This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52014PC0018
Proposal for a COUNCIL DECISION on the signature, on behalf of the European Union, and provisional application of a Common Aviation Area Agreement between the European Union and its Member States and Ukraine
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake de gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en Oekraïne
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake de gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en Oekraïne
/* COM/2014/018 final - 2014/0008 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake de gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en Oekraïne /* COM/2014/018 final - 2014/0008 (NLE) */
TOELICHTING 1. Achtergrond van het voorstel || · Motivering en doel van het voorstel Op basis van een mandaat dat de Raad in december 2006 heeft verleend, heeft de Commissie onderhandeld over een Overeenkomst betreffende de totstandbrenging van een Europese gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten en Oekraïne. De markt voor luchtdiensten tussen de EU en Oekraïne is aanzienlijk: meer dan 4 miljoen passagiers per jaar (bron: Eurostat 2012), met een gemiddelde jaarlijkse groei van 17 % gedurende de afgelopen 10 jaar. Ook de vrachtdiensten zijn in dezelfde periode verdubbeld. Er zij ook op gewezen dat het verkeer tussen de EU en Oekraïne in de afgelopen 4 jaar gemiddeld bijna 43 % van het totale internationale verkeer van en naar Oekraïne vertegenwoordigde. De luchtdiensten tussen de EU en Oekraïne worden momenteel geëxploiteerd op basis van bilaterale overeenkomsten tussen afzonderlijke lidstaten en Oekraïne. In het kader van het externe luchtvaartbeleid van de EU wordt met buurlanden onderhandeld over uitgebreide overeenkomsten voor luchtdiensten, voor zover is aangetoond dat dergelijke overeenkomsten een toegevoegde waarde hebben en economische voordelen opleveren. De Overeenkomst heeft met name tot doel: - de markten geleidelijk en wederzijds open te stellen, voor wat de toegang tot routes en capaciteit betreft; - te zorgen voor convergentie en effectieve naleving van de luchtvaartgerelateerde EU-regelgeving door Oekraïne; en - non-discriminatie en een gelijk speelveld voor ondernemingen tot stand te brengen. || · Algemene context Het algemene doel van de onderhandelingsrichtsnoeren was te onderhandelen over een uitgebreide luchtvervoersovereenkomst, teneinde de toegang tot elkaars markten geleidelijk en wederzijds te liberaliseren en te zorgen voor overeenstemming van de regelgeving en effectieve toepassing van de EU-voorschriften en -normen. Op 28 november 2013 hebben beide partijen een ontwerpovereenkomst met Oekraïne geparafeerd, overeenkomstig de onderhandelingsrichtsnoeren. || · Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied De bepalingen van de Overeenkomst hebben voorrang op de relevante bepalingen van de bestaande bilaterale overeenkomsten voor luchtdiensten tussen lidstaten en Oekraïne. Het is echter toegestaan bestaande verkeersrechten die voortvloeien uit deze bilaterale overeenkomsten en die niet onder de onderhavige Overeenkomst vallen, verder te blijven uitoefenen voor zover dit geen aanleiding geeft tot discriminatie tussen de lidstaten en hun onderdanen. || · Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie De sluiting van een uitgebreide luchtvervoersovereenkomst met Oekraïne is een belangrijke stap in de ontwikkeling van het externe luchtvaartbeleid van de EU en een cruciaal onderdeel van het nabuurschapsbeleid van de EU en de totstandbrenging van een grotere Europese gemeenschappelijke luchtvaartruimte, zoals omschreven in Mededeling COM(2012) 556 final van de Commissie "Het externe luchtvaartbeleid van de EU — De aanpak van toekomstige uitdagingen". 2. Raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling De Commissie heeft de onderhandelingen gevoerd in overleg met een bijzonder comité, overeenkomstig artikel 218, lid 4, van het VWEU. Bovendien heeft zij gedurende het volledige onderhandelingsproces de belanghebbenden geraadpleegd. || · Raadpleging van belanghebbende partijen || Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten De Commissie heeft overleg gepleegd met belanghebbenden, met name via het Overlegforum, bestaande uit vertegenwoordigers van luchtvaartmaatschappijen, luchthavens en vakbonden. || Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden Alle opmerkingen van de belanghebbenden, vooral met betrekking tot het evenwicht tussen de openstelling van de markt en de tenuitvoerlegging van de EU-luchtvaartvoorschriften en -eisen door Oekraïne, werden in aanmerking genomen bij de voorbereiding van het onderhandelingsstandpunt van de Unie. Na afloop van de onderhandelingen hebben de belanghebbenden te kennen gegeven dat zij de Overeenkomst graag willen ondertekenen en toepassen. || · Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid || Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. · Effectbeoordeling Zoals ook het geval is bij andere overeenkomsten tussen de EU en derde landen, wordt verwacht dat als gevolg van de liberalisering van de handel tussen de EU en Oekraïne nieuwe routes tussen luchthavens van de partijen zullen worden geopend. Verwacht wordt dat ook nieuwe luchtvaartmaatschappijen op de markt actief zullen worden. Deze ontwikkeling zou leiden tot meer concurrentie en meer keuze en betere prijzen voor de consument. Bovendien dit is de eerste keer dat een dergelijke overeenkomst EU-luchtvaartmaatschappijen (eenzijdig) de mogelijkheid biedt om zelfstandige en opeenvolgende cabotagevluchten uit te voeren op de binnenlandse markt van Oekraïne. Als Oekraïne de luchtvaarteisen en -normen van de EU toepast voor alle aspecten die betrekking hebben op de exploitatie van luchtvaartmaatschappijen (bijvoorbeeld veiligheid, luchtverkeersbeheer, beveiliging, sociale normen en milieu) zal dit bovendien zorgen voor billijke mededingingsvoorwaarden voor alle luchtvaartmaatschappijen. De overeenkomst creëert ook investeringsmogelijkheden voor de luchtvaartmaatschappijen van de partijen door wederzijdse meerderheidsparticipatie mogelijk te maken; dit zal de ontwikkeling van de luchtvaartmaatschappijen vergemakkelijken en de consolidatie van de sector bevorderen. De overeenkomst zal ook diverse kwesties rond "zakendoen" vereenvoudigen omdat ze een reeks bedrijfsgerelateerde vooruitzichten biedt die tot doel hebben de exploitatie van luchtvaartmaatschappijen te vergemakkelijken, zoals codesharingregelingen, grondafhandeling, leasing, intermodaal vervoer en het recht op nachtelijke stops in de luchthavens van beide partijen. In het algemeen zullen de luchtvaartmarkten van de EU en Oekraïne steeds uitgebreider en beter met elkaar verbonden worden. 3. Juridische elementen van het voorstel || · Samenvatting van de voorgestelde maatregel De Overeenkomst creëert gelijke en uniforme markttoegangsvoorwaarden voor alle EU-luchtvaartmaatschappijen en voert nieuwe regelingen in voor regelgevende samenwerking en convergentie tussen de Europese Unie en Oekraïne op gebieden die van essentieel belang zijn voor de veilige en efficiënte exploitatie van luchtdiensten. De Overeenkomst voorziet met name in de uitbreiding van haar bepalingen tot de 28 lidstaten, waarbij dezelfde regels zonder onderscheid van toepassing zijn op en ten goede komen aan alle EU-luchtvaartmaatschappijen, ongeacht hun land van herkomst. De luchtvaartmaatschappijen zullen vrij vluchten kunnen uitvoeren van ieder punt in de Europese Unie naar ieder punt in Oekraïne, hetgeen nu niet het geval is. De Overeenkomst bestaat uit de hoofdtekst, waarin de kernbeginselen zijn uiteengezet, en zeven bijlagen: Bijlage I betreffende de toepasselijke eisen en normen van de EU; bijlage II over overeengekomen diensten en gespecificeerde routes; bijlage III over overgangsbepalingen; bijlage IV over de lijst van te erkennen certificaten; bijlage V over de lijst van staten die vermeld zijn in de artikelen 17, 19 en 22 en bijlagen II en III bij de Overeenkomst; bijlage VI over procedureregels; en bijlage VII over de in artikel 26, lid 4, van de Overeenkomst vermelde criteria. · Rechtsgrondslag || Artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. || · Keuze van instrumenten Voorgesteld instrument: internationale overeenkomst Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn. Externe luchtvaartbetrekkingen kunnen alleen kracht worden bijgezet door internationale overeenkomsten. 4. Gevolgen voor de begroting || Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie. 2014/0008 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de
Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake de
gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten
en Oekraïne DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, juncto artikel 218,
lid 5, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Op 12 december 2006 heeft de
Raad de Commissie gemachtigd om onderhandelingen op te starten. De
onderhandelingen zijn met succes voltooid en zijn op 28 november 2013 uitgemond
in de parafering van de Overeenkomst. (2) De Overeenkomst creëert
gelijke en uniforme markttoegangsvoorwaarden voor alle
EU-luchtvaartmaatschappijen en voert nieuwe regelingen in voor regelgevende
samenwerking en convergentie tussen de Europese Unie en Oekraïne op gebieden
die van essentieel belang zijn voor de veilige en efficiënte exploitatie van
luchtdiensten. (3) Daarom dient de Overeenkomst
namens de Unie te worden ondertekend onder voorbehoud van de latere sluiting
ervan; (4) Om zo snel mogelijk profijt
te kunnen trekken van de voordelen van de overeenkomst dient ze voorlopig te
worden toegepast, HEEFT HET
VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 1. De ondertekening van de
Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese
Unie en haar lidstaten en de Oekraïne wordt hierbij goedgekeurd, onder
voorbehoud van de sluiting van de Overeenkomst. De tekst van de te ondertekenen Overeenkomst is
aan dit besluit gehecht. Artikel 2 Het
secretariaat-generaal van de Raad stelt het volmachtinstrument op dat de
persoon (personen) die daartoe door de onderhandelaar over de Overeenkomst is
(zijn) aangewezen, machtiging verleent de Overeenkomst, onder voorbehoud van de
sluiting ervan, te ondertekenen. Artikel 3 In afwachting van de inwerkingtreding van de
Overeenkomst wordt ze, overeenkomstig artikel 38 van de Overeenkomst, voorlopig
toegepast vanaf de dag waarop ze wordt ondertekend. Artikel 4 De
Europese Unie wordt in het bij artikel 29 opgerichte Gemengd Comité
vertegenwoordigd door de Commissie. Artikel 5 1. De Commissie vertegenwoordigt
de Unie in arbitrageprocedures overeenkomstig artikel 30 van de Overeenkomst. 2. Iedere krachtens artikel 30
van de Overeenkomst te nemen maatregel inzake aangelegenheden die onder de
bevoegdheid van de Unie vallen, wordt genomen door de Commissie, in overleg met
een Bijzonder Comité van door de Raad benoemde vertegenwoordigers van de
lidstaten. Artikel 6 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop
het wordt vastgesteld. Gedaan te Straatsburg, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE Ontwerp OVEREENKOMST
INZAKE EEN GEMEENSCHAPPELIJKE LUCHTVAARTRUIMTE TUSSEN DE
EUROPESE UNIE EN HAAR LIDSTATEN EN OEKRAÏNE HET KONINKRIJK BELGIË, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND, IERLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK KROATIË, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HONGARIJE, MALTA, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE REPUBLIEK POLEN, DE PORTUGESE REPUBLIEK, ROEMENIË, DE REPUBLIEK SLOVENIË, DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË
EN NOORD-IERLAND, partijen bij het Verdrag betreffende de
Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
(hierna gezamenlijk "de EU-Verdragen" genoemd) en lidstaten van de
Europese Unie (hierna "de EU-lidstaten" genoemd), en De EUROPESE UNIE, hierna "de Unie"
of "de Europese Unie" of "de EU" genoemd, enerzijds, en OEKRAÏNE, anderzijds, hierna "de partijen" genoemd, GELEID DOOR DE WENS een gemeenschappelijke
luchtvaartruimte tot stand te brengen, gebaseerd op wederzijdse toegang tot de
luchtvervoersmarkten van de partijen, gelijke concurrentievoorwaarden en
naleving van dezelfde regels, met name op het gebied van veiligheid,
beveiliging, luchtverkeersbeheer, sociale aspecten en milieu; ERKENNENDE dat de internationale burgerluchtvaart
een geïntegreerd karakter heeft en erkenning tonend voor de rechten en plichten
van Oekraïne en de EU-lidstaten die voortvloeien uit hun lidmaatschap van
internationale luchtvaartorganisaties, met name de Internationale
Burgerluchtvaartorganisatie en de Europese Organisatie voor de veiligheid van
de luchtvaart, en uit internationale overeenkomsten met derde landen en
internationale organisaties; GELEID DOOR DE WENS de betrekkingen tussen de
partijen op het gebied van luchtvervoer te verdiepen, inclusief op het gebied
van industriële samenwerking, en voort te bouwen op het kader van het bestaande
systeem van overeenkomsten voor luchtdiensten teneinde de economische,
culturele en vervoersbanden tussen de partijen te bevorderen; GELEID DOOR DE WENS de uitbreiding van de
luchtvervoersmogelijkheden te vergemakkelijken, onder meer via de ontwikkeling
van luchtvervoersnetwerken, teneinde tegemoet te komen aan de behoeften van
passagiers en expediteurs aan passende luchtvervoersdiensten; ERKENNENDE dat luchtvervoer belangrijk is voor
het bevorderen van handel, toerisme en investeringen; NOTA NEMEND van het Verdrag inzake de
internationale burgerluchtvaart, voor ondertekening opengesteld te Chicago op 7
december 1944; ERMEE REKENING HOUDENDE dat de Partnerschaps-
en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten
en Oekraïne bepaalt dat, teneinde te komen tot een gecoördineerde ontwikkeling
van het vervoer tussen de partijen, in overeenstemming met hun commerciële
behoeften, de voorwaarden voor wederzijdse markttoegang en verlening van
diensten in het luchtvervoer in specifieke overeenkomsten kunnen worden
geregeld; GELEID DOOR DE WENS dat
luchtvaartmaatschappijen de mogelijkheid krijgen om passagiers en expediteurs
concurrerende prijzen en diensten aan te bieden op open markten; GELEID DOOR DE WENS dat alle sectoren van de
luchtvervoersindustrie, inclusief het personeel van luchtvaartmaatschappijen,
profijt kunnen trekken van een geliberaliseerde overeenkomst; VOORNEMENS voort te bouwen op het bestaande
kader van de huidige luchtvervoersovereenkomsten, teneinde te zorgen voor
geleidelijke openstelling van de markttoegang en zoveel mogelijk voordelen te
creëren voor de consumenten, luchtvaartmaatschappijen, personeelsleden en
gemeenschappen van beide partijen; OVEREENKOMENDE dat het belangrijk is de regels
betreffende de gemeenschappelijke luchtvaartruimte te baseren op de relevante
wetgeving in de Europese Unie, zoals vastgesteld in bijlage I bij deze
Overeenkomst, onverminderd de bepalingen van het Verdrag betreffende de
Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (de
EU-Verdragen) en de grondwet van Oekraïne; NOTA NEMENDE VAN het voornemen van Oekraïne de relevante eisen en
normen van de Europese Unie, met inbegrip van toekomstige
wetgevingsinitiatieven in de EU, op te nemen in zijn luchtvaartwetgeving; GELEID DOOR DE WENS het hoogst mogelijke
niveau van veiligheid en beveiliging van het internationaal luchtvervoer te
garanderen en nogmaals bevestigend dat zij zich grote zorgen maken over daden
of bedreigingen die gericht zijn tegen luchtvaartuigen en die de veiligheid van
personen of goederen in gevaar brengen, de exploitatie van luchtvaartuigen
nadelig beïnvloeden en het vertrouwen van de reizigers in de veiligheid van de
burgerluchtvaart ondermijnen; ERKENNENDE dat de volledige naleving van de
regels van de gemeenschappelijke luchtvaartruimte de partijen in staat stelt
alle voordelen van die luchtvaartruimte volledig te benutten, zoals het
openstellen van de toegang tot markten en het maximaliseren van de voordelen
voor de consumenten en bedrijfssectoren van beide partijen; ERKENNENDE dat de totstandbrenging van de
gemeenschappelijke luchtvaartruimte en de toepassing van de regels ervan niet
kan worden bereikt zonder overgangsmaatregelen vast te stellen; ERKENNENDE dat het belangrijk is in dit
verband adequate bijstand te verlenen; BENADRUKKENDE dat luchtvaartmaatschappijen een
transparante en niet-discriminerende behandeling moeten krijgen bij het
verwerven van toegang tot luchtvervoersinfrastructuur, met name wanneer deze
infrastructuur beperkt is, met inbegrip van maar niet beperkt tot de toegang
tot luchthavens; GELEID DOOR DE WENS een gelijk speelveld voor
luchtvaartmaatschappijen tot stand te brengen, waardoor de
luchtvaartmaatschappijen van de partijen billijke en gelijke kansen genieten om
de overeengekomen diensten te exploiteren; ERKENNENDE dat overheidssubsidies een negatief
effect kunnen hebben op de mededinging tussen luchtvaartmaatschappijen en de
basisdoelstellingen van deze Overeenkomst in het gedrang kunnen brengen; HET BELANG BEVESTIGEND van milieubescherming
bij de ontwikkeling en toepassing van het internationale luchtvaartbeleid en
erkennende dat soevereine staten het recht hebben passende milieubeschermingsmaatregelen
te nemen; NOTA NEMEND van het belang van bescherming van
de consument, met inbegrip van de bescherming die wordt verleend door het
Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het
internationale luchtvervoer, gesloten te Montreal op 28 mei 1999; INGENOMEN met de lopende dialoog tussen de
partijen, die tot doel heeft hun betrekkingen te verdiepen op andere gebieden,
met name om het vrije verkeer van personen te vergemakkelijken, ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN: TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN ARTIKEL 1 DOELSTELLINGEN
EN WERKINGSSFEER Het doel van deze Overeenkomst is de geleidelijke totstandbrenging van
een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar
lidstaten en Oekraïne, gebaseerd op identieke regels op het gebied van
veiligheid, beveiliging, luchtverkeersbeheer, milieu, consumentenbescherming,
geautomatiseerde boekingssystemen en sociale aspecten. Hiertoe worden in deze
Overeenkomst de regels, technische voorschriften, administratieve procedures, fundamentele
operationele normen en uitvoeringsbepalingen vastgesteld die van toepassing
zijn in de betrekkingen tussen de partijen, onder de hieronder uiteengezette
voorwaarden. Deze gemeenschappelijke luchtvaartruimte is gebaseerd op vrije toegang
tot de markt voor luchtvervoer en op gelijke mededingingsvoorwaarden. ARTIKEL
2 DEFINITIES Tenzij anders bepaald, wordt met het oog op de toepassing van deze
Overeenkomst verstaan onder: 1.
"Overeengekomen
diensten" en "gespecificeerde routes": internationaal luchtvervoer
overeenkomstig artikel 16 (Verlening van rechten) en bijlage II bij deze
Overeenkomst; 2.
"Overeenkomst":
de onderhavige Overeenkomst, de bijlagen daarbij en de eventuele wijzigingen
daarvan; 3.
"Luchtvervoer":
het afzonderlijke of gecombineerde vervoer per luchtvaartuig van passagiers,
bagage, vracht en post, tegen vergoeding of betaling van huur; om twijfel te
vermijden: dit omvat geregelde en niet-geregelde (charter)diensten en
uitsluitend voor vrachtvervoer bestemde diensten; 4.
"Luchtvaartmaatschappij":
een onderneming met een geldige exploitatievergunning of een gelijkwaardig
document; 5.
"Bevoegde
autoriteiten": de overheidsagentschappen of openbare organen die
verantwoordelijk zijn voor de administratieve taken uit hoofde van deze
Overeenkomst; 6.
"Bedrijven of
ondernemingen": entiteiten naar burgerlijk recht of handelsrecht,
inclusief coöperatieve maatschappijen en andere rechtspersonen naar publiek- of
privaatrecht, met uitzondering van die zonder winstoogmerk; 7.
"Verdrag": het
Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, voor ondertekening
opengesteld te Chicago op 7 december 1944, en omvattende: a) alle wijzigingen die krachtens artikel 94 bis
van het Verdrag van kracht zijn geworden en zijn geratificeerd door zowel
Oekraïne als een lidstaat of lidstaten van de Europese Unie; en b) iedere bijlage of iedere wijziging daarvan die
is goedgekeurd krachtens artikel 90 van het Verdrag, voor zover deze bijlage of
wijziging op een gegeven tijdstip voor zowel Oekraïne als de lidstaat of
lidstaten van de EU van kracht is, al naargelang het thema in kwestie; 8.
"ECAA-Overeenkomst":
de multilaterale Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten,
de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Kroatië, de
voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, de Republiek IJsland, de
Republiek Montenegro, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië en de
Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo[1] betreffende de totstandbrenging van een
Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte; 9.
"EASA": het
Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, opgericht
overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de
Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het
gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor
de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG,
Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG; 10.
"Daadwerkelijke
zeggenschap": een relatie gebaseerd op rechten, overeenkomsten of andere
middelen die, afzonderlijk of tezamen en gelet op de desbetreffende feitelijke
of juridische omstandigheden, de mogelijkheid bieden om rechtstreeks of
onrechtstreeks een beslissende invloed uit te oefenen op een onderneming, meer
bepaald via: a) het recht om alle of een gedeelte van de activa
van een onderneming te gebruiken; b) rechten of overeenkomsten waardoor een
beslissende invloed kan worden uitgeoefend op de samenstelling, het stemgedrag
of de besluiten van de organen van een onderneming of waardoor anderszins een
beslissende invloed kan worden uitgeoefend op het beleid van de onderneming; 11.
"Effectieve
zeggenschap" betekent dat de bevoegde vergunningverlenende autoriteit van
een partij, die een exploitatievergunning aan een luchtvaartmaatschappij heeft
afgegeven, voortdurend controleert of de toepasselijke criteria voor de
exploitatie van internationale luchtdiensten, op grond waarvan de
exploitatievergunning is afgegeven, worden nageleefd door deze
luchtvaartmaatschappij, overeenkomstig de relevante nationale wet- en
regelgeving; met betrekking tot veiligheid en beveiliging houdt de bevoegde
autoriteit op passende wijze toezicht overeenkomstig ten minste de ICAO-normen; 12.
"EU-Verdragen":
het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking
van de Europese Unie; 13.
"EU-lidstaat":
een lidstaat van de Europese Unie; 14.
"Deugdelijkheid":
het feit dat een luchtvaartmaatschappij internationale luchtdiensten kan
exploiteren, d.w.z. dat ze over voldoende financiële middelen en adequate
managementdeskundigheid beschikt en bereid is de wetten, regels en eisen voor
het exploiteren van dergelijke diensten na te leven; 15.
"Recht van de vijfde
vrijheid": het recht of voorrecht dat door een staat (de "verlenende
staat") aan de luchtvaartmaatschappijen van een andere staat (de
"ontvangende staat") wordt verleend om internationale
luchtvervoersdiensten uit te voeren tussen het grondgebied van de verlenende
staat en het grondgebied van een derde staat, voor zover dergelijke diensten
beginnen of eindigen op het grondgebied van de ontvangende staat; 16.
"Volledige
kosten": de kosten van het verlenen van luchtdiensten plus een redelijke
toeslag voor administratieve overheadkosten en, voor zover van toepassing, alle
toepasselijke toeslagen die milieukosten weerspiegelen en die zonder
onderscheid naar nationaliteit worden toegepast; 17.
"ICAO": de
Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, opgericht op basis van het Verdrag. 18.
"Internationaal
luchtvervoer": luchtvervoer tussen plaatsen in ten minste twee staten. 19.
"Intermodaal
vervoer": openbaar vervoer van passagiers, bagage, vracht en post via een
luchtvaartuig en een of meer wijzen van het vervoer over land, gescheiden of
gecombineerd, tegen vergoeding of betaling van huur; 20.
"Maatregel":
elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift,
procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm; 21.
"Onderdaan": a) elke persoon met de Oekraïense nationaliteit, in
het geval van Oekraïne, of met de nationaliteit van een EU-lidstaat, in het
geval van de Europese Unie en haar lidstaten; of b) elke rechtspersoon (i) die rechtstreeks of via
een meerderheidsparticipatie eigendom is van en te allen tijde onder de
feitelijke zeggenschap staat van personen of entiteiten met Oekraïense
nationaliteit, in het geval van Oekraïne, of personen of entiteiten met de
nationaliteit van een EU-lidstaat of een van de andere in bijlage V vermelde
staten in het geval van de Europese Unie en haar lidstaten, en (ii) waarvan de
hoofdvestiging zich in Oekraïne bevindt, in het geval van Oekraïne, of in een
lidstaat, in het geval van de Europese Unie en haar lidstaten; 22.
"Nationaliteit":
in het geval van een luchtvaartmaatschappij, het feit dat de
luchtvaartmaatschappij voldoet aan de eisen inzake eigendom, feitelijke
zeggenschap en hoofdvestigingsplaats; 23.
"Exploitatievergunning": a) in het geval van de Europese Unie en haar lidstaten: een
vergunning die door de bevoegde vergunningverlenende autoriteit aan een
onderneming of bedrijf is verleend en waardoor die onderneming of dat bedrijf
toestemming krijgt om luchtdiensten te verlenen onder de relevante
EU-wetgeving, en b) in het geval van Oekraïne: een vergunning voor vervoer door de
lucht van passagiers en/of goederen, welke wordt afgegeven overeenkomstig de
toepasselijke wetgeving van Oekraïne; 24.
"Prijs": a) "passagierstarieven": de tarieven die
moeten worden betaald aan luchtvaartmaatschappijen of hun agenten of aan andere
ticketverkopers voor het vervoer van passagiers en bagage op luchtdiensten, alsmede
de voorwaarden waaronder deze tarieven gelden, met inbegrip van aan
agentschappen en andere aanvullende diensten aangeboden vergoedingen en
voorwaarden, en b) "luchttarieven": de tarieven die
moeten worden betaald voor het vervoer van post en vracht en de voorwaarden
waaronder deze tarieven gelden, met inbegrip van aan agentschappen en andere
aanvullende diensten aangeboden vergoedingen en voorwaarden. Voor
zover van toepassing heeft deze definitie betrekking op het vervoer over land
in het kader van internationaal luchtvervoer, alsook op de voorwaarden voor de
toepassing van deze tarieven; 25.
"Partnerschaps- en
samenwerkingsovereenkomst": de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst
tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne,
anderzijds, gedaan te Luxemburg op 14 juni 1994, en alle
opvolgingsinstrumenten; 26.
"Hoofdvestiging":
het hoofdkantoor of het geregistreerde kantoor van een luchtvaartmaatschappij
waar de belangrijkste financiële functies en de operationele zeggenschap over
de luchtvaartmaatschappij, met inbegrip van het beheer van de blijvende
luchtwaardigheid, worden uitgeoefend; 27.
"Openbaredienstverplichting":
een verplichting die aan luchtvaartmaatschappijen wordt opgelegd om op een
specifieke route een minimumaanbod te waarborgen van geregelde luchtdiensten
die voldoen aan vastgestelde normen inzake continuïteit, regelmaat, prijzen en
minimumcapaciteit, waaraan luchtvaartmaatschappijen niet zouden voldoen indien
zij alleen op hun eigen commerciële belangen zouden letten. De
luchtvaartmaatschappijen kunnen door de betrokken partij worden vergoed voor
het naleven van openbaredienstverplichtingen; 28.
"SESAR": het
Single European Sky ATM Research Programme dat de technologische pijler vormt
van het gemeenschappelijk Europees luchtruim, welke tot doel heeft ervoor te
zorgen dat de EU tegen 2020 over een hoogperformante infrastructuur voor
luchtverkeersleiding beschikt die de veilige en milieuvriendelijke ontwikkeling
van het luchtvervoer mogelijk maakt; 29.
"Subsidie": alle
door een openbaar orgaan of een regionale of andere overheidsorganisatie
verleende financiële bijdragen waarbij: a) de praktijk van de overheid, een regionaal
openbaar orgaan of een andere publiekrechtelijke organisatie rechtstreekse
overdracht omvat van middelen zoals schenkingen, leningen, kapitaalinbreng,
mogelijke rechtstreekse overdracht van middelen aan de onderneming of het
overnemen van passiva van de onderneming, zoals leninggaranties,
kapitaalinjecties, eigendom, bescherming tegen faillissement of verzekering; b) de overheid, een regionale instantie of een
andere publiekrechtelijke organisatie afstand doet van inkomsten die haar
normaal toekomen, deze niet int, of waarbij deze inkomsten buitensporig zijn
afgenomen; c) de overheid, een regionale instantie of een
andere publiekrechtelijke organisatie goederen levert of diensten aanbiedt,
behalve algemene infrastructuur, of goederen of diensten aankoopt, of d) de overheid, een regionale instantie of een
andere publiekrechtelijke organisatie betalingen aan een
financieringsmechanisme verricht of een particulier lichaam opdraagt een of
meer van de onder a), b) en c), genoemde soorten functies uit te voeren, die
zij normaal zelf zou vervullen en die in werkelijkheid niet afwijken van
praktijken die overheidsinstanties plegen te volgen; en
waarbij een voordeel wordt verleend; 30.
"De partijen":
enerzijds de Europese Unie of haar lidstaten, of de Europese Unie en haar
lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, en anderzijds Oekraïne; 31.
"Grondgebied":
wat Oekraïne betreft, het landoppervlak en de territoriale zee die onder de
soevereiniteit van Oekraïne vallen en, wat de Europese Unie betreft, het
landoppervlak (vasteland en eilanden), de binnenwateren en de territoriale zee
die onder het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende
de werking van de Europese Unie vallen en onderhevig zijn aan de in die
verdragen en eventuele opvolgingsinstrumenten vastgestelde voorwaarden. De
toepassing van deze Overeenkomst op de luchthaven van Gibraltar doet geen
afbreuk aan de respectieve rechtsopvattingen van het Koninkrijk Spanje en het
Verenigd Koninkrijk betreffende het geschil inzake de soevereiniteit over het
grondgebied waarop de luchthaven is gelegen. Dergelijke toepassing wordt bepaald door de toepassing
van de wetgeving van de Unie op de luchthaven van Gibraltar. Oekraïne wordt in
kennis gesteld van het toepassingsbereik; 32.
"Doortochtovereenkomst":
de Overeenkomst inzake de doortocht van internationale luchtdiensten, gedaan te
Chicago op 7 december 1944; en 33.
"Gebruikersheffing":
een heffing die door de bevoegde autoriteit aan luchtvaartmaatschappijen wordt
opgelegd, of die door die autoriteit wordt toegestaan, voor het gebruik van
faciliteiten en diensten in verband met de luchtvaart (ook in geval van overvluchten),
luchtverkeersleiding, luchthavens en luchtvaartveiligheid door luchtvaartuigen,
hun bemanning, passagiers, vracht en post. ARTIKEL 3 TENUITVOERLEGGING
VAN DE OVEREENKOMST 1. De partijen treffen alle algemene of bijzondere
maatregelen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit deze Overeenkomst
voortvloeiende verplichtingen te verzekeren en onthouden zich van alle
maatregelen welke de verwezenlijking van de doelstellingen van deze
Overeenkomst in gevaar kunnen brengen. 2. De tenuitvoerlegging van bovengenoemde maatregelen
doet geen afbreuk aan de rechten en plichten van elke partij die voortvloeien
uit de deelname aan internationale organisaties en/of internationale
overeenkomsten, met name het Verdrag en de Doortochtovereenkomst. 3. Bij de toepassing van de beginselen van lid 1
van dit artikel zullen de partijen: a) binnen het toepassingsgebied van deze
Overeenkomst alle unilaterale administratieve, technische of andere maatregelen
die een indirecte beperking kunnen vormen en een discriminerend effect kunnen
hebben op de verlening van luchtdiensten in het kader van deze Overeenkomst
verbieden; en b) binnen het toepassingsgebied van deze
Overeenkomst zich ervan weerhouden administratieve, technische of wetgevende
maatregelen ten uitvoer te leggen die een discriminerend effect kunnen hebben
op onderdanen of bedrijven of ondernemingen van de andere partij bij het
verlenen van de onder deze Overeenkomst vallende diensten. ARTIKEL 4 NON-DISCRIMINATIE Binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst
en onverminderd de daarin vervatte bijzondere bepalingen, is elke discriminatie
op grond van nationaliteit verboden. TITEL II REGELGEVENDE SAMENWERKING ARTIKEL 5 ALGEMENE
BEGINSELEN VAN DE REGELGEVENDE SAMENWERKING 1. De partijen werken op alle mogelijke
wijzen samen om ervoor te zorgen dat de eisen en normen van de in bijlage I bij
deze Overeenkomst vermelde besluiten van de Europese Unie geleidelijk worden
opgenomen in de wetgeving van Oekraïne en dat Oekraïne deze bepalingen ten
uitvoer legt via: a) periodiek overleg, in het kader van het in
artikel 29 van deze Overeenkomst (Gemengd Comité) vermelde Gemengd Comité, over
de interpretatie van de in lid 1 van dit artikel bedoelde EU-wetgeving met
betrekking tot de veiligheid en beveiliging van de luchtvaart, luchtverkeersbeheer,
milieubescherming, markttoegang en bijbehorende kwesties, sociale
aangelegenheden, consumentenbescherming en andere gebieden die onder de
Overeenkomst vallen; b) het verlenen van passende bijstand op
specifieke door de partijen vastgestelde terreinen; c) raadplegingen en uitwisseling van informatie
over nieuwe wetgeving overeenkomstig artikel 15 (Nieuwe wetgeving) van
deze Overeenkomst. 2. Oekraïne
stelt de nodige maatregelen vast om de eisen en normen van de in bijlage I bij
deze Overeenkomst vermelde besluiten van de Europese Unie in zijn wetgeving op
te nemen en ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de in artikel 33
(Overgangregelingen) en de bijbehorende bijlage III bij deze Overeenkomst
vermelde overgangsbepalingen. 3. De partijen stellen elkaar onverwijld in
kennis van hun respectieve bevoegde autoriteiten op het gebied van
veiligheidstoezicht, luchtwaardigheid, vergunningen voor
luchtvaartmaatschappijen, luchthavens, luchtvaartbeveiliging,
luchtverkeersbeheer, onderzoek van ongevallen en incidenten, vaststelling van
luchtvaartheffingen en luchthavengelden, via het Gemengd Comité als bedoeld in
artikel 29 van deze Overeenkomst (Gemengd Comité). ARTIKEL 6 NALEVING VAN
WETTEN EN REGELS 1. Als
luchtvaartmaatschappijen van de ene partij het grondgebied van de andere partij
binnenkomen of verlaten, moeten zij de op dat grondgebied toepasselijke wetten
en regels inzake het binnenkomen of verlaten van het grondgebied door
luchtvaartuigen die luchtvervoer uitvoeren, of inzake de exploitatie en
navigatie van luchtvaartuigen naleven. 2. Bij binnenkomst in, verblijf op of vertrek uit
het grondgebied van een partij moeten de wetten en voorschriften die op dat
grondgebied gelden met betrekking tot de toelating tot of het vertrek uit dat
grondgebied van passagiers, bemanning of vracht aan boord van het luchtvaartuig
(met inbegrip van de formaliteiten verbonden aan binnenkomst, inklaring,
immigratie, paspoorten, douane en quarantaine of, in het geval van post,
postvoorschriften) door of namens deze passagiers, bemanningen of vracht van de
luchtvaartmaatschappijen van de andere partij worden nageleefd. ARTIKEL 7 VEILIGHEID VAN
DE LUCHTVAART 1. Onverminderd de overgangsbepalingen in bijlage
III bij deze Overeenkomst handelen de partijen overeenkomstig hun respectieve
wetgeving betreffende de eisen en normen inzake luchtvaartveiligheid, zoals
gespecificeerd in deel C van bijlage I bij deze Overeenkomst, volgens de hierna
uiteengezette voorwaarden. 2. Oekraïne blijft de functies en taken van het
land van ontwerp, vervaardiging, registratie en exploitatie uitvoeren, zoals
bepaald in het Verdrag, maar zal ook de in lid 1 van dit artikel bedoelde eisen
en normen in zijn wetgeving opnemen en effectief ten uitvoer leggen,
overeenkomstig de in bijlage III bij deze Overeenkomst vastgestelde
overgangsregelingen. 3. De partijen
werken samen om te zorgen voor de effectieve tenuitvoerlegging door Oekraïne
van de wetgeving die is vastgesteld teneinde de eisen en normen als bedoeld in
lid 1 van dit artikel in de Oekraïense wetgeving op te nemen. Daartoe wordt
Oekraïne vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst als
waarnemer betrokken bij de werkzaamheden van het EASA, zoals bepaald in bijlage
VI bij deze Overeenkomst 4. Om de exploitatie van de bij artikel 16
(Verlening van rechten), lid 1, onder a), b), c) en d), van deze Overeenkomst
overeengekomen diensten te garanderen, erkent elke partij de geldigheid van de
bewijzen van luchtwaardigheid, bekwaamheidscertificaten en vergunningen die
door de andere partij zijn afgegeven of gevalideerd en die nog steeds van
kracht zijn, voor zover de eisen voor dergelijke certificaten of vergunningen
ten minste gelijk zijn aan de minimumeisen die uit hoofde van het Verdrag
kunnen worden vastgesteld. 5. De erkenning door de EU-lidstaten van de in
bijlage IV, Deel I, van deze Overeenkomst bedoelde certificaten die zijn
afgegeven door Oekraïne, wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van
bijlage III bij deze Overeenkomst. 6. De partijen werken samen met het oog op de convergentie
van de systemen voor certificering van de initiële en permanente
luchtwaardigheid. 7. De partijen zien erop toe dat in de ene partij
geregistreerde luchtvaartuigen die worden verdacht van niet-naleving van de bij
het Verdrag vastgestelde internationale veiligheidsnormen bij landing op
luchthavens op het grondgebied van de andere partij die openstaan voor
internationaal luchtverkeer, door de bevoegde autoriteiten van die andere
partij worden onderworpen aan platforminspecties, zowel aan boord als rond het
luchtvaartuig, teneinde de geldigheid van de documenten van het luchtvaartuig
en van de bemanning en de kennelijke staat van het luchtvaartuig en de
apparatuur te controleren. 8. De partijen wisselen met de relevante middelen
informatie uit, waaronder informatie over alle bevindingen die tijdens
platforminspecties in overeenstemming met lid 7 van dit artikel zijn gedaan. 9. De bevoegde autoriteiten van een partij kunnen
op elk ogenblik vragen om overleg met de bevoegde autoriteiten van de andere
partij over de door de andere partij gehanteerde veiligheidsnormen, ook op
andere gebieden dan die welke onder de in bijlage I bij deze Overeenkomst
vermelde besluiten vallen of over bevindingen die tijdens de platforminspecties
zijn gedaan. Dergelijk overleg vindt plaats binnen dertig (30) dagen na het
verzoek. 10. Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst kan
zo worden uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt om onverwijld de
nodige maatregelen te nemen wanneer zij vaststelt dat een product of dienst
mogelijkerwijze: a) niet voldoet aan de minimumnormen die zijn
vastgesteld overeenkomstig het Verdrag of, indien van toepassing,
overeenkomstig de in bijlage I, deel C, bij deze Overeenkomst gespecificeerde
eisen en normen; b) na een in lid 7 van dit artikel bedoelde
inspectie aanleiding geeft tot ernstige vermoedens dat een luchtvaartuig of de
exploitatie ervan niet voldoet aan de overeenkomstig het Verdrag of, indien van
toepassing, de in bijlage I, deel C, bij deze Overeenkomst gespecificeerde eisen
en normen vastgestelde minimumnormen; of c) aanleiding geeft tot ernstige vermoedens dat de
overeenkomstig het Verdrag of, indien van toepassing, de in bijlage I, deel C,
bij deze Overeenkomst gespecificeerde eisen en normen vastgestelde
minimumnormen niet daadwerkelijk worden toegepast en gehandhaafd. 11. Wanneer een partij maatregelen nemen
overeenkomstig lid 10 van dit artikel stelt zij de bevoegde autoriteiten van de
andere partij daar onmiddellijk van in kennis, met opgave van de redenen voor
die maatregelen. 12. Wanneer uit hoofde van lid 10 van dit artikel
genomen maatregelen niet worden stopgezet, ook al zijn er geen redenen meer om
dergelijke maatregelen te handhaven, kan elke partij de zaak doorverwijzen naar
het Gemengd Comité. 13. Eventuele wijzigingen van de nationale
wetgeving met betrekking tot de status van de bevoegde autoriteiten van
Oekraïne of de bevoegde autoriteit van de EU-lidstaten worden onverwijld door
de betrokken partij ter kennis gebracht van de andere partijen. ARTIKEL 8 BEVEILIGING VAN
DE LUCHTVAART 1. De bepalingen in Document 30, Deel II, van de
ECAC (European Civil Aviation Conference) worden door Oekraïne in zijn
wetgeving opgenomen en effectief ten uitvoer gelegd, overeenkomstig de
overgangsbepalingen in bijlage III bij deze Overeenkomst. In het kader van de
beoordelingen als bedoeld in artikel 33 (Overgangsregelingen), lid 2, van
deze Overeenkomst, mogen inspecteurs van de Europese Commissie als waarnemer
deelnemen aan de inspecties die door de Oekraïense bevoegde autoriteiten worden
uitgevoerd in luchthavens op het grondgebied van Oekraïne, overeenkomstig het
door de twee partijen overeengekomen mechanisme. Deze Overeenkomst doet geen
afbreuk aan de rechten en plichten van Oekraïne en de EU-lidstaten uit hoofde
van de bepalingen van bijlage 17 bij de Overeenkomst. 2. Aangezien de veiligheid van
burgerluchtvaartuigen, hun passagiers en hun bemanning een fundamentele
voorwaarde is voor het exploiteren van internationale luchtdiensten, bevestigen
beide partijen dat hun verplichtingen tegenover elkaar ook de beveiliging van
de burgerluchtvaart tegen wederrechtelijke daden omvatten, met name hun
verplichtingen uit hoofde van het Verdrag, het Verdrag inzake strafbare feiten
en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen,
ondertekend in Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het
wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend in Den
Haag op 16 december 1970, het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke
gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend in
Montreal op 23 september 1971, het Protocol tot bestrijding van
wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale
burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 24 februari 1988, en het Verdrag
inzake het merken van kneedspringstoffen ten behoeve van de opsporing ervan,
ondertekend te Montreal op 1 maart 1991, voor zover beide partijen ook partij
zijn bij deze verdragen, en alle andere verdragen en protocollen inzake de
beveiliging van de burgerluchtvaart waartoe beide partijen zijn toegetreden. 3. Op verzoek verlenen de partijen elkaar alle
nodige bijstand om het wederrechtelijk in zijn macht brengen van
burgerluchtvaartuigen en andere wederrechtelijke daden tegen de veiligheid van
dergelijke luchtvaartuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens en
luchtvaartnavigatiefaciliteiten, en alle andere bedreigingen van de veiligheid
van de burgerluchtvaart te voorkomen. 4. In hun onderlinge betrekkingen handelen de
partijen overeenkomstig de normen voor luchtvaartbeveiliging en, voor zover ze
die toepassen, de door de ICAO opgestelde aanbevolen werkwijzen die als bijlage
bij het Verdrag van Chicago zijn gevoegd, in de mate dat dergelijke
beveiligingsvoorschriften van toepassing zijn op de partijen. Beide partijen
eisen dat exploitanten van luchtvaartuigen die in hun register zijn opgenomen,
exploitanten die hun hoofdkantoor of permanente verblijfplaats op hun
grondgebied hebben gevestigd en exploitanten van luchthavens op hun grondgebied
handelen overeenkomstig deze normen voor de beveiliging van de luchtvaart. 5. Elke partij ziet erop toe dat op haar
grondgebied effectieve maatregelen worden genomen om de burgerluchtvaart te
beschermen tegen wederrechtelijke daden, inclusief, maar niet beperkt tot, het
screenen van passagiers en hun handbagage, het screenen van ruimbagage,
beveiligingscontroles van vracht en post alvorens deze aan boord van een
luchtvaartuig te laden, beveiligingscontroles van vlucht- en
luchthavenbenodigdheden en toegangscontroles en beveiligingsonderzoeken van
andere personen dan passagiers die zich in om beveiligingsredenen beperkt
toegankelijke zones willen begeven. Deze maatregelen worden indien nodig
aangepast om aan kwetsbaarheden en bedreigingen op het gebied van de
burgerluchtvaart te kunnen weerstaan. Elke partij stemt ermee in dat haar
luchtvaartmaatschappijen door de andere partij kunnen worden verplicht de in
lid 4 van dit artikel vermelde voorschriften inzake beveiliging van de
luchtvaart in acht te nemen voor de toegang tot, het vertrek uit of het
verblijf op het grondgebied van die andere partij. 6. Elke partij neemt ook ieder verzoek van de
andere partij om in verband met een bepaalde dreiging bijzondere doch redelijke
veiligheidsmaatregelen te nemen, welwillend in overweging. Elke partij stelt de
andere partij van tevoren in kennis van de bijzondere beveiligingsmaatregelen
die zij wenst in te voeren en die aanzienlijke financiële of operationele
gevolgen kunnen hebben voor de luchtvervoersdiensten die uit hoofde van deze
Overeenkomst worden verleend, tenzij dit in noodgevallen redelijkerwijs niet
mogelijk is. Bovendien mag elke partij verzoeken om een vergadering van het
Gemengd Comité, zoals ingesteld bij artikel 29 (Gemengd Comité) van deze Overeenkomst,
om dergelijke beveiligingsmaatregelen te bespreken. 7. Wanneer een geval van wederrechtelijk in zijn
macht brengen van burgerluchtvaartuigen of een andere wederrechtelijke daad
tegen de veiligheid van dergelijke luchtvaartuigen, hun passagiers en
bemanning, luchthavens en luchtvaartnavigatiefaciliteiten zich voordoet of
dreigt voor te doen, staan de partijen elkaar bij door de communicatie te
vergemakkelijken en andere passende maatregelen te nemen om snel en veilig een
eind te maken aan het incident of de dreiging. 8. Elke partij neemt alle maatregelen die zij
praktisch haalbaar acht om te garanderen dat een luchtvaartuig dat zich op haar
grondgebied op de grond bevindt en waartegen een daad van wederrechtelijk in
zijn macht brengen of een andere wederrechtelijke daad is gesteld, aan de grond
wordt gehouden, tenzij het vertrek van het luchtvaartuig noodzakelijk is om
mensenlevens te beschermen. Dergelijke maatregelen worden zoveel mogelijk op
basis van wederzijds overleg genomen. 9. Wanneer een partij redelijke gronden heeft om
te geloven dat de andere partij afwijkt van de in dit artikel vastgestelde
voorschriften inzake luchtvaartbeveiliging, kan de partij onmiddellijk om
overleg met de andere partij verzoeken. 10. Onverminderd artikel 19 (Weigering,
intrekking, opschorting of beperking van exploitatievergunningen of technische
vergunningen) van deze Overeenkomst wordt de exploitatievergunning van een of
meer luchtvaartmaatschappijen van de andere partij ingehouden, ingetrokken,
beperkt of afhankelijk gesteld van voorwaarden wanneer niet binnen vijftien (15)
dagen na dit verzoek een bevredigende oplossing wordt bereikt. 11. Wanneer een onmiddellijke en buitengewone
dreiging dit vereist, mag een partij voorlopige maatregelen treffen vóór het
verstrijken van de vijftien (15) dagen. 12. Alle overeenkomstig lid 10 of 11 van dit
artikel genomen maatregelen worden stopgezet zodra de andere partij de
bepalingen van dit artikel volledig naleeft. ARTIKEL 9 LUCHTVERKEERSBEHEER 1. Onverminderd de overgangsbepalingen in bijlage
III bij deze Overeenkomst handelen de partijen overeenkomstig hun respectieve
wetgeving betreffende de eisen en normen inzake luchtverkeersbeheer, zoals
gespecificeerd in deel B van bijlage I bij deze Overeenkomst, volgens de hierna
uiteengezette voorwaarden. 2. De eisen en normen waarnaar wordt verwezen in
lid 1 van dit artikel worden door Oekraïne in zijn wetgeving opgenomen en
effectief ten uitvoer gelegd, overeenkomstig de overgangsbepalingen in bijlage
III bij deze Overeenkomst. 3. De partijen werken samen op het gebied van
luchtverkeersbeheer om ervoor te zorgen dat Oekraïne de wetgeving die is
vastgesteld om de eisen en normen als bedoeld in lid 1 van dit artikel in zijn
wetgeving op te nemen, effectief ten uitvoer legt, en met het oog op de
uitbreiding van het gemeenschappelijke Europese luchtruim tot Oekraïne,
teneinde de huidige veiligheidsnormen en de algehele efficiëntie van de
algemene luchtverkeersactiviteiten in Europa te verhogen, de
luchtverkeersleidingscapaciteit te optimaliseren, vertragingen tot een minimum
te beperken en de milieuefficiëntie te verhogen. 4. Om dit doel te verwezenlijken wordt Oekraïne
als waarnemer betrokken bij het Comité voor het gemeenschappelijk luchtruim met
ingang van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst en worden de
Oekraïense bevoegde entiteiten en/of autoriteiten op niet-discriminerende basis
bij het Comité betrokken, door passende coördinatie inzake SESAR overeenkomstig
de toepasselijke wetgeving. 5. Het Gemengd Comité wordt verantwoordelijk voor
het toezicht op en de facilitering van de samenwerking op het gebied van
luchtverkeersbeheer. 6. Teneinde de toepassing van de wetgeving inzake
het gemeenschappelijk Europees luchtruim te vergemakkelijken: a) neemt Oekraïne de nodige maatregelen om zijn
institutionele structuren voor luchtverkeersbeheer aan te passen aan het
gemeenschappelijk Europees luchtruim; en b) vergemakkelijkt de Europese Unie de deelname van
Oekraïne aan operationele activiteiten op het gebied van luchtvaartnavigatiediensten,
luchtruimgebruik en interoperabiliteit die voortvloeien uit het
gemeenschappelijk Europees luchtruim. 7. Deze
Overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten en plichten van Oekraïne uit
hoofde van het Verdrag, noch aan geldende regionale luchtvaartovereenkomsten
die door de Raad van de ICAO zijn goedgekeurd. Na de inwerkingtreding van deze
Overeenkomst, moeten alle latere regionale overeenkomsten in overeenstemming
zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst. 8. Met het oog op de handhaving van een hoog
veiligheidsniveau, teneinde de capaciteit van het luchtruim en de efficiëntie
van het luchtverkeersbeheer te optimaliseren en onverminderd de
overgangsbepalingen in bijlage III bij deze Overeenkomst, organiseert Oekraïne
het onder zijn verantwoordelijkheid vallende luchtruim in overeenstemming met
de EU-voorschriften betreffende de vaststelling van functionele
luchtruimblokken (FAB's), zoals vermeld in deel B van bijlage I bij deze
Overeenkomst. De partijen werken samen aan de mogelijke integratie van het onder de
verantwoordelijkheid van Oekraïne vallende luchtruim in een FAB, in
overeenstemming met de EU-wetgeving en rekening houdend met de operationele
voordelen van die integratie. 9. De erkenning door de EU-lidstaten
van de in bijlage IV, Deel 2, van deze Overeenkomst bedoelde relevante
certificaten die door Oekraïne zijn afgegeven, wordt vastgesteld overeenkomstig
de bepalingen van bijlage III bij deze Overeenkomst. ARTIKEL 10 MILIEU 1. De partijen erkennen het belang van
milieubescherming bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van
luchtvaartbeleid. De partijen erkennen dat er behoefte is aan effectieve
mondiale, regionale, nationale en/of lokale actie om het effect van de
burgerluchtvaart op het milieu tot een minimum te beperken. 2. Onverminderd de overgangsbepalingen in bijlage
III bij deze Overeenkomst handelen de partijen overeenkomstig hun respectieve
wetgeving betreffende de milieueisen en normen, zoals gespecificeerd in deel D
van bijlage I bij deze Overeenkomst, volgens de hierna uiteengezette
voorwaarden. 3. De eisen en normen waarnaar wordt verwezen in
lid 2 van dit artikel worden door Oekraïne in zijn wetgeving opgenomen en
effectief ten uitvoer gelegd, overeenkomstig de overgangsbepalingen in bijlage
III bij deze Overeenkomst. 4. De partijen werken samen om ervoor te zorgen
dat Oekraïne van de wetgeving die is vastgesteld om de eisen en normen als
bedoeld in lid 2 van dit artikel in zijn wetgeving op te nemen, effectief ten
uitvoer legt, maar erkennen dat het belangrijk is samen te werken en, in het
kader van multilaterale besprekingen, na te gaan wat het effect is van de
luchtvaart op het milieu, en te garanderen dat eventuele verzachtende
maatregelen volledig in overeenstemming zijn met de doelstellingen van deze
Overeenkomst. 5. Deze Overeenkomst beperkt op geen enkele wijze
de bevoegdheid van de bevoegde autoriteiten van een partij om alle passende
maatregelen te nemen om het effect van het luchtvervoer op het milieu te
beperken, voor zover dergelijke maatregelen zonder onderscheid naar
nationaliteit worden toegepast en niet in strijd zijn met de rechten en
plichten van de partijen krachtens internationale wetgeving. ARTIKEL 11 CONSUMENTENBESCHERMING 1. Onverminderd de overgangsbepalingen in bijlage
III bij deze Overeenkomst handelen de partijen overeenkomstig hun respectieve
wetgeving betreffende de eisen en normen inzake consumentenbescherming, zoals
gespecificeerd in deel F van bijlage I bij deze Overeenkomst. 2. De eisen en normen waarnaar wordt verwezen in
lid 1 van dit artikel worden door Oekraïne in zijn wetgeving opgenomen en
effectief ten uitvoer gelegd, overeenkomstig de overgangsbepalingen in bijlage
III bij deze Overeenkomst. 3. De partijen werken samen om te zorgen voor de
effectieve tenuitvoerlegging door Oekraïne van de wetgeving die is vastgesteld
teneinde de eisen en normen als bedoeld in lid 1 van dit artikel in de
Oekraïense wetgeving op te nemen. 4. De partijen werken tevens samen met het oog op
de bescherming van de consumentenrechten die voortvloeien uit deze Overeenkomst. ARTIKEL 12 INDUSTRIËLE
SAMENWERKING 1. De partijen streven naar verbetering van de
industriële samenwerking, met name door middel van: (i) het ontwikkelen van
commerciële banden tussen fabrikanten uit de luchtvaartsector van beide
partijen; (ii) het bevorderen en
ontwikkelen van gezamenlijke projecten met het oog op de duurzame ontwikkeling
van de sector van het luchtvervoer, met inbegrip van de infrastructuur; (iii) technische samenwerking bij de
toepassing van de EU-normen; (iv) het bevorderen van kansen
voor fabrikanten en ontwerpers uit de luchtvaartsector; en (v) het bevorderen van investeringen
binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst. 2. Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan bestaande
technische en industriële normen in Oekraïne voor de vervaardiging van
luchtvaartuigen en onderdelen daarvan die niet onder bijlage I bij deze
Overeenkomst vallen. 3. Het Gemengd Comité monitort en faciliteert de
industriële samenwerking. ARTIKEL 13 GEAUTOMATISEERDE
BOEKINGSSYSTEMEN 1. Onverminderd de overgangsbepalingen in bijlage III bij
deze Overeenkomst handelen de partijen overeenkomstig hun respectieve wetgeving
betreffende de eisen en normen inzake geautomatiseerde boekingssystemen, zoals
gespecificeerd in deel G van bijlage I bij deze Overeenkomst. De partijen
waarborgen de vrije toegang van de geautomatiseerde boekingssystemen van de ene
partij tot de markt van de andere partij. 2. De eisen en normen waarnaar wordt verwezen in lid 1
van dit artikel worden door Oekraïne in zijn wetgeving opgenomen en effectief
ten uitvoer gelegd, overeenkomstig de overgangsbepalingen in bijlage III bij
deze Overeenkomst. 3. De partijen werken samen om te zorgen voor de
tenuitvoerlegging door Oekraïne van de wetgeving die is vastgesteld teneinde de
eisen en normen als bedoeld in lid 1 van dit artikel in de Oekraïense wetgeving
op te nemen. ARTIKEL 14 SOCIALE ASPECTEN 1. Onverminderd de overgangsbepalingen in bijlage III bij
deze Overeenkomst handelen de partijen overeenkomstig hun respectieve wetgeving
betreffende de eisen en normen inzake sociale aspecten, zoals gespecificeerd in
deel E van bijlage I bij deze Overeenkomst. 2. Oekraïne stelt de nodige maatregelen vast om de eisen
en normen waarnaar wordt verwezen in lid 1 van dit artikel in zijn wetgeving op
te nemen en effectief ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de
overgangsbepalingen in bijlage III bij deze Overeenkomst. 3. De partijen werken samen om te zorgen voor de
tenuitvoerlegging door Oekraïne van de wetgeving die is vastgesteld teneinde de
eisen en normen als bedoeld in lid 1 van dit artikel in de Oekraïense wetgeving
op te nemen. ARTIKEL 15 NIEUWE WETGEVING 1. Deze Overeenkomst laat het recht van de partijen
onverlet om unilateraal nieuwe wetgeving op het vlak van luchtvervoer of een
aanverwant in bijlage III bij deze Overeenkomst vermeld gebied aan te nemen of
bestaande wetgeving te wijzigen, voor zover zij het niet-discriminatiebeginsel
en de bepalingen van dit artikel en van artikel 4 (Non-discriminatie) in acht
nemen. 2. Wanneer de ene partij overweegt nieuwe wetgeving
binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst of een wijziging van zijn
wetgeving vast te stellen, stelt zij de andere partij daarvan in kennis. Op
verzoek van een van de partijen houdt het Gemengd Comité binnen de
daaropvolgende twee maanden een gedachtewisseling over de implicaties van die
nieuwe wetgeving of wijziging voor de goede werking van deze Overeenkomst. 3. Het Gemengd Comité heeft de volgende taken: a) een beslissing nemen tot herziening
van bijlage I bij deze Overeenkomst, teneinde daarin, zo nodig op basis van
wederkerigheid, de nieuwe wetgeving of wijziging in kwestie op te nemen; of b) een besluit nemen waarbij wordt
vastgesteld dat de nieuwe wetgeving of wijziging in kwestie wordt beschouwd als
zijnde in overeenstemming met deze Overeenkomst, of c) andere maatregelen aanbevelen, die
binnen een redelijke termijn moeten worden vastgesteld teneinde de goede
werking van deze Overeenkomst te waarborgen. TITEL III ECONOMISCHE BEPALINGEN ARTIKEL 16 VERLENING VAN
RECHTEN 1. Overeenkomstig bijlagen II en II bij deze
Overeenkomst verleent elke partij de andere partij de volgende rechten met
betrekking tot de exploitatie van internationaal luchtvervoer door
luchtvaartmaatschappijen van de andere partij: a) het recht over haar grondgebied te vliegen
zonder te landen; b) het recht op haar grondgebied te landen voor
andere doeleinden dan het in- of ontschepen van passagiers, bagage, vracht
en/of luchtpost (niet-verkeersgebonden doeleinden); c) bij de exploitatie van een overeengekomen
dienst op een specifieke route: het recht op haar grondgebied te landen voor
het, afzonderlijk of in combinatie, in- en ontschepen van passagiers, vracht
en/of post in het internationale luchtverkeer, en d) de overige in deze Overeenkomst
gespecificeerde rechten. 2. Niets in deze Overeenkomst verleent de
luchtvaartmaatschappijen van Oekraïne het recht op het grondgebied van een
EU-lidstaat tegen vergoeding passagiers, bagage, vracht en/of post aan boord te
nemen die bestemd zijn voor een ander punt op het grondgebied van die lidstaat. ARTIKEL 17 VERGUNNING EN
TECHNISCHE VERGUNNING Bij
ontvangst van een aanvraag van een exploitatievergunning of technische
vergunning van een luchtvaartmaatschappij van een partij, welke moet worden
ingediend in de vorm en op de wijze die zijn voorgeschreven voor
exploitatievergunningen of technische vergunningen, verlenen de bevoegde
autoriteiten van de andere partij zo snel mogelijk de passende vergunningen,
voor zover: a) in
het geval van een luchtvaartmaatschappij uit Oekraïne: –
de hoofdvestiging van de
luchtvaartmaatschappij zich in Oekraïne bevindt en de maatschappij houder is
van een geldige exploitatievergunning overeenkomstig de toepasselijke wetgeving
van Oekraïne; en –
het regelgevend toezicht
op de luchtvaartmaatschappij effectief wordt uitgeoefend en gehandhaafd door
Oekraïne en de bevoegde luchtvaartautoriteit duidelijk is geïdentificeerd; en –
tenzij anders bepaald in
artikel 20 (Investeringen in luchtvaartmaatschappijen) van deze Overeenkomst,
de eigendom van de luchtvaartmaatschappij, hetzij rechtstreeks hetzij via een
meerderheidsparticipatie, en de feitelijke zeggenschap over die maatschappij
berust bij Oekraïne en/of Oekraïense onderdanen. b) in
het geval van een luchtvaartmaatschappij uit de Europese Unie: –
de hoofdvestiging van de
luchtvaartmaatschappij zich op het grondgebied van een EU-lidstaat onder de
EU-Verdragen bevindt en de luchtvaartmaatschappij houder is van een geldige
exploitatievergunning overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Europese
Unie; en –
het regelgevend toezicht
op de luchtvaartmaatschappij effectief wordt uitgeoefend en gehandhaafd door de
lidstaat die verantwoordelijk is voor de afgifte van het Air Operator
Certificate, en de bevoegde autoriteit duidelijk is geïdentificeerd; en –
tenzij anders bepaald in
artikel 20 (Investeringen in luchtvaartmaatschappijen) van deze Overeenkomst,
de eigendom van de luchtvaartmaatschappij, hetzij rechtstreeks hetzij via een
meerderheidsparticipatie, en de feitelijke zeggenschap over die maatschappij
berusten bij EU-lidstaten en/of onderdanen van lidstaten of bij andere in
bijlage V bij deze Overeenkomst vermelde staten en/of onderdanen van die andere
staten. c) de luchtvaartmaatschappij voldoet aan de
voorwaarden van de in artikel 6 (Naleving van wetten en regels) van deze
Overeenkomst vermelde wetten en regels; en d) de voorschriften van artikel 7 (Veiligheid van de
luchtvaart) en artikel 8 (Beveiliging van de luchtvaart) van deze Overeenkomst
worden gehandhaafd en toegepast. ARTIKEL 18 WEDERZIJDSE ERKENNING VAN REGELGEVENDE
VASTSTELLINGEN INZAKE DE FINANCIËLE DRAAGKRACHT EN NATIONALITEIT VAN
LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN 1. Als de bevoegde autoriteiten van een partij een
aanvraag voor een exploitatievergunning of technische vergunning ontvangen van
een luchtvaartmaatschappij van de andere partij, erkennen zij de door de
bevoegde autoriteiten van de eerste partij gedane regelgevende vaststellingen
met betrekking tot de financiële draagkracht en/of nationaliteit van die
luchtvaartmaatschappij alsof zij die vaststellingen zelf zouden hebben gedaan,
en voeren zij verder geen onderzoek naar deze kwesties, behalve zoals hieronder
bepaald. 2. Indien, na ontvangst van een aanvraag voor een
exploitatievergunning of technische vergunning van een luchtvaartmaatschappij
of na het verlenen van een dergelijke exploitatievergunning of technische
vergunning, de bevoegde autoriteiten van de ontvangende partij een specifieke
reden hebben om bezorgd te zijn over het feit dat, ondanks de door de bevoegde
autoriteiten van de andere partij gedane vaststelling, de in artikel 17
(Vergunning en technische vergunning) van deze Overeenkomst vermelde
voorwaarden voor het verlenen van passende exploitatievergunningen of
technische vergunningen niet zijn nageleefd, dienen zij deze autoriteiten daar
onmiddellijk van in kennis te stellen en hun bezorgdheid te motiveren. In dat
geval mag elke partij om overleg verzoeken, inclusief met vertegenwoordigers
van de relevante bevoegde autoriteiten, en/of aanvullende informatie over deze
bezorgdheid, en op dergelijke verzoeken moet zo snel als praktisch uitvoerbaar
worden ingegaan. Als geen oplossing wordt gevonden, mag elke partij de kwestie
voorleggen aan het bij artikel 29 van deze Overeenkomst opgerichte Gemengd
Comité. ARTIKEL 19 WEIGERING,
INTREKKING, OPSCHORTING OF BEPERKING VAN EXPLOITATIEVERGUNNINGEN OF TECHNISCHE
VERGUNNINGEN 1. De bevoegde instanties van elke partij kunnen de
exploitatievergunningen of technische vergunningen weigeren, intrekken,
opschorten of beperken of de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij van de
andere partij op een andere wijze opschorten of beperken als: a)
in het geval van een luchtvaartmaatschappij uit Oekraïne: –
de hoofdvestiging van de
luchtvaartmaatschappij zich niet in Oekraïne bevindt of de maatschappij niet over
een geldige exploitatievergunning overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van
Oekraïne beschikt; of –
het regelgevend toezicht
op de luchtvaartmaatschappij niet effectief wordt uitgeoefend en gehandhaafd
door Oekraïne of de bevoegde autoriteit niet duidelijk is geïdentificeerd; en –
tenzij anders bepaald in
artikel 20 (Investeringen in luchtvaartmaatschappijen) van deze Overeenkomst,
de eigendom van de luchtvaartmaatschappij, hetzij rechtstreeks hetzij via een
meerderheidsparticipatie, of de feitelijke zeggenschap over die maatschappij
niet berust bij Oekraïne en/of Oekraïense onderdanen. b)
in het geval van een luchtvaartmaatschappij uit de Europese Unie: –
de hoofdvestiging van de
luchtvaartmaatschappij zich niet op het grondgebied van een lidstaat onder de
EU-Verdragen bevindt of de luchtvaartmaatschappij niet beschikt over een
geldige exploitatievergunning overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de
Europese Unie; of –
het regelgevend toezicht
op de luchtvaartmaatschappij niet effectief wordt uitgeoefend of gehandhaafd
door de EU-lidstaat die verantwoordelijk is voor de afgifte van het Air
Operator Certificate, of de bevoegde luchtvaartautoriteit niet duidelijk is
geïdentificeerd; of –
tenzij anders bepaald in
artikel 20 (Investeringen in luchtvaartmaatschappijen) van deze Overeenkomst,
de eigendom van de luchtvaartmaatschappij, hetzij rechtstreeks hetzij via een
meerderheidsparticipatie, of de feitelijke zeggenschap over die maatschappij
niet berusten bij EU-lidstaten en/of onderdanen van lidstaten of bij andere in
bijlage V vermelde staten en/of onderdanen van die andere staten. c) de luchtvaartmaatschappij niet voldoet aan de in
artikel 6 (Naleving van wetten en regels) van deze Overeenkomst vermelde wetten
en regels, of d) de voorschriften van artikel 7 (Veiligheid van de
luchtvaart) en artikel 8 (Beveiliging van de luchtvaart) van deze Overeenkomst
niet worden gehandhaafd en opgelegd, of e) een partij overeenkomstig artikel 26 (Mededinging),
lid 5, van deze Overeenkomst heeft vastgesteld dat niet voldaan is aan de
mededingingsvoorwaarden. 2. Tenzij onmiddellijke maatregelen noodzakelijk zijn om
verdere niet-naleving van lid 1, onder c) of d), van dit artikel te voorkomen,
worden de in dit artikel vastgestelde rechten pas uitgeoefend na overleg met de
bevoegde instanties van de andere partij. 3. Geen van de partijen doet een beroep op het bij dit
artikel vastgestelde recht om exploitatievergunningen of technische
vergunningen van luchtvaartmaatschappijen van een partij te weigeren, in te
trekken, op te schorten of te beperken op grond van het feit dat een of meer
ECAA-partijen of hun onderdanen meerderheidseigenaar van die
luchtvaartmaatschappij zijn en/of er effectief zeggenschap over uitoefenen,
voor zover die ECAA-partij of -partijen dit ook niet doen en de voorwaarden van
de ECAA-Overeenkomst naleeft/naleven. ARTIKEL 20 INVESTERINGEN IN
LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN 1. Onverminderd artikel 17 (Vergunning en
technische vergunning) en artikel 19 (Weigering, intrekking, opschorting of
beperking van exploitatievergunningen en technische vergunningen) van deze
Overeenkomst, wordt, krachtens een beslissing van het bij artikel 29 (Gemengd
Comité) van deze Overeenkomst opgerichte Gemengd Comité, toegestaan dat
EU-lidstaten en/of onderdanen van lidstaten meerderheidseigenaar zijn van of
feitelijke zeggenschap uitoefenen over een luchtvaartmaatschappij uit Oekraïne,
en dat Oekraïne en/of onderdanen van Oekraïne meerderheidseigenaar zijn van of
feitelijke zeggenschap uitoefenen over een luchtvaartmaatschappij uit de Europese
Unie. 2. In die beslissing worden de voorwaarden gespecificeerd
voor de exploitatie van de in deze Overeenkomst overeengekomen diensten en van
de diensten tussen derde landen en de partijen. De bepalingen van artikel 29
(Gemengd Comité), lid 8, van deze Overeenkomst zijn niet van toepassing op dit
type beslissingen. ARTIKEL 21 VERBOD OP
KWANTITATIEVE BEPERKINGEN 1. Onverminderd gunstiger bepalingen in bestaande
overeenkomsten verbieden de partijen in het kader van deze Overeenkomst
kwantitatieve beperkingen en alle maatregelen van gelijke werking welke van
toepassing zijn op de overbrenging van uitrusting, benodigdheden,
reserveonderdelen en ander materieel wanneer deze noodzakelijk zijn om een
luchtvaartmaatschappij in staat te stellen de verlening van
luchtvervoerdiensten voort te zetten onder de in deze Overeenkomst vastgestelde
voorwaarden. 2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde verplichting
belet de partijen niet om dergelijke overbrengingen te verbieden of te beperken
wanneer dit gerechtvaardigd is uit hoofde van de bescherming van de openbare
orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren
of planten, of uit hoofde van de bescherming van intellectuele, industriële en
commerciële eigendom. Dergelijke verboden of beperkingen mogen echter geen
middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de
handel tussen de partijen vormen. ARTIKEL 22 COMMERCIËLE
KANSEN Doing business 1. De partijen zijn het erover eens dat de voordelen van
deze Overeenkomst niet kunnen worden verwezenlijkt wanneer commerciële
exploitanten worden gehinderd bij het zaken doen. De partijen komen dan ook
overeen om dergelijke hinderpalen voor de luchtvaartmaatschappijen van beide
partijen, die commerciële activiteiten belemmeren, concurrentieverstoringen
veroorzaken of de totstandbrenging van een gelijk speelveld verhinderen,
effectief en wederzijds uit de weg te ruimen. 2. Het bij artikel 29 (Gemengd Comité) van deze
Overeenkomst opgerichte Gemengd Comité ontwikkelt een proces van samenwerking
met betrekking tot zaken doen en commerciële kansen, ziet toe op de vooruitgang
die wordt geboekt bij het effectief uit de weg ruimen van hinderpalen voor
zaken doen en beoordeelt regelmatig de ontwikkelingen, waaronder, indien nodig,
ontwikkelingen in de richting van wetgevende en regelgevende wijzigingen.
Overeenkomstig artikel 29 (Gemengd Comité) van deze Overeenkomst mag een partij
verzoeken om een vergadering van het Gemengd Comité teneinde vragen met
betrekking tot de toepassing van dit artikel te bespreken. Vertegenwoordigers van
luchtvaartmaatschappijen 3. De luchtvaartmaatschappijen van beide partijen hebben
het recht op het grondgebied van de andere partij kantoren te openen voor de
promotie en verkoop van luchtvervoer en aanverwante activiteiten en hebben het
recht zowel hun eigen tickets en/of luchtvrachtbrieven als die van alle andere
luchtvaartmaatschappijen te verkopen en uit te geven. 4. De luchtvaartmaatschappijen van beide partijen hebben
het recht om leidinggevend, verkoops-, technisch, operationeel en ander
gespecialiseerd personeel dat nodig is om de luchtvervoersactiviteiten te
ondersteunen, op het grondgebied van de andere partij binnen te brengen en er
te handhaven, overeenkomstig de wetten en regels van de andere partij met betrekking
tot toegang, verblijf en werk. De luchtvaartmaatschappijen mogen ervoor kiezen
deze personeelsbehoeften in te vullen met eigen personeel of door gebruik te
maken van de diensten van een andere organisatie, onderneming of
luchtvaartmaatschappij die actief is op het grondgebied van de andere partij en
die gemachtigd is om dergelijke diensten te verlenen op het grondgebied van die
partij. Beide partijen zorgen voor de gemakkelijke en snelle verlening van
werkvergunningen voor het personeel dat in dienst is bij de in dit artikel
bedoelde kantoren, inclusief het personeel dat tijdelijke taken uitvoert
gedurende hoogstens negentig (90) dagen, onverminderd de relevante geldende
wetten en regels. Grondafhandeling 5. Onverminderd de overgangsbepalingen in bijlage III bij
deze Overeenkomst: a) heeft elke
luchtvaartmaatschappij, onverminderd punt b) hieronder, met betrekking tot
grondafhandeling op het grondgebied van de andere partij: (i) het recht haar eigen
grondafhandeling te verzorgen ("zelfafhandeling") of, indien zij dit
verkiest, (ii) het recht een selectie te maken
tussen concurrerende leveranciers van volledige of gedeeltelijke
grondafhandelingsdiensten, voor zover deze leveranciers op basis van de wetten
en regels van elke partij toegang hebben tot de markt en voor zover dergelijke
leveranciers aanwezig zijn op de markt. b) Voor bepaalde categorieën
grondafhandelingsdiensten, namelijk bagageafhandeling, platformafhandeling,
brandstof- en olieafhandeling, vracht- en postafhandeling, wat de fysieke afhandeling
van vracht en post tussen de luchthaventerminal en het luchtvaartuig betreft,
mogen beperkingen worden opgelegd aan de in punt a), onder (i) en (ii),
vermelde rechten volgens de wetten en regels die van toepassing zijn op het
grondgebied van de andere partij. Indien dit tot gevolg heeft dat
zelfafhandeling onmogelijk is en indien er geen daadwerkelijke mededinging
tussen leveranciers van grondafhandelingsdiensten bestaat, moeten al deze
diensten op gelijke en niet-discriminerende basis ter beschikking worden
gesteld van alle luchtvaartmaatschappijen. c) Elk grondafhandelingsbedrijf, ongeacht of het
een luchtvaartmaatschappij betreft of niet, heeft met betrekking tot
grondafhandeling op het grondgebied van de andere partij het recht om
grondafhandelingsdiensten te verlenen aan luchtvaartmaatschappijen van de
partijen die actief zijn op dezelfde luchthaven, voor zover dit toegestaan is
door en in overeenstemming is met de toepasselijke wetten en regels. Toewijzing van slots op luchthavens 6. De toewijzing van beschikbare slots op de luchthavens
op het grondgebied van de partijen gebeurt op onafhankelijke, transparante,
niet-discriminerende en tijdige wijze. Verkoop, plaatselijke uitgaven en overmaking
van fondsen 7. Iedere luchtvaartmaatschappij van elke partij mag
luchtvervoer en bijbehorende diensten verkopen op het grondgebied van de andere
partij, hetzij rechtstreeks, hetzij, naar keuze van de luchtvaartmaatschappij,
via verkoopagenten of andere tussenpersonen die door de luchtvaartmaatschappij
zijn aangesteld, via een andere luchtvaartmaatschappij of op het internet. Elke
luchtvaartmaatschappij heeft het recht dergelijk vervoer en bijbehorende
diensten te verkopen en het staat iedereen vrij dergelijk vervoer en
bijbehorende diensten te kopen, in de munteenheid van dat grondgebied of in
vrij converteerbare valuta, overeenkomstig de lokale valutawetgeving. 8. Elke luchtvaartmaatschappij heeft het recht om lokale
inkomsten om te wisselen in vrij converteerbare valuta en van het grondgebied
van de andere partij over te maken naar zijn eigen grondgebied of naar het land
of de landen van haar keuze, overeenkomstig de toepasselijke wetgeving. De
omwisseling en overmaking dienen onverwijld en zonder beperkingen of
belastingen daarop te worden toegestaan tegen de officiële wisselkoers die
geldt voor lopende transacties en overmakingen op de datum dat de
luchtvaartmaatschappij de eerste aanvraag tot overmaking indient. 9. De luchtvaartmaatschappijen van beide partijen mogen
de lokale uitgaven op het grondgebied van de andere partij, inclusief de
aankoop van brandstof, in nationale munt betalen. Het staat de
luchtvaartmaatschappijen ook vrij dergelijke uitgaven op het grondgebied van de
andere partij te betalen in vrij converteerbare valuta, overeenkomstig de lokale
valutawetgeving. Samenwerkingsregelingen 10. Bij het exploiteren of aanbieden van diensten in het
kader van deze Overeenkomst mag een luchtvaartmaatschappij van een partij op
het gebied van marketing samenwerkingsregelingen, bijvoorbeeld overeenkomsten inzake
voorbehouden capaciteit, codesharingafspraken, sluiten met: a) alle luchtvaartmaatschappijen van de partijen; en b) alle luchtvaartmaatschappijen van een derde land;
en c) alle aanbieders van oppervlaktevervoer (vervoer
over land of maritiem vervoer), op
voorwaarde dat: (i) de exploiterende luchtvaartmaatschappij houder is van de
passende machtiging en (ii) de luchtvaartmaatschappij waarmee de
marketingovereenkomst wordt gesloten houder is van de passende routerechten in
het kader van de relevante bilaterale bepalingen en (iii) de regelingen voldoen
aan de eisen inzake veiligheid en mededinging die gewoonlijk van toepassing
zijn op dergelijke regelingen. Wanneer passagiersvervoer met codesharing wordt
verkocht, moet in het verkooppunt of in elk geval bij de check-in of, indien
geen check-in vereist is voor een aansluitende vlucht, alvorens aan boord te
gaan aan de koper worden meegedeeld welke vervoerders elk deel van de dienst
zullen uitvoeren. Intermodaal vervoer 11. Wanneer luchtvaartmaatschappijen in eigen naam vervoer
van passagiers op de grond aanbieden, zijn deze diensten niet onderworpen aan
de wetten en regels inzake luchtvervoer. De aanbieders van oppervlaktevervoer
mogen zelf beslissen of ze toetreden tot samenwerkingsregelingen. Bij het overwegen
van samenwerkingsregelingen kunnen aanbieders van oppervlaktevervoer onder meer
rekening houden met de consumentenbelangen en met technische, economische,
ruimtelijke en capaciteitsbeperkingen. 12. a) Onverminderd de toepasselijke wetten
en regels en de overige bepalingen van deze Overeenkomst mogen
luchtvaartmaatschappijen en indirecte aanbieders van vrachtvervoer van de
partijen, in het kader van internationaal luchtvervoer, op basis van dezelfde
luchtvrachtbrief bovendien zonder beperking gebruik maken van vrachtvervoer
over land van en naar alle punten op het grondgebied van Oekraïne en de
Europese Unie of van derde landen, inclusief vervoer van en naar alle
luchthavens met douanefaciliteiten en, voorzover van toepassing, vracht onder
contract vervoeren. Deze vracht heeft, ongeacht of het oppervlaktevervoer dan
wel luchtvervoer betreft, toegang tot de douaneprocedures en -faciliteiten op
de luchthaven. Luchtvaartmaatschappijen kunnen verkiezen hun oppervlaktevervoer
zelf te verzorgen of hiervoor regelingen te treffen met andere aanbieders van
oppervlaktevervoer; ze mogen bijvoorbeeld een beroep doen op andere
luchtvaartmaatschappijen die oppervlaktevervoer aanbieden en op indirecte
aanbieders van luchtvrachtvervoer. Dergelijke intermodale vrachtvervoersdiensten
kunnen worden aangeboden tegen een prijs waarin zowel het luchtvervoer als het
oppervlaktevervoer is inbegrepen, voorzover de expediteurs correcte feitelijke
informatie krijgen met betrekking tot dergelijk vervoer. b) met
het oog op de toepassing van het bepaalde onder a) van dit lid wordt onder
oppervlaktevervoer zowel vervoer over land als maritiem vervoer verstaan. Leasing 13. a) De
luchtvaartmaatschappijen van elke partij zijn gerechtigd de overeengekomen
diensten te verlenen met luchtvaartuigen, al dan niet met bemanning, die van om
het even welke andere luchtvaartmaatschappij zijn geleaset, inclusief
luchtvaartmaatschappijen uit derde landen, voor zover alle deelnemers aan
dergelijke regelingen voldoen aan de voorwaarden van de wetten en regels die
normaal door de partijen worden toegepast bij dergelijke regelingen. b) Geen van beide partijen mag van de
luchtvaartmaatschappijen die hun toestellen leasen, eisen dat zij krachtens
deze Overeenkomst in het bezit zijn van verkeersrechten. c) Alleen in uitzonderlijke gevallen of om te
voldoen aan tijdelijke behoeften is het toegestaan dat een
luchtvaartmaatschappij van Oekraïne een luchtvaartuig met bemanning least
("wet-leasing") van een luchtvaartmaatschappij van een derde land, of
dat een luchtvaartmaatschappij van de Europese Unie een luchtvaartuig met
bemanning least van een luchtvaartmaatschappij van een derde land dat niet in
bijlage V bij deze Overeenkomst is vermeld, teneinde het mogelijk te maken de
in deze Overeenkomst uiteengezette rechten te exploiteren. Dergelijke
"wet-leasing" moet vooraf worden goedgekeurd door de autoriteit die
de vergunning heeft afgegeven aan de luchtvaartmaatschappij die het
luchtvaartuig in wet lease geeft en door de bevoegde autoriteit van de andere
partij. Franchising/branding/commerciële concessie 14. De luchtvaartmaatschappijen van elke partij hebben het
recht regelingen inzake franchising, branding of commerciële concessie te
treffen met ondernemingen, met inbegrip van luchtvaartmaatschappijen, van beide
partijen of van derde landen, mits de luchtvaartmaatschappijen het vereiste
gezag hebben en voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld volgens de wetten
en regels die door de partijen op dergelijke overeenkomsten worden toegepast,
met name die welke de vrijgave vereisen van de identiteit van de
luchtvaartmaatschappij die de dienst exploiteert. Nachtelijke stops 15. De luchtvaartmaatschappijen van elke partij hebben het
recht om nachtelijke stops te maken op luchthavens van de andere partij die
open staan voor internationaal verkeer. ARTIKEL 23 DOUANERECHTEN EN
BELASTINGEN 1. Bij aankomst op het grondgebied van de ene partij
worden luchtvaartuigen die door luchtvaartmaatschappijen van de andere partij
worden ingezet voor internationaal luchtvervoer, hun gebruikelijke apparatuur,
brandstof, smeermiddelen, technische verbruiksgoederen, grondapparatuur,
reserveonderdelen (inclusief motoren), boordproviand (inclusief, maar niet
beperkt tot, voedsel, drank en alcoholhoudende dranken, tabak en andere
producten die bestemd zijn om tijdens de vlucht in beperkte hoeveelheden aan
passagiers te worden verkocht of door passagiers te worden verbruikt) en andere
voorwerpen die bestemd zijn voor of uitsluitend worden gebruikt in verband met
de exploitatie of het onderhoud van voor internationaal luchtvervoer ingezette
luchtvaartuigen, krachtens de relevante toepasselijke wetgeving en op basis van
wederkerigheid vrijgesteld van alle invoerbeperkingen, eigendomsbelastingen en
heffingen op activa, douanerechten, accijnzen en soortgelijke vergoedingen en
rechten die a) worden opgelegd door de nationale of lokale overheden of de
Europese Unie en b) niet gebaseerd zijn op de kostprijs van de verleende
diensten, mits die apparatuur en goederen aan boord van het luchtvaartuig
blijven. 2. Krachtens de relevante toepasselijke wetgeving en op
basis van wederkerigheid, worden eveneens vrijgesteld van de belastingen,
heffingen, rechten, kosten en lasten als bedoeld in lid 1 van dit artikel, met
uitzondering van de lasten die gebaseerd zijn op de kosten van de
dienstverlening: a) boordvoorraden die worden
ingevoerd in of geleverd op het grondgebied van een partij en binnen redelijke
grenzen aan boord worden genomen voor gebruik op voor internationaal
luchtvervoer gebruikte uitgaande luchtvaartuigen van een luchtvaartmaatschappij
van de andere partij, zelfs wanneer deze voorraden zullen worden gebruikt
gedurende het deel van de reis over het genoemde grondgebied; b) grondapparatuur en
reserveonderdelen (inclusief motoren) die op het grondgebied van een partij
worden binnengebracht met het oog op de service, het onderhoud of de
herstelling van een voor internationaal luchtvervoer ingezet luchtvaartuig van
de andere partij; c) motorbrandstof,
smeermiddelen en verbruikbare technische voorraden die worden ingevoerd of
geleverd op het grondgebied van een partij voor gebruik door of in een voor
internationaal luchtvervoer gebruikt luchtvaartuig van een
luchtvaartmaatschappij van de andere partij, zelfs wanneer deze voorraden
zullen worden gebruikt gedurende het deel van de reis over het genoemde
grondgebied; d) gedrukt materiaal, zoals
gedefinieerd in de douanewetgeving van elke partij, dat op het grondgebied van
een partij wordt binnengebracht of wordt geleverd en aan boord genomen voor
gebruik op een voor internationaal luchtvervoer ingezet vertrekkend
luchtvaartuig van een luchtvaartmaatschappij van de andere partij, zelfs als
dit materiaal zal worden gebruikt tijdens het gedeelte van de reis dat
plaatsvindt boven het genoemde grondgebied, en e) veiligheids- en beveiligingsapparatuur voor
gebruik in luchthavens of goederenterminals. 3. Onverminderd eventuele andersluidende bepalingen
verhindert niets in deze Overeenkomst een partij om belastingen, heffingen,
taksen of vergoedingen in rekening te brengen voor brandstof die op haar
grondgebied op niet-discriminerende basis wordt geleverd voor gebruik in een
luchtvaartuig of door een luchtvaartmaatschappij die vluchten exploiteert
tussen twee punten op haar grondgebied. 4. Het is mogelijk dat van de in de leden 1 en 2 van dit
artikel vermelde apparatuur en goederen wordt vereist dat ze onder toezicht of
zeggenschap van de bevoegde autoriteiten blijven en dat ze niet mogen worden
overgedragen zonder betaling van de relevante douaneheffingen en belastingen. 5. De in dit artikel vermelde vrijstellingen gelden
eveneens wanneer de luchtvaartmaatschappijen van de ene partij met een andere
luchtvaartmaatschappij, die ook dergelijke vrijstellingen geniet van de andere
partij, is overeengekomen de in de leden 1 en 2 van dit artikel gespecificeerde
artikelen te lenen of over te dragen naar het grondgebied van de andere partij. 6. Niets in deze Overeenkomst belet een partij om
belastingen, heffingen, accijnzen, kosten of lasten in rekening te brengen bij
de verkoop van artikelen voor andere doeleinden dan voor verbruik aan boord
gedurende een deel van een luchtdienst tussen twee zich op haar grondgebied
bevindende punten waar in- of uitstappen is toegestaan. 7. Bagage en vracht in directe transit op het grondgebied
van een partij worden vrijgesteld van belastingen, douaneheffingen,
vergoedingen en andere vergelijkbare heffingen die niet op de kostprijs van de
verleende dienst zijn gebaseerd. 8. De normale boordapparatuur van een luchtvaartuig en
het materiaal en de voorraden die normaal worden meegenomen aan boord van een
luchtvaartuig dat wordt gebruikt door een luchtvaartmaatschappij van een
partij, mogen alleen met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere
partij op het grondgebied van die andere partij worden uitgeladen. In dat geval
kunnen ze onder toezicht van de genoemde autoriteiten worden geplaatst tot ze
opnieuw worden uitgevoerd of tot ze op een andere wijze, in overeenstemming met
de douaneregels, worden verwijderd. 9. De bepalingen van deze Overeenkomst hebben geen
gevolgen voor de belastingen over de toegevoegde waarde (btw), behalve wat de
omzetbelasting op invoer betreft. De bepalingen van deze Overeenkomst hebben
geen gevolgen voor de bepalingen van de tussen een lidstaat en Oekraïne
gesloten verdragen inzake het vermijden van dubbele belasting op inkomsten en
kapitaal, die op het relevante ogenblik van toepassing zijn. ARTIKEL 24 GEBRUIKERSHEFFINGEN
VOOR LUCHTHAVENS EN LUCHTHAVENVOORZIENINGEN EN -DIENSTEN 1. Elke partij ziet erop toe dat gebruikersheffingen die
door haar bevoegde heffingsautoriteiten of -organen aan de
luchtvaartmaatschappijen van de andere partij worden opgelegd voor het gebruik
van luchtvaartnavigatie- en luchtverkeersleidingsdiensten, luchthavens,
luchtvaartbeveiliging en bijbehorende voorzieningen en diensten correct,
redelijk, niet ten onrechte discriminerend en billijk gespreid zijn over de
categorieën gebruikers. Onverminderd artikel 9 (Luchtverkeersbeheer) mogen deze
heffingen in verhouding staan tot de volledige kosten die de bevoegde
heffingsautoriteiten of -organen maken voor het verlenen van de passende
luchthaven- en luchtvaartbeveilingsvoorzieningen en -diensten op die luchthaven
of in het systeem van die luchthaven, maar mogen ze deze niet overschrijden.
Deze heffingen mogen een redelijke winst na afschrijving omvatten. De
voorzieningen en diensten waarover gebruikersheffingen worden geheven, moeten
op efficiënte en economische wijze worden verleend. In ieder geval moeten deze
heffingen aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij worden opgelegd
volgens voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan de gunstigste voorwaarden
die iedere andere luchtvaartmaatschappij kan verkrijgen op het tijdstip dat de
heffingen worden opgelegd. De gebruikersheffingen worden vastgesteld in
nationale of vreemde valuta door de bevoegde heffingsautoriteiten of
-instanties van de partijen. 2. Iedere partij moedigt aan of vereist dat
overeenkomstig de toepasselijke wetgeving overleg plaatsvindt tussen de
bevoegde heffingsautoriteiten of -organen op haar grondgebied en de
luchtvaartmaatschappijen en/of hun representatieve organen die de diensten en
voorzieningen gebruiken, en ziet erop toe dat de bevoegde heffingsautoriteiten
of -organen en de luchtvaartmaatschappijen of hun representatieve organen alle
informatie uitwisselen die nodig is om een nauwkeurige beoordeling van de
redelijkheid van de heffingen volgens de beginselen van de lid 1 van dit
artikel mogelijk te maken. Elke partij ziet erop toe dat de bevoegde
heffingsautoriteiten of -organen de gebruikers binnen een redelijke termijn in
kennis stellen van ieder voorstel tot wijziging van de gebruikersheffingen,
teneinde die autoriteiten in staat te stellen rekening te houden met de
meningen van de gebruikers alvorens wijzigingen worden doorgevoerd. ARTIKEL 25 PRIJSSTELLING 1. De partijen staan toe dat de luchtvaartmaatschappijen
hun prijzen vrij vaststellen op basis van vrije en eerlijke mededinging. 2. De partijen eisen niet dat de prijzen worden
aangemeld. 3. Indien de bevoegde autoriteiten van een partij van
oordeel zijn dat de prijs niet in overeenstemming is met de in dit artikel
uiteengezette overwegingen, stellen zij de bevoegde autoriteiten van de andere
partij daarvan in kennis en kunnen zij om overleg met deze autoriteiten verzoeken.
De bevoegde autoriteiten kunnen onderling overleg plegen over kwesties zoals,
maar niet beperkt tot, niet-correcte, onredelijke, discriminerende of
gesubsidieerde prijzen. Dit overleg vindt uiterlijk dertig (30) dagen na de
datum van ontvangst van het verzoek plaats. ARTIKEL 26 MEDEDINGING 1. Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst
zijn de bepalingen van titel VI ("Mededinging, intellectuele, industriële
en commerciële eigendom en samenwerking op wetgevingsgebied") van de
partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst of een opvolgingsovereenkomst
daarvan tussen de Europese Unie, haar lidstaten en Oekraïne van toepassing,
tenzij er specifiekere regels inzake mededinging en staatssteun voor de
luchtvaartsector zijn opgenomen in deze Overeenkomst. 2 De partijen erkennen dat zij gezamenlijk
streven naar een eerlijk en concurrerend klimaat voor de exploitatie van
luchtdiensten. De partijen erkennen dat de waarschijnlijkheid dat
luchtvaartmaatschappijen eerlijke mededingingspraktijken hanteren, het grootst
is wanneer deze maatschappijen op volledig commerciële basis werken en niet
worden gesubsidieerd. 3. Overheidssteun die de mededinging verstoort of dreigt
te verstoren door bepaalde ondernemingen of luchtvaartproducten of –diensten te
bevoordelen, is onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst, voor
zover het de handel tussen de partijen in de luchtvaartsector kan beïnvloeden. 4. Wat staatssteun betreft, worden alle handelwijzen die
met dit artikel in strijd zijn, beoordeeld op grond van de criteria welke
voortvloeien uit de toepassing van de mededingingsregels in de Europese Unie en
met name de maatregelen vermeld in bijlage VII bij deze Overeenkomst. 5. Als een partij vaststelt dat op het grondgebied van de
andere partij voorwaarden gelden, met name ten gevolge van een subsidie, die de
eerlijke en gelijke mededingingskansen van haar luchtvaartmaatschappijen
negatief beïnvloeden, mag zij haar opmerkingen kenbaar maken aan de andere
partij. Bovendien mag zij vragen om een vergadering van het Gemengd Comité,
zoals ingesteld bij artikel 29 van deze Overeenkomst. Het overleg start
uiterlijk dertig (30) dagen na de ontvangst van een dergelijk verzoek. Indien
binnen dertig (30) dagen na de start van het overleg geen akkoord wordt
bereikt, is dit voor de partij die om het overleg heeft verzocht voldoende
reden om de vergunningen van de desbetreffende luchtvaartmaatschappij(en) van
de andere partij te weigeren, in te trekken, op te schorten of te beperken,
overeenkomstig artikel 19 (Weigering, intrekking, opschorting of beperking van
exploitatievergunningen of technische vergunningen) van deze Overeenkomst. 6. De in lid 5 van dit artikel vermelde maatregelen
moeten passend en proportioneel zijn en het toepassingsgebied en de duur ervan
moeten beperkt blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is. Deze maatregelen
mogen uitsluitend gericht zijn tegen luchtvaartmaatschappijen die voordeel
halen uit een subsidie of uit de in dit artikel bedoelde voorwaarden, en laten
het recht van beide partijen om actie te ondernemen uit hoofde van artikel 31
(Vrijwaringsmaatregelen) van deze Overeenkomst onverlet. 7. Elke partij mag, na kennisgeving aan de andere partij,
verantwoordelijke overheidsinstanties op het grondgebied van de andere partij
benaderen, inclusief instanties op federaal, provinciaal of lokaal niveau, om
de onder dit artikel vallende kwesties te bespreken. 8. Niets in deze Overeenkomst beperkt of doet afbreuk aan
het feit dat de mededingingsautoriteiten van de partijen exclusief bevoegd zijn
voor alle kwesties die verband houden met de handhaving van de
mededingingswetgeving. Geen enkele maatregel die op grond van dit artikel wordt
genomen, mag afbreuk doen aan maatregelen die door deze autoriteiten zijn
genomen en die volledig onafhankelijk zijn van maatregelen die op grond van dit
artikel. 9. De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing
onverminderd de wetten en regels betreffende openbaredienstverplichtingen op
het grondgebied van de partijen. 10. De partijen wisselen gegevens uit, rekening houdend
met de beperkingen uit hoofde van het zaken- en beroepsgeheim. ARTIKEL 27 STATISTIEKEN 1. Elke partij verstrekt de andere partij de statistieken
die krachtens de nationale wetten en regels van die partij vereist zijn en, op
verzoek, andere beschikbare statistische informatie die redelijkerwijze vereist
kan zijn voor het evalueren van de exploitatie van de luchtdiensten. 2. De partijen werken in het kader van het bij artikel 29
(Gemengd Comité) van deze Overeenkomst ingestelde Gemengd Comité samen teneinde
de onderlinge uitwisseling van statistische informatie, die nodig is om
toezicht te kunnen houden op de ontwikkeling van de luchtdiensten, te
vergemakkelijken. TITEL IV INSTITUTIONELE
BEPALINGEN ARTIKEL 28 INTERPRETATIE EN
HANDHAVING 1. De partijen treffen alle passende algemene en
specifieke maatregelen om de naleving van de uit deze Overeenkomst
voortvloeiende verplichtingen te garanderen en onthouden zich van maatregelen
die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst in gevaar kunnen
brengen. 2. Elke partij is op haar eigen grondgebied
verantwoordelijk voor de handhaving van deze Overeenkomst. Oekraïne is eveneens
verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de wetgeving die is vastgesteld
om de eisen en normen van de Europese Unie handelingen met betrekking tot de
burgerluchtvaart, als bedoeld in bijlage I bij deze Overeenkomst, in zijn
wetgeving op te nemen. 3. Elke partij verstrekt de andere partij alle nodige
informatie en bijstand in het geval van onderzoeken naar mogelijke inbreuken op
bepalingen van deze Overeenkomst die door de andere partij worden begaan in het
kader van haar in deze Overeenkomst vastgestelde bevoegdheden. 4. Als de partijen, overeenkomstig de bevoegdheden die
hun krachtens deze Overeenkomst zijn verleend, actie ondernemen met betrekking
tot kwesties die van wezenlijk belang zijn voor de andere partij en de
autoriteiten of ondernemingen van de andere partij, worden de bevoegde
autoriteiten van de andere partij daarvan volledig in kennis gesteld en krijgen
zij de gelegenheid opmerkingen te maken alvorens een definitieve beslissing
wordt genomen. 5. Voor zover de bepalingen van deze Overeenkomst en de
bepalingen van de in bijlage I bij deze Overeenkomst genoemde besluiten
inhoudelijk identiek zijn aan de overeenkomstige regels van de EU-Verdragen en
krachtens de EU-Verdragen genomen besluiten, worden deze bepalingen, wat hun
uitvoering en toepassing betreft, geïnterpreteerd overeenkomstig de
toepasselijke uitspraken en besluiten van het Hof van Justitie van de Europese
Unie, hierna "het Hof van Justitie" genoemd, en de Europese
Commissie. ARTIKEL 29 GEMENGD COMITÉ 1. Hierbij wordt een Gemengd Comité van
vertegenwoordigers van de partijen (hierna het Gemengd Comité genoemd)
opgericht, dat verantwoordelijk is voor het beheer van deze Overeenkomst en
toeziet op de correcte uitvoering ervan. Om dit doel te verwezenlijken, doet
het aanbevelingen en neemt het beslissingen in de gevallen waarin deze
Overeenkomst uitdrukkelijk voorziet. 2. De beslissingen van het Gemengd Comité worden met
eenparigheid van stemmen genomen en zijn bindend voor de partijen. Deze
beslissingen worden door de partijen overeenkomstig hun interne procedures ten
uitvoer gelegd. De partijen stellen elkaar in kennis van de afronding van deze
procedures en de datum van inwerkingtreding van de besluiten. Wanneer een
besluit van het Gemengd Comité een partij tot het nemen van maatregelen
verplicht, neemt deze partij de nodige maatregelen en stelt zij het Gemengd
Comité daarvan in kennis. 3. Het Gemengd Comité stelt bij besluit zijn reglement
van orde vast. 4. Het Gemengd Comité komt bijeen voor zover dit nodig
is, op verzoek van een partij. 5. Een partij kan ook om een vergadering van het Gemengd
Comité verzoeken om een probleem met betrekking tot de interpretatie of
toepassing van deze Overeenkomst op te lossen. Een dergelijke vergadering wordt
zo snel mogelijk belegd, uiterlijk twee maanden na de datum waarop het verzoek
is ontvangen, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. 6. Met het oog op de correcte toepassing van deze
Overeenkomst wisselen de partijen informatie uit en plegen zij op verzoek van
een hunner overleg in het Gemengd Comité. 7. Als een van de partijen van mening is dat een
beslissing van het Gemengd Comité niet op correcte wijze is uitgevoerd door de
andere partij, mag de eerste partij verzoeken dat de kwestie in het Gemengd
Comité wordt besproken. Als het Gemengd Comité de kwestie niet binnen twee
maanden na de doorverwijzing kan oplossen, mag de vragende partij passende
vrijwaringsmaatregelen overeenkomstig artikel 31 van deze Overeenkomst
(Vrijwaringsmaatregelen) nemen. 8. Onverminderd lid 2 van dit artikel kunnen de partijen
passende en tijdelijke vrijwaringsmaatregelen overeenkomstig artikel 31
(Vrijwaringsmaatregelen) van deze Overeenkomst nemen als het Gemengd Comité
binnen zes maanden na doorverwijzing van een kwestie nog geen beslissing over
die kwestie heeft genomen. 9. Overeenkomstig artikel 20 (Investeringen in
luchtvaartmaatschappijen) van deze Overeenkomst onderzoekt het Gemengd Comité
vragen met betrekking tot bilaterale investeringen, meerderheidsbelangen of
wijzigingen in de feitelijke zeggenschap over luchtvaartmaatschappijen van de
partijen. 10. Het Gemengd Comité ontwikkelt ook de samenwerking
tussen de partijen door: a) marktvoorwaarden voor de
onder deze Overeenkomst vallende luchtdiensten te beoordelen; b) problemen met "zaken
doen" die, onder meer, de markttoegang en de vlotte werking van de in het
kader van deze Overeenkomst overeengekomen diensten belemmeren, aan te pakken
en, voor zover mogelijk, effectief op te lossen, teneinde een gelijk speelveld
tot stand te brengen, voor convergentie van de regelgeving te zorgen en de
regelgevingslast voor commerciële exploitanten tot een minimum te beperken; c) uitwisselingen op
deskundigenniveau over nieuwe wet- of regelgevende initiatieven en
ontwikkelingen te bevorderen, en nieuwe instrumenten van de internationale
publieke en particuliere luchtvaartwetgeving vast te stellen, met name op het
gebied van beveiliging, veiligheid, milieu, luchtvaartinfrastructuur (inclusief
slots), luchthavens, industriële samenwerking, luchtverkeersbeheer,
mededingingsvoorwaarden en consumentenbescherming; d) regelmatig de sociale
gevolgen van de toepassing van deze Overeenkomst te bestuderen, met name wat de
werkgelegenheid betreft, en door passende antwoorden op legitieme vragen te
formuleren; e) mogelijke gebieden voor
verdere uitbreiding van deze Overeenkomst in overweging te nemen, met inbegrip
van aanbevelingen voor wijzigingen van de Overeenkomst; f) met eenparigheid van stemmen
overeenstemming te bereiken over voorstellen, benaderingen of documenten van
procedurele aard die rechtstreeks betrekking hebben op de werking van deze
Overeenkomst; g) technische bijstand op de
onder deze Overeenkomst vallende gebieden te overwegen en te ontwikkelen; en h) samenwerking op bevoegde
internationale fora te bevorderen en te streven naar gecoördineerde
standpunten. ARTIKEL 30 GESCHILLENBESLECHTING
EN ARBITRAGE 1. Wanneer tussen de partijen een geschil ontstaat over
de interpretatie of toepassing van deze Overeenkomst moeten ze dit in de eerste
plaats trachten op te lossen via formeel overleg in het Gemengd Comité,
overeenkomstig artikel 29, lid 5, (Gemengd Comité) van deze Overeenkomst. In
gevallen waarin het Gemengd Comité in het kader van deze procedure besluiten
neemt betreffende de interpretatie of toepassing van de eisen en normen als
bedoeld in bijlage I bij deze Overeenkomst, sporen deze besluiten met de
arresten van het Hof van Justitie met betrekking tot de interpretatie van de
desbetreffende voorschriften en normen, en met de beslissingen van de Europese
Commissie die zijn genomen overeenkomstig de voorwaarden van de desbetreffende
eisen en normen. 2. Elk van beide partijen mag een geschil over de
toepassing of interpretatie van deze overeenkomst, dat niet overeenkomstig lid 1
van dit artikel kon worden opgelost, doorverwijzen naar een scheidsgerecht van
drie scheidsrechters, overeenkomstig de hierna vastgestelde procedure: a) uiterlijk zestig (60) dagen
nadat het scheidsgerecht het via diplomatieke kanalen verzonden verzoek om
arbitrage heeft ontvangen, stelt elke partij een scheidsrechter aan; de derde
scheidsrechter wordt binnen een aanvullende termijn van zestig (60) dagen door
de twee andere scheidsrechters aangesteld. Als een van de partijen niet binnen
de overeengekomen termijn een scheidsrechter heeft aangesteld, of als de derde
scheidsrechter niet binnen de overeengekomen termijn is aangesteld, kan elke
partij de voorzitter van de raad van de Internationale
Burgerluchtvaartorganisatie verzoeken een scheidsrechter of scheidsrechters aan
te stellen. Als de voorzitter van de Raad dezelfde nationaliteit heeft als een
van de partijen, wordt de aanstelling verricht door de vicevoorzitter met de
meeste anciënniteit die niet om deze reden ongeschikt wordt bevonden. b) de derde scheidsrechter, die
overeenkomstig de voorschriften onder a) wordt aangesteld, is een onderdaan van
een derde land en vervult de functie van voorzitter van het scheidsgerecht; c) het scheidsgerecht stelt zijn reglement
van orde vast; en d) afhankelijk van de definitieve beslissing van
het scheidsgerecht worden de oorspronkelijke arbitrage-uitgaven evenredig
gedeeld door de partijen. 3. Op verzoek van een partij kan het scheidsgerecht de
andere partij verplichten om, in afwachting van de einduitspraak, voorlopige
verzachtende maatregelen te nemen. 4. De voorlopige of definitieve beslissing van het
scheidsgerecht is bindend voor de partijen. Het scheidsgerecht streeft ernaar alle
voorlopige en definitieve beslissingen bij consensus te nemen. Als geen
consensus kan worden bereikt, neemt het scheidsgerecht een beslissing bij
meerderheid van de stemmen. 5. Als een van de partijen niet binnen dertig (30) dagen
na ontvangst van de bekendmaking van de beslissing van het scheidsgerecht aan
deze beslissing voldoet, kan de andere partij de rechten of privileges die
overeenkomstig deze Overeenkomst zijn toegekend aan de in gebreke blijvende
partij beperken, opschorten of intrekken tot de partij de beslissing naleeft. ARTIKEL 31 VRIJWARINGSMAATREGELEN 1. Onverminderd de artikelen 7 (Veiligheid van de
luchtvaart) en 8 (Beveiliging van de luchtvaart) en de veiligheids- en
beveiligingsevaluaties in bijlage III bij deze Overeenkomst, kan een partij
passende vrijwaringsmaatregelen nemen indien hij van oordeel is dat de andere
partij nagelaten heeft een verplichting op grond van deze Overeenkomst na te
komen. De werkingssfeer en de duur van de vrijwaringsmaatregelen worden beperkt
tot hetgeen strikt noodzakelijk is om het probleem te verhelpen of om het
evenwicht in het kader van deze Overeenkomst te bewaren. Voorrang wordt gegeven
aan maatregelen die de werking van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk
verstoren. 2. Als een partij overweegt om vrijwaringsmaatregelen te
nemen, stelt zij de andere partijen daar onmiddellijk van in kennis via het
Gemengd Comité en verstrekt zij alle relevante informatie. 3. De partijen plegen onmiddellijk overleg in het Gemengd
Comité teneinde een voor elke partij aanvaardbare oplossing te vinden. 4. Onverminderd artikel 7 (Veiligheid van de luchtvaart)
en artikel 8 (Beveiliging van de luchtvaart) van deze Overeenkomst, mag de
betrokken partij geen vrijwaringsmaatregelen nemen binnen één maand na de datum
van kennisgeving overeenkomstig lid 2 van dit artikel, tenzij de in lid 3
voorgeschreven overlegprocedure vóór het verstrijken van de gestelde termijn is
beëindigd. 5. De betrokken partij stelt het Gemengd Comité
onverwijld in kennis van de getroffen maatregelen en verstrekt alle relevante
inlichtingen. 6. De overeenkomstig dit artikel genomen maatregelen
worden opgeschort zodra de in gebreke blijvende partij voldoet aan de
bepalingen van deze Overeenkomst. ARTIKEL 32 OPENBAARMAKING
VAN INFORMATIE De vertegenwoordigers, afgevaardigden en
deskundigen van de partijen, alsmede de in het kader van deze Overeenkomst
handelende functionarissen mogen, zelfs na beëindiging van hun activiteiten,
geen onder de geheimhoudingsplicht vallende informatie bekendmaken aan derde
partijen, met name veiligheidsrelevante informatie en informatie over
ondernemingen, hun handelsbetrekkingen of de elementen van hun kostprijs. Artikel 33 OVERGANGSREGELINGEN 1. In bijlage III
bij deze Overeenkomst zijn de overgangsregelingen en bijbehorende termijnen
vastgesteld die van toepassing zijn tussen de partijen. 2. De geleidelijke
overgang van Oekraïne naar de effectieve tenuitvoerlegging van de eisen en
normen die voortvloeien uit de in bijlage I bij deze Overeenkomst vermelde
besluiten van de Europese Unie en de naleving van de in bijlage III vermelde
voorwaarden wordt beoordeeld door de Europese Commissie, in samenwerking met
Oekraïne, en aan de hand van door het EASA uitgevoerde normaliseringsinspecties
van de luchtvaartveiligheid, overeenkomstig de eisen en normen in deel C van
bijlage I bij deze Overeenkomst. Wanneer Oekraïne zich
ervan heeft vergewist dat de relevante wettelijke eisen en normen zijn
opgenomen in de Oekraïense wetgeving en ten uitvoer zijn gelegd, stelt het de
Europese Commissie ervan in kennis dat een beoordeling dient te worden
uitgevoerd. 3. Als de Europese Commissie constateert dat Oekraïne
voldoet aan de relevante eisen en normen, legt zij de zaak voor aan het bij
artikel 29 (Gemengd Comité) van deze Overeenkomst opgerichte Gemengd
Comité, zodat dit comité een besluit kan nemen dat Oekraïne in aanmerking komt
om over te gaan naar de volgende overgangsperiode of dat het voldoet aan al
deze eisen. 4. Als de Europese Commissie vaststelt dat Oekraïne niet
aan de relevante eisen en normen voldoet, deelt zij dit mee aan het Gemengd
Comité. De Europese Commissie doet vervolgens aanbevelingen aan Oekraïne voor
specifieke verbeteringen en stelt in overleg met Oekraïne een
uitvoeringstermijn vast binnen dewelke de relevante tekortkomingen redelijkerwijs
kunnen worden verholpen. Vóór het einde van de uitvoeringstermijn wordt een
tweede en zo nodig een derde beoordeling verricht om na te gaan of de
aanbevolen verbeteringen daadwerkelijk en op adequate wijze zijn gerealiseerd. 5. Als de Europese Commissie
vaststelt dat de relevante tekortkomingen zijn verholpen, legt zij de zaak voor
aan het Gemengd Comité om dienovereenkomstig een besluit te nemen, zoals
bepaald in lid 3 van dit artikel. ARTIKEL 34 VERHOUDING TOT
ANDERE OVEREENKOMSTEN EN/OF REGELINGEN 1. De bepalingen van deze Overeenkomst hebben voorrang op
de relevante bepalingen van de bilaterale luchtvervoersovereenkomsten en/of
regelingen tussen de partijen. 2. Onverminderd lid 1 van dit artikel zijn de bepalingen
betreffende eigendom, verkeersrechten, capaciteit, frequenties, type of
verandering van luchtvaartuig, codesharing en prijsstelling van een bilaterale
overeenkomst of regeling tussen Oekraïne en de Europese Unie of een EU-lidstaat
van toepassing tussen de partijen indien deze bilaterale overeenkomst en/of
regeling gunstiger is, in termen van vrijheid voor de betrokken
luchtvaartmaatschappijen of anderszins gunstiger en op voorwaarde dat er geen
sprake is van discriminatie tussen EU-lidstaten en hun onderdanen. Hetzelfde
geldt voor bepalingen die niet onder deze Overeenkomst vallen. 3. Indien de partijen toetreden tot een multilaterale
overeenkomst of overgaan tot de bekrachtiging van een besluit van de ICAO of
een andere internationale organisatie dat betrekking heeft op onder deze Overeenkomst
vallende aangelegenheden, plegen zij overleg in het Gemengd Comité om te
bepalen of deze Overeenkomst naar aanleiding hiervan moet worden herzien. ARTIKEL 35 Financiële bepalingen Onverminderd
artikel 5, lid 1, onder b) (Algemene beginselen van de
regelgevende samenwerking) van deze Overeenkomst wijzen de partijen de nodige
financiële middelen toe, inclusief middelen voor het Gemengd Comité, ten
behoeve van de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst op hun respectieve
grondgebieden. TITEL V INWERKINGTREDING,
HERZIENING, BEËINDIGING EN ANDERE BEPALINGEN ARTIKEL 36 WIJZIGINGEN 1. Het Gemengd Comité kan, op voorstel van een partij en
overeenkomstig dit artikel, bij consensus beslissen de bijlagen bij deze
Overeenkomst te wijzigen, zoals bepaald in artikel 15, lid 3, onder a) (Nieuwe
wetgeving). 2. Wijzigingen van de bijlagen bij deze Overeenkomst
worden van kracht zodra de partijen de nodige interne procedures hebben
voltooid. 3. Op verzoek van een der partijen en overeenkomstig de
desbetreffende procedures, rekening houdend met mogelijke aanbevelingen van het
Gemengd Comité, wordt deze Overeenkomst opnieuw bezien in het licht van de
toepassing van de bepalingen ervan, teneinde na te gaan of ze in de toekomst
moet worden herzien. Een eventuele hieruit voortvloeiende wijziging van de
bepalingen van deze Overeenkomst treedt in werking overeenkomstig artikel 38
(Inwerkingtreding en voorlopige toepassing) van deze Overeenkomst. ARTIKEL 37 BEËINDIGING Een partij kan te allen tijde de andere partij
langs diplomatieke kanalen schriftelijk meedelen dat zij besloten heeft deze
Overeenkomst te beëindigen. Deze kennisgeving dient tegelijkertijd naar de ICAO
te worden verstuurd. Deze Overeenkomst eindigt om middernacht GMT aan het einde
van het verkeersseizoen van de Internationale Luchtvervoersvereniging dat een
jaar na de datum van de schriftelijke kennisgeving van de beëindiging lopende
is, tenzij de mededeling in onderlinge overeenstemming tussen de partijen wordt
ingetrokken voordat deze termijn is verstreken. ARTIKEL 38 INWERKINGTREDING
EN VOORLOPIGE TOEPASSING 1. Deze Overeenkomst dient door de ondertekenaars te
worden bekrachtigd of goedgekeurd overeenkomstig hun onderscheiden procedures. 2. Eén maand na de datum van de laatste nota in een
uitwisseling van diplomatieke nota's tussen de partijen waarin wordt bevestigd
dat alle voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst noodzakelijke
procedures zijn voltooid, treedt deze Overeenkomst in werking. Met het oog op
deze uitwisseling bezorgt Oekraïne zijn tot de Europese Unie en haar lidstaten
gerichte diplomatieke nota aan het Secretariaat-generaal van de Raad van de
Europese Unie, en bezorgt het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese
Unie de diplomatieke nota van de Europese Unie en haar lidstaten aan Oekraïne.
De diplomatieke nota van de Europese Unie en haar lidstaten bevat mededelingen
van elke lidstaat waarin wordt bevestigd dat de voor inwerkingtreding van deze
Overeenkomst vereiste procedures zijn voltooid. 3. Onverminderd lid 2 van dit artikel stemmen de partijen
ermee in deze Overeenkomst voorlopig toe te passen vanaf de eerste dag van de
maand volgende op de datum van de laatste nota waarbij de partijen elkaar in
kennis hebben gesteld van de voltooiing van de procedures die vereist zijn voor
de voorlopige toepassing of sluiting van deze Overeenkomst, overeenkomstig hun
interne procedures en/of nationale wetgeving. ARTIKEL 39 REGISTRATIE BIJ
DE ICAO EN HET SECRETARIAAT VAN DE VERENIGDE NATIES Deze Overeenkomst en alle wijzigingen daarvan
worden, zodra ze in werking zijn getreden, door Oekraïne geregistreerd bij de
ICAO en bij het secretariaat van de Verenigde Naties, overeenkomstig artikel 102
van het Handvest van de Verenigde Naties. TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe
naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend. Opgesteld te [….] op […..], in twee exemplaren in de Bulgaarse, de
Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de
Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de
Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse,
de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Oekraïense taal, waarbij alle
teksten gelijkelijk authentiek zijn. ___ BIJLAGE I LIJST VAN DOOR DE
EUROPESE UNIE VASTGESTELDE TOEPASSELIJKE EISEN EN NORMEN OP HET GEBIED VAN DE
BURGERLUCHTVAART, WELKE DIENEN TE WORDEN OPGENOMEN IN DE WETGEVING VAN OEKRAÏNE De "toepasselijke eisen en normen"
van de volgende besluiten van de Europese Unie worden opgenomen in de
Oekraïense wetgeving en beschouwd als een onderdeel van de Overeenkomst en zijn
van toepassing overeenkomstig deze Overeenkomst en bijlage III bij deze
Overeenkomst, tenzij daarna anders wordt aangegeven. Zo nodig worden specifieke
aanpassingen voor elk afzonderlijk besluit hieronder vermeld. De toepasselijke eisen en normen van in deze
bijlage genoemde besluiten zijn bindend voor de partijen en maken deel uit van
of worden opgenomen in hun interne rechtsorde zoals hierna aangegeven: a) verordeningen en richtlijnen van de Europese Unie
zijn bindend voor de Europese Unie en haar lidstaten overeenkomstig de
EU-Verdragen; b) een nationaal besluit van Oekraïne dat is
goedgekeurd met het oog op de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de
overeenkomstige verordeningen en richtlijnen van de Europese Unie is juridisch
bindend voor Oekraïne, maar de vorm en de wijze van uitvoering worden bepaald
door Oekraïne. A. MARKTTOEGANG
EN BIJBEHORENDE KWESTIES Nr. 1008/2008 Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het
Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke
regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Europese Gemeenschap
(Herschikking), Toepasselijke eisen en normen:
Hoofdstuk IV. Nr. 95/93 Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18
januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots
op communautaire luchthavens, als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 894/2002 van het Europees
Parlement en de Raad van 27 mei 2002 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93
van de Raad, Verordening (EG) nr. 1554/2003 van het
Europees Parlement en de Raad van 22 juli 2003 tot wijziging van Verordening
(EEG) nr. 95/93 van de Raad, Verordening (EG) nr. 793/2004 van het Europees
Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93
van de Raad. Toepasselijke eisen en normen: Artikelen 1 tot
en met 12, artikel 14 en artikel 14 bis, lid 2. Wat de toepassing van artikel 12, lid 2,
betreft, wordt de term "de Commissie" gelezen als "het Gemengd
Comité". Nr. 96/67 Richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15 oktober 1996
betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de
Gemeenschap. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 25 en bijlage. Wat de toepassing van artikel 10 betreft, wordt
"lidstaten" gelezen als "EU-lidstaten". Wat de toepassing van artikel 20, lid 2,
betreft, wordt de term "de Commissie" gelezen als "het Gemengd
Comité". Nr. 785/2004 Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees
Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de verzekeringseisen voor
luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen, als gewijzigd bij: Verordening (EU) nr. 285/2010 van de
Commissie van 6 april 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 785/2004
van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verzekeringseisen voor
luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen. Toepasselijke eisen en normen: Artikelen 1 tot
en met 8 en artikel 10, lid 2. Nr. 2009/12 Richtlijn 2009/12/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake luchthavengelden. Toepasselijke eisen en normen: alle, behalve
artikel 12, lid 1, en de artikelen 13 en 14 B. LUCHTVERKEERSBEHEER Nr. 549/2004 Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees
Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de
totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim ("de
kaderverordening"), als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 1070/2009 van het
Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 teneinde de prestaties en de
duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren. Toepasselijke eisen en normen: Artikelen 1 tot
en met 4, artikel 6 en artikelen 9 tot en met 14. Nr. 550/2004 Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees
Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van
luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim
("de luchtvaartnavigatiedienstenverordening"), als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 1070/2009 van het
Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 teneinde de prestaties en de
duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 19, bijlagen I en II. Nr. 551/2004 Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees
Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het
gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim ("de
luchtruimverordening"), als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 1070/2009 van het
Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 teneinde de prestaties en de
duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren. Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 11. Nr. 552/2004 Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees
Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van
het Europese netwerk voor luchtverkeersbeheer ("de interoperabiliteitsverordening"), als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 1070/2009 van het
Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 teneinde de prestaties en de
duurzaamheid van het Europese luchtvaartsysteem te verbeteren. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 12, bijlagen I tot en met V. Uitvoeringswetgeving Nr. 691/2010 Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie
van 29 juli 2010 tot vaststelling van een prestatieregeling voor
luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties en tot wijziging van Verordening
(EG) nr. 2096/2005 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de
verlening van luchtvaartnavigatiediensten, als gewijzigd bij: Verordening (EU) nr. 677/2011 van de Commissie
van 7 juli 2011 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van de
netwerkfuncties voor luchtverkeersbeheer en tot wijziging van Verordening (EU)
nr. 691/2010, Verordening (EU) nr. 1216/2011 van de
Commissie van 24 november 2011 houdende wijziging van Verordening (EU)
nr. 691/2010 tot vaststelling van een prestatieregeling voor
luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties, Verordening (EU) nr. 390/2013 van de Commissie
van 3 mei 2013 tot vaststelling van een prestatieregeling voor
luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 25, bijlagen I tot en met IV. Nr. 1794/2006 Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de
Commissie van 6 december 2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk
heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten, als gewijzigd bij: Verordening (EU) nr. 1191/2010 van de
Commissie van 16 december 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1794/2006
tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor
luchtvaartnavigatiediensten Verordening (EU) nr. 391/2013 van de Commissie
van 3 mei 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor
luchtvaartnavigatiediensten. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 17, bijlagen I tot en met VI. Nr. 482/2008 Verordening (EG) nr. 482/2008 van de Commissie
van 30 mei 2008 betreffende de invoering van een systeem ter verzekering van de
softwareveiligheid door verleners van luchtvaartnavigatiediensten en tot
wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005, als gewijzigd bij: Verordening (EU) nr. 1035/2011 van de
Commissie van 17 oktober 2011 tot vaststelling van de gemeenschappelijke
eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van de
Verordeningen (EG) nr. 482/2008 en (EU) nr. 691/2010. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 6, bijlagen I en II. Nr. 1034/2011 Verordening (EU) nr. 1034/2011 van de Commissie van 17 oktober
2011 betreffende het veiligheidstoezicht op het gebied van luchtverkeersbeheer
en luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 691/2010. Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 19. Nr. 1035/2011 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 van
de Commissie van 17 oktober 2011 tot vaststelling van de gemeenschappelijke
eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van de
Verordeningen (EG) nr. 482/2008 en (EU) nr. 691/2010, als
gewijzigd bij: Uitvoeringsverordening
(EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van
gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende
luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007,
(EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010. Toepasselijke
eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 14, bijlagen I tot en met V. Nr. 409/2013 Verordening (EU) nr. 409/2013 van de Commissie van 3 mei 2013
inzake de definitie van gemeenschappelijke projecten, de vaststelling van
governance en de identificatie van stimulansen ter ondersteuning van de
tenuitvoerlegging van het Europees masterplan inzake luchtverkeersbeheer. Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot en met 15. Nr. 2150/2005 Verordening (EG) nr. 2150/2005 van de Commissie van 23 december 2005
tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor een flexibel gebruik van
het luchtruim. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 9, bijlage. Nr. 730/2006 Verordening (EG) nr. 730/2006 van de Commissie van 11 mei 2006
betreffende de luchtruimclassificatie en de toegang van vluchten volgens
zichtvliegvoorschriften boven vliegniveau 195. Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 4. Nr. 255/2010 Verordening (EU) nr. 255/2010 van de Commissie van 25 maart 2010 tot
vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake de regeling van
luchtverkeersstromen Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 15. Nr. 176/2011 Verordening (EU) nr. 176/2011 van de Commissie
van 24 februari 2011 inzake de informatie die moet worden verstrekt vóór de
vaststelling en wijziging van een functioneel luchtruimblok Nr. 923/2012 Verordening (EU) nr. 923/2012 van de
Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke
luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende
luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007,
(EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en
(EU) nr. 255/2010. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 10, bijlage. Nr. 1032/2006 Verordening (EG) nr. 1032/2006 van de
Commissie van 6 juli 2006 tot vaststelling van de eisen voor automatische
systemen voor de uitwisseling van vluchtgegevens met het oog op de aanmelding,
coördinatie en overdracht van vluchten tussen luchtverkeersleidingseenheden, als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 30/2009 van de Commissie
van 16 januari 2009 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1032/2006 voor
wat de voorschriften voor automatische systemen voor de uitwisseling van
vluchtgegevens ter ondersteuning van datalinkdiensten betreft. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 10, bijlagen I tot en met V. Nr. 1033/2006 Verordening (EG) nr. 1033/2006 van de Commissie
van 4 juli 2006 tot vaststelling van de vereisten inzake de procedures voor
vliegplannen in de aan de vlucht voorafgaande fase in het gemeenschappelijke
Europese luchtruim, als gewijzigd bij: Verordening (EU) nr. 428/2013 van de Commissie
van 8 mei 2013 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1033/2006 voor wat
de in artikel 3, lid 1, vermelde ICAO-bepalingen betreft. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 5, bijlage. Nr. 633/2007 Verordening (EG) nr. 633/2007 van de Commissie
van 7 juni 2007 tot vaststelling van de eisen voor de toepassing van een
protocol voor de overdracht van vluchtberichten met het oog op de aanmelding,
coördinatie en overdracht van vluchten tussen luchtverkeersleidingseenheden, als gewijzigd bij: Verordening (EU) nr. 283/2011 van de
Commissie van 22 maart 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 633/2007
wat de in artikel 7 vermelde overgangsbepalingen betreft. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 7, artikel 8, tweede en derde zin, bijlagen I tot en met IV. Nr. 29/2009 Verordening (EG) nr. 29/2009 van de Commissie
van 16 januari 2009 tot vaststelling van de eisen inzake datalinkdiensten voor
het gemeenschappelijke Europese luchtruim Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 14, bijlagen I tot en met VII. Nr. 262/2009 Verordening (EG) nr. 262/2009 van de Commissie
van 30 maart 2009 tot vaststelling van de eisen inzake de gecoördineerde
toewijzing en toepassing van Mode S-ondervragingscodes in het
gemeenschappelijke Europese luchtruim Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 12, bijlagen I tot en met VI. Nr. 73/2010 Verordening (EU) nr. 73/2010 van de Commissie
van 26 januari 2010 tot vaststelling van de kwaliteitseisen voor
luchtvaartgegevens en -informatie voor het gemeenschappelijke Europese
luchtruim Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 13, bijlagen I tot en met X. Nr. 1206/2011 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1206/2011
van de Commissie van 22 november 2011 tot vaststelling van de eisen inzake
de identificatie van luchtvaartuigen voor de surveillance in het
gemeenschappelijke Europese luchtruim. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 11, bijlagen I tot en met VII. Nr. 1207/2011 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1207/2011
van de Commissie van 22 november 2011 tot vaststelling van de eisen voor
de prestaties en interoperabiliteit van surveillance voor het
gemeenschappelijke Europese luchtruim. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 14, bijlagen I tot en met IX. Nr. 1079/2012 Verordening (EU) nr. 1079/2012 van de
Commissie van 16 november 2012 tot vaststelling van de eisen voor de
kanaalafstand bij mondelinge communicatie in het gemeenschappelijke Europese
luchtruim en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1265/2007. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 15, bijlagen I tot en met V. SESAR-verordening Nr. 219/2007 Verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad van 27
februari 2007 betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming
voor de realisering van het Europese nieuwe generatie
luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR), als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 1361/2008 van de Raad van
16 december 2008 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 219/2007 voor wat
de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van
het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR) betreft. Toepasselijke eisen en normen: artikel 1,
leden 1, 2 en 5 tot en met 7, artikelen 2 en 3, artikel 4, lid 1, bijlage. Vergunning van luchtverkeersleider Nr. 805/2011 Verordening (EU) nr. 805/2011 van de
Commissie van 10 augustus 2011 tot vaststelling van gedetailleerde regels
voor vergunningen en bepaalde certificaten van luchtverkeersleiders,
overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en
de Raad Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 32, bijlagen I tot en met IV. Besluiten van de Commissie Nr. 2011/121 Besluit van de Commissie van 21 februari 2011
inzake de vaststelling van EU-wijde prestatiedoelen en waarschuwingsdrempels
voor het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten voor de periode 2012-2014 (2011/121/EU). Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 4. Nr. 2011/2611 definitief Besluit van de Commissie van 20 mei 2011
inzake vrijstellingen uit hoofde van artikel 14 van Verordening (EG)
nr. 29/2009 van de Commissie, C(2011) 2611 definitief. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 3, bijlagen I en II. Nr. 2011/9074 definitief Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 9 december
2011 inzake vrijstellingen uit hoofde van artikel 14 van Verordening (EG)
nr. 29/2009 van de Commissie, C(2011) 9074 definitief. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 3, bijlagen I en II. Nr. 2012/9604 definitief Uitvoeringsbesluit van de Commissie inzake de
goedkeuring van het strategisch netwerkplan voor de netwerkfuncties voor
luchtverkeersbeheer van het gemeenschappelijk Europees luchtruim voor de
periode 2012-2019, C(2012) 9604 final. Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1 tot
en met 3. C. VEILIGHEID
VAN DE LUCHTVAART Nr. 216/2008 (basisverordening) Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees
Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van
gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting
van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende
intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en
Richtlijn 2004/36/EG, als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 690/2009 van de Commissie
van 30 juli 2009 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het
Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op
het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap
voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG
van de Raad, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG. Verordening (EG) nr. 1108/2009 van het
Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot wijziging van Verordening
(EG) nr. 216/2008 op het gebied van luchtvaartterreinen, luchtverkeersbeheer en
luchtvaartnavigatiediensten en tot intrekking van Richtlijn 2006/23/EG Verordening (EU) nr. 6/2013 van de Commissie
van 8 januari 2013 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 216/2008 van het
Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op
het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap
voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG
van de Raad, Verordening (EG) nr.
1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG. Toepasselijke eisen en normen: Artikelen 1 tot
en met 11, artikelen 13 tot en met 16, artikelen 20 tot en met 25, artikelen 54,
55 en 68 en bijlagen I tot en met VI. Verordening (EG) nr. 216/2008 en de uitvoeringsbepalingen daarvan
worden toegepast op Oekraïne overeenkomstig de volgende bepalingen: 1. Oekraïne delegeert geen enkele van zijn
veiligheidsgerelateerde functies aan het EASA, zoals gepland in het kader van
de Overeenkomst en de bijlagen; 2. Oekraïne is onderworpen aan
normaliseringsinspecties van het EASA op grond van artikel 54 van
Verordening (EG) nr. 216/2008; 3. Het Gemengd Comité besluit of artikel 11
van Verordening (EG) nr. 216/2008 wordt toegepast op certificaten die zijn
afgegeven door Oekraïne, overeenkomstig de bepalingen van bijlage III bij deze
Overeenkomst; 4. Artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008
is niet van toepassing op certificaten van Oekraïne op het gebied van
vluchtuitvoering en initiële en blijvende luchtwaardigheid
(Uitvoeringsverordeningen (EU) nrs. 965/2012 en 748/2012 en (EG) nr. 2042/2003); 5. De Europese Commissie beschikt in Oekraïne
over de beslissingsbevoegdheden die haar overeenkomstig artikel 11, lid 2,
artikel 14, leden 5 en 7, artikel 24, lid 5, en artikel 25, lid 1,
van Verordening (EG) nr. 216/2008 zijn toegekend op de gebieden waarop
artikel 11, lid 1, van toepassing is verklaard door het Gemengd Comité; 6. Op het gebied van luchtwaardigheid mag
Oekraïne, voor zover geen taken worden uitgevoerd door het EASA, certificaten,
vergunningen of erkenningen afgeven op grond van een overeenkomst of regeling
die het met een derde land heeft gesloten. Nr. 748/2012 Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie
tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en
milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en
uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en
productieorganisaties, als gewijzigd bij: Verordening (EU) nr. 7/2013 van de Commissie
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 748/2012 tot vaststelling van
uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van
luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken,
alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1, 2,
8, 9 en 10 en bijlage. Nr. 2042/2003 Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de
Commissie van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van
luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en
betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en
personen, als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 707/2006 van de Commissie
van 8 mei 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003 met betrekking
tot goedkeuringen voor bepaalde duur en de bijlagen I en III; Verordening (EG) nr. 376/2007 van de Commissie
van 30 maart 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003 betreffende
de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten,
-onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij
voornoemde taken betrokken organisaties en personen; Verordening (EG) nr. 1056/2008 van de
Commissie van 27 oktober 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003
betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en
luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de
goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen; Verordening (EU) nr. 127/2010 van de Commissie
van 5 februari 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003
betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en
luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de
goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen; Verordening (EU) nr. 962/2010 van de Commissie
van 26 oktober 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003
betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en
luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de
goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen; Verordening (EU) nr. 1149/2011 van de
Commissie van 21 oktober 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003
betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en
luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de
goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen; Verordening (EU) nr. 593/2012 van de Commissie
van 5 februari 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2042/2003
betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en
luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de
goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 6, bijlagen I tot en met IV. Nr. 996/2010 Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees
Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van
ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van
Richtlijn 94/56/EG. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 26, met uitzondering van artikel 7, lid 4, en artikel 24. Nr. 2003/42 Richtlijn 2003/42/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 13 juni 2003 inzake de melding van voorvallen in de
burgerluchtvaart. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 11, bijlagen I en II. Nr. 1321/2007 Verordening (EG) nr. 1321/2007 van de
Commissie van 12 november 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen om
overeenkomstig Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad
uitgewisselde informatie over voorvallen in de burgerluchtvaart op te nemen in
een centraal register. Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 4. Nr. 1330/2007 Verordening (EG) nr. 1330/2007 van de
Commissie van 24 september 2007 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de
verspreiding onder belanghebbenden van informatie over voorvallen in de
burgerluchtvaart als bedoeld in artikel 7, lid 2, van Richtlijn 2003/42/EG van
het Europees Parlement en de Raad. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 10, bijlagen I en II. Nr. 104/2004 Verordening (EG) nr. 104/2004 van de Commissie
van 22 januari 2004 tot vaststelling van regels voor de organisatie en de
samenstelling van de kamer van beroep van het Europees Agentschap voor de
veiligheid van de luchtvaart. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 7 en bijlage. Nr. 628/2013 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 628/2013
van de Commissie van 28 juni 2013 inzake de werkmethoden van het Europees
Agentschap voor de Veiligheid van de luchtvaart voor de uitvoering van
normaliseringsinspecties en het toezicht op de toepassing van de regels van
Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, en
houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 736/2006 van de Commissie. Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 27. Nr. 2111/2005 Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het
Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling
van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een
exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van
luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij,
en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 13, bijlage. Nr. 473/2006 Verordening (EG) nr. 473/2006 van de Commissie
van 22 maart 2006 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de in hoofdstuk
II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad
bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een
exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 6, bijlagen A tot en met C. Nr. 474/2006 Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie
van 22 maart 2006 tot opstelling van de in hoofdstuk II van Verordening (EG)
nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire
lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in
de Gemeenschap, als laatstelijk gewijzigd bij: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 659/2013 van
de Commissie van 10 juli 2013 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006
tot opstelling van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan
een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap. Toepasselijke eisen en normen: De artikelen 1
tot en met 3, bijlagen A en B (zie meest recente wijzigingen hieronder): Nr. 1178/2011 Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011
tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met
betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig
Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, als gewijzigd bij: Verordening (EU) nr. 290/2012 van de
Commissie van 30 maart 2012 houdende wijziging van Verordening (EU)
nr. 1178/2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve
procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen,
overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en
de Raad. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 11, bijlagen I tot en met VII. Nr. 965/2012 Verordening (EU) nr. 965/2012 van 5 oktober 2012
tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor
vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees
Parlement en de Raad, als gewijzigd bij: Verordening (EU) nr. 800/2013 van 14
augustus 2013 houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 965/2012 tot
vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor
vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het
Europees Parlement en de Raad. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 9, bijlagen I tot en met VII. Nr. 1332/2011 Verordening (EU) nr. 1332/2011 van de
Commissie van 16 december 2011 tot vaststelling van gemeenschappelijke
eisen voor het gebruik van het luchtruim en exploitatieprocedures voor het
vermijden van botsingen in de lucht. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 4, bijlage. D. MILIEU Nr. 2003/96 Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27
oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de
belasting van energieproducten en elektriciteit. Toepasselijke eisen en normen: Artikel 14, lid
1, onder b), en lid 2. Nr. 2006/93 Richtlijn 2006/93/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de regulering van de
exploitatie van de vliegtuigen van bijlage 16 van het Verdrag inzake de
internationale burgerluchtvaart, boekdeel 1, deel II, hoofdstuk 3, tweede
uitgave (1988). Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 5. Nr. 2002/49 Richtlijn 2002/49/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van
omgevingslawaai. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 16, bijlagen I tot en met VI. Nr. 2002/30 Richtlijn 2002/30/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels
en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde
exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap, Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 15, bijlagen I en II. E. SOCIALE ASPECTEN Nr. 1989/391 Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989
betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de
verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk, als gewijzigd bij: Richtlijn 2007/30/EG van 20 juni 2007 van het
Europees parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 89/391/EEG van de
Raad, de daaruit voortvloeiende bijzondere richtlijnen, alsmede de Richtlijnen 83/477/EEG,
91/383/EEG, 92/29/EEG en 94/33/EG van de Raad, met het oog op de
vereenvoudiging en rationalisatie van de verslagen over de praktische
tenuitvoerlegging. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 16 en artikelen 18 en 19. Nr. 2003/88 Richtlijn 2003/88/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de
organisatie van de arbeidstijd. Toepasselijke bepalingen: Artikelen 1 tot en
met 19, 21 tot en met 24 en 26 tot en met 29. Nr. 2000/79 Richtlijn 2000/79/EG van de Raad van 27
november 2000 inzake de inwerkingstelling van de Europese overeenkomst
betreffende de organisatie van de arbeidstijd van mobiel personeel in de
burgerluchtvaart gesloten door de Association of European Airlines (AEA), de European
Transport Workers’ Association (ETF), de European Cockpit Association (ECA), de
European Regions Airline Association (ERA) en de International Air Carrier
Association (IACA). Toepasselijke eisen en normen: artikelen 2 tot
en met 3, bijlage. F. CONSUMENTENBESCHERMING Nr. 90/314 Richtlijn 90/314/EEG van de Raad van 13 juni 1990
betreffende pakketreizen, met inbegrip van vakantiepakketten en
rondreispakketten. Toepasselijke bepalingen: de artikelen 1 tot
en met 10. Nr. 93/13 Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993
betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en
met 10 en bijlage. Voor de toepassing van artikel 10 wordt
"de Commissie" gelezen als "alle andere overeenkomstsluitende
partijen bij de ECAA". Nr. 95/46 Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement
en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke
personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het
vrije verkeer van die gegevens. Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 34. Nr. 2027/97 Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9
oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij
ongevallen, als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 889/2002 van het Europees
Parlement en de Raad van 13 mei 2002 houdende wijziging van Verordening
(EG) nr. 2027/97 van de Raad. Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 8. Nr. 261/2004 Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees
Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van
gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan
luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging
van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91. Toepasselijke eisen en normen: de artikelen 1
tot en met 17. Nr. 1107/2006 Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het
Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van
gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen. Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 16, bijlagen I en II. G. GEAUTOMATISEERDE
BOEKINGSSYSTEMEN Nr. 80/2009 Verordening (EG) nr. 80/2009 van het Europees
Parlement en de Raad van 14 januari 2009 inzake een gedragscode voor
geautomatiseerde boekingssystemen en tot intrekki.ng van Verordening (EEG) nr. 2299/89
van de Raad Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 19 en bijlagen. H. OVERIGE
WETGEVING Nr. 437/2003 Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees
Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de statistische
registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht, als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 1358/2003 van de
Commissie van 31 juli 2003 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr.
437/2003 van het Europees Parlement en de Raad. Verordening (EG) nr. 546/2005 van de Commissie
van 8 april 2005 tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 437/2003 van het
Europees Parlement en de Raad, wat de codering van het land van aangifte
betreft, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1358/2003 van de Commissie,
wat de bijwerking van de lijst van communautaire luchthavens betreft Toepasselijke eisen en normen: artikelen 1 tot
en met 11, bijlagen I en II. Nr. 1358/2003 Verordening (EG) nr. 1358/2003 van de Commissie
van 31 juli 2003 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 437/2003 van het
Europees Parlement en de Raad betreffende de statistische registratie van het
passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht en tot wijziging van de
bijlagen I en II daarbij, als gewijzigd bij: Verordening (EG) nr. 158/2007 van de Commissie
van 16 februari 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1358/2003, wat de
lijst van communautaire luchthavens betreft Toepasselijke eisen en normen: Artikelen 1 tot
en met 4, bijlagen I, II en III. ___________________
BIJLAGE II OVEREENGEKOMEN
DIENSTEN EN GESPECIFICEERDE ROUTES 1.
Elke partij verleent de
luchtvaartmaatschappijen van de andere partij het recht luchtvervoersdiensten
te exploiteren op de hierna gespecificeerde routes: a) in
het geval van luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie: elk punt in de
Europese Unie – tussenliggende punten op het grondgebied van landen die
deelnemen aan het Europees nabuurschapsbeleid[2], ECAA-landen[3] of in bijlage V vermelde landen – elk punt in Oekraïne
– verder gelegen punten; b) in
het geval van luchtvaartmaatschappijen uit Oekraïne: elk punt in Oekraïne –
tussenliggende punten op het grondgebied van landen die deelnemen aan het
Europees nabuurschapsbeleid, ECAA-landen of in bijlage V vermelde landen – elk
punt in de Europese Unie. Bestaande en nieuwe
rechten, met inbegrip van rechten om punten te bedienen die niet onder
bilaterale overeenkomsten of andere regelingen tussen Oekraïne en EU-lidstaten
vallen, die niet onder de onderhavige Overeenkomst vallen, kunnen worden
uitgeoefend en overeengekomen op voorwaarde dat er geen sprake is van
discriminatie tussen luchtvaartmaatschappijen op basis van nationaliteit; c) Luchtvaartmaatschappijen
uit de Europese Unie hebben ook het recht luchtvervoerdiensten tussen punten in
Oekraïne te verrichten, ongeacht of deze luchtvervoersdiensten beginnen of
eindigen in de EU. 2.
De diensten die
overeenkomstig punt 1, onder a) en b), van deze bijlage worden geëxploiteerd,
beginnen of eindigen op het grondgebied van Oekraïne voor Oekraïense
luchtvaartmaatschappijen en op het grondgebied van de Europese Unie voor
luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie. 3.
De
luchtvaartmaatschappijen van beide partijen mogen bij een vlucht of alle
vluchten en naar keuze: a) vluchten in één van beide of beide richtingen exploiteren; b) verschillende
vluchtnummers combineren bij één vluchtuitvoering; c) tussenliggende
en verder gelegen punten, zoals gespecificeerd in punt 1, onder a) en b), van
deze bijlage, en punten op het grondgebied van de partijen bedienen in elke
combinatie en in volgorde; d) landingen
op een punt of punten overslaan; e) op
ieder willekeurig punt verkeer overbrengen van een van haar luchtvaartuigen
naar een ander; f) een
tussenlanding maken op ieder punt binnen of buiten het grondgebied van een
partij; g) transitverkeer
vervoeren via het grondgebied van de andere partij, en h) verkeer
op hetzelfde luchtvaartuig combineren, ongeacht de herkomst van dit verkeer. 4.
Elke partij verleent elke
luchtvaartmaatschappij het recht om de frequentie en capaciteit van het door
haar aangeboden internationale luchtvervoer te baseren op commerciële
marktgerelateerde overwegingen. Overeenkomstig dit recht mag geen van beide
partijen unilateraal beperkingen opleggen met betrekking tot het verkeersvolume,
de frequentie of de regelmaat van de vluchten of de door de
luchtvaartmaatschappijen van de andere partij gebruikte types luchtvaartuigen,
behalve om douane-, technische, operationele, milieu- of gezondheidsredenen of
overeenkomstig artikel 26 (Mededinging) van deze Overeenkomst. 5.
De
luchtvaartmaatschappijen van elke partij mogen, binnen het kader van
codesharingovereenkomsten, elk punt in een derde land bedienen dat niet is
opgenomen in de gespecificeerde routes, voor zover ze geen rechten van de
vijfde vrijheid uitoefenen. 6.
De overgangsbepalingen van
bijlage III bij deze Overeenkomst en de daarbij voorziene uitbreiding van
rechten zijn van toepassing op deze bijlage. BIJLAGE III OVERGANGSBEPALINGEN Deel 1 Overgangsperioden 1. De overgang van Oekraïne naar de effectieve
tenuitvoerlegging van alle bepalingen en voorwaarden die voortvloeien uit deze
Overeenkomst vindt plaats in twee overgangsperioden. 2. Deze overgang zal worden beoordeeld aan de hand van
normaliseringsinspecties die worden uitgevoerd door de Europese Commissie en
het EASA; voorts wordt ook een besluit genomen door het Gemengd Comité, zoals
ingesteld bij artikel 33 van deze Overeenkomst (Overgangsregelingen). Deel 2 Specificaties
die van toepassing zijn tijdens de eerste overgangsperiode 1. Tijdens de eerste overgangsperiode: a) krijgen
luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie en door Oekraïne geregistreerde
luchtvaartmaatschappijen toestemming om onbeperkte verkeersrechten uit te
oefenen tussen elke plaats in de Europese Unie en elk punt in Oekraïne; b) na een beoordeling van de
tenuitvoerlegging door Oekraïne van de normen en relevante eisen van de
Europese Unie en ingevolge de informatie van het Gemengd Comité wordt Oekraïne
als waarnemer betrokken bij de werkzaamheden van het comité dat is opgericht
bij Verordening (EEG) nr. 95/93 betreffende gemeenschappelijke regels voor
de toewijzing van slots op communautaire luchthavens; en c) de bepalingen van artikel 22 (Commerciële
kansen), punt 5, onder c), (grondafhandeling voor luchtvaartmaatschappijen van
andere partijen) zijn niet van toepassing. 2. Onder de volgende voorwaarden mag Oekraïne overgaan
naar de tweede overgangsperiode: a) de toepasselijke eisen en
normen van de onderstaande besluiten moeten in de nationale wetgeving zijn
opgenomen en ten uitvoer zijn gelegd: - Verordening (EG) nr. 216/2008 (inzake
gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting
van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart); - Verordening (EU) nr. 748/2012
(uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van
luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken,
alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties); - Verordening (EG) nr. 2042/2003
(permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten,
-onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij
voornoemde taken betrokken organisaties en personen), zoals gewijzigd; - Verordening (EU) nr. 965/2012
(technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot
luchtvaartactiviteiten); - Verordening (EU) nr. 1178/2011
(technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning
van burgerluchtvaartuigen); - Verordening (EU) nr. 996/2010
(inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten); - Richtlijn 2009/12/EG (inzake
luchthavengelden); - Richtlijn 96/67/EG (betreffende toegang
tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap); - Verordening (EEG) nr. 95/93
(betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van slots); - Richtlijn 2000/79/EG (inzake de
Europese Overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van mobiel
personeel in de burgerluchtvaart); - Hoofdstuk IV van Verordening (EG)
nr. 1008/2008 (betreffende exploitatie van luchtvaartdiensten); - Verordening (EG) nr. 785/2004
(betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van
luchtvaartuigen); - Verordening (EEG) nr. 80/2009
(betreffende geautomatiseerde boekingssystemen); - Verordening (EG) nr. 2027/97
(betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen); - Verordening (EG) nr. 261/2004
(gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers
bij instapweigering en annulering of langdurige vertragingen); - Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de
Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging
van het gemeenschappelijke Europese luchtruim (de kaderverordening); - Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de
Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten
in het gemeenschappelijk Europees luchtruim (de
luchtvaartnavigatiedienstenverordening); - Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de
Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het
gemeenschappelijk Europees luchtruim (de luchtruimverordening); - Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de
Raad van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese
netwerk voor luchtverkeersbeheer (de interoperabiliteitsverordening); - Verordening (EU) nr. 691/2010 van de Commissie van 29 juli 2010
tot vaststelling van een prestatieregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en
netwerkfuncties en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2096/2005 tot
vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten; - Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de Commissie van 6 december 2006
tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor
luchtvaartnavigatiediensten; - Verordening (EU) nr. 1034/2011 van de Commissie van 17 oktober
2011 betreffende het veiligheidstoezicht op het gebied van luchtverkeersbeheer
en luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 691/2010; - Verordening (EG) nr. 2150/2005 van de Commissie van 23 december 2005
tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor een flexibel gebruik van
het luchtruim; en - Verordening (EU) nr. 255/2010 van de Commissie van 25 maart 2010
tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake de regeling van
luchtverkeersstromen, zoals deze zijn vermeld, met inbegrip van de wijzigingen, in bijlage I
bij deze Overeenkomst; b) Oekraïne moet regels voor de afgifte van
exploitatievergunningen toepassen die in wezen gelijkwaardig zijn aan die van
hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement
en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de
exploitatie van luchtdiensten in de Europese Unie; en c) wat betreft de beveiliging van de
luchtvaart moet Oekraïne de meest recente toepasselijke wijziging van ECAC-document
30, deel II, toepassen. Deel 3 Specificaties
die van toepassing zijn tijdens de tweede overgangsperiode 1. Na het besluit van het Gemengd Comité als
bedoeld in artikel 33 (Overgangsregelingen) van deze Overeenkomst, waarin
wordt bevestigd dat Oekraïne voldoet aan alle voorwaarden die zijn vastgesteld
in punt 2, onder 2): a) worden de relevante
certificaten die zijn afgegeven door Oekraïne, zoals vermeld in bijlage IV,
deel 1, door de lidstaten erkend overeenkomstig de voorwaarden van het besluit
van het Gemengd Comité en overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG)
nr. 216/2008; b) zijn de bepalingen van
artikel 22 (Commerciële kansen), punt 5, onder c), (grondafhandeling voor
luchtvaartmaatschappijen van andere partijen) van toepassing; en c) na een beoordeling van de tenuitvoerlegging
door Oekraïne van de relevante normen en eisen van de Europese Unie en
ingevolge de informatie van het Gemengd Comité wordt Oekraïne als waarnemer
betrokken bij de werkzaamheden van het comité dat is opgericht bij Verordening
(EEG) nr. 2111/2005 betreffende de vaststelling van een communautaire
lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de
Gemeenschap is opgelegd. 2. Onder de volgende voorwaarden mag Oekraïne deze
Overeenkomst volledig ten uitvoer leggen: a) Oekraïne moet alle
toepasselijke eisen en normen van de in bijlage I bij deze Overeenkomst
vermelde besluiten van de Europese Unie in nationale wetgeving hebben omgezet
en ten uitvoer hebben gelegd; en b) het
luchtruim onder verantwoordelijkheid van Oekraïne moet worden georganiseerd
overeenkomstig de EU-eisen die gelden voor de vaststelling van FAB's. Deel 4 Volledige
tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst Na het besluit van het Gemengd Comité als
bedoeld in artikel 33 (Overgangsregelingen) van deze Overeenkomst, waarin
wordt bevestigd dat Oekraïne voldoet aan alle voorwaarden die zijn vastgesteld
in punt 3, onder 2), van deze bijlage, is het volgende van toepassing: 1. Naast de verkeersrechten die zijn uiteengezet in deel 2,
onder 1), van deze bijlage: a) mogen luchtvaartmaatschappijen uit de
Europese Unie onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen punten in Oekraïne,
tussenliggende punten in landen die deelnemen aan het Europees
nabuurschapsbeleid en ECAA-landen, en punten in landen die zijn opgenomen in de
lijst in bijlage V en verder gelegen punten, op voorwaarde dat de vlucht
onderdeel is van een dienst die een punt in een lidstaat bedient. Luchtvaartmaatschappijen uit de Europese Unie hebben ook het recht
onbeperkte verkeersrechten uit te oefenen tussen punten in Oekraïne, ongeacht
of deze diensten beginnen of eindigen in de EU; en b) luchtvaartmaatschappijen uit Oekraïne mogen
onbeperkte verkeersrechten uitoefenen tussen punten in de Europese Unie,
tussenliggende punten in landen die deelnemen aan het Europees
nabuurschapsbeleid en ECAA-landen, en punten in landen die zijn opgenomen in de
lijst in bijlage V, op voorwaarde dat de vlucht onderdeel is van een dienst die
een punt in Oekraïne bedient. 2. Alle relevante certificaten van bijlage IV,
deel 2, bij deze Overeenkomst die zijn afgegeven door Oekraïne worden door de
lidstaten erkend overeenkomstig de voorwaarden van deze bepalingen. ________________ BIJLAGE IV LIJST VAN DE CERTIFICATEN ALS BEDOELD IN BIJLAGE III BIJ DEZE OVEREENKOMST 1. Vliegtuigbemanningen Piloten (de afgifte, handhaving, wijziging, beperking, opschorting of
intrekking van vergunningen) (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011,
(EU) nr. 290/2012 van de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011). Certificering van personen die verantwoordelijk zijn voor het
verstrekken van vluchtopleidingen of vluchtsimulatieopleidingen en voor het
beoordelen van de vaardigheden van piloten (Verordeningen (EG) nr. 216/2008,
(EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011). Attesten van cabinebemanningsleden (afgifte, handhaving, wijziging,
beperking, opschorting of intrekking van attesten van cabinebemanningsleden)
(Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot
wijziging van (EU) nr. 1178/2011). Medische certificaten voor piloten ((afgifte, handhaving, wijziging,
beperking, opschorting of intrekking) (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU)
nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011. Certificaten van keuringsartsen voor de luchtvaart, en de voorwaarden
waaronder huisartsen mogen optreden als keuringsartsen voor de luchtvaart
(Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot
wijziging van (EU) nr. 1178/2011). Periodieke luchtvaartgeneeskundige beoordeling van
cabinebemanningsleden – de kwalificaties van personen die verantwoordelijk zijn
voor deze beoordeling (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011,
(EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011). De voorwaarden voor de afgifte, handhaving, wijziging, beperking,
opschorting of intrekking van certificaten van opleidingsinstellingen voor
piloten (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012
tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011). De voorwaarden voor de afgifte, handhaving, wijziging, beperking,
opschorting of intrekking van certificaten van luchtvaartgeneeskundige centra
die betrokken zijn bij de kwalificatie en luchtvaartgeneeskundige beoordeling
van bemanningen van burgerluchtvaartuigen (Verordeningen (EG) nr. 216/2008,
(EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011). Certificering van vluchtsimulators en de eisen voor organisaties die
dergelijke simulatoren exploiteren en gebruiken (Verordeningen (EG) nr. 216/2008,
(EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 290/2012 tot wijziging van (EU) nr. 1178/2011). 2. Luchtverkeersbeheer/Luchtvaartnavigatiediensten Certificaten van verleners van luchtverkeersdiensten (Verordeningen
(EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1034/2011, (EU) nr. 1035/2011 Bijlage II Specifieke
eisen voor de verlening van luchtverkeersdiensten). Certificaten voor verleners van meteorologische diensten (Verordeningen
(EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1034/2011, (EU) nr. 1035/2011 Bijlage III
Specifieke eisen voor de verlening van meteorologische diensten). Certificaten voor verleners van luchtvaartinlichtingendiensten
(Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1034/2011, (EU) nr. 1035/2011
Bijlage IV Specifieke eisen voor de verlening van luchtvaartinlichtingendiensten). Certificaten voor verleners van communicatie-, navigatie of
surveillancediensten (Verordeningen (EG) nr. 216/2008, (EU) nr. 1034/2011, (EU)
nr. 1035/2011 Bijlage V Specifieke eisen voor de verlening van communicatie-,
navigatie- of surveillancediensten). Vergunningen voor luchtverkeersleiders (ATCO) en
student-luchtverkeersleiders (afgifte, opschorting en intrekking) en
bijbehorende bevoegdverklaringen en aantekeningen (Verordeningen (EG) nr. 216/2008,
(EU) nr. 805/2011). Medische certificaten van luchtverkeersleiders (Verordeningen (EG) nr. 216/2008,
(EU) nr. 805/2011). Certificaten van
opleidingsorganisaties voor luchtverkeersleiders (ATCO) (geldigheid,
verlenging, nieuwe validering en gebruik) (Verordeningen (EG) nr. 216/2008 en
(EU) nr. 805/2011). BIJLAGE V LIJST VAN ANDERE LANDEN ALS BEDOELD IN DE
ARTIKELEN 17, 19 EN 22 VAN DEZE OVEREENKOMST EN BIJLAGEN I EN II BIJ DEZE OVEREENKOMST 1. De Republiek IJsland (krachtens de
Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte); 2. Het Vorstendom Liechtenstein (krachtens de
Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte); 3. Het Koninkrijk Noorwegen (krachtens de
Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte); en 4. De Zwitserse Bondsstaat (in het kader van de
overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse
Bondsstaat). BIJLAGE VI PROCEDUREREGELS Deze Overeenkomst is van toepassing in
overeenstemming met de procedureregels hieronder: 1. BETROKKENHEID VAN OEKRAÏNE BIJ COMITÉS Wanneer Oekraïne volgens dit akkoord betrokken
is bij een comité dat is ingesteld krachtens de relevante EU-besluiten,
verwerft het de status van waarnemer, wordt het blootgesteld aan alle relevante
discussies en wordt het aangemoedigd om deel te nemen aan het debat,
overeenkomstig het reglement van orde; het wordt evenwel uitgesloten van
bijeenkomsten tijdens dewelke een stemming plaatsvindt. Om de relevante wetgeving inzake het
gemeenschappelijke Europese luchtruim ten uitvoer te leggen, wordt Oekraïne,
wat luchtverkeersbeheer betreft, ook betrokken bij alle organen die door de
Europese Commissie zijn opgericht, zoals het Raadgevend orgaan voor de
industrie (ICB) en de Netwerkbeheerder. 2. STATUS VAN WAARNEMER IN HET EASA De status van waarnemer bij het EASA verleent Oekraïne het recht om
deel te nemen aan technische groepen en organen van het EASA die openstaan voor
de EU-lidstaten en andere partnerlanden van het Europees nabuurschapsbeleid,
mits aan de voorwaarden voor een dergelijke deelname is voldaan. De status van
waarnemer verleent niet het recht om aan de stemmingen deel te nemen. Deze
status wordt niet verworven voor wat betreft de Raad van bestuur van het EASA. 3. SAMENWERKING EN UITWISSELING VAN INFORMATIE Teneinde de uitoefening van de relevante
bevoegdheden van de bevoegde instanties van de partijen te vergemakkelijken,
wisselen de bevoegde instanties op verzoek alle informatie met elkaar uit die
noodzakelijk is voor de goede werking van deze overeenkomst. 4. GEBRUIK VAN TALEN De partijen zijn gerechtigd om in procedures in het kader van deze
Overeenkomst gebruik te maken van een van de officiële talen van de
instellingen van de Europese Unie of van het Oekraïens. De partijen zijn zich
ervan bewust dat het gebruik van de Engelse taal het verloop van deze
procedures zal vergemakkelijken. Wanneer in een officieel document een taal
wordt gebruikt die geen officiële taal van de Europese Unie is, wordt bij dat
document een vertaling in een officiële taal van de instellingen van de
Europese Unie gevoegd, waarbij rekening wordt gehouden met de bepaling in de
vorige zin. Indien een partij voornemens is in een mondelinge procedure een
taal te gebruiken die geen officiële taal van de instellingen van de Europese
Unie is, zorgt die partij voor een simultane vertaling in de Engelse taal.
BIJLAGE VII CRITERIA ALS BEDOELD IN ARTIKEL 26, LID 4 VAN DEZE OVEREENKOMST 1. Met de goede werking van deze Overeenkomst
zijn verenigbaar: a) steunmaatregelen van sociale aard aan
individuele verbruikers op voorwaarde dat deze toegepast worden zonder
onderscheid naar de oorsprong van de betrokken diensten; en b) steunmaatregelen
tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone
gebeurtenissen. 2. Bovendien
kunnen worden beschouwd als verenigbaar met de goede werking van deze
Overeenkomst: a) steunmaatregelen ter bevordering van de
economische ontwikkeling van streken waarin de levensstandaard abnormaal laag
is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst; b) steun voor het bevorderen van de
ontwikkeling van zekere economische bedrijvigheid of van zekere economische
gebieden, wanneer door deze maatregelen geen nadelige gevolgen heeft voor de
commerciële activiteiten van luchtvaartmaatschappijen aan de belangen van de
partijen; en c) steun om de gestelde doelen te
bereiken, kunnen in het kader van de horizontale
groepsvrijstellingsverordeningen en horizontale en sectorale regels inzake
staatssteun verleend in overeenstemming met de daarin vermelde voorwaarden. ________________ [1] Deze benaming laat de standpunten over de status van
Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244 van de
VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de
onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. [2] Onder "landen
die deelnemen aan het Europees nabuurschapsbeleid" wordt verstaan: Algerije, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Egypte, Georgië, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, Palestina, Syrië, Tunesië en de Republiek Moldavië, d.w.z. dat in dit geval Oekraïne hier
niet onder wordt verstaan. [3] "ECAA-landen"
zijn partij zijn bij de multilaterale overeenkomst tot oprichting van een
gemeenschappelijke Europese luchtvaartruimte, namelijk: de lidstaten van de
Europese Unie, de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de voormalige
Joegoslavische Republiek Macedonië, de Republiek IJsland, de Republiek
Montenegro, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië en Kosovo
(Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in
overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies
van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van
Kosovo).