] mee.

2.    Indien het Agentschap of een deelnemende lidstaat de bepalingen van deze overeenkomst of van het operationele plan niet naleeft, kan [derde land] de actie opschorten of beëindigen na schriftelijke kennisgeving aan het Agentschap. [Derde land] deelt de redenen van de opschorting of beëindiging aan het Agentschap mee.

3.    Met name kan de uitvoerend directeur van het Agentschap of [derde land] de actie opschorten of beëindigen in geval van een inbreuk op de grondrechten of schending van het beginsel van non-refoulement of de gegevensbeschermingsregels.

4.    Beëindiging van de actie doet geen afbreuk aan de rechten of verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van deze overeenkomst of het operationele plan voorafgaand aan de beëindiging ervan.

Artikel 6
Voorrechten en immuniteiten van de teamleden

1.    De teamleden zijn gevrijwaard van enigerlei vorm van aanhouding of vrijheidsbeneming.

2.    Papieren, briefwisseling en bezittingen van de teamleden zijn onschendbaar, behalve in het geval van uit hoofde van lid 6 toegestane executoriale maatregelen.

3.    De teamleden genieten onder alle omstandigheden immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van [derde land]. De aan de teamleden verleende voorrechten en de immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van [derde land] laten de rechtsmacht van de lidstaat van herkomst jegens de teamleden onverlet. De lidstaat van herkomst kan zo nodig de immuniteit van de teamleden ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van [derde land] opheffen. Het opheffen van de immuniteit dient altijd uitdrukkelijk kenbaar te worden gemaakt.

4.    De teamleden genieten immuniteit ten aanzien van de burgerlijke en administratieve rechtsmacht van [derde land] ten aanzien van alle handelingen die zij verrichten in het kader van de uitoefening van hun officiële functies. Indien tegen teamleden een burgerlijke procedure wordt aangespannen voor een rechterlijke instantie van [derde land], worden de uitvoerend directeur van het Agentschap en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst onmiddellijk daarvan in kennis gesteld. Voordat de procedure voor de rechter wordt ingeleid, delen de uitvoerend directeur van het Agentschap en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst de rechter mee of de teamleden de handeling in kwestie hebben verricht in het kader van de uitoefening van hun officiële functies. Indien dat het geval is, wordt de procedure niet ingeleid. Indien dat niet het geval is, kan de procedure worden voortgezet. De verklaring van de uitvoerend directeur van het Agentschap en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst is bindend voor de rechterlijke instantie van [derde land], die de verklaring niet kan aanvechten. Indien teamleden een procedure inleiden, kunnen zij zich niet beroepen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht wanneer er een tegenvordering wordt ingesteld die direct verband houdt met de hoofdvordering.

5.    Teamleden zijn niet verplicht als getuige op te treden.

6.    Tegen teamleden mogen geen executoriale maatregelen worden genomen, behalve indien tegen hen een burgerlijke procedure wordt ingeleid die geen verband houdt met hun officiële functies. De bezittingen van teamleden ten aanzien waarvan de uitvoerend directeur van het Agentschap heeft verklaard dat zij nodig zijn voor de vervulling van de officiële functies van de teamleden, mogen niet in beslag worden genomen ter uitvoering van een vonnis, beslissing of bevel. In burgerlijke procedures mogen teamleden niet aan beperkingen van de persoonlijke vrijheid, noch aan andere dwangmaatregelen worden onderworpen.

7.    De immuniteit van de teamleden ten aanzien van de rechtsmacht van [derde land] houdt voor hen geen immuniteit in ten aanzien van de rechtsmacht van de respectieve lidstaten van herkomst.

8.    De teamleden zijn ten aanzien van diensten die voor het Agentschap zijn verleend, vrijgesteld van eventueel in [derde land] geldende voorschriften op het terrein van de sociale zekerheid.

9.    De teamleden zijn vrijgesteld van elke vorm van belasting in [derde land] over het salaris en de emolumenten die het Agentschap of de lidstaten van herkomst aan de teamleden betalen, evenals van iedere belasting op inkomsten die van buiten [derde land] worden ontvangen.

10.    [Derde land] laat de binnenkomst toe van goederen voor persoonlijk gebruik door teamleden en verleent vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en daarmee verband houdende heffingen, met uitzondering van heffingen voor opslag, vervoer en soortgelijke diensten, een en ander in overeenstemming met eventueel door [derde land] aan te nemen wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen. [Derde land] laat tevens de uitvoer van dergelijke goederen toe.

11.    De persoonlijke bagage van teamleden wordt vrijgesteld van inspectie, tenzij er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de bagage goederen bevat die niet bedoeld zijn voor persoonlijk gebruik door teamleden, of goederen waarvan de in- of uitvoer verboden is door de wetgeving van of onderworpen is aan quarantainebepalingen van [derde land]. De inspectie van dergelijke persoonlijke bagage mag slechts plaatsvinden in aanwezigheid van de betrokken teamleden of een gemachtigde vertegenwoordiger van het Agentschap.

Artikel 7
Accreditatiedocument

1.    Het Agentschap geeft, in samenwerking met [derde land], een in de officiële taal of talen van [derde land] en een officiële taal van de instellingen van de Europese Unie gesteld document af aan elk teamlid, aan de hand waarvan zij zich kunnen identificeren tegenover de nationale autoriteiten van [derde land] en waaruit blijkt dat de houder het recht heeft de in artikel 4 van deze overeenkomst en in het operationele plan bedoelde taken te verrichten en bevoegdheden uit te oefenen. Het document bevat de volgende gegevens van elk teamlid: naam en nationaliteit, rang of functiebenaming, een recente gedigitaliseerde foto en een beschrijving van de taken die tijdens de inzet mogen worden verricht.

2.    In combinatie met een geldig reisdocument verleent het accreditatiedocument het teamlid toegang tot [derde land] zonder dat een visum of voorafgaande toestemming vereist is.

3.    Het accreditatiedocument wordt na afloop van de actie aan het Agentschap terugbezorgd.

Artikel 8
Grondrechten

1.    De teamleden eerbiedigen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden ten volle de grondrechten en de fundamentele vrijheden, ook wat betreft de toegang tot asielprocedures, de menselijke waardigheid, het verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling, het recht op vrijheid, het beginsel van non-refoulement, het verbod van collectieve uitzetting, de rechten van het kind en het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden is willekeurige discriminatie verboden, op welke grond ook, met inbegrip van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd, seksuele oriëntatie of genderidentiteit. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden uitgevoerde maatregelen die inbreuk maken op de grondrechten en fundamentele vrijheden, moeten evenredig zijn met het door die maatregelen nagestreefde doel en de wezenlijke inhoud van de grondrechten en fundamentele vrijheden eerbiedigen.

2.    Elke partij stelt een klachtenregeling in om beschuldigingen te behandelen van inbreuk op de grondrechten door haar personeelsleden bij de uitoefening van hun officiële taken tijdens uit hoofde van deze overeenkomst uitgevoerde gezamenlijke operaties, snelle grensinterventies of terugkeeroperaties.

Artikel 9
Verwerking van persoonsgegevens

1.    De verwerking van persoonsgegevens is alleen toegestaan indien noodzakelijk voor de uitvoering van deze overeenkomst door [derde land], het Agentschap of de deelnemende lidstaten.

2.    De verwerking van persoonsgegevens door [derde land] is onderworpen aan de nationale wetgeving.

3.    De verwerking van persoonsgegevens door het Agentschap en de deelnemende lidstaat of lidstaten, ook in het geval van de doorgifte van persoonsgegevens naar [derde land], is onderworpen aan Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, alsmede de maatregelen die het Agentschap heeft vastgesteld voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 45/2001, zoals bedoeld in artikel 45, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1624.

4.    Wanneer de verwerking de doorgifte van persoonsgegevens met zich meebrengt, geven de lidstaten en het Agentschap op het moment van de doorgifte van persoonsgegevens naar [derde land] aan of er algemene of specifieke toegangs- of gebruiksbeperkingen gelden, ook met betrekking tot het doorgeven, wissen of vernietigen. Wanneer na de doorgifte van persoonsgegevens duidelijk wordt dat dergelijke beperkingen nodig zijn, stellen zij [derde land] daarvan in kennis.

5.    Persoonsgegevens die voor administratieve doeleinden tijdens de actie zijn verzameld, mogen door het Agentschap, de deelnemende lidstaten en [derde land] worden verwerkt overeenkomstig de toepasselijke gegevensbeschermingswetgeving.

6.    Na afloop van elke actie stellen het Agentschap, de deelnemende lidstaten en [derde land] een gezamenlijk verslag op over de toepassing van de leden 1 tot en met 5 van dit artikel. Dat verslag wordt naar de grondrechtenfunctionaris en de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap gezonden, die verslag uitbrengen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap.

Artikel 10
Geschillen en interpretatie

1.    Alle aangelegenheden in verband met de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst worden gezamenlijk onderzocht door vertegenwoordigers van het Agentschap en de bevoegde autoriteiten van [derde land].

2.    Bij gebreke van een regeling worden geschillen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze overeenkomst uitsluitend langs diplomatieke weg opgelost tussen [derde land] en de Europese Commissie, die, indien zij dat nodig acht, alle aan [derde land] grenzende lidstaten raadpleegt.

Artikel 11
Inwerkingtreding, looptijd en beëindiging van de overeenkomst

1.    Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen interne wettelijke procedures goedgekeurd.

2.    Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de in lid 1 bedoelde interne wettelijke procedures.

3.    Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd. Elk van beide partijen kan de andere partij schriftelijk in kennis stellen van haar voornemen deze overeenkomst te beëindigen. De beëindiging wordt zes maanden na de datum van de kennisgeving van kracht.

4.    De overeenkomst kan door schriftelijke overeenstemming tussen de partijen of eenzijdig door een van de partijen worden beëindigd. In laatstgenoemd geval stelt de partij die de overeenkomst wenst te beëindigen de andere partij daarvan schriftelijk in kennis. De beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgende op de maand waarop de kennisgeving is gedaan.

5.    Kennisgevingen als bedoeld in dit artikel worden, wat de Europese Unie betreft, gedaan aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en, wat [derde land] betreft aan [nader te bepalen].

Gedaan te … op … in de [een van de talen van de Unie] en de [taal of talen van derde land] taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Ondertekend:

Voor de Europese Unie

Voor [derde land]

Top