This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012DC0169
REPORT FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS 2011 Report on the Application of the EU Charter of Fundamental Rights
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Verslag over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2011
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Verslag over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2011
/* COM/2012/0169 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Verslag over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2011 /* COM/2012/0169 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES
PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN
DE REGIO'S Verslag over de toepassing van het
EU-Handvest van de grondrechten 2011 1. Inleiding Twee jaar na de inwerkingtreding van het
Verdrag van Lissabon is het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie[1] (hierna "het
Handvest" genoemd) uitgegroeid tot een algemeen referentiekader voor nieuw
EU-beleid. Deze ontwikkeling is in gang gezet door het
Verdrag van Lissabon. Na de inwerkingtreding van dit verdrag heeft de Commissie
een strategie voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest (hierna
"de strategie inzake het Handvest" genoemd)[2] vastgesteld, die ertoe moet
leiden dat de EU het goede voorbeeld geeft door als wetgever de grondrechten te
eerbiedigen. Verder heeft de Commissie zich ertoe verbonden jaarverslagen uit
te brengen om de burger beter te informeren over de toepassing van het Handvest
en de voortgang te documenteren. Zowel de strategie inzake het Handvest als het
eerste jaarlijkse verslag over de toepassing van het Handvest heeft aanleiding
gegeven tot discussies in het Europees Parlement, de Raad, het Comité van de
Regio's en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Niet alleen de EU-instellingen stellen belang
in het Handvest, ook het brede publiek heeft interesse: volgens een recente Eurobarometer[3] zou twee derde van de
respondenten in de EU graag meer willen weten over de rechten die zij aan het
Handvest ontlenen (66%), tot wie zij zich kunnen wenden als deze rechten naar
hun mening zijn geschonden (65%), en wanneer het Handvest van toepassing is
(60%). Dit verslag komt tegemoet aan de behoefte van
de burger om meer over het Handvest te weten. Hiertoe worden de vorderingen bij
de tenuitvoerlegging van het Handvest geschetst en wordt een overzicht van de
belangrijkste ontwikkelingen in 2011 geboden. Bijlage I bevat naast
gedetailleerde informatie over de toepassing van het Handvest door de
EU-instellingen en de lidstaten voorbeelden van concrete problemen waarmee
burgers te maken krijgen. De voortgang bij tenuitvoerlegging van de strategie
voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (2010-2015) wordt weergegeven in een
afzonderlijke bijlage II. 2. Bevorderen van de tenuitvoerlegging van
het Handvest Op grond van de bevindingen van het verslag
over 2010 heeft de Commissie een aantal concrete maatregelen genomen om de
daadwerkelijke toepassing van het Handvest te bevorderen. 2.1. Stimuleren van de
grondrechtencultuur binnen de EU Naar aanleiding van de strategie inzake het
Handvest en het verslag 2010 is er in alle EU‑instellingen gediscussieerd over
de vraag hoe zou kunnen worden verzekerd dat het Handvest gevolg krijgt voor de
burger en gedurende het gehele wetgevingsproces in acht wordt genomen. Dit initiatief
van de Commissie heeft inmiddels de eerste concrete resultaten opgeleverd. De Commissie let bij het voorbereiden
van wetgevingsvoorstellen thans beter op de gevolgen voor de grondrechten.
Voordat zij haar goedkeuring hecht aan voorstellen voor nieuwe wetgeving,
verricht de Commissie effectbeoordelingen. In de nieuwe richtsnoeren[4] wordt met concrete voorbeelden
duidelijk gemaakt hoe de diensten van de Commissie bij effectbeoordelingen
rekening moeten houden met de grondrechten. De Commissie heeft een
interdepartementale groep in het leven geroepen om al haar diensten in de
gelegenheid te stellen kennis en ervaring uit te wisselen op het gebied van de
toepassing van het Handvest. Een concreet voorbeeld van de gunstige
resultaten van dit beleid is de wijze waarop de Commissie te werk is gegaan bij
het opstellen van wetgeving inzake het gebruik van beveiligingsscanners[5] voor de detectie van
gevaarlijke voorwerpen die passagiers bij zich hebben op luchthavens in de EU. Om
ervoor te zorgen dat deze wetgeving in overeenstemming zou zijn met het
Handvest, is er in de voorbereidende fase gekeken naar de gevolgen die de
verschillende beleidsopties zouden hebben voor de grondrechten. Lidstaten en
luchthavens die gebruik willen maken van beveiligingsscanners moeten voldoen
aan de minimumvoorwaarden die zijn vastgesteld in de nieuwe EU-regels ter
bescherming van de grondrechten. Het belangrijkste is dat passagiers die niet
met een beveiligingsscanner willen worden gecontroleerd, voor alternatieve
screeningmethoden kunnen kiezen. De passagiers moeten worden geïnformeerd over
hun recht een beveiligingsscan te weigeren, de scantechnologie die wordt
toegepast en de voorwaarden waaraan het gebruik van de scanner onderworpen is.
Bovendien zijn er uitvoerige voorwaarden geformuleerd om te waarborgen dat het
recht op bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer in
acht wordt genomen. Zo mogen beelden van beveiligingsscanners niet worden
opgeslagen, bewaard, gekopieerd, afgedrukt of opgezocht. Uit gezondheidsoverwegingen
mogen voor het screenen van personen alleen scanners met niet-ioniserende
straling worden gebruikt. Dat de Commissie de gevolgen voor de
grondrechten inmiddels grondiger beoordeelt, blijkt ook uit haar
evaluatieverslag[6]
over de EU-regels inzake gegevensbewaring[7]. De Commissie schetst
hierin de gevolgen van deze regels voor het bedrijfsleven en de consument,
alsook de consequenties voor de bescherming van de betrokken grondrechten en fundamentele
vrijheden, met name met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens. Enerzijds
wordt gegevensbewaring in het verslag aangemerkt als een instrument dat nuttig
is voor wetshandhavingsdoeleinden, anderzijds worden er punten in genoemd die
moeten worden verbeterd, omdat de lidstaten de richtlijn gegevensbewaring op
ongelijke wijze hebben omgezet. De Commissie dient met name te zorgen voor
verdere harmonisering op specifieke gebieden, zoals de maatregelen die moeten
waarborgen dat de grondrechten en fundamentele vrijheden worden geëerbiedigd, waaronder
beperking van de duur van de gegevensbewaring, doelbinding en voorwaarden die
verbonden zijn aan de toegang tot bewaarde gegevens en die tot bescherming van
persoonsgegevens strekken. Overeenkomstig de strategie inzake het
Handvest garandeert de Commissie niet alleen dat haar voorstellen verenigbaar
zijn met het Handvest, maar ook dat het Handvest wordt geëerbiedigd wanneer de
lidstaten de EU-wetgeving ten uitvoer leggen. Volgens artikel 51 van het
Handvest gelden de bepalingen ervan alleen voor de lidstaten wanneer zij het
recht van de Unie ten uitvoer brengen. Het is niet van toepassing in situaties
waarin het recht van de EU geen rol speelt. Nadat de Commissie actie ondernam in verband
met de Hongaarse mediawet en daarbij ten volle gebruikmaakte van haar
wettelijke bevoegdheden om het acquis te handhaven, besloot de Hongaarse
regering de betrokken wet in overeenstemming te brengen met het materiële
EU-recht. Ook is een aantal bedenkingen geuit in verband met andere bepalingen
van de mediawet, die niet onder de EU-wetgeving vallen. In dergelijke gevallen
blijft de bescherming van de grondrechten op nationaal niveau gegarandeerd
overeenkomstig het nationale constitutionele stelsel. Dit bleek ook uit de
uitspraak van 19 december van het Hongaarse Constitutionele Hof, dat oordeelde
dat een aantal bepalingen van de Hongaarse mediawet de vrijheid van de
schrijvende pers op ongrondwettelijke wijze beperkte[8]. De Commissie hield in 2011 ook de
ontwikkelingen in verband met de nieuwe Hongaarse grondwet en de uitvoering daarvan
nauwlettend in de gaten vanuit het oogpunt van het EU‑recht. Tijdens de
plenaire vergadering in juni van het Europees Parlement beklemtoonde de
Commissie dat de grondwet van elke lidstaat de Europese waarden van vrijheid,
democratie, gelijkheid, de rechtsstaat, eerbied voor de menselijke waardigheid
en eerbiediging van de mensenrechten moet weerspiegelen en eerbiedigen,
waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, zonder
discriminatie, overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag. In december verklaarde
de Commissie te vrezen dat enkele bepalingen uit de ontwerp-wetgeving strijdig
zouden kunnen zijn met het recht van de EU[9].
De Hongaarse autoriteiten keurden de betrokken wetgeving goed zonder rekening
te houden met de juridische bedenkingen van de Commissie. Daarop besloot de
Commissie als hoedster van de Verdragen om actie te ondernemen tegen een aantal
nieuwe bepalingen in de Hongaarse wetgeving die betrekking hebben op de
onafhankelijkheid van de gegevensbeschermingsautoriteiten en de
pensioenplichtige leeftijd voor rechters, openbare aanklagers en notarissen (de
laatste bepaling is discriminerend). De Commissie zond ook een administratieve
brief waarin werd gevraagd om meer informatie over aspecten van de nieuwe
wetgeving die afbreuk zouden kunnen doen aan de onafhankelijkheid van de
rechterlijke macht[10].
Het Europees Parlement speelde een
belangrijke rol bij de bevordering van de rechten en vrijheden die zijn
verankerd in het Handvest. Het besteedde met name aandacht aan de vrijheid en
pluriformiteit van de media in Hongarije[11]
en aan de nieuwe Hongaarse grondwet en de uitvoering daarvan[12]. Op 16 februari 2012 keurde
het Parlement een resolutie[13]
goed het er bij de Hongaarse regering op aandringt zich te voegen naar de
aanbevelingen, de bezwaren en de eisen van de Europese Commissie, de Raad van
Europa en de Commissie van Venetië, en waarin de Europese Commissie werd
verzocht om als hoedster van de verdragen nauwlettend toe te zien op de
mogelijke wijzigingen en de toepassing van genoemde wetten en de naleving van
de letter en de geest van de Europese verdragen. Als medewetgever benadrukte het Parlement het
grondrechtenaspect van nieuwe voorstellen voor EU-wetgeving. Zo hechtte het
Parlement zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie tot wijziging van
de erkenningsrichtlijn, dat strekt tot verbetering van de rechten die in
de EU aan vluchtelingen of begunstigden van de subsidiaire beschermingsstatus
worden toegekend (artikelen 18 en 19 van het Handvest). Ook breidde het bij de
onlangs goedgekeurde richtlijn gecombineerde vergunning de sociale rechten van
migrerende werknemers uit[14].
De Raad leverde – met name in zijn rol
als medewetgever – aanzienlijke inspanningen om de strategie inzake het
Handvest uit te voeren. De Raad erkende dat hij een belangrijke rol diende te
spelen bij het waarborgen van de toepassing van het Handvest en beloofde ervoor
te zorgen dat lidstaten die wijzigingsvoorstellen indienen bij
wetgevingsinitiatieven van de Commissie, of eigen wetgevingsinitiatieven
indienen, de gevolgen voor de grondrechten beoordelen[15]. Ook bracht de Raad in
herinnering dat elke instelling zelf de gevolgen van haar voorstellen en
wijzigingsvoorstellen moet beoordelen. Daarbij zegde de Raad toe om,
overeenkomstig het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven"[16], te beoordelen welke gevolgen
inhoudelijke wijzingen zouden hebben voor de grondrechten. Dit is een
bemoedigend voornemen: tot dusver kende de Raad geen specifieke procedure om
overeenstemming met het Handvest te waarborgen. In navolging van de Commissie
heeft de Raad inmiddels richtsnoeren[17]
vastgesteld voor het identificeren en het oplossen van grondrechtenkwesties die
de voorbereidende instanties van de Raad bij de bespreking van voorstellen aan
de orde stellen. Ten slotte beschreef de Raad de maatregelen die hij had
getroffen voor de toepassing van het Handvest[18]. Zowel op nationaal als op EU-niveau houdt de
rechterlijke macht inmiddels duidelijk rekening met het Handvest. Het Hof
van Justitie van de Europese Unie verwijst in zijn beslissingen steeds
vaker naar het Handvest: het aantal beslissingen waarin het Handvest in de
redenering wordt aangevoerd, is ten opzichte van 2010 met meer dan 50%
toegenomen, van 27 tot 42. Ook in vragen die nationale rechtbanken aan het Hof
van Justitie voorleggen (voor een prejudiciële beslissing) wordt steeds vaker
naar het Handvest verwezen: in 2011 gebeurde dit 50% vaker dan in 2010 (van 18
naar 27 maal). De nationale rechtbanken hebben het Hof van Justitie
belangwekkende vragen voorgelegd, onder meer over de gevolgen die het recht op
een doeltreffende voorziening in rechte en het recht op een eerlijk proces
hebben voor uitzetprocedures tegen EU-burgers, als deze zijn gebaseerd op
gevoelige informatie, die de autoriteiten niet bekend willen maken in een
openbare hoorzitting[19].
Een andere belangrijke vraag betrof de verhouding tussen nationale grondrechten
en EU-grondrechten in een zaak die betrekking had op de toepassing van het
Europees arrestatiebevel[20]. Het Hof van Justitie heeft in reeks
richtinggevende arresten naar het Handvest verwezen. Zo werd in de zaak Test-Aankoop
een uitzondering op de EU-wetgeving inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen
(op grond waarvan verzekeraars bij de berekening van verzekeringspremies en
–uitkeringen onderscheid mochten maken naar geslacht) door het Hof ongeldig
verklaard[21].
Het Hof oordeelde dat deze uitzondering niet strookte met de in die wetgeving
vervatte doelstelling van uniforme tarieven voor mannen en vrouwen, en dus
evenmin met het Handvest verenigbaar was. Na de uitspraak van het Hof stelde de
Commissie richtsnoeren vast betreffende de toepassing van de EU-wetgeving
inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen op verzekeringen[22]. Eind 2011 heeft het Hof een richtinggevende
uitspraak gedaan over de toepassing van de Dublinverordening, die
bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de beoordeling van een
asielverzoek in de EU[23].
Het Hof benadrukte dat de lidstaten verplicht zijn om het Handvest te
eerbiedigen wanneer zij bepalen wie een asielverzoek moet onderzoeken. De
lidstaten mogen een asielzoeker niet aan een andere lidstaat overdragen wanneer
zij niet onkundig kunnen zijn van het feit dat de tekortkomingen in het systeem
van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen voor asielzoekers in deze
lidstaat ernstige, op feiten berustende gronden vormen om aan te nemen dat de
asielzoeker een reëel risico zal lopen op onmenselijke of vernederende
behandelingen. In bijlage I bij dit verslag staat een aantal andere belangrijke
uitspraken, waarin onder meer de verhouding (in een onlineomgeving) tussen de
bescherming van intellectuele eigendomsrechten en andere grondrechten, zoals de
vrijheid van ondernemerschap en de bescherming van persoonsgegevens, wordt
verduidelijkt[24],
in verband met de octrooieerbaarheid van door therapeutisch klonen tot stand
gekomen menselijke embryo's wordt verwezen naar de menselijke waardigheid[25], en het beginsel van
non-discriminatie op grond van leeftijd wordt geanalyseerd in het licht van het
recht om over collectieve overeenkomsten te onderhandelen en deze te sluiten[26]. 2.2. Bevorderen van de gelijkheid
van vrouwen en mannen in de Europese Unie Inhakend op de strategie voor de gelijkheid
van vrouwen en mannen 2010-2015[27]
van de Commissie heeft de Raad een Europees pact voor gendergelijkheid
goedgekeurd[28].
Het pact hangt nauw samen met het Europa 2020-proces en bevestigt opnieuw het
voornemen van de EU om de genderkloof op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en
wat betreft sociale bescherming te dichten, gelijk loon voor gelijk werk te
waarborgen, gelijke deelname van vrouwen aan besluitvorming te stimuleren en
alle vormen van geweld tegen vrouwen te bestrijden. Eens te meer wordt
benadrukt hoe belangrijk het is om bij alle beleidsterreinen, ook bij externe
acties van de EU, aandacht te schenken aan het genderperspectief. Ook
onderstreept het pact dat de mogelijkheid om werk en gezinsleven te
combineren een eerste vereiste is voor gelijke arbeidsparticipatie: wanneer
de kinderopvangcapaciteit wordt uitgebreid en het opnemen van vaderschapsverlof
wordt aangemoedigd, kunnen thuisverzorgers (doorgaans vrouwen) zich vrijmaken
voor de arbeidsmarkt[29]. In haar strategie voor de gelijkheid van
vrouwen en mannen stelt de Commissie zich ten doel om gelijke deelname aan
besluitvorming te stimuleren en een einde te maken aan de genderongelijkheid op
leidinggevende posities in het bedrijfsleven. Overeenkomstig dat streven heeft
de Commissie alle beursgenoteerde bedrijven in de EU opgeroepen om de
intentieverklaring "Meer vrouwen in topfuncties" te ondertekenen
en zelf maatregelen te ontwikkelen om daar gevolg aan te geven[30]. Het is de bedoeling dat de
raden van bestuur van de grote Europese beursgenoteerde bedrijven tegen 2015
voor 30% en tegen 2020 voor 40% uit vrouwen bestaan. De Commissie keurde de wetgevingsvoorstellen
goed voor het nieuwe meerjarig financieel kader 2014-2020 van de EU[31]. Het programma Grondrechten en
burgerschap[32]
moet de rechten van natuurlijke personen bevorderen en beschermen, waaronder de
beginselen van non-discriminatie en gelijkheid tussen mannen en vrouwen.
Bovendien zal in het nieuwe EU-programma voor sociale verandering en innovatie[33], dat is opgezet ter
ondersteuning van het werkgelegenheids- en het sociaal beleid, specifiek werk
worden gemaakt van genderkwesties. In het kader van de Europa 2020-strategie
heeft de Commissie de lidstaten aanbevelingen gedaan over de verschillen in
beloning tussen mannen en vrouwen, kinderopvang en fiscale lasten voor
tweedeverdieners, teneinde de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te
verbeteren en de arbeidsparticipatie voor vrouwen en mannen in de
leeftijdsgroep 20-64 jaar tegen 2020 op te trekken tot 75%. Lidstaten waar partners
met een groot verschil in inkomen of partners met slechts één inkomen fiscaal
veel gunstiger worden behandeld, gaan uit economisch oogpunt niet efficiënt te
werk. Zij versterken het huishoudelijke model waarbij de een voltijds werkt
(traditioneel de man) en de ander deeltijds (traditioneel de vrouw). Hierdoor
blijft veel menselijk kapitaal onbenut; dit geldt met name voor vrouwen. Door
financiële barrières uit de belastingstelsels en de socialezekerheidsstelsels
weg te nemen en kinderopvang en ouderenzorg uit te breiden, zou de
arbeidsparticipatie van vrouwen gedurende hun hele leven toenemen en hun
economische onafhankelijkheid verzekerd zijn. 2.3. Burgers helpen bij het
uitoefenen van hun rechten De Commissie is ervan overtuigd dat er meer
moet worden gedaan om de burgers te informeren over het toepassingsgebied van
het Handvest en tot wie zij zich kunnen wenden als hun rechten worden
geschonden. Een recente Eurobarometer[34]
wees uit dat het Handvest in algemene zin wel aan bekendheid wint (64% in 2012
tegenover 48% in 2007), maar ook dat weinig burgers wisten wat het Handvest
inhield (11%) en wanneer het van toepassing was (14%). De vraag of het
Handvest op alle maatregelen van de lidstaten van toepassing was, met inbegrip
van zaken die onder de nationale bevoegdheid vallen, zorgde voor de grootste
onduidelijkheid. Hoewel het Handvest niet in al deze gevallen geldt, was
meer dan de helft van de respondenten (55%) van mening dat dit wel het geval
was. De verwarring bleek verder uit het feit dat de stelling dat het Handvest
alleen van toepassing was op lidstaten bij de uitvoering van het EU-recht, door
bijna een kwart (24%) van de respondenten voor onjuist werd gehouden. De enquête wees ook uit dat de respondenten
zich bij een schending van hun rechten krachtens het Handvest in de eerste
plaats tot de rechter zouden wenden (21%), op de voet gevolgd door de
Ombudsman/onafhankelijke organen (20%), EU-instellingen (19%) en de
plaatselijke politie (19%). Hieruit blijkt dat veel burgers van mening zijn dat
EU-instellingen dezelfde verhaalmogelijkheden bieden als een nationale
rechtbank of een nationale mensenrechteninstantie. Uit de gegevens van de Commissie blijkt ook
dat burgers dikwijls niet goed weten welke rol EU-instellingen spelen met
betrekking tot de grondrechten. Van de brieven die burgers in 2011 aan de
Commissie schreven in verband met de grondrechten ging 55% over zaken die niet
onder de bevoegdheid van de EU vallen. Het Handvest verleent de EU geen
algemene bevoegdheid om op te treden in alle gevallen waarin nationale
autoriteiten de grondrechten schenden. Het Handvest is alleen van toepassing op
de lidstaten wanneer zij het EU-recht ten uitvoer brengen. De lidstaten hebben
uitgebreide nationale regelgeving inzake de grondrechten, en de nationale
rechters zien toe op de naleving daarvan[35].
De Commissie wijst erop dat de instellingen en
organen van de EU (met name de Europese Ombudsman) en de nationale, regionale
en lokale autoriteiten van de lidstaten er samen voor moeten zorgen dat de
burger beter wordt geïnformeerd over het Handvest en over de instanties waartoe
hij zich kan wenden wanneer hij meent dat zijn rechten zijn geschonden. De
Commissie publiceerde in samenwerking met de lidstaten nieuwe pagina's over de
grondrechten op de Europese portaalsite e-justitie[36]. De portaalsite biedt burgers
informatie over de instanties waartoe zij zich kunnen wenden wanneer hun
grondrechten zijn geschonden. Verder bevat de site informatie over nationale
rechtbanken en instanties die klachten in verband met de grondrechten
behandelen, zoals nationale ombudspersonen, nationale mensenrechteninstellingen
en nationale organen voor de bevordering van gelijke behandeling De Commissie is vastbesloten om burgers bij de
uitoefening van hun rechten te helpen door met alle actoren op nationaal en
EU-niveau samen te werken. Naast de rechterlijke macht, die een
hoofdrol speelt bij het verdedigen van de grondrechten, zijn er in de lidstaten
nog tal van andere instellingen die klachten behandelen van burgers die menen
dat hun grondrechten zijn geschonden. Deze laatste instellingen zouden
intensiever overleg moeten voeren. Op 6 oktober 2011 hield de Commissie samen
met de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement voor het eerst een
seminar voor organen voor de bevordering van gelijke behandeling,
ombudspersonen, kinderombudspersonen, Europese en nationale
mensenrechteninstellingen. Op dit seminar werd ingegaan op de manier waarop de
betrokken instanties klachten in verband met de grondrechten in de praktijk
behandelen. Deze dialoog zal op de verschillende niveaus worden voortgezet,
zodat de instanties ervaringen inzake de toepassing van het Handvest kunnen
uitwisselen en gemeenschappelijke problemen op het gebied van bevoegdheden,
onafhankelijkheid en doeltreffendheid kunnen bespreken. Er zal met name worden
nagegaan hoe de instanties kunnen worden gestimuleerd om gebruiksvriendelijke checklists
inzake ontvankelijkheid op te stellen. Daarmee kan een klager zelf
vaststellen hoe groot de kans is dat een bepaalde instantie zijn zaak in
behandeling neemt. Deze aanpak is al bijzonder nuttig gebleken in het geval van
de Europese Ombudsman, die op zijn website een interactieve gids in de
23 officiële talen van de EU heeft geplaatst om burgers te helpen uitzoeken bij
welke instantie zij het best kunnen aankloppen met een klacht over wanbeheer.
Van de 22 000 vragen die de Ombudsman in 2011 ontving, kon 80% door middel
van deze interactieve gids worden beantwoord. Het is van belang bij het
opstellen van gebruiksvriendelijke checklists inzake ontvankelijkheid samen te
werken met het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA), dat
eveneens van plan is gebruiksvriendelijke instrumenten te ontwikkelen voor
burgers die een klacht willen indienen over een schending van hun grondrechten.
3. Belangrijkste ontwikkelingen in 2011 De Commissie heeft er krachtig op aangestuurd
dat het Handvest ook echt wordt toegepast op heel diverse terreinen die onder
EU-wetgeving vallen. In de bijlage bij dit verslag zijn talrijke voorbeelden
opgenomen van initiatieven waarbij de rechten zoals bedoeld onder de zes titels
van het Handvest (waardigheid, vrijheden, gelijkheid, solidariteit, burgerschap
en rechtspleging) van toepassing waren. Het gaat onder meer om belangrijke
voorbereidende stappen voor het voorstel voor nieuwe EU-regels inzake
gegevensbescherming, dat in 2012 moet worden gepresenteerd. Ook de bevordering van de mensenrechten in
derde landen, die buiten het bestek van dit verslag valt, is een prioriteit van
de EU. Dit is nog eens bevestigd door de Commissie en de hoge vertegenwoordiger
van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid in een gezamenlijke
mededeling van 12 december 2011[37]
en in twee andere mededelingen over het ontwikkelingsbeleid van de EU[38]. De bescherming van de
mensenrechten is een van de hoogste prioriteiten bij het uitbreidingsproces van
de EU en dit punt zal bij de toetredingsonderhandelingen verder aan belang
winnen. EU-lidstaten moeten bij de uitvoering van het
EU-recht het Handvest eerbiedigen. Er is echter nog niet voldoende informatie
over de inspanningen die worden geleverd om de daadwerkelijke toepassing van
het Handvest te waarborgen. De Commissie zal proberen om in haar toekomstige
jaarverslagen over de toepassing van het Handvest de voortgang op dit vlak met
bewijzen te staven. 3.1. Een nieuwe impuls voor de
handhaving van het recht van vrij verkeer Nu de Europese bevolking krimpt en vraag en
aanbod op de arbeidsmarkt in bepaalde delen van de EU duidelijk niet in balans
zijn, is mobiliteit binnen de EU van essentieel belang voor economische groei.
Bovendien is het vrij verkeer van studenten, toeristen, werknemers en hun
gezinnen tussen de lidstaten een belangrijke Europese verdienste en een
praktisch uitdrukking van respect, openheid en verdraagzaamheid als
fundamentele waarden van de Europese Unie. De Commissie heeft dan ook een strikt
handhavingsbeleid gevoerd om ervoor te zorgen dat de EU-regels
inzake vrij verkeer[39]
in de hele EU volledig en correct worden omgezet en toegepast. Als gevolg van
dit beleid hebben de meeste lidstaten hun wetgeving aangepast of aangekondigd
dit te zullen doen. Met de overige landen is de Commissie blijven zoeken naar
oplossingen voor de resterende problemen; zo nodig werden inbreukprocedures
ingeleid. Tegelijkertijd
heeft de Commissie glashelder gemaakt dat de lidstaten het beginsel van non-discriminatie
en andere waarborgen die verankerd zijn in de EU-regels inzake vrij verkeer
voor alle EU-burgers volledig moeten eerbiedigen. In dat kader sprak de
Commissie haar zorg uit over de door de Nederlandse regering aangekondigde
plannen inzake arbeidsmigratie; zij blijft met de Nederlandse autoriteiten in
gesprek om ervoor te zorgen dat nieuwe maatregelen volledig in overeenstemming
zijn met het EU-recht. In maart 2011 nam de
Franse Conseil Constitutionel een besluit inzake de ontruiming van illegale
kampen[40].
De Commissie stelde deze kwestie niet aan de orde bij haar optreden in de zomer
van 2010[41],
omdat er bij deze ontruimingen geen EU-burgers door een lidstaat worden
uitgezet en het recht van vrij verkeer derhalve niet in het geding is. De
Conseil Constitutionel verklaarde een aantal wettelijke bepalingen
ongrondwettelijk, nl. de bepalingen op grond waarvan de autoriteiten op enig
moment in het jaar met spoed tot ontruiming mogen overgaan, zonder rekening te
houden met de persoonlijke of familieomstandigheden van de betrokkenen. Uit dit
arrest blijkt dat ook wanneer het EU-recht niet van toepassing is, de
grondrechten op nationaal niveau met name door de rechter worden gehandhaafd. In mei 2011 voerde
de Commissie een intensieve dialoog met de Deense regering over de plannen om
op nationaal niveau de grenscontroles binnen de EU te verscherpen. In
oktober 2011 verklaarde de Deense regering dat zij afzag van haar plannen en
dat de douanecontroles volgens de EU-regels inzake vrij verkeer en het
Schengenacquis zouden worden uitgevoerd. De Commissie nam
ook contact op met de Deense autoriteiten in verband met wijzigingen in de
Deense vreemdelingenwet die in juli 2011 van kracht was geworden. Deze
wijzingen leiden tot een verscherping van de regels inzake de uitzetting van
vreemdelingen, met inbegrip van EU-burgers, en het is ernstig de vraag of
zij verenigbaar zijn met de richtlijn vrij verkeer. Indien de Commissie het
Deense antwoord ontoereikend acht, zal zij niet aarzelen om gebruik te maken
van de bevoegdheden die haar bij het Verdrag zijn toegekend. 3.2. Bevorderen van de rechten van
het kind De Commissie
keurde in februari 2011 de EU-agenda voor de rechten van het kind[42] goed. De EU-agenda heeft ten
doel de rechten van het kind zoals verankerd in het Handvest en het VN-Verdrag
inzake de rechten van het kind ten uitvoer te leggen door middel van een
uitgebreid actieprogramma voor de periode 2011-2014. In de EU-agenda staan elf
concrete acties die zullen bijdragen tot de doeltreffende toepassing en
bescherming van de rechten van het kind. Binnen deze alomvattende benadering
van de rechten van het kind hecht de Commissie met name prioriteit aan
initiatieven die ertoe moeten leiden dat het rechtsstelsel beter is ingesteld
op kinderen en kindvriendelijker wordt. Andere prioriteiten van de Commissie
zijn het beschermen van kwetsbare kinderen en het waarborgen van de rechten van
het kind bij het externe optreden van de EU. Verder heeft de Commissie in het
kader van dit actieprogramma een speciale internetsite voor kinderen
geïntroduceerd (Kids' Corner[43]),
waarop kinderen door middel van teksten, spelletjes en quizzen meer te weten
kunnen komen over hun rechten. De EU heeft nieuwe regels vastgesteld ter bestrijding
van seksueel misbruik, seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie[44]. Deze regels moeten ertoe
leiden dat misdrijven tegen kinderen eenvoudiger kunnen worden bestreden door
er op meerdere fronten tegelijk tegen op te treden. Door de nieuwe regels
worden allerlei vormen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting strafbaar,
waaronder nieuwe fenomenen waarbij internet een rol speelt, zoals online
kinderlokken, misbruik maken van webcams en bekijken van kindermisbruikcontent.
De Commissie bleef
steun bieden voor het opzetten en/of beheren van de 116 000 speciale
telefoonnummers en alarmeringssystemen voor vermiste of ontvoerde kinderen.
Een aantal lidstaten[45]
moet gecoördineerde inspanningen leveren om ervoor te zorgen dat het speciale
telefoonnummer kan worden gebruikt en in de hele EU bekend is. De Commissie
blijft hier werk van maken tot een en ander in orde is. De
inwerkingtreding van het Verdrag van 's-Gravenhage inzake de
burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen[46] in Rusland en de maatregelen
die Japan heeft genomen met het oog op toetreding tot dat verdrag zijn belangrijke
ontwikkelingen die ertoe bijdragen dat kinderen bij ontvoering in de EU beter
beschermd zijn. De Commissie diende voorstellen in om te waarborgen dat het
verdrag in de EU en in de derde landen die er de laatste jaren toe zijn
toegetreden[47]
op gelijke wijze wordt toegepast. 3.3. Rechtspositie van
slachtoffers en procedurele rechten verbeteren De Commissie heeft een nieuw pakket
instrumenten voorgesteld om te waarborgen dat slachtoffers met respect en
waardigheid worden behandeld, bescherming en steun krijgen met betrekking
tot hun fysieke integriteit en hun eigendommen, toegang hebben tot de rechter
en aanspraak kunnen maken op schadeloosstelling. In de nieuwe regels die zijn
voorgesteld[48]
wordt rekening gehouden met slachtoffers met bijzondere behoeften, zoals
kinderen. Bovendien heeft de Commissie een voorstel ingediend om te voorkomen
dat slachtoffers van geweld (bijvoorbeeld huiselijk geweld) nog meer schade
wordt toegebracht door de dader wanneer zij op reis zijn in de EU[49]. De nieuwe regels zorgen er
ook voor dat geen afbreuk wordt gedaan aan de rechten van de verdediging. De
richtlijn inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel biedt
slachtoffers een alomvattend pakket rechten in het kader van strafprocedures.
Het gaat onder meer om ondersteuning en hulp, ook voor slachtoffers van
kinderhandel[50].
De goedkeuring van de Commissievoorstellen ter
versterking van de procedurele rechten van verdachten is aanzienlijk
dichterbij gekomen. Het Europees Parlement en de Raad hebben een nieuw regels goedgekeurd
om te waarborgen dat verdachten van een strafbaar feit over hun rechten worden
geïnformeerd in een taal die zij verstaan. Een ieder die wordt aangehouden,
moet in de toekomst door middel van een schriftelijke verklaring op zijn
rechten worden gewezen. De Commissie heeft ook een voorstel ingediend om ervoor
te zorgen dat vanaf het eerste politieverhoor tot het einde van het strafproces
toegang wordt geboden tot een advocaat[51].
De Commissie heeft een openbare raadpleging gehouden over detentiekwesties in
de EU, om na te gaan of in de hele EU gelijkwaardige beschermingsnormen zouden
kunnen worden vastgesteld[52].
3.4. Bestrijding van xenofobe of
racistische haatzaaiende uitlatingen Het Europees
Parlement heeft herhaaldelijk zijn zorg uitgesproken over xenofobe en
racistische haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven in de lidstaten van de
EU. Volgens het jaarverslag over 2011 van het Bureau van de Europese Unie voor
de grondrechten[53]
is in de periode 2000-2009 het aantal geregistreerde racistische misdrijven
toegenomen in tien van de twaalf lidstaten die voldoende strafrechtelijke
gegevens over racistische misdrijven publiceerden voor een trendanalyse. De Commissie heeft
naar aanleiding van de zorgen van het Europese Parlement herhaald dat zij alle
vormen en uitlatingen van xenofobie en racisme krachtig verwerpt. Zij
beklemtoonde dat overheden dergelijk gedrag ondubbelzinnig moeten veroordelen
en actief moeten bestrijden. Uitspraken die criminaliteit in verband brengen
met een bepaalde nationaliteit, stigmatiseren die nationaliteit en wakkeren
xenofobie aan, en zijn derhalve niet verenigbaar met de beginselen van
menselijke waardigheid en gelijkheid en de grondrechten waarop de EU is
gebaseerd. De Commissie zal niet rusten voor de nationale
wetten in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving op grond waarvan
racistische en xenofobe haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven verboden
zijn[54].
Tegen het einde van het jaar hadden 22 lidstaten de Commissie de nationale
wetgeving meegedeeld op grond waarvan racistische en xenofobe haatzaaiende
uitlatingen strafbaar zijn. België, Estland, Griekenland, Spanje en Polen deden
de Commissie geen mededeling van uitvoeringsmaatregelen. De Commissie zal in
2012 beoordelen of de aangemelde nationale wetgeving in overeenstemming is met
het EU-recht. Daarnaast zal de Commissie de lidstaten aanmoedigen om regelmatig
overleg te voeren over het monitoren van de georganiseerde verspreiding van
racistische denkbeelden en haatzaaiende uitlatingen, bijvoorbeeld door middel
van racistische websites. Dergelijk overleg moet de basis voor gezamenlijke
analyse en rapportage versterken, met name wanneer er sprake is van grensoverschrijdend
aspecten. Discriminatie op grond van ras of etnische
afstamming is krachtens het EU-recht verboden en de
Commissie zal erop toezien dat de lidstaten dit verbod in acht nemen. Tegen
vier lidstaten werden de inbreukprocedures beëindigd, omdat zij hun nationale
wetgeving inmiddels met deze wettelijke vereisten in overeenstemming hadden
gebracht. De Commissie zal de lopende inbreukprocedures tegen drie andere
lidstaten doorzetten[55].
De Commissie heeft in de Europese agenda voor
de integratie van onderdanen van derde landen[56]
nog eens voor gelijke behandeling en een positieve benadering van diversiteit
gepleit. Inspanningen om discriminatie te bestrijden en migranten vertrouwd te
maken met de grondwaarden van de EU en haar lidstaten dienen te worden
opgevoerd. Van groot belang voor de bevordering van de
sociale en economische integratie van Roma was de mededeling van de
Commissie getiteld "Een EU-kader voor de nationale strategieën voor
integratie van de Roma tot 2020"[57].
De lidstaten werden opgeroepen om nationale strategieën voor de integratie van
Roma op te stellen of deze te herzien in het licht van de in het EU-kader
vastgestelde doelen en deze strategieën eind december 2011 aan de Commissie mee
te delen. Het EU-kader werd ook bekrachtigd door de Europese Raad[58] en gunstig ontvangen door het
Europees Parlement. De EU verleende financiële steun ten
behoeve van maatschappelijke activiteiten en nationale beleidsinitiatieven
om discriminatie te bestrijden, gelijkheid te bevorderen en de
verhaalmogelijkheden in verband met racistische uitlatingen en misdrijven te
verbeteren[59].
De Commissie steunt ook het werk van het Bureau van de Europese Unie voor de
grondrechten door gegevens te verzamelen over de situatie in de lidstaten
op het gebied van grondrechten, racisme en discriminatie. Het bureau heeft
verscheidene studies en handboeken gepubliceerd over onderwerpen als de rol van
Holocaustmonumenten bij mensenrechteneducatie, antisemitisme in de EU, Europese
wetgeving inzake non-discriminatie, meervoudige discriminatie en de bescherming
van minderheden in de EU. 3.5. Bijdragen tot het
concurrentievermogen van de EU Het Handvest
speelde een belangrijke rol bij het ontwikkelen van EU-initiatieven voor groei.
Een aantal EU-maatregelen is getoetst aan het recht op een doeltreffende
voorziening in rechte (artikel 47 van het Handvest). Dit recht is niet
alleen van belang voor burgers, maar ook voor de handhaving van de EU-regels op
economische terrein die groei ten goede komen. Het waarborgt dat bedrijven hun
rechten krachtens de EU-wetgeving daadwerkelijk kunnen laten gelden en biedt
een waarborg tegen het risico van onrechtmatig of willekeurig optreden door
instanties met controlebevoegdheden. De Commissie toetste een aantal
EU-maatregelen aan het recht op een doeltreffende voorziening in rechte. Het
betrof onder meer de voorgestelde wetgeving inzake markten voor financiële instrumenten,
marktmisbruik, transparantie op financiële markten, wettelijke controles,
beroepskwalificaties en alternatieve procedures voor de beslechting van
consumentengeschillen. In 2011 werd in
de arresten van het Hof van Justitie van de EU waarin naar het Handvest
werd verwezen, het recht op een doeltreffende voorziening in rechte het
meest aangehaald; het werd in een derde van al deze arresten genoemd. Voor
het recht op een doeltreffende voorziening in rechte is een onafhankelijke,
onpartijdige en volledig functionerende rechterlijke macht nodig. De vrijheid van
ondernemerschap (artikel 16 van het Handvest) is van bijzonder belang voor
het concurrentievermogen van de EU. De Commissie heeft hier dan ook terdege
rekening mee gehouden toen zij nieuwe wetgeving opstelde inzake markten voor
financiële instrumenten, assurantiebemiddeling, kredietbeoordelaars en
controleapparatuur in het wegvervoer (tachografen). Ook bij het formuleren van
het voorstel betreffende een gemeenschappelijk Europees kooprecht (dat de
belemmeringen moet wegnemen die voortvloeien uit de verschillen tussen
nationale wetgevingen inzake contracten) speelde de vrijheid van
ondernemerschap een grote rol[60].
Het Hof van Justitie erkende het belang van de vrijheid van ondernemerschap in
zijn richtinggevende arresten in de zaken Scarlet[61] en Sabam[62]. Het Hof verklaarde dat de
verplichte invoering van een systeem waarbij elektronische communicatie wordt
gefilterd om met auteursrechten strijdige uitwisseling van bestanden te
voorkomen, strijdig zou zijn met de vrijheid van ondernemerschap van de
provider, maar ook met het recht op bescherming van persoonsgegevens van diens
klanten en met hun vrijheid om informatie te ontvangen of te verstrekken. Deze
arresten benadrukken hoe belangrijk het is om rekening te houden met álle
grondrechten die een rol spelen bij een bepaalde maatregel en ervoor te zorgen
dat de maatregel met ál deze rechten in overeenstemming is. De Commissie heeft
met verscheidene initiatieven bijzondere aandacht besteed aan het recht op
eigendom (artikel 17 van het Handvest), dat bepaalt dat intellectuele
eigendom moet worden beschermd. De Commissie heeft onder de titel "Een
eengemaakte markt voor intellectuele eigendomsrechten"[63] een mededeling uitgebracht
waarin zij een aantal initiatieven aankondigt, waaronder een mogelijke
herziening van de EU-wetgeving inzake de bescherming van
intellectuele-eigendomsrechten, met name in het licht van internetpiraterij. De
Commissie verklaarde dat voor een dergelijke herziening een effectbeoordeling nodig
is met betrekking tot zowel het recht op eigendom als de eerbiediging van het
privé-leven, de bescherming van persoonsgegevens, de vrijheid van meningsuiting
en van informatie en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte. Zoals
is uitgelegd in de strategie inzake het Handvest, dient de Commissie
voorafgaand aan de formulering van een voorstel te wijzen op de mogelijke
grondrechtenaspecten, zodat zij hierover bijdragen ontvangt die nuttig zijn
voor de effectbeoordeling van de herziening. 3.6. Belangrijkste stappen voor
toetreding van de EU tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten
van de mens De Commissie heeft concrete stappen gezet om
de in het Verdrag van Lissabon vervatte vereiste na te komen dat de EU
toetreedt tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.
Hiertoe heeft zij technische toetredingsonderhandelingen gevoerd met
deskundigen van de lidstaten van de Raad van Europa die reeds partij zijn bij
het verdrag. Momenteel onderzoekt de Raad een ontwerp-toetredingsovereenkomst
die is opgesteld in juni 2011. 4. Conclusies In 2011 nam de EU meer concrete stappen voor
de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van het Handvest. Door deze inspanningen
moesten burgers gemakkelijker hun grondrechten kunnen uitoefenen wanneer het
EU-recht een rol speelt. In tijden van economische crisis is een
stabiel regelgevingsklimaat – gebaseerd op de rechtsstaat en op de eerbiediging
van de grondrechten – de beste waarborg voor vertrouwen, zowel bij de burgers
als bij handelspartners en investeerders. De Commissie meent stellig dat alle
EU-instellingen, lidstaten en belanghebbenden moeten blijven samenwerken om het
Handvest in de praktijk te brengen. [1] Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, PB C
83 van 30.3.2010, blz. 389. [2] Mededeling van de Commissie: Strategie voor een
doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest van de grondrechten door de
Europese Unie, COM(2010) 573 definitief, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0573:FIN:NL:PDF
[3] Flash Eurobarometer 340: "The Charter of
Fundamental Rights of the European Union". [4] Operational Guidance on taking account of fundamental
rights in Commission Impact Assessments, SEC(2011) 567 definitief, 6.5.2011,
beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/news/intro/doc/com_2010_573_en.pdf [5] Verordening (EG) nr. 1141/2011 tot aanvulling van
Verordening (EG) nr. 272/2009 ter aanvulling van de gemeenschappelijke
basisnormen voor de beveiliging van de burgerluchtvaart, wat betreft het
gebruik van beveiligingsscanners op EU-luchthavens, PB L 293 van 11.11.2011,
blz. 22; Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1147/2011 van de Commissie tot
wijziging van Verordening (EU) nr. 185/2010 houdende vaststelling van
gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van de gemeenschappelijke
basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart wat betreft het
gebruik van beveiligingsscanners op EU-luchthavens, PB L 294 van 12.11.2011,
blz. 7. [6] Verslag van de Commissie: Evaluatie van de richtlijn
gegevensbewaring (Richtlijn 2006/24/EG), COM(2011) 225 definitief, beschikbaar
op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0225:FIN:NL:PDF
[7] Volgens de richtlijn gegevensbewaring (2006/24/EG)
moeten de lidstaten aanbieders van openbaar beschikbare elektronische
communicatiediensten of van openbare communicatienetwerken verplichten
verkeers- en locatiegegevens tussen de zes maanden en twee jaar te bewaren voor
het onderzoeken, opsporen en vervolgen van zware criminaliteit. [8] Vicevoorzitter Kroes heeft haar zorg geuit in brieven
aan de Hongaarse autoriteiten en bij een ontmoeting met de verantwoordelijke
minister van Justitie. De uitspraak van het Hongaarse Constitutionele Hof van
19 december 2011 (1746/B/2010) is beschikbaar op: www.mkab.hu/admin/data/file/1146_1746_10.pdf [9] Vicevoorzitter Reding zond de Hongaarse minister van
Justitie op 12 december een brief. Commissaris Kroes en commissaris Rehn zonden
ook brieven, over respectievelijk de pluriformiteit van de media en de
onafhankelijkheid van de Hongaarse Centrale Bank. [10] Persbericht van 17 januari 2012 (IP 12/24), beschikbaar
op: http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=IP/12/24&format=HTML&aged=0&language=NL&guiLanguage=fr [11] Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2011
over de mediawet in Hongarije, beschikbaar op:
http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2011-0094+0+DOC+XML+V0//NL [12] Resolutie van 5 juli 2011 over de herziene Hongaarse
grondwet, beschikbaar op: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2011-0315+0+DOC+XML+V0//NL [13] Resolutie van het Europees Parlement van 16 februari 2012
over de recente politieke ontwikkelingen in Hongarije , beschikbaar op:
http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2012-0053+0+DOC+XML+V0//NL [14] Richtlijn 2011/98/EU betreffende één enkele
aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde
landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat,
alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde
landen die legaal in een lidstaat verblijven, PB L 343 van 23.12.2011, blz. 1. [15] Conclusies van de Raad over de rol van de Raad van de
Europese Unie bij het verzekeren van de daadwerkelijke toepassing van het
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, 25.2.2011, beschikbaar op: http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/jha/119464.pdf [16] Interinstitutioneel akkoord “Beter wetgeven”, PB C 321 van
31.12.2003, blz. 1. [17] Richtsnoeren over methodologische stappen om de
verenigbaarheid met de grondrechten in de voorbereidende instanties van de Raad
te controleren (19.5.2001), beschikbaar op: http://register.consilium.europa.eu/pdf/en/11/st10/st10140.en11.pdf
[18] Conclusies van de Raad over de acties en initiatieven van
de Raad voor de uitvoering van het Handvest van de grondrechten van de Europese
Unie - 3092e zitting van de Raad Algemene Zaken (23.5.2011), beschikbaar op:
http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/EN/genaff/122181.pdf [19] EHJ, zaak C-300/11, ZZ/Secretary of State for the Home
Department, 17.6.2011. [20] EHJ, zaak C-399/11, Stefano Melloni, 1.10.2011. [21] EHJ, zaak C-236/09, Test-Aankoop, 30.4.2011. [22] Richtsnoeren betreffende de toepassing van Richtlijn
2004/113/EG van de Raad op verzekeringen, in het licht van het arrest van het
Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-236/09 (Test-Aankoop), PB C 11
van 13.1.2012, blz. 1. [23] EHJ, gevoegde zaken C-411/10, N.S./Secretary of State
for the Home Department en C-493/10, M.E. e.a./Refugee Applications
Commissioner, 21.12.2011. [24] EHJ, zaak C-70/10, Scarlet/SABAM,
24.11.2011. [25] EHJ, zaak C-34/10, Brüstle/Greenpeace, 18.10.2011. [26] Gevoegde zaken C-297/10 en C-298/10, Hennings and Land
Berlin. [27] Mededeling van de Commissie: Strategie voor de gelijkheid van vrouwen en
mannen 2010-2015, COM(2010) 491 definitief, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0491:FIN:NL:PDF
[28] Conclusies van de Raad over het Europees pact voor
gendergelijkheid voor de periode 2011-2020, 7.3.2011, beschikbaar op: http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/lsa/119628.pdf [29] Conclusies van de Raad over het combineren van werk en
gezin in de context van demografische veranderingen, 17.6.2011, beschikbaar op: http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/lsa/122875.pdf [30] Meer vrouwen in topfuncties – Intentieverklaring,
beschikbaar op: http://ec.europa.eu/commission_2010-2014/reding/pdf/p_nl.pdf
[31] Zie voor informatie over het financieel kader 2014-2020
van de EU: http://ec.europa.eu/budget/biblio/documents/fin_fwk1420/fin_fwk1420_en.cfm
[32] Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement
en de Raad tot vaststelling van het programma "Rechten en
burgerschap" voor de periode 2014-2020, COM(2011) 758 definitief,
beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/newsroom/files/1_en_act_part1_v5_frc_en.pdf
[33] Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement
en de Raad betreffende een programma van de Europese Unie voor sociale
verandering en innovatie, COM(2011) 609 definitief, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0609:FIN:NL:HTML [34] Flash Eurobarometer 340: "The Charter of Fundamental
Rights of the European Union". [35] Ook de Bill of Rights van de Verenigde Staten was
aanvankelijk alleen van toepassing op federaal niveau. [36] Europese portaalsite e-justitie: https://e-justice.europa.eu/home.do?action=home [37] Gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge
vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid:
Een centrale plaats voor mensenrechten en democratie in het externe optreden
van de EU – voor een meer doeltreffende aanpak, 12.12.2011, COM(2011) 886
definitief, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0886:FIN:NL:PDF [38] Mededeling van de Commissie: Het effect van het
EU-ontwikkelingsbeleid vergroten: een agenda voor verandering, COM(2011) 637
definitief, en mededeling van de Commissie: De toekomstige strategie inzake
EU-begrotingssteun aan derde landen, COM(2011) 638 definitief, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0637:FIN:NL:PDF; http://ec.europa.eu/europeaid/how/delivering-aid/budget-support/documents/future_eu_budget_support_nl.pdf
[39] Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij
verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de
Unie en hun familieleden, PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77. [40] Arrest nr. 2011-625 DC van 10 maart 2011 van de Franse
Conseil Constitutionel, beschikbaar op: http://www.conseil-constitutionnel.fr/conseil-constitutionnel/root/bank/download/2011625DCen2010625dc.pdf [41] Verslag van de Commissie over de toepassing van het
EU-Handvest van de grondrechten 2010, blz. 10, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/fundamental-rights/files/annual_report_2010_nl.pdf
[42] Mededeling van de Commissie: Een EU-agenda voor de rechten
van het kind, COM(2011) 60 definitief, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:52011DC0060:nl:NOT
[43] Beschikbaar
op: http://europa.eu/kids-corner/index_en.htm [44] Richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik en
seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van
Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad, beschikbaar op: http://register.consilium.europa.eu/pdf/en/11/pe00/pe00051.en11.pdf [45] Oostenrijk, Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Finland, Ierland,
Letland, Litouwen, Luxemburg en Zweden moeten het speciale telefoonnummer nog
in gebruik nemen. [46] Verdrag van 's-Gravenhage van 25 oktober 1980 inzake de
burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen,
beschikbaar op: http://www.hcch.net/upload/dutch.html. [47] Albanië, Andorra, Armenië, Gabon, Marokko, Rusland, de
Seychellen en Singapore. [48] Voorstel
voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van
minimumnormen voor de rechten en de bescherming van slachtoffers van misdrijven
en voor slachtofferhulp, COM(2011) 275), beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/policies/criminal/victims/docs/com_2011_275_en.pdf Mededeling van de
Commissie: Betere rechtspositie voor slachtoffers in de EU, COM(2011) 274
definitief, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/policies/criminal/victims/docs/com_2011_275_en.pdf [49] Voorstel voor een verordening betreffende de wederzijdse
erkenning van beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken, COM(2011) 276,
beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0276:FIN:NL:HTML [50] Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding
van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging
van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad, PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1. [51] Voorstel
voor een richtlijn betreffende het recht op toegang tot een advocaat in
strafprocedures en betreffende het recht op communicatie bij aanhouding,
COM(2011) 326, beschikbaar op: http://eur-
lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0326:FIN:NL:PDF [52] Groenboek: Versterking van het wederzijds vertrouwen in de
Europese rechtsruimte – Een groenboek over de toepassing van EU-strafwetgeving
op het gebied van detentie, COM(2011) 327, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0327:FIN:NL:PDF [53] Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, 'Fundamental
Rights: Challenges and achievements in 2010', juni 2011, blz. 127.
Beschikbaar op: http://fra.europa.eu/fraWebsite/attachments/annual-report-2011_EN.pdf [54] Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad betreffende de
bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat
door middel van het strafrecht, PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55. [55] Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende
toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras
of etnische afstamming, PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22. [56] Mededeling
van de Commissie: Europese agenda voor de integratie van onderdanen van derde
landen, COM(2011) 455 definitief, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0455:FIN:NL:PDF [57] Mededeling van de Commissie: Een EU-kader voor de
nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020, COM(2011) 173
definitief, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0173:FIN:NL:PDF [58] Conclusies
van de Europese Raad van 24 juni 2011, beschikbaar op: http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ec/123075.pdf [59] Zo werden in 2011 twintig projecten ter bestrijding van
racisme en xenofobie en ter bevordering van diversiteit en verdraagzaamheid
gesteund uit het programma Grondrechten en burgerschap; hiermee was in totaal
9,5 miljoen euro gemoeid. Meer informatie over dit programma is beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/grants/programmes/fundamental-citizenship/index_en.htm [60] Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement
en de Raad betreffende een programma van de Europese Unie betreffende een
gemeenschappelijk Europees kooprecht, COM(2011) 635 definitief, beschikbaar op:
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0635:FIN:NL:PDF
[61] ECJ, zaak C-70/10, Scarlet/SABAM, 24.11.2011. [62] ECJ, zaak C-360/10, SABAM/Netlog, 16.2.2012. [63] Mededeling van de Commissie: Een eengemaakte markt voor
intellectuele-eigendomsrechten – Creativiteit en innovatie bevorderen met het
oog op economische groei, kwaliteitsjobs en eersteklasproducten en -diensten in
Europa, COM (2011) 287 definitief, beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2011:0287:FIN:NL:PDF