Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52003PC0295

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 werd ingesteld op hulpstukken van smeedbaar gietijzer voor buisleidingen uit Brazilië tot dezelfde producten die vanuit Argentinië zijn verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Argentinië, en tot beëindiging van het onderzoek ten aanzien van één Argentijnse exporteur

/* COM/2003/0295 def. */

52003PC0295

Voorstel voor een Verordening van de Raad tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 werd ingesteld op hulpstukken van smeedbaar gietijzer voor buisleidingen uit Brazilië tot dezelfde producten die vanuit Argentinië zijn verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Argentinië, en tot beëindiging van het onderzoek ten aanzien van één Argentijnse exporteur /* COM/2003/0295 def. */


Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 werd ingesteld op hulpstukken van smeedbaar gietijzer voor buisleidingen uit Brazilië tot dezelfde producten die vanuit Argentinië zijn verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Argentinië, en tot beëindiging van het onderzoek ten aanzien van één Argentijnse exporteur

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

1. De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 in augustus 2000 een antidumpingrecht van 34,8 % ingesteld op bepaalde hulpstukken (fittings) van smeedbaar gietijzer voor buisleidingen uit Brazilië.

2. Naar aanleiding van een verzoek van het "Defence Committee of the Malleable Cast Iron Pipe Fittings Industry of the European Union" heeft de Commissie in september 2002 een onderzoek ingesteld naar een mogelijke ontduiking van de maatregelen ten aanzien van genoemde hulpstukken uit Brazilië door verzending via Argentinië.

3. Bij het onderzoek bleek dat de invoer van smeedbare hulpstukken in de Gemeenschap vanuit Argentinië aanzienlijk was toegenomen, terwijl de invoer uit Brazilië was gedaald en de uitvoer uit Brazilië naar Argentinië met ongeveer dezelfde hoeveelheden was toegenomen. Deze verlegging van het handelsverkeer viel samen met de vaststelling van het recht op smeedbare hulpstukken uit Brazilië. Voor deze praktijken konden geen economische rechtvaardiging of andere redenen worden vastgesteld dan het bestaan van het antidumpingrecht op smeedbare hulpstukken.

4. Bovendien bleek dat het handelspatroon van de enige Argentijnse producent/exporteur die medewerking verleende (DEMA S.A.) niet was gewijzigd en dat deze in het onderzoektijdvak alleen zijn eigen producten naar de Gemeenschap had uitgevoerd.

5. Voorgesteld wordt derhalve het antidumpingrecht van 34,8 % dat bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 van de Raad werd ingesteld op smeedbare hulpstukken uit Brazilië uit te breiden tot smeedbare hulpstukken die vanuit Argentinië worden verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Argentinië, met uitzondering van de hulpstukken die afkomstig zijn van DEMA S.A..

6. De toepassing van het uitgebreide recht zal bij Beschikking xxx/2003 van de Commissie worden geschorst voor de daarin vermelde redenen.

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 werd ingesteld op hulpstukken van smeedbaar gietijzer voor buisleidingen uit Brazilië tot dezelfde producten die vanuit Argentinië zijn verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Argentinië, en tot beëindiging van het onderzoek ten aanzien van één Argentijnse exporteur

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap [1], laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1972/2002 [2], en met name op artikel 13,

[1] PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1.

[2] PB L 305 van 7.11.2002, blz. 1.

Gezien het voorstel van de Commissie dat werd ingediend na overleg in het Raadgevend Comité [3],

[3] PB C [...] van [...], blz. [...]

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE

1. Bestaande maatregelen

(1) Bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 [4] heeft de Raad in augustus 2000 een antidumpingrecht van 34,8 % ingesteld op bepaalde, van schroefdraad voorziene hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, uit Brazilië ("het betrokken product").

[4] PB L 208 van 18.8.2000, blz. 8.

2. Verzoek

(2) De Commissie heeft op 12 augustus 2002 een verzoek ontvangen van het "Defence Committee of the Malleable Cast Iron Pipe Fittings Industry of the European Union", op grond van artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 ("de basisverordening") namens EG-producenten die goed zijn voor een groot deel van de productie van het betrokken product in de Gemeenschap.

(3) Nadat maatregelen waren ingesteld ten aanzien van het betrokken product uit Brazilië zou er volgens het verzoek een aanzienlijke verlegging zijn opgetreden van het handelsverkeer. Het betrokken product uit Brazilië zou via Argentinië naar de Gemeenschap worden uitgevoerd. De invoer uit Argentinië was aanzienlijk gestegen, terwijl de invoer uit Brazilië met ongeveer dezelfde hoeveelheden was gedaald.

(4) Volgens het verzoek waren er, afgezien van het bestaan van antidumpingrechten op het betrokken product uit Brazilië, onvoldoende redenen of economische rechtvaardiging voor deze verlegging van het handelsverkeer.

(5) Tot slot voerde de bedrijfstak van de Gemeenschap aan dat de corrigerende werking van het bestaande antidumpingrecht, zowel wat hoeveelheden als de prijs betrof, werd aangetast en dat het betrokken product uit Argentinië met dumping in de Gemeenschap werd ingevoerd, gelet op de normale waarden die eerder voor dit product uit Brazilië waren vastgesteld, zodat het gerechtvaardigd was een onderzoek in te stellen naar het ontduiking van de antidumpingmaatregelen.

3. Inleiding van het onderzoek

(6) Bij Verordening (EG) nr. 1693/2002 [5] ("inleidingsverordening") heeft de Commissie een onderzoek ingeleid en heeft zij, overeenkomstig artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening, de douaneautoriteiten opdracht gegeven de invoer van het uit Argentinië verzonden betrokken product, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Argentinië, met ingang van 26 september 2002 te registreren. De Commissie heeft de autoriteiten van Brazilië en Argentinië in kennis gesteld van de opening van het onderzoek.

[5] PB L 258 van 26.9.2002, blz. 27.

4. Onderzoek

(7) De Commissie heeft een vragenlijst gezonden naar zowel de importeurs in de Gemeenschap als de exporteurs in Brazilië en Argentinië die in het verzoek waren genoemd, de exporteurs die haar van het oorspronkelijk onderzoek bekend waren en andere belanghebbenden die zich binnen de gestelde termijn hadden gemeld. De importeurs en exporteurs werd medegedeeld dat het niet-verlenen van medewerking tot toepassing van artikel 18 van de basisverordening kon leiden.

(8) Een aantal EG-importeurs hebben hun standpunt schriftelijk uiteengezet en verklaard dat zij het betrokken product uit Argentinië niet hadden ingevoerd.

(9) Voorts werd een antwoord ontvangen van één Argentijse producent/exporteur, DEMA S.A., San Justo, Buenos Aires. De Commissie voerde een controle ter plaatse uit bij deze onderneming

5. Onderzoektijdvak

(10) Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002 ("het onderzoektijdvak"). Om de verlegging van het handelsverkeer te onderzoeken werden gegevens verzameld over de periode 1998 tot het eind van het onderzoektijdvak.

B. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

1. Algemene overwegingen/samenwerking

(11) Geen van de producenten of exporteurs van het betrokken product in Brazilië heeft medewerking verleend. Een medewerkende producent/exporteur in Argentinië, DEMA S.A., die het betrokken product in het onderzoektijdvak heeft geproduceerd en naar de Gemeenschap uitgevoerd, heeft informatie verstrekt. Deze Argentijnse onderneming was volgens Eurostat in het onderzoektijdvak goed voor een te verwaarlozen deel, zowel qua hoeveelheid als qua waarde, van de totale invoer van het betrokken product uit Argentinië.

(12) In de loop van het onderzoek dienden de Argentijnse autoriteiten, binnen de in de inleidingsverordening gestelde termijn, een verzoek in om als belanghebbende te worden aangemerkt. De Argentijse autoriteiten hebben informatie en statistische gegevens over de Argentijnse in- en uitvoer verstrekt.

(13) In december 2002 - een maand na het verstrijken van de termijn waarbinnen het antwoord op de vragenlijst moet zijn ontvangen - heeft de Commissie een verzoek ontvangen namens Industrias Aguila Blanca S.A. (Argentinië) die verklaarde het betrokken product in Argentinië te produceren. Deze onderneming verzocht als belanghebbende bij het onderzoek te worden beschouwd en om vrijstelling van de uitgebreide maatregelen. Omdat het verzoek in een vergevorderd stadium van het onderzoek werd ontvangen, ruim na het verstrijken van de in artikel 3 van de inleidingsverordening vermelde termijn, en nader onderzoek en verificatie zou vergen, werd de onderneming meegedeeld dat zij niet als een aan het onderzoek medewerkende onderneming kon worden beschouwd. De conclusies ten aanzien van deze onderneming zouden worden vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens, overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening.

2. Betrokken product en soortgelijk product

(14) De definitie van het betrokken product is dezelfde als in het oorspronkelijk onderzoek, namelijk bepaalde hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, ingedeeld onder de GN-code ex 7307 19 10.

(15) Bij het onderzoek bleek dat het betrokken product dat vanuit Brazilië naar de Gemeenschap wordt uitgevoerd en het betrokken product dat vanuit Argentinië naar de Gemeenschap wordt verzonden dezelfde basiskenmerken en dezelfde toepassingen hebben en derhalve moeten worden beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3. Verlegging van het handelsverkeer

Medewerkende Argentijnse exporteur

(16) De medewerkende exporteur DEMA S.A. heeft in het onderzoektijdvak slechts één container naar de Gemeenschap uitgevoerd. In het onderzoektijdvak en in de periode waarvoor gegevens waren verzameld had geen andere uitvoer naar de Gemeenschap plaatsgevonden. De enige uitvoer voorafgaand aan de uitvoer in het onderzoektijdvak vond plaats in 1992. Er was derhalve geen duidelijke structuur van het handelsverkeer voorafgaand aan de instelling van de maatregelen ten aanzien van het betrokken product uit Brazilië, zodat er ook geen sprake was van een wijziging van die structuur. Voorts werd vastgesteld dat DEMA S.A. zowel een producent als exporteur van het betrokken product is met productiefaciliteiten voor het gehele productieproces van dit product. De onderneming verkoopt alleen haar eigen producten en heeft het betrokken product in het onderzoektijdvak niet uit Brazilië ingevoerd.

(17) DEMA S.A. heeft derhalve aangetoond dat haar handelsverkeer met de Gemeenschap geen wijzigingen heeft ondergaan. Het onderzoek ten aanzien van de invoer van het door DEMA S.A. vervaardigde betrokken product dient derhalve te worden beëindigd.

Niet-medewerkende Argentijnse exporteurs

(18) Voor de vaststelling van de uitvoer van de niet-medewerkende exporteurs naar de Gemeenschap moest de Commissie gebruik maken van de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. De conclusies over de invoer van het betrokken product uit Argentinië, nadat antidumpingmaatregelen waren vastgesteld ten aanzien van dit product uit Brazilië, waren gebaseerd op Eurostat-gegevens op GN-niveau. De prijs van het Argentijnse product bij invoer in de Gemeenschap werd vastgesteld op basis van de totale door Eurostat op GN-niveau opgegeven waarden en hoeveelheden, nadat de hoeveelheden en de waarde van de invoer van het betrokken product afkomstig van de medewerkende Argentijnse onderneming hierop in mindering waren gebracht. Voor de gegevens over de periode voordat maatregelen waren ingesteld, leken de Eurostat-gegevens op GN-niveau de beste gegevens die beschikbaar waren.

(19) De opvallende verschuiving van de invoer van het betrokken product uit Brazilië naar de invoer van het betrokken product uit Argentinië viel samen met de inwerkingtreding van de antidumpingmaatregelen van de Gemeenschap ten aanzien van het betrokken product uit Brazilië in augustus 2000. De invoer in de Gemeenschap van het betrokken product uit Brazilië daalde aanzienlijk, nadat de Gemeenschap antidumpingmaatregelen had ingesteld, namelijk van 3.737 ton in 2000 tot 181 ton in 2001. De invoer in de Gemeenschap van het betrokken product uit Argentinië steeg in dezelfde periode van 15 ton in 2000 tot 3.087 in 2001. Deze trend handhaafde zich in de eerste zes maanden van het onderzoektijdvak, maar gaf in de tweede helft van het onderzoektijdvak een tegengestelde ontwikkeling te zien als gevolg van het Argentijnse antidumpingonderzoek naar de invoer van het betrokken product uit Brazilië. De invoer in de Gemeenschap vanuit Argentinië daalde als gevolg hiervan van 3.087 ton in 2001 tot 202 ton in 2002. In afwachting van de resultaten van het Argentijnse antidumpingonderzoek kan echter niet worden uitgesloten dat de bovengenoemde verlegging van het handelsverkeer van tijdelijke aard zal zijn.

(20) Er werd echter een duidelijke verlegging van het handelsverkeer vastgesteld voor de niet-medewerkende ondernemingen, welke verlegging onmiskenbaar samenviel met de inwerkingtreding van de antidumpingmaatregelen van de Gemeenschap ten aanzien van het betrokken product uit Brazilië in augustus 2000.

4. Onvoldoende reden of economische rechtvaardiging (niet-medewerkende Argentijnse exporteurs)

(21) Uit de gegevens van de Argentijnse autoriteiten blijkt dat de invoer in Argentinië van het betrokken product uit Brazilië in 2001 aanzienlijk steeg en wel even sterk als de uitvoer uit Argentinië naar de Gemeenschap in dat jaar. Hoewel geen medewerking werd verleend, kan uit deze parallelle trends worden afgeleid dat de invoer in Argentinië uit Brazilië niet voor de Argentijnse markt, doch voor uitvoer naar de Gemeenschap was bestemd, een conclusie die wordt bevestigd door de Argentijnse uitvoerstatistieken die de Argentijnse autoriteiten hebben verstrekt.

(22) Daar de invoer uit Brazilië onmiddellijk na de invoering van antidumpingrechten werd vervangen door invoer uit Argentinië moet, bij gebrek aan medewerking van de Argentijnse bedrijven en het ontbreken van een andere verklaring, worden vastgesteld dat de handelsverlegging het gevolg was van de instelling van de rechten en niet van een andere voldoende reden of economische rechtvaardiging in de zin van artikel 13, lid 1, tweede zin, van de basisverordening.

(23) Gelet op het voorgaande kan redelijkerwijze worden geconcludeerd dat het grootste deel van de uitvoer van het betrokken product uit Brazilië naar Argentinië naar de Gemeenschap wordt doorverzonden.

5. Aantasting van de corrigerende werking van het antidumpingrecht in termen van prijzen en/of hoeveelheden (niet-medewerkende Argentijnse exporteurs)

(24) Uit de in overweging 19 vermelde gegevens blijkt dat de invoer van het betrokken product in de Gemeenschap, nadat antidumpingmaatregelen waren genomen, duidelijk wijzigingen onderging. In 1999, voordat deze maatregelen waren genomen, bedroeg de invoer in de Gemeenschap van het betrokken product uit Brazilië volgens EUROSTAT-cijfers op GN-niveau 4.518 ton. Deze invoer daalde tot 3.737 ton in 2000 en tot 15 ton in 2001. In 2001 werd in plaats daarvan het betrokken product uit Argentinië ingevoerd, afkomstig van de niet-medewerkende Argentijnse exporteurs (die goed waren voor 3.087 ton). Door deze opvallende verlegging van het handelsverkeer werd de corrigerende werking van de maatregelen teniet gedaan, wat de omvang van de invoer in de Gemeenschap betreft.

(25) Voor de prijzen moest, gezien de geringe medewerking, gebruik worden gemaakt van de beste gegevens die beschikbaar waren, namelijk de Eurostat-gegevens op GN-niveau. Hieruit bleek dat de gecorrigeerde prijzen van het betrokken product uit Argentinië ongeveer 5 % lager waren dan de bij het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde prijzen van het betrokken product uit Brazilië. De schademarge bij invoer uit Argentinië is derhalve groter dan de bij het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde schademarge bij invoer uit Brazilië.

(26) Daarom wordt geconcludeerd dat de invoer van het betrokken product uit Argentinië de corrigerende werking van de antidumpingrechten heeft teniet gedaan, zowel wat prijzen als hoeveelheden betreft.

6. Dumpingmarge in vergelijking met de bij het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde normale waarden (niet-medewerkende Argentijnse exporteurs)

(27) Bij het onderzoek of het betrokken product, afkomstig van niet-medewerkende Argentijnse exporteurs; in het onderzoektijdvak met dumping in de Gemeenschap is ingevoerd, werd overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruik gemaakt van de invoerstatistieken van Eurostat op GN-niveau.

Onderzoek op basis van de statistieken van EUROSTAT

(28) Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening wordt bij een onderzoek naar de ontduiking van maatregelen uitgegaan van de normale waarde die bij het oorspronkelijk onderzoek werd vastgesteld.

(29) Bij het oorspronkelijke onderzoek werd de normale waarde voor Brazilië vastgesteld per soort van het betrokken product. In het onderhavige onderzoek naar de ontduiking van de antidumpingmaatregelen werden de exportprijzen vastgesteld op basis van de EUROSTAT-gegevens, die geen indeling gaven per soort, maar alleen per ton en per GN-code. Omdat de Argentijnse producenten/exporteurs geen medewerking verleenden, werd, ten behoeve van de vergelijking van de exportprijzen met de bij het oorspronkelijk onderzoek vastgestelde normale waarden, het productassortiment van deze producenten/exporteurs beoordeeld op basis van het productassortiment dat in het oorspronkelijke onderzoektijdvak naar de Gemeenschap was uitgevoerd. Deze vergelijking werd redelijk geacht, omdat de Braziliaanse onderneming die in het oorspronkelijk onderzoektijdvak goed was geweest voor het grootste deel van de uitvoer uit Brazilië naar de Gemeenschap ook de onderneming was die naar Argentinië had uitgevoerd. De gewogen gemiddelde normale waarde per ton werd derhalve vastgesteld aan de hand van hetzelfde productassortiment als bij het oorspronkelijke onderzoek.

(30) Om een billijke vergelijking te kunnen maken tussen de normale waarde en de exportprijs werd door middel van correcties rekening gehouden met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening werden correcties toegepast voor de kosten van vervoer en verzekering, uitgaande van de kosten van DEMA S.A..

(31) Bij de vergelijking van de gewogen gemiddelde normale waarden met de gewogen gemiddelde exportprijzen overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening bleek dat de dumpingmarge meer dan 40 % bedroeg van de cif-prijs, grens Gemeenschap.

C. VERZOEKEN OM VRIJSTELLING VAN REGISTRATIE OF VAN HET UITGEBREIDE RECHT

(32) De Commissie heeft van twee Argentijnse producenten, Industrias Aguila Blanca S.A and DEMA S.A., een verzoek om vrijstelling van registratie en van de maatregelen ontvangen. Omdat de eerste onderneming, zoals vermeld in overweging (11), niet werd beschouwd als een medewerkende producent, werd geen gevolg gegeven aan haar verzoek om vrijstelling.

(33) Bij Verordening (EG) nr. xxx/2003 [6] heeft de Commissie de "inleidingsverordening" gewijzigd om de registratie te beëindigen van de invoer van het betrokken product, vervaardigd door DEMA S.A., de Argentijnse onderneming die de antidumpingrechten niet heeft ontdoken.

[6] xxx

(34) Deze onderneming, die de antidumpingmaatregelen niet bleek te hebben ontdoken, moet worden vrijgesteld van de voorgenomen uitbreiding van de maatregelen.

D. MAATREGELEN

(35) Gezien de resultaten van het onderzoek naar ontduiking in de zin van artikel 13, lid 1, tweede zin, van de basisverordening, dienen de antidumpingrechten op het betrokken product uit Brazilië te worden uitgebreid tot het betrokken product dat vanuit Argentinië wordt verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Argentinië, met uitzondering van het betrokken product dat is vervaardigd door de medewerkende producent DEMA S.A., overeenkomstig artikel 13, lid 1, eerste zin, van de basisverordening.

(36) Overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisverordening, waarin is bepaald dat uitgebreide antidumpingmaatregelen kunnen worden toegepast op het betrokken product waarvan de invoer werd geregistreerd, met ingang van de datum van registratie, dient het antidumpingrecht te worden geheven van het betrokken product dat uit Argentinië is verzonden en waarvan de binnenkomst in de Gemeenschap werd geregistreerd overeenkomstig de inleidingsverordening, met uitzondering van het betrokken product dat is vervaardigd door DEMA S.A..

(37) Het besluit om de rechten niet uit te breiden tot het door DEMA S.A. vervaardigde betrokken product werd genomen op grond van de resultaten van dit onderzoek. Dit besluit is derhalve uitsluitend van toepassing op het betrokken product dat uit Argentinië is verzonden en door deze specifieke rechtspersoon is geproduceerd. Het betrokken product dat is vervaardigd of verzonden door andere ondernemingen die niet specifiek met naam en adres in het dispositief van deze verordening zijn genoemd, met inbegrip van rechtspersonen die banden hebben met de specifiek genoemde onderneming, komen niet voor de vrijstelling in aanmerking en zijn onderworpen aan het bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 ingestelde recht.

(38) Verzoeken om vrijstelling van het uitgebreide recht dienen aan de Commissie te worden gericht en dienen alle terzake doende informatie te bevatten, met name over een eventuele wijziging van de activiteiten van de onderneming in verband met de productie en de uitvoer.

(39) Argentijnse exporteurs die overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening om vrijstelling verzoeken, moeten een vragenlijst invullen om de Commissie in staat te stellen te bepalen of vrijstelling kan worden verleend. De Commissie verricht gewoonlijk ook een controle ter plaatse.

(40) Indien een vrijstelling gerechtvaardigd wordt geacht, zal de Commissie, na overleg in het Raadgevend Comité, de verordening wijzigen door aanpassing van de lijst van ondernemingen waarvoor de vrijstelling geldt.

E. PROCEDURE

(41) De belanghebbenden werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op basis waarvan de Commissie voornemens was het voorstel te doen het geldende antidumpingrecht uit te breiden en werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. Er werd geen bezwaren ontvangen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 ingestelde definitieve antidumpingrecht op hulpstukken (fittings) van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, voor buisleidingen, ingedeeld onder GN-code ex 7307 19 10, van oorsprong uit Brazilië, wordt uitgebreid tot dezelfde hulpstukken (fittings) van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, voor buisleidingen, die uit Argentinië zijn verzonden (al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Argentinië) (respectievelijk TARIC-codes 7307 19 10*11 en 7307 19 10*19), met uitzondering van de hulpstukken die zijn geproduceerd door DEMA S.A., Av. Pte. Perón 3750, San Justo, Buenos Aires, Argentinië (aanvullende TARIC-code A438).

2. Het bij lid 1 uitgebreide recht wordt geheven van de overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1693/2002 en de artikelen 13, lid 3, en 14, lid 5, van Verordening (EG) nr. 384/96 geregistreerde producten, met uitzondering van de producten vervaardigd door DEMA S.A., Av. Pte. Perón 3750, San Justo, Buenos Aires, Argentinië.

3. De bepalingen inzake douanerechten zijn van toepassing.

Artikel 2

1. Verzoeken om vrijstelling van het bij artikel 1 uitgebreide recht dienen schriftelijk, in één van de officiële talen van de Gemeenschap, aan het volgende adres te worden gericht en te worden ondertekend door een persoon die bevoegd is de indiener van het verzoek te vertegenwoordigen:

Europese Commissie Directoraat-generaal Trade Directoraat B Kamer: J-79 05/17 B - 1049 Brussel Fax (32 2) 295 65 05 Telex COMEU B 21877.

2. Na overleg in het Raadgevend Comité kan de Commissie vrijstelling verlenen van het bij artikel 1 uitgebreide recht, wanneer is aangetoond dat het bij Verordening (EG) nr. 1784/2000 ingestelde antidumpingrecht niet wordt ontdoken.

Artikel 3

De douaneautoriteiten wordt hierbij de opdracht gegeven de bij artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1693/2002 ingestelde registratie van de invoer te beëindigen.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De Voorzitter

Top