Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52008DP0334

Wijziging van het Reglement in verband met de voorstellen van de Werkgroep parlementaire hervorming inzake de werkzaamheden van de plenaire vergadering en initiatiefverslagen Besluit van het Europees Parlement van 8 juli 2008 tot wijziging van het Reglement van het Europees Parlement in verband met de voorstellen van de Werkgroep parlementaire hervorming inzake de werkzaamheden van de plenaire vergadering en initiatiefverslagen (2007/2272(REG))

PB C 294E van 3.12.2009, pp. 86–90 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

3.12.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 294/86


Dinsdag, 8 juli 2008
Wijziging van het Reglement in verband met de voorstellen van de Werkgroep parlementaire hervorming inzake de werkzaamheden van de plenaire vergadering en initiatiefverslagen

P6_TA(2008)0334

Besluit van het Europees Parlement van 8 juli 2008 tot wijziging van het Reglement van het Europees Parlement in verband met de voorstellen van de Werkgroep parlementaire hervorming inzake de werkzaamheden van de plenaire vergadering en initiatiefverslagen (2007/2272(REG))

2009/C 294 E/22

Het Europees Parlement,

gezien de besluiten van de Conferentie van voorzitters van 25 oktober en 12 december 2007,

gezien het schrijven van zijn Voorzitter van 15 november 2007 en dat van 31 januari 2008,

gezien het eerste tussentijdse verslag van de Werkgroep parlementaire hervorming over „De plenaire vergadering en het rooster van de werkzaamheden”, dat op 6 september 2007 is voorgelegd aan de Conferentie van voorzitters en de conclusies in dat verslag over de initiatiefverslagen,

gelet op artikel 199 van het EG-Verdrag,

gelet op de artikelen 201 en 202 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A6-0197/2008),

1.

besluit onderstaande wijzigingen in zijn Reglement op te nemen;

2.

wijst erop dat deze wijzigingen op de eerste dag van de eerstvolgende vergaderperiode in werking treden, met uitzondering van punten 2 en 3 van de nieuwe bijlage IIbis, die in werking treden op de eerste dag van de zittingsperiode die in juli 2009 van start gaat; wijst erop dat artikel 45, lid 1 bis eveneens geldt voor verslagen waarvoor reeds vóór de inwerkingtreding van deze bepaling toestemming is verleend;

3.

besluit dat amendement 5 betreffende artikel 39, lid 2 in zijn besluit van 13 november 2007 over de wijziging van het Reglement in verband met het Statuut van de leden (1) in werking treedt op de eerste dag van de eerst volgende vergaderperiode;

4.

besluit overeenkomstig artikel 204, c) het besluit van de Conferentie van voorzitters over de regels en praktische modaliteiten betreffende initiatiefverslagen als gewijzigd bij zijn besluiten van 12 december 2007 en 14 februari 2008 te publiceren als bijlage bij het Reglement; gelast zijn Secretaris-generaal deze bijlage overeenkomstig toekomstige besluiten van de Conferentie van voorzitters in dezen, aan te passen;

5.

verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

BESTAANDE TEKST

AMENDEMENT

Amendement 1

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 38 bis (nieuw)

 

Artikel 38 bis

Recht van initiatief dat het Parlement krachtens de Verdragen is toegekend

In de gevallen waarin het Parlement krachtens de Verdragen het recht van initiatief is toegekend, kan de bevoegde commissie besluiten een initiatiefverslag op te stellen.

Het verslag omvat:

a)

een ontwerpresolutie;

b)

in voorkomend geval, een ontwerpbesluit of ontwerpvoorstel;

c)

een toelichting, in voorkomend geval vergezeld van een financieel memorandum.

Indien voor de aanneming van een besluit door het Parlement de goedkeuring of de instemming van de Raad en het advies of de instemming van de Commissie is vereist, kan het Parlement na de stemming over het voorgestelde besluit, en op voorstel van de rapporteur, besluiten de stemming over de ontwerpresolutie uit te stellen totdat de Raad of de Commissie hun standpunt kenbaar hebben gemaakt.

Amendement 2

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 45 — lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis.

Het Parlement behandelt in initiatiefverslagen neergelegde ontwerpresoluties volgens de korte-presentatieprocedure als uiteengezet in artikel 131 bis. Amendementen op deze resoluties zijn niet ontvankelijk voor behandeling ter plenaire vergadering, tenzij zij door de rapporteur worden ingediend om rekening te houden met nieuwe informatie. Overeenkomstig artikel 151, lid 4 kunnen evenwel alternatieve ontwerpresoluties worden ingediend. Dit lid is niet van toepassing, wanneer het onderwerp van het verslag in het kader van een debat van prioritair belang ter plenaire vergadering wordt behandeld, wanneer het verslag overeenkomstig het initiatiefrecht uit hoofde van artikel 38 bis of 39 wordt opgesteld, of wanneer het verslag kan worden aangemerkt als een beleidsverslag overeenkomstig de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde criteria (2) .

Amendement 3

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 45 — lid 2 — alinea 1

2.

Het bepaalde in dit artikel is mutatis mutandis van toepassing in de gevallen waarin de Verdragen het Parlement het recht van initiatief toekennen

2.

Indien het onderwerp van het verslag onder het in artikel 38 bis bedoelde initiatiefrecht valt, kan toestemming uitsluitend worden geweigerd op grond van het feit dat niet aan de voorwaarden in de Verdragen wordt voldaan.

Amendement 4

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 45 — lid 2 — alinea 2

In dergelijke gevallen neemt de Conferentie van voorzitters binnen twee maanden een besluit.

2 bis.

In de in de artikelen 38 bis en 39 bedoelde gevallen neemt de Conferentie van voorzitters binnen twee maanden een besluit.

Amendement 5

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 110 — lid 1

1.

Ieder lid kan de Raad of de Commissie vragen stellen met verzoek om schriftelijk antwoord. Voor de inhoud van de vragen zijn uitsluitend de vraagstellers verantwoordelijk.

1.

Ieder lid kan in overeenstemming met de richtsnoeren vastgesteld in een bijlage bij dit Reglement (3) de Raad of de Commissie vragen stellen met verzoek om schriftelijk antwoord. Voor de inhoud van de vragen zijn uitsluitend de vraagstellers verantwoordelijk.

Amendement 6

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 110 — lid 2

2.

De vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die ze aan de betrokken instelling doet toekomen.

2.

De vragen worden schriftelijk ingediend bij de Voorzitter, die ze aan de betrokken instelling doet toekomen. In geval van twijfel neemt de Voorzitter een besluit over de ontvankelijkheid van een vraag. De vraagsteller wordt van dit besluit in kennis gesteld.

Amendement 7

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 111 — lid 1

1.

Ieder lid kan de Europese Centrale Bank vragen stellen met verzoek om schriftelijk antwoord.

1.

Ieder lid kan in overeenstemming met de richtsnoeren vastgesteld in een bijlage bij dit Reglement (4) de Europese Centrale Bank vragen stellen met verzoek om schriftelijk antwoord.

Amendement 8

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 131 bis (nieuw)

 

Artikel 131 bis

Korte presentatie

Op verzoek van de rapporteur of op voorstel van de Conferentie van voorzitters, kan het Parlement ook besluiten dat een punt, waarvoor geen echt debat nodig is, ter plenaire vergadering middels een korte presentatie door de rapporteur wordt behandeld. In dat geval krijgt de Commissie de gelegenheid het woord te voeren en hebben de leden het recht om via de indiening van een extra schriftelijke verklaring overeenkomstig artikel 142, lid 7, te reageren .

Amendement 9

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 142 — lid 5

5.

De Commissie en de Raad worden tijdens het debat over een verslag in de regel onmiddellijk gehoord na de inleiding door de rapporteur. Bij de behandeling van een voorstel van de Commissie verzoekt de Voorzitter de Commissie echter eerst het woord te voeren voor een korte toelichting van het voorstel, en bij de behandeling van een tekst van de Raad, desgewenst eerst de Raad, in beide gevallen onmiddellijk gevolgd door de rapporteur. Aan de Commissie en de Raad kan opnieuw het woord worden verleend, met name om te reageren op opmerkingen van de leden.

5.

De Commissie en de Raad worden tijdens het debat over een verslag in de regel onmiddellijk gehoord na de inleiding door de rapporteur. Aan de Commissie , de Raad en de rapporteur kan opnieuw het woord worden verleend, met name om te reageren op opmerkingen van de leden.

Amendement 10

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 151 — lid 4

4.

Een fractie kan een alternatieve ontwerpresolutie indienen ter vervanging van een in een commissieverslag voorgestelde niet-wetgevingsontwerpresolutie.

4.

Een fractie of ten minste veertig leden kunnen een alternatieve ontwerpresolutie indienen ter vervanging van een in een commissieverslag voorgestelde niet-wetgevingsontwerpresolutie.

In dat geval mag de fractie geen amendementen indienen op de ontwerpresolutie van de bevoegde commissie. De ontwerpresolutie van de fractie mag niet langer zijn dan de ontwerpresolutie van de commissie. Deze wordt in één stemming zonder amendementen ter plenaire vergadering in stemming gebracht.

In dat geval mogen de fractie of de betreffende leden geen amendementen indienen op de ontwerpresolutie van de bevoegde commissie. De alternatieve ontwerpresolutie mag niet langer zijn dan de ontwerpresolutie van de commissie. Deze wordt in één stemming zonder amendementen ter plenaire vergadering in stemming gebracht.

 

Artikel 103, lid 4 is mutatis mutandis van toepassing.

Amendement 11

Reglement van het Europees Parlement

Bijlage II bis (nieuw)

 

BIJLAGE II bis

Richtsnoeren voor vragen met verzoek om schriftelijk antwoord overeenkomstig de artikelen 110 en 111

1.

Vragen met verzoek om schriftelijk antwoord

moeten onder de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de betrokken instelling vallen en van algemeen belang zijn;

moeten beknopt zijn en een begrijpelijke vraag inhouden;

mogen geen beledigende uitlatingen bevatten;

mogen geen louter persoonlijke aangelegenheden betreffen.

2.

Wanneer een vraag niet in overeenstemming is met deze richtsnoeren, dient het secretariaat de vraagsteller van advies inzake de wijze waarop de vraag kan worden geformuleerd om ontvankelijk te zijn.

3.

Wanneer in de voorgaande zes maanden een identieke of soortgelijke vraag is gesteld en beantwoord, doet het secretariaat de vraagsteller een kopie van de vorige vraag en van het antwoord toekomen. De nieuwe vraag wordt niet aan de betrokken instelling voorgelegd, tenzij de vraagsteller nieuwe ontwikkelingen van betekenis aanvoert of nadere informatie wenst te krijgen.

4.

Wanneer in een vraag om feitelijke of statistische informatie wordt verzocht die reeds in de bibliotheek van het Parlement beschikbaar is, brengt die dienst dit ter kennis van het lid, dat de vraag kan intrekken.

5.

Vragen die onderling samenhangende onderwerpen betreffen, kunnen gezamenlijk worden beantwoord.

(1)  Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0500.

(2)   Zie desbetreffend besluit van de Conferentie van voorzitters, als opgenomen in bijlage […] bij het Reglement.

(3)   Zie bijlage II bis.

(4)   Zie bijlage II bis.


Top