This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52008PC0720
Amended proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council establishing the European Electronic Communications Market Authority (presented by the Commission pursuant to Article 250(2) of the EC Treaty)
Gewijzigd voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt (door de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-verdrag)
Gewijzigd voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt (door de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-verdrag)
/* COM/2008/0720 def. - COD 2007/0249 */
Gewijzigd voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt (door de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-verdrag) /* COM/2008/0720 def. - COD 2007/0249 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 5.11.2008 COM(2008) 720 definitief 2007/0249 (COD) Gewijzigd voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot oprichting van de Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt (door de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het EG-verdrag) 2007/0249 (COD) Gewijzigd voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot oprichting van de Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt (Voor de EER relevante tekst) 1. FASES IN DE PROCEDURE Het voorstel – COM(2007) 699 definitief – is op 13 november 2007 door de Commissie vastgesteld en op 15 november 2007 bij het Europees Parlement en de Raad ingediend. Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft op 29 mei 2008 advies uitgebracht over het voorstel van de Commissie. Het Comité van de Regio's heeft op 18 juni 2008 advies uitgebracht over het voorstel van de Commissie. Het Europees Parlement heeft op 24 september 2008 in eerste lezing 164 amendementen goedgekeurd. 2. DOEL VAN HET VOORSTEL Het voorstel om een Europese Autoriteit voor de elektronische-communicatiemarkt op te richten maakt deel uit van het EU-regelgevingspakket voor elektronische communicatie dat door de Commissie werd voorgesteld teneinde de regelgeving te vereenvoudigen en de kwaliteit ervan te verbeteren, de interne markt te voltooien en ervoor te zorgen dat consumenten kunnen profiteren van alle voordelen van een dynamische en in toenemende mate grenzenloze communicatiemarkt. Doel van de voorgestelde verordening is een gespecialiseerd en onafhankelijk orgaan op te richten, samengesteld uit deskundigen, om de Commissie en de nationale regelgevende instanties te helpen bij de tenuitvoerlegging van het EU-regelgevingskader voor elektronische communicatie. De Autoriteit zou op Europees niveau een aanvulling moeten vormen op de regelgevende taken die op nationaal niveau door de regelgevende instanties worden uitgevoerd, door te zorgen voor: een kader voor samenwerking tussen de nationale regelgevende instanties; wettelijk toezicht op marktdefinities; analyse en tenuitvoerlegging van oplossingen; definitie van grensoverschrijdende markten; advies inzake vraagstukken op het gebied van radiofrequenties; besluiten over het nummerbeheer en advies over nummerportabiliteit; advies over netwerk- en informatieveiligheidsvraagstukken; en algemene voorlichting en raadgeving in verband met vraagstukken in de elektronische communicatiesector. 3. DOEL VAN HET GEWIJZIGDE VOORSTEL Het gewijzigde voorstel heeft tot doel het oorspronkelijke voorstel op een aantal punten aan te passen, zoals voorgesteld door het Europees Parlement. 4. OPMERKINGEN OVER DE DOOR HET EUROPEES PARLEMENT GOEDGEKEURDE AMENDEMENTEN 4.1. Door de Commissie aanvaarde amendementen De Commissie kan de volgende amendementen aanvaarden: 6, 8, 9, 10, 11, 14, 15, 17, 20, 21, 23, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 42, 43, 44, 47, 48, 50, 54, 57, 59, 60, 62, 65, 66, 68, 69, 73, 77, 78, 79, 85, 87, 89, 91, 92, 94, 97, 98, 100, 101, 103, 104, 105, 106, 115, 117, 120, 125, 133, 136, 140, 141, 143, 144, 145, 146, 147, 149, 152, 153, 156, 163 en 166. 4.2. Amendementen die door de Commissie gedeeltelijk of met een andere formulering zijn overgenomen Amendementen 12, 22, 49, 53, 61, 63, 70, 81, 83, 88, 99, 102, 107, 108, 109, 110, 111, 114, 116, 118, 119, 121, 122, 123, 124, 129, 130, 131, 159, 160, 161 en 168 De Commissie kan in beginsel aanvaarden dat er een orgaan wordt opgericht dat afwijkt van de oorspronkelijk voorgestelde Autoriteit en gaat derhalve akkoord met alle amendementen die betrekking hebben op de naamsverandering. De Commissie stelt voor het Europees Telecomregelgeversorgaan ("het Orgaan") op te richten. – Amendement 12 De Commissie gaat akkoord met de oprichting van een nieuw orgaan met de naam "Europees Telecomregelgeversorgaan" en brengt een aantal redactionele wijzigingen aan die verband houden met het belang van een versterking van de samenwerking tussen de nationale regelgevende instanties. De Commissie kan akkoord gaan met de invoeging van ‘(hierna "NRI's" genoemd)’ aan het eind van de eerste zin. Overweging 12: "Daarom moet de samenwerking tussen de nationale regelgevende instanties op Europees niveau worden versterkt en daartoe moet een nieuw orgaan worden opgericht, het Europees Telecomregelgeversorgaan (hierna "het Orgaan" genoemd), ETO . Het ETO Orgaan zou een reële bijdrage leveren aan de voltooiing van de interne markt door de Commissie en de nationale regelgevende instanties ( hierna "NRI's" genoemd ) bij te staan. Het zou als referentiepunt fungeren en vertrouwen scheppen door zijn onafhankelijkheid, de kwaliteit van zijn advies en informatie, de transparantie van zijn procedures en werkmethoden, en de toewijding bij de uitvoering van zijn taken." – Amendement 22 De Commissie kan met deze nieuwe overweging instemmen. Hoewel sommige markten inherente grensoverschrijdende kenmerken kunnen hebben, heeft de Commissie een dergelijke mondiale markt tot dusverre echter nog niet erkend (in tegenstelling tot wat staat vermeld in de door het Europees Parlement voorgestelde tekst). Daarnaast zou het Orgaan veeleer moeten helpen bij de ontwikkeling van een gemeenschappelijke benadering van de regelgeving. Ten slotte moet de term ‘mondiale telecommunicatiediensten’, die nergens in het regelgevingskader wordt gedefinieerd, worden vervangen door ‘grensoverschrijdende zakelijke diensten’. Overweging 22 bis (nieuw): ‘Grensoverschrijdende zakelijke diensten zijn een specifiek geval, waar een harmonisatie van de machtigingsvoorwaarden nodig kan zijn. Het wordt algemeen erkend dat deze diensten, die bestaan uit beheerde commerciële data- en audiodiensten voor multinationale ondernemingen die in diverse landen, en vaak op diverse continenten, zijn gevestigd, inherent een grensoverschrijdend karakter hebben en binnen Europa altijd pan-Europees zijn. Het ETO Orgaan moet een gemeenschappelijke benadering van de regelgeving helpen ontwikkelen, zodat alle delen van Europa de economische voordelen van geïntegreerde, naadloze diensten kunnen genieten.’ – Amendement 49 De Commissie kan instemmen met de invoeging van de nieuwe alinea, die het voorstel van de Commissie verbetert door de rol van het Orgaan ten opzichte van de nationale regelgevende instanties te verduidelijken, en stelt voor de rol van het Orgaan als organisatorische ondersteuning te omschrijven. De zin ‘ Het keurt gemeenschappelijke standpunten en opmerkingen goed ’ dient echter te worden geschrapt omdat deze overbodig is en reeds wordt bestreken door artikel 3 van het voorstel. Artikel 1, lid 3: ‘ Het ETO Orgaan voert zijn taken uit in samenwerking met de NRI's en de Commissie. Het ETO Orgaan dient als instrument voor de uitwisseling van informatie en de goedkeuring van samenhangende besluiten door de NRI ' s. Het vormt een organisationele basis levert de organisatorische ondersteuning voor de besluitvorming door de NRI’s. Het keurt gemeenschappelijke standpunten en opmerkingen goed. Voorts adviseert het de Commissie en helpt het de NRI's bij alle aangelegenheden die onder de taken vallen welke door de kaderrichtlijn en de bijzondere richtlijnen aan de NRI's zijn toegewezen .’ – Amendement 53 De Commissie kan zich vinden in het idee om het Orgaan tot taak te geven meer samenhang te brengen in het opleggen van oplossingen. Hoewel toezicht op de algemene ontwikkeling in de zin van artikel 21 van de verordening aanvaardbaar is, blijft het toezicht op de tenuitvoerlegging echter een taak voor de Commissie en dit kan derhalve niet worden aanvaard. ‘Gemeenschappelijke standpunten’ moet bovendien worden vervangen door ‘gemeenschappelijke benaderingen’, omdat de eerste formulering een specifieke term uit het communautaire en EU-recht is. Artikel 3, letter a bis (nieuw): ‘gemeenschappelijke standpunten benaderingen , richtsnoeren en best practices ontwikkelen voor het opleggen van regelgevingsoplossingen op nationaal niveau en toezien op de tenuitvoerlegging daarvan in de lidstaten ; ’ – Amendement 61 Dit amendement benadrukt een belangrijk aspect van de werkzaamheden van het Orgaan wat betreft grensoverschrijdende diensten. Deze bepaling moet echter enigszins anders worden geformuleerd, waarbij met name de term ‘globale telecommunicatiediensten’ moet worden vermeden, omdat deze niet in het regelgevingskader gedefinieerd is en onduidelijk blijft. Voorts zou het de voorkeur verdienen om naar de voorschriften inzake het leveren van grensoverschrijdende diensten te verwijzen als ‘gemeenschappelijke voorschriften’. Tot slot moet ‘gemeenschappelijke standpunten’ worden vervangen door ‘gemeenschappelijke benaderingen’, omdat de eerste formulering een specifieke term uit het communautaire en EU-recht is. Artikel 3, letter i bis (nieuw): ‘ gemeenschappelijke standpunten benaderingen opstellen over pan-Europese problemen zoals GTS grensoverschrijdende vraagstukken ten einde de consistentie in de regelgeving op te voeren en een pan-Europese interne markt en pan-Europese gemeenschappelijke regels te bevorderen. ’ – Amendement 63 Artikel 4, lid 2: ‘Teneinde de geharmoniseerde toepassing van de kaderrichtlijn en de bijzondere richtlijnen te bevorderen, verzoekt kan de Commissie het ETO Orgaan tevens om bijstand verzoeken bij de voorbereiding van aanbevelingen of besluiten die overeenkomstig artikel 19 van Richtlijn 2002/21/EG (kaderrichtlijn) door de Commissie moeten worden aangenomen. Het Europees Parlement kan het ETO Orgaan ook om dergelijke bijstand vragen als dit redelijkerwijs vereist is met betrekking tot een onderzoek op grond van artikel 193 van het Verdrag of wetgeving binnen het kader van de functies van het ETO Orgaan .’ – Amendement 70 De Commissie kan instemmen met dit amendement, dat moet worden gelezen in samenhang met het nieuwe punt 3, letter i bis, over het bevorderen van grensoverschrijdende diensten. De formulering van deze bepaling moet echter enigszins worden gewijzigd: het zou beter zijn naar de voorschriften inzake het leveren van grensoverschrijdende diensten te verwijzen als ‘gemeenschappelijke voorschriften’ en naar aanbieders van ‘ mondiale telecommunicatiediensten ’ als aanbieders van ‘grensoverschrijdende diensten’. Artikel 4, lid 3, letter p bis (nieuw): ‘maatregelen ter waarborging van de opstelling van gemeenschappelijke pan-Europese voorschriften en eisen voor de aanbieders van GTS grensoverschrijdende zakelijke diensten ’. – Amendement 81 De Commissie kan instemmen met het idee om het Orgaan advies te laten verlenen aan de Commissie en nauw te laten samenwerken met de RSPG met betrekking tot zaken die binnen het kader van zijn taken vallen in verband met spectrum. Zij kan echter niet accepteren dat het Orgaan advies geeft aan de RSPG en het RSC, omdat het niet correct is advies te geven aan een adviesgroep en een comité. De Commissie kan instemmen met het schrappen van verwijzingen naar studies en evaluaties en het invoegen van ‘waar nodig ….beïnvloed door’, ervan uitgaande dat het nieuwe orgaan een beperkte rol zal hebben bij spectrumkwesties. Artikel 10, lid 1: ‘ Het ETO Orgaan verleent op verzoek advies aan de Commissie, aan en werkt nauw samen met de Beleidsgroep Radiospectrum (‘RSPG’) of het Radiospectrumcomité (‘RSC’), waar nodig, met betrekking tot zaken die binnen het kader van de taken van het ETO Orgaan vallen welke van invloed zijn op of worden beïnvloed door het gebruik van radiofrequenties voor elektronische communicatie in de Gemeenschap. Het ETO dient waar nodig nauw samen te werken met de RSPG en het RSC. ’ – Amendement 83 De Commissie kan aanvaarden dat het Orgaan kan bijdragen aan de verslagen die door de Commissie worden gepubliceerd, maar wijst de verwijzing naar de RSPG en het RSC af omdat de RSPG en het RSC geen verslagen opstellen. De verwijzing naar ‘andere relevante organen’ kan niet worden aanvaard omdat deze te algemeen is. Artikel 10, lid 4 ‘Het ETO Orgaan levert waar nodig een bijdrage aan verslagen die worden gepubliceerd door de Commissie, de RSPG, het RSC dan wel andere relevante organen over toekomstige frequentieontwikkelingen in de elektronische-communicatiesector en beleidsmaatregelen waarin op potentiële behoeften en uitdagingen wordt gewezen.’ – Amendement 88 De Commissie kan de nieuwe formulering van het eerste deel van de eerste zin aanvaarden maar de voorgestelde opzet waarbij het Orgaan een raadgevende groep (de RSPG) en een comité (het RSC) advies geeft, is niet correct. De Commissie is van mening dat het nog steeds nodig is duidelijkheid te brengen in de rol van het Orgaan met betrekking tot de gemeenschappelijke selectieprocedure voor gebruiksrechten voor spectrum/nummers. Artikel 13, alinea 1: ‘De Commissie kan het ETO Orgaan verzoeken aan de Commissie , de RSPG of het RSC advies uit te brengen over de intrekking van gebruiksrechten die zijn verleend in het kader van de gemeenschappelijke procedures waarin artikel 6b van Richtlijn 2002/20/EG (machtigingsrichtlijn) voorziet.’ – Amendement 99 De Commissie kan instemmen met het schrappen van de verwijzing naar het beheer van het spectrumregister, ervan uitgaande dat er voor het nieuwe orgaan een beperkte rol is weggelegd bij spectrumaangelegenheden. De Commissie kan evenwel niet akkoord gaan met het schrappen van de verwijzing naar het beheer van een roamingdatabase. De roamingverordening maakt deel uit van het regelgevingskader en het Orgaan is bedoeld om de Commissie en de NRI's bijstand te verlenen bij de tenuitvoerlegging van dat kader. Het Orgaan is bijzonder geschikt om deze taak uit te voeren. Schrappen van deze taak zou de Commissie, de NRI's en de consumenten een gemakkelijk inzetbaar instrument ontnemen, dat kan helpen bij de tenuitvoerlegging van het regelgevingskader in verband met roaming. Artikel 20: ‘Beheer van het register met informatie over frequenties en van de mobiele-roamingdatabase Het Orgaan is verantwoordelijk voor het beheer en de publicatie van een database over de prijs van stem- en datadiensten voor mobiele klanten die binnen de Gemeenschap roamen, zo nodig met inbegrip van de specifieke kosten van in- en uitgaande roaminggesprekken in de meest perifere regio's van de Gemeenschap. Het houdt toezicht op de prijsontwikkelingen en publiceert een jaarverslag.’ – Amendement 102 De Commissie kan instemmen met de invoeging van het eerste deel in de eerste zin en de invoeging van de laatste zin. De Commissie kan niet instemmen met de verplaatsing van het zinsdeel ‘samen met de publicatie van het jaarverslag’ en vindt dat dit zinsdeel moet blijven waar het in het oorspronkelijke voorstel stond. Artikel 21, lid 3: De Commissie kan het ETO Orgaan verzoeken samen met de publicatie van het jaarverslag advies uit te brengen over mogelijke maatregelen om de bij de evaluatie van de in lid 1 vermelde kwesties vastgestelde problemen te verhelpen , in combinatie met de publicatie van het jaarverslag . Dit advies wordt voorgelegd aan het Europees Parlement.’ – Amendement 107 De Commissie kan weliswaar instemmen met het schrappen van (d), (e) en (f), maar niet met het schrappen van de verwijzing naar de raad van bestuur. De door het Parlement gevolgde aanpak levert voorlopig een aantal juridische, institutionele en budgettaire problemen op. Er moet verder worden nagedacht over de exacte structuur die het Parlement voor ogen staat, met name om de communautaire bevoegdheid en de rol van de Commissie te waarborgen en daarbij toch voor de onafhankelijkheid van de NRI's te zorgen. Artikel 24: ‘Organen van het ETO Orgaan H et ETO Orgaan bestaat uit: (a) een raad van regelgevers bestuur (b) een raad van regelgevers (c) een algemeen directeur.’ – Amendement 108 De Commissie kan niet instemmen met het schrappen van de verwijzing naar de raad van bestuur, die voor een ‘communautaire aanpak’ zorgt. De exacte structuur van het Orgaan moet zodanig worden opgezet dat de communautaire bevoegdheid en de rol van de Commissie worden gewaarborgd terwijl toch voor de onafhankelijkheid van de NRI’s wordt gezorgd. Artikel 25, lid 1 ‘De raad van bestuur regelgevers bestaat uit twaalf leden. Zes leden worden benoemd door de Commissie en zes door de Raad een lid per lidstaat die het uit de hoofd en of de benoemde hoge vertegenwoordiger s van de onafhankelijke NRI ’s is met verantwoordelijkheid voor de dagelijkse toepassing van het regelgevingskader in die lidstaat de lidstaten. De NRI’s benoemen een plaatsvervanger per lidstaat. De Commissie neemt deel als waarnemer met de voorafgaande toestemming van de raad.’ – Amendementen 109, 110, 111, 116, 118, 119, 122, 123 en 124 De door het Parlement beoogde structuur, met name het schrappen van de verwijzing naar de raad van bestuur in de amendementen 109, 110, 111, 116, 118, 119, 122, 123 en 124 en de vervanging van de raad van bestuur door de raad van regelgevers, kan niet door de Commissie worden aanvaard. De verwijzingen naar de raad van regelgevers in de amendementen 109, 110, 111, 116, 118, 119, 122, 123 en 124 moeten worden veranderd in verwijzingen naar de raad van bestuur. – Amendement 114 De Commissie kan niet instemmen met het schrappen van de verwijzing naar de raad van bestuur. Het is echter een goede zaak de rol van de raad van regelgevers bij de benoeming van de algemeen directeur te versterken. Artikel 26, lid 1 ‘Na de raad van regelgevers te hebben geraadpleegd en na deze in de gelegenheid te hebben gesteld de in artikel 29, lid 2, bedoelde lijst van kandidaten al dan niet te bevestigen en een voorkeurskandidaat aan te geven, benoemt de raad van regelgevers bestuur de algemeen directeur overeenkomstig die bepaling [artikel 26 (lid 13 ter)]. De raad van regelgevers neemt alle besluiten met betrekking tot de uitoefening van de taken van het ETO als vermeld in artikel 3. ’ – Amendement 121 Omdat de Commissie constateert dat zowel de Raad als het Parlement het ENISA gescheiden willen houden van deze nieuwe instantie, kan zij akkoord gaan met het schrappen van de verwijzing naar het hoofd netwerkbeveiliging, die wordt vervangen door een verwijzing naar de algemeen directeur. De Commissie kan het schrappen van de verwijzing naar de raad van bestuur, die voor een communautaire aanpak zorgt, echter niet aanvaarden. Artikel 26, lid 8: ‘De raad van bestuur regelgevers treedt als tuchtraad op ten aanzien van de algemeen directeur.’ – Amendementen 129 en 130 De door het Parlement beoogde structuur kan niet door de Commissie worden aanvaard. De raad van bestuur moet blijven om het communautair belang te waarborgen. De amendementen 129 en 130 kunnen derhalve niet worden aanvaard en de artikelen 27 en 28 die naar de raad van regelgevers verwijzen, moeten opnieuw worden ingevoegd. – Amendement 131 De Commissie stelt een aantal redactionele wijzigingen voor om het idee van een ‘algemeen’ directeur, die geen instructies van lidstaten of particuliere of openbare belanghebbenden aanvaardt, in de tekst te behouden. Artikel 29, lid 1: ‘ Het Orgaan ETO wordt geleid door de algemeen directeur, die bij de uitoefening van zijn/haar taken verantwoording schuldig is aan en optreedt volgens de instructies richtsnoeren van de raad van regelgevers . De algemeen directeur verlangt of aanvaardt verder geen instructies van regeringen of andere organen.’ – Amendement 132 Het is correct naar het gewijzigde mechanisme te verwijzen, waarbij de raad van regelgevers de gelegenheid heeft om de lijst van kandidaten voor de post van algemeen directeur te bevestigen en zijn voorkeurskandidaat aan te wijzen. Artikel 29, lid 2 ‘ De algemeen directeur wordt – na raadpleging van de raad van regelgevers overeenkomstig artikel 26, lid 1 – op grond van verdiensten, en de bekwaamheden en ervaring op het gebied van elektronische-communicatienetwerken en -diensten door de raad van bestuur regelgevers benoemd uit een lijst met ten minste twee door de Commissie voorgedragen kandidaten. Vóór de benoeming kan de geschiktheid van de door de raad van bestuur regelgevers gekozen kandidaat worden onderworpen aan een niet-bindend advies van het Europees Parlement en de Commissie. Hiertoe wordt de kandidaat verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.’ – Amendement 159 De Commissie kan akkoord gaan met de door het Europees Parlement voorgestelde vereenvoudiging maar de verwijzing naar de raad van bestuur moet worden hersteld. Er moet verder worden nagedacht over de exacte structuur die het Parlement voor ogen staat, met name om de communautaire bevoegdheid en de rol van de Commissie te waarborgen en daarbij toch voor de onafhankelijkheid van de NRI's te zorgen. Artikel 44: ‘De personeelsleden van het ETO Orgaan , de leden van de raad van bestuur , de leden van de raad van regelgevers en de algemeen directeur van het ETO leggen een jaarlijkse verbintenisverklaring en een belangenverklaring af, waarin zij al hun directe en indirecte belangen vermelden die geacht zouden kunnen worden afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid. Deze verklaringen worden op schrift gesteld.’ – Amendement 160 De Commissie kan akkoord gaan met de door het Europees Parlement voorgestelde vereenvoudiging maar de verwijzing naar de raad van bestuur moet worden hersteld. Er moet verder worden nagedacht over de exacte structuur die het Parlement voor ogen staat, met name om de communautaire bevoegdheid en de rol van de Commissie te waarborgen en daarbij toch voor de onafhankelijkheid van de NRI's te zorgen. Artikel 45, lid 2 ‘Het ETO Orgaan zorgt ervoor dat het publiek en alle belanghebbende partijen waar nodig over objectieve, betrouwbare en gemakkelijk toegankelijke informatie beschikken, met name over de resultaten van zijn werkzaamheden. Het maakt ook de belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur, de leden van de raad van regelgevers en de algemeen directeur bekend.’ – Amendement 161 De Commissie kan akkoord gaan met de door het Europees Parlement voorgestelde vereenvoudiging maar de verwijzing naar de raad van bestuur moet worden hersteld. Er moet verder worden nagedacht over de exacte structuur die het Parlement voor ogen staat, met name om de communautaire bevoegdheid en de rol van de Commissie te waarborgen en daarbij toch voor de onafhankelijkheid van de NRI's te zorgen. Artikel 46, lid 2 ‘Leden van de raad van bestuur van het Orgaan, de raad van regelgevers van het ETO , de algemeen directeur, externe deskundigen en personeelsleden van het ETO Orgaan zijn onderworpen aan de geheimhoudingsplicht van artikel 287 van het Verdrag, zelfs na afloop van hun functie.’ – Amendement 168 Het artikel moet alle inkomstenbronnen vermelden, zodat de Commissie de term ‘met name’ niet kan aanvaarden. De Commissie kan akkoord gaan met de punten a) en b). Een financiële bijdrage van de nationale regelgevende instanties is aanvaardbaar, mits het om vrijwillige bijdragen gaat, zoals oorspronkelijk door de Commissie is voorgesteld. Indien deze bijdragen verplicht zouden worden gesteld, zou het voor sommige NRI’s moeilijk zijn een bijdrage te leveren aan de financiering van het Orgaan omdat zij slechts over schaarse financiële middelen beschikken. De Commissie kan derhalve ook niet akkoord gaan met punt d), waarin duidelijk wordt gemaakt hoe lang het zou duren om een vorm van verplichte nationale financiering in te voeren. De Commissie vindt dat punt c) aanvaardbaar is, hoewel dergelijke strikte quota in de praktijk niet uitvoerbaar zouden zijn omdat het Orgaan in staat moet zijn personeel aan de hand van zijn behoeften in te zetten. De Commissie zou willen voorstellen punt c) in een apart lid op te nemen. Artikel 36, lid 1 ‘1. De ontvangsten en middelen van het ETO Orgaan bestaan met name uit: (a) een subsidie van de Gemeenschap, die in de juiste rubrieken van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (afdeling Commissie) wordt opgenomen, zoals is besloten door de begrotingsautoriteit en overeenkomstig punt 47 van het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer; (b) een financiële vrijwillige bijdrage van de nationale regelgevende instanties van de lidstaten iedere NRI. De lidstaten zien erop toe dat de NRI’s de noodzakelijke financiële middelen hebben om deel te nemen aan de werkzaamheden van BERT; 2. (c) Ten hoogste de helft van het personeel bestaat uit gedetacheerde nationale deskundigen (GND) afkomstig van de nationale instanties. (d) De Raad van regelgevers stelt uiterlijk zes maand na inwerkingtreding van deze verordening de hoogte vast van de financiële bijdrage die iedere lidstaat overeenkomstig punt (b) dient te leveren; (e) uiterlijk op 1 januari 2014 wordt bezien of de structuur van de financiën en de naleving door de lidstaten aangepast zijn. ’ 4.3. Door de Commissie afgewezen amendementen De amendementen 4, 5, 7, 13, 16, 18, 19, 24, 37, 38, 39, 40, 41, 45, 46, 51, 52, 55, 56, 58, 64, 67, 71, 72, 74, 75, 76, 80, 82, 84, 86, 90, 93, 95, 96, 112, 113, 126, 127, 128, 134, 135, 137, 138, 139, 142, 148, 150, 151, 154, 155, 157, 158, 162, 164, 165 en 167 kunnen niet door de Commissie worden overgenomen. 5. GEWIJZIGD VOORSTEL Gelet op artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel zoals hierboven is aangegeven. GEWIJZIGD FINANCIEEL MEMORANDUM 1. BENAMING VAN HET VOORSTEL GEWIJZIGD VOORSTEL VOOR EEN VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE AUTORITEIT VOOR DE ELEKTRONISCHE-COMMUNICATIEMARKT 2. ABM/ABB-KADER Beleidsterrein: Informatiemaatschappij Activiteit: Beleid inzake elektronische communicatie 3. BEGROTINGSONDERDELEN 3.1. Begrotingsonderdelen (beleidsuitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en administratieve bijstand (vroegere BA-onderdelen)), inclusief omschrijving: Voor de titels 1 en 2 en voor titel 3 zullen nieuwe begrotingsonderdelen worden voorgesteld: 09.02.04.01 Het Europees Telecomregelgeversorgaan – subsidie uit hoofde van de titels 1 en 2 09.02.04.02 Het Europees Telecomregelgeversorgaan – subsidie uit hoofde van titel 3 3.2. Duur van de actie en van de financiële gevolgen: 2010 – 2015 Over eventuele nieuwe kredieten na 2013 zal de begrotingsautoriteit in de context van de nieuwe financiële vooruitzichten een beslissing moeten nemen. 3.3. Begrotingskenmerken: Begrotingsonderdeel | Soort uitgave | Nieuw | Bijdrage EVA | Bijdragen kandidaat-lidstaten | Rubriek financiële vooruitzichten | 09.02.04.01 | Niet-verplicht | Gespl. kred. | JA | JA | NEE | nr. 1a | 09.02.04.02 | Niet-verplicht | Gespl. kred. | JA | JA | NEE | nr. 1a | 4. OVERZICHT VAN DE MIDDELEN 4.1. Financiële middelen 4.1.1. Overzicht van de vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK) in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Soort uitgave | Punt nr. | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | Totaal | 09.02.04.02 Het Europees Telecomregelgeversorgaan – subsidie uit hoofde van titel 3 | Vastleggingskredieten (VK) | 8.1. | a | 0,900 | 1,410 | 1,440 | 1,460 | 5,210 | Betalingskredieten (BK) | b | 0,900 | 1,410 | 1,440 | 1,460 | 5,210 | 09.02.04.01 Het Europees Telecomregelgeversorgaan – subsidie uit hoofde van de titels 1 en 2 | Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK) | 8.2.4. | d | 1,786 | 2,810 | 2,810 | 2,810 | 10,216 | Andere administratieve uitgaven | 8.2.5. | e | 0,784 | 1,220 | 1,220 | 1,220 | 4,444 | Totaal | 2,570 | 4,030 | 4,030 | 4,030 | 14,660 | Totale indicatieve kosten van de maatregel | TOTAAL VK inclusief personeelsuitgaven | a+d+e | 3,470 | 5,440 | 5,470 | 5,490 | 19,870 | TOTAAL BK inclusief personeelsuitgaven | b+d+e | 3,470 | 5,440 | 5,470 | 5,490 | 19,870 | 4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering ( Het voorstel is verenigbaar met de bestaande financiële programmering. ( Het voorstel vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten. ( Het voorstel vergt wellicht toepassing van de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord[1] (flexibiliteitsinstrument of herziening van de financiële vooruitzichten). 4.1.3. Financiële gevolgen voor de ontvangsten ( Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten ( Het voorstel heeft financiële gevolgen. Onderstaande tabel bevat een voorzichtige raming van de vrijwillige bijdragen van de lidstaten die overeenkomstig de rechtsgrondslag zullen worden verstrekt: in miljoen euro (tot op een decimaal) Vóór de actie 2009 | Situatie na de actie | Begrotingsonderdeel | Ontvangsten | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | a) Ontvangsten in absolute bedragen | 0 | 0,2 | 0,4 | 0,5 | 0,5 | b) Verschil in ontvangsten | ( | 0,2 | 0,2 | 0,1 | 0 | 4.2. Personele middelen in voltijdequivalenten (VTE; ambtenaren, tijdelijk en extern personeel) – zie punt 8.2.1. Jaarlijkse behoeften | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | Totale personele middelen in VTE | 18 | 28 | 28 | 28 | 5. KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN 5.1. Behoefte waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien Door haar optreden binnen het toepassingsgebied van de kaderrichtlijn en de bijzondere richtlijnen zal het Orgaan een bijdrage leveren tot het beter functioneren van de interne markt voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten en met name tot de ontwikkeling van intracommunautaire elektronische communicatie. Het Orgaan zal als expertisecentrum voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten op EU-niveau fungeren en daarbij voortbouwen op de ervaring van de nationale regelgevende instanties. 5.2. Meerwaarde van het communautaire optreden, samenhang van het voorstel met andere financiële instrumenten en mogelijke synergie Door de consistente toepassing van het regelgevingskader voor elektronische communicatie zal de concurrentie worden vergroot en het concurrentievermogen worden versterkt. De ontwikkeling van grensoverschrijdende diensten kan worden afgeremd doordat aan verschillende nationale voorwaarden moet worden voldaan. De deskundigheid van een communautair orgaan zal bijdragen tot een verlaging van deze hindernis en ook de administratieve lasten voor het bedrijfsleven verminderen. 5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in de context van het ABM Een passende indicator voor activiteiten in verband met de definitie en analyse van nationale en transnationale markten is het aantal adviezen dat daarover bij de Commissie wordt ingediend. Voor de andere taken van het Orgaan (adviezen over grensoverschrijdende geschillen, uiwisseling, verspreiding en vergaring van informatie, adviezen over regelgevingsvraagstukken en beheer van de mobiele-roamingdatabase) zal de doeltreffendheid van de maatregelen direct zichtbaar worden via het gebruik en de prestaties van deze diensten. 5.4. Wijze van uitvoering (indicatief) ( Gecentraliseerd beheer ( rechtstreeks door de Commissie ( gedelegeerd aan: ( uitvoerende agentschappen ( door de Gemeenschappen opgerichte organen als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement ( nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak ( Gedeeld of gedecentraliseerd beheer ( met lidstaten ( met derde landen ( Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke) 6. TOEZICHT EN EVALUATIE 6.1. Toezicht Het werk van het Orgaan zal jaarlijks worden gemonitord en geëvalueerd in het jaarlijks algemeen verslag van het Orgaan (voor het vorige jaar) en het werkprogramma (voor het volgende jaar). Beide documenten worden door de raad van bestuur van het Orgaan goedgekeurd. Het werkprogramma wordt aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie toegezonden en het jaarverslag wordt bij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Rekenkamer ingediend. 6.2. Evaluatie 6.2.1. Evaluatie vooraf De bij dit voorstel gevoegde effectbeoordeling van de Commissie betreft de evaluatie vooraf van de behoeften/problemen, de doelstellingen, de beleidsopties (inclusief de daaraan verbonden risico’s) en de economische en sociale gevolgen en monitoringregelingen in verband met het Orgaan . Voorts bevat bijlage III van de effectbeoordeling een kosten-batenanalyse voor het Orgaan [2]. Uit de kosten-batenanalyse blijkt dat het Orgaan op de beleidsterreinen waarop het actief zou zijn, volgens een conservatief scenario economische voordelen zou kunnen opleveren die naar schatting 10 tot 30 keer hoger liggen dan zijn begrotingskosten (de baten worden namelijk op circa 250 tot 800 miljoen euro geraamd). De baten zouden tot 550 à 1400 miljoen euro kunnen oplopen als de optimistischer scenario’s voor de groei van pan-Europese markten worden verwezenlijkt. Een belangrijke reden van die voordelen is de vermindering van het regelgevingsrisico dankzij de bijdrage van het Orgaan . Zelfs een marginale vermindering van het regelgevingsrisico (met ongeveer 10%) in heel Europa zal de kapitaalkosten van het bedrijfsleven doen dalen. Bovendien kunnen de economische baten, als de uitvoering van dit soort belangrijke projecten ook maar met één jaar kan worden vervroegd, oplopen tot honderden miljoenen euro’s. Ook andere belangrijke kwalitatieve overwegingen pleiten voor de oprichting van het Orgaan , maar zij kunnen in een kosten-batenanalyse niet naar behoren worden gekwantificeerd of in geld uitgedrukt. Op lange termijn zal het aanscherpen van de concurrentie tussen verschillende nieuwe technologische platforms waarschijnlijk een van de grootste economische voordelen zijn in verband met het Orgaan . Het Orgaan zou ook een substantiële bijdrage kunnen leveren tot vermindering van de regelgevingsrisico’s van O&O-projecten, waardoor de tendens tot investering in O&O wellicht zal stijgen om zo de kloof tussen het huidige en het uit sociaal oogpunt gewenste investeringsniveau op marktefficiënte wijze te helpen dichten. De meeste van de bovengenoemde voordelen kunnen niet worden behaald met de huidige – of een versterkte – coördinatie tussen de lidstaten (die in de effectbeoordeling als alternatieve optie werd geanalyseerd) op basis van de losse coördinatiestructuur van de Europese Groep van regelgevende instanties (ERG). Peer-review door ERG zonder enig vetorecht kan niet worden beschouwd als een even geloofwaardig mechanisme om het risico van regelgevingsfouten in heel Europa te reduceren of de op de markt heersende onzekerheid over het zelf invullen van regelgeving te verminderen. Vandaar dat zelfs bij conservatieve scenario’s in verband met de potentiële kosten en baten de oprichting van het Orgaan uit het oogpunt van de EU-begroting kosteneffectief en volledig gerechtvaardigd is. 6.2.2. Vorm en frequentie van toekomstige evaluaties Overeenkomstig de oprichtingsverordening moet het Orgaan elk jaar een algemeen verslag over zijn activiteiten van het afgelopen jaar opstellen, dat bij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Rekenkamer wordt ingediend. Het verslag moet een overzicht geven van alle specifieke acties die het Orgaan heeft ondernomen en gegevens verstrekken voor de beoordeling van de acties die in verband met de voorgestelde herziening van de verordening zijn ondernomen. Binnen vijf jaar na de aanvang van de werkzaamheden van het Orgaan moet een onafhankelijke externe beoordeling van de uitvoering van de voorgestelde verordening worden verricht. Na deze eerste evaluatie van de startfase worden de activiteiten van het Orgaan ten minste om de vijf jaar geëvalueerd. 7. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN Om fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten te bestrijden is Verordening (EG) nr. 1073/1999 onverkort van toepassing op het Orgaan , dat tevens het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende interne onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) zal ondertekenen en onverwijld de desbetreffende voorschriften zal vaststellen voor zijn personeel. 8. MIDDELEN Verwacht wordt dat de personeelssterkte van het Orgaan zal oplopen tot 28 VTE zodra het volledig operationeel is. De jaarlijkse begroting wordt in het eerste jaar op 3,5 miljoen euro geraamd en zal vanaf het tweede jaar stijgen tot 5,5 miljoen euro. 8.1. Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel Vastleggingskredieten, in miljoen euro (tot op 3 decimalen) 09.02.04.02 Het Europees Telecomregelgeversorgaan – subsidie uit hoofde van titel 3 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | TOTAAL | OPERATIONELE DOELSTELLING: Versterking van de interne markt | Economische regelgeving, marktanalyse, samenwerking, best practices en technische deskundigheid | 0,900 | 1,410 | 1,440 | 1,460 | 5,210 | TOTALE KOSTEN | 0,900 | 1,410 | 1,440 | 1,460 | 5,210 | De operationele uitgaven zullen worden gedekt door een subsidie van de Gemeenschap voor de begroting van het Orgaan . 8.2. Administratieve uitgaven van het Orgaan De administratieve uitgaven zullen worden gedekt door de begroting van het Orgaan , dat zal worden gefinancierd door een subsidie van de Gemeenschap voor de begroting van het Orgaan (begrotingsonderdeel 09.02.04.01: Het Europees Telecomregelgevers orgaan – subsidie uit hoofde van de titels 1 en 2). 8.2.1. Aantal en soort personeelsleden De tabel geeft aan welk personeel aan het Orgaan zal worden toegewezen. Soort post | Huidig of extra personeel dat zal worden ingezet voor het beheer van de actie (aantal posten/VTE) | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | Tijdelijke functionarissen | AD | 7 | 11 | 11 | 11 | AST | 3 | 5 | 5 | 5 | Extern personeel | AC | 2 | 2 | 2 | 2 | GND | 6 | 10 | 10 | 10 | TOTAAL | 18 | 28 | 28 | 28 | 8.2.2. Omschrijving van de taken die uit de actie voortvloeien De toewijzing van personeel voor de taken van het Orgaan , wanneer het volledig operationeel is, wordt aangegeven in onderstaande tabel. Wat de voor GND (gedetacheerde nationale deskundigen) en AC (arbeidscontractanten) vermelde cijfers betreft: deze posten dienen pas te worden bezet wanneer ze vanwege de ontwikkeling van de werklast van het Orgaan echt nodig zijn. Als alle GND-posten zijn bezet, zijn er ten hoogste 20 VTE op AD-niveau (plus de directeur), waarvan ten hoogste de helft mag bestaan uit GND van de NRI’s. AD | AST | GND | Contractant | Totaal | Directeur | 1 | 1 | 1 | - | 3 | Beleid: Economische regelgeving, marktanalyse, samenwerking, best practices en technische deskundigheid | 9 | 3 | 9 | 2 | 23 | Administratie en ondersteuning | 1 | 1 | - | - | 2 | Totaal | 11 | 5 | 10 | 2 | 28 | 8.2.3. Herkomst van het (statutaire) personeel De oprichting van het Orgaan zal geen gevolgen hebben voor het aantal posten (statutair personeel) van de Commissie (zie ook punt 8.3). ( Posten die al zijn toegewezen in het kader van de JBS/VOB-procedure voor jaar n ( Posten waarom in het kader van de JBS/VOB-procedures zal worden gevraagd ( Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling) ( Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB-procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen 8.2.4. Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven in miljoen euro (tot op 3 decimalen) Soort personeel | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | Tijdelijke functionarissen | 1,220 | 1,952 | 1,952 | 1,952 | Extern personeel (GND, personeel op contractbasis enz.) | 0,566 | 0,858 | 0,858 | 0,858 | Totaal personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven | 1,786 | 2,810 | 2,810 | 2,810 | De gemiddelde jaarlijkse kosten worden geraamd op 122 000 euro voor tijdelijke functionarissen, 73 000 euro voor GND en 64 000 euro voor andere werknemers. 8.2.5. Andere administratieve uitgaven Onderstaande tabel bevat een specificatie van de administratieve uitgaven, die zullen worden gedekt via een subsidie van de Gemeenschap voor de begroting van het Orgaan (begrotingsonderdeel 09.02.04.01: Het Europees Telecomregelgevers orgaan – subsidie uit hoofde van de titels 1 en 2). in miljoen euro (tot op 3 decimalen) 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | TOTAAL | Infrastructuur (gebouwen en aanverwante uitgaven), apparatuur, verbruiksgoederen, communicatie, IT enz. | 0,290 | 0,450 | 0,450 | 0,450 | 1,640 | Dienstreizen en vergaderingen | 0,214 | 0,336 | 0,336 | 0,336 | 1,222 | Administratieve diensten (vertaling, studies, advies enz.) | 0,280 | 0,434 | 0,434 | 0,434 | 1,582 | Totaal andere beheersuitgaven | 0,784 | 1,220 | 1,220 | 1,220 | 4,444 | 8.3. Administratieve uitgaven van de Commissie Voor de andere taken van de Commissie in verband met de monitoring en het beheer van het Orgaan zullen geen andere posten en uitgaven vereist zijn dan wie welke momenteel voor de coördinatie met de ERG worden gebruikt. Het verantwoordelijke DG kan de bestaande middelen indien nodig tijdelijk herverdelen. [1] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord. [2] SEC(2007) 1472.