This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52005PC0527
Proposal for a Council Decision on a Community position within the Joint Committee on a recommendation on the re-importation of originating products and on the acceptance by the Contracting Parties of simplified proofs of origin, made out by approved exporters, to the Agreement between the European Economic Community, of the one part, and the Swiss Confederation, of the other part
Voorstel voor een besluit van de Raad inzake een standpunt van de Gemeenschap, in het Gemengd Comité betreffende een aanbeveling over de wederinvoer van producten van oorsprong en de aanvaarding door de overeenkomstsluitende partijen van vereenvoudigde bewijzen van oorsprong die worden opgesteld door toegelaten exporteurs, bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds
Voorstel voor een besluit van de Raad inzake een standpunt van de Gemeenschap, in het Gemengd Comité betreffende een aanbeveling over de wederinvoer van producten van oorsprong en de aanvaarding door de overeenkomstsluitende partijen van vereenvoudigde bewijzen van oorsprong die worden opgesteld door toegelaten exporteurs, bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds
/* COM/2005/0527 def. - ACC 2005/0218 */
Voorstel voor een besluit van de Raad inzake een standpunt van de Gemeenschap, in het Gemengd Comité betreffende een aanbeveling over de wederinvoer van producten van oorsprong en de aanvaarding door de overeenkomstsluitende partijen van vereenvoudigde bewijzen van oorsprong die worden opgesteld door toegelaten exporteurs, bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds /* COM/2005/0527 def. - ACC 2005/0218 */
[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN | Brussel, 8.11.2005 COM(2005) 527 definitief 2005/0218 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake een standpunt van de Gemeenschap, in het Gemengd Comité betreffende een aanbeveling over de wederinvoer van producten van oorsprong en de aanvaarding door de overeenkomstsluitende partijen van vereenvoudigde bewijzen van oorsprong die worden opgesteld door toegelaten exporteurs, bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds (door de Commissie ingediend) TOELICHTING ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL | 110 | Motivering en doel van het voorstel In de Overeenkomst tussen enerzijds de Europese Economische Gemeenschap en anderzijds de Zwitserse Bondsstaat, hierna ‘de Overeenkomst’ genoemd', wordt bij de afschaffing van de douanerechten of heffingen van gelijke werking, en het verbod om nieuwe heffingen in te stellen in principe geen onderscheid gemaakt tussen producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Zwitserland. Een dergelijk onderscheid wordt alleen gemaakt voor producten die onder de preferentiële regeling vallen. Hierbij moet worden verduidelijkt dat een wederzijdse afschaffing van de douanerechten voor producten zonder onderscheid tussen producten van oorsprong uit de ene of de andere partij, van toepassing is bij de invoer van deze producten in de Gemeenschap of in Zwitserland, ongeacht of ze van oorsprong uit de Gemeenschap, dan wel uit Zwitserland zijn. In artikel 22, lid 1, van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst wordt bepaald dat de douaneautoriteiten van het land van uitvoer een exporteur, hierna "toegelaten exporteur" genoemd, die veelvuldig producten verzendt waarop de Overeenkomst van toepassing is, vergunning kunnen verlenen factuurverklaringen op te stellen. De partijen komen overeen dat een vergunning als toegelaten exporteur in het kader van deze Overeenkomst wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van hetzij de Zwitserse Bondsstaat, hetzij een lidstaat van de Europese Gemeenschap, ongeacht in welke lidstaat de factuurverklaring werd opgesteld en ongeacht uit welke lidstaat de goederen afkomstig zijn. | 120 | Algemene context Om over duidelijke richtsnoeren te kunnen beschikken hebben de vertegenwoordigers van de Zwitserse federale overheid en de Commissie in onderling overleg twee interpretatienota’s opgesteld. De beide interpretatienota’s werden op 10 mei 2004 bekrachtigd door de ondertekening van officiële brieven door de heer Gerber, Zwitsers minister voor Economische Zaken, namens Zwitserland en de heer Verrue, directeur-generaal van Belastingen en douane-unie, voor de Commissie. Beide vraagstukken werden eveneens besproken op ministerieel niveau. In bijlage C bij de conclusies van de top EU-Zwitserland van 19 mei 2004 werd de interpretatie van de deskundigen bevestigd. De partijen kwamen overeen deze interpretatie formeel te bekrachtigen via aanbevelingen van het gemengd comité dat belast is met het beheer van de bilaterale vrijhandelsovereenkomst. | 139 | Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied Er zijn geen bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied. | 141 | Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU Niet van toepassing. | RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING | Raadpleging van belanghebbenden | 219 | Raadpleging is niet nodig, aangezien het voorgestelde besluit voortvloeit uit een verzoek van de belanghebbenden. | Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid | 229 | Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. | 230 | Effectbeoordeling Niet van toepassing. | JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL | 305 | Samenvatting van de voorgestelde maatregel Vooraleer deze aanbevelingen in het Gemengd Comité EG-Zwitserland door de delegatie van de Gemeenschap kunnen worden goedgekeurd, dient de Raad de hierbij gevoegde ontwerpaanbeveling goed te keuren als het standpunt van de Gemeenschap in het Gemengd Comité EG-Zwitserland. Na de goedkeuring van het standpunt van de Gemeenschap nemen de bevoegde diensten van de Commissie de nodige stappen voor de goedkeuring van de ontwerpaanbeveling door het Gemengd Comité EG-Zwitserland en de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. | 310 | Juridische grondslag Artikel 133 in samenhang met artikel 300, lid 2, tweede alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. | 329 | Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. | Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden(en) in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: | 331 | Er is in het onderhavige geval geen andere optie. Dit is derhalve de meest eenvoudigste maatregel. | 332 | Er zijn geen bijkomende financiële en administratieve lasten. | Keuze van instrumenten | 341 | Voorgestelde instrumenten: aanbeveling. | 342 | Andere instrumenten zouden om de volgende reden(en) ongeschikt zijn: In artikel 29 van de overeenkomst is bepaald dat maatregelen van het Gemengd Comité EG-Zwitserland voor het beheer van de overeenkomst in de vorm van aanbevelingen gaan. | GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING | 409 | De voorgestelde verordening heeft geen consequenties voor de Gemeenschapsbegroting. | 1. 2005/0218 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake een standpunt van de Gemeenschap, in het Gemengd Comité betreffende een aanbeveling over de wederinvoer van producten van oorsprong en de aanvaarding door de overeenkomstsluitende partijen van vereenvoudigde bewijzen van oorsprong die worden opgesteld door toegelaten exporteurs, bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 133, in samenhangt met artikel 300, lid 2, tweede alinea, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat in artikel 29 van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, is bepaald dat het Gemengd Comité kan besluiten aanbevelingen te doen, BESLUIT: Enig artikel Het standpunt dat moet worden ingenomen door de Gemeenschap in het Gemengd Comité dat is opgericht krachtens de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, betreffende een aanbeveling over de wederinvoer van producten van oorsprong en de aanvaarding door de overeenkomstsluitende partijen van vereenvoudigde bewijzen van oorsprong die worden opgesteld door toegelaten exporteurs, is het standpunt dat is omschreven in de bijgevoegde ontwerp-aanbeveling van het Gemengd Comité EG-Zwitserland. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De voorzitter Ontwerp AANBEVELING nr.…/2005 VAN HET GEMENGD COMITE EG-ZWITSERLAND betreffende de wederinvoer van producten van oorsprong en de aanvaarding door de partijen van vereenvoudigde bewijzen van oorsprong die worden opgesteld door toegelaten exporteurs van… HET GEMENGD COMITE, Gelet op de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap enerzijds en de Zwitserse Bondsstaat anderzijds, ondertekend op 22 juli 1972 te Brussel, hierna “de Overeenkomst” genoemd en met name artikel 29; Overwegende hetgeen volgt: (1) In de Overeenkomst wordt bij de afschaffing van de douanerechten of heffingen van gelijke werking, en het verbod om nieuwe heffingen in te stellen in principe geen onderscheid gemaakt tussen producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Zwitserland. Een dergelijk onderscheid wordt alleen gemaakt voor producten die onder de preferentiële regeling vallen; (2) De partijen zijn het erover eens dat de afschaffing van douanetarieven bij invoer van de betrokken producten in de Gemeenschap of in Zwitserland, ongeacht of ze van oorsprong uit Zwitserland of de Gemeenschap zijn, alleen geldt wanneer bij wederzijds afschaffing van de douanetarieven geen onderscheid werd gemaakt op basis van de oorsprong van de producten. (3) In artikel 22, lid 1, van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst wordt bepaald dat de douaneautoriteiten van het land van uitvoer een exporteur, hierna "toegelaten exporteur" genoemd, die veelvuldig producten verzendt waarop de Overeenkomst van toepassing is, vergunning kunnen verlenen factuurverklaringen op te stellen; (4) De partijen komen overeen dat een vergunning als toegelaten exporteur in het kader van deze Overeenkomst wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van hetzij de Zwitserse Bondsstaat, hetzij een lidstaat van de Europese Gemeenschap, ongeacht in welke lidstaat de factuurverklaring werd opgesteld en ongeacht uit welke lidstaat de goederen afkomstig zijn; (5) Voor een goede werking van de Overeenkomst is een eenduidige interpretatie van de Overeenkomst door beide partijen aangewezen; HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD: Enig artikel De partijen passen de Overeenkomst toe vanaf 1 juni 2004, overeenkomstig de in de bijlage bij deze aanbeveling opgenomen interpretatienota's betreffende de wederinvoer van producten van oorsprong en de aanvaarding door de partijen van de vereenvoudigde bewijzen van oorsprong die worden opgesteld door de toegelaten exporteurs. Gedaan te […], Voor het Gemengd Comité De Voorzitter Interpretatienota De deskundigen die de diensten van de Commissie en de regering van de Zwitserse Bondsstaat vertegenwoordigen, HERINNEREND aan de Overeenkomst van 22 juli 1972 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat, die met name tot doel heeft door uitbreiding van het wederzijdse handelsverkeer de harmonische ontwikkeling van de economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen, voornamelijk door de geleidelijke opheffing van belemmeringen van het handelsverkeer volgens de in de overeenkomst vermelde voorwaarden en overeenkomstig de regels van de GATT inzake de instelling van vrijhandelszones, OVERWEGENDE dat de opheffing van deze belemmeringen op het gebied van douanetarieven er ten dele in bestaat, voor producten van oorsprong uit de andere partij die onder deze Overeenkomst vallen en onder voorbehoud van specifieke bepalingen voor bepaalde producten, de bestaande douanerechten en heffingen van gelijke werking af te schaffen en geen nieuwe rechten of heffingen in te stellen, VASTSTELLEND, na een gezamenlijke analyse van de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst, met name van artikel 2 in combinatie met de artikelen 3 tot 7, dat deze geen onderscheid maken tussen producten van oorsprong uit de ene of de andere partij wanneer het erom gaat de reikwijdte te bepalen van de – op 1 juli 1977 voltooide –afschaffing van de douanerechten of heffingen van gelijke werking en het verbod om nieuwe heffingen in te stellen, terwijl een dergelijk onderscheid wel gemaakt wordt voor de tariefbehandeling die op bepaalde producten moet worden toegepast, ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN: "De in de Overeenkomst van 22 juli 1972 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat opgenomen afschaffing van douanerechten en heffingen van gelijke werking, alsmede het verbod nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking in te stellen, zijn eveneens van toepassing bij invoer van de betrokken producten in de Gemeenschap of Zwitserland, ongeacht of deze producten van oorsprong uit de Gemeenschap dan wel Zwitserland zijn. Deze interpretatie is uitsluitend van toepassing op producten waarvoor wederzijds de douanerechten zijn afgeschaft. Ze geldt bijgevolg niet voor producten van oorsprong uit een partij waarvoor de Overeenkomst voorziet in een preferentiële behandeling en waarvoor uitsluitend wordt verwezen naar de producten van oorsprong uit de andere partij." Interpretatienota De deskundigen die de diensten van de Commissie en de regering van de Zwitserse Bondsstaat vertegenwoordigen, GELET OP artikel 22, lid 1, van Protocol nr. 3 van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat van 22 juli 1972 waarin is bepaald dat de douaneautoriteiten van het land van uitvoer een exporteur (hierna "toegelaten exporteur" genoemd) die veelvuldig producten verzendt waarop de overeenkomst van toepassing is vergunning kunnen verlenen factuurverklaringen op te stellen ongeacht de waarde van de betrokken producten. Om voor een dergelijke vergunning in aanmerking te komen, moet de exporteur naar het oordeel van de douaneautoriteiten de nodige waarborgen bieden met betrekking tot de controle op de oorsprong van de producten en de naleving van alle andere voorwaarden van dit protocol . GELET OP artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1207/2001 van de Raad van 11.6.2001, ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN: « De term douaneautoriteiten van het land van uitvoer betekent enerzijds, de douaneautoriteiten van de Zwitserse Bondsstaat en anderzijds de douaneautoriteiten van de lidstaat van de Europese Gemeenschap die de vergunning heeft afgegeven, ongeacht de lidstaat waarin de factuurverklaring is opgesteld en ongeacht de lidstaat van oorsprong van de goederen. »