This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52006PC0488
Proposal for a Council Regulation concerning certain restrictive measures in respect of Lebanon
Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon
Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon
/* COM/2006/0488 def. */
Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon /* COM/2006/0488 def. */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 5.9.2006 COM(2006) 488 definitief Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. Op 11 augustus 2006 heeft de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1701 (2006) betreffende Libanon aangenomen. De VN-Veiligheidsraad heeft besloten dat alle VN-leden een wapenembargo en aanverwante maatregelen instellen met betrekking tot Libanon, teneinde de regering van Libanon in staat te stellen haar volledige soevereiniteit uit te oefenen op het gehele grondgebied van Libanon. 2. Om het bij Resolutie 1701 (2006) van de VN-Veiligheidsraad ingestelde wapenembargo ten uitvoer te leggen, werkt de Raad momenteel aan Gemeenschappelijk Standpunt 2006/…/GBVB. Dit standpunt voorziet in actie van de Gemeenschap om bepaalde beperkende maatregelen ten uitvoer te leggen. 3. Het bij Gemeenschappelijk Standpunt 2006/…/GBVB ingestelde verbod op het verlenen van technische en financiële bijstand in verband met militaire activiteiten en het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van wapens en aanverwant materieel voor gebruik in Libanon, valt binnen de werkingssfeer van het Verdrag. Handhaving is niet mogelijk op basis van de bestaande communautaire regelgeving. 4. De Commissie stelt voor deze maatregelen in de Gemeenschap ten uitvoer te leggen door middel van een nieuwe verordening van de Raad. Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende bepaalde beperkende maatregelen ten aanzien van Libanon DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 60 en 301, Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt 2006/…/GBVB betreffende een verbod op de verkoop of levering van wapens en aanverwant materieel en op het verlenen van daarmee verband houdende diensten aan entiteiten of personen in Libanon[1], Gezien het voorstel van de Commissie[2], Overwegende hetgeen volgt: 5. Op … september 2006 heeft de Raad het Gemeenschappelijk Standpunt 2006/…/GBVB betreffende een verbod op de verkoop of levering van wapens en aanverwant materieel en op het verlenen van daarmee verband houdende diensten aan entiteiten of personen in Libanon goedgekeurd, teneinde het bij Resolutie 1701 (2006) van de VN-Veiligheidsraad ingestelde wapenembargo en aanverwante maatregelen ten uitvoer te leggen. 6. Het Gemeenschappelijk Standpunt voorziet onder meer in een verbod op het verlenen van technische en financiële bijstand en op financiële bijstand in verband met militaire activiteiten en op het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van alle soorten wapens en aanverwant materieel. 7. Deze maatregelen vallen binnen de werkingssfeer van het Verdrag; om te garanderen dat zij in alle lidstaten door de marktdeelnemers uniform worden toegepast, is derhalve communautaire wetgeving nodig voor de tenuitvoerlegging ervan voorzover het de Gemeenschap betreft. 8. De bevoegde autoriteiten dienen te worden gemachtigd om toestemming te verlenen voor het verlenen van bijstand aan strijdkrachten die deel uitmaken van de VN-vredesmacht UNIFIL (United Nations Interim Force in Lebanon), alsmede, na kennisgeving aan de regering van Libanon van het voornemen om toestemming te verlenen, aan de strijdkrachten van de Republiek Libanon. 9. Per geval dienen de bevoegde autoriteiten tevens te worden gemachtigd toestemming te geven voor het verlenen van bijstand, mits door de regering van Libanon toestemming is verleend voor die bijstand, en rekening houdende met de Resoluties 1559 (2004) en 1680 (2006) van de VN-Veiligheidsraad en alle andere relevante feiten en omstandigheden. 10. Om praktische redenen is het wenselijk dat de Commissie wordt gemachtigd de bijlage bij deze verordening te wijzigen. 11. Om de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient deze verordening op de dag van haar bekendmaking in werking te treden, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. “technische bijstand”: alle technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienstverlening; technische bijstand kan worden verleend in de vorm van instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten. Technische bijstand omvat ook mondelinge vormen van bijstand; 2. “grondgebied van de Gemeenschap”: het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden. Artikel 2 Het volgende is verboden: a) het direct of indirect aan natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of instanties in Libanon, of voor gebruik in Libanon, verlenen van technische bijstand in verband met militaire activiteiten en het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van alle soorten wapens en aanverwant materieel, met inbegrip van wapens en munitie, militaire voertuigen en uitrusting, paramilitaire uitrusting en reserveonderdelen daarvoor; b) het direct of indirect aan personen, entiteiten of instanties in Libanon, of voor gebruik in Libanon, verlenen van financiering of financiële bijstand in verband met militaire activiteiten, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van wapens en daarmee verband houdend materieel, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand; c) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die ertoe strekken of die tot gevolg hebben dat de onder a) en b) bedoelde verbodsbepalingen worden omzeild. Artikel 3 12. In afwijking van artikel 2 kunnen de in de bijlage genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten op door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor: a) het verlenen van technische bijstand in verband met militaire activiteiten en wapens of aanverwant materieel, op voorwaarde dat: i) de goederen waarop de bijstand betrekking heeft, in gebruik zijn bij of zullen worden gebruikt door UNIFIL bij het uitoefenen van zijn taak, en ii) de diensten worden verleend aan de strijdkrachten die deel uitmaken of zullen uitmaken van UNIFIL; b) het verlenen van financiering en financiële bijstand in verband met militaire activiteiten, op voorwaarde dat: i) de financiering of financiële bijstand verleend wordt aan UNIFIL, aan de strijdkrachten van een land dat troepen levert voor UNIFIL, of aan een overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor aanbestedingen ten behoeve van de strijdkrachten van dat land, en ii) de wapens of het aanverwante materieel uitsluitend worden aangeschaft voor gebruik door UNIFIL of de strijdkrachten van het betrokken land die worden toegewezen aan UNIFIL. 13. In afwijking van artikel 2 en na voorafgaande kennisgeving aan de regering van Libanon, kunnen de in de bijlage genoemde bevoegde autoriteiten van de lidstaten op door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor: a) het verlenen aan de strijdkrachten van de Republiek Libanon van technische bijstand in verband met militaire activiteiten en wapens of aanverwant materieel, en van financiering of financiële bijstand in verband met militaire activiteiten, tenzij de regering van Libanon daartegen bezwaren uit; b) het verlenen aan enige andere persoon, entiteit of instantie in Libanon of enig ander land van technische bijstand, financiering en financiële bijstand in verband met wapens of aanverwant materieel in Libanon, of voor gebruik in Libanon, op voorwaarde dat: i) de diensten niet, direct of indirect, worden verleend aan een van de milities die volgens de Resoluties 1559 (2004) en 1680 (2006) van de VN-Veiligheidsraad moeten worden ontwapend, ii) de toestemming per geval wordt verleend, en iii) de regering van Libanon in elk afzonderlijk geval toestemming heeft gegeven voor het verlenen van de betrokken diensten aan de persoon, entiteit of instantie. Indien de regering van Libanon toestemming geeft voor een levering of overdracht aan een persoon, entiteit of instantie van specifieke wapens of aanverwant materieel, mag die toestemming worden uitgelegd als toestemming voor het leveren aan die persoon, entiteit of instantie van technische bijstand in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van de betrokken goederen. 14. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verlenen de in de leden 1 en 2 bedoelde toestemming uitsluitend voorafgaandelijk aan de activiteiten waarvoor zij worden gevraagd. Artikel 4 De Commissie en de lidstaten stellen elkaar onverwijld in kennis van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en wisselen onderling alle andere beschikbare en voor deze verordening relevante informatie uit, met name betreffende schending, handhavingsproblemen en uitspraken van nationale rechtbanken. Artikel 5 De Commissie mag de bijlage wijzigen op basis van door de lidstaten verstrekte informatie. Artikel 6 15. De lidstaten stellen de regels vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de regels ten uitvoer worden gelegd. De sancties moeten doeltreffend en evenredig zijn en een preventieve werking hebben. 16. De lidstaten stellen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld in kennis van die regels en stellen haar op de hoogte van eventuele wijzigingen. Artikel 7 Deze verordening is van toepassing: a) op het grondgebied van de Gemeenschap, met inbegrip van haar luchtruim; b) aan boord van vlieg- of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen; c) op alle zich op of buiten het grondgebied van de Gemeenschap bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn; d) op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of instanties; e) op alle rechtspersonen, entiteiten of instanties ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Gemeenschap verrichte zakelijke transacties. Artikel 8 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, […] Voor de Raad De voorzitter […] BIJLAGE Lijst van bevoegde autoriteiten, bedoeld in artikel 3 (in te vullen door de lidstaten) BELGIË TSJECHIË DENEMARKEN DUITSLAND ESTLAND GRIEKENLAND SPANJE FRANKRIJK IERLAND ITALIË CYPRUS LETLAND LITOUWEN LUXEMBURG HONGARIJE MALTA NEDERLAND OOSTENRIJK POLEN PORTUGAL SLOVENIË SLOWAKIJE FINLAND ZWEDEN VERENIGD KONINKRIJK EUROPESE GEMEENSCHAP Commissie van de Europese Gemeenschappen Directoraat-generaal Buitenlandse betrekkingen Directoraat A. Crisisplatform en beleidscoördinatie in het GBVB Eenheid A.2. Crisisbeheer en conflictpreventie CHAR 12/45 B-1049 Brussel Tel. (32-2) 299 11 76/295 55 85 Fax (32-2) 299 08 73 [1] PB L […] van […9.2006], blz. […]. [2] PB C […], […], blz. […].