Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52012PC0730

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 994/98 van de Raad van 7 mei 1998 betreffende de toepassing van de artikelen 92 en 93 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op bepaalde soorten van horizontale steunmaatregelen en van Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg

/* COM/2012/0730 final - 2012/0344 (NLE) */

52012PC0730

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 994/98 van de Raad van 7 mei 1998 betreffende de toepassing van de artikelen 92 en 93 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op bepaalde soorten van horizontale steunmaatregelen en van Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg /* COM/2012/0730 final - 2012/0344 (NLE) */


TOELICHTING

1.           DOEL EN ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

In het belang van de handhaving van de regelgeving en met het oog op een vereenvoudigde administratie, zonder het toezicht van de Commissie te verzwakken, geeft Verordening (EG) nr. 994/98 van de Raad van 7 mei 1998 betreffende de toepassing van de artikelen 92 en 93 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op bepaalde soorten van horizontale steunmaatregelen (hierna ook "machtigingsverordening" genoemd)[1] de Commissie de mogelijkheid om bij verordening te verklaren dat bepaalde soorten steunmaatregelen verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt en vrijgesteld zijn van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het VWEU. De betrokken soorten steun zijn de-minimissteun[2], steun ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf, steun voor onderzoek en ontwikkeling, steun voor milieubescherming, steun voor werkgelegenheid en opleiding, en steunmaatregelen waarbij de kaart die de Commissie met het oog op de toekenning van regionale steun voor elke lidstaat heeft goedgekeurd, in acht wordt genomen.

In haar mededeling over de modernisering van het EU-staatssteunbeleid van 8 mei 2012[3] heeft de Commissie aangegeven dat het handhavingsbeleid op het gebied van staatssteun zich moet toespitsen op zaken met de grootste impact op de interne markt. Dit houdt enerzijds in dat aanzienlijke en potentieel verstorende steun meer diepgaand worden onderzocht, en anderzijds dat de beoordeling wordt vereenvoudigd voor zaken die slechts een geringe invloed op het handelsverkeer hebben en die de mededinging vermoedelijk niet ernstig zullen verstoren. Dit kan worden bereikt door het stelsel van vrijstellingen, en met name het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 994/98 van de Raad, zodanig te herzien dat de Commissie, naast de steuncategorieën die reeds in de huidige machtigingsverordening zijn opgenomen, nog andere soorten steun van de aanmeldingsverplichting zou kunnen vrijstellen.

Het voorstel om nieuwe steuncategorieën in de machtigingsverordening op te nemen, houdt niet in dat al deze categorieën onmiddellijk onder de groepsvrijstelling vallen of dat alle maatregelen binnen een bepaalde categorie volledig worden vrijgesteld. Veeleer geeft het de Commissie de mogelijkheid om geleidelijk groepsvrijstellingen te verlenen wanneer zij voldoende ervaring heeft opgedaan om duidelijke verenigbaarheidscriteria voor bepaalde soorten steunmaatregelen vast te stellen, zodat de gevolgen voor de mededinging en het handelsverkeer tussen lidstaten beperkt blijven. In het kader van de huidige machtigingsverordening werd dezelfde benadering gevolgd: de eerste groepsvrijstellingen werden in 2001 goedgekeurd (opleidingssteun, steun aan kmo's), terwijl voor andere soorten steun pas in een later stadium de eerste vrijstellingen werden verleend, toen voldoende ervaring was opgedaan (werkgelegenheidssteun in 2002, regionale steun in 2006 en steun voor onderzoek en ontwikkeling en voor milieubescherming met de goedkeuring van de algemene groepsvrijstellingsverordening in 2008[4]). Wellicht zullen in de toekomst, in het licht van de opgedane ervaring, vaker herzieningen van de machtigingsverordening nodig zijn, vooral gezien de voor de ontwikkeling van de interne markt noodzakelijke, verenigbare investeringen. Spoedig nadat een besluit over het meerjarig financieel kader is genomen zal de Commissie ook de mogelijkheden onderzoeken voor een vereenvoudiging van de staatssteunprocedures voor projecten die worden gecofinancierd in het kader van het structureel beleid van de EU.

Nieuwe steuncategorieën die volgens het voorstel in de machtigingsverordening moeten worden opgenomen

· Steun om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen

Verordening nr. 994/98 van de Raad machtigt de Commissie een vrijstellingsverordening vast te stellen voor alle categorieën staatssteun aan kmo's. De Commissie zou derhalve op grond van de bestaande machtigingsverordening een groepsvrijstelling kunnen verlenen voor overheidssteun aan kleine en middelgrote ondernemingen die in de sectoren cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed werkzaam zijn. Het nut van een dergelijke vrijstelling zou evenwel beperkt zijn omdat de begunstigden van steun, met name in de film- en audiovisuele sector, dikwijls grote ondernemingen zijn. Deze gevallen brengen een aanzienlijke werklast voor de Commissie en de lidstaten met zich, ook al betreft het dikwijls routinezaken waarmee slechts kleine steunbedragen gemoeid zijn.

Zodra deze steuncategorie in de machtigingsverordening is opgenomen, kan de Commissie groepsvrijstellingen vaststellen, bijvoorbeeld voor maatregelen die voldoen aan de criteria van de herziene filmmededeling of voor maatregelen inzake de instandhouding van het culturele erfgoed of ter bevordering van de cultuur, die doorgaans slechts een geringe invloed op het handelsverkeer hebben (zoals bijvoorbeeld de vele individuele aanmeldingen van steun voor het herstel van beschermde gebouwen of monumenten).

Verordening nr. 994/98 van de Raad dient in die zin te worden gewijzigd dat zij ook op deze soorten overheidssteun van toepassing is.

· Steun in verband met natuurrampen

Wat steun ter compensatie van door natuurrampen veroorzaakte schade betreft, machtigt Verordening nr. 994/98 van de Raad, zoals hierboven reeds is aangegeven, de Commissie om aan kmo's toegekende steun vrij te stellen, maar staat zij geen steun aan grote ondernemingen toe. Indien een groepsvrijstelling zou worden verleend voor steun in verband met natuurrampen, zouden de lidstaten, wanneer zich een natuurramp voordoet, snel kunnen optreden om de geleden schade te vergoeden.

Inmiddels heeft de Commissie voldoende ervaring met dit soort steun opgedaan om duidelijke voorafgaande verenigbaarheidsvoorwaarden te kunnen vaststellen. Indien de steun duidelijk omschreven is en beperkt blijft tot materiële schade die rechtstreeks door de ramp is veroorzaakt, en het bedrag van de steun door een onafhankelijk orgaan wordt gecontroleerd, dan zou vrijstelling van de aanmeldingsverplichting gerechtvaardigd zijn. Verordening nr. 994/98 van de Raad dient in die zin te worden gewijzigd dat zij ook op deze soorten overheidssteun van toepassing is, zelfs indien de steun aan grote ondernemingen wordt verleend.

· Steun voor de visserijsector in verband met bepaalde ongunstige weersomstandigheden

De lidstaten moeten ook steunmaatregelen ter compensatie van door bepaalde ongustige weersomstandigheden veroorzaakte schade in de visserijsector bij de Commissie aanmelden. De op dit gebied toegekende bedragen zijn doorgaans gering, en er kunnen duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden worden vastgesteld. Verordening nr. 994/98 van de Raad machtigt de Commissie dergelijke steun vrij te stellen, doch uitsluitend indien deze aan kmo's wordt verleend. Grote ondernemingen in de visserijsector kunnen echter eveneens door ongunstige weersomstandigheden worden getroffen.

Inmiddels heeft de Commissie voldoende ervaring met dit soort steun opgedaan en kunnen er duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden worden vastgesteld. Verordening nr. 994/98 van de Raad dient in die zin te worden gewijzigd dat zij ook op deze soorten overheidssteun van toepassing is.

· Steun voor innovatie

Verordening nr. 994/98 van de Raad heeft uitdrukkelijk betrekking op onderzoek en ontwikkeling, maar niet op innovatie. Inmiddels is innovatie een EU-doelstelling geworden in het kader van het initiatief "Innovatie-Unie". Steun voor bijvoorbeeld proces- en organisatie-innovatie op het gebied van diensten en steun voor innovatieclusters werkt wellicht niet verstorend zolang aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Daarentegen is steun voor product- en technologische innovatie, waartoe ook steun voor demonstratieprojecten en prototypes behoort, reeds in artikel 30 van de groepsvrijstellingsverordening opgenomen. Verordening nr. 994/98 van de Raad dient in die zin te worden gewijzigd dat innovatiesteun in de toekomst kan worden vrijgesteld.

· Steun voor de bosbouw en voor de afzetbevordering van niet in bijlage I genoemde producten van de voedingssector

Krachtens artikel 42 VWEU zijn de mededingingsregels slechts in zoverre van toepassing op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten, als door het Europees Parlement en de Raad wordt bepaald. Sommige steunmaatregelen die niet onder artikel 42 VWEU vallen, en waarop derhalve de algemene mededingingsregels van toepassing zijn, zijn evenwel in de programma's voor plattelandsontwikkeling opgenomen of stimuleren de afzetbevordering van en reclameactiviteiten voor niet in bijlage I genoemde producten van de voedingssector, en zijn op grond van de staatssteunregels aan speciale verenigbaarheidsvoorwaarden onderworpen. Dit geldt met name voor de bosbouw en voor steun ter bevordering van de afzet van niet in bijlage I vermelde producten van de voedingssector. Tot op heden kon voor dit soort steun enkel een groepsvrijstelling worden verleend indien de toekenning ervan beperkt bleef tot kleine en middelgrote ondernemingen. Gezien de ruime ervaring die met dit soort maatregelen is opgedaan, zodat duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden kunnen worden geformuleerd, dient Verordening nr. 994/98 van de Raad zodanig te worden gewijzigd dat deze soorten steun in de toekomst kunnen worden vrijgesteld.

· Steun voor de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds[5], zijn de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag van toepassing op steunmaatregelen van de lidstaten ten gunste van ondernemingen in de visserijsector, maar niet op financiële bijdragen van de lidstaten die op grond van en in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1198/2006 worden verricht. Bijkomende overheidssteun voor de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee heeft gewoonlijk slechts een geringe invloed op de handel binnen de Unie, levert een bijdrage aan de EU-doelstellingen op het gebied van het maritiem en visserijbeleid, en veroorzaakt geen ernstige mededingingsdistorsies. Bovendien zijn de betrokken bedragen over het algemeen gering. Verordening nr. 994/98 van de Raad dient daarom in die zin te worden gewijzigd dat deze soorten steun in de toekomst kunnen worden vrijgesteld.

· Steun voor amateursporten

Terwijl veel maatregelen op het gebied van amateursporten in het geheel geen steun vormen, hebben andere maatregelen gewoonlijk een geringe invloed op het intracommunautaire handelsverkeer en veroorzaken geen ernstige mededingingsdistorsies; bovendien zijn toegekende bedragen doorgaans gering. Verordening nr. 994/98 van de Raad dient in die zin te worden gewijzigd dat deze soorten steun in de toekomst kunnen worden vrijgesteld.

· Sociale steun voor vervoer ten behoeve van bewoners van afgelegen gebieden

Op het gebied van vervoer zijn reeds specifieke bepalingen van toepassing, met name Verordening (EG) nr. 1370/2007 van de Raad betreffende diensten van algemeen economisch belang op het gebied van het personenvervoer over de weg en per spoor.

Er zijn echter geen specifieke bepalingen voor steun op het gebied van lucht- en zeevervoer. De Commissie heeft op deze gebieden voldoende ervaring opgedaan om algemene verenigbaarheidscriteria te kunnen formuleren voor sociale steun voor vervoer ten behoeve van bewoners van afgelegen gebieden (in hoofdzaak ultraperifere gebieden en eilanden, of schiereilanden op het vasteland van de EU die met eilanden gelijk worden gesteld). Dit soort steun is meestal betrekkelijk beperkt van omvang en veroorzaakt geen aanzienlijke mededingingsdistorsies. Verordening nr. 994/98 van de Raad dient in die zin te worden gewijzigd dat dit soort overheidssteun in de toekomst kan worden vrijgesteld.

· Steun voor de vervoersector op grond van artikel 93 VWEU

Ingevolge artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1370/2007 zijn overeenkomstig deze verordening verstrekte compensaties voor de openbaredienstverlening voor de exploitatie van openbare personenvervoersdiensten of voor de nettokosten van de in algemene regels vastgestelde tariefverplichtingen vrijgesteld van de meldingsplicht van artikel 108, lid 3, van het Verdrag.

Op grond van de verdeling van bevoegdheden tussen de Raad en de Commissie die in het Verdrag van Lissabon is vastgelegd en die in artikel 108, lid 4, en artikel 109 VWEU wordt beschreven, is het aan de Raad om te bepalen welke soorten steun zijn vrijgesteld van de aanmeldingsverplichting, maar dient de Commissie de precieze voorwaarden voor een dergelijke vrijstelling vast te stellen. Om de vrijstelling voor de compensatie voor de openbaredienstverlening in overeenstemming te brengen met deze bepalingen, moet dit soort steun in het toepassingsgebied van Verordening nr. 994/98 van de Raad worden opgenomen. Artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1370/2007 dient zes maanden na de inwerkingtreding van een verordening van de Commissie betreffende dit soort steun, te vervallen. De Commissie verwacht momenteel echter dat een dergelijke groepsvrijstelling inhoudelijk overeen zou komen met de huidige vrijstelling, tenzij Verordening nr. 1370/2007 door middel van reeds geplande wetgevingsvoorstellen met betrekking tot de spoorwegsector wordt gewijzigd.

· Steun voor bepaalde breedbandinfrastructuur

In de afgelopen jaren heeft de Commissie ruime ervaring opgedaan met steun voor de breedbandsector, en heeft zij ter zake richtsnoeren ontwikkeld. Daardoor kan zij nauwkeurige verenigbaarheidscriteria formuleren op grond waarvan, onder bepaalde voorwaarden, steun voor bepaalde soorten breedbandinfrastructuur kan worden vrijgesteld. Dit betreft steun voor basisbreedband in regio's waar geen breedbandinfrastructuur voorhanden is en waar een dergelijke infrastructuur waarschijnlijk in de nabije toekomst ook niet zal worden ontwikkeld ("witte gebieden"), en voor individuele steunmaatregelen van geringe omvang voor zeer snelle toegangsnetwerken van de volgende generatie ("Next Generation Access" – NGA) in "witte NGA-gebieden".

Daarnaast zou een groepsvrijstelling kunnen worden verleend voor civieltechnische werken op het gebied van breedband en passieve breedbandinfrastructuur. De ondersteuning van dergelijke werken vormt in veel gevallen steun indien het de aanleg van speciale telecommunicatie-infrastructuur (leidingen) betreft. Passieve breedbandinfrastructuur omvat de aanleg van zowel leidingen als glasvezelkabels. Deze infrastructuur is gewoonlijk concurrentiebevorderend omdat hij door verschillende operatoren (vast, draadloos, mobiel) kan worden gebruikt, er geen vooraf bepaalde toegangsvoorwaarden worden gesteld of technologieën zijn vereist, en de infrastructuur – zoals doorgaans het geval is - eigendom is van de overheid, die er geen belang bij heeft tussen operatoren te discrimineren. Een groepsvrijstelling voor civieltechnische werken en breedbandinfrastructuur zou investeringen kunnen aanmoedigen omdat (lagere) lokale overheden dikwijls liever dergelijke werken ondersteunen dan dat zij steunregelingen op het gebied van breedband vaststellen, die aan meer uitgebreide staatssteunvoorwaarden moeten voldoen. De Commissie heeft voldoende ervaring opgedaan met steun voor passieve infrastructuur. Een groepsvrijstelling kan de uitbreiding van steunverlening in plattelandsgebieden aanmoedigen, waar de bestaande infrastructuur te wensen overlaat.

Verordening nr. 994/98 van de Raad dient in die zin te worden gewijzigd dat deze soorten overheidssteun in de toekomst kunnen worden vrijgesteld.

Nadere specificering van de steuncategorieën die onder de groepsvrijstelling vallen

In artikel 1, lid 2, onder c), van Verordening nr. 994/98 wordt bepaald dat voor elke steuncategorie die onder de groepsvrijstelling valt, worden gespecificeerd: "de drempels die worden uitgedrukt, hetzij als steunintensiteit ten opzichte van een reeks in aanmerking komende kosten, hetzij als maximumsteunbedragen".

Gezien de ontwikkeling van nieuwe vormen van overheidssteun, zoals financieringsinstrumenten en verschillende vormen van risicokapitaal, is de Commissie van mening dat de wijze waarop deze drempels worden vastgesteld, geactualiseerd moet worden om ervoor te zorgen dat de groepsvrijstelling ook op deze nieuwe vormen van overheidssteun kan worden toegepast. Het zou derhalve mogelijk moeten zijn de drempels niet alleen in termen van steunintensiteit of maximumsteunbedragen vast te stellen, maar ook in termen van maximaal steunniveau, ongeacht of de steun als staatssteun moet worden beschouwd in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU. Verordening nr. 994/98 van de Raad dient dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

Bepalingen betreffende transparantie

In artikel 3, lid 2, van Verordening nr. 994/98 wordt het volgende bepaald: "Meteen bij de uitvoering van steunregelingen of van buiten een regeling toegekende individuele steunmaatregelen welke uit hoofde van die verordening zijn vrijgesteld, doen de lidstaten de Commissie met het oog op bekendmaking daarvan in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, een samenvatting toekomen van de inlichtingen betreffende deze steunregelingen of individuele steunmaatregelen die niet onder een vrijgestelde steunregeling vallen."

In 1998, toen de verordening werd vastgesteld, was de bekendmaking van deze samenvattingen in het Publicatieblad de meest geschikte methode. Doordat echter sindsdien het aantal officiële talen is toegenomen en de communicatiemiddelen zijn geëvolueerd, zou de bekendmaking van de samenvattingen op de website van de Commissie de transparantie vergroten, de publicatietermijnen verkorten en de administratieve lasten verminderen omdat het voor belanghebbenden, en met name ondernemingen, even gemakkelijk is om de website van de Commissie te raadplegen als het Publicatieblad.

De verplichting om bovenbedoelde samenvattingen in het Publicatieblad bekend te maken dient derhalve te worden vervangen door de verplichting om deze op de website van de Commissie te plaatsen. Verordening nr. 994/98 van de Raad dient dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

Bepalingen betreffende de procedure op grond waarvan de Commissie vrijstellingsverordeningen vaststelt

Krachtens artikel 8 van Verordening nr. 994/98 moet de Commissie het Adviescomité inzake overheidssteun raadplegen alvorens een ontwerp-groepsvrijstellingsverordening bekend te maken. De Commissie is van mening dat, om belanghebbenden in staat te stellen hun opmerkingen te maken en aldus de transparantie te vergroten, de ontwerpverordeningen gelijktijdig met de raadpleging van het Adviescomité moeten worden bekendgemaakt.

Gezien de wijze waarop de nieuwe elektronische communicatiemiddelen zich hebben ontwikkeld, meent de Commissie dat plaatsing op haar website, en niet bekendmaking in het Publicatieblad, de snelste en meest doeltreffende methode is om ontwerpverordeningen te publiceren. Dit biedt belanghebbenden een betere gelegenheid hun opmerkingen te maken en vermindert administratieve lasten en vertragingen.

De bovengenoemde bepalingen van artikel 8 van Verordening nr. 994/98 van de Raad moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.

2.           SAMENHANG MET ANDERE BELEIDSTERREINEN EN DOELSTELLINGEN VAN DE UNIE

Het onderhavige voorstel vormt een belangrijk onderdeel van de modernisering van het EU-staatssteunbeleid, een initiatief dat van start is gegaan met de mededeling van de Commissie van 8 mei 2012[6], waarin een ambitieus hervormingsprogramma op het gebied van staatssteun is opgenomen. Het voorstel zou moeten helpen de algemene doelstellingen van de Unie te bereiken, met name de doelstelling om zich bij de handhaving van de staatssteunregels vooral te concentreren op zaken die de grootste impact op de interne markt hebben, en zou een bijdrage moeten leveren aan de Europa 2020-strategie ter bevordering van groei in een versterkte, dynamische en concurrerende interne markt.

Om de doelstellingen van deze strategie te verwezenlijken, stelt de Commissie voor het aantal steuncategorieën dat van de aanmeldingsverplichting kan worden vrijgesteld, uit te breiden en aldus de administratieve lasten te verminderen en het aantal steunmaatregelen dat moet worden aangemeld, te beperken. De betrokken categorieën en de beoogde groepsvrijstellingen zouden verenigbaarheidsvoorwaarden bevatten die gericht zijn op die soorten steun die een daadwerkelijke bijdrage leveren tot het bereiken van de Europa 2020-doelstellingen.

3.           JURIDISCHE ASPECTEN

· Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 109 VWEU, op grond waarvan de Raad alle dienstige verordeningen kan vaststellen en met name de voorwaarden voor de toepassing van artikel 108, lid 3, VWEU kan bepalen alsmede de van die procedure vrijgestelde soorten steunmaatregelen. De Raad neemt met gekwalificeerde meerderheid een besluit, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement.

· Subsidiariteit en evenredigheid

Het voorstel valt onder de uitsluitende bevoegdheid van de Unie. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

Dit initiatief gaat niet verder dan wat noodzakelijk is om het beoogde doel te bereiken, en is derhalve in overeenstemming van het evenredigheidsbeginsel.

· Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening.

De verordening is het enige geschikte rechtsinstrument om Verordening (EG) nr. 994/98 te wijzigen.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen negatieve gevolgen voor de begroting van de Unie.

2012/0344 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 994/98 van de Raad van 7 mei 1998 betreffende de toepassing van de artikelen 92 en 93 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op bepaalde soorten van horizontale steunmaatregelen en van Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 109,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement[7],

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[8],

Gezien het advies van het Comité van de Regio's[9],

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Verordening (EG) nr. 994/98 van de Raad van 7 mei 1998 betreffende de toepassing van de artikelen 92 en 93 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op bepaalde soorten van horizontale steunmaatregelen[10], kent de Commissie de bevoegdheid toe bij verordening te verklaren dat bepaalde soorten steunmaatregelen verenigbaar zijn met de interne markt en vrijgesteld zijn van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag.

(2)       Verordening (EG) nr. 994/98 kent de Commissie de bevoegdheid toe om, in overeenstemming met artikel 107 van het Verdrag, te verklaren dat steun aan kleine en middelgrote ondernemingen (hierna "kmo's" genoemd), steun voor onderzoek en ontwikkeling, steun voor milieubescherming, steun voor werkgelegenheid en opleiding en steunmaatregelen waarbij de kaart in acht wordt genomen die de Commissie met het oog op de toekenning van regionale steun voor elke lidstaat heeft goedgekeurd, verenigbaar zijn met de interne markt en niet onderworpen zijn aan de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag.

(3)       Verordening (EG) nr. 994/98 machtigt de Commissie een vrijstelling te verlenen voor steun voor onderzoek en ontwikkeling, maar niet voor innovatie. Inmiddels is innovatie een beleidsprioriteit van de Unie geworden in het kader van de "Innovatie-Unie", een van de vlaggenschipinitiatieven van Europa 2020. Bovendien zijn veel steunmaatregelen ten behoeve van innovatie betrekkelijk beperkt en veroorzaken zij geen aanzienlijke mededingingsdistorsies.

(4)       De lidstaten moeten momenteel alle steunvoornemens op het gebied van cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed bij de Commissie aanmelden.Verordening (EG) nr. 994/98 machtigt de Commissie een groepsvrijstelling te verlenen voor dit soort steun aan kmo's, maar het nut van een dergelijke vrijstelling is beperkt omdat de begunstigden dikwijls grote ondernemingen zijn. Kleine projecten op het gebied van cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed geven echter doorgaans geen aanleiding tot grote mededingingsverstoringen, zelfs wanneer zij door grotere ondernemingen worden uitgevoerd, en uit recente gevallen is gebleken dat de invloed ervan op het handelsverkeer beperkt is.

(5)       De lidstaten moeten ook steunvoornemens inzake het herstel van door natuurrampen veroorzaakte schade bij de Commissie aanmelden. De in verband hiermee toegekende bedragen zijn in de regel gering, en er kunnen duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden worden vastgesteld. Verordening (EG) nr. 994/98 machtigt de Commissie dergelijke steun vrij te stellen van de aanmeldingsverplichting, doch uitsluitend indien het steun aan kmo's betreft. Grote ondernemingen kunnen echter ook door natuurrampen worden getroffen. De Commissie heeft ondervonden dat dergelijke steun niet tot aanzienlijke verstoringen van de mededinging leidt, en er kunnen op basis van de opgedane ervaring duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden worden vastgesteld.

(6)       Voorts moeten de lidstaten steunmaatregelen ter compensatie van door bepaalde ongustige weersomstandigheden veroorzaakte schade in de visserijsector bij de Commissie aanmelden. De op dit gebied toegekende bedragen zijn doorgaans gering, en er kunnen duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden worden vastgesteld. Verordening (EG) nr. 994/98 machtigt de Commissie dergelijke steun vrij te stellen van de aanmeldingsverplichting, doch uitsluitend indien het steun aan kmo's betreft. Grote ondernemingen in de visserijsector kunnen echter ook door ongunstige weersomstandigheden worden getroffen. De Commissie heeft ondervonden dat dergelijke steun niet tot aanzienlijke verstoringen van de mededinging leidt, en er kunnen op basis van de opgedane ervaring duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden worden vastgesteld.

(7)       Krachtens artikel 42 van het Verdrag zijn de staatssteunregels onder bepaalde voorwaarden niet van toepassing op sommige steunmaatregelen ten behoeve van in bijlage I van het Verdrag genoemde landbouwproducten. Artikel 42 geldt evenwel niet voor bosbouw en voor niet in bijlage I van het Verdrag vermelde producten. Daarom kan momenteel, op grond van Verordening (EG) nr. 994/98, steun voor bosbouw en voor niet in bijlage I van het Verdrag vermelde producten in de voedingssector, uitsluitend worden vrijgesteld indien deze beperkt blijft tot kmo's. De Commissie zou de mogelijkheid moeten hebben om bepaalde soorten steun voor de bosbouw die in programma's voor plattelandsontwikkeling zijn opgenomen, evenals bepaalde soorten steun ten behoeve van de afzetbevordering van, en reclameactiviteiten voor, niet in bijlage I van het Verdrag opgenomen producten in de voedingssector vrij te stellen; zij heeft ondervonden dat steun in deze gevallen slechts in beperkte mate tot mededingingsdistorsies leidt en dat duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden kunnen worden vastgesteld.

(8)       Op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds[11], zijn de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag van toepassing op steunmaatregelen van de lidstaten ten gunste van ondernemingen in de visserijsector, maar niet op financiële bijdragen van de lidstaten die uit hoofde van, en in overeenstemming met, Verordening (EG) nr. 1198/2006 worden verricht. Bijkomende overheidssteun voor de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee heeft gewoonlijk slechts een geringe invloed op de handel binnen de Unie, levert een bijdrage aan de EU-doelstellingen op het gebied van maritiem en visserijbeleid, en veroorzaakt geen ernstige mededingingsdistorsies. Bovendien zijn de betrokken bedragen over het algemeen gering, en kunnen duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden worden vastgesteld.

(9)       Steunmaatregelen van de overheid op het gebied van de amateursporten hebben, voor zover zij staatssteun inhouden, in de regel slechts een geringe invloed op het intracommunautaire handelsverkeer en leiden niet tot aanzienlijke mededingingsdistorsies. Ook de toegekende bedragen zijn doorgaans beperkt. Op grond van de opgedane ervaring kunnen duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat steun ten behoeve van amateursporten geen aanzienlijke verstoringen van de mededinging tot gevolg heeft.

(10)     Wat steun voor lucht- en zeevervoer betreft weet de Commissie uit ervaring dat sociale steun voor vervoer aan bewoners van afgelegen gebieden, mits er geen onderscheid wordt gemaakt op grond van de identiteit van de operatoren, niet tot significante mededingingsverstoringen leidt, en dat duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden kunnen worden vastgesteld.

(11)     Met betrekking tot steun voor vervoer over de weg, per spoor of over de binnenwateren bepaalt artikel 93 van het Verdrag dat steunmaatregelen die beantwoorden aan de behoeften van de coördinatie van het vervoer of die overeenkomen met de vergoeding van bepaalde met het begrip "openbare dienst" verbonden, verplichte dienstverrichtingen, verenigbaar zijn met de Verdragen. Krachtens artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg[12], zijn overeenkomstig die verordening verstrekte compensaties voor de openbaredienstverlening voor de exploitatie van openbare personenvervoersdiensten of voor de nettokosten van de in algemene regels vastgestelde tariefverplichtingen momenteel vrijgesteld van de meldingsplicht van artikel 108, lid 3, van het Verdrag. Met het oog op een geharmoniseerde aanpak van de groepsvrijstellingsverordeningen op het gebied van staatssteun, en in overeenstemming met de procedures van artikel 108, lid 4 en artikel 109 van het Verdrag, dient steun voor de coördinatie van het vervoer of voor de vergoeding van bepaalde met het begrip "openbare dienst" verbonden, verplichte dienstverrichtingen als bedoeld in artikel 93 van het Verdrag, in het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1370/2007 te worden opgenomen. Artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1370/2007 dient derhalve zes maanden na de inwerkingtreding van een door de Commissie vast te stellen verordening met betrekking tot dit soort steun, te worden geschrapt.

(12)     De Commissie heeft in de afgelopen jaren ruime ervaring opgedaan met steun voor de breedbandsector, en zij heeft richtsnoeren terzake ontwikkeld[13]. Daarbij is gebleken dat steun voor bepaalde soorten breedbandinfrastructuur niet tot ernstige verstoringen leidt en hiervoor een groepsvrijstelling zou kunnen worden verleend, mits aan bepaalde verenigbaarheidsvoorwaarden wordt voldaan. Dit geldt voor steun voor de voorziening met basisbreedband van gebieden waar geen breedbandinfrastructuur voorhanden is en de ontwikkeling daarvan in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is ("witte gebieden") evenals voor individuele steunmaatregelen van geringe omvang voor zeer snelle toegangsnetwerken van de volgende generatie ("NGA") in gebieden waar geen NGA-infrastructuur voorhanden is en de ontwikkeling daarvan in de nabije toekomst onwaarschijnlijk is. Het geldt eveneens voor civieltechnische werken op het gebied van breedband en passieve breedbandinfrastructuur, ten aanzien waarvan de Commissie ruime praktische ervaring heeft opgedaan en duidelijke verenigbaarheidsvoorwaarden kunnen worden vastgesteld.

(13)     Het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 994/98 dient derhalve te worden uitgebreid tot dit soort steunmaatregelen.

(14)     Verordening (EG) nr. 994/98 bepaalt dat de drempels voor elke categorie van steun waarvoor de Commissie een groepsvrijstellingsverordening vaststelt, moeten worden uitgedrukt hetzij als steunintensiteit ten opzichte van een reeks in aanmerking komende kosten, hetzij als maximumsteunbedragen. Door deze voorwaarde is het moeilijk een groepsvrijstelling toe te kennen voor bepaalde steunmaatregelen die, door de bijzondere aard ervan, niet kunnen worden uitgedrukt in termen van steunintensiteit of maximumbedragen, zoals bijvoorbeeld financieringsinstrumenten of bepaalde soorten maatregelen ter bevordering van risicokapitaalinvesteringen. Dit is met name een gevolg van het feit dat er bij dergelijke complexe maatregelen sprake kan zijn van steun op verschillende niveaus (rechtstreeks begunstigden, intermediaire begunstigden, indirect begunstigden). Gezien de toenemende betekenis van dergelijke maatregelen en de bijdrage die zij leveren aan het bereiken van de EU-doelstellingen, dient meer flexibiliteit te worden geboden om ook deze maatregelen vrij te stellen. Het zou derhalve mogelijk moeten zijn om de drempels niet alleen als steunintensiteit of maximumsteunbedragen uit te drukken, maar ook in termen van maximaal steunniveau, ongeacht of de steun als staatssteun wordt aangemerkt.

(15)     Verordening (EG) nr. 994/98 bepaalt dat de lidstaten samenvattingen moeten indienen van de inlichtingen betreffende door hen ten uitvoer gelegde steunmaatregelen die onder een vrijstellingsverordening vallen. De bekendmaking van deze samenvattingen is noodzakelijk om de transparantie van de door de lidstaten vastgestelde maatregelen te waarborgen. De bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie was, ten tijde van de vaststelling van Verordening (EG) nr. 994/98, de meest doeltreffende manier om transparantie te verzekeren. Door de opkomst van de elektronische communicatiemiddelen is de bekendmaking van de samenvattingen op de website van de Commissie thans echter een even snelle en efficiëntere methode, die een grotere mate van transparantie biedt ten voordele van de belanghebbenden. Deze samenvattingen moeten daarom niet meer in het Publicatieblad worden bekendgemaakt, maar op de website van de Commissie worden geplaatst.

(16)     Evenzo dienen ontwerpverordeningen en andere documenten die op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 994/98 door het Adviescomité inzake overheidssteun moeten worden onderzocht, op de website van de Commissie te worden bekendgemaakt in plaats van in het Publicatieblad, om voor grotere transparantie te zorgen, de administratieve lasten te verminderen en vertraging bij de publicatie te voorkomen.        

(17)     Volgens de raadplegingsprocedure van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 994/98 moet het Adviescomité inzake overheidssteun worden geraadpleegd alvorens een ontwerpverordening wordt bekendgemaakt. Ten behoeve van de transparantie dient de ontwerpverordening echter tegelijkertijd met de eerste raadpleging van het Adviescomité door de Commissie, op internet te worden bekendgemaakt.  

(18)     Verordening (EG) nr. 994/98 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 994/98 wordt als volgt gewijzigd:

(1) Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

(a) In lid 1 wordt punt a) vervangen door:

   "a) steun ten behoeve van:

(i)         kleine en middelgrote ondernemingen;

(ii)        onderzoek, ontwikkeling en innovatie;

   (iii)       milieubescherming;

(iv)       werkgelegenheid en opleiding;

(v)        cultuur en instandhouding van het culturele erfgoed;

(vi)       het herstel van door natuurrampen veroorzaakte schade;

(vii)      het herstel van door ongunstige weersomstandigheden aan de    visserijsector toegebrachte schade;

(viii)      bosbouw en afzetbevordering van niet in bijlage I genoemde      producten van de voedingssector;

(ix)       instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee;

(x)        amateursporten;

(xi)       bewoners van afgelegen gebieden op het gebied van vervoer,    met een sociaal karakter, die zonder discriminatie op grond van         de identiteit van de operateur wordt      toegekend;

(xii)      de coördinatie van het vervoer of de vergoeding van      bepaalde met het begrip "openbare dienst" verbonden,        verplichte dienstverrichtingen als bedoeld in artikel         93 van het        Verdrag; en

          (xiii)      basisbreedband-infrastructuur of individuele       infrastructuurmaatregelen van geringe omvang met betrekking      tot toegangsnetwerken van de volgende generatie, in gebieden   waar een dergelijke infrastructuur niet voorhanden is en  waarschijnlijk evenmin op korte termijn zal worden        ontwikkeld, en ten behoeve van civieltechnische werken op het            gebied van        breedband en passieve  breedbandinfrastructuur.".

(b)        In lid 2 wordt punt c) vervangen door:

            "c) de drempels die worden uitgedrukt hetzij als steunintensiteit ten         opzichte van een reeks in aanmerking komende kosten, hetzij in de     vorm van een maximumbedrag, hetzij als maximaal steunniveau;".

(2)     Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:

"Meteen bij de uitvoering van steunregelingen of van buiten een regeling toegekende individuele steunmaatregelen welke uit hoofde van die verordeningen zijn vrijgesteld, doen de lidstaten de Commissie, met het oog op bekendmaking daarvan op de website van de Commissie, een samenvatting toekomen van de inlichtingen betreffende deze steunregelingen of individuele steunmaatregelen die niet onder een vrijgestelde steunregeling vallen.".

(3)     Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

(a)        In lid 1 wordt punt a) vervangen door:

   "a) op het moment waarop zij een ontwerpverordening bekendmaakt     overeenkomstig artikel 6;"

b)         In lid 2 wordt de tweede zin vervangen door:

   "Bij deze uitnodiging worden de te bespreken onderwerpen en  documenten gevoegd; deze kunnen op de website van de Commissie worden gepubliceerd.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De voorzitter

[1]               PB L 142 van 14.5.1998, blz. 1.

[2]               Vrijstelling is in dit geval mogelijk op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 994/98.

[3]               COM(2012) 209 final.

[4]               Verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (de algemene groepsvrijstellingsverordening), PB L 214 van 9.8.2008, blz. 3.

[5]               PB L 223 van 15.8.2006, blz 1.

[6]               COM(2012) 209 final.

[7]               PB C […], […], blz.

[8]               PB C […], […], blz.

[9]               PB C […], […], blz.

[10]             PB L 142 van 14.5.1998, blz. 1.

[11]             PB L 223 van 15.8.2006, blz 1.

[12]             OJ L 315, 3.12.2007, p.1.

[13]             Communautaire richtsnoeren voor de toepassing van de staatssteunregels in het kader van de snelle uitrol van breedbandnetwerken, PB 235 van 30.9.2009, blz. 7.

Top