Is sliocht ón suíomh gréasáin EUR-Lex atá sa doiciméad seo
Doiciméad 52014AP0093
P7_TA(2014)0093 Insolvency proceedings ***I European Parliament legislative resolution of 5 February 2014 on the proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council amending Council Regulation (EC) No 1346/2000 on insolvency proceedings (COM(2012)0744 — C7-0413/2012 — 2012/0360(COD)) P7_TC1-COD(2012)0360 Position of the European Parliament adopted at first reading on 5 February 2014 with a view to the adoption of Regulation (EU) No …/2014 of the European Parliament and of the Council amending Council Regulation (EC) No 1346/2000 on insolvency proceedings
P7_TA(2014)0093 Insolvabiliteitsprocedures ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 5 februari 2014 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures (COM(2012)0744 — C7-0413/2012 — 2012/0360(COD)) P7_TC1-COD(2012)0360 Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 5 februari 2014 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. …/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad betreffende insolventieprocedures
P7_TA(2014)0093 Insolvabiliteitsprocedures ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 5 februari 2014 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures (COM(2012)0744 — C7-0413/2012 — 2012/0360(COD)) P7_TC1-COD(2012)0360 Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 5 februari 2014 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. …/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad betreffende insolventieprocedures
PB C 93 van 24.3.2017, lgh. 366-388
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
24.3.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 93/366 |
P7_TA(2014)0093
Insolvabiliteitsprocedures ***I
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 5 februari 2014 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1346/2000 betreffende insolventieprocedures (COM(2012)0744 — C7-0413/2012 — 2012/0360(COD))
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(2017/C 093/61)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2012)0744), |
|
— |
gezien artikel 294, lid 2, en artikel 81 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0413/2012), |
|
— |
gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, |
|
— |
gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 22 mei 2013 (1), |
|
— |
gezien artikel 55 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A7-0481/2013), |
|
1. |
stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast; |
|
2. |
verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen; |
|
3. |
verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen. |
(1) PB C 271 van 19.9.2013, blz. 55.
P7_TC1-COD(2012)0360
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 5 februari 2014 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. …/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad betreffende insolventieprocedures
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 81,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Na raadpleging van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (3),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij verordening (EG) nr. 1346/2000 (4) van de Raad is een Europees kader vastgesteld voor grensoverschrijdende insolventieprocedures. De verordening bepaalt in welke lidstaat rechterlijke bevoegdheid bestaat tot het openen van insolventieprocedures, stelt uniforme regels vast inzake het toepasselijke recht en regelt de erkenning en uitvoering van beslissingen inzake insolventie alsook de coördinatie van hoofd- en secundaire insolventieprocedures. |
|
(2) |
In het verslag van de Commissie over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1346/2000 van 12 december 2012 (5) wordt geconcludeerd dat de verordening in het algemeen goed functioneert, maar dat het wenselijk is om de toepassing van bepaalde bepalingen ervan te verbeteren, zodat het effectieve beheer van grensoverschrijdende insolventieprocedures wordt verbeterd. |
|
(3) |
Het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1346/2000 moet worden uitgebreid tot procedures die het herstel van economisch levensvatbare schuldenaren in ernstige financiële moeilijkheden bevorderen, zodat gezonde ondernemingen geholpen worden om te overleven en ondernemers een tweede kans wordt gegeven. Het toepassingsgebied zou zich met name moeten uitstrekken tot procedures voor de herstructurering van een schuldenaar in een pre-insolventiefase of waarbij het bestaande management wordt gehandhaafd. De verordening zou ook betrekking moeten hebben op de procedures die voorzien in een schuldbevrijding van consumenten of zelfstandigen die niet aan de criteria van het vigerende instrument voldoen. [Am. 1] |
|
(4) |
De regels inzake de rechterlijke bevoegdheid tot de opening van insolventieprocedures moeten worden verduidelijkt en het procedurele kader voor het vaststellen van de rechterlijke bevoegdheid moet worden verbeterd. Ook moet er een expliciete regeling komen voor de rechterlijke bevoegdheid inzake maatregelen die rechtstreeks uit insolventieprocedures voortvloeien of en die daarmee nauw verbonden zijn. [Am. 2] |
|
(5) |
Teneinde de effectiviteit van insolventieprocedures te verbeteren in gevallen waarin de schuldenaar een vestiging in een andere lidstaat heeft, moet het vereiste dat secundaire procedures liquidatieprocedures zijn, worden afgeschaft. Bovendien moet een rechter de opening van een secundaire procedure kunnen weigeren wanneer die niet nodig is om de belangen van plaatselijke schuldeisers te beschermen. De coördinatie tussen hoofd- en secundaire procedures moet worden verbeterd, met name door de betrokken rechters tot samenwerking te verplichten. |
|
(6) |
Teneinde de voor de betrokken schuldeisers en rechters beschikbare informatie te verbeteren en te voorkomen dat parallelle insolventieprocedures worden geopend, moeten lidstaten worden verplicht om relevante beslissingen in grensoverschrijdende insolventiezaken openbaar te maken in een openbaar toegankelijk elektronisch register. Er moet worden voorzien in de onderlinge koppeling van insolventieregisters. Om de taak van buitenlandse schuldeisers te vereenvoudigen en de kosten van vertaling te verminderen, moeten standaardformulieren voor het indienen van vorderingen worden ingevoerd. |
|
(7) |
Er moeten specifieke regels komen inzake de coördinatie van procedures waarbij verschillende leden van eenzelfde groep ondernemingen betrokken zijn. De bij de verschillende insolventieprocedures betrokken curatoren insolventievertegenwoordigers en rechters moeten worden verplicht tot onderlinge samenwerking en onderling overleg. Bovendien moet ieder van de betrokken curatoren insolventievertegenwoordigers over de procedurele instrumenten beschikken om voor de groep ondernemingen die het voorwerp van een insolventieprocedure is, een herstelplan voor te stellen en om, zo nodig, om een schorsing van de insolventieprocedure te verzoeken met betrekking tot een andere onderneming dan die waarvoor hij is aangewezen. De definitie van de term „groep ondernemingen” moet aldus worden opgevat dat deze beperkt is tot het kader van insolventie en mag geen enkele invloed hebben op de vennootschapsrechtelijke aspecten inzake groepen. [Am. 3. Dit amendement geldt voor de hele tekst] |
|
(8) |
Om een snelle aanpassing mogelijk te maken van de verordening aan de relevante wijzigingen van de nationale insolventiewet die de lidstaten hebben aangemeld, moet de bevoegdheid om in overeenstemming met artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen, met betrekking tot de wijziging van de bijlagen worden gedelegeerd aan de Commissie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen uitvoert, ook op het niveau van deskundigen. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen zorgen voor een gelijktijdige, tijdige en passende verstrekking van de relevante documenten aan het Europees Parlement en de Raad. |
|
(9) |
Om ervoor te zorgen dat Verordening (EG) nr. 1346/2000 volgens eenvormige voorwaarden wordt uitgevoerd, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend conform Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (6). |
|
(10) |
Verordening (EG) nr. 1346/2000 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(11) |
De wijziging van deze verordening moet de regels inzake de terugvordering van staatssteun van insolvente ondernemingen, zoals uitgelegd in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-454/09 Commissie tegen Italië — „New Interline”) onverlet laten. Wanneer de volledige terugvordering van het bedrag van de staatssteun niet mogelijk is omdat het bevel tot terugvordering een onderneming betreft die het voorwerp van een insolventieprocedure vormt, moeten deze procedures altijd liquidatieprocedures zijn en leiden tot de definitieve staking van de activiteiten van de begunstigde en de liquidatie van zijn vermogen. |
|
(12) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht [hebben het Verenigd Koninkrijk en Ierland kennis gegeven van hun wens deel te nemen aan de vaststelling en de toepassing van deze verordening]/[nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland onverminderd artikel 4 van dat protocol, niet deel aan de vaststelling van deze verordening; deze is dan ook niet bindend voor noch van toepassing in deze landen]. |
|
(13) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is in deze lidstaat, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1346/2000 wordt als volgt gewijzigd:
|
(1) |
In overweging 2 wordt de verwijzing naar artikel 65 vervangen door een verwijzing naar artikel 81. |
|
(2) |
In de overwegingen 3, 5, 8, 11, 12, 14 en 21 wordt het woord „Gemeenschap” vervangen door het woord „Unie”. |
|
(3) |
Overweging 4 wordt vervangen door:
|
|
(4) |
Overweging 6 wordt vervangen door:
|
|
(5) |
Overweging 7 wordt vervangen door:
(*1) Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1).”" |
|
(6) |
Overweging 9 wordt vervangen door:
(*2) Richtlijn 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen (PB L 125 van 5.5.2001, blz. 15).”" |
|
(7) |
De volgende overweging wordt ingevoegd:
|
|
(8) |
Overweging 10 wordt vervangen door:
|
|
(8 bis) |
Overweging 11 wordt vervangen door:
|
|
(9) |
Een nieuwe overweging wordt ingevoegd:
|
|
(10) |
Overweging 13 vervalt. |
|
(11) |
De volgende overwegingen worden ingevoegd:
|
|
(12) |
De volgende overwegingen worden ingevoegd:
|
|
(13) |
Overweging 20 wordt vervangen door:
|
|
(14) |
De volgende overwegingen worden ingevoegd:
|
|
(15) |
De volgende overweging wordt ingevoegd:
|
|
(16) |
Overweging 29 wordt vervangen door:
|
|
(17) |
De volgende overweging wordt ingevoegd:
|
|
(18) |
Overweging 31 wordt vervangen door:
|
|
(19) |
De volgende overwegingen worden ingevoegd:
(*4) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13)." (*5) Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31)." (*6) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).”" |
|
(20) |
In de overwegingen 32 en 33 worden de woorden „Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap” vervangen door „Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie”. |
|
(21) |
De artikelen 1 en 2 worden vervangen door: „Artikel 1 Toepassingsgebied 1. Deze verordening is van toepassing op collectieve gerechtelijke of administratieve procedures, met inbegrip van kortgedingprocedures, die zijn gebaseerd op wetgeving inzake insolventie of schuldaanpassing, en waarin, ten behoeve van herstel, voorkoming van liquidatie , schuldaanpassing, reorganisatie of liquidatie,
Wanneer dergelijke procedures vóór de insolventie mogen worden begonnen, moeten zij het voorkomen van liquidatie tot doel hebben. De in dit lid bedoelde procedures worden opgesomd in bijlage A. [Am. 13] 1 bis. Wanneer de in lid 1 vermelde procedures krachtens de wet van de lidstaat waarin de insolventieprocedures worden geopend, vertrouwelijk zijn, is deze verordening slechts op dergelijke procedures van toepassing nadat zij overeenkomstig de wet van die lidstaat openbaar worden gemaakt en op voorwaarde dat zij geen gevolgen hebben op de vorderingen van de schuldeisers die er niet bij betrokken zijn. [Am. 14] 2. Deze verordening is niet van toepassing op insolventieprocedures betreffende
Artikel 2 Definities Voor het doel van deze verordening wordt verstaan onder:
(*7) Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338). " (*8) Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1). " (*9) Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19). ”" |
|
(22) |
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(23) |
De volgende artikelen worden ingevoegd: „Artikel 3 bis Bevoegdheid inzake samenhangende vorderingen 1. De rechter van de lidstaat op het grondgebied waarvan een insolventieprocedure is geopend overeenkomstig artikel 3 is bevoegd om kennis te nemen van alle vorderingen die rechtstreeks uit de insolventieprocedure voortvloeien en die daar nauw op aansluiten. 2. Wanneer een vordering als bedoeld in lid 1 verband houdt met een vordering in een burgerlijke of handelszaak tegen dezelfde verweerder, kan de curator insolventievertegenwoordiger beide vorderingen instellen bij de rechter van de lidstaat waar de verweerder woonachtig is of, wanneer de vordering wordt ingesteld tegen verschillende verweerders, bij de rechter van de lidstaat waar een van hen woonachtig is, mits die rechter bevoegd is op grond van Verordening (EG EU ) nr. 44/2001 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad (*10) . [Am. 29] 3. Samenhangend in de zin van dit artikel lid 2 zijn vorderingen waartussen een zo nauwe band bestaat dat een goede rechtsbedeling vraagt om hun gelijktijdige behandeling en berechting, teneinde te vermijden dat bij afzonderlijke berechting van de zaken onverenigbare beslissingen worden gegeven. [Am. 30] Artikel 3 ter Toetsing van de bevoegdheid; recht op voorziening in rechte 1. De rechter bij wie een verzoek tot opening van een insolventieprocedure is ingediend, onderzoekt ambtshalve of hij op grond van artikel 3 bevoegd is. In de beslissing tot opening van een insolventieprocedure wordt aangeven op welke gronden de bevoegdheid van de rechter is gebaseerd, en met name of de bevoegdheid is gebaseerd op artikel 3, lid 1, of artikel 3, lid 2. 2. Wanneer een insolventieprocedure wordt geopend op grond van nationale wetgeving zonder een rechterlijke beslissing daartoe, onderzoekt de in een dergelijke procedure aangewezen curator of de lidstaat waar de procedure aanhangig is, op grond van artikel 3 bevoegd is. Wanneer dit het geval is, geeft de curator aan op welke gronden de bevoegdheid van de rechter is gebaseerd, en met name of de bevoegdheid is gebaseerd op artikel 3, lid 1, of artikel 3, lid 2. [Am. 31] 3. Elke schuldeiser of belanghebbende die zijn gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel in een andere lidstaat heeft dan de staat waar de procedure wordt geopend, heeft het recht om de beslissing tot opening van de hoofdprocedure te betwisten. De rechter die de hoofdprocedure opent of de curator stelt dergelijke schuldeisers voor zover zij bekend zijn, tijdig in kennis van de beslissing, zodat zij deze kunnen betwisten. op basis van internationale jurisdictie binnen drie weken nadat informatie betreffende de datum van de opening van de insolventieprocedure overeenkomstig artikel 20 bis, lid a, openbaar werd gemaakt . [Am. 32] (*10) Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012).” " |
|
(24) |
In artikel 4, lid 2, wordt punt m) vervangen door:
|
|
(25) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: „Artikel 6 bis Overeenkomsten inzake verrekening Clausule tot verrekening bij vroegtijdige beëindiging Overeenkomsten inzake Wanneer een partij bij een contract dat een clausule tot verrekening worden bij vroegtijdige beëindiging bevat, een instelling is waarop Richtlijn 2001/24/EG van toepassing is, wordt deze clausule tot verrekening bij vroegtijdige beëindiging uitsluitend geregeld door het recht dat van toepassing is op de overeenkomst inzake verrekening deze bepaling .”[Am. 33] |
|
(26) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: „Artikel 10 bis Goedkeuringsvereisten krachtens plaatselijke wetgeving Wanneer de wetgeving van de lidstaat die de gevolgen van de insolventieprocedure voor de in de artikelen 8 en 10 bedoelde overeenkomsten beheerst, bepaalt dat een overeenkomst alleen kan worden beëindigd of gewijzigd met goedkeuring van de rechter die de insolventieprocedure heeft geopend, maar er in die lidstaat geen insolventieprocedure is geopend, is de rechter die de insolventieprocedure heeft geopend, bevoegd om de beëindiging of wijzing van deze overeenkomsten goed te keuren.” |
|
(26 bis) |
Artikel 12 wordt vervangen door: „Artikel 12 Europees octrooi met eenheidswerking en Gemeenschapsmerk Europees octrooi met eenheidswerking , Gemeenschapsmerken of soortgelijke bij communautaire bepalingen vastgelegde rechten kunnen uit hoofde van deze verordening slechts in de procedure bedoeld in artikel 3, lid 1, worden ingebracht.”[Am. 34] |
|
(27) |
Artikel 15 wordt vervangen door: „Artikel 15 Gevolgen van de insolventieprocedure voor lopende rechtsvorderingen of arbitrageprocedures De gevolgen van de insolventieprocedure voor een lopende rechtsvordering of arbitrageprocedure betreffende een goed of recht waarover de schuldenaar het beheer en de beschikking heeft verloren, worden uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar deze rechtsvordering of arbitrageprocedure aanhangig is.” |
|
(28) |
Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(29) |
De volgende artikelen worden ingevoegd: „Artikel 20 bis Invoering van insolventieregisters Door de lidstaten worden op hun grondgebied een of meerdere registers ingevoerd en bijgehouden waarin de volgende informatie voor het publiek gratis op het internet beschikbaar wordt gemaakt („insolventieregisters”):
Artikel 20 ter Onderlinge koppeling van insolventieregisters 1. De Commissie voert door middel van uitvoeringshandelingen een gedecentraliseerd systeem in voor de onderlinge koppeling van insolventieregisters. Dit systeem bestaat uit de insolventieregisters en het Europese e-justitieportaal, dat zal dienen als centraal openbaar elektronisch punt voor toegang tot informatie uit het systeem. Het systeem zal een zoekoptie in alle officiële talen van de Unie bieden zodat de in artikel 20 bis bedoelde informatie beschikbaar wordt. 2. De Commissie zal door middel van een uitvoeringshandeling overeenkomstig de in artikel 45 ter, lid 3, genoemde procedure uiterlijk .... (*11):
Artikel 20 quater Kosten van de invoering en onderlinge koppeling van insolventieregisters 1. De invoering en toekomstige ontwikkeling van het systeem van onderling gekoppelde insolventieregisters worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie. 2. Elke lidstaat draagt de kosten van de aanpassing van zijn nationale insolventieregister zodat dit compatibel is met het Europese e-justitieportaal alsmede de kosten van het beheer, de werking en het onderhoud van dat register. Artikel 20 quinquies Registratie van insolventieprocedures Wanneer een hoofd- of secundaire procedure wordt geopend, met betrekking tot een onderneming of rechtspersoon of een natuurlijke persoon die een onafhankelijke onderneming exploiteert of een onafhankelijke beroepsactiviteit uitoefent, waarborgt de rechter die de insolventieprocedure opent dat de in artikel 20 bis genoemde informatie direct openbaar wordt gemaakt in het insolventieregister van de staat waar de procedure is geopend. De lidstaten stellen procedures vast voor het verwijderen van gegevens uit het insolventieregister. ”[Am. 37] |
|
(30) |
Artikel 21 wordt vervangen door: „Artikel 21 Openbaarmaking in een andere lidstaat 1. Tot het tijdstip waarop het in artikel 20 ter bedoelde systeem voor de onderlinge koppeling van insolventieregisters is ingevoerd, verzoekt de curator insolventievertegenwoordiger dat de kennisgeving van de beslissing tot opening van de insolventieprocedure en, in voorkomend geval, de beslissing inzake de aanwijzing van de curator insolventievertegenwoordiger , in elke andere lidstaat waar zich een vestiging van de schuldenaar bevindt, openbaar worden gemaakt volgens de in die lidstaat geldende openbaarmakingsregels. In de openbaarmakingsmaatregelen het kader van dergelijke openbaarmaking wordt de aangewezen curator vermeld alsmede de bevoegdheidsregel die van toepassing is krachtens alle in artikel 3, lid 1, dan wel artikel 3, lid 2. 20 bis genoemde overige informatie gespecificeerd . [Am. 38] 2. De curator insolventievertegenwoordiger kan verzoeken dat de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie openbaar wordt gemaakt in elke andere lidstaat waar zich goederen of schuldeisers of schuldenaren van de schuldenaar bevinden volgens de in die lidstaat geldende procedure.”[Am. 39] |
|
(31) |
Artikel 22 wordt vervangen door: „Artikel 22 Inschrijving in de openbare registers van een andere lidstaat Tot het tijdstip waarop het in artikel 20 ter bedoelde systeem voor de onderlinge koppeling van insolventieregisters is ingevoerd, verzoekt de curator insolventievertegenwoordiger dat de in artikel 21 bedoelde beslissingen openbaar worden gemaakt in het kadaster, het handelsregister of enig ander openbaar register van elke andere lidstaat waar zich een vestiging van de schuldenaar bevindt en deze vestiging in een openbaar register van die lidstaat is ingeschreven. De curator insolventievertegenwoordiger kan om een dergelijke publicatie in elke andere lidstaat verzoeken.” |
|
(31 bis) |
Artikel 24, lid 2, wordt vervangen door: „2. Degene die deze verbintenis heeft uitgevoerd vóór de in artikel 20 bis of 21 bedoelde openbaarmakingsmaatregelen wordt, totdat het tegendeel is bewezen, vermoed niet van de opening van de insolventieprocedure op de hoogte te zijn geweest; degene die deze verbintenis heeft uitgevoerd na de in artikel 20 bis of 21 bedoelde openbaarmakingsmaatregelen wordt, totdat het tegendeel is bewezen, geacht van de opening van de procedure op de hoogte te zijn geweest.”[Am. 40] |
|
(32) |
Artikel 25 wordt vervangen door: „Artikel 25 Erkenning en executoir karakter van andere beslissingen 1. De inzake het verloop en de beëindiging van een insolventieprocedure gegeven beslissingen van een rechter wiens beslissing tot opening van de procedure krachtens artikel 16 is erkend, alsmede een door die rechter bevestigd akkoord, worden eveneens zonder verdere formaliteiten erkend. Die beslissingen worden ten uitvoer gelegd overeenkomstig de artikelen 32 39 tot en met 56 (met uitzondering van artikel 34, lid 2), 46 van Verordening (EG EU ) nr. 44/2001 1215/2012 . [Am. 41] De eerste alinea geldt eveneens voor beslissingen die rechtstreeks voortvloeien uit de insolventieprocedure en daar nauw op aansluiten, zelfs indien die beslissingen door een andere rechter worden gegeven. De eerste alinea geldt eveneens voor beslissingen betreffende na het verzoek tot opening van een insolventieprocedure of in verband daarmee genomen conservatoire maatregelen. 2. De erkenning en de tenuitvoerlegging van andere beslissingen dan die bedoeld in lid 1 worden beheerst door Verordening (EU) nr. 1215/2012 voor zover die verordening van toepassing is.” |
|
(33) |
Artikel 27 wordt vervangen door: „Artikel 27 Opening Wanneer een hoofdprocedure is geopend door een rechter van een lidstaat en in een andere lidstaat is erkend, kan een rechter van een andere lidstaat die op grond van artikel 3, lid 2, bevoegd is, een secundaire procedure openen volgens de bepalingen van dit hoofdstuk. De gevolgen van de secundaire procedure gelden alleen ten aanzien van de goederen van de schuldenaar die zich op het grondgebied van de lidstaat bevinden waar die procedure is geopend.” |
|
(34) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: „Artikel 29 bis Beslissing tot opening van een secundaire procedure 1. De rechter bij wie een verzoek tot opening van een secundaire procedure is ingediend, stelt de curator insolventievertegenwoordiger in de hoofdprocedure daarvan onmiddellijk in kennis en biedt hem de gelegenheid om te worden gehoord wanneer hij daarom verzoekt. [Am. 42] 2. Op verzoek van de curator insolventievertegenwoordiger in de hoofdprocedure schort de in lid 1 bedoelde rechter de beslissing tot opening van een secundaire procedure op of weigert deze rechter een secundaire procedure te openen, wanneer de insolventievertegenwoordiger in de hoofdprocedure voldoende bewijs levert dat de opening van een dergelijke procedure niet nodig is om de belangen van de plaatselijke schuldeisers te beschermen, met name wanneer de curator insolventievertegenwoordiger in het hoofdgeding de in artikel 18, lid 1, bedoelde toezegging heeft gegeven en deze gestand doet. [Am. 43] 2 bis. Plaatselijke schuldeisers hebben het recht om de beslissing om de opening van secundaire procedures op te schorten of te weigeren aan te vechten binnen drie weken nadat die beslissing overeenkomstig artikel 20 bis, punt a), openbaar werd gemaakt. [Am. 44] 2 ter. Plaatselijke schuldeisers hebben het recht de rechter die de hoofdprocedures voert, te verzoeken van de insolventievertegenwoordiger in de hoofdprocedure te eisen dat hij gepaste maatregelen neemt om de belangen van de plaatselijke schuldeisers te beschermen. Dergelijke eis kan bevatten: een verbod de goederen te verwijderen uit de lidstaat waar de opening van de secundaire procedures werd opgeschort of geweigerd, een opschorting van de verdeling van de opbrengst in de hoofdprocedure of een verplichting voor de insolventievertegenwoordiger in de hoofdprocedure om een zekerheid te verstrekken voor de uitvoering van de toezegging. [Am. 45] 2 quater. De in lid 1 bedoelde rechter mag een trustee met beperkte bevoegdheden benoemen. De trustee zorgt ervoor dat de toezegging naar behoren wordt uitgevoerd en neemt deel aan de uitvoering ervan indien zulks noodzakelijk is om de belangen van de plaatselijke schuldeisers te beschermen. De trustee beschikt over het recht om in overeenstemming met lid 2 ter een verzoek in te dienen. [Am. 46] 3. Wanneer de in lid 1 bedoelde rechter beslist een secundaire procedure te openen, dan opent hij het soort procedure op grond van zijn nationale recht dat gelet op de belangen van de plaatselijke schuldeisers het meest geëigend is, ongeacht of eventuele voorwaarden inzake de solventie van de schuldenaar zijn vervuld. 4. De curator insolventievertegenwoordiger in de hoofdprocedure wordt onmiddellijk in kennis gesteld van de beslissing tot opening van de secundaire procedure en heeft het recht tegen die beslissing beroep in te stellen binnen drie weken na ontvangst van deze kennisgeving . In gerechtvaardigde gevallen kan de rechter die de secundaire procedures heeft geopend, deze termijn beperken tot niet minder dan een week na ontvangst van de kennisgeving .”[Am. 47] |
|
(35) |
Artikel 31 wordt vervangen door: „Artikel 31 Samenwerking en communicatie tussen curatoren insolventievertegenwoordigers 1. De curator in de hoofdprocedure en de curatoren in de secundaire procedures insolventievertegenwoordigers in insolventieprocedures met betrekking tot dezelfde schuldenaar werken met elkaar samen voor zover dit deze samenwerking geschikt is om de doeltreffende uitvoering van de procedure te vereenvoudigen, niet onverenigbaar is met de op elk van de procedures elke procedure toepasselijke regels en geen belangenconflict veroorzaakt . Deze samenwerking kan plaatsvinden in de vorm van overeenkomsten of protocollen. [Am. 48] 2. De curatoren insolventievertegenwoordigers zullen met name:
|
|
(36) |
De volgende artikelen worden ingevoegd: „Artikel 31 bis Samenwerking en communicatie tussen rechters 1. Om de coördinatie tussen de hoofd- en de secundaire van de procedures met betrekking tot dezelfde schuldenaar te bevorderen, werkt een rechter bij wie een verzoek tot opening van een insolventieprocedure aanhangig is of die een dergelijke procedure heeft geopend, samen met iedere andere rechter bij wie een insolventieprocedure aanhangig is of die een dergelijke procedure heeft geopend, voor zover deze samenwerking geschikt is om de doeltreffende uitvoering van de procedure te vereenvoudigen en niet onverenigbaar is met de op elk van de procedures toepasselijke regels. De rechter kan daartoe zo nodig een persoon of orgaan opdragen overeenkomstig zijn instructies handelend persoon of orgaan benoemen. te handelen voor zover dit niet onverenigbaar is met de op de procedures toepasselijke regels . [Am. 49] 2. De in lid 1 bedoelde rechters kunnen rechtstreeks met elkaar communiceren of informatie of bijstand aan elkaar vragen, mits deze communicatie kosteloos is en daarbij de procedurele rechten van partijen bij de procedure en de vertrouwelijkheid van de informatie in acht worden genomen. 3. Samenwerking kan plaatsvinden op elke daartoe geschikte manier, waaronder
Artikel 31 ter Samenwerking en communicatie tussen curatoren insolventievertegenwoordigers en rechters 1. Om de coördinatie tussen de hoofd- en de secundaire procedures die met betrekking tot dezelfde schuldenaar zijn geopend, te bevorderen, [Am. 50]
in elk geval voor zover deze samenwerking en communicatie geschikt zijn om de doeltreffende uitvoering van de procedure te vereenvoudigen, niet onverenigbaar zijn met de op elke procedure toepasselijke regels en geen belangenconflict veroorzaken. [Am. 51] 2. De in lid 1 bedoelde samenwerking vindt plaats op elke daartoe geschikte wijze, waaronder de in artikel 31 bis, lid 3, genoemde wijzen, voor zover deze niet onverenigbaar zijn met de op elk van de procedures toepasselijke regels.” |
|
(37) |
Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(38) |
Artikel 34 wordt vervangen door: „Artikel 34 Beëindiging van de hoofd- of secundaire insolventieprocedure 1. De beëindiging van de hoofdprocedure belet niet de voortzetting van de secundaire procedures die op dat moment nog lopen. 2. Wanneer een secundaire procedure inzake een rechtspersoon is geopend in de lidstaat waar die persoon zijn statutaire zetel heeft en de beëindiging van die procedure de ontbinding van de rechtspersoon met zich brengt, belet deze ontbinding niet dat de hoofdprocedure die in een andere lidstaat is geopend, wordt voortgezet wordt de betrokken rechtspersoon niet uit het bedrijfsregister geschrapt vóór de hoofdprocedure wordt beëindigd .”[Am. 52] |
|
(39) |
In artikel 35 wordt het woord „liquidatie” vervangen door het woord „tegeldemaking”. |
|
(40) |
Artikel 37 wordt vervangen door: „Artikel 37 Omzetting van de eerder geopende procedure De curator insolventievertegenwoordiger in de hoofdprocedure kan de rechter van de lidstaat waar een secundaire procedure is geopend, verzoeken de omzetting te gelasten van de secundaire procedure in een ander type insolventieprocedure waarin de wetgeving van die lidstaat voorziet.” |
|
(41) |
Artikel 39 wordt vervangen door: „Artikel 39 Recht om vorderingen in te dienen Elke schuldeiser die zijn gewone verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de procedure is geopend, met inbegrip van de belastingautoriteiten en de sociale-zekerheidsinstellingen van de lidstaten („buitenlandse schuldeiser”), heeft het recht zijn vorderingen in de insolventieprocedure in te dienen door middel van elk communicatiemiddel, waaronder elektronische middelen, dat door de wetgeving van de lidstaat waar de procedure is geopend, wordt aanvaard. Voor de indiening van vorderingen is vertegenwoordiging door een advocaat of een andere beoefenaar van een juridisch beroep niet verplicht.” |
|
(42) |
Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
(43) |
Artikel 41 wordt vervangen door: „Artikel 41 Procedure voor de indiening van vorderingen 1. Iedere bekende buitenlandse schuldeiser dient zijn vordering in met gebruikmaking van het standaardformulier voor de indiening van vorderingen dat in overeenstemming met de in artikel 45 ter, lid 4, bedoelde raadplegingsprocedure wordt opgesteld en uiterlijk .... (*13) wordt gepubliceerd op het Europese e-justitieportaal. Het formulier bevat het opschrift „Indiening van vorderingen” in alle officiële talen van de Unie. 2. In het standaardformulier voor de indiening van vorderingen vermeldt de in lid 1 bedoelde schuldeiser:
Bij het standaardformulier voor de indiening van vorderingen worden kopieën van eventuele bewijsstukken gevoegd. 3. Vorderingen kunnen in elk van de officiële talen van de Unie worden ingediend. Van de schuldeiser kan een vertaling in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar de procedure is geopend of in een andere taal die die lidstaat heeft aanvaard, worden verlangd. Elke lidstaat geeft ten minste één andere officiële taal van de Unie dan zijn eigen taal aan, die hij voor het indienden van vorderingen aanvaardt. 4. Vorderingen worden ingediend binnen de periode die door de wetgeving van de staat waar de insolventieprocedure is geopend, is vastgesteld. In geval van een buitenlandse schuldeiser is deze periode niet korter dan 45 dagen na de openbaarmaking van de opening van de procedure in het insolventieregister van de staat waar de procedure is geopend. 5. Wanneer de curator insolventievertegenwoordiger een overeenkomstig dit artikel ingediende vordering betwist, biedt hij de schuldeiser de gelegenheid aanvullend bewijs te leveren over het bestaan en het bedrag van de vordering.” |
|
(44) |
Artikel 42 vervalt. |
|
(45) |
Het volgende hoofdstuk wordt ingevoegd: „HOOFDSTUK IV BIS INSOLVENTIE VAN LEDEN VAN EEN GROEP ONDERNEMINGEN Artikel 42 bis Verplichting tot samenwerking en communicatie tussen curatoren insolventievertegenwoordigers 1. Wanneer een insolventieprocedure betrekking heeft op twee of meer leden van een groep ondernemingen, werkt een curator insolventievertegenwoordiger die is aangewezen in een procedure met betrekking tot een lid van de groep, samen met iedere curator insolventievertegenwoordiger die is aangewezen in een procedure met betrekking tot een ander lid van dezelfde groep voor zover deze samenwerking geschikt is om de doeltreffende uitvoering van de procedure te vereenvoudigen, niet onverenigbaar is met de op dergelijke procedures toepasselijke regels en geen belangenconflict veroorzaakt. Deze samenwerking kan plaatsvinden in de vorm van overeenkomsten of protocollen. 2. Bij de in lid 1 bedoelde samenwerking zullen de curatoren insolventievertegenwoordigers
De curatoren insolventievertegenwoordigers kunnen ermee instemmen dat aan de curator insolventievertegenwoordigers die in een van de procedures is aangewezen, aanvullende bevoegdheden worden verleend wanneer de op elk van de procedures toepasselijke regels deze instemming toelaten. Artikel 42 ter Communicatie en samenwerking tussen rechters 1. Wanneer insolventieprocedures betrekking hebben op twee of meer leden van een groep ondernemingen werkt een rechter bij wie een verzoek tot opening van een procedure met betrekking tot een lid van de groep aanhangig is of die een dergelijke procedure heeft geopend, samen met iedere andere rechter bij wie een verzoek tot opening van een procedure met betrekking tot een ander lid van dezelfde groep aanhangig is of die een dergelijke procedure heeft geopend, voor zover deze samenwerking geschikt is om de doeltreffende uitvoering van de procedure te vereenvoudigen en niet onverenigbaar is met de daarop toepasselijke regels. De rechter kan daartoe zo nodig een persoon of orgaan opdragen overeenkomstig zijn instructies handelend persoon of orgaan benoemen te handelen voor zover dit niet onverenigbaar is met de op de procedures toepasselijke regels . [Am. 54] 2. De in lid 1 bedoelde rechters kunnen rechtstreeks met elkaar communiceren of informatie of bijstand aan elkaar vragen. 3. Samenwerking kan plaatsvinden op elke daartoe geschikte manier, waaronder
Artikel 42 quater Samenwerking en communicatie tussen curatoren insolventievertegenwoordigers en rechters Een curator insolventievertegenwoordiger die is aangewezen in een insolventieprocedure met betrekking tot een lid van een groep ondernemingen werkt samen en communiceert met iedere rechter bij wie een verzoek tot opening van een procedure met betrekking tot een ander lid van dezelfde groep ondernemingen aanhangig is of die een dergelijke procedure heeft geopend, voor zover deze samenwerking geschikt is om de coördinatie van de procedures te vereenvoudigen en niet onverenigbaar is met de daarop toepasselijke regels en geen belangenconflict veroorzaakt . Met name kan de curator insolventievertegenwoordiger die rechter om informatie verzoeken over de procedure met betrekking tot het andere lid van de groep of om bijstand vragen met betrekking tot de procedure waarin hij is aangewezen. [Am. 55] Artikel 42 quinqies Bevoegdheden van de curatoren insolventievertegenwoordigers en schorsing van de procedure 1. Een curator insolventievertegenwoordiger die is aangewezen in een insolventieprocedure die is geopend met betrekking tot een lid van een groep ondernemingen heeft het recht:
2. De rechter die de in lid 1, onder b), bedoelde procedure heeft geopend, schorst de procedure geheel of gedeeltelijk wanneer is aangetoond de insolventievertegenwoordiger voldoende bewijs levert dat deze schorsing gunstig voor de schuldeisers in deze procedure is. Een dergelijke schorsing mag niet meer dan drie twee maanden duren. en kan met dezelfde termijn worden verlengd of vernieuwd. De rechter die de schorsing gelast, kan de curator insolventievertegenwoordiger opdragen elke maatregel te nemen die geëigend is om de belangen van de schuldeisers in de procedure te beschermen.” [Am. 59] Artikel 42 quinquies bis Opening van groepscoördinatieprocedures 1. Groepscoördinatieprocedures kunnen door een insolventievertegenwoordiger worden ingeleid bij een rechter die bevoegd is voor de insolventieprocedures van een lid van de groep op voorwaarde dat:
2. Wanneer bij meer dan een rechter een verzoek tot opening van de groepscoördinatieprocedure werd ingediend, wordt de groepscoördinatieprocedure geopend in de lidstaat waar de meest cruciale functies worden uitgeoefend. Daartoe communiceren de rechters bij wie een verzoek werd ingediend, en werken zij samen overeenkomstig artikel 42 ter. Wanneer de meest cruciale functies niet kunnen worden bepaald, kan de eerste rechter bij wie een verzoek werd ingediend, een groepscoördinatieprocedure openen op voorwaarde dat aan de voorwaarden om dergelijke procedures te openen wordt voldaan. 3. Wanneer een groepscoördinatieprocedure werd geopend, wordt het recht van de insolventievertegenwoordigers om overeenkomstig artikel 42 quinquies, lid 1, onder b), een schorsing van de insolventieprocedure te verzoeken onderworpen aan de goedkeuring door de coördinator. Bestaande schorsingen blijven van kracht, behoudens de bevoegdheid van de coördinator om het verval van dergelijke schorsingen te verzoeken. [Am. 60] Artikel 42 quinquies ter Taken en rechten van de coördinator 1. De rechter die de groepscoördinatieprocedure opent, stelt een coördinator aan. De coördinator is onafhankelijk van de leden van de groep en hun schuldeisers en heeft de volgende taken:
2. De coördinator heeft de volgende rechten:
Artikel 42 quinquies quater Goedkeuring van de groepscoördinatieplannen door de rechter 1. Insolventievertegenwoordigers die zijn aangewezen voor insolventieprocedures waarop de tenuitvoerlegging van een groepscoördinatieplan van toepassing is, mogen commentaar leveren op het ontwerp van het groepscoördinatieplan binnen een periode van maximaal één maand die door de coördinator wordt vastgesteld wanneer hij het plan indient. 2. Bij het ontwerpplan dat aan de rechter ter goedkeuring wordt voorgelegd, wordt het volgende bijgevoegd:
3. De rechter keurt het plan goed als hij van mening is dat de coördinator de formele vereisten van lid 2 van dit artikel en van artikel 42 quinquies ter, lid 1, onder c), heeft nageleefd. [Am. 62] Artikel 42 quinquies quinquies Verband tussen groepscoördinatieprocedure en insolventieprocedure 1. Bij de uitvoering van de insolventieprocedure moeten de insolventievertegenwoordigers de aanbevelingen van de coördinator en het groepscoördinatieplan in overweging nemen. Wanneer een insolventievertegenwoordiger wil afwijken van de in het groepscoördinatieplan voorgestelde maatregelen of acties, legt hij de redenen voor deze afwijking uit op een bijeenkomst van schuldeisers of aan een orgaan waaraan hij krachtens de wetten van de relevante lidstaat verantwoording moet afleggen. 2. Niet-naleving van lid 1 wordt beschouwd als een schending van de plichten van insolventievertegenwoordigers krachtens de wetten van de relevante lidstaat. [Am. 63] Artikel 42 quinquies sexies Aansprakelijkheid van de coördinator De coördinator voert zijn plichten naar best vermogen uit. Hij is verantwoordelijk ten aanzien van de boedel van de insolventieprocedure waarop een groepscoördinatieprocedure van toepassing is, voor schade die qua aansprakelijkheid toe te schrijven is aan schendingen van die plichten. Zijn aansprakelijkheid wordt vastgelegd in overeenstemming met de wet van de lidstaten waar de coördinatieprocedure werd geopend. [Am. 64] Artikel 42 quinquies septies Kosten 1. De wetten van de lidstaten bevatten bepalingen over de gerechtskosten en de bezoldiging van de coördinator. 2. De kosten van de groepscoördinatieprocedure worden pro rata gedragen door de leden van de groep ten aanzien waarvan een insolventieprocedure was geopend op het moment van de opening van de coördinatieprocedure. Het deel dat door elk lid van de groep moet worden gedragen, wordt berekend aan de hand van het aandeel van de vermogenswaarde van dit lid in het geconsolideerde vermogen van alle leden van de groep ten aanzien waarvan een insolventieprocedure was geopend.”[Am. 65] |
|
(46) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: „Artikel 44 bis Informatie over nationale insolventiewetgeving 1. De lidstaten verstrekken binnen het kader van het bij Beschikking 2001/470/EG van de Raad opgerichte Europese (*14) justitiële netwerk in burgerlijke en handelszaken een beschrijving van hun nationale insolventiewetgeving en –procedures, met name met betrekking tot de in artikel 4, lid 2, opgesomde punten, teneinde deze informatie voor het publiek beschikbaar te maken. 2. De lidstaten werken deze informatie regelmatig bij. (*14) Beschikking 2001/470/EG van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de opgerichting van een Europese justitiële netwerk in burgerlijke en handelszaken (PB L 174 van 27.6.2001, blz. 25).”" |
|
(47) |
Artikel 45 wordt vervangen door: „Artikel 45 Wijziging van de bijlagen 1. De Commissie wordt de bevoegdheid verleend tot vaststelling van gedelegeerde handelingen om de bijlagen A en C te wijzigen volgens de in dit artikel en artikel 45 bis vastgestelde procedure. 2. Om een wijziging van bijlage A in gang te zetten, De lidstaten stellen de lidstaten de Commissie in kennis van hun nationale bepalingen inzake insolventieprocedures die zij in bijlage A opgenomen willen zien. voldoen aan de in artikel 1 vastgestelde criteria . Daarbij voegen zij een korte beschrijving. De Commissie onderzoekt of de aangemelde bepalingen voldoen aan de voorwaarden van artikel 1, en wijzigen bijlage A door middel van gedelegeerde handelingen indien dat het geval is.” [Am. 66] 2 bis. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van wezenlijke wijzigingen van hun nationale bepalingen inzake insolventieprocedures. De Commissie onderzoekt of de gewijzigde regels voldoen aan de voorwaarden van artikel 1, en wijzigt bijlage A door middel van gedelegeerde handelingen, indien dat het geval is.” [Am. 67] |
|
(48) |
De volgende artikelen worden ingevoegd: „Artikel 45 bis Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie 1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden. 2. De in artikel 45 bedoelde delegatie van bevoegdheden wordt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening verleend voor onbepaalde tijd. 3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 45 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. 4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad. 5. Een overeenkomstig artikel 45 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. Artikel 45 ter De bevoegdheid tot vaststelling van uitvoeringshandelingen 1. De bevoegdheid tot vaststelling van uitvoeringshandelingen wordt de Commissie voor de volgende doeleinden verleend:
2. Bij de vaststelling of wijziging van de in lid 1 bedoelde handelingen wordt de Commissie bijgestaan door een comité. Dat is comité is een comité als bedoeld in Verordening (EG) nr. 182/2011. 3. Waar naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing. 4. Waar naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.” |
|
(49) |
In artikel 46 wordt de datum „1 juni 2012” vervangen door „…. [10 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening]”. |
|
(50) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: „Artikel 46 bis Gegevensbescherming 1. De lidstaten passen De nationale voorschriften waarmee Richtlijn 95/46/EG toe wordt omgezet, zijn van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens die uit hoofde van deze verordening in de lidstaten plaatsvindt op voorwaarde dat deze geen betrekking heeft op de in artikel 3, lid 2, van Richtlijn 95/46/EG vermelde verwerkingsactiviteiten . [Am. 68] 2. Verordening (EG) nr. 45/2001 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door de Commissie uit hoofde van deze verordening.” |
|
(51) |
Bijlage B vervalt. |
|
(51 bis) |
In bijlage C wordt het onderdeel met als titel „DEUTSCHLAND” vervangen door: „DEUTSCHLAND
|
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van … (*15) met uitzondering van artikel 44 bis, welke van toepassing is met ingang van … (*16).
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
Gedaan te ,
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
Voor de Raad
De voorzitter
(1) PB C 271 van 19.9.2013, blz. 55.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 5 februari 2014.
(3) PB C 358 van 7.12.2013, blz. 15.
(4) Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 voor grensoverschrijdende insolventieprocedures (PB L 160 van 30.6.2000, blz. 1).
(5) PB C , , blz. .
(6) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(*3) Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (PB L 324 van 10.12.2007, blz. 79).”
(*11) 36 maanden na de inwerkingtreding van de verordening.
(*13) 24 maanden na de inwerkingtreding van de verordening.
(*15) 24 maanden na de inwerkingtreding van de verordening.
(*16) 12 maanden na de inwerkingtreding van de verordening.