This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52001SC1333
Communication from the Commission to the European Parliament pursuant to the second subparagraph of Article 251 (2) of the EC Treaty concerning the common position of the Council on the adoption of a Directive of the European Parliament and the Council establishing a general framework for informing and consulting employees in the European Community
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap
/* SEC/2001/1333 def. - COD 98/0135 */
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap /* SEC/2001/1333 def. - COD 98/0135 */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap 1998/0315 (COD) MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea, van het EG-Verdrag over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap 1- ACHTERGROND VAN HET DOSSIER Datum van indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad (document COM(1998) 612 def. - 1998/0315 (COD)): // 17.11.1998. Datum van het advies van het Economisch en Sociaal Comité: // 07.07.1999. Datum van het advies in eerste lezing van het Europees Parlement: // 14.04.1999. Datum van indiening van het gewijzigde voorstel: // 23.05.2001. Datum van goedkeuring van het gemeenschappelijk standpunt: // 23.07.2001. 2- DOEL VAN HET VOORSTEL VAN DE COMMISSIE Het aanvullen van de geldende bepalingen op nationaal en communautair niveau inzake de informatie en de raadpleging van de werknemers. 3- REACTIE OP HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT Het gemeenschappelijk standpunt van de Raad bevat drie soorten amendementen op het oorspronkelijke voorstel van de Commissie: amendementen die het automatische gevolg zijn van de verandering van de rechtsgrondslag, amendementen die een aantal amendementen van het Europees Parlement in de tekst verwerken, en tot slot amendementen die voortvloeien uit de ontwikkeling van de debatten in de Raad. In de onderstaande punten wordt tevens gerefereerd aan amendementen die in eerste lezing door het Europees Parlement zijn goedgekeurd maar niet zijn opgenomen in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad. 3.1. Amendementen die het gevolg zijn van de verandering van de rechtsgrond Op verschillende plaatsen in de tekst zijn de verwijzingen naar artikel 2, lid 2, van de overeenkomst betreffende de sociale politiek, gehecht aan het protocol betreffende de sociale politiek, bijlage bij het Verdrag betreffende de Europese Unie, vervangen door verwijzingen naar artikel 137, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Andere wijzigingen die het automatische gevolg van deze verandering zijn, zijn aangebracht. 3.2. Amendementen die zijn goedgekeurd door het Europees Parlement, zijn overgenomen door de Commissie en zijn opgenomen in het gemeenschappelijk standpunt. Het gemeenschappelijk standpunt neemt ook uitdrukkelijk een aantal amendementen over die in eerste lezing door het Europees Parlement zijn goedgekeurd en die door de Commissie zelf waren overgenomen en in haar gewijzigde voorstel waren verwerkt: * amendementen 2, 9 en 25 (schrapping van de speciale drempel van 100 werknemers betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers met betrekking tot de ontwikkeling van de werkgelegenheid binnen de onderneming): zie overweging 19 en de artikelen 3 en 4; * amendementen 3, 6 en 32 (vrijwaring van het beschermingsniveau): zie artikel 9, lid 4; * amendement 7 (verwijzing naar minimumvereisten): zie artikel 1, lid 1; * amendement 10 (verwijzing naar de nationale wetgeving en/of praktijk in verband met de definitie van werkgever: zie artikel 2, onder c); * amendement 13, eerste deel (definitie van raadpleging: zie artikel 2, onder g); * amendement 16, gedeeltelijk (bepaling door de lidstaten van het niveau waarop voor de informatie en de raadpleging moet worden gezorgd): zie artikel 3, lid 1, en artikel 4, lid 1. Een aantal andere amendementen die ook door het Europees Parlement waren goedgekeurd, komen duidelijk overeen met de geest van de richtlijn. Het betreft de onderstaande amendementen: * amendement 1 (verwijzing naar permanente kwalificatie, innovatie en toetreding tot nieuwe vormen van arbeidsorganisatie); * amendement 37 (beperking van het recht van de werkgever om vertrouwelijkheid te eisen of informatie geheim te houden); * amendement 5 (verwijzing naar voor de werknemers gunstiger bepalingen); * amendementen 8 en 43 (verplichting om de in het voorstel voor een richtlijn vastgestelde minimumvereisten te respecteren); * amendement 11 (permanente, vast benoemde en onafhankelijke werknemersvertegenwoordigers); * amendement 13, derde deel (verduidelijkingen met betrekking tot het soort informatie waarover de raadpleging plaatsvindt); * amendementen 22 en 23 (niet volledige lijst van beslissingen voor informatie en raadpleging); * amendement 26 (recht van werknemersvertegenwoordigers om een beroep op deskundigen te doen); * amendement 28 (verduidelijkingen met betrekking tot het recht op bescherming van werknemersvertegenwoordigers); * amendement 35 (opname van het punt van de drempels in de lijst van onderwerpen die in het kader van het heronderzoek van de richtlijn aan bod moeten komen). Toch horen deze gedetailleerde bepalingen niet thuis in deze richtlijn, die een algemeen kader vormt en die de lidstaten veel speelruimte laat bij de omzetting in nationale wetgeving. 3.3. Amendementen van het Europees Parlement die niet door de Commissie zijn overgenomen en niet in het gemeenschappelijk standpunt zijn opgenomen In het gemeenschappelijk standpunt van de Raad is een aantal amendementen niet opgenomen die in eerste lezing door het Europees Parlement waren goedgekeurd en waarbij de Commissie een voorbehoud had gemaakt. Het betreft de onderstaande amendementen: * amendementen 4 en 15 (schrapping van de zogenaamde "Tendenzschutz"); * amendement 41 (opname van een definitie van sociale partners); * amendement 13, tweede en vierde deel (verwijzing naar de planning in het kader van de definitie van raadpleging en naar de verplichting om te streven naar een akkoord over alle onderwerp op het gebied van informatie en raadpleging); * amendement 17 (verplichting voor de lidstaten om de sociale dialoog in de kleine en middelgrote ondernemingen te bevorderen); * amendementen 20 en 43 (beperking van de autonomie van de partijen in het kader van akkoorden - mogelijkheid tot afwijking van de algemene regels, op voorwaarde dat de regelingen en bepalingen voor de werknemers gunstiger uitvallen dan hetgeen in de richtlijn is bepaald); * amendement 21 (opname, naast informatie, van raadpleging over de economische en financiële toestand van de onderneming); * amendement 24 (verlenging van de raadpleging in bijzonder ernstige gevallen); * amendement 27 (schrapping van het recht van de werkgever om bijzonder gevoelige informatie niet bekend te maken); * amendement 29 (uitbreiding van het begrip ernstige schending van de verplichtingen inzake informatie en raadpleging); * amendement 33 (toepassing van de richtlijn op de overheidssector); * amendement 34 (verplichting voor de lidstaten om bij de omzetting van de richtlijn de sociale partners te raadplegen). 3.4. Amendementen die voortvloeien uit de debatten in de Raad De tekst van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad bevat nog andere wijzigingen in vergelijking met het oorspronkelijke voorstel en het gewijzigde voorstel van de Commissie. De meeste van deze amendementen lijken overeen te stemmen met de door het Europees Parlement tot uitdrukking gebrachte wens om via dit nieuwe juridische communautaire instrument een adequate en doeltreffende praktijk inzake informatie en raadpleging van de werknemers binnen een onderneming in de Europese Gemeenschap te bevorderen. Andere beogen tegemoet te komen aan de gewettigde zorgen van de lidstaten in verband met hun eigen nationale situatie en doen, in de optiek van de Commissie, niets af aan de centrale doelstelling van het voorstel voor een richtlijn. Dit betreft in het bijzonder: * verwijzing, in artikel 1, lid 2 (nieuw), naar de noodzaak om, ongeacht de toepassingsmodaliteiten voor de procedures inzake informatie en raadpleging, de doeltreffendheid daarvan te garanderen; * opname, in artikel 2, van een definitie van "inrichting", "werkgever" en "werknemer"; * opname, in artikel 3, lid 1, van een tweede drempel van 20 werknemers die van toepassing is indien een lidstaat voor de omzetting van deze richtlijn als referentieniveau voor "inrichting" kiest in plaats van voor "onderneming"; * opname, in artikel 3, lid 3, van de mogelijkheid voor de lidstaten om van de richtlijn af te wijken door middel van het vaststellen van speciale bepalingen voor de bemanningen van zeeschepen; * omkering van de artikelen 3 en 4 van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, met een aantal daaruit voortvloeiende aanpassingen; * overheveling van een deel van de definities van "informatie" en "raadpleging" naar artikel 4, de leden 3 en 4; * herschikking van en kleine wijzigingen aan de bepalingen inzake vertrouwelijkheid en geheimhouding van informatie, alsook die inzake de controle op het gebruik van deze mogelijkheden (artikel 6); * opname, in artikel 10, van de mogelijkheid voor lidstaten die geen algemene en verplichte systemen voor informatie en raadpleging hebben, alsook voor vertegenwoordiging van de werknemers, om de in de richtlijn bedoelde verplichtingen geleidelijk in te voeren, afhankelijk van de grootte van de onderneming of inrichting (aantal werknemers). De Commissie kan instemmen met deze door de Raad aangebrachte wijzigingen. Anderzijds bevat het gemeenschappelijk standpunt van de Raad geen bepaling betreffende sancties in geval van een ernstige schending door een werkgever van zijn verplichtingen inzake informatie en raadpleging, zoals die wel voorkwam in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie en in het gewijzigde voorstel (het oude artikel 7, lid 3, van het oorspronkelijke voorstel). Het Parlement had de Commissie op dit punt ondersteund en had zelfs een tekst voorgesteld die verder ging (met een ruimere definitie van het begrip "ernstige schending"), maar door de Commissie niet was overgenomen in haar gewijzigde voorstel. De Commissie stelt vast dat het gemeenschappelijk standpunt, goedgekeurd met eenparigheid van stemmen, deze door de Commissie voorgestelde en door het Parlement overgenomen bepaling niet bevat. 4- CONCLUSIES De Commissie kan in het algemeen instemmen met de tekst van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad en zij is verheugd over het feit dat de lidstaten zich eenparig achter deze tekst hebben geschaard, zonder dat dit ten koste is gegaan van de fundamentele bepalingen die zij in 1998 had voorgesteld. De Commissie herhaalt evenwel haar standpunt betreffende de sancties die moeten worden opgenomen in geval van ernstige schending door de werkgever van de op hem rustende verplichtingen inzake informatie en raadpleging. De Commissie verwacht snelle vooruitgang in tweede lezing en, eventueel, in een later stadium, en verklaart zich bereid tot samenwerking met het Europees Parlement en de Raad bij het zoeken naar bevredigende oplossingen voor de nog onopgeloste punten. 5- VERKLARING VOOR DE NOTULEN VAN DE RAAD "De Raad en de Commissie verklaren dat wanneer een lidstaat de richtlijn toepast op ondernemingen met ten minste 50 werknemers op zijn grondgebied hij deze drempel kan handhaven, ook in geval de inrichting als het relevante niveau voor de doelstellingen van artikel 3 wordt gekozen".