Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52004PC0085

Voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende het sluiten van de Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap

/* COM/2004/0085 def. - CNS 2004/0028 */

52004PC0085

Voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende het sluiten van de Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap /* COM/2004/0085 def. - CNS 2004/0028 */


Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD betreffende het sluiten van de Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. In de Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en het Europees Ruimteagentschap, anderzijds, wordt samenwerking op het gebied van de ruimte aangewezen als een bijzonder belangrijk gebied en een gebied met bijzonder veel potentieel, dat zal bijdragen aan de Europese samenhang en de economische groei direct ten dienste van de Europese burgers.

2. Naar aanleiding van de mededeling "Europa en de ruimtevaart: begin van een nieuw hoofdstuk" [1] van 2000 en de daaropvolgende resoluties van de ESA en de Raad van de EU inzake de Europese ruimtevaartstrategie is door de Europese Commissie en de Executieve van de ESA een gezamenlijke task force opgericht.

[1] COM(2000) 597.

3. In zijn rapport van 2001 heeft de gezamenlijke task force alle aspecten beoordeeld van de samenwerking tussen de Europese Unie en het Europees Ruimteagentschap. Het rapport vormde de basis voor de mededeling van de Commissie "Op weg naar een Europees ruimtevaartbeleid". [2]

[2] COM(2001) 718.

4. Een van de belangrijkste conclusies van de mededeling was dat een succesvolle ontwikkeling en implementatie van een Europees ruimtebeleid het instellen vereist van een formele (kaderovereenkomst) relatie tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap, waarin de principes en mechanismen van een versterkte samenwerking worden gedefinieerd.

5. Dienovereenkomstig heeft de Commissie op 14 februari 2002 een Mededeling "Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap" [3] aangenomen waarin zij haar kijk schetste op de belangrijkste inhoud van een dergelijke overeenkomst en waarin zij aan de Raad voorstelde over een dergelijke overeenkomst te onderhandelen namens de Gemeenschap.

[3] SEC(2002) 155.

6. Over de Kaderovereenkomst is in overeenstemming met de mandaten van de Raad van de EU en de ESA-Executieve [4] onderhandeld door de gemachtigde vertegenwoordigers van de twee partijen.

[4] doc. 8488/02 RECH 80 RESTREINT en ESA/C-M/CLIV/Res. 1 (Final)

7. De Commissie heeft aan de Raad een voorstel voorgelegd voor een besluit van de Raad waarbij machtiging wordt verleend voor de ondertekening van de bovengenoemde overeenkomst. De Raad heeft dit besluit op 20 oktober 2003 aangenomen en de overeenkomst is op 27 november 2003 in Brussel door de gemachtigde vertegenwoordigers van de twee partijen ondertekend.

8. Bovendien speelt de Kaderovereenkomst ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling van een Europees ruimtebeleid, zoals aangegeven in het Witboek "De ruimtevaart, een nieuwe Europese grens voor een uitbreidende Unie - een actieplan voor de uitvoering van het Europees ruimtevaartbeleid" [5] dat is uitgebracht als antwoord op het Groenboek "Europees ruimtevaartbeleid" [6].

[5] COM(2003) 673

[6] COM(2003) 17 def.

9. Deze voor een periode van vier jaar te sluiten Kaderovereenkomst wordt automatisch met verdere perioden van vier jaar verlengd, tenzij een van de partijen de andere partij ten minste één jaar vóór het verstrijken van enige geldigheidsperiode van deze overeenkomst schriftelijk op de hoogte stelt van haar voornemen deze op te zeggen.

10. De overeenkomst is gebaseerd op de principes van efficiëntie en wederzijds voordeel teneinde dubbel werk te voorkomen bij een coherente en geleidelijke ontwikkeling van een algemeen Europees ruimtebeleid.

11. De overeenkomst voorziet in:

- een koppeling tussen de vraag naar diensten en toepassingen die gebruikmaken van ruimtesystemen ter ondersteuning van het communautaire beleid;

- een gemeenschappelijke basis en de nodige operationele regelingen;

- samenwerkingsmechanismen behoudens de van toepassing zijnde wetgeving, taken en regelgeving van elke partij, inclusief financiële bepalingen, en met inachtneming van hun institutionele kader;

- samenwerkingsdoelstellingen: zeker stellen van Europa's onafhankelijke toegang tot de ruimte; verzekeren dat het Europees ruimtebeleid met name rekening houdt met het door de Gemeenschap gevoerde beleid; consolideren van de samenwerking tussen de partijen; koppelen van vraag en aanbod en tot stand brengen van coherentie en synergie van onderzoek en ontwikkeling om de hulpbronnen te optimaliseren.

12. In het licht van de bovenstaande overwegingen stelt de Commissie voor dat de Raad:

- namens de Gemeenschap, en na raadpleging van het Europees Parlement, de Kaderovereenkomst goedkeurt tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap;

- het Europees Ruimteagentschap in kennis stelt dat de nodige procedures voor de inwerkingtreding van de overeenkomst van de kant van de Europese Gemeenschap zijn afgerond.

2004/0028 (CNS)

Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD betreffende het sluiten van de Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 170 juncto de eerste zin van de eerste alinea van artikel 300, lid 2, daarvan,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Commissie heeft namens de Gemeenschap onderhandeld over een overeenkomst met het Europees Ruimteagentschap.

(2) De overeenkomst is op 25 november 2003 namens de Europese Gemeenschap ondertekend behoudens mogelijke sluiting ervan op een latere datum.

(3) Deze overeenkomst moet worden goedgekeurd,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap wordt hierbij namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van de overeenkomst is aan deze beschikking gehecht.

Artikel 2

De Voorzitter van de Raad wordt hierbij gemachtigd om de persoon aan te wijzen die bevoegd is om namens de Europese Gemeenschap de akte van goedkeuring te deponeren, zoals bepaald in artikel 12, lid 1, van de Kaderovereenkomst, teneinde uitdrukking te geven aan de instemming van de Gemeenschap om gebonden te zijn.

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

KADEROVEREENKOMST

TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN HET EUROPEES RUIMTEAGENTSCHAP

De Europese Gemeenschap

en

het Europees Ruimteagentschap

(hierna genoemd "de Partijen"),

OVERWEGENDE dat de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap van oordeel zijn dat een nauwere onderlinge samenwerking bevorderlijk zal zijn voor het vreedzaam gebruik van de ruimte, waardoor in belangrijke mate zal worden bijgedragen aan de Europese samenhang en de economische groei, en waardoor met de ruimte samenhangende activiteiten binnen een ruimer politiek, economisch, wetenschappelijk, ecologisch en maatschappelijk kader kunnen worden gebracht dat directer ten dienste van de Europese burger staat;

OVERWEGENDE dat beide Partijen er vertrouwen in hebben dat een dergelijke samenwerking in een meerwaarde zal resulteren die de Europese burger ten goede zal komen;

OVERWEGENDE dat de Partijen erkennen dat zij specifieke complementaire en wederzijds versterkende kwaliteiten hebben en zich ertoe hebben verbonden op een doeltreffende en voor beide partijen voordelige wijze samen te werken en hierbij nodeloos dubbel werk te vermijden;

OVERWEGENDE dat ruimtetechnologie een unieke en kritische technologie is geworden die de Gemeenschap de mogelijkheid geeft een groot aantal van haar beleidsdoelstellingen na te streven en te verwezenlijken, en met name die welke samenhangen met de informatiemaatschappij, met vervoer en milieubescherming;

GELET OP de verschillende door de Raad van de Europese Unie [7] en door de Raad van het Europees Ruimteagentschap [8] aangenomen resoluties, hebben die twee Raden de totstandbrenging van een kader voor samenwerking tussen de Partijen bevorderd, zonder af te doen aan de respectieve onderscheiden taken en verantwoordelijkheden van beide Partijen;

[7] De resoluties van de EU-Raad van 22 juni 1998 (PB C 224, blz. 1), 2 december 1999 (PB C 375, blz. 1), 16 november 2000 (PB C 371, blz. 2).

[8] De ESA-resoluties van: 23 juni 1998: ESA/C/CXXXVI/Res.1 (Final), 11 mei 1999: ESA/C-M/CXLI/Res.1 (Final); ESA/C(2000)67; ESA/C-M/CXLVIII/Res.1 (Final), 16.11.2000, verwijzend naar de Europese ruimtestrategie; ESA/C-M/CLIV/Res. 1 (Final), 15.11.2001; ESA/C-M/CLXV/Res.3 (Final), 27.5.2003.

OVERWEGENDE dat Beschikking nr. 676/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een regelgevingskader voor het radiospectrumbeleid in de Europese Gemeenschap (Radiospectrumbeschikking) relevant is, aangezien ruimtesystemen en -toepassingen altijd van de beschikbaarheid van radiofrequenties afhankelijk zullen zijn,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

ARTIKEL 1

Doel van de samenwerking

Met deze kaderovereenkomst wordt het volgende beoogd:

1. Een coherente en geleidelijke ontwikkeling van een globaal Europees ruimtebeleid. Specifiek is het de bedoeling van dit beleid de vraag naar diensten en toepassingen ter ondersteuning van het communautaire beleid waarbij ruimtesystemen worden gebruikt, te koppelen met het aanbod van de ruimtesystemen en infrastructuren die nodig zijn om aan die vraag te voldoen.

2. De totstandbrenging van een kaderstructuur waarmee wordt voorzien in passende operationele regelingen en een doeltreffende en wederzijds voordelige samenwerking tussen de Partijen op het vlak van ruimteactiviteiten in overeenstemming met hun respectieve taken en verantwoordelijkheden, met inachtneming van hun institutionele en operationele kader. De samenwerking uit hoofde van de Kaderovereenkomst tussen de Partijen is erop gericht:

a) Europa een onafhankelijke en kosteneffectieve toegang te verzekeren tot de ruimte en de ontwikkeling van andere terreinen van strategische betekenis, noodzakelijk voor een onafhankelijke benutting en toepassing van ruimtetechnologieën in Europa;

b) te verzekeren dat er bij het algemene Europees ruimtebeleid in het bijzonder met de algemene beleidslijnen van de Europese Gemeenschap rekening wordt gehouden;

c) het beleid van de Gemeenschap in verschillende sectoren te ondersteunen door gebruikmaking, waar toepasselijk, van ruimtetechnologieën en -infrastructuren, waar zulks aangewezen is, en door bevordering van het gebruik van ruimtesystemen ter ondersteuning van duurzame ontwikkeling, economische groei en werkgelegenheid;

d) het gebruik van expertise en beschikbare middelen te optimaliseren en bij te dragen aan een consolidering van de nauwe samenwerking tussen the Europese Gemeenschap en het ESA, en daarbij binnen een strategische partnerschap een koppeling tot stand te brengen tussen de vraag naar en het aanbod van ruimtesystemen;

e) te zorgen voor een grotere mate van coherentie en synergie tussen onderzoek en ontwikkeling, ten einde het gebruik te optimaliseren van de in Europa beschikbare middelen, met inbegrip van het netwerk van technische centra.

ARTIKEL 2

Beginselen van de samenwerking

1. De samenwerking tussen de Partijen vindt plaats tegen de achtergrond van de gemeen schappelijke doelstellingen als omschreven in artikel 1, met inachtneming van de respectieve taken en verantwoordelijkheden en de respectieve institutionele contexten en operationele kader structuren.

2. Elke Partij neemt de besluiten die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze overeen komst, als beschreven in artikel 4, zulks in overeenstemming met haar eigen interne procedures.

3. Indachtig de aard van ruimtetechnologieën en -infrastructuren, houden beide Partijen, bij de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met hun eigen beveiligingsdimensie rekening.

ARTIKEL 3

Terreinen van de samenwerking

1. De Partijen hebben besloten dat er op de volgende specifieke gebieden zal worden samengewerkt:

- Wetenschap

- Technologie

- Aardobservatie

- Navigatie

- Communicatie per satelliet

- Menselijke ruimtevluchten en microzwaartekracht

- Lanceerinrichtingen

- Ruimtegerelateerd spectrumbeleid.

2. De Partijen mogen nieuwe terreinen voor samenwerking aanwijzen en ontwikkelen.

ARTIKEL 4

Uitvoering

1. Voor de uitvoering van deze overeenkomst neemt elke Partij, in overeenstemming met haar eigen prerogatieven, juridische instrumenten en procedures, alle nodige maatregelen om het in artikel 1 genoemde doel van de samenwerking te kunnen bereiken.

2. Dergelijke maatregelen dienen ter bevordering van het gebruik van ruimteonderzoek, -ontwikkeling en -toepassingen in de openbare en particuliere sector, van de goedkeuring van wetgevings-, regelgevings- en normaliseringsmaatregelen in deze sector, en de financiering en uitvoering van gezamenlijke initiatieven overeenkomstig artikel 5.

3. Elke Partij doet een beroep op de bevoegdheden en vaardigheden van de ander, wanneer een maatregel met het oog op het doel van de samenwerking noodzakelijk is, en verschaft de andere Partij expertise en bijstand op de terreinen waarvoor zij specifieke bevoegdheid heeft.

ARTIKEL 5

Gezamenlijke initiatieven

1. Behoudens het bepaalde in lid 3 kunnen de door de Partijen te ontplooien gezamenlijke initiatieven, zonder hiertoe beperkt te zijn, de volgende vormen aannemen:

a) het beheer door het ESA van ruimtegerelateerde activiteiten van de Europese Gemeenschap, in overeenstemming met de regels van de Europese Gemeenschap,

b) de deelneming door de Europese Gemeenschap aan een optioneel programma van het Europees Ruimteagentschap, in overeenstemming met artikel V.I.b van het ESA-Verdrag;

c) de ontplooiing van activiteiten welke door beide Partijen worden gecoördineerd, geïmplementeerd en gefinancierd;

d) de oprichting door de Partijen van organen belast met initiatieven ter aanvulling van onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten, zoals dienstverlening, de vorming van personeel en het beheer van infrastructuren;

e) de uitvoering van studies, het organiseren van wetenschappelijke seminars, conferenties, symposia en workshops, de opleiding van wetenschappers en technische deskundigen, het uitwisselen of delen van apparatuur en materialen, de toegang tot faciliteiten, en de ondersteuning van bezoeken en uitwisselingen van wetenschappers, technici of andere specialisten.

2. Wanneer voor de uitvoering van een gezamenlijk initiatief een gedetailleerde definitie vereist is, wordt hierin voorzien met tussen de Partijen overeen te komen specifieke regelingen. Waar van toepassing omvatten dergelijke specifieke regelingen ten minste het volgende:

a) de globale missiedefinitie;

b) een beschrijving van de doelstellingen;

c) en geconsolideerde reeks gebruikersvereisten;

d) een werkplan;

e) een passend beheersplan;

f) de rol van en de financiële implicaties voor de Partijen;

g) een industrieel beleidsplan;

h) begrotingsaspecten;

i) regels voor de intellectuele eigendomsrechten en eigendomsregels, waaronder die betreffende de overdracht van eigendom, de uitvoeringbeginselen met inbegrip van stemrechten en de deelneming van derden.

Beide Partijen werken zo spoedig mogelijk, in aanvulling op deze specifieke regelingen, de nodige leidende beginselen uit.

3. Eventuele financiële bijdragen van een der Partijen in overeenstemming met een specifieke regeling vallen onder de op die Partij van toepassing zijnde financiële bepalingen. Onder geen beding is de Europese Gemeenschap gehouden de in het ESA-Verdrag vervatte "geografische spreidings"-regel en met name bijlage V hiervan toe te passen. De regels betreffende financiële controle en audits bij de Partij die tot de gezamenlijke initiatieven bijdraagt, of bij beide Partijen in geval van een gezamenlijke bijdrage, moeten bij alle gezamenlijke activiteiten worden nageleefd.

ARTIKEL 6

Raadpleging en informatie

1. De Partijen raadplegen elkaar op gezette tijden ten einde hun activiteiten zo volledig mogelijk te coördineren. De ene Partij stelt de andere steeds in kennis van eventuele initiatieven in het kader van haar eigen besluitvormingproces, op de in artikel 3 genoemde samenwerkingsgebieden, welke voor de andere Partij van belang kunnen zijn.

2. De Partijen zorgen, binnen het bestek van hun eigen regels, voor een uitwisseling van alle informatie waarover zij beschikken en die voor de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst vereist kan zijn.

3. Tenzij anders bepaald, onthullen de Partijen niets van de in verband met deze overeenkomst uitgewisselde informatie aan personen die niet bij hen in dienst zijn of die niet officieel zijn gemachtigd met dergelijke informatie om te gaan; evenmin gebruiken zij deze informatie voor commerciële doeleinden. Wanneer dergelijke informatie wordt onthuld, gebeurt dit alleen voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van deze overeenkomst, als aangegeven in artikel 1, en in strikte vertrouwelijkheid.

ARTIKEL 7

Externe dimensie van de samenwerking

1. De Partijen stellen elkaar in kennis van activiteiten met een internationale dimensie die voor de ander van belang kunnen zijn.

2. In voorkomend geval kan een Partij, met betrekking tot zaken die haar internationale activiteiten betreffen, de andere Partij raadplegen.

3. Wanneer eenmaal, in overeenstemming met artikel 5, een specifieke regeling tussen de Partijen is overeengekomen, dragen de Partijen, in overeenstemming met die specifieke regeling, gezamenlijk zorg voor de externe aspecten van deze gezamenlijke activiteit ten aanzien van derden.

ARTIKEL 8

Coördinatie en vergemakkelijking van samenwerkingsactiviteiten

1. De coördinatie en vergemakkelijking van samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze overeenkomst worden bewerkstelligd door middel van regelmatig plaatsvindende gezamenlijke en gelijktijdige zittingen van de Raad van de Europese Unie en de Raad van het ESA op ministerieel niveau ("Ruimteraad").

2. Deze gezamenlijke en gelijktijdige vergaderingen hebben onder meer tot doel:

a) beleidslijnen te verschaffen ter ondersteuning van de doelstellingen van deze overeenkomst en om te kunnen vaststellen welke maatregelen vereist zijn;

b) aanbevelingen te doen, vooral met betrekking tot de voornaamste onderdelen van de specifieke regelingen;

c) de Partijen te adviseren over manieren om de samenwerking in overeenstemming met de in deze overeenkomst aangegeven beginselen te verbeteren;

d) Na te gaan hoe doeltreffend en efficiënt de Overeenkomst functioneert.

3. Een secretariaat verleent bij deze gelijktijdige vergaderingen assistentie en werkt de uit de uitvoering van deze overeenkomst voortkomende initiatieven verder uit. Dit secretariaat implementeert de beleidslijnen welke door de gelijktijdige vergaderingen van de twee Raden worden verschaft. Het Secretariaat stelt zijn eigen reglement van orde vast en is samengesteld uit ambtenaren van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de ESA-Executieve. De Partijen verplichten zich ertoe, in overeenstemming met hun respectieve regels en procedures, een bijdrage te leveren tot de vereiste administratieve ondersteuning.

4. Onverlet de interne besluitvormingsprocedures van beide Partijen overlegt het Secretariaat op geregelde en informele basis met hooggeplaatste vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van het Europees Ruimteagentschap, met het oogmerk tot gemeenschappelijke inzichten te komen in met de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst samenhangende vraagstukken.

ARTIKEL 9

Uitwisseling van personeel

1. De Partijen kunnen voor bepaalde perioden personeelsleden bij elkaar detacheren om expertise met elkaar te delen en tot een beter wederzijds begrip te komen.

2. De regels ter uitvoering van dit artikel worden opgesteld door de groep ambtenaren die, overeenkomstig artikel 8, tezamen het Secretariaat uitmaken, en worden goedgekeurd in de vorm van een specifieke regeling uit hoofde van deze kaderovereenkomst.

ARTIKEL 10

Public relations

1. De Partijen verplichten zich tot een voorafgaande coördinatie van hun pr-, pers- en media-activiteiten met betrekking tot enige gezamenlijke openbare activiteiten in verband met onder deze overeenkomst vallende onderwerpen.

2. Bij alle relevante media-activiteiten wordt de rol van elke Partij bij deze overeenkomst duidelijk omschreven en vermeld.

3. De gedetailleerde regelingen voor de implementatie van de in dit artikel bedoelde pr-activiteiten worden gezamenlijk goedgekeurd.

ARTIKEL 11

Regeling van geschillen

1. Enige geschillen tussen de Partijen in verband met de interpretatie of uitvoering van deze overeenkomst worden voor rechtstreekse onderhandelingen voorgelegd aan de groep ambtenaren die tezamen het Secretariaat uitmaken.

2. Indien het niet mogelijk is het geschil in overeenstemming met lid 1 tot een oplossing te brengen, kan een van de Partijen de andere in kennis stellen van de aanwijzing van een scheidsrechter. De andere Partij wijst dan binnen een termijn van twee maanden haar eigen scheidsrechter aan. De twee scheidsrechters wijzen ten slotte binnen één maand een derde scheidsrechter aan.

3. De besluiten van de scheidsrechters worden bij meerderheid van stemmen genomen.

4. De uitspraak van het scheidsgerecht is voor de Partijen definitief en bindend.

5. De bij het geschil betrokken Partijen ondernemen de nodige stappen om de beslissingen van de scheidsrechters uit te voeren.

ARTIKEL 12

Inwerkingtreding, duur, wijzigingen, beëindiging

1. Deze overeenkomst treedt in werking op de datum van de laatste schriftelijke mededeling waarbij de Partijen elkaar in kennis stellen van het feit dat hun respectieve interne procedures, noodzakelijk voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, zijn voltooid.

2. Deze overeenkomst blijft, vanaf de datum van haar inwerkingtreding, vier jaar van kracht. Zij zal automatisch met verdere tijdvakken van vier jaar worden verlengd, tenzij een van de Partijen de andere Partij, ten minste één jaar voor het verstrijken van enige geldigheidsperiode van deze overeenkomst, schriftelijk op de hoogte stelt van haar voornemen haar te beëindigen.

3. Deze overeenkomst eindigt na verstrijken van een periode van twaalf maanden na de ontvangst van een schriftelijke kennisgeving van de ene Partij aan de andere Partij.

4. De beëindiging of afloop van deze overeenkomst is niet van invloed op de geldigheid van de in overeenstemming met artikel 5 door de Partijen overeengekomen specifieke regelingen, welke onverminderd van kracht zullen blijven totdat aan de voorwaarden voor hun uitvoering of beëindiging is voldaan.

5. Deze overeenkomst kan alleen bij schriftelijke overeenstemming tussen de Partijen worden gewijzigd.

6. Deze overeenkomst is niet bedoeld ter wijziging of vervanging van enige eerdere tussen de Partijen gesloten overeenkomsten, welke, in overeenstemming met hun eigen voorwaarden en bepalingen, onverminderd van kracht blijven.

ARTIKEL 13

Ondertekening en authenticiteit

Deze overeenkomst is in twee exemplaren opgesteld in de Deense, Duitse, Engelse, Finse, Franse, Griekse, Italiaanse, Nederlandse, Portugese, Spaanse, Noorse en Zweedse taal, waarbij al deze teksten gelijkelijk authentiek zijn.

FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ HET BESLUIT

Beleidsgebied(en): Onderzoek en Ontwikkeling

Activiteit(en): Ruimtevaart

Titel van de Actie: Voorstel voor een beschikking van de raad betreffende het sluiten van de kaderovereenkomst tussen de Europese gemeenschap en het europees ruimteagentschap

1. BEGROTINGSPLAATS(EN) + OMSCHRIJVING(EN)

BGUE-B2004-08 01 05 03

Andere beheersuitgaven voor onderzoek

2. ALGEMENE CIJFERS

2.1. Totale toewijzing voor de actie (Deel B): 0,168 miljoen EUR aan vastleggingskredieten

De enige directe kosteneffecten van de Kaderovereenkomst (details zie hieronder) vloeien voort uit het voornemen van beide partijen, zoals vermeld in artikel 5, om te onderhandelen over richtsnoeren betreffende toekomstige gezamenlijke initiatieven. De desbetreffende nieuwe onderhandelingen zullen naar verwachting duren tot eind 2004.

2.2. Duur:

Het is de bedoeling dat de Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap een looptijd heeft van minstens vier jaar.

2.3. Algemene meerjarenraming van de uitgaven:

(a) Tijdschema vastleggingskredieten/betalingskredieten (financiering uit de begroting) (zie punt 6.1.1)

in miljoen EUR (tot op drie decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(b) Technische en administratieve bijstand en ondersteuningsuitgaven (zie punt 6.1.2)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(c) Totale financiële gevolgen in verband met de personele middelen en andere huishoudelijke uitgaven (zie punten 7.2 en 7.3)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2.4. Verenigbaarheid met de financiële programmering en de financiële vooruitzichten

(JA) Voorstel verenigbaar met bestaande financiële programmering.

(NEE) Voorstel vereist een herprogrammering van de betrokken rubriek van de financiële vooruitzichten.

(NEE) Voorstel vereist, in voorkomend geval, een beroep op de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord.

2.5. Financiële gevolgen voor de ontvangsten: [9]

[9] Zie voor verdere informatie de afzonderlijke toelichting.

(JA) Geen enkele implicatie (betreft technische aspecten in verband met de tenuitvoerlegging van een maatregel)

OF

(NEE) Het voorstel heeft financiële gevolgen - het effect op de ontvangsten is als volgt:

(NB Alle opmerkingen en toelichtingen met betrekking tot de methode waarmee de gevolgen voor de ontvangsten worden berekend, moeten op een afzonderlijk blad worden toegevoegd.)

(in miljoen EUR tot op een decimaal nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(Elke betrokken begrotingsplaats beschrijven en het nodige aantal rijen aan de tabel toevoegen indien het effect betrekking heeft op meerdere begrotingsplaaten.)

3. BEGROTINGSKENMERKEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. RECHTSGRONDSLAG

Artikel 170 van het EG-Verdrag

Artikel 300 van het EG-Verdrag

5. BESCHRIJVING EN MOTIVERING

5.1. Noodzaak van een communautair optreden [10]

[10] Zie voor verdere informatie de afzonderlijke toelichting.

5.1.1. Nagestreefde doelstellingen

Europa dient een Europees ruimtebeleid te ontwikkelen en implementeren, een taak die essentieel afhangt van de samenwerking tussen de Europese Unie en het Europees Ruimteagentschap.

Derhalve wordt voorgesteld de na onderhandeling ondertekende Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap, die voor het eerst gezamenlijke doelstellingen formele werkrelaties bepaalt, te sluiten.

5.2. Voorgenomen acties en wijze van financiering uit de begroting

Er zullen met het Europees Ruimteagentschap en met de lidstaten regelmatig vergaderingen worden georganiseerd voor het beoordelen van de implementatie van deze overeenkomst. Organisatie van een "Europese Ruimteraad wordt overwogen".

5.3. Uitvoeringsmethoden

Overeenkomstig de voorwaarden van de Kaderovereenkomst en met name artikel 4.

6. FINANCIELE GEVOLGEN

De enige kosten die dit initiatief met zich zal meebrengen betreffen intern Commissiepersoneel en dienstreizen.

Voor de financiering van de kosten in verband met Commissiepersoneel en dienstreizen nodig voor de onderhandelingen over de modelovereenkomsten wordt gebruik gemaakt van de middelen die zijn gereserveerd voor de horizontale activiteiten van DG RTD en dit binnen het totale begrotingskrediet.

6.1. Totale financiële gevolgen voor Deel B - (voor de gehele programmeringsperiode)

1) Vergaderingen in Parijs om de twee maanden (met 5 deelnemers) 6 * 5 * 1000 EUR = 30000 EUR

2) Organisatie van 6 vergaderingen in Brussel (naar verwachting 1000 EUR per vergadering) 6* 1000 EUR = 6000 EUR

3) Organisatie van Europese Ruimteraad 6000 EUR

6.1.1. Financiering

Vastleggingskredieten (in miljoen EUR tot op drie decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6.1.2. Technische en administratieve bijstand, ondersteuningsuitgaven en IT-uitgaven (vastleggingskredieten)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

6.2. Berekening van de kosten per overwogen maatregel in Deel B (voor de gehele programmeringsperiode) [11]

[11] Zie voor verdere informatie de afzonderlijke toelichting.

(Bij meerdere acties dienen de concrete maatregelen die voor elke actie moeten worden genomen, te worden gepreciseerd om het volume en de kosten van de prestaties te berekenen.)

Vastleggingen in miljoen EUR tot op drie decimalen nauwkeurig)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Zo nodig de wijze van berekening toelichten

7. GEVOLGEN VOOR HET PERSONEELSBESTAND EN DE HUISHOUDELIJKE UITGAVEN

De Commissie zal hoofdzakelijk gebruik maken van de bestaande personeelsmiddelen van de eenheid Ruimtebeleid RTD/H4 (4A, 1B, 2C en 7 END). De middelen voor de implementatie van de overeenkomst die voortvloeien uit de interne herschikking binnen DG RTD zullen evenwel worden gerapporteerd.

De behoeften aan personele en huishoudelijke middelen worden gedekt binnen de toewijzing die het beherende DG in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure heeft gekregen.

7.1. Gevolgen voor de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

7.2. Totale financiële gevolgen voor de personele middelen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen corresponderen met de totale uitgaven voor twaalf maanden.

7.3. Andere huishoudelijke uitgaven die uit de actie voortvloeien

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

De bedragen vormen de totale uitgaven over twaalf maanden.

1 Aangeven om welk type comité het gaat en tot welke groep het behoort.

I. Jaartotaal (7.2 + 7.3) // 864000 EUR

II. Duur van de actie // 4 jaar

III. Totale kosten van de actie (I x II) // 3456000 EUR

8. FOLLOW-UP EN EVALUATIE

8.1. Follow-up systeem

Een jaarlijkse beoordeling van de implementatie van de Kaderovereenkomst op de in artikel 3 bepaalde gebieden. Overleg tussen de partijen is geregeld in artikel 6. Coördinatie is geregeld in artikel 8.

8.2. Modaliteiten en frequentie van de geplande evaluatie

Elk van de partijen beoordeelt jaarlijks de effectiviteit van de toepassing van deze overeenkomst. Artikel 12 is van toepassing.

9. FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

Om het risico van fraude of onregelmatigheden te voorkomen voert de Commissie zo nodig of op verzoek financiële audits uit, met name wanneer twijfels rijzen betreffende financiële aspecten van de implementatie van deze overeenkomst.

Top