Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52006PC0582

Voorstel voor een verordening van de Raad tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 769/2002 ingestelde definitieve antidumpingrecht op de invoer van cumarine uit de Volksrepubliek China tot de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië

/* COM/2006/0582 def. */

52006PC0582

Voorstel voor een verordening van de Raad tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 769/2002 ingestelde definitieve antidumpingrecht op de invoer van cumarine uit de Volksrepubliek China tot de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië /* COM/2006/0582 def. */


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 9.10.2006

COM(2006) 582 definitief

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 769/2002 ingestelde definitieve antidumpingrecht op de invoer van cumarine uit de Volksrepubliek China tot de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL |

110 | Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel betreft de toepassing van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 van de Raad van 21 december 2005 (“de basisverordening”), in het kader van de procedure betreffende de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië. |

120 | Algemene context Dit voorstel wordt gedaan in het kader van de tenuitvoerlegging van de basisverordening en is het resultaat van een onderzoek dat werd verricht in overeenstemming met de in de basisverordening vastgestelde materiële en procedurele vereisten. |

130 | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Bij Verordening (EG) nr. 769/2002 (“de oorspronkelijke verordening”) heeft de Raad na een onderzoek naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen een definitief antidumpingrecht van 3479 euro per ton ingesteld op de invoer van cumarine van GN-code ex 2932 21 00 uit de Volksrepubliek China (“VRC”). Nadat was gebleken dat de oorspronkelijke maatregelen via India en Thailand werden ontdoken, zijn de maatregelen in december 2004 bij Verordening (EG) nr. 2272/2004 uitgebreid tot de invoer van uit India of Thailand verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Thailand. |

141 | Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Niet van toepassing. |

RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING |

Raadpleging van belanghebbende partijen |

211 | Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten Belanghebbende partijen werden in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk bekend te maken en te verzoeken om te worden gehoord binnen de bij de verordening tot opening van het onderzoek vastgestelde termijn. Alle partijen werden erover ingelicht dat niet-medewerking tot de toepassing van artikel 18 van de basisverordening kon leiden en dus tot bevindingen die op beschikbare gegevens waren gebaseerd. |

212 | Samenvatting van de reacties en hoe daarmee rekening is gehouden Er waren geen reacties. |

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid |

229 | Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. |

230 | Effectbeoordeling Dit voorstel is het gevolg van de tenuitvoerlegging van de basisverordening. De basisverordening voorziet niet in een algemene effectbeoordeling, maar omvat wel een volledige lijst van factoren die moeten worden beoordeeld. |

JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL |

305 | Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en) Op 13 februari 2006 heeft de Commissie een verzoek op grond van artikel 13, lid 3, van de basisverordening ontvangen om een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van cumarine uit de VRC (“het verzoek”). Het verzoek werd namens de enige producent in de Gemeenschap ingediend door de European Chemical Industry Council (CEFIC) (“de verzoeker”). De Commissie heeft bij Verordening (EG) nr. 499/2006 (“de inleidingverordening”) een onderzoek ingesteld naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van cumarine van oorsprong uit de VRC door de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië, en zij heeft de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening de opdracht gegeven de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië, van GN-code ex 2932 21 00 (TARIC-code 2932 21 00 16) te registreren. Uit het onderzoek is gebleken dat de antidumpingmaatregelen werden ontdoken in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. Daarom moeten de bestaande antidumpingmaatregelen voor de invoer van het desbetreffende product uit de VRC worden uitgebreid tot hetzelfde uit Indonesië of Maleisië verzonden product, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië. Het uitgebreide recht dient gelijk te zijn aan het recht dat is vastgesteld bij artikel 1, lid 2, van de oorspronkelijke verordening. Overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening, volgens welke uitgebreide maatregelen tegen geregistreerde invoer moeten worden toegepast vanaf de datum van registratie, moet het antidumpingrecht worden geheven op de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine die de Gemeenschap is binnengebracht in het kader van de door de inleidingsverordening vastgestelde registratiemaatregel. |

310 | Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 van de Raad van 21 december 2005. |

329 | Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. |

Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden(en) in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. |

331 | De vorm van de maatregel is beschreven in bovengenoemde basisverordening en laat geen ruimte voor nationale besluitvorming. |

332 | De beschrijving van de wijze waarop de financiële en administratieve lasten voor de Gemeenschap, de nationale, regionale en plaatselijke overheden, de bedrijven en de burgers zo veel mogelijk worden beperkt en hoe zij in verhouding staan tot het doel van het voorstel is niet van toepassing. |

Keuze van instrumenten |

341 | Voorgesteld(e) instrument(en): verordening. |

342 | Andere instrumenten zouden om de volgende reden(en) ongeschikt zijn. De basisverordening voorziet niet in andere mogelijkheden. |

GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING |

409 | Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap. |

1. Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot uitbreiding van het bij Verordening (EG) nr. 769/2002 ingestelde definitieve antidumpingrecht op de invoer van cumarine uit de Volksrepubliek China tot de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[1] (hierna “de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 13,

Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg met het Raadgevend Comité heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE

1. Bestaande maatregelen

(1) Bij Verordening (EG) nr. 769/2002[2] (hierna “de oorspronkelijke verordening” genoemd) heeft de Raad na een onderzoek naar aanleiding van het vervallen van de maatregelen een definitief antidumpingrecht van 3479 euro per ton ingesteld op de invoer van cumarine van GN-code ex 2932 21 00 uit de Volksrepubliek China (hierna “VRC” genoemd).

(2) Nadat was gebleken dat de oorspronkelijke maatregelen via India en Thailand werden ontdoken, zijn de maatregelen in december 2004 bij Verordening (EG) nr. 2272/2004[3] uitgebreid tot de invoer van uit India of Thailand verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit India of Thailand.

2. Verzoek

(3) Op 13 februari 2006 heeft de Commissie een verzoek op grond van artikel 13, lid 3, van de basisverordening ontvangen om een onderzoek in te stellen naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van cumarine uit de VRC (hierna “het verzoek” genoemd). Het verzoek werd namens de enige producent in de Gemeenschap ingediend door de European Chemical Industry Council (CEFIC) (hierna “de verzoeker” genoemd).

(4) Het verzoek bevatte voldoende bewijsmateriaal waaruit bleek dat zich na de instelling van de bestaande antidumping- en anti-ontduikingsmaatregelen ten aanzien van de invoer van cumarine van oorsprong uit de VRC een verandering in het handelspatroon had voorgedaan, zoals blijkt uit een significante toename van de invoer van dit product uit Indonesië en Maleisië.

(5) Er is aangevoerd dat deze verandering in het handelspatroon het gevolg was van de verzending van cumarine van oorsprong uit de VRC via Indonesië en Maleisië. Voorts is aangevoerd dat er voor deze praktijk geen voldoende gegronde reden of economische rechtvaardiging kon worden gevonden behalve het feit dat op de invoer van cumarine van oorsprong uit de VRC antidumpingmaatregelen waren ingesteld.

(6) Ten slotte heeft de verzoeker bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de corrigerende werking van de bestaande antidumpingmaatregelen ten aanzien van cumarine van oorsprong uit de VRC zowel in termen van hoeveelheden als prijzen wordt ondermijnd. De invoer van cumarine uit de VRC bleek te zijn vervangen door significante volumes uit Indonesië en Maleisië ingevoerde cumarine. Bovendien is voldoende bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat deze toegenomen invoer geschiedde tegen prijzen die duidelijk onder de niet-schadelijke prijzen lagen die waren vastgesteld bij het onderzoek dat tot de thans geldende maatregelen had geleid, en dat de dumping plaatsvond gelet op de eerder vastgestelde normale waarden voor cumarine van oorsprong uit de VRC.

3. Inleiding van een procedure

(7) De Commissie heeft bij Verordening (EG) nr. 499/2006[4] (hierna “de inleidingsverordening” genoemd) een onderzoek ingesteld naar de mogelijke ontduiking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van cumarine van oorsprong uit de VRC door de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië, en zij heeft de douaneautoriteiten overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening de opdracht gegeven de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië, van GN-code ex 2932 21 00 (TARIC-code 2932 21 00 16) te registreren.

4. Onderzoek

(8) De Commissie heeft de autoriteiten van de VRC, Indonesië en Maleisië, de producenten/exporteurs, de haar bekende importeurs in de Gemeenschap en de verzoeker in kennis gesteld van de opening van het onderzoek. Er zijn vragenlijsten verzonden naar de producenten/exporteurs in de VRC en naar de in het verzoek genoemde importeurs in de Gemeenschap. Er waren geen producenten in Indonesië en Maleisië bekend. Belanghebbende partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk bekend te maken en te verzoeken om te worden gehoord binnen de bij de verordening tot opening van het onderzoek vastgestelde termijn. Alle partijen zijn erover ingelicht dat niet-medewerking tot de toepassing van artikel 18 van de basisverordening kon leiden en dus tot bevindingen die op beschikbare gegevens waren gebaseerd.

(9) Geen producent of exporteur in de VRC, Indonesië of Maleisië heeft op de vragenlijst geantwoord. De Indonesische autoriteiten hebben geantwoord dat in Indonesië geen producent van cumarine bekend was.

5. Onderzoektijdvak

(10) Het onderzoektijdvak bestreek de periode van 1 maart 2005 tot en met 28 februari 2006. Er werden gegevens verzameld van 2002 tot het einde van het onderzoektijdvak om vast te stellen of het handelspatroon was veranderd.

B. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

1. Algemene overwegingen/medewerking

(a) Indonesië en Maleisië

(11) Geen producenten of exporteurs van cumarine in Indonesië en Maleisië hebben zich aangemeld of aan het onderzoek meegewerkt. Bijgevolg moesten de bevindingen over de uitvoer van uit Indonesië en Maleisië verzonden cumarine naar de Gemeenschap gebaseerd worden op de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. Aan het begin van het onderzoek zijn de autoriteiten van Indonesië en Maleisië in kennis gesteld van de gevolgen van niet-medewerking, als vastgesteld in artikel 18, lid 6, van de basisverordening.

b) VRC

(12) Er hebben geen Chinese producenten of exporteurs aan het onderzoek meegewerkt.

(13) De bekende ondernemingen is duidelijk gemaakt dat niet-medewerking tot de toepassing van artikel 18 van de basisverordening kan leiden.

2. Desbetreffend product en soortgelijk product

(14) Het product waarop het onderzoek naar ontduiking, als bedoeld in de oorspronkelijke verordening, betrekking heeft, is cumarine dat thans is ingedeeld onder GN-code ex 2932 21 00. Cumarine is een wittig kristalachtig poeder met de kenmerkende geur van versgemaaid hooi. Het wordt voornamelijk gebruikt als een scheikundig aroma en als een hechtmiddel bij de bereiding van geurmengsels, waarbij deze mengsels bij de productie van wasmiddelen, cosmeticaproducten en verfijnde geuren worden gebruikt.

(15) Cumarine kan worden vervaardigd volgens twee verschillende productieprocessen: de fenolroute waarbij gebruik wordt gemaakt van de Perkinreactie en de o-kresolroute waarbij gebruik wordt gemaakt van de Raschingreactie. Via deze twee processen vervaardigde cumarine heeft echter dezelfde fysische en chemische basiskenmerken en dezelfde toepassingsmogelijkheden.

(16) Bij gebrek aan medewerking door de partijen in Indonesië en Maleisië moet er op grond van de beschikbare informatie en bij ontstentenis van bewijzen van het tegendeel van worden uitgegaan dat naar de Gemeenschap uit de VRC geëxporteerde en uit Indonesië en Maleisië verzonden cumarine dezelfde fysische en chemische basiskenmerken en dezelfde toepassingsmogelijkheden hebben. Zij moeten daarom worden beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3. Verandering in het handelspatroon

(17) Zoals hierboven aangegeven, was de verandering in het handelspatroon blijkbaar te wijten aan de verzending via Indonesië en Maleisië.

Indonesië

(18) Aangezien geen enkele Indonesische onderneming aan het onderzoek heeft meegewerkt, moest de uitvoer uit Indonesië naar de Gemeenschap worden vastgesteld aan de hand van de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. De gegevens van Eurostat, die de meest geschikte informatiebron waren, zijn daarom gebruikt om vast te stellen welke hoeveelheden uit Indonesië naar de Gemeenschap werden uitgevoerd en tegen welke prijzen.

(19) Onmiddellijk na de instelling van het vorige onderzoek naar de ontduiking van de antidumpingmaatregelen door India en Thailand begon een significante invoer uit Indonesië naar de Gemeenschap op het niveau van 12,5 ton in 2004, 15 ton in 2005 en 10 ton in het onderzoektijdvak (overeenkomend met 1,7% van de EU-consumptie). Tegelijkertijd is de Chinese export naar Indonesië toegenomen van 57 ton in 2003 tot 83,8 ton in het onderzoektijdvak.

(20) Bij gebrek aan medewerking en bij ontstentenis van bewijzen van het tegendeel wordt geconcludeerd dat vanaf 2004 tot het einde van het onderzoektijdvak een verandering in het handelspatroon tussen de VRC, Indonesië en de Gemeenschap heeft plaatsgevonden, die het gevolg was van de verzending van cumarine van oorsprong uit de VRC via Indonesië.

Maleisië

(21) Aangezien geen enkele Maleisische onderneming aan het onderzoek heeft meegewerkt, moest de uitvoer uit Maleisië naar de Gemeenschap worden vastgesteld aan de hand van de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. De gegevens van Eurostat, die de meest geschikte informatiebron waren, zijn daarom gebruikt om vast te stellen welke hoeveelheden uit Maleisië naar de Gemeenschap werden uitgevoerd en tegen welke prijzen.

(22) De invoer uit Maleisië naar de Gemeenschap begon in 2005 en bereikte een niveau van 13 ton in 2005 en 23 ton in het onderzoektijdvak (overeenkomend met 3,9% van de EU-consumptie). Tegelijkertijd is de Chinese export naar Maleisië gestegen van 23,6 ton in 2004 tot 43,76 ton in het onderzoektijdvak.

(23) Bij gebrek aan medewerking en bij ontstentenis van bewijzen van het tegendeel wordt geconcludeerd dat vanaf 2005 tot het einde van het onderzoektijdvak een verandering in het handelspatroon tussen de VRC, Maleisië en de Gemeenschap heeft plaatsgevonden, die het gevolg was van de verzending van cumarine van oorsprong uit de VRC via Maleisië.

4. Onvoldoende reden of economische rechtvaardiging

Indonesië

(24) Bij gebrek aan medewerking en bij ontstentenis van bewijzen van het tegendeel wordt geconcludeerd dat, aangezien onmiddellijk na de instelling van het vorige onderzoek naar de ontduiking van de antidumpingmaatregelen door India en Thailand tegelijk met een toename van de Chinese export van cumarine naar Indonesië een significante invoer uit Indonesië naar de Gemeenschap begon, de verandering in het handelspatroon eerder het gevolg was van de antidumpingmatregelen dan van enige andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dit verband zij er ook op gewezen dat er geen bewijs bestaat van een echte productie van cumarine in Indonesië.

Maleisië

(25) Bij gebrek aan medewerking en bij ontstentenis van bewijzen van het tegendeel wordt geconcludeerd dat, aangezien de invoer na de uitbreiding van de maatregelen ten aanzien van de invoer van uit India en Thailand verzonden cumarine in 2005 is begonnen en de Chinese export naar Maleisië tegelijkertijd is gestegen van 23,6 ton in 2004 tot 43,76 ton in 2005, de verandering in het handelspatroon eerder het gevolg was van de antidumpingmatregelen dan van enige andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dit verband zij er ook op gewezen dat er geen bewijs bestaat van een echte productie van cumarine in Maleisië.

5. Ondermijning van de corrigerende werking van het recht door de ingevoerde hoeveelheden en de prijzen van het soortgelijk product

Indonesië

(26) Het bovenstaande onderzoek naar de handelsstroom heeft aangetoond dat de verandering in het patroon van de invoer in de Gemeenschap verband houdt met de ingestelde antidumping- en anti-ontduikingsmaatregelen. Terwijl tot 2003 op de communautaire markt geen als van oorsprong uit Indonesië aangegeven invoer plaatsvond, bedroeg deze 4 ton in 2003, 12,5 ton in 2004, 15 ton in 2005 en 10 ton in het onderzoektijdvak, hetgeen overeenkomt met 1,7% van de communautaire consumptie.

(27) Uit het onderzoek is gebleken dat de invoer uit Indonesië heeft plaatsgevonden tegen prijzen die onder de exportprijs in het oorspronkelijke onderzoek en duidelijk onder de oorspronkelijke normale waarde lagen.

(28) Op basis van bovenstaande gegevens wordt geconcludeerd dat de verandering in de handelsstromen tezamen met de abnormaal lage prijzen van de uit Indonesië uitgevoerde producten de corrigerende werking van de antidumpingmaatregelen hebben ondermijnd, zowel wat de hoeveelheden als wat de prijzen van het soortgelijke product betreft.

Maleisië

(29) Het bovenstaande onderzoek naar de handelsstroom heeft aangetoond dat de verandering in het handelspatroon verband houdt met de ingestelde antidumping- en anti-ontduikingsmaatregelen. Terwijl er vóór 2005 geen invoer van cumarine naar de Gemeenschap plaatsvond, bedroeg deze 13 ton in 2005 en 23 ton in het onderzoektijdvak.

(30) Uit het onderzoek is gebleken dat de invoer uit Maleisië heeft plaatsgevonden tegen prijzen die onder de exportprijs in het oorspronkelijke onderzoek en duidelijk onder de oorspronkelijke normale waarde lagen.

(31) Op basis van bovenstaande gegevens wordt geconcludeerd dat de verandering in de handelsstromen tezamen met de abnormaal lage prijzen van de uit Maleisië uitgevoerde producten de corrigerende werking van de antidumpingmaatregelen hebben ondermijnd zowel wat de hoeveelheden als wat de prijzen van het soortgelijke product betreft.

6. Bewijzen van dumping bij vergelijking met de normale waarden die eerder voor soortgelijke producten werden vastgesteld

Indonesië

(32) Om vast te stellen of bewijzen van dumping konden worden gevonden in verband met de export van cumarine uit Indonesië naar de Gemeenschap tijdens het onderzoektijdvak, werd gebruik gemaakt van de Eurostat-gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening.

(33) Volgens artikel 13, lid 1, van de basisverordening moet worden bewezen dat dumping plaatsvindt ten aanzien van de voor de soortgelijke producten eerder vastgestelde normale waarde.

(34) Om een eerlijke vergelijking te kunnen maken tussen de normale waarde en de exportprijzen, werden correcties toegepast om rekening te houden met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Deze correcties zijn overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening voor de kosten van vervoer en verzekering toegepast op basis van de beschikbare gegevens, d.w.z. zoals verstrekt in het verzoek, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening.

(35) De vergelijking - overeenkomstig artikel 2, lid 11, en artikel 2, lid 12, van de basisverordening - van de gewogen gemiddelde normale waarde die in het kader van het vorige onderzoek werd vastgesteld met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs die in het onderzoektijdvak van dit onderzoek werd vastgesteld, uitgedrukt in percenten van de cif-prijs grens-Gemeenschap, vóór inklaring, heeft aangetoond dat er sprake was van dumping bij de invoer van cumarine uit Indonesië naar de Gemeenschap. De vastgestelde dumpingmarge, uitgedrukt in percenten van de cif-prijs grens-Gemeenschap, vóór inklaring bedroeg meer dan 100%.

Maleisië

(36) Om vast te stellen of bewijzen van dumping konden worden gevonden in verband met de export van cumarine uit Maleisië naar de Gemeenschap tijdens het onderzoektijdvak, werd gebruik gemaakt van de Eurostat-gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening.

(37) Om een eerlijke vergelijking te kunnen maken tussen de normale waarde en de exportprijzen, werden correcties toegepast om rekening te houden met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Deze correcties zijn overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening voor de kosten van vervoer en verzekering toegepast op basis van de beschikbare gegevens, d.w.z. zoals verstrekt in het verzoek, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening.

(38) De vergelijking - overeenkomstig artikel 2, lid 11, en artikel 2, lid 12, van de basisverordening - van de gewogen gemiddelde normale waarde die in het kader van het vorige onderzoek werd vastgesteld met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs die in het onderzoektijdvak van dit onderzoek werd vastgesteld, uitgedrukt in percenten van de cif-prijs grens-Gemeenschap, vóór inklaring, heeft aangetoond dat er sprake was van dumping bij de invoer van cumarine uit Maleisië naar de Gemeenschap. De vastgestelde dumpingmarge, uitgedrukt in percenten van de cif-prijs grens-Gemeenschap, vóór inklaring bedroeg meer dan 100%.

C. MAATREGELEN

(39) Rekening houdend met de bovenstaande bevindingen dat de rechten worden ontweken in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening moeten de momenteel geldende antidumpingmaatregelen bij invoer van het desbetreffende product van oorsprong uit de VRC worden uitgebreid tot hetzelfde product dat vanuit Indonesië of Maleisië wordt verzonden en al dan niet als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië wordt aangegeven.

(40) Het uitgebreide recht dient gelijk te zijn aan het recht dat is vastgesteld bij artikel 1, lid 2, van de oorspronkelijke verordening.

(41) Overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening, volgens welke uitgebreide maatregelen tegen geregistreerde invoer moeten worden toegepast vanaf de datum van registratie, moet het antidumpingrecht worden geheven op de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine die de Gemeenschap is binnengebracht in het kader van de door de inleidingsverordening vastgestelde registratiemaatregel.

D. VERZOEKEN OM VRIJSTELLING

(42) Hoewel bij dit onderzoek niet is gebleken dat er echte producenten van cumarine zijn in Indonesië of Maleisië en deze zich ook niet hebben aangemeld, worden nieuwe producenten die overwegen een verzoek in te dienen om vrijstelling van de uitgebreide antidumpingmaatregel overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening ervan in kennis gesteld dat zij een vragenlijst moeten invullen, zodat de Commissie kan vaststellen of zij in aanmerking komen voor vrijstelling. Een dergelijke vrijstelling kan worden verleend na een beoordeling van bijvoorbeeld de marktsituatie van het desbetreffende product, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad, de aan- en verkoop, de waarschijnlijkheid van een voortzetting van de praktijken waarvoor onvoldoende reden of economische rechtvaardiging bestaat en het bewijsmateriaal inzake dumping. De Commissie zal doorgaans ook ter plaatse een controle verrichten. Het verzoek moet zo spoedig mogelijk aan de Commissie worden gericht en dient alle ter zake dienende gegevens te bevatten, met name over eventuele wijzigingen in de activiteiten van de onderneming in verband met de productie en de verkoop.

(43) Importeurs kunnen nog in aanmerking komen voor vrijstelling van de maatregelen indien de door hen ingevoerde goederen afkomstig zijn van producenten aan wie een dergelijke vrijstelling werd toegestaan overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening.

(44) Indien een vrijstelling wordt verleend, zal de Raad deze verordening dienovereenkomstig wijzigen. Op verleende vrijstellingen zal door de Commissie toezicht worden uitgeoefend om te waarborgen dat aan de voorwaarden wordt voldaan.

E. PROCEDURE

(45) De belanghebbenden zijn op de hoogte gebracht van de voornaamste feiten en overwegingen op basis waarvan de Raad voornemens is de geldende definitieve antidumpingmaatregelen uit te breiden, en zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken en te verzoeken te worden gehoord. Er zijn geen opmerkingen ontvangen die de bovenstaande conclusies konden wijzigen.

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 769/2002 van de Raad is ingesteld op de invoer van cumarine van GN-code ex 2932 21 00 van oorsprong uit de Volksrepubliek China wordt uitgebreid tot de invoer van uit Indonesië of Maleisië verzonden cumarine van GN-code ex 2932 21 00, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië of Maleisië (TARIC-code 2932 21 00 16).

2. Het bij lid 1 uitgebreide recht wordt geheven op de producten waarvan de invoer is geregistreerd overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 499/2006 van de Commissie en artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad.

3. De van kracht zijnde bepalingen inzake douanerechten zijn van toepassing.

Artikel 2

1. Verzoeken om vrijstelling van het bij artikel 1 uitgebreide recht moeten schriftelijk worden ingediend in een van de officiële talen van de Europese Unie en zijn ondertekend door een persoon die bevoegd is de indiener van het verzoek te vertegenwoordigen. De verzoeken dienen aan volgend adres te worden gericht:Europese CommissieDirectoraat-generaal HandelDirectoraat BKamer: J-79 05/17B - 1049 BrusselFax (322) 295 65 05

2. Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 384/96 kan de Raad vrijstelling van het bij artikel 1 uitgebreide recht verlenen voor invoer waarbij de bij Verordening (EG) nr. 769/2002 ingestelde antidumpingmaatregelen niet worden ontdoken.

Artikel 3

De douane wordt opgedragen de registratie van de invoer die is ingesteld bij artikel 2 van Verordening (EG) nr. 499/2006 van de Commissie te beëindigen.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

[1] PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 (PB L 340 van 23.12.2005, blz. 17).

[2] PB L 123 van 9.5.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1854/2003 (PB L 272 van 23.10.2003, blz. 1).

[3] PB L 396 van 31.12.2004, blz. 18.

[4] PB L 91 van 29.3.2006, blz. 3.

Top