Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52013PC0764

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden krachtens het tussen de Europese Unie en de Unie der Comoren overeengekomen protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen beide partijen

/* COM/2013/0764 final - 2013/0382 (NLE) */

52013PC0764

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden krachtens het tussen de Europese Unie en de Unie der Comoren overeengekomen protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen beide partijen /* COM/2013/0764 final - 2013/0382 (NLE) */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Op basis van het mandaat van de Raad[1] heeft de Europese Commissie met de Unie der Comoren onderhandeld met het oog op de verlenging van het protocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Unie der Comoren. Ter afronding van deze onderhandelingen hebben de onderhandelaars op 5 juli 2013 een ontwerp van het nieuwe protocol geparafeerd. Het nieuwe protocol heeft een looptijd van drie jaar met ingang van de in artikel 13 vastgestelde datum van voorlopige toepassing – die is vastgesteld op 1 januari 2014.

Het voornaamste doel van het protocol bestaat erin vaartuigen van de Europese Unie in de visserijzone van de Unie der Comoren vangstmogelijkheden te verlenen binnen de grenzen van het beschikbare overschot. De Commissie heeft zich onder meer gebaseerd op de resultaten van een door externe deskundigen uitgevoerde ex-postevaluatie.

Het algemene doel is de samenwerking tussen de Europese Unie en de Unie der Comoren voort te zetten en daartoe, in het belang van beide partijen, een partnerschapskader in te stellen voor de ontwikkeling van een duurzaam visserijbeleid en de verantwoorde exploitatie van de visbestanden in de visserijzone van de Unie der Comoren.

Meer in het bijzonder voorziet het protocol in vangstmogelijkheden voor de volgende visserijen:

– 42 vriesschepen voor de tonijnvisserij met de zegen;

– 20 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug.

Er dient te worden bepaald hoe de vangstmogelijkheden over de lidstaten moeten worden verdeeld.

De Commissie stelt voor dat de Raad op deze basis de onderhavige verordening vaststelt.

2.           RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

De belanghebbende partijen zijn geraadpleegd in het kader van de evaluatie van het protocol voor de periode 2011-2013. Ook zijn in het kader van technische vergaderingen de deskundigen uit de lidstaten geraadpleegd. Uit deze raadplegingen is gebleken dat een visserijprotocol met de Unie der Comoren behouden moet blijven.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

De onderhavige procedure die wordt ingeleid, loopt parallel aan de procedures met betrekking tot het besluit van de Raad betreffende de voorlopige toepassing van het protocol en het besluit van de Raad tot vaststelling van het protocol.

2013/0382 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden krachtens het tussen de Europese Unie en de Unie der Comoren overeengekomen protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen beide partijen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Op 5 oktober 2006 heeft de Raad Verordening (EG) nr. 1563/2006 betreffende de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Unie der Comoren[2] goedgekeurd.

(2)       De Europese Gemeenschap en de Unie der Comoren hebben elkaar respectievelijk op 3 mei 2007 en op 6 maart 2008 kennis gegeven van de voltooiing van de procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van de partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Unie der Comoren[3].

(3)       Op 5 juli 2013 is een nieuw protocol bij de partnerschapsovereenkomst (hierna "het nieuwe protocol" genoemd) geparafeerd. Krachtens het nieuwe protocol worden aan de vaartuigen van de Unie vangstmogelijkheden verleend in de visserijzone waarover de Unie der Comoren de jurisdictie heeft.

(4)       Op […] heeft de Raad Besluit …/2013/EU[4] betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van het nieuwe protocol vastgesteld.

(5)       Bepaald moet worden hoe de vangstmogelijkheden voor de periode van toepassing van het nieuwe protocol over de lidstaten moeten worden verdeeld.

(6)       Als blijkt dat de vangstmogelijkheden die krachtens het nieuwe protocol aan de Europese Unie zijn toegewezen, niet volledig worden benut, stelt de Commissie de lidstaten daarvan overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1006/2008[5] in kennis. Indien binnen een door de Raad te bepalen termijn niet wordt geantwoord, wordt dit beschouwd als een bevestiging dat de vaartuigen van de betrokken lidstaat hun vangstmogelijkheden in de gegeven periode niet volledig benutten. Deze termijn dient te worden vastgesteld.

(7)       Met het oog op de gegarandeerde voortzetting van de visserijactiviteiten van de EU-vissersvaartuigen is in artikel 13 van het nieuwe protocol bepaald dat het protocol met ingang van 1 januari 2014 voorlopig wordt toegepast door elk van de partijen.

(8)       De onderhavige verordening dient van toepassing te zijn met ingang van de datum van voorlopige toepassing van het nieuwe protocol,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.           De vangstmogelijkheden die zijn vastgesteld krachtens het tussen de Europese Unie en de Unie der Comoren overeengekomen protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen beide partijen (hierna "het protocol" genoemd), worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

– 42 vaartuigen voor de tonijnvisserij met de zegen:

– Spanje: 21 vaartuigen

– Frankrijk:          21 vaartuigen

– 20 vaartuigen voor de visserij met de drijvende beug:

– Spanje: 8 vaartuigen

– Frankrijk:          9 vaartuigen

– Portugal:           3 vaartuigen

2.           Verordening (EG) nr. 1006/2008 is van toepassing onverminderd het protocol en de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Unie der Comoren.

3.           De in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1006/2008 bedoelde termijn waarbinnen de lidstaten moeten bevestigen dat zij de krachtens de overeenkomst toegewezen vangstmogelijkheden niet volledig benutten, bedraagt tien werkdagen vanaf de datum waarop de Commissie aan de lidstaten heeft gemeld dat de vangstmogelijkheden niet volledig zijn benut.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De voorzitter

[1]               Goedgekeurd door de Raad "Landbouw en visserij" op 18 maart 2013.

[2]               PB L 290 van 20.10.2006.

[3]               PB L 125 van 9.5.2008.

[4]               PB C […] van [...], blz. [… ]*.

[5]               Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29 september 2008 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren. (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33).

Top