This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52007IP0082
European Parliament resolution of 15 March 2007 on the islands and natural and economic constraints in the context of the regional policy (2006/2106(INI))
Resolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2007 over de eilanden en natuurlijke en economische beperkingen in het kader van het regionale beleid (2006/2106(INI))
Resolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2007 over de eilanden en natuurlijke en economische beperkingen in het kader van het regionale beleid (2006/2106(INI))
PB C 301E van 13.12.2007, pp. 244–248
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Resolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2007 over de eilanden en natuurlijke en economische beperkingen in het kader van het regionale beleid (2006/2106(INI))
Publicatieblad Nr. 301 E van 13/12/2007 blz. 0244 - 0248
P6_TA(2007)0082 De eilanden en natuurlijke en economische beperkingen in het kader van het regionale beleid Resolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2007 over de eilanden en natuurlijke en economische beperkingen in het kader van het regionale beleid (2006/2106(INI)) Het Europees Parlement, - gezien de verordeningen betreffende de structuurfondsen voor de periode 2007-2013, - gelet op het Besluit van de Raad 2006/702/EG van 6 oktober 2006 betreffende communautaire strategische richtsnoeren inzake cohesie [1], - gelet op de conclusies van de Europese Raad die op 21 en 22 juni 2002 in Sevilla werd gehouden, - gelet op de conclusies van de Europese Raad die op 14 en 15 december 2006 in Brussel werd gehouden, - onder verwijzing naar zijn resolutie van 2 september 2003 over de structureel gehandicapte regio's (eilanden, berggebieden, gebieden met een lage bevolkingsdichtheid) in het kader van het cohesiebeleid en van de institutionele vooruitzichten voor dit beleid [2], - gelet op het advies van het Comité van de regio's van 13 maart 2002 over de problemen van eilandgebieden in de Europese Unie en de vooruitzichten in het licht van de uitbreiding [3], - gelet op het advies van het Comité van de regio's van 7 juli 2005 over de herziening van de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen [4], - gelet op artikel 45 van zijn Reglement, - gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling (A6-0044/2007), A. overwegende dat het Europees Parlement regelmatig de aandacht heeft gevestigd op de benarde toestand van eilanden die te lijden hebben van een opeenstapeling van ongunstige factoren en heeft benadrukt dat deze eilanden moeten worden geholpen om deze problemen op te lossen en dat verschillen tussen regio's moeten worden teruggedrongen, B. overwegende dat het ultraperifere karakter en het insulaire karakter twee begrippen zijn die niet met elkaar mogen worden verward, hoewel veel ultraperifere regio's ook eilanden zijn; dat de specifieke bepalingen van artikel 299 van het EG-Verdrag, die een sterke rechtsgrondslag hebben gevormd voor maatregelen om te zorgen voor een doeltreffende compensatie teneinde de ultraperifere gebieden te steunen, moeten worden onderscheiden van de bepalingen van artikel 158 van het EG-Verdrag en van de Verklaring betreffende eilandgebieden van het Verdrag van Amsterdam, die nooit onderwerp van uitvoeringsbepalingen zijn geweest, als gevolg waarvan er sprake is geweest van onevenwichtigheden in de economische ontwikkeling tussen de kern van de EU enerzijds en de eilanden in de periferie anderzijds; C. overwegende dat cohesie als een van de belangrijkste doelstellingen van de Europese Unie, gericht is op een polycentrische en harmonieuze ontwikkeling door middel van het verkleinen van regionale verschillen en het wegnemen van belemmeringen in de ontwikkeling, inclusief belemmeringen die voortvloeien uit natuurlijke en geografische handicaps, D. overwegende dat het principe van territoriale cohesie verder is geconsolideerd in de nieuwe verordeningen betreffende de structuurfondsen voor de periode 2007-2013, en dat dit beginsel een integrerend deel is van het cohesiebeleid, dat in de toekomst moet worden behouden en versterkt en dat tot doel heeft het grondgebied van de EU op polycentrische wijze te integreren, zodat alle regio's en hun bevolkingsgroepen gelijke kansen krijgen, E. overwegende dat illegale immigratie over zee een van de voornaamste problemen is waarmee de EU wordt geconfronteerd en de migratiedruk het afgelopen jaar bijzonder intens was aan de maritieme buitengrenzen van de EU, vooral op de eilanden in de Middellandse Zee, die een volkomen onevenredige last moeten dragen, die louter te wijten is aan hun geografische ligging, F. overwegende dat de Europese Raad die op 14 en 15 december 2006 in Brussel plaatsvond er nadrukkelijk op heeft gewezen dat immigratie wereldwijd dient te worden aangepakt, en dat de inspanningen die tot op heden werden geleverd, dienen te worden verdubbeld, met name in bepaalde eilandregio's van de EU, aangezien ze de maritieme grenzen en migratieroutes van de EU vormen, 1. is van oordeel dat het insulaire karakter van een gebied aan de ene kant een geografisch-cultureel kenmerk is dat als troef kan benut worden in het kader van een ontwikkelingsstrategie, en aan de andere kant een permanente handicap is die een bijkomende moeilijkheid vormt op het gebied van het mededingingsvermogen van deze gebieden; 2. erkent dat er een aantal concrete bepalingen ten gunste van de structureel gehandicapte regio's is opgenomen in de nieuwe verordeningen betreffende de Structuurfondsen voor de periode 2007-2013; betreurt het echter dat de Raad andere belangrijke voorstellen van het Parlement niet heeft overgenomen, waaronder de mogelijkheid om het medefinancieringspercentage op te voeren voor regio's met meer dan één geografische of natuurlijke handicap; 3. verzoekt de Commissie om, aangaande de programmeringsperiode 2007-2013 betreffende de operationele programma's van eilandregio's, met inbegrip die van doelstelling 2, alle middelen aan te grijpen om ze de mogelijkheid te geven om maatregelen te nemen met betrekking tot de zo noodzakelijke infrastructuurwerken; 4. juicht toe dat er in de nieuwe strategische richtsnoeren van de Commissie inzake cohesie 2007-2013 de nadruk wordt gelegd op de territoriale dimensie van het cohesiebeleid; merkt met name op dat het ondersteunen van de economische diversificatie van regio's met natuurlijke handicaps een van de prioriteiten voor de volgende programmeringsperiode is; dringt er bij de beheersautoriteiten van de betrokken lidstaten dan ook op aan om hier bij de voorbereiding van hun nationale strategische referentiekaders en operationele programma's ten volle rekening mee te houden; 5. verzoekt de Commissie in het vierde cohesieverslag bijzondere aandacht te schenken aan de situatie van de eilanden en andere structureel gehandicapte gebieden en deze aan te pakken; 6. verzoekt de Commissie in het kader van het werkprogramma van de waarnemingspost voor de ruimtelijke ordening van het Europees grondgebied (ESPON) bijzondere aandacht te schenken aan de situatie van regio's en met name eilanden die een natuurlijke handicap hebben; is van mening dat een goede en grondige kennis van de situatie op de eilanden essentieel is indien op een bevredigende wijze rekening moet worden gehouden met hun speciale kenmerken; dringt er bij de lidstaten op aan specifieke mechanismen in te stellen waarmee op plaatselijk niveau gegevens kunnen worden verzameld over de eilanden, die vervolgens aan ESPON worden doorgegeven; 7. verzoekt de Commissie de statistische informatie betreffende de eilanden die zij tijdens de onderzoeken in 2003 heeft verkregen bij te werken; is van mening dat verdere maatregelen gericht moeten zijn op het definiëren van meer relevante statistische indicatoren waarmee een duidelijker statistisch beeld van het ontwikkelingsniveau kan worden verkregen, alsmede een bevredigend begrip van de regio's met geografische en natuurlijke handicaps, vooral als er sprake is van een groot aantal belemmeringen, zoals bergketens en eilandengroepen en gevallen van een dubbel eilandkarakter; benadrukt dat deze indicatoren ook een betere beoordeling van de verschillen tussen deze regio's en de rest van de EU mogelijk zouden moeten maken alsook een beoordeling van de verschillen binnen deze regio's; verzoekt de Commissie deze indicatoren regelmatig te registreren en te melden, samen met voorbeelden van optimale praktijken; 8. erkent dat de Commissie speciale aandacht besteedt aan de specifieke situatie van eilanden en perifere regio's in de richtsnoeren inzake nationale steunmaatregelen voor de regio's voor 2007-2013 en in de richtsnoeren inzake staatssteun en risicokapitaal voor kleine en middelgrote ondernemingen; is echter van mening dat, indien men een bevredigender oplossing wil voor het permanente nadeel van deze regio's, bij de tenuitvoerlegging van het bestaande en toekomstige staatssteunbeleid meer flexibiliteit moet worden betracht zonder dat deze flexibiliteit tot onaanvaardbare marktverstoringen binnen de EU leidt; vraagt de Commissie haar benadering te herzien, zodat beter rekening wordt gehouden met de noodzaak dat eilanden op dezelfde voorwaarden als regio's op het vasteland toegang tot de interne markt hebben; is in dit verband van oordeel dat verbeterde vervoersverbindingen tot de prioritaire maatregelen op dit terrein moeten worden gerekend, vooral met betrekking tot zee- en luchthavens; 9. verzoekt de Commissie de mogelijkheid te bestuderen om staatssteun toe te staan aan eilandregio's waar brandstof- en energiekosten duidelijk negatieve gevolgen hebben voor het concurrentievermogen van de gemeenschappen die op de eilanden leven; constateert met name dat significante schommelingen van de brandstofkosten het vervoer tussen de eilandregio's en het Europese vasteland aanzienlijk kunnen bemoeilijken; is van oordeel dat in de volgende richtsnoeren van de Commissie voor regionale staatssteun een stelsel waarmee exploitatiesteun aan de exploitatie wordt toegestaan moet worden uitgebreid tot alle eilandregio's die geen eilandstaten of binnenlandse eilanden zijn; 10. verzoekt de Commissie om op regelmatige basis een "behoeftenevaluatie"-onderzoek rond de eilandregio's uit te voeren en aan het Parlement voor te leggen, waarin rekening wordt gehouden met aangelegenheden die specifiek betrekking hebben op de eilanden, en maatregelen worden voorgesteld om hier op in te gaan; is van mening dat een dergelijke evaluatie vooral gericht moet zijn op de gevolgen van de uitvoering van het regionale beleid voor de eilanden, met inbegrip van de investeringsniveaus, spreiding van economische activiteit, werkloosheid, transportinfrastructuur (met name havens en luchthavens), druk op het milieu en het algemene niveau van de economische en sociale integratie van de eilanden in de interne markt; 11. verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat de bijzondere milieu-, culturele en sociale kenmerken van de eilandregio's doeltreffend beschermd worden met maatregelen als het opstellen van specifieke regionale ontwikkelingsplannen en het controleren van de bouw- en constructieactiviteit, en bovendien in samenwerking met de Commissie geïntegreerde programma's goed te keuren tot behoud van het cultureel erfgoed en de milieurijkdommen; 12. is ingenomen met de transsectorale aanpak bij de tenuitvoerlegging van het beleid van de Gemeenschap zoals omschreven in het Groenboek van de Commissie met de titel "Naar een toekomstig maritiem beleid voor de Unie: Een Europese visie voor de oceanen en zeeën", en dringt erop aan om deze aanpak in de eerste plaats toe te passen op eilanden die een essentieel onderdeel vormen van de maritieme dimensie van Europa; verzoekt de Commissie de transsectorale aanpak uit te breiden tot andere beleidsterreinen, zodat rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van eilandregio's en zij meer mogelijkheden krijgen om ten volle te integreren en te profiteren van de voordelen van de interne markt en de Lissabon-strategie; 13. vraagt speciale aandacht voor eilanden op een aanzienlijke afstand van grote bevolkingscentra, die dan ook kampen met problemen inzake toegankelijkheid en levering van diensten en met hogere kosten worden geconfronteerd, met name voor wat het transport betreft, waardoor zij een concurrentienadeel oplopen; 14. moedigt de inspanningen aan die de Gemeenschap heeft geleverd in de richting van een holistisch maritiem beleid, dat zal worden uitgebreid over de wettelijke grenzen van de EU heen, en dat dankzij de gunstige geopolitieke ligging van de eilanden van de Unie sterke commerciële, economische en politieke betrekkingen en technische samenwerking (uitwisseling van kennis en knowhow) met de buurlanden tot stand zal brengen op basis van het internationaal maritiem recht en wederzijds respect en voordeel; 15. is van mening dat eilanden op het gebied van transport en milieu-infrastructuur, en voor hun energiebehoeften met hogere kosten per hoofd van de bevolking dan gemiddeld worden geconfronteerd, en het vaak moeilijker hebben om bepaalde delen van het acquis uit te voeren, waarin wellicht niet ten volle rekening met hun eigenheden is gehouden; verzoekt de Commissie dan ook om de eilanden flexibeler te benaderen op het vlak van beleidsformulering en wetgeving, waarvan de praktische uitvoering voor eilanden bijzonder moeilijk kan liggen; 16. verzoekt de Commissie om, naar het voorbeeld van de bestaande bestuurlijke eenheid voor de ultraperifere regio's, binnen het Directoraat-generaal Regionaal Beleid een bestuurlijke eenheid voor de eilanden op te richten, om ervoor te zorgen dat met de bijzondere kenmerken en behoeften van eilanden en hun permanente en seizoensbevolking systematisch rekening wordt gehouden bij het ontwikkelen van beleid dat streeft naar sociale, economische en territoriale cohesie, en bij het nemen van maatregelen, met name op het gebied van zeevervoer, energie, het veiligstellen van voldoende watervoorraden, het controleren van de regionale grensgebieden en de bescherming van de kwetsbare eilandomgeving; 17. wenst dat de Commissie verder gebruikmaakt van de mogelijkheid die wordt geboden door het EGVerdrag om communautaire beleidsonderdelen aan te passen die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de economische, sociale en territoriale ontwikkeling van deze regio's, teneinde zoveel mogelijk te kunnen inspelen op de specifieke grote problemen waarmee elke regio of groep eilandregio's te maken heeft; 18. is van mening dat er speciale aandacht dient te worden besteed aan die economische sectoren die op de eilanden overheersen, met name landbouw, visserij, toerisme en ambachten; verzoekt de Commissie dan ook erop toe te zien dat haar beleidsinitiatieven steeds meer rekening houden met de specifieke behoeften van eilanden met betrekking tot deze sectoren; 19. verzoekt de Commissie na te gaan welke aanpassingen nodig zijn voor de "marktinvesteerdertest" voor staatssteun, zodat sprake is van een weerspiegeling van de realiteit van het leven op eilanden en in andere perifere regio's, waar het soms onmogelijk is een marktinvesteerder te vinden of te beoordelen omdat er in een gebied geen enkele te vinden is; het gemiddelde rendementspercentage voor een bepaalde sector is ook zeer waarschijnlijk onhaalbaar vanwege de geringe omvang en afgelegenheid van de markten, zodat verafgelegen eilanden in deze test onmogelijk kunnen slagen; 20. verzoekt de Commissie in het bijzonder de gevolgen van klimaatverandering voor eilandregio's te bestuderen, en dan met name de verergering van de bestaande problemen, zoals droogte, en in samenwerking met de lidstaten de ontwikkeling en toepassing van geschikte technologieën of andere maatregelen te stimuleren teneinde deze problemen het hoofd te bieden; 21. verzoekt de Commissie de voorwaarden voor overheidsopdrachten inzake vervoer opnieuw te bestuderen, teneinde mogelijke hindernissen weg te nemen voor het naleven van de verplichtingen betreffende het verlenen van een dienst van algemeen belang en zo de vervoersverbindingen met de eilandregio's te verbeteren; 22. verzoekt de Commissie voorrang te geven aan een zekere energievoorziening van de eilanden en aan de financiering van de ontwikkeling en uitvoering van projecten voor energieproductie met behulp van nieuwe technologieën en hernieuwbare energiebronnen, en om een efficiënt gebruik van energie te stimuleren opdat het milieu wordt gespaard en de natuurlijke schoonheid ervan wordt bewaard; 23. spoort eilandgemeenschappen aan om Euroregio's of vergelijkbare Europese netwerken te gebruiken voor de interregionale samenwerking en de uitwisseling van optimale praktijken, evenals voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende projecten en een betere integratie van de eilandgemeenschappen in de omliggende economische gebieden; 24. spoort eilandgemeenschappen aan om gebruik te maken van de financiële en beheersfaciliteiten van het JASPERS-programma (Joint Assistance in Supporting Projects in European Regions) en van het JEREMIEprogramma (Joint European Resources for Micro to Medium Enterprises) om een optimaal gebruik te maken van de beschikbare middelen voor regionale ontwikkeling en de groei van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen te stimuleren door aanmoediging van de de diversificatie van eilandeconomieën en bevordering van de kerngroei door middel van een duurzame ontwikkeling; moedigt verder de uitvoering op plaatselijk, regionaal, nationaal en Europees niveau aan van het initiatief "Beter wetgeven" ten einde onder meer de administratieve voorschriften te vereenvoudigen, met name wat het indienen en evalueren van aanvragen voor financiële steun betreft; 25. erkent de positieve resultaten die behaald zijn met de inzet, voor het eerst, van Europese middelen voor grenscontrole en is verheugd over het recente Commissievoorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een mechanisme voor de oprichting van snelle grensinterventieteams (COM(2006)0401), teneinde snelle operationele en technische bijstand te kunnen verlenen aan elke lidstaat die daarom verzoekt; is echter van mening dat de activiteiten van dergelijke teams uitsluitend doeltreffend kunnen zijn indien hun opdracht wordt omschreven met een duidelijke verwijzing naar de bevoegdheid van een Europees agentschap voor de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (FRONTEX); dringt er bij de Commissie op aan te onderzoeken of er behoefte bestaat aan de oprichting van een Europese kustwacht teneinde deze regio's en de lidstaten op parallelle wijze bij te staan bij het controleren van de buitengrenzen van de EU; 26. betuigt nogmaals zijn steun aan de initiatieven en activiteiten van FRONTEX en wenst dat dit agentschap permanent toezicht houdt op de gevolgen die de illegale immigratie op eilandgemeenschappen heeft; verzoekt de Commissie en FRONTEX snel tot actie ter ondersteuning van de eilanden over te gaan, zodat de onmiddellijke druk van dit probleem kan worden verlicht mits de mensenrechten worden geëerbiedigd; doet een beroep op de Raad en de Commissie ervoor te zorgen dat de benodigde financiële middelen voor een snel en doeltreffend optreden beschikbaar worden gesteld; onderstreept verder het belang van een intensievere en nauwere coördinatie en samenwerking tussen de eilanden en de noodzaak dat deze regio's zich meer voor de bestrijding van illegale immigratie inspannen; 27. verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan de uitbreiding van breedband en maatregelen te bevorderen voor het oplossen van de specifieke moeilijkheden met de dienstverlening in eilandregio's, zoals gezondheidszorg, online medische diensten, e-governance en burgerdiensten; 28. is van mening dat het toerisme voor de meeste eilanden een elementaire welvaartsbron vormt, met een directe invloed op de groei van andere sectoren (landbouw, handel, diensten, visserij), en dat het dan ook essentieel is dat er een geïntegreerd beleid wordt ingevoerd ter bevordering van de duurzaamheid van het eilandtoerisme; denkt dat dit beleid vergezeld moet gaan van een goed georganiseerde Europese informatiecampagne gericht op de Europese burgers via de invoering van een kwaliteits- en herkomstlabel voor eilanden en het ontstaan of de verdere ontwikkeling van andere economische sectoren op de eilanden; verzoekt de Commissie met het oog hierop een sectoroverschrijdende analyse uit te voeren, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de mogelijkheden voor de ondersteuning van duurzaam toerisme binnen de regionale strategieën van eilanden die op grote afstand van bevolkingscentra zijn gelegen; 29. stelt voor dat de Commissie en de andere instellingen het jaar 2010 tot het Europese jaar van de eilanden uitroepen; 30. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie. [1] PB L 291 van 21.10.2006, blz. 11. [2] PB C 76 E van 25.3.2004, blz. 111. [3] PB C 192 van 12.8.2002, blz. 42. [4] PB C 31 van 7.2.2006, blz. 25. --------------------------------------------------