Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52003SC0161

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 96/92/EG en over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van Richtlijn 98/30/EG

/* SEC/2003/0161 def. - COD 2001/0077 */

52003SC0161

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 96/92/EG en over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van Richtlijn 98/30/EG /* SEC/2003/0161 def. - COD 2001/0077 */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 96/92/EG en over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van Richtlijn 98/30/EG

2001/0077 (COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 96/92/EG en over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en houdende intrekking van Richtlijn 98/30/EG

A. Achtergrond

Op 13 maart 2001 diende de Commissie een voorstel in voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 96/92/EG en 98/30/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en aardgas (document COM(2001) 125 def. - 2001/0077 (COD)) voor goedkeuring volgens de medebeslissings procedure van artikel 251 van het EG-Verdrag [1].

[1] PB .....

Het Europees Economisch en Sociaal Comité bracht op 17 oktober 2001 advies uit.

Het Comité van de Regio's heeft geen advies uitgebracht over het voorstel.

Op 13 maart 2002 nam het Europees Parlement in eerste lezing een reeks amendementen aan.

Op 7 juni 2002 heeft de Commissie haar voorstel gewijzigd en daarin een groot aantal van de amendementen die het Europees Parlement in eerste lezing had aangenomen, volledig, ten dele of in beginsel overgenomen.

De Raad heeft overeenkomstig artikel 251 van het Verdrag op 3 februari 2003 een gemeenschappelijk standpunt vastgesteld over dit voorstel voor een richtlijn.

B. Doel van het voorstel

Doel van het voorstel van de Commissie is tot gelijke marktvoorwaarden te komen voor alle marktpartijen op de elektriciteits- en gasmarkt in de Europese Unie. De elektriciteitsrichtlijn (96/92/EG) en de gasrichtlijn (98/30/EG) hebben grote verbruikers voordelen opgeleverd in de vorm van lagere prijzen en betere dienstverlening. Deze richtlijnen laten de lidstaten echter een aantal keuzemogelijkheden met betrekking tot de opening van de markt, de organisatie van de toegang tot het net en de regulering van de markt. De praktijk toont aan dat deze situatie tot concurrentievervalsing leidt, aangezien de markt in sommige lidstaten meer open is voor daadwerkelijke concurrentie dan in andere.

De Commissie heeft derhalve deze wijzigingsrichtlijn voorgesteld. Daarmee wordt gestreefd naar geleidelijke volledige openstelling van de elektriciteits- en gasmarkt, hoge openbare dienstverleningsnormen en een universele dienstverplichting voor elektriciteit. De toegang tot de gas- en elektriciteitsnetten via onderhandelingen wordt als keuzemogelijkheid afgeschaft en de lidstaten worden verplicht de transport- en distributienetbeheerders juridisch te scheiden van de overige delen van het bedrijf. Alle lidstaten moeten bovendien een regelgevende instantie met een aantal minimumbevoegdheden instellen.

In het kader van het toetredingsproces hebben de kandidaat-landen bij de toetredings onderhandelingen over de bestaande elektriciteits- en gasrichtlijnen verplichtingen op zich genomen. De Commissie verwacht van nieuwe lidstaten dat zij voldoen aan de bij deze nieuwe richtlijnen opgelegde verplichtingen, maar onderkent dat het in uitzonderlijke naar behoren gemotiveerde gevallen noodzakelijk kan zijn een geleidelijke inpassing in de verder ontwikkelde elektriciteits- en gasmarkten toe te staan. De Commissie gaat uit van het beginsel dat een permanente afwijking niet zal worden goedgekeurd.

C. Commentaar op het gemeenschappelijk standpunt van de raad

In het gemeenschappelijk standpunt blijven de hoofdelementen van het voorstel van de Commissie overeind. De Raad heeft bijna alle amendementen van het Parlement overgenomen die de Commissie in haar gewijzigde voorstel had aanvaard, hetzij in dezelfde vorm, hetzij op een wijze die geen noemenswaardige verandering brengt in de bedoeling van de amendementen. Het merendeel van de door de Raad aangebrachte wijzigingen versterkt of verduidelijkt het voorstel van de Commissie, zonder aan de essentie ervan te raken.

Het grootste verschil tegenover het voorstel van de Commissie is het uitstel van de datum voor volledige opening van de markt tot juli 2007 - in plaats van 2005, zoals voorgesteld door de Commissie met steun van het Parlement - en van de datum voor de juridische ontvlechting van distributienetbeheerders tot juli 2007 - in plaats van 1 januari 2004, zoals voorgesteld door de Commissie met steun van het Parlement. De Commissie kan ook voor deze punten het gemeenschappelijk standpunt steunen in de geest van een algemeen compromis. Er moet op worden gewezen dat de datum van 2007 voor het volledig openstellen van de markt onvoorwaardelijk en niet meer bespreekbaar is.

Het Europees Parlement heeft in eerste lezing 157 amendementen op het oorspronkelijke voorstel van de Commissie aangenomen. Gezien het oordeel van het Europees Parlement heeft de Commissie met haar gewijzigde voorstel een aantal ingrijpende veranderingen ingevoerd. Van de 157 aangenomen amendementen heeft de Commissie er 15 aanvaard in de door het Parlement voorgestelde vorm of enigszins anders geformuleerd (amendementen 2, 5, 13, 15, 20, 28, 32, 34, 47, 58, 61, 117, 123, 162 en 171). 57 amendementen werden in beginsel aanvaard (6-8, 12, 30, 33, 39, 40, 45, 46, 48, 50, 53-55, 57, 59, 60, 65, 66, 70, 75-79, 82, 84, 86, 89, 90, 95/96, 109-112, 118-120, 124, 127-132, 135, 137, 140, 145, 151, 153, 158-160 en 163), 16 amendementen werden ten dele aanvaard (amendementen 4, 14, 18, 41-43, 51, 56, 62, 103, 104, 125, 126, 149, 172, 182 en 184).

De wijze waarop de Commissie de 88 aanvaarde amendementen van het Parlement heeft verwerkt, wordt nader toegelicht in het gewijzigde voorstel van 7 juni 2002 (document COM(2002) 304 def.). In dit document is eveneens beschreven waarom de overige amendementen zijn verworpen. Er wordt nog even op gewezen dat van de 69 verworpen amendementen van het Parlement er 28 amendementen werden verworpen omdat zij inhielden dat het voorstel van de Commissie in twee afzonderlijke voorstellen werd gesplitst, een voor elektriciteit en een voor gas. Slechts 41 van de 157 aangenomen amendementen werden om inhoudelijke redenen verworpen.

In deze mededeling wordt bijgevolg alleen stilgestaan bij de verschillen tussen het gemeenschappelijk standpunt en het gewijzigde voorstel van de Commissie van 7 juni 2002.

Algemene opmerkingen

Twee amendementen die de Commissie in haar gewijzigde voorstel had aanvaard, zijn door de Raad verworpen. Deze amendementen 12 en 15 hebben betrekking op de overwegingen. Geen enkel door de Commissie aanvaard amendement dat betrekking heeft op het dispositief, werd verworpen.

Het gemeenschappelijk standpunt neemt de amendementen van het Parlement over die het voorstel van de Commissie in twee afzonderlijke teksten splitsen, een tot wijziging van de elektriciteitsrichtlijn 96/92/EG en een tot wijziging van de gasrichtlijn 98/30/EG. De Commissie had deze amendementen verworpen.

Amendementen 156-157 zijn door de Raad verworpen omdat zij geen amendementen vormen, aangezien zij de datum van inwerkingtreding van de richtlijn vaststellen op de twintigste dag na de bekendmaking van de teksten in het Publicatieblad (156) en verklaren dat de richtlijn tot de lidstaten is gericht (157).

A. Elektriciteitsrichtlijn

Overwegingen

In de overwegingen zijn geen belangrijke wijzigingen aangebracht. Een aantal kleine wijzigingen maakt de tekst duidelijker, terwijl enkele wijzigingen de verschillen weergeven tussen het gemeenschappelijk standpunt en het gewijzigde voorstel van de Commissie.

Het verworpen amendement 12 heeft betrekking op overweging 15 inzake de bevoegdheden van de regelgevende instanties. De Commissie merkt op dat de geest van het amendement, waarbij wordt gewezen op het belang van wettelijk bindende methoden voor tarifering van aansluitingen op het net, in de overweging en in het dispositief van de richtlijn (artikel 23) is behouden. Het deel van het amendement dat bepaalt dat regelgevende instanties onafhankelijk van de regering moeten zijn, werd door de Commissie in het gewijzigde voorstel verworpen.

Het verworpen amendement 15 heeft betrekking op overweging 20. Het amendement onderstreept de noodzaak van een uiterste datum voor volledige openstelling van de markt. Dit is niet in de overweging zelf opgenomen, maar in artikel 21 is een datum voor volledige openstelling van de markt vastgesteld.

Artikel 3 - Openbare dienstverplichtingen

Het voorstel van de Commissie en het standpunt van het Parlement breidden de universele dienstverplichting uit tot alle afnemers. Het gemeenschappelijk standpunt beperkt deze tot huishoudelijke afnemers en, waar de lidstaten dat wenselijk achten, tot kleine bedrijven.

De Commissie kan de beperking in het gemeenschappelijk standpunt aanvaarden, aangezien vooral huishoudelijke verbruikers en eventueel kleine bedrijven er behoefte aan hebben te worden beschermd en van stroomvoorziening te worden verzekerd. De lidstaten kunnen besluiten de universele dienstverplichting op te leggen voor een grotere groep van bedrijven, mits deze maatregelen verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht.

De bijlage met maatregelen inzake consumentenbescherming, transparantie van contract bepalingen en -voorwaarden, algemene informatie en mechanismen ter beslechting van geschillen was voor alle afnemers verplicht in het voorstel van de Commissie dat door het Parlement werd gesteund. Het gemeenschappelijk standpunt behoudt slechts het verplichte karakter ervan voor huishoudelijke afnemers. De Commissie kan dit compromis aanvaarden, aangezien vooral huishoudelijke afnemers nood hebben aan dit soort bescherming in een concurrerende omgeving.

Het gemeenschappelijk standpunt voegt in lid 4 van dit artikel de verplichting toe dat alle vormen van compensatie en exclusieve rechten voor het nakomen van openbare dienst verplichtingen op een niet-discriminerende en transparante wijze moeten worden verleend. De Commissie beschouwt deze verduidelijking als een verbetering van de tekst.

Met betrekking tot de etiketteringsbepaling had de Commissie, behalve de specificatie in de rekeningen van het totale brandstofmengsel van de leverancier over het voorgaande jaar en de voor de opwekking van de geleverde elektriciteit gebruikte energiebronnen, ook de specificatie van het milieueffect van elke energiebron met betrekking tot de emissies van broeikasgassen voorgesteld. Het gemeenschappelijk standpunt behoudt de verplichte specificatie van de totale brandstofmix van de leverancier, maar niet specifiek van de geleverde elektriciteit. Het milieueffect van de verschillende energiebronnen zal beschikbaar zijn op een speciale website, waarvan de referentie in de rekeningen zal worden vermeld. Behalve de CO2-uitstoot zal op deze site ook het kernafval worden vermeld.

De Commissie beschouwt de invoering van een etiketteringsverplichting voor leveranciers als een belangrijke stap naar grotere transparantie van het product elektriciteit. Het feit dat de verdeling van de energiebronnen die voor productie van de geleverde elektriciteit worden gebruikt, voor alle afnemers beschikbaar zal zijn in hun rekeningen is belangrijk voor de transparantie en zal de afnemers in staat stellen hun recht uit te oefenen om de leverancier te kiezen, niet alleen op basis van de prijs van het product, maar ook van de productiewijze en het milieueffect van de brandstofmix. De Commissie zal nauw toezien op de toepassing van de etiketteringsverplichting en in het verslag dat de Commissie elk jaar moet publiceren, zal daar bijzondere aandacht aan worden geschonken (artikel 28).

Artikel 6 - Vergunningsprocedure

In het voorstel van de Commissie is het amendement van het Parlement overgenomen waarmee wordt getracht de vergunningsprocedures voor kleine (minder dan 15 MW) en plaatselijke elektriciteitsproductie te rationaliseren en te versnellen. Het gemeenschappelijk standpunt neemt dit idee over, maar verwoordt het als volgt: 'De lidstaten zorgen ervoor dat er bij de vergunningsprocedures voor kleine en/of plaatselijke elektriciteitsproductie rekening gehouden wordt met hun beperkte grootte en potentiële effect.' De Commissie kan deze nieuwe tekst aanvaarden, aangezien niet wordt geraakt aan de beoogde bespoediging van vergunningsprocedures voor kleinere productiefaciliteiten.

Artikel 7 - Aanbesteding voor nieuwe capaciteit

Ter voorkoming van een gebrek aan productiecapaciteit verplichtte het voorstel van de Commissie de lidstaten te voorzien in de mogelijkheid om bij wijze van vangnet aanbestedingsprocedures in te leiden, mocht de markt niet voorzien in voldoende productiecapaciteit op basis van de vergunningsprocedure.

Het gemeenschappelijk standpunt biedt de lidstaten deze mogelijkheid of de mogelijkheid andere qua transparantie en non-discriminatie gelijkwaardige procedures in te voeren. De Commissie kan deze toevoeging aanvaarden, omdat het doel van de bepaling, namelijk de beschikbaarheid van een vangnet ingeval de markt tekortschiet, onveranderd blijft. De beslissing over de meest geschikte methode, aanbesteding of een andere methode, zoals capaciteitsvergoedingen, wordt aan de lidstaten overgelaten.

Artikel 10/15 - Juridische scheiding van transport- en distributienetbeheerders

De tekst van de artikelen in het gemeenschappelijk standpunt stelt duidelijk dat ontvlechting geenszins betekent dat de eigendom van de activa wordt overgedragen aan de gescheiden netbeheerder. De tekst verduidelijkt eveneens dat passende coördinatieregelingen tussen de eigenaar van de activa en de netbeheerder ervoor moeten zorgen dat het rendement op de activa voor de eigenaar wordt beschermd. De Commissie kan deze verduidelijking aanvaarden. Zonder deze verduidelijking zou kunnen worden geargumenteerd dat de gescheiden netbeheerder als enige het recht heeft om over investeringen te beslissen, hetgeen in feite neerkomt op scheiding van eigendom. Hoewel de dagelijkse beslissingen over investeringen vanzelfsprekend door de netbeheerder worden genomen, is het wenselijk dat bijvoorbeeld met de eigenaar van de activa overleg wordt gepleegd over het jaarlijkse financieel programma van de netbeheerder.

Artikel 21 - Openstelling van de markt

In het gemeenschappelijk standpunt is de datum voor het volledig openstellen van de markt 1 juli 2007. Het voorstel van de Commissie, dat door het Parlement wordt gesteund, was 2005. De Commissie kan dit uitstel aanvaarden in de geest van een algemeen compromis. Het is zeer belangrijk dat in de richtlijn een onvoorwaardelijke datum voor het openstellen van de markt voor alle afnemers wordt vastgesteld en dat alle afnemers op middellange termijn voordeel kunnen trekken van de interne markt.

Artikel 26 - Afwijkingen

Voor kleine geïsoleerde netten, die zijn gedefinieerd als niet aan andere netten gekoppelde netten met een jaarlijks verbruik van minder dan 500 GWh, wordt de mogelijkheid ingevoerd afwijkingen aan te vragen van de bepalingen inzake niet-discriminerende vergunnings procedures voor nieuwe productiecapaciteit. Deze afwijking geldt uitsluitend voor het vergroten en verbeteren van bestaande installaties en niet voor de bouw van nieuwe productie-installaties, waarvoor steeds een vergunningsprocedure is vereist.

Voor elektriciteitsnetten met specifieke problemen van technische aard bij het openstellen van de markt voor alle niet-huishoudelijke afnemers, kan een afwijking van de verplichting om alle categorieën niet-huishoudelijke afnemers het recht te verlenen om hun leverancier te kiezen, door de Commissie worden toegestaan voor een periode van ten hoogste 18 maanden na 1 juli 2004. Enkele lidstaten hebben er op gewezen dat het, gezien het specifieke verbruikspatroon van een aantal kleinere industriële afnemers, moeilijk zal zijn alle niet-huishoudelijke afnemers te onderscheiden van huishoudelijke afnemers. Deze afwijking geldt voor zeer beperkte groepen van niet-huishoudelijke afnemers.

De Commissie kan deze afwijkingen aanvaarden omdat het economische effect ervan op de interne markt beperkt zal zijn.

Ingeval in het in 2006 te publiceren verslag geconcludeerd wordt dat de Commissie, in het licht van de efficiënte wijze waarop de toegang tot het net in een lidstaat geregeld is - en waar de toegang tot het net dus volledig efficiënt, niet-discriminerend en ongehinderd verloopt - vaststelt dat bepaalde verplichtingen die uit hoofde van deze richtlijn op ondernemingen rusten (ook als het gaat om verplichtingen inzake juridische scheiding voor distributienetbeheerders) niet in verhouding staan tot het beoogde doel, mag de lidstaat in kwestie de Commissie verzoeken van deze verplichting te worden vrijgesteld. Binnen drie maanden na ontvangst van de kennisgeving stelt de Commissie een advies op over het verzoek van de betrokken lidstaat en indien nodig dient zij bij het Parlement en de Raad voorstellen in.

Dit is een nuttige verduidelijking. De Commissie heeft in elk geval het initiatiefrecht tot invoering en wijziging van wetgeving, indien de omstandigheden zulks vereisen.

Artikelen 27 en 28 - Beoordelingsprocedure en verslaglegging

De bepalingen inzake de verslaglegging zijn aanzienlijk uitgebreid. Zij verplichten de Commissie nader gedetailleerde verslagen op te stellen over de voorzieningszekerheid, het effect van de openstelling van de markt op het niveau van de openbare dienstverlening en de etiketteringsvoorschriften.

Uiterlijk 1 januari 2006 moet de Commissie bovendien een algemeen voortgangsverslag indienen over de vorderingen in de totstandbrenging van de interne markt voor elektriciteit en gas, met betrekking tot prijsontwikkelingen, dienstverleningsniveaus, onafhankelijkheid van netbeheerders, toegang tot het net, regelgeving en de wijze waarop daadwerkelijke concurrentie tot ontwikkeling komt. In dit verslag wordt met name ingegaan op de ervaring die is opgedaan met de toepassing van de richtlijn waar het gaat om de daadwerkelijke onafhankelijkheid van netbeheerders in verticaal geïntegreerde bedrijven, alsmede op de vraag of naast operationele onafhankelijkheid en gescheiden boekhoudingen nog andere maatregelen zijn ontwikkeld die gelijkwaardige resultaten opleveren als juridische ontvlechting. Op basis van dit verslag kan de Commissie, indien nodig, bij het Parlement en de Raad voorstellen indienen, met name met het oog op herziening van de bepalingen inzake openbare dienstverplichtingen en de verplichting om de distributienetbeheerders juridisch te scheiden van verticaal geïntegreerde bedrijven.

De Commissie acht deze aanvullingen van de rapportageverplichting nuttig. Zij maken een grondige evaluatie van de vooruitgang in de totstandbrenging van een interne markt mogelijk alsmede een eerlijke beantwoording van de vraag of de voorschriften inzake operationele ontvlechting voor distributienetbeheerders afdoende zijn om niet-discriminerende toegang tot het net voor alle deelnemers te garanderen.

Artikel 30 - Scheiding van distributienetbeheerders

Artikel 30, lid 2, geeft de lidstaten de mogelijkheid om de invoering van de juridische scheiding voor distributienetbeheerders op te schorten tot 1 juli 2007, de datum voor de volledige openstelling van de markt. Hoewel de Commissie ontvlechting als een zeer belangrijke factor voor het waarborgen van niet-discriminerend gedrag van netbeheerders beschouwt, kan zij niettemin deze latere datum aanvaarden.

Er moet in gedachte worden gehouden dat de richtlijn een beslissende stap vooruit vormt, omdat vanaf de datum van tenuitvoerlegging de volgende operationele ontvlechtings maatregelen (artikel 15, lid 2) van toepassing zijn:

(a) de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de distributienetbeheerder mogen geen deel uitmaken van bedrijfsstructuren van het geïntegreerde elektriciteitsbedrijf die direct of indirect verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse beheer van de productie, transmissie, levering van elektriciteit;

(b) er moeten passende maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat op zodanige wijze rekening wordt gehouden met de professionele belangen van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de distributienetbeheerder dat gewaarborgd is dat zij onafhankelijk kunnen functioneren;

(c) de distributienetbeheerder heeft daadwerkelijk het recht om onafhankelijk van het geïntegreerde elektriciteitsbedrijf besluiten te nemen met betrekking tot de activa die nodig zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het net. Dit vormt geen beletsel voor passende coördinatieregelingen die ervoor moeten zorgen dat de rechten van de moedermaatschappij op economisch toezicht en beheerstoezicht met betrekking tot het rendement van de investering in een dochtermaatschappij beschermd worden;

(d) de distributienetbeheerder moet een nalevingsprogramma vaststellen met maatregelen om te waarborgen dat discriminerend gedrag uitgesloten is en zorgt ervoor dat er adequaat toezicht wordt gehouden op de naleving ervan. Het programma moet de specifieke verplichtingen van de werknemers ter verwezenlijking van die doelstelling bevatten. De persoon of instantie die verantwoordelijk is voor het toezicht op het nalevingsprogramma moet bij de in artikel 23, lid 1, bedoelde regelgevende instantie jaarlijks een verslag indienen waarin de genomen maatregelen worden uiteengezet. Dit verslag wordt gepubliceerd.

Deze operationele ontvlechtingsmaatregelen moeten mede het feit compenseren dat de juridische scheiding van de netbeheerder tot 2007 kan worden uitgesteld. Deze voorschriften waarborgen reeds in ruime mate het niet-discriminerende gedrag van netbeheerders. Met name het effect van deze operationele ontvlechtingsmaatregelen zal de Commissie meer specifiek evalueren in het in artikel 28, lid 3, bedoelde verslag.

B. Gasrichtlijn

De meeste opmerkingen betreffende de elektriciteitsrichtlijn gelden eveneens voor de gasrichtlijn. In deze mededeling worden alleen de specifieke punten van verschil tussen het gemeenschappelijk standpunt en het gewijzigde voorstel van de Commissie in verband met gas vermeld.

De Raad heeft twee door de Commissie aanvaarde amendementen verworpen, namelijk de amendementen 124 en 145.

Artikel 2 - Definities

Het verworpen amendement 124 heeft betrekking op de definitie van flexibiliteitsinstrument. De Raad heeft de definitie van flexibiliteitsinstrument en het gebruik ervan in het gehele dispositief geschrapt. Het begrip wordt met zoveel woorden omschreven en verwijst naar opslaginstallaties en buffercapaciteit (nieuwe definitie 15). De Commissie verwelkomt deze verduidelijking.

Artikel 19 - Toegang tot opslag

De bepalingen inzake de toegang tot opslag en ondersteunende diensten in LNG-installaties worden versterkt in die zin dat de toegang tot tijdelijke opslaginstallaties en ondersteunende diensten die nodig zijn voor de hervergassing en de daaropvolgende levering aan het transportnet gereguleerd moet worden. De toegang tot opslag en ondersteunende diensten in het algemeen kan worden georganiseerd op basis van toegang via onderhandelingen of van gereguleerde toegang. De Commissie verwelkomt deze versterking die ervoor zorgt dat de toegang tot de gehele LNG-installatie op een transparante, gereguleerde basis geschiedt en dat een verschillende toegangsregeling voor opslag/ondersteunende diensten die voor de behandeling van LNG nodig zijn, geen discriminerende belemmering voor de toegang kan vormen.

De verwerping van amendement 145 is het gevolg van de verduidelijking van de definitie van flexibiliteitsinstrument, een term die niet langer wordt gebruikt in de richtlijn.

Artikel 22 - Nieuwe infrastructuur

Het gemeenschappelijk standpunt bevat een mogelijkheid voor ontheffing van niet-discriminerende toegang voor derden voor grote nieuwe gasinfrastructuur, d.w.z. interconnectoren tussen lidstaten, LNG- en opslaginstallaties. Voor het verlenen van een ontheffing gelden strikte voorwaarden. De investering zou niet worden gedaan als er geen ontheffing wordt verleend. De investering dient bovendien de concurrentie op de gasmarkt te versterken en de voorzieningszekerheid te verbeteren.

De regelgevende instantie neemt een besluit over het verzoek om ontheffing of legt de bevoegde instantie in de lidstaat een advies voor. Het advies van de regelgevende instantie wordt samen met het formele besluit bekendgemaakt. Na goedkeuring door de bevoegde instantie in de lidstaat bevestigt of annuleert de Commissie dit besluit binnen twee maanden, een termijn die met één maand kan worden verlengd indien de Commissie aanvullende informatie behoeft.

Deze ontheffing van niet-discriminerende toegang voor derden is ingevoerd om investeringen te beschermen in projecten waaraan hoge risico's zijn verbonden en die niet zouden worden uitgevoerd, indien een dergelijke ontheffing niet wordt verleend. Voor bepaalde belangrijke investeringen maken de voorschriften inzake het rendement van een investering het voor investeerders onmogelijk om hun geld in een project te steken waarbij het winstrisico zeer hoog is.

Volgens de Commissie mag worden aangenomen dat de strikte voorwaarden en het nauwgezette onderzoek van elk formeel besluit inzake een ontheffing door de Commissie voldoende waarborgen vormen dat van deze mogelijkheid voor ontheffing uitsluitend gebruik zal worden gemaakt in gevallen waarin het niet absoluut noodzakelijk is een investering te beschermen in het belang van de interne markt en de voorzieningszekerheid.

C. Conclusie

De Raad heeft unaniem zijn gemeenschappelijk standpunt vastgesteld; het gemeenschappelijk standpunt neemt bijna alle amendementen over die het Europees Parlement in eerste lezing had aangenomen en die de Commissie in haar gewijzigde voorstel had aanvaard. Waar het gemeenschappelijk standpunt afwijkt van het gewijzigde voorstel, blijft het dicht bij de beginselen die aan het oorspronkelijke voorstel van de Commissie ten grondslag lagen. De Commissie steunt derhalve het gemeenschappelijk standpunt van de Raad.

D. Bijlage

De Commissie heeft twee verklaringen laten opnemen in de notulen van de vergadering van de Raad van 25 november 2002. Deze verklaringen geven aan hoe de Commissie een aantal bepalingen zal interpreteren. De verklaring van de Commissie bij artikel 32 met betrekking tot mogelijke toekomstige gasleveringsovereenkomsten mag vanzelfsprekend niet worden geïnterpreteerd als een afwijking van de geldende wetgeving, met inbegrip van de bepalingen van de gasrichtlijn die eveneens van toepassing zijn op doorvoer.

Verklaringen van de Commissie voor de notulen van de Raadsvergadering

1. VERKLARING VAN DE COMMISSIE BETREFFENDE NIEUWE INFRASTRUCTUUR (ARTIKEL 22 VAN DE GASRICHTLIJN EN ARTIKEL 7 VAN DE VERORDENING "GRENSOVERSCHRIJDENDE HANDEL IN ELEKTRICITEIT")

"In geval van een niet discriminerende en transparante veilingprocedure die door de regulerende autoriteit overeenkomstig de richtlijn (respectievelijk de verordening) goedgekeurd is, bevestigt de Commissie dat het gaat om een gereguleerde toegang van derden in de zin van de richtlijn (respectievelijk de verordening)."

"De Commissie benadrukt dat zij voornemens is deze vrijstelling restrictief te interpreteren teneinde te waarborgen dat de vrijstelling tot het strikt noodzakelijke wordt beperkt, in het bijzonder wat betreft de duur van de vrijstelling en de betrokken capaciteit van het project waarvoor de vrijstelling geldt, ter verwezenlijking van het doel, uitzonderlijk risicovolle investeringen te financieren."

2. VERKLARING VAN DE COMMISSIE BETREFFENDE ARTIKEL 32 (VAN DE GASRICHTLIJN)

"De intrekking van Richtlijn 91/296/EEG van 31 mei 1991 betreffende de doorvoer van aardgas via de hoofdnetten doet geen afbreuk aan het juridische kader van toekomstige langetermijncontracten, die van belang zijn om de voorzieningszekerheid in de Europese Unie te waarborgen."

Top