EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 14.7.2015
COM(2015) 354 final
2014/0213(COD)
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT
overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
over het
standpunt van de Raad met het oog op de vaststelling van een verordening tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor de visserij in het GFCM-overeenkomstgebied (General Fisheries Commission for the Mediterranean – Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee)
2014/0213 (COD)
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT
overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
over het
standpunt van de Raad met het oog op de vaststelling van een verordening tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor de visserij in het GFCM-overeenkomstgebied (General Fisheries Commission for the Mediterranean – Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee)
1.Achtergrond
|
Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad
(document COM(2014) 457 final – 2014/0213(COD)):
|
11.7.2014.
|
|
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité:
|
15.10.2014.
|
|
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing:
|
13.1.2015.
|
|
Indiening van het gewijzigd voorstel:
|
-
|
|
Vaststelling van het standpunt van de Raad:
|
13.7.2015.
|
2.Doel van het voorstel van de Commissie
Bedoeling van het voorstel is een aantal tussen 2011 en 2013 in het kader van de Overeenkomst inzake de oprichting van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM) vastgestelde maatregelen om te zetten in Unierecht. Deze maatregelen zijn reeds van kracht en bindend voor de EU en de tien lidstaten die verdragsluitende partijen bij de GFCM-overeenkomst zijn (Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Italië, Malta, Slovenië, Spanje en Roemenië). Voor zover de inhoud van de GFCM-aanbevelingen niet wordt gedekt of slechts ten dele wordt gedekt door bestaand Unierecht, is de omzetting van de betrokken GFCM-maatregelen noodzakelijk om deze maatregelen op uniforme en doeltreffende wijze van toepassing te maken in de gehele Unie, waaronder op natuurlijke of rechtspersonen.
3.Opmerkingen over het standpunt van de Raad
3.1.
Algemene opmerkingen over het standpunt van de Raad
Het standpunt van de Raad weerspiegelt het politiek akkoord dat het Europees Parlement en de Raad op 26 maart 2015 hebben bereikt. De Commissie steunt dit akkoord. Desalniettemin heeft zij twee verklaringen afgelegd (zie hieronder).
3.2.
Amendementen van het Europees Parlement in eerste lezing
Het Europees Parlement heeft in eerste lezing 25 amendementen aangebracht. Met uitzondering van amendement 19 (inzake vissersvaartuigen uitgerust met trawlnetten en ringzegens in de geografische deelgebieden 17 of 18, dat het Europees Parlement is overeengekomen in te trekken) zijn alle amendementen geïntegreeerd in het standpunt van de Raad, met verdere wijzigingen naar aanleiding van de trialoogvergaderingen van 2 en 26 maart en de interinstitutionele technische vergaderingen van 4 februari en 4 maart.
3.3.
Nieuwe door de Raad ingevoerde bepalingen en desbetreffend standpunt van de Commissie
De Raad heeft in zijn standpunt een nieuwe afwijking in artikel 15 bis opgenomen, die het gebruik van trawlnetten in kustwateren van de Zwarte Zee betreft en rekening houdt met de heersende situatie in die regio. De Commissie heeft geen bezwaren.
3.4.
Problemen bij de vaststelling van het standpunt in eerste lezing en desbetreffend standpunt van de Commissie
De Commissie heeft twee verklaringen afgelegd teneinde duidelijkheid te verschaffen omtrent enkele kwesties in verband met afwijkingen inzake rood koraal, en meer bepaald in verband met de vaststelling van nationale maatregelen tijdens een overgangsperiode en in verband met de definitieve datum voor het gebruik van op afstand bediende onderwatervoertuigen (ROV's) voor waarneming en prospectie van rood koraal.
4.Conclusie
De juridische diensten en juristen-vertalers van beide instellingen hebben de opdracht gekregen de tekst dienovereenkomstig aan te passen. Het resulterende document is dus het voorstel van de Commissie zoals gewijzigd en aangevuld middels het door de medewetgevers op 26 maart bereikte politieke akkoord.
De Commissie steunt dit akkoord in zijn algemeenheid, maar wil verklaringen afleggen met betrekking tot twee specifieke punten van zorg.
5.
Verklaringen van de Commissie
Nationale overgangsmaatregelen
De Commissie neemt nota van het besluit van het Europees Parlement en de Raad om toe te staan dat de lidstaten bestaande afwijkingen in verband met de oogst van rood koraal handhaven zonder tijdslimiet, en dat zij in nieuwe afwijkingen voorzien die worden verleend tijdens een overgangsperiode, die evenmin een duidelijke einddatum heeft.
De Commissie is van oordeel dat afwijkingen en/of overgangsmaatregelen per definitie enkel tijdelijk kunnen zijn en dat de onbegrensde uitzonderingsregelingen die tussen de medewetgevers zijn overeengekomen, de Unie in een positie kunnen plaatsen die haar niet toelaat te waarborgen dat haar internationale verplichtingen ten overstaan van de GFCM onverkort in acht worden genomen.
In het geval dat de bovengenoemde risico's werkelijkheid zouden worden, zal de Commissie overeenkomstig de ter zake relevante bepalingen van het Verdrag voorstellen voor passende maatregelen indienen.
Hoe dan ook benadrukt de Commissie dat elk besluit in dezen niet prejudicieert op het standpunt van de Commissie inzake andere regels betreffende afwijkingen en/of overgangsregelingen.
Uiterste datum voor gebruik van ROV's
Met betrekking tot de uiterste datum van 31 december 2015, die is overeengekomen door het Europees Parlement en de Raad voor het toegestane gebruik van ROV's voor waarneming en prospectie van rood koraal, neemt de Commissie nota van het besluit van de medewetgevers om de woorden "until 2015" in punt 3a) van aanbeveling GFCM/35/2011/2 te interpreteren als "tot en met 31 december 2015" en aldus substantieel af te wijken van het voorstel van de Commissie om alleen de periode vóór 2015, tot en met 31 december 2014 in aanmerking te nemen.
De Commissie heeft al benadrukt dat afwijkingen per definitie enkel tijdelijk kunnen zijn en herinnert eraan dat ook de juridische dienst van de FAO zich op het standpunt heeft gesteld dat enkel de termijn vóór 2015 in aanmerking dient te worden genomen. In het licht hiervan zal de Commissie beoordelen of er passende initiatieven moeten worden genomen om het standpunt van de Unie over het gebruik van ROV's in het kader van de GFCM te verduidelijken.