Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52010PC0302

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Moldavië SEC(2010)706

/* COM/2010/0302 def. - COD 2010/0162 */

52010PC0302

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Moldavië SEC(2010)706 /* COM/2010/0302 def. - COD 2010/0162 */


[pic] | EUROPESE COMMISSIE |

Brussel, 9.6.2010

COM(2010)302 definitief

2010/0162 (COD)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Moldavië

SEC(2010)706

TOELICHTING

ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL |

Motivering en doel van het voorstel De Commissie stelt voor de Republiek Moldavië macrofinanciële bijstand (MFB) toe te kennen in de vorm van een gift van ten hoogste 90 miljoen EUR. De voorgestelde bijstand moet Moldavië helpen bij het dekken van zowel het tekort op de betalingsbalans als de financieringsbehoefte van de overheidsbegroting die door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn vastgesteld. De MFB zal het stabilisatieprogramma van de autoriteiten ondersteunen teneinde de houdbaarheid van de begroting en de externe rekening te garanderen. Op die manier zal de bijstand Moldavië helpen bij het aanpakken van de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis. De voorgestelde macrofinanciële bijstand van de Europese Unie is complementair aan de IMF-steun in het kader van de financieringsovereenkomst die op 29 januari 2010 door de raad van bestuur van het IMF is goedgekeurd. Met de MFB van de Europese Unie wordt beoogd bij te dragen tot de dekking van de externe financieringsbehoefte van het land in 2010 en 2011. Tijdens deze beide jaren zal de ongedekte financieringsbehoefte van de Republiek Moldavië immers een piek bereiken. Mocht er in 2012 nog steeds van een aanzienlijk financieringstekort sprake zijn, dan kan worden overwogen om in het kader van een nieuw initiatief verdere EU-bijstand toe te kennen. De voorgestelde bijstand zal ook de hervormingsdynamiek in de Republiek Moldavië versterken doordat hij het economische programma van de regering en het regeringsstreven naar integratie met de EU zal ondersteunen. De bijstand zal tevens bijdragen tot de tenuitvoerlegging van de door de Europese Unie gevolgde samenwerkingsstrategie ten aanzien van de Republiek Moldavië en, meer in het algemeen, ten aanzien van de oostelijke partnerschapslanden. De MFB van de Europese Unie zal een uitzonderlijk karakter hebben en beperkt zijn in de tijd. Hij zal tevens met name afhankelijk worden gesteld van de gemaakte vorderingen bij de tenuitvoerlegging van het lopende IMF-programma en van de naleving van de economische beleidsvoorwaarden die aan deze bijstand zullen worden verbonden. |

Algemene context De Republiek Moldavië behoort tot de oostelijke buurlanden van de Europese Unie die het zwaarst door de wereldwijde crisis zijn getroffen. Ondanks een hoge gemiddelde economische groei in de jaren vóór de crisis blijft het inkomen per hoofd in Moldavië veruit het laagste van de regio. Het beleid heeft pas met vertraging op de economische crisis kunnen reageren, eerst omdat in het voorjaar van 2009 parlementsverkiezingen moesten worden georganiseerd en daarna omdat de verkiezingsresultaten tot interne politieke spanningen aanleiding gaven. In het najaar van 2009 moesten de verkiezingen worden overgedaan, waarna een coalitieregering aan de macht kwam met een hervormingsprogramma dat erop gericht is nauwere toenadering tot de EU te zoeken en het oude groeimodel om te vormen dat in sterke mate op de instroom van overmakingen van migranten berust. Deze politieke ontwikkelingen hebben de intensivering van de bilaterale betrekkingen met de EU een nieuwe impuls gegeven, hetgeen op 12 januari 2010 uitmondde in het aanknopen van formele onderhandelingen over een nieuwe associatieovereenkomst. Onmiddellijk na het aantreden van de nieuwe regering onder leiding van premier Filat op 25 september 2009 hebben de autoriteiten van de Republiek Moldavië internationale donoren benaderd met het verzoek de financieringsbehoefte van het land te dekken. Op 29 september heeft de aantredende regering tijdens het bezoek van de nieuwe premier aan Brussel het eerder dat jaar door de vorige regering gedane verzoek om financiële bijstand van de EU bevestigd. Op 29 januari 2010 heeft de raad van bestuur van het IMF een bijstandsprogramma voor de periode 2010-2012 goedgekeurd, dat valt onder een combinatie van de Extended Credit Facility (ECF) en de Extended Fund Facility (EFF). Het is de bedoeling dat het programma wordt aangevuld door andere internationale donoren (zoals met name de Wereldbank en de EU) en door andere multilaterale en bilaterale donoren. Tijdens de vergadering van de adviesgroep van 24 maart 2010 te Brussel hebben bilaterale donoren inderdaad aanzienlijke bijdragen toegezegd. De voorgestelde MFB maakt deel uit van de financiering die in het kader van de uitvoering van het programma wordt verstrekt. |

Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Geen. |

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Het MFB-programma vormt een aanvulling op andere EU-financiering, met name de ENPI-begrotingssteun op middellange termijn in het kader van de landenstrategie voor EU-samenwerking met de Republiek Moldavië. Op deze wijze kan het de invloed van de EU op de beleidsvorming van de Republiek Moldavië helpen vergroten en tegelijkertijd het land helpen om de huidige diepe economische crisis te overwinnen. Het MFB-programma is ook complementair aan de externe financiering afkomstig van het IMF en de Wereldbank en van andere bilaterale donoren. |

RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING |

Raadpleging van belanghebbenden |

Tijdens de voorbereiding van het voorliggende Commissievoorstel hebben de diensten van de Commissie contacten gehad met de autoriteiten van de Republiek Moldavië, het IMF, de Wereldbank, de EBWO en potentiële bilaterale donoren en crediteuren om de benodigde bijstand te bespreken. Na de goedkeuring van het besluit van het Europees Parlement en de Raad zullen de diensten van de Commissie met de autoriteiten van de Republiek Moldavië onderhandelen over een memorandum van overeenstemming en een giftovereenkomst, waarin de uitvoeringsbepalingen van de bijstand in detail zullen worden vastgelegd. |

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid |

Bijgestaan door externe adviseurs zullen de diensten van de Commissie een operationele beoordeling van de kwaliteit en betrouwbaarheid van de financiële en administratieve procedures van de Republiek Moldavië uitvoeren. |

Effectbeoordeling De macrofinanciële bijstand zal een onmiddellijk effect sorteren op de betalingsbalans en de overheidsbegroting van de Republiek Moldavië en aldus bijdragen tot een verlichting van de financiële druk die de tenuitvoerlegging van het economische programma van de autoriteiten met zich brengt. De MFB zal verder de algemene doelstellingen van het met het IMF overeengekomen stabilisatieprogramma ondersteunen. Projectfinanciering en/of technische bijstand zouden niet geschikt zijn voor de verwezenlijking van deze doelstellingen in het kader van het macro-economische stabilisatieprogramma. De uitkeringen zullen bijdragen tot de opbouw van reserves bij de nationale bank; indien het bedrag van de tegenwaarde in nationale valuta van de verleende bijstand naar de overheidsbegroting wordt gekanaliseerd, dan zal dit het begrotingstekort helpen financieren. De bijstand van de Europese Unie zal ook de inspanningen ondersteunen die de autoriteiten zich getroosten om de beleidsmaatregelen op korte en middellange termijn ten uitvoer te leggen die zijn opgenomen in het actieplan EU-Republiek Moldavië dat in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid is overeengekomen. |

JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL |

Samenvatting van de voorgestelde maatregelen De Europese Unie stelt de Republiek Moldavië macrofinanciële bijstand beschikbaar ten belope van maximaal 90 miljoen EUR. Aangezien de economische crisis diepe sporen in de economie heeft achtergelaten en het land voor financiering op gunstige voorwaarden (IDA-leningen) in aanmerking komt, zal de bijstand van de Europese Unie in de vorm van een gift worden verleend. De bijstand zal in drie of vier tranches beschikbaar worden gesteld: in principe twee tranches in 2010 en een of twee tranches in 2011. De bijstand zal door de Commissie worden beheerd. De Commissie zal met de autoriteiten een overeenkomst sluiten over de specifieke financiële en economische beleidsvoorwaarden die aan de uitkering van elke tranche worden verbonden. Voor zover zulks noodzakelijk is, zullen daarin ook specifieke bepalingen worden opgenomen die betrekking hebben op de preventie van fraude en andere onregelmatigheden en die aansluiten bij het Financieel Reglement. De bijstand zal volledig verenigbaar zijn met de macro-economische doelstellingen die reeds in de tussen de Republiek Moldavië en het IMF overeengekomen economische beleidsplannen zijn vastgelegd. Hij zal tevens sporen met de beleidsdoelstellingen op langere termijn die worden beoogd in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en de Republiek Moldavië, en, meer recentelijk, in het in 2005 in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid goedgekeurde actieplan EU-Republiek Moldavië. Wat de specifieke economische beleidsvoorwaarden voor de uitkering van de bijstand betreft, is de Commissie voornemens zich te concentreren op een beperkt aantal terreinen, zoals onder meer het beheer van de overheidsfinanciën en de financiële stabiliteit. De Commissie kan ook overwegen zich te concentreren op specifieke beleidsterreinen van bijzonder belang, zoals de prioriteiten die in het verslag over de tenuitvoerlegging van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB-voortgangsverslag) van april 2010 zijn gesignaleerd, of op maatregelen die naar aanleiding van de operationele beoordeling passend worden geacht. |

Rechtsgrondslag Artikel 212 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). |

Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel valt onder de gedeelde bevoegdheid van de Europese Unie op het gebied van economische en financiële samenwerking met derde landen. |

Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. |

Het bedrag van de voorgestelde nieuwe bijstand – maximaal 90 miljoen EUR – dekt iets meer dan 27% van de resterende externe financieringsbehoefte van de Republiek Moldavië voor 2010 en 2011 en komt bovenop de macro-economische steun die door het IMF en de Wereldbank wordt verleend. Bij deze deling van de lasten door de Europese Unie wordt rekening gehouden met de thans heersende buitengewone omstandigheden: de zich ontvouwende mondiale crisis heeft immers ernstige gevolgen voor de economie van de Republiek Moldavië. |

Keuze van instrumenten |

Voorgestelde instrumenten: ander. |

Bij ontstentenis van een kaderverordening voor het MFB-instrument zijn krachtens artikel 212 VWEU genomen ad-hocbesluiten van het Europees Parlement en de Raad thans het te hanteren rechtsinstrument voor de verlening van dergelijke bijstand. |

GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING |

In 2010 en 2011 zal de bijstand worden gefinancierd met behulp van vastleggingskredieten uit begrotingsonderdeel 01 03 02 (Macro-economische bijstand); de betalingen zullen eveneens in 2010 en 2011 plaatsvinden. |

AANVULLENDE INFORMATIE |

Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling |

In het voorstel is een beperkte beschikbaarheidsperiode vastgelegd. |

1. 2010/0162 (COD)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Moldavië

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 212,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie[1],

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure[2],

Overwegende hetgeen volgt:

2. De betrekkingen tussen de Republiek Moldavië en de Europese Unie ontwikkelen zich in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid (ENB). In 2005 hebben de Gemeenschap en de Republiek Moldavië overeenstemming bereikt over een ENB-actieplan waarin voor de bilaterale betrekkingen prioriteiten op middellange termijn werden vastgesteld. Het kader van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië wordt verder versterkt door het recente oostelijke partnerschap. In januari 2010 hebben de Europese Unie en de Republiek Moldavië onderhandelingen aangeknoopt over een associatieovereenkomst, die naar verwachting in de plaats zal komen van de bestaande partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst.

3. De economie van de Republiek Moldavië is zwaar getroffen door de internationale financiële crisis: de productie laat een dramatische daling zien, de begrotingssituatie verslechtert en de externe financieringsbehoefte neemt toe.

4. De economische stabilisatie en het herstel van de Republiek Moldavië worden ondersteund door de financiële bijstand van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Op 29 januari 2010 is de IMF-financieringsovereenkomst voor de Republiek Moldavië goedgekeurd.

5. In het licht van de versomberende economische situatie en vooruitzichten heeft de Republiek Moldavië om macrofinanciële bijstand van de Europese Unie verzocht.

6. Aangezien er in 2010-2011 van een resterend financieringstekort op de betalingsbalans sprake is, wordt de toekenning van macrofinanciële bijstand als een passende reactie gezien op het verzoek van de autoriteiten van de Republiek Moldavië om parallel met het lopende IMF-programma de economische stabilisatie te ondersteunen. Tevens wordt verwacht dat de onderhavige macrofinanciële bijstand de externe financieringsbehoefte van de overheidsbegroting zal helpen verminderen.

7. De macrofinanciële bijstand van de Europese Unie is niet louter bedoeld als aanvulling op de programma's en middelen van het IMF en de Wereldbank, maar moet een toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de Europese Unie waarborgen.

8. De Commissie moet ervoor zorgen dat de macrofinanciële bijstand van de Europese Unie juridisch en materieel verenigbaar is met het extern optreden en het relevante beleid van de Europese Unie op andere terreinen.

9. De specifieke doelstellingen van de bijstand dienen de efficiëntie, de transparantie en de verantwoordingsplicht te bevorderen. De Commissie dient de verwezenlijking van deze doelstellingen op gezette tijden te controleren.

10. De aan de toekenning van de macrofinanciële bijstand verbonden voorwaarden moeten stroken met de hoofdbeginselen en -doelstellingen van het beleid van de Europese Unie ten aanzien van de Republiek Moldavië.

11. Met het oog op een efficiënte bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie in het kader van deze financiële bijstand moet de Republiek Moldavië passende maatregelen nemen voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot de bijstand. Er moet eveneens worden gezorgd voor controles door de Commissie en audits door de Rekenkamer.

12. De uitbetaling van de macrofinanciële bijstand van de Europese Unie laat de bevoegdheden van de begrotingsautoriteit onverlet.

13. De macrofinanciële bijstand van de Europese Unie moet door de Commissie worden beheerd. De voor de uitvoering van dit besluit vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[3],

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De Europese Unie stelt de Republiek Moldavië macrofinanciële bijstand beschikbaar in de vorm van een gift ten belope van ten hoogste 90 miljoen EUR om de economische stabilisatie van de Republiek Moldavië te ondersteunen en de in het kader van het lopende programma van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vastgestelde budgettaire en betalingsbalansbehoefte te lenigen.

2. De uitbetaling van de macrofinanciële bijstand van de Europese Unie wordt door de Commissie beheerd op een wijze die strookt met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en de Republiek Moldavië en met de hoofdbeginselen en -doelstellingen van de economische hervorming zoals die worden uiteengezet in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië en het ENB-actieplan Europese Unie-Republiek Moldavië.

3. De financiële bijstand van de Europese Unie wordt voor tweeënhalf jaar beschikbaar gesteld, met ingang van de eerste dag na de inwerkingtreding van het in artikel 2, lid 1, bedoelde memorandum van overeenstemming.

Artikel 2

1. De Commissie, handelend volgens de in artikel 6 van dit besluit bedoelde raadplegingsprocedure, wordt gemachtigd om met de autoriteiten van de Republiek Moldavië overeenstemming te bereiken over de aan de macrofinanciële bijstand van de Europese Unie te verbinden economische beleidsvoorwaarden, die in een memorandum van overeenstemming moeten worden vastgelegd. Deze voorwaarden stroken met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en de Republiek Moldavië en met de hoofdbeginselen en -doelstellingen van de economische hervorming zoals die worden uiteengezet in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië en het ENB-actieplan Europese Unie-Republiek Moldavië. Met deze beginselen en doelstellingen wordt beoogd de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van de bijstand te bevorderen, en met name ook de systemen voor het beheer van de overheidsfinanciën in de Republiek Moldavië te versterken. De Commissie zal op gezette tijden nagaan in hoeverre vooruitgang is geboekt bij de verwezenlijking van deze doelstellingen. De gedetailleerde financiële voorwaarden van de bijstand worden vastgelegd in een tussen de Commissie en de autoriteiten van de Republiek Moldavië te sluiten giftovereenkomst.

2. Tijdens de tenuitvoerlegging van de financiële bijstand van de Europese Unie controleert de Commissie de deugdelijkheid van de voor deze bijstand relevante financiële en administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen in de Republiek Moldavië.

3. De Commissie onderzoekt periodiek of het economische beleid van de Republiek Moldavië verenigbaar is met de doelstellingen van de bijstand van de Europese Unie en of op bevredigende wijze aan de daaraan verbonden economische beleidsvoorwaarden is voldaan. De Commissie werkt daartoe nauw samen met het IMF en de Wereldbank.

Artikel 3

1. De macrofinanciële bijstand van de Europese Unie wordt door de Commissie in ten minste drie gifttranches aan de Republiek Moldavië beschikbaar gesteld, mits aan de voorwaarden van lid 2 is voldaan. De omvang van elke tranche wordt in het memorandum van overeenstemming vastgelegd.

2. De Commissie besluit tot de uitbetaling van de tranches bij een bevredigende naleving van de economische beleidsvoorwaarden die in het memorandum van overeenstemming zijn overeengekomen. De tweede en de daaropvolgende tranches worden niet eerder dan drie maanden na de vorige tranche uitbetaald.

3. De middelen van de Europese Unie worden uitgekeerd aan de Nationale Bank van Moldavië. Met inachtneming van de in het memorandum van overeenstemming vast te leggen bepalingen, onder andere betreffende een bevestiging van de resterende budgettaire financieringsbehoefte, kunnen de middelen aan de Schatkist van de Republiek Moldavië als eindbegunstigde worden overgemaakt.

Artikel 4

De macrofinanciële bijstand van de Europese Unie wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[4] en de uitvoeringsvoorschriften[5] daarvan. In het bijzonder wordt in het memorandum van overeenstemming en in de giftovereenkomst die met de autoriteiten van de Republiek Moldavië moeten worden gesloten, bepaald dat de Republiek Moldavië specifieke maatregelen ten uitvoer moet leggen met het oog op de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden in verband met de bijstand. Om een grotere transparantie bij het beheer en de uitbetaling van de middelen van de Europese Unie te verzekeren, wordt tevens bepaald dat de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF), het recht heeft controles ter plaatse te verrichten en dat de Rekenkamer het recht heeft, eventueel ter plaatse, audits uit voeren.

Artikel 5

1. Uiterlijk op 31 augustus van elk jaar doet de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag toekomen waarin de uitvoering van dit besluit in het voorgaande jaar wordt geëvalueerd. In dit verslag wordt tevens het verband gespecificeerd tussen de beleidsvoorwaarden die in het in artikel 2, lid 1, bedoelde memorandum van overeenstemming zijn uiteengezet, de actuele economische en budgettaire prestaties van de Republiek Moldavië en de uitbetaling van de bijstandstranches.

2. Uiterlijk twee jaar na het verstrijken van de in artikel 1, lid 3, bedoelde beschikbaarheidsperiode doet de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag van de evaluatie achteraf toekomen.

Artikel 6

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, […]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1. BENAMING VAN HET VOORSTEL

Macrofinanciële bijstand aan de Republiek Moldavië.

2. ABM/ABB-KADER

Betrokken beleidsterrein(en) en bijbehorende activiteit:

Titel 01 – Economische en financiële zaken, 03 – Internationale economische en financiële kwesties

3. BEGROTINGSONDERDELEN

3.1. Begrotingsonderdelen (beleidsuitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en administratieve bijstand (vroegere BA-onderdelen)) inclusief omschrijving:

Artikel 01 03 02 – Macro-economische bijstand

3.2. Duur van de actie en van de financiële gevolgen:

De uitbetalingen zullen in de loop van 2010-2011 in ten minste drie tranches plaatsvinden. Het valt echter niet uit te sluiten dat de actie wegens mogelijke vertragingen wordt verlengd.

3.3. Begrotingskenmerken

Begrotings-onderdeel | Soort uitgave | Nieuw | Bijdrage EVA | Bijdragen kandidaat-lidstaten | Rubriek financiële vooruit-zichten |

01. 03. 02 | Niet-verplichte uitgaven | Gesplitste kredieten | NEE | NEE | NEE | Nr. 4 |

4. OVERZICHT VAN DE MIDDELEN

4.1. Financiële middelen

4.1.1. Overzicht van de vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK)

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

Soort uitgave | Punt nr. | 2010 | 2011 (verzoek) | Totaal |

Beleidsuitgaven[6] |

VK | 8.1. | a | 98,985 | 114,868[7] |

BK | b | 90,000 | 103,500[8] |

Administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag[9] |

Technische en administratieve bijstand (NGK) | 8.2.4. | c | 0 | 0 |

TOTAAL REFERENTIEBEDRAG |

VK | a+c | 0 | 0 |

BK | b+c | 0 | 0 |

Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen[10] |

Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) | 8.2.5. | d | 0 | 0 |

Andere niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven (NGK) | 8.2.6. | e | 0 | 0 |

Totale indicatieve kosten van de maatregel |

TOTAAL VK inclusief personeelsuitgaven | a+c+d+e | 98,985 | 114,868[11] |

TOTAAL BK inclusief personeelsuitgaven | b+c+d+e | 90,000 | 103,500[12] |

4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering

X Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering.

( Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten.

( Het voorstel vergt wellicht toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord[13] (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten).

4.1.3. Financiële gevolgen voor de ontvangsten

X Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

( Het voorstel heeft de volgende financiële gevolgen voor de ontvangsten:

4.2. Personele middelen in voltijdequivalenten (VTE; ambtenaren, tijdelijk en extern personeel) – zie punt 8.2.1.

Jaarlijkse behoeften | 2010 | 2011 |

Totale personele middelen in VTE | 1/3 | 1/3 |

5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN

5.1. Behoefte waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

De economie van de Republiek Moldavië is zwaar getroffen door de mondiale economische en financiële crisis. In de tweede helft van 2008 begon de economische groei te vertragen en in 2009 is de productie met 6,5% gekrompen. Hoewel het tekort op de lopende rekening afneemt, blijft de totale externe financieringsbehoefte hoog als gevolg van een vermindering van de kapitaalinstroom (en dan vooral van de overmakingen van migranten, waarvan de economie van Moldavië zeer sterk afhankelijk is) en een toename van de schuldaflossingsverplichtingen op korte termijn. Voor de jaren 2010 en 2011 stelde het Internationaal Monetair Fonds een resterend extern financieringstekort van 460 miljoen EUR vast. Van de Europese Unie wordt verwacht dat zij een deel van deze resterende externe financieringsbehoefte dekt.

5.2. Meerwaarde van het EU-optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie

De financiële bijstand van de EU weerspiegelt het belang van de betrekkingen met de Republiek Moldavië in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid. Macrofinanciële bijstand is een passend instrument om de bestaande EU-bijstand aan te vullen en draagt bij tot een volledig gefinancierd, door het IMF ondersteund economisch stabilisatieprogramma. De macrofinanciële bijstand zal ook de aan de gang zijnde verdere economische en politieke integratie met de EU ondersteunen, die bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in het aanknopen in januari 2010 van onderhandelingen over een EU-associatieovereenkomst. Dit maakt aanmerkelijke synergieën mogelijk wat de invloed van de bijstand op de economische hervorming en stabilisatie betreft.

5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM

Binnen de activiteit "Internationale economische en financiële vraagstukken" van het directoraat-generaal Economische en financiële zaken houdt de doelstelling derde landen macrofinancieel bij te staan met het op orde brengen van hun betalingsbalans en het terugbrengen van de externe schuld tot een duurzaam niveau, verband met de algemene doelstelling ook buiten de Europese Unie de welvaart te bevorderen.

De indicatoren hiervan zijn "saldo op de lopende rekening als percentage van het bbp" (verwacht resultaat: verbetering), "externe schuld als percentage van het bbp" (verwacht resultaat: vermindering) en "officiële reserves in maanden van invoer van goederen en diensten" (verwacht resultaat: een stabilisatie of een stijging).

5.4. Wijze van uitvoering (indicatief)

X Gecentraliseerd beheer

X rechtstreeks door de Commissie

( gedelegeerd aan:

( uitvoerende agentschappen

( door de Gemeenschappen opgerichte organen als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement

( nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

( Gedeeld of gedecentraliseerd beheer

( met lidstaten

( met derde landen

( Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke)

Opmerkingen:

6. TOEZICHT EN EVALUATIE

6.1. Toezicht

De diensten van de Commissie houden toezicht op de maatregel op basis van indicatoren voor het macro-economische en structurele beleid, welke in een met de autoriteiten van de Republiek Moldavië gesloten memorandum van overeenstemming worden vastgelegd. De autoriteiten moeten regelmatig over deze indicatoren verslag uitbrengen aan de diensten van de Commissie. Tevens zal de delegatie van de Europese Commissie in Chisinau verslag uitbrengen over kwesties die van belang zijn voor het toezicht op de bijstand. De diensten van de Commissie zullen nauwe contacten met het IMF en de Wereldbank blijven onderhouden.

6.2. Evaluatie

6.2.1. Evaluatie vooraf

De diensten van de Commissie (eenheid D3 van het directoraat-generaal Economische en financiële zaken) hebben een evaluatie vooraf verricht.

6.2.2. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie of evaluatie achteraf genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan)

In februari 2010 is een evaluatie achteraf afgerond van een eerdere operatie die in 2007-2008 in de Republiek Moldavië heeft plaatsgevonden. De conclusie van de evaluatie luidde dat de MFB een positief, maar gering effect heeft gehad op de vooruitzichten voor de houdbaarheid van de externe positie op middellange en lange termijn. Dit effect kan vooral worden toegeschreven aan de positieve gevolgen van de MFB voor de economische groei in de periode 2006-2008, hetgeen op zijn beurt de schuldquote heeft beïnvloed. Wat het effect van de MFB op de structurele hervormingen betreft, wordt in de evaluatie geconcludeerd dat de MFB een politiekversterkend effect had op alle (geselecteerde) terreinen (waarop voorwaarden zijn gesteld).

Sinds 2004 zijn in totaal elf evaluaties achteraf van verleende MFB uitgevoerd, waarvan vier in de nieuwe onafhankelijke staten van de voormalige Sovjet-Unie. Volgens al deze evaluaties levert de MFB een positieve, zij het soms bescheiden en indirecte bijdrage tot een betere houdbaarheid van de externe positie, de macro-economische stabiliteit en de totstandbrenging van structurele hervormingen in het begunstigde land. In de meeste gevallen hebben de MFB-pakketten een positief effect gehad op de betalingsbalans van het begunstigde land en verlichting gebracht in de begrotingsmoeilijkheden. Ook heeft de bijstand geleid tot een iets hogere economische groei.

6.2.3. Vorm en frequentie van toekomstige evaluaties

In het kader van het meerjarenbeoordelingsprogramma van het directoraat-generaal Economische en financiële zaken is uiterlijk twee jaar na de vervaldatum van de financiële bijstand een onafhankelijke evaluatie achteraf gepland van de bijstand die aan de Republiek Moldavië is verleend.

7. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

In de voorgestelde rechtsgrondslag voor de toekenning van macrofinanciële bijstand aan de Republiek Moldavië is een bepaling met betrekking tot fraudepreventiemaatregelen opgenomen. Deze maatregelen zullen nader worden uitgewerkt in het memorandum van overeenstemming en in de giftovereenkomst. Het is de bedoeling dat aan de bijstand een aantal specifieke beleidsvoorwaarden, met name op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën, wordt verbonden ter bevordering van de doelmatigheid, de transparantie en de verantwoordingsplicht. Op de MFB kunnen verificatie-, controle- en auditprocedures worden toegepast onder de verantwoordelijkheid van de Commissie, met inbegrip van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF), en de Europese Rekenkamer.

De diensten van de Commissie hebben een programma van operationele beoordelingen van de financiële en administratieve procedures opgezet in alle derde landen waaraan macrofinanciële bijstand wordt verleend, om te voldoen aan de vereisten van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Begin 2007 heeft een eerste operationele beoordeling in de Republiek Moldavië plaatsgevonden en in april 2006 is een studie van de Wereldbank over de evaluatie van het beheer van de overheidsfinanciën gepubliceerd; deze studie is in juni 2008 geactualiseerd. Binnenkort zal de Europese Commissie opdracht geven om de bestaande operationele beoordeling te actualiseren. Op basis van de uitkomsten daarvan zullen specifieke beleidsvoorwaarden op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën worden gesteld.

8. MIDDELEN

8.1. Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

(Vermeld de doelstellingen, acties en outputs) | Soort output | Gem. kosten | Jaar 2010 | Jaar 2011 | Jaar 2013 | TOTAAL |

Jaar 2010 | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 |

Ambtenaren of tijdelijk personeel[14] (XX 01 01) | A*/AD | 1/3 | 1/3 |

B*, C*/AST |

Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel[15] |

Uit art. XX 01 04/05 gefinancierd ander personeel[16] |

TOTAAL | 1/3 | 1/3 |

8.2.2. Omschrijving van de taken die uit de actie voortvloeien

Onder andere het voorbereiden van en onderhandelen over memoranda van overeenstemming en de giftovereenkomst, onderhouden van contacten met de autoriteiten en de internationale financiële instellingen, toezien op het economische en structurele beleid van het begunstigde land, uitvoeren van controlebezoeken en voorbereiden van rapporten van de diensten van de Commissie, alsook uitwerken van Commissieprocedures voor het beheer van de bijstand.

8.2.3. Herkomst van het (statutaire) personeel

X Posten die momenteel zijn toegewezen aan het beheer van het te vervangen of te verlengen programma

( Posten die al zijn toegewezen in het kader van de JBS/VOB-procedure voor jaar n

( Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal worden gevraagd

( Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling)

( Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen

8.2.4. Andere administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag (XX 01 04/05 – Uitgaven voor administratief beheer)

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

Begrotingsonderdeel 01 03 02 Macro-economische bijstand | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. | TO-TAAL |

Andere technische en administratieve bijstand |

- intern |

- extern 1) Operationele beoordeling 2) Evaluatie achteraf | 0,050 | 0,150 | 0,050 0,150 |

Totaal Technische en administratieve bijstand | 0,050 | 0,150 | 0,200 |

8.2.5. Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen

in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)

Soort personeel | Jaar n | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. |

Ambtenaren en tijdelijk personeel (XX 01 01) | 0,030 | 0,030 |

Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, personeel op contractbasis enz.) (vermeld begrotingsonderdeel) |

Totaal Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen | 0,030 | 0,030 |

Berekening – Ambtenaren en tijdelijke functionarissen |

Verwijs zo nodig naar punt 8.2.1 |

NIET VAN TOEPASSING |

Berekening – Uit artikel XX 01 02 gefinancierd personeel |

Verwijs zo nodig naar punt 8.2.1 |

NIET VAN TOEPASSING |

8.2.6. Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen) |

Jaar 2010 | Jaar n+1 | Jaar n+2 | Jaar n+3 | Jaar n+4 | Jaar n+5 e.v. | TO-TAAL |

XX 01 02 11 01 – Dienstreizen | 0,020 | 0,010 | 0,030 |

XX 01 02 11 02 – Conferenties en vergaderingen |

XX 01 02 11 03 – Comités[18] |

XX 01 02 11 04 – Studies en adviezen |

XX 01 02 11 05 - Informatiesystemen |

2 Totaal Andere beheersuitgaven (XX 01 02 11) |

3 Andere uitgaven van administratieve aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel) |

Totaal Andere administratieve uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen | 0,020 | 0,010 | 0,030 |

Berekening – Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen |

Drie dienstreizen voor één/twee personen |

[1] PB C […] van […], blz. […].

[2] PB L

[3] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

[4] PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

[5] Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie, PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

[6] Uitgaven die niet onder hoofdstuk xx 01 van de betrokken titel 01 vallen.

[7] Voorontwerp van begroting voor 2011.

[8] Voorontwerp van begroting voor 2011.

[9] Uitgaven in het kader van artikel xx 01 04 van titel xx.

[10] Uitgaven in het kader van hoofdstuk xx 01, met uitzondering van de artikelen xx 01 04 en xx 01 05.

[11] Voorontwerp van begroting voor 2011.

[12] Voorontwerp van begroting voor 2011.

[13] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord.

[14] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt.

[15] Waarvan de kosten NIET door het referentiebedrag worden gedekt.

[16] Waarvan de kosten door het referentiebedrag worden gedekt.

[17] Verwijs naar het specifieke financieel memorandum voor de betrokken uitvoerende agentschappen.

[18] Vermeld het soort comité en de groep waartoe het behoort.

Top