Ce document est extrait du site web EUR-Lex
Document 52004DC0298
Mid-Term Report from the Commission to the European Parliament and the Council on the implementation of Edicom II programme
Tussentijds Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de Uitvoering van het Edicom II-programma
Tussentijds Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de Uitvoering van het Edicom II-programma
/* COM/2004/0298 def. */
Tussentijds verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de Uitvoering van het Edicom II-programma /* COM/2004/0298 def. */
TUSSENTIJDS VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD OVER DE UITVOERING VAN HET EDICOM II-PROGRAMMA 1. SAMENVATTING Achtergrond 1. Sinds de totstandkoming van de interne markt op 1 januari 1993 en de afschaffing van douaneformaliteiten tussen de lidstaten van de EU is onder de naam Intrastat een nieuw gegevensverzamelingssysteem voor statistieken van het fysieke goederenverkeer geïmplementeerd. Het vastleggen van het handelsverkeer met EU-landen werd derhalve omgezet in direct onderzoek bij de bedrijven. Het statistisch systeem betreffende het handelsverkeer tussen de lidstaten van de Europese Unie en de rest van de wereld, Extrastat, blijft gebaseerd op de informatie van het ED (enig document), dat bij de douaneautoriteiten moet worden ingediend. 2. Beschikking 507/2001/EG van 12 maart 2001 (Edicom) van het Europees Parlement en de Raad [1] beoogt het statistisch netwerk voor de verzameling, de verwerking en de verspreiding van intra- en extracommunautaire statistieken modern, rationeel en doeltreffend te maken en de statistische methoden te verbeteren en te harmoniseren. Het doel is betrouwbaardere informatie te verzorgen die goedkoper voor de informatieplichtigen en de overheid is en sneller beschikbaar komt, en daarnaast beter op gebruikersbehoeften kan inspelen. [1] PB L 76 van 16.3.2001, blz. 1. 3. Edicom II werd ontwikkeld voor een periode van vijf jaar, vanaf 2001, en is gericht op zes hoofddoelstellingen: - Doelstelling 1: Een netwerk met betere, goedkopere en sneller beschikbare informatie conform de eisen van het communautaire beleid. - Doelstelling 2: Een netwerk met relevante en op de veranderende behoeften van de gebruikers in het kader van de Economische en Monetaire Unie en de internationale economische omgeving afgestemde informatie. - Doelstelling 3: Een netwerk met beter in het algemene statistische systeem geïntegreerde en aan de ontwikkeling van het administratieve kader aangepaste informatie. - Doelstelling 4: Een netwerk ter verbetering van de statistische dienstverlening aan overheidsdiensten en gebruikers en verstrekkers van gegevens. - Doelstelling 5: Een netwerk gebaseerd op hulpmiddelen voor het verzamelen van informatie volgens de laatste stand van de techniek om de verstrekkers van gegevens betere voorzieningen te bieden. - Doelstelling 6 (horizontaal): Een geïntegreerd en interoperabel netwerk. 4. Deze doelstellingen zijn, zoals beschreven in de ex ante evaluaties van het programma, uitgesplitst in dertien maatregelen. 5. De Commissie geeft ieder jaar een beschikking betreffende het jaarlijkse Edicom II-werkprogramma, dat door de Intrastat/Extrastat-commissie moet worden goedgekeurd. Doelstelling en achtergrond van de evaluatie 6. De evaluatie die in dit verslag wordt gegeven heeft als belangrijkste doel "het Europees Parlement en de Raad een tussentijds verslag voor (te leggen) over de activiteiten die gefinancierd zijn in het kader van het nieuwe programma zodat er een eventuele herziening mogelijk is van de acties die krachtens (de) beschikking worden uitgevoerd", overeenkomstig artikel 5, lid 2, van de Edicom-beschikking. Dit verslag is opgesteld door Eurostat (eenheid F/2 - Internationale handel) 7. Deze evaluatie is gericht op de werkprogramma's voor de jaren 2001-2003. Niet alle maatregelen die in het kader van deze werkprogramma's worden uitgevoerd, waren eind 2003 afgerond. Belangrijkste bevindingen 8. De doelstellingen van de werkprogramma's voor 2001, 2002 en 2003 waren in overeenstemming met die van het algehele programma. De programma's waren zodanig opgezet dat de werkzaamheden efficiënt tussen de lidstaten en Eurostat konden worden verdeeld. Voor de meeste projecten waren de verwachte resultaten duidelijk vastgesteld, wat de realisatie en bewaking ervan vergemakkelijkte. 9. De tenuitvoerlegging van het werkprogramma heeft op bijzonder efficiënte wijze plaatsgevonden, wat vooral te danken is aan de hulp van speciale werkgroepen. Er is op tal van gebieden voortgang geboekt, van de verzameling van gegevens tot de verspreiding ervan. Binnen de meeste projecten zijn aanmerkelijke resultaten behaald en er zijn veel toepassingen ontwikkeld. 10. De belangrijkste voorlopige prestaties overeenkomstig de algemene doelstellingen van de beschikking zijn: A. Doelstelling 1: Maatregelen met betrekking tot het opzetten van een netwerk met betere, goedkopere en sneller beschikbare informatie conform de eisen van het communautaire beleid 11. Het verkorten van de levertijd van gegevens aan Eurostat vormde een van de essentiële behoeften. Veel lidstaten hebben geavanceerde schattingsmethoden ontwikkeld of verbeterd, die in de werkprogramma's voor 2002 en 2003 worden geïmplementeerd. 12. In het kader van de gegevensverwerking en -analyse zijn al verbeteringen geboekt. De controle en correctie van basisgegevens is verder geautomatiseerd en de vergelijking van Intrastat-gegevens met andere bronnen vindt systematischer plaats. Bovendien hebben veel lidstaten met succes gewerkt aan de verbetering van schattingsmethoden voor handel onder de drempelwaarden, non-respons en statistische waarde. 13. De binnen de doelstelling ondernomen gecentraliseerde maatregelen moeten leiden tot de ontwikkeling van geharmoniseerde methoden op uiteenlopende gebieden, zoals het opstellen van geavanceerde schattingsmethoden, actualiseringsmethoden, de controle van basisstatistieken en geaggregeerde statistieken van de handel en de aanpassing van niet-geregistreerde handel. Er is enig onderzoek gedaan om extra- en intracommunautaire handel op elkaar af te stemmen. De meeste van deze werkzaamheden hebben geresulteerd in de vaststelling van nieuwe methoden en hebben het mogelijk gemaakt software te ontwikkelen waarmee deze kunnen worden geïmplementeerd. Bovendien is er een databank opgezet voor de kwaliteitsindicatoren op lidstaatniveau, waarin zowel kwantitatieve als kwalitatieve indicatoren zijn opgenomen. Het kwaliteitsverslag over de statistieken van de buitenlandse handel wordt middels deze databank jaarlijks bijgewerkt. De databank zelf wordt jaarlijks met behulp van een aan de lidstaten toegezonden vragenlijst geactualiseerd. Dit is een nuttig instrument voor de kwantitatieve evaluatie van het Edicom II-programma. B. Doelstelling 2: Maatregelen met betrekking tot het opzetten van een netwerk met relevante en op de ontwikkeling van de behoeften van de gebruikers in het kader van de Economische en Monetaire Unie en van de internationale economische omgeving afgestemde informatie 14. Eurostat heeft een project uitgevoerd waardoor het inzicht in de door de lidstaten toegepaste methoden op het gebied van het beheer van vertrouwelijke gegevens is vergroot. Daarnaast is er een reeks aanbevelingen gedaan om goede praktijken ten aanzien van vertrouwelijkheid bij buitenlandse handel aan te moedigen en slechte praktijken te ontmoedigen. Dit zal voor zowel de huidige lidstaten als de toetredende landen van nut zijn bij het verbeteren van de kwaliteit van de gegevens, door het vertrouwelijkheidsaspect te beperken zonder dat hierbij individuele gegevens openbaar worden gemaakt. 15. Verder is er onderzoek gedaan naar het aanleveren van nieuwe statistieken. Het lijkt van belang de kwestie van de mondialisering aan te pakken. In dit kader heeft een analyse uitgewezen dat informatie over handel binnen ondernemingen van nut kan zijn, maar onderzocht moet worden in hoeverre deze informatie in detail moet worden verzameld en wat hiervoor de beste methoden zijn. C. Doelstelling 3: Maatregelen met betrekking tot het opzetten van een netwerk met beter in het algemene statistische systeem geïntegreerde en aan de ontwikkeling van het administratieve kader aangepaste informatie 16. Eurostat en de lidstaten hebben projecten ontwikkeld die zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit en de interoperabiliteit van registers. Deze werkzaamheden zullen nauwlettend worden gevolgd door de task force voor handelsregisters en mondialisering, en kunnen van nut zijn bij het consistenter maken van handels- en bedrijfsstatistieken. 17. De resultaten die in het kader van de verschillende projecten op het gebied van det gegevensverzameling zijn behaald, zijn in overeenstemming met de doelstellingen, en voorzien in de aangegeven behoeften. Een van de belangrijkste doelen op dit gebied is de aanpassing van Intrastat. Uit de in dit verband gestarte haalbaarheidsonderzoeken bleek dat er geen ingrijpende aanpassingen meer nodig zijn. Er is een nieuwe Intrastat-wetgeving voorbereid en door de Commissie vastgesteld. Deze basiswetgeving zal moeten worden aangevuld met uitgebreide uitvoeringsregels (een verordening van de Commissie) en richtsnoeren, teneinde de tenuitvoerlegging door de lidstaten mogelijk te maken. 18. Ook in verband met de aanpassing van Extrastat heeft Eurostat projecten opgestart waarin de behoefte aan tariefstatistieken wordt geanalyseerd en wordt onderzocht in hoeverre douaneaangiften kunnen worden gebruikt voor statistische doeleinden. Uit de onderzoeken is gebleken dat de tariefstatistieken moesten worden verbeterd om tegemoet te komen aan de behoeften van de gebruikers. In deze context lijkt een breder gebruik van douaneaangiften echter beperkt. Op basis hiervan zou nieuwe Extrastat-wetgeving kunnen worden voorbereid. D. Doelstelling 4: Maatregelen met betrekking tot het opzetten van een netwerk ter verbetering van de statistische dienstverlening aan overheidsdiensten en gebruikers en verstrekkers van gegevens 19. De ontwikkeling van een automatisch systeem om goederen te classificeren binnen de betreffende nomenclatuur bleek niet mogelijk te zijn. Er werden echter nieuwe maatregelen gepland voor een snellere, gebruikersvriendelijke toegang tot de classificaties en daaraan gerelateerde producten. 20. Met het oog op verspreiding van gegevens bestaat er dringend behoefte aan het verkorten van de verspreidingstijd van gegevens. Eurostat heeft verschillende instrumenten ontwikkeld om de volledigheid van de gegevens en de mate van gedetailleerdheid te verbeteren en een snelle verspreiding te waarborgen. E. Doelstelling 5: Maatregelen met betrekking tot het opzetten van een netwerk gebaseerd op hulpmiddelen voor het verzamelen van informatie volgens de laatste stand van de techniek om de verstrekkers van gegevens betere voorzieningen te bieden 21. Met betrekking tot hulpmiddelen voor het verzamelen van gegevens heeft Eurostat gezorgd voor het onderhoud en de verspreiding van de geactualiseerde versie van IDEP/CN8 (elektronisch formulier voor Intrastat). Maatregelen van de lidstaten inzake IDEP waren gebaseerd op een door de Intrastat-commissie overeengekomen strategie om de ontwikkeling en het onderhoud van het instrument met ingang van 2004 te decentraliseren. Eurostat en de lidstaten hebben nieuwe projecten opgezet om het verzamelen van gegevens via internet te ontwikkelen en te implementeren. 22. Daarnaast heeft Eurostat de gestandaardiseerde berichten (Edifact, XML) onderhouden en verder ontwikkeld. Ook zijn er in dit kader documentatiegidsen voor berichten uitgegeven. F. Doelstelling 6 (horizontaal): Maatregelen met betrekking tot het opzetten van een geïntegreerd en interoperabel netwerk 23. De dienstverlening aan de gebruikers is verbeterd: er zijn gebruikersgidsen samengesteld, de functionaliteit van het Comext-systeem [2] is verbeterd, er zijn cursussen georganiseerd en er is een standalone-versie van Comext ontwikkeld voor het zoeken van gegevens op cd-rom en via andere media, en voor onderzoek en ontwikkeling van web-support voor Comext en het onderhoud daarvan. [2] COMEXT is de databank van Eurostat waarin alle beschikbare informatie over handelsstatistieken is opgenomen. 24. Er zijn maatregelen gestart om instrumenten en methoden te ontwikkelen voor verschillende gebieden binnen het Europese netwerk: de verwerking en validering van gegevens, de communicatien tussen nationale overheidsdiensten en Eurostat, de toegang vanr de gebruikers tot de statistische gegevens en de metagegevens, onder andere door meer gebruik te maken van internet en door de functies van de software voor de verspreiding van statistieken over het goederenverkeer te verbeteren. Dit project, XT-net genaamd, is de belangrijkste uitdaging voor het eind van het Edicom-programma. 25. Gezien de constante veranderingen en nieuwe behoeften op het gebied van de statistiek van de buitenlandse handel werd het daarnaast noodzakelijk geacht het bestaande methodologische materiaal opnieuw te beoordelen en bij te werken, en dit in een databank op te slaan om de informatie gemakkelijk toegankelijk te maken. De belangrijkste resultaten van deze maatregel zijn verwezenlijkt. Risicoanalyse 26. De voornaamste risico's voor de voortzetting van het programma waren: - de beheerscapaciteit van het programma; - de risico's ten aanzien van de middelen die nodig zijn om de doelstellingen van het programma te verwezenlijken; - de haalbaarheid van het programma met het oog op de beschikbaarheid van begrotingsmiddelen; - het onderhoud en de samenhang van computerhulpmiddelen; - de verbreding van het programma na de uitbreiding. Bij het definiëren van de richtsnoeren voor de toekomstige maatregelen is met deze risico's rekening gehouden. Algemene richtsnoeren en aanbevelingen voor de programma's voor 2004-2005 27. Er moeten maatregelen worden genomen om te waarborgen dat het nieuwe Financieel Reglement strikt wordt toegepast. De lidstaten dienen relevante aanbevelingen te ontvangen van de Commissie. 28. De ontwikkelde methoden en instrumenten moeten aan alle lidstaten beschikbaar worden gesteld en via daartoe geëigende wegen - zoals seminars, workshops en richtsnoeren - worden gevaloriseerd, teneinde de beste werkwijzen vast te stellen en te stimuleren. 29. Er dient versterkte nadruk te worden gelegd op de coördinatie van de verschillende maatregelen en het toezicht daarop. De partnerschap met de lidstaten door middel van "werkgroepen" moet dienovereenkomstig worden aangepast. 30. Zowel bij de gecentraliseerde als bij de gedecentraliseerde maatregelen moeten de gevolgen van de uitbreiding in overweging worden genomen. Er moet een specifiek werkplan voor de nieuwe lidstaten worden opgesteld; voor de uitvoering daarvan moeten voldoende hulpmiddelen beschikbaar zijn. 31. Voor de gedecentraliseerde maatregelen, die door lidstaten moeten worden uitgevoerd, gelden de volgende prioriteiten: - implementatie van de nieuwe Intrastat-kwaliteitseisen (dekking, tijdigheid, vertrouwelijkheid, rapportage); - invoering van de nieuwe gemeenschappelijke methoden en instrumenten die als onderdeel van het programma zijn ontwikkeld. 32. Alle voorstellen voor nieuwe maatregelen moeten zorgvuldig worden geanalyseerd (eisen waaraan voldaan moet worden, uitvoerbaarheid, beheerscapaciteit van de maatregelen, prioriteitsniveau, langetermijngevolgen) en door de Commissie worden goedgekeurd. 33. Er moet nu worden nagedacht over de vraag of het Edicom-programma moet worden voortgezet. Een voorlopig voorstel van de Commissie moet voor het einde van 2004 door de Intrastat/Extrastat-commissie worden bestudeerd. De doelstelling moet zijn de stabiliteit van het systeem en de duurzaamheid van de ontwikkelde instrumenten te waarborgen. 2. Algemene doelstellingen van het EDICOM II-programma 34. Sinds de totstandkoming van de interne markt op 1 januari 1993 en de afschaffing van douaneformaliteiten tussen de lidstaten van de EU is er een nieuw gegevensverzamelingssysteem geïmplementeerd voor statistieken van het fysieke goederenvervoer, met de naam Intrastat. Het vastleggen van het handelsverkeer met EU-landen werd derhalve omgezet in direct onderzoek binnen bedrijven. Het statistisch systeem over het handelsverkeer tussen lidstaten van de Europese Unie en de rest van de wereld, Extrastat, blijft gebaseerd op de informatie in het ED (enig document), die door de douaneautoriteiten wordt .verzameld Op de implementatie van Intrastat volgde een afname van de kwaliteit van de gegevens. Teneinde het nieuwe statistische systeem te herstructureren werd in het kader van Besluit 96/715/EG van de Raad van 9 december 1996een ondersteuningsprogramma met de naam Edicom I (Electronic Data Interchange on Commerce) geïmplementeerd. 35. De in het kader van dit programma ondernomen maatregelen hebben tot bevredigende resultaten geleid. De levertijd van de gegevens is aanzienlijk verkort. Verstrekkers van gegevens hebben het nieuw systeem aanvaard, en hiermee is het aantal niet-overgebrachte Intrastat-aangiften sterk afgenomen. Bovendien hebben de standaardisering en de ontwikkeling van instrumenten elektronische informatieoverdracht mogelijk gemaakt. 36. Het systeem van statistieken van de buitenlandse handel is een nieuwe ontwikkelingsfase ingegaan die wordt gekenmerkt door het feit dat de gebruikers op communautair en nationaal niveau steeds meer en steeds hogere eisen aan informatie stellen. Bovendien heeft het Actieplan over de statistische vereisten van de EMU [3] de statistieken van de buitenlandse handel aangemerkt als een van de gebieden waarin het minst wordt tegemoetgekomen aan de behoeften van de gebruikers. In dit Actieplan wordt erop gewezen dat de levertijd van deze statistieken in bepaalde lidstaten te lang is. [3] Actieplan over de statistische vereisten van de EMU - Europese Commissie (Eurostat in nauwe samenwerking met de Europese Centrale Bank, 25 september 2000). 37. Eurostat heeft, om deze uitdaging aan te pakken, een aantal strategieën ontwikkeld, die erop zijn gericht de nauwkeurigheid en toepasselijkheid van de resultaten te verbeteren, de beschikbaarheid van gegevens te versnellen, het statistische aanbod in juiste banen te leiden, en aanpassingen van het systeem op middellange en lange termijn voor te bereiden. Met de vaststelling van Beschikking 507/2001/EG van 12 maart 2001 is derhalve een nieuw programma (Edicom II) met specifieke doelstellingen aangenomen voor de periode 2001-2005. 38. De algemene doelstellingen van de nieuwe fase van het programma waren: * Het trans-Europese netwerk voor de verzameling, verwerking en verspreiding van de intra- en extracommunautaire statistieken modern, rationeel en doeltreffend maken en de statistische methoden verbeteren en harmoniseren, teneinde informatie te genereren die: - betrouwbaarder, goedkoper en sneller beschikbaar is voor de informatieplichtigen en voor de overheidsdiensten; - beter op nieuwe behoeften van de gebruikers weet in te spelen. In dit kader worden de vereisten van de Economische en Monetaire Unie ondersteund, evenals een betere integratie van statistieken over het handelsverkeer in het statistisch systeem, op gemeenschappelijk en internationaal niveau. * De bestaande hulpmiddelen voor het verzamelen, verwerken, overbrengen en verspreiden van statistische informatie verder ontwikkelen volgens de laatste stand van de techniek en met de beste kosten-effectiviteitsverhouding, en het gebruik ervan stimuleren. De sterke groei in de uitwisseling van elektronische gegevens bepaalt in feite de verhoudingen tussen degenen die betrokken zijn bij het economische leven en de nationale en communautaire diensten voor statistiek, die zich aan deze nieuwe technologische omgeving zullen moeten aanpassen. 39. Teneinde deze twee belangrijkste besluitvormingsprincipes te bereiken, zijn er binnen het Edicom II-programma de zes onder punt 3 genoemde specifieke of operationele doelstellingen vastgesteld: 40. Met betrekking tot de zes doelstellingen is het Edicom II-programma uitgesplitst in dertien maatregelen. In de tabel in bijlage 1 worden de verwachte resultaten voor elk van de maatregelen van het Edicom II-programma, alsmede enkele hieraan verbonden prestatie-indicatoren gegeven. 3. Uitvoeringsinstrumenten van de werkprogramma's 41. Ieder jaar geeft de Commissie een beschikking betreffende het jaarlijkse Edicom II-werkprogramma, dat door de Intrastat/Extrastat-commissie moet worden goedgekeurd. 42. Op het moment dat Eurostat gecentraliseerde projecten vaststelt moet er ook contact met de lidstaten worden opgenomen over hun voorstellen voor gedecentraliseerde projecten. Daarnaast dient een Edicom-toezichtcomité binnen Eurostat zijn goedkeuring te geven aan projecten waarbij verschillende directoraten betrokken zijn; ook zijn er bilaterale contacten met andere eenheden binnen Eurostat, om na te gaan of zij projecten hebben die binnen het toepassingsgebied van Edicom II vallen. 43. Zonodig worden voorstellen voor gecentraliseerde en gedecentraliseerde projecten besproken door thematische werkgroepen (Kwaliteit, Werkwijzen, Handelsregisters/Mondialisering en Informatie- en Communicatietechnologie (ICT)). Ook is er in 2003 een speciale task force ingesteld om gecentraliseerde en gedecentraliseerde maatregelen met betrekking tot het ontwikkelen van instrumenten te coördineren. 44. Een aantal van de projecten (gemiddeld 55% van de begroting) wordt centraal door Eurostat uitgevoerd, terwijl andere worden uitgevoerd door de lidstaten, die daarvoor subsidies krijgen (gemiddeld 45% van de begroting). Onder Edicom worden jaarlijks zo'n honderd contracten/overeenkomsten afgesloten. 45. Lidstaten die subsidies ontvangen moeten een eindverslag indienen bij Eurostat. Met dit doel zijn in 2002 aanbevelingen aan de lidstaten gedaan over het indienen van een volledig eindverslag aan de hand waarvan al het uitgevoerde werk goed kan worden beoordeeld. 46. Gecentraliseerde projecten zijn volgens de aanbestedingsprocedure gegund aan privé-ondernemingen. 47. De werkgroepen Kwaliteit, Werkwijzen, Handelsregisters/Mondialisering en ICT hebben Eurostat geassisteerd bij de bewaking en beoordeling van maatregelen 1-8 en 12 en 13 van het Edicom II-programma. Eurostat zelf heeft de bewaking van de maatregelen 9, 10 en 11 op zich genomen, aangezien deze niet door een werkgroep werden gecoördineerd. Beoogd wordt de resultaten van alle maatregelen via een interne databank ter beschikking van de nationale overheidsdiensten te stellen. 48. Voor de bewaking is een aantal indicatoren vastgesteld die verder zullen worden benut teneinde de tenuitvoerlegging van het programma te beoordelen. Voorbeelden hiervan zijn: de benodigde tijd om geavanceerde schattingsmethoden te leveren, de afwijking van eerste schattingen ten opzichte van eindresultaten, het aantal lidstaten dat internetformulieren van Intrastat heeft ontwikkeld, geïmplementeerd en gepropageerd enz. 4. Risicoanalyse 49. De voornaamste risico's voor de voortzetting van het programma waren als volgt: 1. Beheerscapaciteit van het programma 50. De regels voor financieel beheer onder het nieuwe Financieel Reglement (dat in 2003 van toepassing is) zijn strenger. Deze regels zijn van toepassing op zowel gecentraliseerde maatregelen (aanbieden van diensten) als gedecentraliseerde maatregelen (gunningen aan lidstaten). Teneinde aan de vigerende regelgeving en procedures te blijven voldoen zonder het soepele verloop van het programma aan te tasten, dienen de benodigde middelen voor het voorbereiden en bewaken van de tenuitvoerlegging van het programma beschikbaar te zijn (de Commissie dient jaarlijks een beschikking te geven ter goedkeuring van het werkprogramma en er worden ongeveer honderd overeenkomsten getekend). 51. Eurostat heeft reeds problemen ondervonden bij het vinden van de technische expertise die een specialistisch programma als het Edicom-programma vereist. Dit blijkt wel uit het beperkte aantal inschrijvingen. Dit kan gevaarlijk zijn voor maatregelen waarvoor het risico dat er door het uitbesteden van werk geen resultaten kunnen worden bereikt groot lijkt. 52. Het aantal maatregelen dat door de lidstaten wordt uitgevoerd is momenteel hoog (ongeveer zestig overeenkomsten per jaar, waarmee ongeveer 45% van de begroting gemoeid is). De meeste lidstaten lijken moeilijkheden te ondervinden bij het implementeren van de door hen opgestarte maatregelen. Deze problemen zullen in de toekomst waarschijnlijk nog verergeren. De belangrijkste oorzaken daarvan zijn: 53. Personeel van de nationale overheidsdiensten is vaak direct betrokken bij het uitvoeren van ten minste een deel van het werk. Zij doen dit echter naast het werk waarvoor zij op nationaal niveau verantwoordelijk zijn. Derhalve hebben bepaalde overheden paradoxaal genoeg te kampen met onvoldoende competent personeel om de maatregelen te implementeren en te beheren. 54. Het Edicom-programma zorgt voor een sneeuwbaleffect. Ieder jaar worden er nieuwe projecten gestart, soms bovenop reeds lopende projecten, waardoor de moeilijkheden van de nationale overheidsdiensten bij het beheren van het programma nog toenemen. 55. De begrotingsregels voor overeenkomsten zijn strenger dan voorheen, met name voor onderaanbesteding, waarvoor reeds een streng kader bestond. Lidstaten dienen deze nieuwe bepalingen nauwgezet na te leven en van de genomen maatregelen gedetailleerd verslag uit te brengen. Onderzocht moet worden in hoeverre de lidstaten zich aan deze nieuwe regels kunnen aanpassen. 2. Risico's ten aanzien van de middelen die moeten worden geïmplementeerd om de doelstellingen van het programma te verwezenlijken 56. Het Edicom-programma is gestart op basis van een evaluatie ex ante waarbij de te nemen maatregelen werden vastgesteld en de benodigde middelen om deze te implementeren werden geraamd. 57. De evaluatie ex ante is uiteraard slechts één referentiebron, en indien de gestelde doelen alle relevant zijn en geldig blijven, zijn de concrete, te implementeren middelen om ze te bereiken al aangepast. De Commissie heeft bijvoorbeeld een voorstel ingediend om de Intrastat-wetgeving aan te passen, maar de studies die centraal en in de lidstaten zijn uitgevoerd hadden niet de reikwijdte die aanvankelijk werd verwacht en brachten niet aan het licht dat er een drastische vereenvoudiging van het gegevensverzamelingssysteem noodzakelijk was. In de praktijk werd de vereenvoudigingsmaatregel die men bij de evaluatie ex ante had, dan ook gematigd. 58. Toen de eerste resultaten van de maatregelen binnen waren, konden de middelen en procedures die nodig waren om de doelstellingen van het programma te bereiken, opnieuw worden bekeken. Met name de kosten-batenverhouding van bepaalde maatregelen dient opnieuw te worden beoordeeld, waarbij rekening moet worden gehouden met een mogelijke herdefiniëring van de uit te voeren werkzaamheden binnen Eurostat (kernactiviteiten) en erbuiten. Waar nodig moeten de behoeften van de gebruikers opnieuw worden beoordeeld. 59. Ook moeten de verschillende maatregelen onderling consistent zijn. Tijdens het eerste deel van het programma werd bijvoorbeeld aangevangen met de ontwikkeling van een aantal instrumenten. Het is de bedoeling dat deze instrumenten ofwel centraal ofwel in de lidstaten worden toegepast. De behaalde of verwachte resultaten dienen per geval te worden geanalyseerd zodat de in het kader van het programma ontwikkelde instrumenten kunnen worden geïmplementeerd; de toewijzing van de benodigde middelen moet dienovereenkomstig plaatsvinden. 3. Duurzaamheid van het programma met het oog op de beschikbaarheid van begrotingsmiddelen 60. Uit de laattijdige vaststelling van het financieringsbesluit van de Commissie in 2003 en de opschorting van bepaalde maatregelen van het Edicom-programma van 2003, teneinde tegemoet te komen aan de instructies van de Commissie om het werkprogramma van het bureau te verlichten, blijkt hoezeer het programma afhankelijk is van externe gebeurtenissen of besluiten. 61. Het Edicom-programma kan alleen vlekkeloos functioneren indien de vereiste middelen om de maatregelen uit te voeren juist worden beoordeeld en deze middelen bij de invoering van de maatregelen ook beschikbaar zijn. Het risico bestaat dat de middelen niet of niet volledig beschikbaar zullen zijn om redenen die buiten het werkgebied of zelfs buiten de procedures voor het vaststellen van de jaarlijkse werkprogramma's vallen. 4. Onderhoud en samenhang van computerhulpmiddelen 62. Het Edicom-programma heeft een belangrijke IT-component. Er zijn verschillende hulpmiddelen ontwikkeld en de bestaande middelen worden geactualiseerd. Bepaalde hulpmiddelen zijn voor algemeen gebruik (zo kunnen ze worden gebruikt binnen andere statistische gebieden of in een andere omgeving), andere hebben enkel betrekking op statistieken van het goederenverkeer. 63. Aangezien het Edicom-programma een beperkte duur heeft, is het van belang rekening te houden met de noodzakelijke onderhoudskosten in verband met de ontwikkeling van deze instrumenten, om ervoor te zorgen dat de benodigde middelen tegen het einde van het programma beschikbaar zijn: op communautair niveau voor de gecentraliseerde instrumenten en op het niveau van de lidstaten voor de instrumenten die voor nationale doeleinden zijn ontwikkeld. 5. Verbreding van het programma na de uitbreiding 64. Het Edicom-programma is momenteel beperkt tot de vijftien huidige lidstaten, die als enige in aanmerking komen voor subsidies. Er wordt samen met de toetredende landen naar hun behoeften gekeken met het oog op deelname aan het programma zodra zij zijn toegetreden. 65. Er dient rekening te worden gehouden met het effect van uitbreiding op het Edicom-programma, ten aanzien van zowel de aard van de te nemen maatregelen als de begroting, met het oog op eventueel aan te brengen aanpassingen aan het programma na bestudering van het tussentijds verslag. 5. Belangrijkste bevindingen en richtsnoeren voor toekomstige maatregelen 66. De maatregelen of activiteiten die tijdens de programma's van 2001 tot 2003 zijn uitgevoerd zijn volgens zes hoofddoelstellingen ingedeeld: Doelstelling 1: Een netwerk met betere, goedkopere en sneller beschikbare informatie conform de eisen van het communautaire beleid. Maatregel 1: Ontwikkelen van geavanceerde schattingsmethoden Reeds behaalde resultaten: 67. Tien lidstaten (België, Denemarken, Duitsland, Finland, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) hebben een methodologie ontwikkeld of verbeterd waardoor het mogelijk is de geavanceerde schattingsmethoden te verbeteren. In de helft van de gevallen richtte het werkprogramma van 2001 zich op de ontwikkeling van de methodologie terwijl de tenuitvoerlegging plaatsvond gedurende het werkprogramma van 2002. Een aantal lidstaten stelde zich ook ten doel de maatregel gedurende het werkprogramma van 2003 voort te zetten, terwijl twee lidstaten (Griekenland en Oostenrijk ) in 2003 zijn begonnen hun nationale systemen voor geavanceerde schattingen te verbeteren. 68. Voor wat betreft Eurostat is er met succes een vergelijking gemaakt tussen verschillende nowcasting-methoden. In de volgende stap wordt een toepassing ontwikkeld voor Eurostat, waarbinnen de verschillende methoden verenigd zijn en waardoor lidstaten waarvan de resultatenoverdracht vertraagd is, op korte termijn statistieken kunnen aanleveren. De ontwikkeling zal ook met name van nut zijn voor de toetredende landen, zodat zij zich kunnen houden aan de gestelde termijnen van Intrastat voor het verzenden van resultaten. 69. Anderzijds heeft Eurostat de methodologieën die door de lidstaten worden gebruikt voor geavanceerde schattingen vergeleken, en is er een geharmoniseerde methodologie voorgesteld waarin een ARIMA-model en een factor om het groeicijfer te bepalen worden gecombineerd. Op basis van deze resultaten zal een toepassing worden ontwikkeld die in de toepassing van de nowcasting-methoden zal worden verwerkt. 70. Tot slot heeft Eurostat de wijzen van bijwerking die de lidstaten toepassen, geanalyseerd. De tijdreeksen zijn geanalyseerd en er zijn modellen voor de updateschema's voorgesteld en getest. Er is een IT-toepassing ontwikkeld waarmee automatisch prognosemodellen en de daaruit voortvloeiende correctie voor de vertekeningen van de updates kunnen worden gegenereerd. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 71. Op centraal niveau zal een nieuwe maatregel worden ingevoerd om (met name met het oog op de uitbreiding) het Eurostat-instrument zodanig aan te passen dat ontbrekende gegevens kunnen worden ingeschat. 72. Op decentraal niveau dienen de nieuwe EU-leden prioriteit te geven aan het invoeren van maatregelen om geavanceerde schattingen te geven. Lidstaten kunnen ook maatregelen invoeren om de gevolgen van updates te verminderen. Maatregel 2: Kwaliteit Reeds behaalde resultaten: 73. Negen lidstaten (Denemarken, Finland, Griekenland, Italië, Luxemburg, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) hebben hun huidige kwaliteitscontroles en correctiesystemen van basisstatistieken kunnen verbeteren door het gebruik van geautomatiseerde processen en door gegevens van Intrastat te vergelijken met andere bronnen. Verder hebben zeven lidstaten (Denemarken, Duitsland, Finland, Griekenland, Italië, Portugal en het Verenigd Koninkrijk) hun huidige verrekeningssysteem voor niet-geregistreerde handelsgegevens en voor het inschatten van de statistische waarde verbeterd. Tot slot hebben vier lidstaten (Denemarken, Finland, Italië en Luxemburg) gewerkt aan de opsporing van uitschieters (outliers), waarbij gebruik is gemaakt van door Eurostat ontwikkelde software die was aangepast aan de specifieke omstandigheden in de nationale systemen en de verschillende aggregatieniveaus. 74. Eurostat heeft projecten opgezet om de methoden te analyseren die in de lidstaten zijn ontwikkeld om de gegevens die ieder bedrijf instuurt te controleren, en om de methoden te analyseren die in de lidstaten en de Commissie (Eurostat) zijn ontwikkeld ter controle van gegevens op een hoger aggregatieniveau van classificatie naar product en land. Het doel hiervan was een grondige evaluatie van de momenteel in gebruik zijnde methoden en een indicatie voor de haalbaarheid van een gemeenschappelijk platform op EU-niveau. Deze projecten hebben geleid tot een algemeen voorstel voor kwaliteitscontrole van input en output van handelsstatistieken. Er is een lijst variabelen en maatregelen voorgelegd, alsmede methoden om deze in te voeren. Voor wat betreft output-statistiek op het niveau van Eurostat is er een lijst met kwaliteitsindicatoren voorgelegd, die maandelijks beschikbaar komt en afkomstig is uit verschillende bronnen (DPS, Comext, enzovoort). Bovendien heeft er een verbetering plaatsgevonden van het reeds bestaande systeem van Eurostat voor het opsporen van afwijkende waarden. 75. Op het gebied van kwaliteitsrapportage zijn er verschillende activiteiten ondernomen, gericht op de verbetering van de meting, de controle en de waarborging van kwaliteit. Als gevolg hiervan zijn er voorstellen gedaan om Intrastat-verordeningen inzake de kwaliteit van gegevens te verbeteren; er zijn zgn. mirror leaflets uitgegeven en er is een databank opgezet om de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de lidstaten met betrekking tot kwaliteitsindicatoren te verzamelen. Deze databank, met de naam QUIET, dient jaarlijks te worden bijgewerkt middels een vragenlijst die aan de lidstaten wordt toegezonden. Het zou een nuttig instrument kunnen zijn voor een kwantitatieve evaluatie van het Edicom II-programma. Bovendien wordt het gebruikt als bron om het jaarlijkse kwaliteitsverslag van Eurostat over de statistieken van de buitenlandse handel te actualiseren. 76. Met het oog op de aanpak van asymmetrieën werd met de voorgestelde maatregel beoogd op basis van meerdere methoden specifieke modellen te vergelijken en uit te werken om discrepanties tussen gegevens te verminderen. Eurostat heeft afstemmingsmodellen voor handel binnen en buiten de EU kunnen vaststellen en er is software ontwikkeld. Het onderzoek naar asymmetrieën zal worden voortgezet en geactualiseerd, waarbij bijzondere nadruk zal liggen op het effect van de uitbreiding en op operationele aanbevelingen die zich richten op het beperken van het effect van discrepanties op de kwaliteit van gegevens. 77. Tot slot heeft Eurostat een project afgerond dat zich richtte op het onderzoeken van de correctiemethoden die de lidstaten gebruiken op het gebied van niet-geregistreerde handel (handel beneden de drempelwaarde en non-respons). De lidstaten hebben met het oog hierop een vragenlijst toegestuurd gekregen. Met de antwoorden konden de door de lidstaten toegepaste methoden worden beschreven en vergeleken. Er werden simulaties uitgevoerd en uiteindelijk zijn de verschillende correctiemethoden in een softwarepakket geïmplementeerd dat kan worden gebruikt om niet-geregistreerde handel zowel in afzonderlijke gevallen als wereldwijd te compenseren. Dit kan uitermate nuttig zijn om toetredende landen te helpen bij het kiezen van een van de reeds in de lidstaten gebruikte en beproefde methoden. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 78. Op centraal niveau zal een maatregel worden ingevoerd om een lijst met beheersmaatregelen vast te stellen en te implementeren voor iedere stap binnen de gegevensaanlevering. De maatregelen met het oog op kwaliteitsbeoordeling en asymmetrieën worden voortgezet. 79. Op decentraal niveau dienen de lidstaten in eerste instantie maatregelen te starten die zijn gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de gegevens door middel van kwaliteitscontroles op verschillende niveaus, betere correctiemethoden en het verminderen van intracommunautaire asymmetrieën. Doelstelling 2: Een netwerk met relevante en op de ontwikkeling van de behoeften van de gebruikers in het kader van de Economische en Monetaire Unie en van de internationale economische omgeving afgestemde informatie. Maatregel 3: Nieuwe conjunctuurindicatoren Reeds behaalde resultaten: 80. De toepassing (NICE) voor de berekening van de "unit value"-indexcijfers en het volume van de buitenlandse handel van de lidstaten is ontwikkeld en in de productieomgeving van Eurostat geïmplementeerd, zodat maandelijks de "unit value"-indexcijfers kunnen worden berekend. 81. Voor wat betreft de aanlevering van indexcijfers van de invoer- en uitvoerprijzen achten de meeste lidstaten dat de eerste reeksen vanaf 2005 beschikbaar zullen zijn. De invoering van de indicator van de invoerprijzen in de Verordening inzake kortetermijnstatistieken van de Raad werd door de helft van de landen gesteund, echter met uitzondering van het onderscheid tussen de eurozone en landen buiten de eurozone. Een termijn van 45 dagen lijkt haalbaar voor de "totaal"-indices. 82. Zes lidstaten (Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Nederland en Oostenrijk) hebben maatregelen genomen om de nationale maatregel van externe prijsindexcijfers van de buitenlandse handel te verbeteren. 83. Zeven lidstaten (Denemarken, Finland, Griekenland, Italië, Nederland, Oostenrijk en Zweden) hebben projecten uitgevoerd op het gebied van CIF/FOB-correcties. Voor het volgende werkprogramma's worden nieuwe projecten verwacht. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 84. Op centraal niveau zal er een nieuwe maatregel worden ingevoerd om het methodologische raamwerk nauwkeurig vast te stellen teneinde de speciale prijsoverzichten voor de in- en uitvoer op te stellen. De kwaliteit van CIF/FOB-correctieverhouding die door de lidstaten wordt gebruikt zal worden beoordeeld en er zullen aanbevelingen worden gedaan. 85. Op decentraal niveau zullen maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van in- en uitvoerprijzen alsmede de CIF/FOB-correctie worden aangemoedigd. Maatregel 4: Vertrouwelijkheid Reeds behaalde resultaten: 86. Het door Eurostat ondernomen project heeft het inzicht in de door de lidstaten toegepaste processen vergroot. Alle lidstaten houden zich aan "passieve vertrouwelijkheid", maar er bestaan grote verschillen in de mate waarin vertrouwelijke gegevens tussen de lidstaten onderling worden gedeeld en er is sprake van een gebrek aan samenhang op communautair niveau. 87. Eén lidstaat (het Verenigd Koninkrijk) is een grondig onderzoek gestart naar de praktische werkwijze met betrekking tot het omgaan met vertrouwelijkheid op nationaal niveau. Gebleken is dat wanneer er periodiek herinneringen naar ondernemingen worden gestuurd, de ban op gegevens kan worden onderzocht en in bepaalde gevallen kan worden opgeheven, zodat gegevens die voorheen als vertrouwelijk werden aangemerkt nu in het publieke domein kunnen worden gebracht. Drie andere landen (Denemarken, Frankrijk en Italië) doen onderzoek naar verbetering van het beheer van vertrouwelijke gegevens. 88. Er is een reeks aanbevelingen aangaande het beheer van vertrouwelijke gegevens gedaan, die aan de lidstaten zal worden voorgelegd. Indien deze maatregelen worden toegepast zal de kwaliteit van gegevens op nationaal niveau en de samenhang van statistieken op communautair niveau verbeteren. 89. Uit een eerste onderzoek naar vertrouwelijke gegevens op detailniveau blijkt dat er ruimte is voor verbetering van de communautaire statistieken door gebruikmaking van technieken als aggregatie of door toevoeging van aselecte ruis. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 90. Op centraal niveau zal er een maatregel worden ingevoerd om de gevolgen van vertrouwelijkheid op de door Eurostat gepubliceerde aggregaten van de EU en de eurozone zo veel mogelijk te beperken. 91. Op decentraal niveau kunnen de lidstaten maatregelen invoeren om de zwaarte van vertrouwelijke gegevens te beperken (waaronder contact met ondernemingen om de noodzaak gegevens op termijn vertrouwelijk te houden te evalueren). Maatregel 5: Nieuwe statistische producten Reeds behaalde resultaten: 92. De door Eurostat en verschillende lidstaten uitgevoerde analyse heeft geleid tot een duidelijk beeld van de belangrijkste mogelijke informatiebronnen om een inschatting van handel binnen ondernemingen te maken. Binnen de Europese instellingen zijn de behoeften van de gebruikers in kaart gebracht, en gebleken is dat er in beperkte mate behoefte bestaat aan producten op detailniveau. Daarnaast bestond er geen overeenstemming tussen de lidstaten over welk hulpmiddel er voor de verzameling van gegevens geïmplementeerd diende te worden. Het is derhalve niet waarschijnlijk dat er vóór de afloop van het Edicom-programma een compleet systeem op communautair niveau zal zijn opgezet voor de verzameling van statistieken van handel binnen ondernemingen. 93. Verschillende door de lidstaten uitgevoerde analyses hebben gezorgd voor experimentele datasets, met een onderverdeling van buitenlandse handel naar bedrijfssector. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 94. Op centraal niveau is er geen Edicom-maatregel gepland, aangezien de gegevens met behulp van interne hulpmiddelen van Eurostat worden samengevoegd. 95. Op decentraal niveau kunnen de lidstaten maatregelen invoeren om gegevens aan te leveren die verband houden met structurele bedrijfsstatistieken (waaronder gegevens die per bedrijfssector zijn opgesplitst) en om op onderzoek gebaseerde methodologieën te testen om gegevens over handel binnen ondernemingen te verzamelen. Doelstelling 3: Een netwerk met beter in het algemene statistische systeem geïntegreerde en aan de ontwikkeling van het administratieve kader aangepaste informatie. Maatregel 6: Registers Reeds behaalde resultaten: 96. Eurostat is een project begonnen waarin methoden worden gepresenteerd om de koppelingen tussen registers te verbeteren, waardoor handelsstatistieken en bedrijfsstatistieken coherenter worden. 97. Acht lidstaten (Duitsland, Finland, Griekenland, Italië, Nederland, Oostenrijk Portugal en Zweden) hebben maatregelen genomen om de kwaliteit van registers - inclusief mogelijke uitbreiding naar Extrastat en koppelingen met bedrijfsregisters - te verbeteren. Dankzij deze koppelingen hebben verschillende landen gegevens per bedrijfssector kunnen aanleveren, zoals bedoeld onder maatregel 5. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 98. Hoewel op centraal niveau geen verdere maatregelen gepland staan, kunnen de lidstaten maatregelen doorvoeren met het oog op de invoering van Extrastat-registers of de verbetering van de kwaliteit of de interoperabiliteit van bestaande registers. Maatregel 7: Aanpassing en modernisering van Extrastat Reeds behaalde resultaten: 99. De inventarisatie van statistisch relevante, maar tot op heden ongebruikte douanegegevens die op nationaal niveau beschikbaar zijn, heeft aangetoond dat slechts weinig statistisch interessant geachte gegevenselementen in voldoende lidstaten beschikbaar waren om als relevant te kunnen worden bestempeld. Niettemin kunnen ze - voorzover statistisch gebruik haalbaar is - aanmerkelijk bijdragen aan tarief- en spiegelstatistieken. 100. Ander onderzoek wees uit dat er een duidelijke behoefte bestaat aan een algehele verbetering van de kwaliteit van reeds bestaande tariefstatistieken en aan informatie over tariefmaatregelen. Andere informatiebronnen die mogelijk van nut kunnen zijn voor onderhandelingen zijn geanalyseerd en beoordeeld, met name voor wat betreft een verdere verbetering van tariefstatistieken. 101. De eerste stappen van het modulair opgezette Taristat-project, dat een combinatie van handels- en tariefgegevens beoogt, hebben geresulteerd in een toepassing die voornamelijk primaire tariefgegevens levert. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 102. Op centraal niveau vormt de afronding van het Taristat-project de belangrijkste doelstelling. Andere maatregelen kunnen binnen het kader van de aanpassing van het Extrastat-systeem worden ingevoerd. 103. Op decentraal niveau kunnen de lidstaten maatregelen invoeren die zijn gericht op het verbeteren van de samenwerking tussen de douane-instanties en de instanties die belast zijn met statistiek, teneinde de beschikbaarheid van Extrastat-statistieken te versnellen en de kwaliteit van de basisgegevens te verbeteren. Dit dient te worden bereikt middels ad-hocovereenkomsten en het moderniseren van de verzamel-/overdrachtsystemen. Maatregel 8: Voorbereiden van de aanpassing van Intrastat op lange termijn Reeds behaalde resultaten: 104. In zes lidstaten (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) zijn er opiniepeilingen gehouden om opnieuw te bepalen hoe groot de belasting is die op aangifteplichtigen rust. De belasting van het Intrastat-systeem lijkt redelijk en acceptabel te zijn. Meer dan zeventig procent van de bedrijven heeft minder dan vier uur per maand nodig om de aangifte in te vullen. Het gegevensonderdeel dat de meeste problemen oplevert is de goederencode. Uit de onderzoeksresultaten blijkt echter geen ernstige noodzaak voor aanzienlijke aanpassingen. Desalniettemin is het aan te bevelen om, in de lijn van de ontwikkeling richting minder administratieve belasting, hulpmiddelen beschikbaar te stellen waardoor bedrijven worden aangemoedigd hun aangiften elektronisch in te vullen. Dit punt wordt in het kader van maatregel 12 behandeld. 105. De resultaten van de beoordeling van de gebruikersbehoeften hebben bevestigd dat er geen aanmerkelijke verandering in het bestaande systeem werd verwacht. Men gaf aan met name behoefte te hebben aan gedetailleerde informatie over goederen (negen van de tien respondenten uit het onderzoek maakt gebruik van de gecombineerde nomenclatuur (GN), 71% van de respondenten gebruikt de GN-codes geregeld of systematisch en één op de drie respondenten gebruikt alle GN-hoofdstukken). Er werden nog andere interessante resultaten gesignaleerd en verwerkt, met name de vooruitgang ten aanzien van tijdige beschikbaarheid en betrouwbaarheid van gegevens. 106. Op basis van de bovengenoemde projecten is een nieuwe Intrastat-basiswetgeving voorbereid met de volgende algemene kenmerken: - de wetgeving is begrijpelijker en transparanter; - er wordt ten volle rekening gehouden met de eisen van de gebruikers; - er ligt meer nadruk op de kwaliteitsaspecten. 107. Deze wetgeving is in juni 2003 aangenomen door de Commissie en is ter goedkeuring naar het Europees Parlement en de Raad gestuurd. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 108. Hoewel op centraal niveau geen verdere maatregelen gepland staan, kunnen de lidstaten proefprojecten starten teneinde de praktische haalbaarheid van alternatieve verzamelsystemen als het "eenrichtingssysteem" te analyseren. Doelstelling 4: Een netwerk ter verbetering van de statistische dienstverlening aan overheidsdiensten en gebruikers en verstrekkers van gegevens. Maatregel 9: Coördineren van verspreiding Behaalde resultaten: 109. Met de door Eurostat uitgevoerde projecten is de ontwikkeling van moderne, flexibele output voor verspreiding mogelijk gemaakt, waardoor de uitgave van publicaties zoals de maandelijkse nieuwsbrief kan worden verbeterd. Zo is er ook IT-ondersteuning ontwikkeld zodat de databank met publicaties routinematig kan worden gebruikt. 110. Middels "retropolatie" zijn historische reeksen vanaf 1989 gereconstrueerd. Zo beantwoordt Eurostat aan de verwachtingen van gebruikers als de ECB door ruwe waarden en seizoensgecorrigeerde gegevens beschikbaar te stellen. 111. De analyse van de buitenlandse handel van de EU en het eurozone die door Eurostat is ontwikkeld, heeft geleid tot regelmatige korte analyses van de meest recente handelsgegevens (SIF). Verder is er een structuur ontwikkeld voor een nieuwe, meer uitgebreide publicatie (Panorama) die een jaaroverzicht bevat van de ontwikkeling van de handel van de EU en de eurozone. 112. Het Comext-ondersteuningsproject heeft geresulteerd in zeventien opleidingscursussen die zijn gegeven in Brussel, Luxemburg, Madrid (INE) en Frankfurt (ECB), en in een aantal interactieve cursussen via internet. In deze context zijn verschillende Comext-documenten opgesteld, waaronder cursushandleidingen. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 113. Op centraal niveau zullen er maatregelen worden ingevoerd om de publicaties en databanken van Eurostat geschikt te maken voor de uitgebreide Unie. Op decentraal niveau wordt geen maatregel verwacht. Maatregel 10: Automatisch classificatiesysteem Reeds behaalde resultaten: 114. Eurostat heeft twee projecten opgezet met het oog op het ontwerpen van een automatisch classificatiesysteem en het waarborgen van voortdurend onderhoud van GN-gerelateerde producten. 115. Ten aanzien van het voortdurende onderhoud van GN-gerelateerde producten heeft het project bevredigende resultaten opgeleverd: deze producten zijn in alle taalvarianten van de Europese Unie beschikbaar gesteld en tijdig verspreid. 116. Ten aanzien van het project voor de analyse en het ontwerp van een automatisch classificatiesysteem heeft een haalbaarheidsonderzoek de problemen van integratie van een dergelijke toepassing in het bestaande systeem aan het licht gebracht, en heeft het aangetoond dat er sprake is van hoge onderhoudskosten. Hierop werd het project afgeblazen. 117. Ter compensatie is een vervangend project gestart. Dit bestaat uit de ontwikkeling van een speciaal instrument op de classificatieserver van Eurostat om classificaties te zoeken en te indexeren, zodat classificaties en aan classificaties gerelateerde producten snel en gebruiksvriendelijk toegankelijk zijn, en gebruikers hun producten gemakkelijker binnen de verschillende nomenclaturen en classificaties kunnen onderbrengen. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 118. Op centraal niveau geldt als belangrijkste maatregel de realisering van het project, met als doel de gecombineerde nomenclatuur te moderniseren en de vereenvoudigen. Op decentraal niveau wordt geen maatregel verwacht. Maatregel 11: Verspreiding van metagegevens Reeds behaalde resultaten: 119. Eurostat heeft met dit doel twee projecten opgezet. 120. Het eerste project, dat bevredigend is verlopen, voorzag in de noodzaak tot het implementeren van een aantal IT-instrumenten om de beschikbaarheid van de jaarlijks bijgewerkte versie van de gecombineerde nomenclatuur van Intrastat en daaraan gerelateerde producten op samenhangende en gebruikersvriendelijke wijze te waarborgen. 121. Het tweede project besloeg een analyse van de verschillende implementatiemogelijkheden van de modernste technologieën om de verspreiding van metagegevens te versnellen, en van de wijze waarop de informatie toegankelijker kan worden gemaakt. Dit kan een eenvoudige en goed gestructureerde adviesinterface zijn met een aantal instrumenten dat het meest geschikt is voor elektronische informatieverspreiding via de classificatieserver van Eurostat. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 122. Op centraal niveau geldt dat de instrumenten die zijn ontwikkeld om de classificaties en aanverwante producten te beheren, worden gemoderniseerd en aangepast aan de beperkingen die de uitbreiding met zich meebrengt. Op decentraal niveau wordt geen maatregel verwacht. Doelstelling 5: Een netwerk gebaseerd op hulpmiddelen voor het verzamelen van informatie volgens de laatste stand van de techniek om de verstrekkers van gegevens betere voorzieningen te bieden. Maatregel 12: Hulpmiddelen voor het verzamelen van gegevens Reeds behaalde resultaten: 123. Er is met succes een project gestart ("Onderhoud en ondersteuning voor IDEP/CN8") om de continuïteit van de door Eurostat aan de lidstaten geboden dienst ten aanzien van het onderhoud en de actualisering van IDEP/CN8 op jaarbasis te waarborgen. De softwareversie voor het jaar 2004 is de laatste op centraal niveau ontwikkelde versie. 124. Op decentraal niveau hebben alle lidstaten maatregelen genomen die hebben geresulteerd in de verbetering van de huidige hulpmiddelen voor het verzamelen van gegevens en/of de ontwikkeling en invoering van internetformulieren als instrument om gegevens te verzamelen. Maatregelen van de lidstaten inzake IDEP waren gebaseerd op een door de Intrastat-commissie overeengekomen strategie om de ontwikkeling en het onderhoud van het instrument met ingang van 2004 te decentraliseren. 125. Middels een ander project is met succes het onderhoud van de Edifact-berichten, de opstelling van richtsnoeren inzake de tenuitvoerlegging van de berichten, de ondersteuning van bevoegde nationale instanties (CNA's) en ondernemingen die statistische informatie verstrekken alsmede de tenuitvoerlegging van Edifact-berichten in IDEP/CN8 aangepakt. Ook werd er aandacht besteed aan de modernisering van berichten door het gebruik van XML voor het verzamelen van Intrastat-gegevens (INSTAT/XML-bericht). Verder zijn er documentatiegidsen voor berichten uitgegeven. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 126. De volgende aanbevelingen en prioriteiten dienen als richtsnoer voor de maatregelen: - zelfstandig functioneren van de ontwikkelde instrumenten aan het eind van het programma; - beschikbaarheid en stimulering van het gebruik van elektronische Intrastat-aangiften (zowel on line als off line) in alle landen, met name in de nieuwe lidstaten; - beschikbaarheid en stimulering van het gebruik van gestandaardiseerde berichten. 127. In deze context zullen maatregelen op centraal niveau zich richten op het coördineren van maatregelen inzake de ontwikkeling van internetformulieren en standaardisering van berichten. 128. Op decentraal niveau wordt de lidstaten geadviseerd voorzover mogelijk de elektronische Intrastat-aangiften (zowel on line als off line) toegankelijk te maken. Doelstelling 6 (horizontaal): Een geïntegreerd en interoperabel netwerk Maatregel 13: Geïntegreerd systeem - Interoperabiliteit - Opzetten van een netwerk Reeds behaalde resultaten: 129. De dienstverlening aan de gebruikers is verbeterd, doordat er gebruikersgidsen zijn samengesteld, de functionaliteit van het Comext-systeem is verbeterd, er cursussen zijn georganiseerd en er een standalone-versie van Comext is ontwikkeld om gegevens op cd-rom en via andere media te doorzoeken. Daarnaast hebben gebruikers internettoegang tot Comext gekregen. 130. Verder is er een project gestart met het oog op de verbetering van het bestaande methodologische referentiemateriaal en om het ontwikkelen van instrumenten om informatie gemakkelijk toegankelijk te maken. 131. Er zijn maatregelen genomen met het oog op de modernisering van de diverse elementen van het trans-Europese netwerk, zowel binnen de Gemeenschap als tussen de Gemeenschap en derde landen (project XT-net). Op de volgende gebieden dienen instrumenten en methoden te worden ontwikkeld: de verwerking en validering van de gegevens, de communicatie tussen de nationale overheidsdiensten en Eurostat, de toegang voor de gebruikers tot statistische gegevens en metagegevens, onder andere door een intensiever gebruik van internet en door verbeteringen van de software voor de verspreiding van statistieken over het goederenverkeer. Richtsnoeren voor de programma's voor 2004 en 2005 132. Op centraal niveau geldt als belangrijkste maatregel de realisering van XT-net en de verbetering van de toegankelijkheid van statistieken en metagegevens via internet. 133. Op decentraal niveau zullen er door de lidstaten maatregelen worden gestart voor de implementatie van XT-net. BIJLAGE 1 Tabel : Doelstellingen, verwachte resultaten en prestatie-indicatoren voor het Edicom II-programma (2001-2005) volgens de ex ante evaluatie Doelstelling 1: Een netwerk met betere, goedkopere en sneller beschikbare informatie conform de eisen van het communautaire beleid. >RUIMTE VOOR DE TABEL> Doelstelling 2: Een netwerk met relevante en op de ontwikkeling van de behoeften van de gebruikers in het kader van de Economische en Monetaire Unie en van de internationale economische omgeving afgestemde informatie. >RUIMTE VOOR DE TABEL> Doelstelling 3: Een netwerk met beter in het algemene statistische systeem geïntegreerde en aan de ontwikkeling van het administratieve kader aangepaste informatie. >RUIMTE VOOR DE TABEL> Doelstelling 4: Een netwerk ter verbetering van de statistische dienstverlening aan overheidsdiensten en gebruikers en verstrekkers van gegevens. >RUIMTE VOOR DE TABEL> Doelstelling 5: Een netwerk gebaseerd op hulpmiddelen voor het verzamelen van informatie volgens de laatste stand van de techniek om de verstrekkers van gegevens betere voorzieningen te bieden. >RUIMTE VOOR DE TABEL> Doelstelling 6 (horizontaal): Een geïntegreerd en interoperabel netwerk >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE 2 Gebruik van Edicom-hulpmiddelen in 2001 en 2002 >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL>