This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52006PC0759
Opinion of the Commission pursuant to Article 251 (2), third subparagraph, point (c) of the EC Treaty, on the European Parliament's amendments to the Council's common position regarding the proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council concerning the Financial Instrument for the Environment (Life+) amending the proposal of the Commission pursuant to Article 250 (2) of the EC Treaty
Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (Life+) houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag
Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (Life+) houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag
/* COM/2006/0759 def. - COD 2004/0218 */
Advies van de Commissie overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (Life+) houdende wijziging van het voorstel van de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag /* COM/2006/0759 def. - COD 2004/0218 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 28.11.2006 COM(2006)759 definitief 2004/0218 (COD) ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (Life+) HOUDENDE WIJZIGING VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag 2004/0218 (COD) ADVIES VAN DE COMMISSIE overeenkomstig artikel 251, lid 2, derde alinea, onder c), van het EG-Verdrag over de amendementen van het Europees Parlement op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (Life+) 1. ACHTERGROND PROCEDURE Op 29 september 2004 deed de Commissie een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad[1] betreffende het financieringsinstrument voor het milieu (Life+) die moet worden vastgesteld volgens de medebeslissingsprocedure zoals omschreven in artikel 251 van het EG-Verdrag. Het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité deelden in april 2005 hun advies mee. Het Europees Parlement gaf zijn advies in eerste lezing op 7 juli 2005. Op 2 december 2005 heeft de Raad een gedeeltelijk politiek akkoord bereikt. Op 24 mei 2006[2] deed de Commissie een gewijzigd voorstel. De Raad stelde vervolgens op 27 juni 2006 zijn gemeenschappelijk standpunt vast. De mededeling van de Commissie betreffende het gemeenschappelijk standpunt is goedgekeurd op 28 juni 2006[3]. Het Europees Parlement heeft zijn standpunt in tweede lezing vastgesteld op 24 oktober 2006. DOELSTELLING VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE De voorgestelde verordening maakt deel uit van verschillende verordeningen die betrekking hebben op het financieel kader voor de periode 2007 - 2013, maar heeft als enige specifiek betrekking heeft op het milieu. De verordening beoogt: - specifieke communautaire steun te verlenen voor maatregelen en projecten die een Europese meerwaarde leveren aan de uitvoering, de actualisering en de ontwikkeling van een communautair beleid en communautaire wetgeving op milieugebied, met name de tenuitvoerlegging van het zesde milieuactieprogramma van de Gemeenschap (terwijl financiële middelen voor investeringen en beheersmaatregelen ten behoeve van het milieu in het algemeen beschikbaar blijven via andere financiële instrumenten); en - een aantal van de bestaande programma’s te vervangen (terwijl sommige elementen van de huidige LIFE-regeling in andere financiële instrumenten zouden worden opgenomen). Doel van deze “geïntegreerde aanpak” is meer ruimte te bieden voor medefinanciering, gezamenlijke beleidsvorming aan te moedigen en ervoor te zorgen dat in de financiering de nationale en regionale prioriteiten beter tot uitdrukking komen. 2. COMMENTAAR VAN DE COMMISSIE 2.1. Algemene opmerkingen Op zijn plenaire zitting van 24 oktober 2006 heeft het Europese Parlement alle 32 amendementen die waren ingediend, goedgekeurd. Van deze 32 amendementen waren er 4 in hun geheel aanvaardbaar voor de Commissie, omdat zij het oorspronkelijke voorstel verduidelijkten of verbeterden, en waren 6 amendementen in beginsel aanvaardbaar en nog eens 2 amendementen gedeeltelijk aanvaardbaar. De overige 20 door het Parlement goedgekeurde amendementen waren voor de Commissie niet aanvaardbaar. 2.2. Specifieke opmerkingen 2.2.1. Volledig aanvaarde amendementen - In amendement 23 wordt voorgesteld de regelgevende procedure met toetsing toe te passen op de goedkeuring van strategische meerjarenprogramma’s en op bijlage I van de verordening. De Commissie meent dat deze procedure in dit geval inderdaad aangewezen is. - In amendement 26 worden de criteria waaraan ngo’s bij hun operationele activiteiten moeten voldoen alvorens zij in aanmerking kunnen komen voor financiering in het kader van LIFE+ verduidelijkt. Dit is aanvaardbaar omdat deze formulering de tekst van artikel 1, lid 2, van het huidige operationele financieringsinstrument voor ngo’s volgt. - In amendement 27 wordt verder ingegaan op het belang van informatieverspreiding en bewustmaking in verband met milieuzaken. - In amendement 32 wordt uitdrukking gegeven aan de wens van het Parlement om een oplossing te vinden voor het financieringstekort dat wellicht kan ontstaan als gevolg van de late goedkeuring van LIFE+. Hoewel de begrotingsautoriteit uiteindelijk een oplossing moet vinden voor dit financieringstekort, zal de Commissie alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat overeenstemming over dit vraagstuk kan worden bereikt. 2 .2.2. Gedeeltelijk aanvaarde amendementen - Amendement 12 heeft betrekking op de procedure rond het opstellen en goedkeuren van de strategische meerjarenprogramma’s die de Commissie moet uitwerken. Hoewel de Commissie het eens is met het idee om het publiek inspraak te geven inzake de ontwerpen van strategische meerjarenprogramma’s, gaat het haar te ver dat zij twee comités moet raadplegen bij de tenuitvoerlegging van LIFE+. Het is volgens haar niet nodig het Habitat-comité te raadplegen omdat de lidstaten zelf kunnen bepalen welke vertegenwoordigers zij naar het LIFE+-comité sturen. - Amendement 17 heeft betrekking op de complementariteit tussen LIFE+ en andere communautaire instrumenten. Het Parlement wil hier 4 inhoudelijke wijzigingen aanbrengen aan de tekst van het gemeenschappelijk standpunt. In de eerste plaats stelt het voor de woorden “maatregelen die voldoen aan selectiecriteria” in de eerste zin van dit artikel te vervangen door “maatregelen die vallen binnen het activiteitsgebied“. In de tweede plaats zou het Parlement de verwijzingen naar het programma voor concurrentievermogen en innovatie en het 7e kaderprogramma voor onderzoek willen schrappen van de lijst van communautaire instrumenten waarmee naar complementariteit wordt gezocht. Dit deel van het amendement kan niet worden aanvaard omdat de Commissie van oordeel is dat ook met deze twee programma’s naar complementariteit moet worden gezocht. In de derde plaats wil het Parlement de verwijzing naar centraal gefinancierde maatregelen en gedelegeerde maatregelen schrappen. De Commissie kan niet akkoord gaan met dit deel van het amendement omdat zowel een gecentraliseerd als een gedecentraliseerd beheer een fundamenteel onderdeel van dit voorstel vormen. In de vierde plaats vraagt het Parlement de Commissie te zorgen voor coördinatie en complementariteit tussen LIFE+ en andere communautaire instrumenten. De Commissie kan de nieuwe tekst niet aanvaarden omdat zij alleen niet kan zorgen voor complementariteit tussen instrumenten onderling: de lidstaten spelen hierbij een grote rol. Voorts zou “zorgt voor” moeten worden vervangen door een minder strikte term. 2.2.3. In beginsel aanvaarde amendementen - In amendement 1 wordt milieubescherming omschreven als “één van de belangrijkste dimensies van de duurzame ontwikkeling van de Europese Unie”. Dit alternatief voor de tekst van het gemeenschappelijk standpunt, waarin naar het milieu wordt verwezen als één van de belangrijkste doelstellingen voor duurzame ontwikkeling zou in beginsel aanvaardbaar zijn. - Amendement 5 heeft betrekking op de regelgevingsprocedure met toetsing die van toepassing zou zijn op de vaststelling en eventuele wijziging van de strategische meerjarenprogramma’s en het aanbrengen van wijzigingen in de bijlage bij deze verordening. Hoewel de Commissie het ermee eens is dat de regelgevingsprocedure met toetsing in dit geval toepasselijk is, is zij van mening dat het amendement anders moet worden geformuleerd zodat rekening wordt gehouden met het nieuwe comitologiebesluit (2006/512/EG). - In amendement 7 wordt een verwijzing toegevoegd naar klimaatsverandering die wordt omschreven als een van de specifieke doelstellingen van het onderdeel natuur en biodiversiteit van LIFE+. De Commissie is blij met deze verwijzing naar klimaatsverandering maar vindt dat de voorgestelde formulering zou kunnen worden ingekort. - In amendement 18 wordt de financiële toewijzing voor de uitvoering van LIFE+ verhoogd tot 1.911.000.000 euro (prijzen 2004) voor de periode van 1 januari 2007 tot 31 december 2013. Dit zou voor de Commissie aanvaardbaar zijn indien dit in overeenstemming zou zijn met het voor dezelfde periode overeengekomen financieel kader. - Amendement 21 heeft betrekking op controles ter plaatse die ambtenaren en andere personeelsleden van de Commissie uitvoeren met betrekking tot uit LIFE+ gefinancierde projecten, met name om na te gaan of aan de selectiecriteria van artikel 3 van de ontwerp-verordening is voldaan. De Commissie kan ermee instemmen dat de bijdrage van dergelijke projecten aan de beleidsdoelstellingen van de EU moet worden beoordeeld maar is van mening dat de door het Parlement voorgestelde formulering meer op zijn plaats zou zijn in artikel 16, lid 3, waar wordt verwezen naar de eindevaluatie van de uitvoering van de verordening. - Amendement 22 heeft betrekking op het LIFE+-comité. Dit houdt een verwijzing in naar de regelgevingsprocedure met toetsing die opnieuw moet worden geformuleerd zodat de tekst wordt afgestemd op de door de drie instellingen overeengekomen standaardtekst. 2.2.4. Niet aanvaarde amendementen - Met de amendementen 2, 9, 10, 11, 14, 15, 16, 20, 24, 25, 28 en 31 wil het Parlement alle verwijzingen naar gedelegeerd beheer van het programma schrappen. De Commissie blijft van mening dat gedecentraliseerd beheer van ten minste 80% van de LIFE+-begroting de voorkeur verdient en wijst de amendementen van het Parlement over dit punt derhalve af. Mocht een compromis tussen de Raad en het Parlement over dit punt mogelijk blijken, dan is de Commissie bereid zich in te zetten om ervoor te zorgen dat overeenstemming wordt bereikt. Gekoppeld aan de kwestie van gedelegeerd beheer zou communautaire medefinanciering van de personeelskosten van ambtenaren en ander personeel als gevolg van de amendementen 8 en 30 niet meer mogelijk zijn. Deze amendementen zijn onaanvaardbaar voor de Commissie omdat de meeste lidstaten erop hebben gewezen dat deze kosten in aanmerking moeten blijven komen voor medefinanciering (mits voldaan wordt aan bepaalde in de ontwerp-verordening duidelijk uiteengezette criteria) zodat de nationale agentschappen kunnen worden opgericht en hun werkzaamheden kunnen uitvoeren. - Amendement 4 heeft betrekking op het Natura 2000-netwerk. Het Parlement vraagt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat voldoende middelen beschikbaar worden gesteld via andere instrumenten voor het beheer van het netwerk, waarvan de jaarlijkse kosten worden geraamd op 6 100 000 000 euro voor de EU als geheel. In de amendementen 6 en het tweede deel van amendement 11 wordt ervan uitgegaan dat de Commissie en respectievelijk de lidstaten ervoor zorgen dat transnationale projecten en maatregelen worden opgenomen in de jaarlijkse werkprogramma’s. De Commissie kan niet akkoord gaan met amendementen 4, 6 en het tweede deel van amendement 11 in hun huidige dwingende vorm. In amendement 3 wordt de Commissie verzocht een evaluatie op te stellen van de bijdrage van de verschillende aanvullende instrumenten voor de financiering van Natura 2000 en wel tijdig voor de evaluatie van 2008/9 van het financieel kader, zodat de nodige wijzigingen in LIFE+ kunnen worden aangebracht. Hoewel de Commissie bereid is een dergelijke evaluatie uit te voeren, kan zij niet akkoord gaan met de hiervoor door het Parlement voorgestelde termijn. Tegen 2008 kan de Commissie namelijk nog niet veel zinnigs zeggen over de resultaten van de tenuitvoerlegging van LIFE+ en de complementariteit met andere instrumenten. - Amendement 13 wil raadpleging van het Habitat-comité verplicht stellen. Dit amendement kan niet worden aanvaard op grond van de hierboven uiteengezette redenen bij de verwijzing naar het tweede deel van amendement 12. - Amendement 19 heeft betrekking op het toewijzen van “ten minste 55% van de begrotingsmiddelen voor LIFE+ voor steunmaatregelen ter instandhouding van natuur en biodiversiteit”. Zowel de Commissie als de meeste lidstaten geven de voorkeur aan de tekst van het gemeenschappelijk standpunt, waarin wordt gesproken over “ten minste 40%”, hetgeen de lidstaten echter niet belet hiervoor meer middelen uit te trekken indien zij dit wensen. Er wordt op gewezen dat het bij LIFE+ de bedoeling is dat de uitvoering en ontwikkeling van het milieubeleid en de wetgeving van de Gemeenschap in het algemeen worden gesteund, en met name de tenuitvoerlegging van het zesde milieuactieprogramma, dat veel breder is dan natuur en biodiversiteit. - Amendement 29 heeft betrekking op de “ondersteuning van de capaciteitopbouw” als een van de maatregelen die gefinancierd kunnen worden in het kader van LIFE+. De Commissie is van mening dat de door het Parlement voorgestelde toevoeging van “ en -verbetering ” overbodig is. 3. CONCLUSIE Overeenkomstig artikel 250, lid 2, van het Verdrag wijzigt de Commissie haar voorstel zoals hierboven aangegeven. [1] COM(2004)621 def. (2004/0218 (COD)) [2] COM(2006)239 def. [3] COM(2006)355 def.