This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52014DC0168
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL on Long-Term Financing of the European Economy
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT over de langetermijnfinanciering van de Europese economie
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT over de langetermijnfinanciering van de Europese economie
/* COM/2014/0168 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD EN HET EUROPEES PARLEMENT over de langetermijnfinanciering van de Europese economie /* COM/2014/0168 final */
1. Inleiding
1.1 Economische
achtergrond De
economische en financiële crisis heeft het vermogen van de financiële sector
aangetast om middelen te kanaliseren naar de reële economie, en met name naar
langetermijninvesteringen. De grote afhankelijkheid van bankbemiddeling heeft
er samen met de schuldafbouw bij de banken en de daling van het vertrouwen
onder beleggers toe geleid dat alle sectoren van de economie het moeilijker
hebben om financiering te vinden. De Unie heeft daadkrachtig opgetreden om het
tij te keren en opnieuw de juiste voorwaarden te creëren voor duurzame groei en
investeringen. De overheidsfinanciën werden geconsolideerd en er werden
procedures ingevoerd om het begrotingsbeleid en het economische beleid beter te
coördineren. De ECB heeft krachtige maatregelen getroffen om het vertrouwen in
de markten te herstellen, en de oprichting van de bankenunie helpt om de
financiële versnippering tegen te gaan en het vertrouwen in de eurozone te
herstellen. Om deze
verbeteringen te verankeren, zijn langetermijninvesteringen nodig die een
duurzame en inclusieve groei kunnen ondersteunen. Het vermogen van het
financiële stelsel om middelen te kanaliseren naar langetermijninvesteringen
zal van cruciaal belang zijn om Europa op koers te houden naar duurzame groei. 1.2 De
noodzaak van langetermijnfinanciering Langetermijnfinanciering
heeft enkele belangrijke kenmerken[1]:
ze wordt gebruikt om productieve
activiteiten te financieren die de groei ondersteunen door op een slimme, duurzame
en inclusieve wijze de kosten te verlagen, de productiemiddelen te
diversifiëren en banen te scheppen;
ze is geduldig, in de zin
dat beleggers rekening houden met de langetermijnprestaties en -risico's
van hun beleggingen en niet zozeer met prijsschommelingen op de korte
termijn. Dit langetermijnperspectief werkt anticyclisch en bevordert financiële
stabiliteit;
ze omvat een verbintenis, in
de zin dat beleggers in hun beleggingsstrategieën rekening houden met
langetermijnaspecten zoals maatschappelijke, governance- en milieukwesties.
Infrastructuur
en het mkb leveren een grote bijdrage tot duurzame groei. Hoogwaardige
infrastructuur maakt groei mogelijk en komt zo de productiviteit van de rest
van de economie ten goede en bevordert ook de onderlinge verbondenheid van de
interne markt. Er wordt geraamd dat er op het gebied van vervoers-, energie- en
telecominfrastructuurnetwerken van Europees belang 1 biljoen EUR aan
investeringen nodig zal zijn voor de periode tot 2020[2]. In
het kader van de Europa 2020-strategie en het klimaat- en energiepakket voor 2030
zal ook aanzienlijk moeten worden geïnvesteerd in menselijk kapitaal[3] en in O&O,
nieuwe technologieën en innovatie[4]. Het
mkb zorgt voor ongeveer twee derde van de werkgelegenheid en voor nagenoeg 60 %
van de toegevoegde waarde in de EU. Deze sector draagt aanzienlijk bij tot de
groei van het bbp, zowel vanwege zijn algemene belang als vanwege zijn vermogen
om te innoveren, te groeien en banen te scheppen. Het klimaat van
onzekerheid en risicoaversie dat de financiële en economische crisis heeft gecreëerd,
heeft zowel gevolgen gehad voor de vraag naar als voor het aanbod van
financiering. Aan de vraagzijde heeft dit zich geuit in een daling van de vraag
vanuit het mkb, publiek-private partnerschappen en andere investeringsprojecten
waarvoor langetermijnfinanciering nodig is, wat geleid heeft tot een
suboptimaal niveau van langetermijninvesteringen en -financiering. Aan de
aanbodzijde heeft de crisis de risicoaversie doen toenemen, wat geleid heeft
tot een voorkeur voor liquiditeit, die samen met de schuldafbouw door de banken
het vermogen van de economie om zichzelf van financiering met een lange
looptijd te voorzien, heeft aangetast. Het suboptimale niveau van
langetermijnfinanciering wijst ook op marktfalen en een gebrek aan efficiëntie
in de bemiddelingsketen[5]. Het is van groot
belang voor Europa dat deze problemen worden aangepakt. Het vermogen van de
economie om langetermijnfinanciering te verstrekken, wat het
concurrentievermogen van de Europese economie en industrie versterkt, is afhankelijk
van het vermogen om spaargeld te kanaliseren via een open, veilige en concurrerende
financiële sector. Rechtszekerheid en vertrouwen onder de beleggers zijn
daartoe van essentieel belang. 1.3 Groenboek
en openbare raadpleging over langetermijnfinanciering Op 25 maart 2013
heeft de Europese Commissie een groenboek over langetermijnfinanciering
aangenomen, als eerste stap om een breed debat op gang te brengen over de
verschillende factoren die van invloed zijn op het vermogen van de Europese
economie om de nodige middelen aan te trekken om het herstel op peil te houden
en te versnellen. In dit groenboek werd bekeken hoe het spaargeld van overheden,
bedrijven en gezinnen beter zou kunnen worden gekanaliseerd naar de nodige
langetermijnfinanciering. De
raadpleging over het groenboek werd bijzonder positief onthaald en kreeg
reacties van 292 respondenten uit alle sectoren van de economie[6]. Een
grote meerderheid van belanghebbenden was het ermee eens dat de bronnen van
langetermijnfinanciering in Europa verruimd moeten worden, maar erkende tevens
dat er een belangrijke rol weggelegd zal blijven voor de banken, met name voor
het mkb. Hoewel een duidelijk omschreven en stabiel regelgevingskader bijzonder
belangrijk werd geacht, riepen veel belanghebbenden ook op tot een betere ijking
van de hervorming van de regelgeving met het oog op de doelstellingen op het
gebied van langetermijnfinanciering. 1.4 Overige
Europese en internationale beleidsinitiatieven Het debat over
langetermijnfinanciering kreeg weerklank zowel op Europees als op internationaal
niveau. Het Economisch en Financieel Comité heeft een deskundigengroep op hoog
niveau opgericht die in december 2013 zijn verslag heeft gepubliceerd[7],
waarin bijzondere aandacht werd geschonken aan het mkb en aan infrastructuur.
Het Europees Parlement heeft op 26 februari 2014 een resolutie[8] over
de langetermijnfinanciering van de Europese economie aangenomen. In die
resolutie komen heel wat kwesties aan bod die ook in deze mededeling worden
besproken. Op
internationaal niveau heeft de G20 in september 2013 zijn goedkeuring gehecht
aan een werkprogramma inzake de financiering van investeringen[9] en
werd een werkgroep opgericht die dieper zal ingaan op langetermijnfinanciering.
De OESO heeft beginselen op hoog niveau ontwikkeld voor institutionele
beleggers die voor langetermijnfinanciering[10]
kiezen. *** In het licht hiervan
en op basis van de raadpleging over het groenboek worden in deze mededeling een
aantal concrete maatregelen voorgesteld. De ontwikkeling en diversifiëring van
de methode om langetermijninvesteringen te financieren, is een complex,
meerdimensionaal vraagstuk dat geen zaligmakende oplossing kent, maar een hele
reeks acties en initiatieven vergt. De in deze mededeling voorgestelde
maatregelen zijn toegespitst op (i) het mobiliseren van private bronnen van
langetermijnfinanciering, (ii) het beter benutten van overheidsgeld, (iii) het
ontwikkelen van kapitaalmarkten, (iv) het verbeteren van de toegang tot
financiering voor het mkb, (v) het aantrekken van privéfinanciering voor
infrastructuur en (vi) het verbeteren van het algemene klimaat voor duurzame financiering. De
Commissie stelt vandaag, naast deze mededeling, ook de volgende documenten
voor:
een
voorstel om de richtlijn betreffende instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening
(IPBV) te herzien om de verdere ontwikkeling van de bedrijfspensioenen,
die een belangrijke vorm van institutionele langetermijnbeleggingen vormen
binnen de EU, te ondersteunen;
een
mededeling over crowdfunding, een groeiende bron van financiering voor het
mkb.
2. Private
bronnen van langetermijnfinanciering mobiliseren
De ondersteuning
van verantwoordelijke kredietverstrekking door banken en het stimuleren van
niet-bancaire bronnen van financiering, zoals institutionele beleggers,
waaronder ook verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen, traditionele of
alternatieve beleggingsfondsen, overheidsfondsen of stichtingen, is van
cruciaal belang: hoewel de banken een belangrijke rol zullen blijven spelen, is
de diversifiëring van financiering belangrijk op de korte termijn, om de
beschikbaarheid van financiering te vergroten, maar ook op de lange termijn, om
de Europese economie te helpen om toekomstige crises beter te doorstaan. Banken Op
grond van de verordening kapitaalvereisten (VKV) en de richtlijn kapitaalvereisten
IV (RKV IV)[11],
die vanaf januari 2014 geleidelijk aan worden ingevoerd, moeten banken hogere
kapitaalniveaus aanhouden, om beter in staat te zijn potentiële verliezen op te
vangen. De Commissie zal in 2014 en 2015 in twee fasen beoordelen of de
VKV-vereisten kunnen worden toegepast op langetermijnfinanciering. Voor
de banken zullen ook nieuwe vereisten inzake liquiditeitsbeheer gelden, zodat
zij in staat zullen zijn om plotse liquiditeitsschokken op te vangen. Hoewel
dit meer vertrouwen in het financiële stelsel zou moeten wekken, zouden
strengere liquiditeitsregels van invloed kunnen zijn op het vermogen van de
banken om leningen met een lange looptijd te verstrekken. Bij de invoering van het
liquiditeitsdekkingsvereiste (een liquiditeitsratio met een tijdshorizon van
één maand) in Europa en de huidige internationale debatten over de vaststelling
van de nettostabielefinancieringsratio (een liquiditeitsratio met een
tijdshorizon van één jaar) moet een evenwicht worden gevonden tussen het
verbeteren van de weerbaarheid van de banksector tegen liquiditeitsschokken en
het vermijden van buitensporige beperkingen op looptijdtransformatie die
langetermijnfinanciering ontmoedigen[12].
Bovendien voorziet de VKV in de geleidelijke invoering van het
liquiditeitsvereiste en in een lange observatieperiode voordat een
wetgevingsvoorstel inzake de nettostabielefinancieringsratio kan worden
ingediend. De
hervorming van de banksector en met name de voltooiing van de bankenunie zijn
van cruciaal belang om het vertrouwen in de financiële sector te herstellen en
de huidige versnippering van de markt tegen te gaan, die vooral voor de
financiering van het mkb gevolgen heeft. Zodra deze hervormingen voltooid zijn,
zouden kredietnemers en beleggers moeten kunnen profiteren van een bredere,
diepere, beter geregelde markt waarop het nodige toezicht wordt uitgeoefend. Het
recente voorstel voor een structurele hervorming van de Europese banken[13] is
eveneens belangrijk, aangezien het essentiële financiële activiteiten zoals
kredietverstrekking aan de economie wil vrijwaren door ze te scheiden van
risicovolle handelsactiviteiten. Dit zou ook de huidige kruissubsidiëring van
handelsactiviteiten met deposito's inperken en banken zo meer stimuleren om
krediet te verstrekken aan de reële economie. Maatregelen
De Commissie zal tegen 2014[14]
en 2015[15]
verslagen voorbereiden over de geschiktheid van de VKV-vereisten ten
aanzien van langetermijnfinanciering.
De Commissie zal bij de
voorbereiding van de gedelegeerde handeling inzake het
liquiditeitsdekkingsvereiste[16]
(verwacht in de eerste helft van 2014) en de definitieve ijking van de nettostabielefinancieringsratio[17]
in het achterhoofd houden dat de langetermijnfinanciering door banken niet
onnodig mag worden beperkt. Daarnaast zou de monitoringperiode van de VKV
optimaal moeten worden benut om potentiële onbedoelde gevolgen van de
nieuwe liquiditeitsvoorschriften voor langetermijninvesteringen recht te
zetten en aan te pakken.
Verzekeringsmaatschappijen Institutionele
beleggers zoals verzekeringsmaatschappijen zijn geschikte verstrekkers van
langetermijnfinanciering. Hoewel de investeringen door institutionele beleggers
in minder liquide activa, zoals infrastructuuractiva, beperkt zijn, krijgen zij
door het streven naar hoger rendement in een klimaat van lage rentevoeten meer
belangstelling voor dergelijke activa. Met
de solvabiliteit II-richtlijn[18],
die vanaf 1 januari 2016 van toepassing zal zijn, zullen bepaalde belemmeringen
voor beleggingen in de lidstaten worden weggenomen, met name voor mindere
liquide categorieën van activa. Verzekeraars zullen de vrijheid krijgen om te beleggen
in alle soorten activa, voor zover zij het "prudent person"-beginsel
eerbiedigen, dat inhoudt dat zij in staat moeten zijn om het beleggingsrisico
van zulke activa "naar behoren te onderkennen, te meten, te bewaken, te
beheren, te beheersen en te rapporteren"[19]. Er
wordt aangevoerd dat het verstrengen van de kapitaalvereisten om alle
kwantificeerbare risico's af te dekken, met inbegrip van het marktrisico (dat
niet werd meegenomen in de vorige wettelijke regeling, solvabiliteit I), het
gedrag van de beleggers en de langetermijnvisie van verzekeraars als
institutionele beleggers kan beïnvloeden[20].
Daarom heeft de Commissie de Europese Autoriteit voor verzekeringen en
bedrijfspensioenen (EAVB) in september 2012 gevraagd om na te gaan of de ijking
en het ontwerp van de kapitaalvereisten moeten worden aangepast - zonder dat
dit de prudentiële doeltreffendheid van de regeling in het gedrang mag brengen
- met name voor investeringen in infrastructuur, het mkb en sociale
ondernemingen (met inbegrip van de securitisatie van schuld die dit doel
dient). De EAVB heeft haar analyse voorgelegd in december 2013[21]. Zij
beveelt criteria aan voor de definitie van hoogwaardige securitisatie en ontwerpt
een gunstigere behandeling voor zulke instrumenten, door de overeenkomstige
stressfactoren te verlagen[22].
Dit is een grote stap vooruit om duurzame securitisatiemarkten te stimuleren (zie
punt 4 over securitisatie). De Commissie zal rekening houden met het meest
recente EAVB-verslag bij het opstellen van de desbetreffende gedelegeerde
handelingen voor solvabiliteit II, met inbegrip van eventuele wijzigingen van
de behandeling van andere categorieën van activa dan securitisatie
(infrastructuur, mkb en sociale ondernemingen), zoals bepaald in het
oorspronkelijke mandaat aan de EAVB. Bovendien
zullen met de omnibus II-richtlijn[23]
in solvabiliteit II maatregelen worden opgenomen die specifiek bedoeld zijn om
de bestaande stimulansen te versterken om langetermijnpassiva te koppelen aan
langetermijnactiva en die gedurende de volledige looptijd aan te houden. De
lijst van activa die voor die overeenstemmingsaanpassing kunnen worden
gebruikt, werd verruimd naar belangrijke langetermijninvesteringen, zoals
projectobligaties voor infrastructuur. Maatregelen
De Commissie is voornemens
uiterlijk in september 2014 de gedelegeerde handeling voor solvabiliteit
II vast te stellen, met inbegrip van een aantal stimulansen om
langetermijnbeleggingen door verzekeraars te bevorderen.
Pensioenfondsen Pensioenfondsen
zijn institutionele beleggers met langetermijnpassiva. Zij zijn daarom in staat
om "geduldig" te beleggen. De Commissie juicht toe dat
pensioenfondsen steeds vaker kiezen voor alternatieve beleggingen, zoals
private equity en infrastructuur, om hun portefeuilles te diversifiëren en een
hoger rendement te verzekeren[24].
Het voorstel voor IBPV 2, dat vandaag werd aangenomen, zou kunnen bijdragen tot
meer langetermijnbeleggingen door bedrijfspensioenfondsen, doordat de lidstaten
minder mogelijkheden zullen hebben om bepaalde typen van langetermijnbeleggingen
aan restricties te onderwerpen. Naast
bedrijfspensioenfondsen kunnen ook persoonlijke pensioenproducten
langetermijninvesteringen stimuleren. In november 2012 vroeg de Commissie de EAVB
om een technisch advies voor te bereiden over de ontwikkeling van een EU-kader
voor de activiteiten van en het toezicht op persoonlijke pensioenproducten[25]. Dit zou
de gelegenheid bieden om meer spaargeld vrij te maken voor de financiering van
langetermijninvesteringen, wat zowel de toereikendheid van de
ouderdomspensioenen als de economische groei ten goede zou komen. De EAVB werd
verzocht om ten minste twee benaderingen in overweging te nemen: (i) de
ontwikkeling van gemeenschappelijke voorschriften om grensoverschrijdende
activiteiten van persoonlijke pensioenregelingen mogelijk te maken; of (ii) de
ontwikkeling van een 29e regeling waarbij de EU-voorschriften de nationale
voorschriften niet vervangen, maar er een alternatief voor bieden. De EAVB heeft
in februari 2014 een voorlopig verslag over persoonlijke pensioenproducten
voorgelegd. Maatregelen
De
Commissiediensten zullen in de tweede helft van 2014 de EAVB om een uitgebreid
advies verzoeken over de totstandbrenging van een eengemaakte markt voor
persoonlijke pensioenen om zo potentieel meer pensioenspaargeld te
mobiliseren voor langetermijnfinanciering.
Private
spaarrekeningen Naar aanleiding van het
groenboek bleek dat sommige belanghebbenden het een goed idee vinden om na te
gaan op welke manieren grensoverschrijdende stromen van spaargeld zouden kunnen
worden bevorderd, bijvoorbeeld door de invoering van een Europese spaarrekening
om een gestandaardiseerd kader aan te bieden om spaarders aan te zetten om bij
te dragen tot langetermijnfinanciering. Daarbij zou eerst naar de nationale
modellen worden gekeken en zouden aspecten als vergoedingstarieven, nationale depositobescherming,
complementariteit met bestaande nationale regelingen, het vergaren van middelen
en de criteria voor kredietverstrekking worden bekeken. Maatregelen
De
Commissiediensten zullen voor eind 2014 een studie verrichten naar mogelijk
marktfalen en andere tekortkomingen op het gebied van grensoverschrijdende
stromen van spaargeld, die tevens een overzicht van de nationale modellen
voor spaarrekeningen en een beoordeling van de opportuniteit van de
invoering van een Europese spaarrekening zal omvatten.
3. Overheidsfinanciering
beter benutten De
overheidssector levert een belangrijke bijdrage tot bruto-investeringen in de
vorm van materiële en niet-materiële investeringen. Er moeten inspanningen
worden geleverd om een transparanter en efficiënter gebruik van
overheidsmiddelen te verzekeren, het rendement op overheidsinvesteringen te
optimaliseren en de bijdrage van deze investeringen aan groei en hun vermogen
om privé-investeringen aan te trekken te vergroten. De Commissie zal via het
Europees semester toezicht blijven houden op het begrotingsbeleid en de
kwaliteit van de overheidsuitgaven van de EU-28 en nagaan of de procedure bij
buitensporige tekorten wordt nageleefd. Bovendien moet dit vraagstuk vanuit een
zo ruim mogelijk oogpunt worden bekeken: er moet eveneens aandacht worden
geschonken aan de activiteiten van nationale stimuleringsbanken en
exportkredietagentschappen. Nationale
stimuleringsbanken Nationale
en regionale stimuleringsbanken spelen een belangrijke rol in het aansturen van
langetermijnfinanciering, samen met de EIB/het EIF en andere multilaterale
ontwikkelingsbanken, zoals de EBWO. De afgelopen jaren hebben zij hun
activiteiten uitgebreid in een poging om de teruglopende balansen van
commerciële kredietverstrekkers te compenseren. Aangezien de economische
situatie zich stabiliseert en de kredietverstrekkingscapaciteit van deze instellingen
beperkt is, moeten zij zich toespitsen op marktfalen en op activiteiten die een
toegevoegde waarde creëren. Tijdens de raadpleging werden opgeroepen tot meer
gezamenlijke EU-nationale of multinationale initiatieven,eenvoudigere
procedures voor het bevorderen van samenwerking en synergieën tussen de
EU-begroting en de EIB/het EIF, multilaterale ontwikkelingsbanken en nationale
stimuleringsbanken, en tot een nauwere betrokkenheid van de nationale
stimuleringsbanken bij het EU-beleid en een betere toegang tot de EU-middelen.
Het gaat dan onder meer om het beleid inzake milieu, de gevolgen van
klimaatverandering, innovatie en de ontwikkeling van sociaal en menselijk
kapitaal. Samenwerking tussen multilaterale banken en nationale
stimuleringsbanken werd bovendien beschouwd als een belangrijke factor om
optimaal gebruik te kunnen maken van synergieën en complementariteit en om
overlappingen en dubbele financiering te voorkomen. Maatregelen
De
Commissie zal in 2014 een mededeling inzake stimuleringsbanken publiceren
met richtsnoeren inzake algemene beginselen; governance en transparantie,
als belangrijke factoren om het vertrouwen van beleggers te wekken en
gunstige financieringsvoorwaarden te scheppen; toezicht en
regelgevingsaspecten; en de rol van nationale stimuleringsbanken in
gezamenlijke investeringen en de besteding van middelen uit de
EU-begroting ter ondersteuning van de Europese beleidsprioriteiten voor 2020
en daarna.
De
Commissie zal de samenwerking tussen de nationale stimuleringsbanken en de
EIB/het EIF en mogelijk ook met andere multilaterale ontwikkelingsbanken
aanmoedigen en monitoren zoals de Europese Raad van juni 2013 haar heeft
gevraagd, en in december 2014 verslag uitbrengen aan de Raad.
Exportkredietagentschappen Exportkredietagentschappen
zijn zowel belegger als risicoverzekeraar/borg voor langetermijnfinanciering.
In die hoedanigheid kunnen zij een belangrijke rol spelen bij de ondersteuning
van grensoverschrijdende investeringen binnen de EU en bij de ondersteuning van
de uitvoer van kapitaalgoederen uit de EU. Dit is een gebied waarop spanningen
met betrekking tot het landenrisico een onmiddellijk effect hebben op de
langetermijnfinanciering, met name in het geval van langetermijnwaarborgen. Maatregelen
De
Commissiediensten zullen een verslag publiceren over het bevorderen van
betere coördinatie en samenwerking tussen bestaande nationale
kredietexportregelingen.
4. Europese kapitaalmarkten ontwikkelen Er
zijn in Europa beleidsinspanningen nodig om de financieringskanalen te
diversifiëren. De Europese kapitaalmarkten zijn gemiddeld genomen relatief
onderontwikkeld en volstaan momenteel niet om de financieringskloof te dichten
die de schuldafbouw bij de banken heeft gecreëerd. Er zijn tevens passende
financieringsinstrumenten nodig opdat de financiële markten een actieve en
effectieve rol kunnen spelen in het kanaliseren van middelen naar
langetermijninvesteringen. Het gaat dan onder meer om innovatieve
financieringsinstrumenten die inspelen op de belangrijkste uitdagingen op het
gebied van duurzame groei in Europa, zoals infrastructuurobligaties,
klimaatobligaties en obligaties met sociale impact (zie punt 6). Markten
voor bedrijfsobligaties en aandelen De financiering door de kapitaalmarkt
heeft sterk geleden onder de crisis, maar loopt al terug sinds de jaren negentig.
Het aantal beursintroducties in Europa en de VS ligt ongeveer vijf keer lager
dan in de jaren voor 1999[26].
Uit studies in de VS blijkt ook dat het twee keer zo lang duurt voordat
bedrijven naar de beurs stappen, van 4,8 jaar in de vroege jaren tachtig tot
meer dan 9 jaar sinds 2007[27].
Zelfs wanneer rekening wordt gehouden met de cyclische aard van
beursintroducties, is dit een zorgwekkende tendens, zeker wat de
werkgelegenheid betreft, aangezien uit dezelfde Amerikaanse studies blijkt dat 92 %
van de groei in een bedrijf na de beursgang plaatsvindt. De oprichting van een
taskforce voor beursintroducties door verschillende marktverenigingen[28] om
deze punten aan te pakken is dan ook een welkom initiatief. Bedrijfsobligaties worden in
grote coupures uitgegeven door grote beursgenoteerde bedrijven en gekocht door
financiële instellingen. Deze markt is de afgelopen jaren gegroeid. Deze
instrumenten zijn echter doorgaans niet beschikbaar voor het mkb of voor midcaps,
hoewel er de afgelopen jaren ook verschillende markten zijn gecreëerd voor
retailobligaties in Duitsland (lancering van BondM-markt in 2010), het VK
(lancering van ORB in 2010), Frankrijk (lancering van IBO in 2012) en Italië
(lancering van ExtraMOT PRO in 2013). Ondanks deze nationale
initiatieven blijft de Europese kapitaalmarkten zowel voor obligaties als voor aandelen
versnipperd en te weinig aantrekkelijk voor het mkb en midcaps, waarbij weinig
grensoverschrijdende beleggingen in effecten te noteren vallen, met uitzondering
van eersterangseffecten. Belangrijke belemmeringen zoals verschillen in de
wetgeving inzake effecten en faillissementen blijven overeind. Maatregelen
De
gedelegeerde handeling van de Commissie waarvan sprake in MiFID 2[29]
zal ervoor zorgen dat de voorschriften voor mkb-groeimarkten de
administratieve lasten voor emittenten op deze markten tot een minimum
beperken en tegelijkertijd een hoge mate van bescherming blijven bieden
voor beleggers. Deze voorschriften omvatten het minimale aandeel van
mkb-emittenten op deze markten, evenals passende criteria voor de
toelating tot de handel, informatieverstrekking aan beleggers en
financiële verslaglegging.
De
Commissiediensten zullen in een studie nagaan of er na de verbeteringen
die MiFID 2 heeft opgeleverd voor effecten zonder aandelenkarakter
aanvullende maatregelen nodig zijn voor de totstandbrenging van een
liquide en transparante secundaire markt voor het verhandelen van
bedrijfsobligaties in de EU.
De
Commissie zal voor eind 2015 de gevolgen en effecten van de voorschriften
van de prospectusrichtlijn beoordelen[30].
Bij deze beoordeling zullen met name de evenredige openbaarmakingsregeling
voor mkb-emittenten en ondernemingen met beperkte beurswaarde worden
bekeken.
De
Commissie zal nagaan of de criteria om voor instellingen voor collectieve
belegging in effecten (icbe's) als belegging in aanmerking te komen, kunnen
worden uitgebreid naar beursgenoteerde effecten op mkb-groeimarkten die
aan bepaalde liquiditeitskenmerken voldoen, met het oog op de
tenuitvoerlegging van het MiFID 2-kader. Of Europese
langetermijninvesteringsfondsen (Eltif's) eveneens moeten kunnen beleggen
in beursgenoteerde mkb-bedrijven is een belangrijke vraag die momenteel
wordt besproken in de context van het Eltif-voorstel van de Commissie[31].
Niet-beursgenoteerde mkb-bedrijven zijn in het Commissievoorstel al opgenomen
in de categorieën van activa die in aanmerking zouden komen voor een
Eltif-investering.
Securitisatie Securitisatietransacties
stellen banken in staat om leningen opnieuw te financieren door activa te
bundelen en om te zetten in effecten die aantrekkelijk zijn voor institutionele
beleggers. Vanuit het oogpunt van de bank maken dergelijke transacties kapitaalmiddelen
vrij, waardoor banken hun kredietverstrekkingsactiviteiten kunnen uitbreiden en
economische groei kunnen financieren. Voor institutionele beleggers bieden
zulke effecten, als ze voldoende groot zijn, liquide mogelijkheden om te
beleggen in categorieën van activa waarin zij niet rechtstreeks beleggen, zoals
mkb-bedrijven of hypotheken. Sommige
securitisatiemodellen waren in het verleden onvoldoende geregeld. De zwakke
punten van die modellen werden al in een vroeg stadium geïdentificeerd en in de
daaropvolgende financiële hervorming van de EU aangepakt. Sinds 2011 gelden er
in de Europese banksector risicobehoudvereisten ("risicodragende inbreng"),
die sindsdien naar alle financiële sectoren zijn uitgebreid. Daarnaast worden
er openbaarmakingsverplichtingen gehandhaafd die beleggers in staat moeten
stellen om een grondig inzicht te verwerven in de instrumenten waarin zij
beleggen. De overheden treffen heel wat
concrete maatregelen om securitisatietransacties verder te standaardiseren en
transparanter te maken, om zo het vertrouwen van de beleggers[32] te
vergroten. De Europese instellingen en agentschappen moeten nauwer samenwerken
en synergieën tot stand brengen, bijvoorbeeld wat de standaardisatie van de
verslagleggingssjablonen betreft. Voorts dragen ook door de industrie geleide
initiatieven, zoals de invoering van etikettering, bij tot deze doelstellingen. Ondanks deze maatregelen
heeft de markt zich tot op heden nog niet opmerkelijk hersteld. Dit is
grotendeels te wijten aan het stigma dat nog steeds aan deze transacties kleeft
en de manier waarop ze in de regelgeving worden behandeld. Veel belanghebbenden
hebben opgeroepen tot een differentiëring van securitisatieproducten voor
prudentiële doeleinden, om zo de ontwikkeling van duurzame securitisatiemarkten
te stimuleren. In het technische verslag van de EAVB voor solvabiliteit II en
het voorstel van de Commissie inzake een structurele hervorming van de
banksector wordt voorzien in een differentiëring voor "hoogwaardige"
securitisatieproducten. Maatregelen ·
De Commissie zal werk maken van de
differentiëring van "hoogwaardige" securitisatieproducten om zo de
samenhang in alle financiële sectoren te verzekeren en de mogelijkheid te
verkennen van een preferentiële behandeling in de regelgeving die compatibel is
met de prudentiële beginselen. De Commissie zal overwegen om deze aanpak in te
voeren in andere relevante EU-wetgeving voor de verschillende financiële
sectoren. De Commissie zal met name rekening houden met eventuele toekomstige
verhogingen van de liquiditeit van een aantal securitisatieproducten na verdere
differentiëring en standaardisatie. ·
De Commissie zal samenwerken met de
internationale ontwikkelaars van standaarden, met name het Bazels Comité en de
Internationale Organisatie van effectentoezichthouders (IOSCO) om wereldwijde
standaarden te ontwikkelen en toe te passen, met name op het gebied van de
voorschriften inzake risicobehoud, hoogwaardige standaardisatie en
transparantie om zo voor de nodige samenhang te zorgen en willekeur in de
regelgeving te voorkomen. Gedekte obligaties Gedekte obligaties
vormen een standaardmanier om de kapitaalmarkten aan te boren voor financiering
die wordt gedekt door activa van goede kwaliteit. Terwijl deze instrumenten
beleggers meer veiligheid en liquiditeit bieden dan preferente ongedekte
effecten, profiteren emittenten van voordelen zoals kosteneffectieve
financiering en een diversifiëring van de financiering. Hoewel in verschillende
EU-voorschriften sprake is van gedekte obligaties, bestaat er momenteel niet
één enkel geharmoniseerd kader. Sommige lidstaten beschikken niet over specifieke
wetgeving hieromtrent. Nadat de criteria voor preferentiële kapitaalvereisten
in de banksector zich tot een algemeen aanvaarde marktnorm hebben ontwikkeld,
heeft er zich niettemin een zekere convergentie voorgedaan[33]. Maatregelen ·
De Commissie zal tegen eind 2014 bekijken hoe de
gedekte obligaties behandeld worden in de VKV[34]
om zo de basis te leggen voor een geïntegreerde Europese markt voor gedekte
obligaties. In deze evaluatie zal zij aandacht besteden aan de kwaliteit van
kredieten, beleenbaar onderpand en transparantie. Zij zou ook een versterking
van het toezicht, de afdwingbaarheid van preferentiële rechten en segregatie
bij faillissementen kunnen verkennen. ·
Rekening houdend met de bevindingen van de
hierboven beschreven evaluatie zullen de Commissiediensten een studie lanceren
naar de voordelen van het invoeren van een EU-kader voor gedekte obligaties. Onderhandse
plaatsing Onderhandse plaatsing
kan een alternatief zijn voor kredietverstrekking door een bank of de uitgifte
van openbare bedrijfsobligaties en zou de beschikbaarheid van financiering voor
middelgrote tot grote niet-beursgenoteerde ondernemingen en mogelijk ook voor
infrastructuurprojecten kunnen vergroten. Het huidige regelgevingskader staat
onderhandse plaatsing toe en sommige lidstaten hebben deze markten al
ontwikkeld (bv. de "Schuldschein"-markt in Duitsland en "Euro
PP" in Frankrijk). Zowel de vraag naar als het aanbod van dit soort
financiering neemt toe, wat ook blijkt uit de groei van de bestaande markten in
de EU en het aantal Europese emittenten dat toegang zoekt tot de Amerikaanse
markt voor onderhandse plaatsing[35]. Deze activiteit wordt
echter nog niet op grote schaal toegepast in heel Europa. De redenen daarvoor
zijn onder meer het gebrek aan gestandaardiseerde documentatie en informatie
over de kredietwaardigheid van de emittenten en het gebrek aan liquiditeit op
de secundaire markt. Aangezien informatie over invordering bijzonder belangrijk
is voor beleggers in deze producten, werden ook de verschillen tussen de
Europese insolventiewetten genoemd als belemmering voor de ontwikkeling van een
bredere grensoverschrijdende markt voor onderhandse plaatsing. Maatregelen ·
De Commissiediensten zullen voor eind 2014 een
studie verrichten om de markten voor onderhandse plaatsing in Europa in kaart
te brengen in vergelijking met andere plaatsen/praktijken, na te gaan welke
factoren bepalend zijn voor het succes van deze markten en beleidsaanbevelingen
te ontwikkelen om dit succes op ruimere schaal in de EU te herhalen. Voorts
zullen zij de potentiële risico's beoordelen, aangezien markten voor
onderhandse plaatsing per definitie minder transparant zijn dan openbare
kapitaalmarkten en bijzonder illiquide zijn. Deze studie zal voortbouwen op de
openbare raadpleging en de effectbeoordeling die in 2007/2008[36] werd
verricht. 5. De toegang van het mkb tot financiering
verbeteren Doordat
het mkb zo sterk afhankelijk is van financiering door banken, heeft deze sector
het zwaarst geleden onder de crisis. Het mkb heeft het nog steeds moeilijk om
een lening te krijgen, met name in de perifere economieën, deels vanwege de
versnippering van de banksector[37]. Eén
van de belangrijkste aspecten van financiering voor het mkb is het bevorderen
van de overgang van starter naar mkb-bedrijf naar midcap, d.w.z. het opklimmen
in de zogeheten "financieringsladder". Mkb-bedrijven gebruiken in de
loop van hun levenscyclus een combinatie van financieringsbronnen, waaronder
bankschuld en extern kapitaal van business angels, durfkapitaal,
private-equityfondsen en uiteindelijk ook de kapitaalmarkten. Mkb-bedrijven
vinden de overgang van de ene mengeling van financieringsbronnen naar de andere
vaak moeilijk. Tussen de verschillende groeifasen krijgen bedrijven te kampen
met "financieringskloven" en "opleidingskloven". Dit is vooral
het geval in de startfase en in de groeifase, deels omdat de financiering met
durfkapitaal in Europa eerder beperkt is. In
2011 heeft de Commissie een actieplan voor de financiering van het mkb
aangenomen. Veel van de maatregelen die daarin werden beschreven, zijn reeds
uitgevoerd, waaronder regelgevingsmaatregelen, financiële programma's en
bevorderingsinitiatieven. Het werkdocument van de Commissiediensten dat bij
deze mededeling is gevoegd, bevat een overzicht van de tenuitvoerlegging van
het actieplan. Een aantal van deze maatregelen loopt nog, zoals de initiatieven
om de opleidings- en informatiekloof bij het mkb te dichten via het Enterprise
Europe Network. Het toekomstige netwerk, dat zijn activiteiten zal aanvatten in
2015[38],
zal mkb-bedrijven uitgebreider advies en meer bijstand verlenen met betrekking
tot de toegang tot financiering en zal nauwer samenwerken met andere
plaatselijke dienstverleners, zoals financiële tussenpersonen en boekhouders. Op
nationaal niveau zijn eveneens verschillende begeleidingsprogramma's
uitgewerkt, met name om mkb-bedrijven voor te bereiden op de toegang tot de
kapitaalmarkten (zoals het ELITE-programma dat werd ontwikkeld door Borsa
Italiana)[39]. Het
gebrek aan passende, vergelijkbare, betrouwbare en eenvoudig toegankelijke
kredietinformatie over mkb-bedrijven is een probleem dat vaak wordt genoemd als
één van de hinderpalen die ervoor hebben gezorgd dat het mkb traditioneel
sterker afhankelijk is van financiering door plaatselijke banken. De Commissie
heeft in november 2013 een workshop met erg uiteenlopende belanghebbenden
georganiseerd om de nationale praktijken en nieuwe initiatieven in de
privésector en de overheidssector te bespreken om zo na te gaan op welke
manieren de mkb-informatie kon worden verbeterd. De workshop heeft bevestigd
dat er in de hele EU duidelijke belemmeringen bestaan voor de toegang van
beleggers en verstrekkers van financiering tot betrouwbare, beschikbare en
vergelijkbare mkb-informatie. Die belemmeringen zijn deels te wijten aan de
grote verschillen tussen de lidstaten wat de mate van informatie aan het
publiek en de openbaarmaking daarvan betreft, vooral als gevolg van de opzet
van de nationale rechtskaders. Maatregelen
De
Commissiediensten zullen in 2014 de Europese en nationale wetgeving en
praktijken die van invloed zijn op de beschikbaarheid van
kredietinformatie over het mkb in kaart brengen om na te gaan op welke
manieren de EU de kredietscoresector kan aanpakken, en om te evalueren of
een harmonisatie/verbetering van de vergelijkbaarheid van mkb-gegevens in
de hele EU haalbaar is.
De
Commissiediensten zullen ook de dialoog tussen de banken en het mkb nieuw
leven inblazen om de financiële kennis van het mkb te verbeteren,
voornamelijk met betrekking tot de feedback van de banken op kredietaanvragen.
De Commissiediensten zullen ook beste praktijken onderzoeken om het mkb te
helpen om toegang te krijgen tot de kapitaalmarkten.
6. Private financiering aantrekken voor de
infrastructuur die nodig is voor Europa 2020 Investeringen
in infrastructuur waren oorspronkelijk vooral bestemd voor projecten die veel
kapitaal vereisen, zoals wegen- en spoorwegnetten, pijpleidingen en
transmissienetwerken in de energiesector en nationale backbone-netwerken voor
telecommunicatie. In de nieuwe aanpak voor de financieringsfaciliteit voor
Europese verbindingen en de Europese structuur- en investeringsfondsen wordt de
nadruk gelegd op duurzaamheid, energie-efficiëntie, innovatie,
interoperabiliteit en onderlinge aansluitingen in een multimodale Europese infrastructuur.
Dit betekent dat de nadruk verschuift naar het spoor en intelligent
verkeersbeheer in de vervoersector, naar koolstofluwe energieopwekking en
energie-efficiëntie in gebouwen en naar onderlinge verbindingen in de sectoren
energie en ICT. Het EU-initiatief
inzake projectobligaties[40]
werd door veel belanghebbenden genoemd als een positief voorbeeld van het
aantrekken van privékapitaal voor infrastructuurprojecten. De Commissiediensten
overwegen een aantal verbeteringen van het initiatief inzake projectobligaties
en bekijken of projectobligaties een oplossing kunnen bieden voor andere
infrastructuursectoren, zoals activa op het gebied van duurzaam vervoer,
energieopwekking uit hernieuwbare bronnen en slimme netwerken. Met name
praktische regelingen voor mogelijke bijdragen in het kader van Europese
structuur- en investeringsfondsen overeenkomstig de respectieve verordeningen
kunnen worden onderzocht. De Commissie zal in dit verband
aanbestedende diensten in de hele EU ertoe aanzetten om de privésector te
betrekken bij de uitvoering van infrastructuurprojecten wanneer dat economisch
nuttig kan zijn. Dit zal de diensten aanmoedigen om analyses van de volledige
levenscyclus en van de kosten en baten uit te voeren, en inschrijvingen die
uitgaan van een breder scala van financieringsopties bevorderen, wat volledig in
overeenstemming is met de recente wijzigingen van de aanbestedingsrichtlijnen.
Door de beschikbaarheid van transparante informatie en gegevens over nieuwe
projecten van publiek-private partnerschappen (PPP's) te verbeteren zouden ook
institutionele beleggers kunnen worden aangetrokken voor Europese projecten. Hoewel infrastructuurinvesteringen
bijzonder belangrijk zijn, zijn er nauwelijks samenhangende pan-Europese
gegevens beschikbaar over de prestaties van infrastructuurleningen. Het gebrek
aan gegevens werd in het verslag van de EAVB aan de Commissie van december 2013
genoemd als één van de belemmeringen waardoor de Autoriteit niet de nodige
analyses had kunnen verrichten om een lagere ijking van de kapitaalvereisten
voor infrastructuuractiva aan te bevelen. Infrastructuuractiva zijn erg
omvangrijk, waardoor de steekproefgroottes kleiner zijn dan bij typische
bedrijfsleningen. De gegevens zijn vaak eigendom van banken en geldschieters en
zijn onderhevig aan strikte vertrouwelijkheidsclausules. Deze gegevens
beschikbaar stellen voor de markt zou niet alleen helpen om meer institutionele
beleggers aan te trekken, het zou de regelgevers ook helpen om de voordelen van
een prudentiële regeling op maat voor infrastructuurinvesteringen te verkennen. Maatregelen
De Commissiediensten zullen in
2014
evalueren of het mogelijk is om vrijwillig, indien mogelijk via één enkel
portaal, de bestaande informatie over plannen en projecten voor
infrastructuurinvesteringen door nationale, regionale en gemeentelijke
instanties beschikbaar te stellen.
De Commissiediensten zullen in
2014
evalueren of het haalbaar is om uitgebreide en gestandaardiseerde kredietstatistieken
over infrastructuurschuld te vergaren en waar mogelijk op één enkel
toegangspunt beschikbaar te stellen en nagaan hoe dit alles in de praktijk
kan worden verwezenlijkt. Hierdoor zou het werk dat in het kader van de
FSB en de G20 is gedaan, worden ondersteund. De Commissiediensten zouden
de EIB, de EBRO, de nationale stimuleringsbanken en de institutionele
beleggers hierbij kunnen betrekken.
7. Het globale kader voor duurzame financiering
verbeteren Het
vermogen van de economie om middelen te kanaliseren naar
langetermijnfinanciering hangt ook af van een aantal horizontale factoren,
zoals corporate governance, verslaglegging en het fiscale en juridische kader. Het
algemene ondernemings- en regelgevingsklimaat is zowel voor binnenlandse als
voor grensoverschrijdende investeringen van belang. Corporate
governance De
manier waarop activa worden beheerd, kan voor langetermijnfinanciering een
belangrijke rol spelen, als de stimulansen voor institutionele beleggers,
activabeheerders en bedrijven op hun langetermijnstrategieën worden afgestemd en
de bezorgdheid over kortetermijndenken, speculatie en agentuurbetrekkingen
wordt weggenomen. Veel
belanghebbenden en een groot aantal empirische studies en verslagen hebben
gewezen op de mogelijke voordelen van financiële participatie van werknemers en
werknemersaandeelhouderschap voor de productiviteit en het concurrentievermogen
enerzijds en de motivatie en het behoud van werknemers anderzijds. Deze
regelingen zorgen ook voor geëngageerde aandeelhouders die naar de lange
termijn kijken. Alles
wijst er bovendien op dat maatschappelijke, milieu- en governancekwesties van
groot belang zijn voor de duurzame langetermijnprestaties van bedrijven en
beleggers die zich met zulke vraagstukken bezighouden. De Commissie heeft al
een aantal initiatieven uitgewerkt om de bedrijfstransparantie te verhogen,
zoals het voorstel over niet-financiële verslaglegging[41].
Het aantal beleggers dat rekening houdt met dit soort kwesties bij de
samenstelling van hun portefeuille is echter eerder beperkt, en bepaalde
beleggers zijn zelfs van mening dat het opnemen van zulke factoren zou
indruisen tegen hun fiduciaire verplichting om het rendement voor de
begunstigden te optimaliseren. Maatregelen ·
De
Commissie zal een voorstel overwegen voor de herziening van de richtlijn
betreffende aandeelhoudersrechten om de langetermijnbelangen van institutionele
beleggers, activabeheerders en bedrijven beter op elkaar af te stemmen.
De
Commissie zal in 2014 in het
kader van het proefproject van het Europees Parlement rond het bevorderen
van inspraak en participatie van werknemers werknemersaandeelhouderschap
in de EU beoordelen om problemen met de grensoverschrijdende toepassing
van regelingen voor werknemersaandeelhouderschap/financiële participatie
van werknemers te identificeren en mogelijke EU-maatregelen te formuleren
om financiële participatie van werknemers en met name
werknemersaandeelhouderschap te bevorderen.
·
De
Commissie zal een aanbeveling overwegen om de kwaliteit van de verslaglegging
over corporate governance te verbeteren, evenals een verslag over stimulansen
voor institutionele beleggers en activabeheerders om in hun
beleggingsbeslissingen meer rekening te houden met informatie over milieu
(bijvoorbeeld de ecologische voetafdruk en de risico's voor het klimaat), sociale
aspecten en governance, en een studie naar fiduciaire verplichtingen en
duurzaamheid. Standaarden
voor jaarrekeningen In
het groenboek werd onderzocht hoe de nauwkeurigheid van de informatie die aan
beleggers wordt verstrekt, kan worden afgewogen tegen voldoende stimulansen om
langetermijnbeleggingen aan te houden en te beheren. In deze context oogstte de
verslaglegging op basis van de waarde in het economisch verkeer kritiek van
allerlei belanghebbenden omdat daardoor schommelingen op de markt in financiële
verslagen worden ingevoerd, waardoor kortetermijndenken wordt gestimuleerd.
Veel respondenten wezen op het belang van het conceptueel kader van de IASB om
te verzekeren dat toekomstige standaarden voor jaarrekeningen zo worden
ontwikkeld dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor langetermijnbeleggingen.
Zij wezen eveneens op de lopende werkzaamheden binnen de IASB om de verslaglegging
van financieringsinstrumenten (IFRS 9) te herzien. De
verordening betreffende de toepassing van internationale standaarden voor
jaarrekeningen (IAS) van 2002 wordt geëvalueerd, ook om na te gaan of de in 2002
vastgelegde goedkeuringscriteria nog steeds geschikt en voldoende robuust zijn
voor het Europa van vandaag en van de toekomst[42]. De
manier waarop het mkb wordt behandeld op het gebied van verslaglegging speelt
in dit verband ook een belangrijke rol. Veel belanghebbenden hebben gevraagd om
een vereenvoudigde versie voor beursgenoteerde mkb-bedrijven van de volledige
reeks IFRS-standaarden die van toepassing zijn op alle beursgenoteerde
ondernemingen, hoewel zij erkennen dat robuuste standaarden nodig zijn om het
vertrouwen van de beleggers te behouden[43].
Bovendien zou een volledig op zichzelf staand jaarrekeningenkader voor
niet-beursgenoteerde mkb-bedrijven nuttig kunnen zijn voor grensoverschrijdende
groepen. Vandaag zijn niet-beursgenoteerde mkb-bedrijven onderworpen aan
nationale standaarden voor jaarrekeningen op basis van de onlangs herziene jaarrekeningenrichtlijnen
van de EU, waarin gemeenschappelijke basisbeginselen zijn vastgelegd die de
lidstaten moeten toepassen bij het ontwerp van hun nationale kaders voor de
jaarrekeningen voor het mkb (zie het werkdocument van de Commissiediensten). Maatregelen ·
De Commissie zal, in het kader van haar
goedkeuring van de herziene IFRS 9, overwegen of het gebruik van de waarde in
het economisch verkeer in die standaard passend is, met name met het oog op
bedrijfsmodellen voor langetermijnbelegging. ·
De Commissie zal de IASB uitnodigen om voldoende
aandacht te schenken aan de effecten van zijn besluiten op de investeringshorizonten
van beleggers, zowel voor specifieke relevante projecten als bij de
ontwikkeling van het conceptueel kader, waarbij met name aandacht moet worden
geschonken aan de herinvoering van het voorzichtigheidsbeginsel.
Bij
de evaluatie van de IAS-verordening door de Commissiediensten zal in de
loop van 2014 samen met de belanghebbenden worden nagegaan of de
goedkeuringscriteria passend zijn, rekening houdend met de Europese
behoefte aan langetermijnfinanciering.
De
Commissiediensten zullen in 2014 een raadpleging starten om na te gaan of (i)
een vereenvoudigde standaard voor jaarrekeningen voor de geconsolideerde
jaarrekening van beursgenoteerde mkb-bedrijven een goed idee is en (ii)
een volledige op zichzelf staande standaard voor jaarrekeningen voor niet-beursgenoteerde
mkb-bedrijven als aanvulling op de jaarrekeningenrichtlijn nuttig kan
zijn.
Fiscaal en
juridisch kader
In
een grote meerderheid van de Europese (en internationale) stelsels van
vennootschapsbelasting wordt de voorkeur gegeven aan financiering met schuld in
plaats van met kapitaal doordat rentebetalingen aftrekbaar zijn, terwijl die
behandeling niet bestaat voor de kosten die worden gemaakt voor het bijeenbrengen
van kapitaal.
Dit belastingvoordeel voor financiering met schuld kan bedrijven ertoe
aanzetten om meer schulden te maken en kan innovatieve ondernemingen en starters
die met kapitaal worden gefinancierd, straffen. Dit thema kon op heel wat
belangstelling rekenen tijdens de openbare raadpleging. Wat
het rechtskader voor langetermijnfinanciering betreft, leiden de verschillen
tussen de insolventiewetten van de lidstaten en het gebrek aan flexibiliteit in
die wetten tot hoge kosten voor de beleggers en tot een laag rendement voor
crediteuren en problemen voor bedrijven met grensoverschrijdende activiteiten
of aandeelhouders in de hele EU. Dit gebrek aan doeltreffendheid heeft gevolgen
voor de beschikbaarheid van financiering en voor het vermogen van bedrijven om
zich te vestigen en te groeien, met name voor het mkb. Bovendien bestaan er
wettelijke belemmeringen voor wat in juridische termen de cessie van
schuldvorderingen heet. Bij heel wat grensoverschrijdende
financieringstransacties, zoals securitisatie en factoring, worden
schuldvorderingen gecedeerd. Het gebrek aan duidelijke regelgeving op EU-niveau[44]
zorgt voor rechtsonzekerheid bij grensoverschrijdende cessies van
schuldvorderingen. Maatregelen ·
De Commissie zal in de landenspecifieke
aanbevelingen in het kader van het Europees semester aandelenkapitaal blijven
stimuleren, met name voor de lidstaten waar schuld door de
vennootschapsbelasting wordt aangemoedigd.
Zoals
gezegd in haar aanbeveling van maart 2014[45]
inzake beste praktijken om een vroege herstructurering van levensvatbare
ondernemingen mogelijk te maken en failliete ondernemers een tweede kans
te bieden, zal de Commissie de tenuitvoerlegging van de aanbeveling
evalueren en eventuele aanvullende maatregelen beoordelen.
·
De Commissiediensten zullen in 2014 een verslag
publiceren over het recht dat van toepassing is op de aspecten met betrekking
tot derden van de cessie van schuldvorderingen.
8. Conclusie
Langetermijnfinanciering
stimuleren is van essentieel belang voor de slimme, duurzame en inclusieve
groei in Europa. In deze mededeling wordt een hele reeks initiatieven op verschillende
vlakken beschreven. Sommige initiatieven hebben betrekking op de huidige
wetgeving, terwijl andere eerder verkennend van aard zijn. Al deze initiatieven
zijn bedoeld om het financiële stelsel beter in staat te stellen om middelen te
kanaliseren naar langetermijninvesteringen. De Commissie zal
zich inzetten om dit actieplan ten uitvoer te leggen. Zij zal daartoe zo vaak
als nodig en op regelmatige basis bijeenkomen met alle belanghebbenden. De
Commissie verzoekt de lidstaten en het Europees Parlement om de initiatieven
die in deze mededeling worden toegelicht, te ondersteunen. [1] Termen overgenomen
uit het artikel van de OESO "Promoting Longer-Term
Investment by Institutional Investors: Selected Issues and Policies", 2011, http://www.oecd.org/daf/fin/private-pensions/48616812.pdf [2]
Financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen: ongeveer 500 miljard EUR voor vervoer, 200 miljard EUR voor energie en 270 miljard EUR voor snelle breedband
(http://ec.europa.eu/transport/themes/infrastructure/connecting/doc/connecting/2012-10-02-cef-brochure.pdf). [3] Zie het pakket
sociale-investeringsmaatregelen, COM(2013) 83 van 20.2.2013. [4] Mededeling over een
beleidskader voor klimaat en energie in
de periode 2020-2030, http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52014DC0015&qid=1395868531930&from=NL [5] Voor
een gedetailleerde toelichting, zie het werkdocument van de Commissie diensten dat bij het Groenboek inzake
langetermijnfinanciering is gevoegd: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=SWD:2013:0076:FIN:NL:PDF [6] Een gedetailleerde samenvatting van de reacties en
alle niet-vertrouwelijke reacties zijn te vinden op
http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/2013/long-term-financing/docs/summary-of-responses_en.pdf [7] http://europa.eu/efc/working_groups/hleg_report_2013.pdf [8] http://www.europarl.europa.eu/oeil/popups/ficheprocedure.do?reference=2013/2175(INI)&l=en [9] Zie http://en.g20russia.ru/news/20130906/782782178.html [10] Zie http://www.oecd.org/finance/private-pensions/G20-OECD-Principles-LTI-Financing.pdf [11] Verordening (EU) nr. 575/2013 van het
Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële
vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging
van Verordening (EU) nr. 648/2012, en Richtlijn 2013/36/EU
van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot
het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op
kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG
en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG. [12] Zie overweging 100
van Verordening 575/2013. [13] COM(2014) 043. [14] Artikel 505:
Uiterlijk op 31 december 2014 dient de Commissie bij het Europees Parlement en
de Raad een verslag in waarin wordt getoetst "of de vereisten van deze
verordening passend zijn in het licht van de noodzaak te voorzien in
toereikende middelen voor alle vormen van langlopende financiering voor de
economie, met inbegrip van kritieke infrastructuurprojecten in de Unie op het
gebied van transport, energie en communicatie". [15] Artikel 516: De
Commissie brengt uiterlijk op 31 december 2015 verslag uit over het effect van
deze verordening op het aanmoedigen van langetermijninvesteringen in
groeibevorderende infrastructuur. [16] Artikel 460 van de
VKV. [17] Artikel 510, lid 3,
van de VKV. [18] Richtlijn 2009/138/EG
van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende
de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het
herverzekeringsbedrijf (solvabiliteit II). [19] Artikel 132 van solvabiliteit II. [20] Kapitaalvereisten
zijn maar één factor die
investeringsbeslissingen beïnvloedt, naast belastingstelsels, boekhoudkundige
regels of het gebrek van deskundigheid bij beleggers op het gebied van minder
liquide activa. [21] Zie https://eiopa.europa.eu/fileadmin/tx_dam/files/consultations/consultationpapers/EIOPA-13-163/2013-12-19_LTI_Report.pdf [22] Anders dan in de banksector
zijn de kapitaalvereisten afhankelijk van het risicoprofiel van elke verzekeraar en zijn ze veel lager dan de stressfactoren
omdat de berekening niet louter op factoren is gebaseerd. De kapitaalvereisten
stroken met de potentiële verliezen voor verzekeraars in gespannen
marktomstandigheden, nadat is rekening gehouden met een aantal specifieke
beperkende factoren voor elke verzekeraar (beperking van
toekomstige bonussen voor polishouders, uitgestelde belastingkredieten,
hedging, diversifiëring met andere bronnen van risico enz.). Op basis van de
meest recente Europese studies naar de kwantitatieve effecten raamt de Commissie
dat de kapitaalvereisten voor het marktrisico bij een typische
levensverzekeraar met langetermijnpassiva twee tot drie keer lager liggen dan
de stressfactoren voor elk type
van
investering. [23] Een in 2011
voorgestelde richtlijn [COM(2011) 0008] om solvabiliteit II aan
te passen aan het nieuwe kader voor uitvoeringsmaatregelen dat werd ingevoerd
met het Verdrag van Lissabon en aan de oprichting van de EAVB. [24] Het aandeel van hun
activa dat naar dergelijke beleggingen gaat, blijft echter beperkt, voornamelijk
voor infrastructuuractiva. Uit
een recent onderzoek van de OESO naar 86 grote pensioenfondsen en
reservefondsen voor openbarepensioenregelingen (http://www.oecd.org/daf/fin/private-pensions/survey-large-pension-funds.htm) is gebleken dat
slechts 1 % van de activa werd
belegd in niet-beursgenoteerde infrastructuurinvesteringen en 12-15 % in andere
alternatieve investeringen (de rest van de activa werd belegd in vastrentende
effecten, contanten en beursgenoteerde
aandelen). [25]
http://ec.europa.eu/internal_market/pensions/docs/calls/072012_call_en.pdf [26] Het aantal
beursintroducties voor het VK, Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje nam af
van ongeveer 350 per jaar tussen 1996 en 2000 tot ongeveer 70 per jaar tussen 2008
en 2012 (zie het werkdocument van de OESO "Making Stock Markets Work to
Support Economic Growth", http://www.oecd-ilibrary.org/governance/making-stock-markets-work-to-support-economic-growth_5k43m4p6ccs3-en). In de VS werd een
vergelijkbare daling vastgesteld, van ongeveer 500
beursintroducties per jaar voor 1999 tot ongeveer 100 per jaar na 1999 (zie http://www.sec.gov/info/smallbus/acsec/ipotaskforceslides.pdf). [27] Zie http://www.sec.gov/info/smallbus/acsec/ipotaskforceslides.pdf [28] Federatie van
Europese Effectenbeurzen (FESE), EuropeanIssuers en de Europese vereniging voor
risicodragend kapitaal (EVCA). Zie http://www.fese.eu/en/?inc=cat&id=8 [29] Volgens artikel 35
van de richtlijn van het
Europees Parlement en de Raad betreffende markten voor financiële instrumenten
en houdende intrekking van Richtlijn 2004/39/EG (MiFID 2), zoals geformuleerd
in de definitieve compromistekst. [30] Artikel 4 van
Richtlijn 2010/73/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010
tot wijziging van Richtlijn 2003/71/EG betreffende het prospectus dat
gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of
tot de handel worden toegelaten en Richtlijn 2004/109/EG betreffende de
transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen
waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. [31] Zie bijvoorbeeld het
ontwerpverslag Kratsa-Tsagaropoulou van het Europees Parlement over het
voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende
Europese langetermijninvesteringsfondsen. [32] De belangrijkste
initiatieven zijn de wettelijke
bepalingen
in de verordening inzake
ratingbureaus, waarin de ESMA wordt gevraagd om een openbare website op te
richten (VKV3, artikel 8 ter), en het
gecentraliseerde European DataWarehouse (EDW) dat gesponsord wordt door de ECB. [33] De bepalingen in de
RKV van 2006 en de VKV nu
hebben
reeds geleid tot een aanzienlijke harmonisatie van de activa die in aanmerking
komen voor gedekte obligaties. Voorts werd in de VKV reeds een minimumnorm voor
transparantie vastgesteld. [34] Zie artikel 503 van de VKV. [35] In 2012 hebben 36
Europese ondernemingen (waarvan 11 kleinere ondernemingen, met een omzet van
minder dan 500 miljoen USD) gebruik gemaakt van
de Amerikaanse markt voor onderhandse plaatsing, voor een bedrag van bijna 20
miljard USD. Zie http://www.thecityuk.com/research/our-work/reports-list/alternative-finance-for-smes-and-mid-market-companies/ [36] Zie http://ec.europa.eu/internal_market/investment/private_placement/index_en.htm [37] Zie het onderzoek van
de ECB inzake de toegang tot financiering voor mkb-bedrijven in de Eurozone,
april 2013 tot september 2013 http://www.ecb.europa.eu/pub/pdf/other/accesstofinancesmallmediumsizedenterprises201311en.pdf?acff8de81a1d9e6fd0d9d3b38809a7a0. Slechts 33 % van de
mkb-bedrijven die krediet aanvragen in Griekenland krijgt het volledig bedrag
dat werd aangevraagd, en slechts 50 % in Spanje en Italië (in vergelijking met een
gemiddelde van 65 % in de eurozone en 87 % in Duitsland) . Toch valt enige voorzichtige vooruitgang op te tekenen: 60 % van de
mkb-bedrijven in Ierland geeft aan met succes een volledige lening te hebben
gekregen, in vergelijking met slechts 30 % de afgelopen zes maanden, terwijl het percentage
in Spanje ook is gestegen van 40 % naar 50 %. [38] Zie de recente
oproep tot het indienen van voorstellen door de Commissie (http://ec.europa.eu/enterprise/contracts-grants/calls-for-proposals/index_en.htm) [39] Zie http://elite.borsaitaliana.it/en [40] Het initiatief
inzake projectobligaties is een instrument voor risicodeling dat door de
Commissie en de EIB in het leven werd geroepen om projectbedrijven in staat te
stellen om projectobligaties uit te geven die aantrekkelijk zijn voor beleggers
op de schuldmarkt in
verschillende sectoren: trans-Europese netwerken voor vervoer (TEN-V), voor
energie (TEN-E) en telecommunicatie- en breedbandnetwerken. [41] COM(2013) 207. [42] Zie het verslag van
Philippe Maystadt "Should IFRS Standards be More European?", http://ec.europa.eu/internal_market/accounting/docs/governance/reform/131112_report_en.pdf [43] De International
Accounting Standards Board (IASB) heeft een reeks vereenvoudigde standaarden
uitgewerkt, de zogeheten IFRS voor het mkb. Die
standaarden zijn evenwel bedoeld voor niet-beursgenoteerde bedrijven. [44] In Verordening 593/2008
inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome
I) wordt deze kwestie niet uitdrukkelijk geregeld. [45] C(2014) 1500.