This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52000PC0619
Proposal for a Council Regulation laying down control measures applicable to fishing for certain stocks of highly migratory fish
Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van controlemaatregelen voor de visserij op bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissoorten
Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van controlemaatregelen voor de visserij op bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissoorten
/* COM/2000/0619 def. - CNS 2000/0253 */
PB C 62E van 27.2.2001, pp. 79–86
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van controlemaatregelen voor de visserij op bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissoorten /* COM/2000/0619 def. - CNS 2000/0253 */
Publicatieblad Nr. 062 E van 27/02/2001 blz. 0079 - 0086
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van controlemaatregelen voor de visserij op bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissoorten (door de Commissie ingediend) Toelichting De Europese Gemeenschap is lid van bepaalde regionale visserijorganisaties die een kader hebben vastgesteld voor de regionale samenwerking inzake de instandhouding en het beheer van bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissoorten. Deze zijn omschreven in bijlage I; de soorten waarop het meeste gevist wordt, zijn tonijn en een aantal verwante soorten, zoals zwaardvis. De betrokken regionale organisaties zijn: - de Internationale Commissie voor de Instandhouding van Tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT), waarvan de Gemeenschap lid is sinds 14 november 1997, - de Commissie voor de Tonijnvisserij in de Indische Oceaan (IOTC), waarvan de Gemeenschap lid is sinds 18 september 1995, - de Inter-Amerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn (IATTC), waarvoor de Gemeenschap een toetredingsprocedure heeft ingeleid. Door de recente ontwikkeling van het internationale recht hebben de werkzaamheden van deze regionale visserijorganisaties snel uitbreiding gekregen: terwijl deze vroeger hoofdzakelijk beperkt bleven tot de uitwisseling van informatie, stellen deze organisaties nu aanbevelingen op allerlei gebied op. Deze aanbevelingen houden met name controle- en bewakingsmaatregelen in, meer in het bijzonder inzake de ontvangst en mededeling van bepaalde statistische gegevens, de inspectie van vaartuigen, satellietbewaking, overladingen en aanlandingen, alsmede inzake de controle op vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen en staatloze vaartuigen. Deze aanbevelingen worden bindend voor de verdragsluitende partijen die daartegen geen bezwaar hebben aangetekend. Als verdragsluitende partij bij de ICCAT en de IOTC moet de Gemeenschap deze aanbevelingen dus uitvoeren. Daarnaast heeft de Gemeenschap visserijbelangen in het oostelijk deel van de Stille Oceaan zodat zij de procedure om toetreding tot de Inter-Amerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn (IATTC) heeft ingeleid. De Gemeenschap heeft in afwachting van haar toetreding en overeenkomstig de uit het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties voortkomende verplichting om samen te werken met de andere partijen die bij het beheer en bij de instandhouding van de bestanden in dit gebied betrokken zijn, besloten de door de IATTC aangenomen technische maatregelen nu reeds toe te passen. Ook deze maatregelen moeten dus in Gemeenschapsrecht worden omgezet. Ten slotte moeten bepalingen worden vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de in het kader van de IATTC gesloten Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen. De Gemeenschap wil deze overeenkomst bekrachtigen en heeft besloten in afwachting van haar formele toetreding de bepalingen ervan voorlopig toe te passen. Een aantal aanbevelingen van deze regionale visserijorganisaties zijn reeds in Gemeenschapsrecht omgezet, met name bij Verordening (EG) nr. 1351/1999 van de Raad van 21 juni 1999 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen om ervoor te zorgen dat de door de ICCAT vastgestelde maatregelen in acht genomen worden, en bij Verordening (EG) nr. 2742/1999 van de Raad van 17 december 1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van de vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98. Duidelijkheidshalve moeten alle controlemaatregelen voor de bestanden van over grote afstanden trekkende soorten in één verordening worden samengebracht. De communautaire visserij op over grote afstanden trekkende vissoorten vindt namelijk in meerdere oceanen en in vele zeeën plaats, zowel in communautaire als in internationale wateren, alsmede in de wateren van bepaalde derde landen in het kader van bilaterale overeenkomsten. Deze visserijactiviteiten vertonen overal vergelijkbare kenmerken, zodat een samenhangende algemene aanpak noodzakelijk is. Dit voorstel heeft dan ook ten doel alle technische maatregelen die gelden voor bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissoorten om te zetten en in één verordening samen te brengen. De bepalingen die zijn overgenomen uit reeds bestaande verordeningen, zijn zonder noemenswaardige wijzigingen in de nieuwe tekst overgenomen. De artikelen die zijn opgesteld om tegemoet te komen aan nieuwe aanbevelingen zijn in de tekst onderstreept. De Commissie stelt voor dat de Raad deze verordening na raadpleging van het Europees Parlement goedkeurt. 2000/0253 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van controlemaatregelen voor de visserij op bepaalde bestanden van over grote afstanden trekkende vissoorten DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 37, Gezien het voorstel van de Commissie [1], [1] PB C ... van ..., blz. ... Gezien het advies van het Europees Parlement [2], [2] PB C ... van ..., blz. ... Overwegende hetgeen volgt: (1) De Gemeenschap is sinds 14 november 1997 verdragsluitende partij bij het Internationaal Verdrag voor de Instandhouding van Atlantische Tonijnen [3], hierna het "ICCAT-Verdrag" genoemd. [3] PB L 162 van 18.6.1986, blz. 34. (2) Bij het ICCAT-Verdrag is een kader vastgesteld voor de regionale samenwerking op het gebied van de instandhouding en het beheer van de bestanden van tonijn en aanverwante soorten in de Atlantische Oceaan en de aangrenzende zeeën, via de oprichting van een Internationale Commissie voor de Instandhouding van Atlantische Tonijn, hierna "de ICCAT" genoemd, en de vaststelling van voor verdragsluitende partijen bindende aanbevelingen voor de instandhouding en het beheer in het verdragsgebied. (3) De ICCAT heeft verscheidene aanbevelingen gedaan die bindende voorschriften inzake controle en toezicht bevatten, met name inzake de opstelling en het doorgeven van statistische gegevens, inspecties in de haven, satellietbewaking van vaartuigen, waarneming van schepen en overladingen, alsmede inzake de controle op vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen en op staatloze vaartuigen. Deze aanbevelingen zijn voor de Gemeenschap bindend en moeten dus door haar ten uitvoer worden gelegd. (4) Een aantal verplichtingen is in Gemeenschapsrecht omgezet bij Verordening (EG) nr. 1351/1999 van de Raad van 21 juni 1999 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen om ervoor te zorgen dat de door de ICCAT vastgestelde maatregelen in acht worden genomen [4] en bij artikel 22, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2742/1999 van de Raad van 17 december 1999 tot vaststelling, voor het jaar 2000, van de vangstmogelijkheden die gelden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de wateren van de Gemeenschap en, wat vaartuigen van de Gemeenschap betreft, in andere wateren met vangstbeperkingen, tot vaststelling voorts van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 66/98 [5]. Duidelijkheidshalve moeten al deze maatregelen in één verordening worden samengebracht. [4] PB L 162 van 26.6.1999, blz. 6. [5] PB L 341 van 31.12.1999, blz. 1. (5) Ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek is het dienstig voor te schrijven dat de kapiteins van vissersvaartuigen van de Gemeenschap de verplichtingen moeten nakomen die zijn vervat in de door de ICCAT uitgegeven handleiding voor de opstelling van statistieken en de bemonstering van tonijn en aanverwante soorten in de Atlantische Oceaan. (6) De Gemeenschap heeft de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de Tonijnvisserij in de Indische Oceaan [6] goedgekeurd. Bij deze overeenkomst wordt een adequaat kader voor het versterken van de internationale samenwerking met het oog op de instandhouding en het verantwoorde gebruik van tonijn en verwante vissoorten in de Indische Oceaan ingesteld, via de oprichting van de Commissie voor de Tonijnvisserij in de Indische Oceaan, hierna "de IOTC' genoemd, en de vaststelling van voor de overeenkomstsluitende partijen bindende aanbevelingen op het gebied van de instandhouding en het beheer in het bevoegdheidsgebied van de IOTC. [6] PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24. (7) De IOTC heeft een aanbeveling gedaan die voorziet in registratie en de uitwisseling van gegevens betreffende tropische tonijn. Deze aanbeveling is voor de Gemeenschap bindend en moet dus door haar ten uitvoer worden gelegd. (8) De Gemeenschap heeft visserijbelangen in het oostelijke deel van de Stille Oceaan en heeft de procedure ingeleid voor toetreding tot de Inter-Amerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn, hierna "de IATTC" genoemd, maar heeft, in afwachting van de toetreding en overeenkomstig de uit het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het Recht van de Zee voortvloeiende verplichting tot samenwerking, besloten de door de IATTC goedgekeurde maatregelen toe te passen. Derhalve moet de Gemeenschap de door deze organisatie vastgestelde controle- en bewakingsmaatregelen toepassen. (9) De Gemeenschap heeft de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen [7] ondertekend en besloten deze overeenkomst 1999/386/EG [8], in afwachting van de goedkeuring ervan, voorlopig toe te passen. De Gemeenschap moet derhalve de bepalingen van deze overeenkomst toepassen. [7] PB L 132 van 27.5.1999, blz. 1. [8] PB L 147 van 12.6.1999, blz. 23. (10) Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid [9] is van toepassing op alle visserijactiviteiten en daarmee verwante activiteiten op het grondgebied van de lidstaten en in de wateren onder hun soevereiniteit of jurisdictie, en op de activiteiten van vissersvaartuigen uit de Gemeenschap die de visserij uitoefenen in de wateren van derde landen of op volle zee, onverminderd de bepalingen van de visserijovereenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen of van de internationale verdragen waarbij de Gemeenschap partij is. [9] PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. (11) Aangezien de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze verordening, beheersmaatregelen zijn in de zin van artikel 2 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [10], moeten deze maatregelen worden vastgesteld volgens de beheersprocedure van artikel 4 van bovengenoemd besluit, [10] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Doel 1. Bij deze verordening worden controle- en inspectiemaatregelen voor de visserij op bestanden van de in bijlage I genoemde over grote afstanden trekkende vissoorten vastgesteld, die gelden voor vaartuigen die de vlag van de lidstaten voeren en in de Gemeenschap zijn geregistreerd, hierna "communautaire vissersvaartuigen" genoemd, en die in een van de in artikel 2 genoemde zones vissen. Artikel 2 Omschrijving van de zones Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities van de maritieme wateren: a) Zone 1 : Alle wateren van de Atlantische Oceaan en de aangrenzende zeeën die zijn gelegen binnen het ICCAT-Verdragsgebied als omschreven in artikel 1 van het ICCAT-Verdrag. b) Zone 2 : Alle wateren van de Indische Oceaan die zijn gelegen binnen het gebied van de IOTC-Overeenkomst als omschreven in artikel 2 van de IOTC-Overeenkomst. c) Zone 3 : Alle wateren van het oostelijke deel van de Stille Oceaan die zijn gelegen binnen het gebied als omschreven in artikel 3 van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen. Artikel 3 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: (a) "aanhouding": het aan boord gaan van een vissersvaartuig in het verdragsgebied van een organisatie door een of meer bevoegde inspecteurs, om er een inspectie te verrichten; (b) overlading": het vanuit een vaartuig aan boord van een ander vaartuig nemen of brengen van ongeacht welke hoeveelheid vis van over grote afstanden trekkende soorten en/of van producten van deze visserij; (c) "aanlanding": het gebruik, bij het aanlopen van een haven of een andere plaats, van de voorzieningen voor het lossen van ongeacht welke aan boord gehouden hoeveelheid vis van over grote afstanden trekkende soorten en/of visserijproducten; (d) "overtreding": elke in een inspectieverslag- of waarnemingsrapport vastgelegde handeling of omissie van een vissersvaartuig die ernstige vermoedens doet rijzen dat een overtreding is begaan van de voorschriften van deze verordening of van enige andere verordening waarmee een aanbeveling van een regionale organisatie voor een van de in artikel 2 genoemde zones is omgezet; (e) "vaartuig van een niet-verdragsluitende partij": in een van de in artikel 2 genoemde zones ontdekt vaartuig waarvan gemeld is dat het in die zone visserijactiviteiten verrichtte en dat de vlag voert van een land dat geen verdragsluitende partij bij de betrokken organisatie is; (f) "staatloos vaartuig": vaartuig waarvoor er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het geen nationaliteit heeft. Hoofdstuk I - Controle- en inspectiemaatregelen in zone 1 Deel 1 : Controlemaatregelen Artikel 4 Bemonstering van de vangst 1. De vangst wordt op zee of aan wal bemonsterd door de kapiteins van de vissersvaartuigen van de Gemeenschap of, als dat niet mogelijk is, door gemachtigden van de ICCAT. 2. De bepalingen voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2. Artikel 5 Melding van de vangsten 1. De lidstaten delen het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT de verzamelde biologische gegevens, de vangstgegevens en de visserij-inspanningsgegevens mee, alsmede, voor de in bijlagen II en III vermelde soorten, de gegevens over de samenstelling en het levend aangeland gewicht van de soorten bij overlading of aanlanding, alsmede de plaats van vangst, waarbij de Commissie via datatransmissie toegang tot al deze gegevens krijgt. De gegevens worden meegedeeld overeenkomstig de voorschriften van de Handleiding voor de opstelling van statistieken en de bemonstering van tonijn en aanverwante soorten in de Atlantische Oceaan (3e editie, ICCAT, 1990), en wel: -per 15 september: een ruwe schatting van de vangsten van de belangrijkste soorten in het eerste halfjaar; -per 1 november: een dergelijke schatting voor het tweede halfjaar; -per 1 maart van het daaropvolgende jaar: een dergelijke schatting voor het gehele jaar; -per 30 april van het daaropvolgende jaar: preciezere cijfers, die later nog verbeterd kunnen worden. 2. Jaarlijks delen de lidstaten vóór 15 augustus aan het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT de volgende gegevens mee, waartoe de Commissie via datatransmissie toegang krijgt: (a) de vangstgegevens en de visserij-inspanningsgegevens over het vorige jaar, uitgesplitst op basis van tijd en ruimte; (b) de beschikbare gegevens over de bij de sportvisserij gevangen hoeveelheden tonijn en vis van verwante soorten. 3. De bepalingen voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2. Artikel 6 Informatie over de vangst van haaien. De kapiteins van communautaire vissersvaartuigen verstrekken hun nationale autoriteiten alle gegevens over de vangst van haaien en de handel daarin. Deze autoriteiten delen die gegevens mee aan het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT en verschaffen de Commissie via datatransmissie toegang tot deze gegevens. Artikel 7 Niet-gemelde vangsten Bij de invoer van bevroren producten van tonijn en van verwante soorten verzamelt en onderzoekt elke lidstaat op verzoek van de Commissie zoveel mogelijk gegevens over deze invoer, alsmede alle daarmee verband houdende informatie, zoals de naam en het registratienummer van de schepen, de naam van de reder, de gevangen soorten, het overeenkomstige gewicht, de visserijzone en de plaats van uitvoer. Artikel 8 Waarneming van vaartuigen 1. Als waarneming in de zin van dit artikel geldt elke waarneming door een met inspectie op zee belast vaartuig of vliegtuig van een lidstaat of een met inspectie op zee belaste autoriteit van een lidstaat: -van een staatloos vaartuig dat mogelijk vist op in bijlage I vermelde soorten, of -van een vaartuig dat de vlag voert van een andere verdragsluitende partij, doch mogelijk vist op een wijze die de instandhoudingsmaatregelen van de ICCAT doorkruist, of -van een vaartuig dat de vlag voert van landen of lichamen die geen partij zijn bij het Verdrag, en mogelijk vist op een wijze die de instandhoudingsmaatregelen van de ICCAT doorkruist. 2. De waarneming wordt vastgelegd in een genormaliseerd waarnemingsblad, dat zo volledig mogelijk wordt ingevuld. Bij het blad worden eventueel foto's van het waargenomen vaartuig gevoegd. 3. De waarnemer dient de waarnemingsbladen onverwijld bij de bevoegde autoriteiten van zijn lidstaat in. De lidstaat verstrekt deze onverwijld aan de Commissie, die de vlaggenstaat van het waargenomen vaartuig inlicht. De Commissie geeft de waarnemingsbladen onverwijld door aan het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT. 4. Een lidstaat die via de bevoegde autoriteiten van een verdragsluitende partij waarnemingen ontvangt over een vaartuig dat zijn vlag voert, deelt deze waarnemingen en alle relevante gegevens onverwijld aan de Commissie mee. De Commissie deelt de relevante informatie te zijner tijd aan het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT mee met het oog op het onderzoek ervan door het Uitvoeringscomité van de ICCAT. 5. De kapiteins van communautaire vaartuigen delen hun autoriteiten alle gegevens mee over vaartuigen waarvan zij vermoeden dat deze in het verdragsgebied op grootoogtonijn vissen en die niet voorkomen op de door het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT opgestelde lijst. De lidstaten geven deze waarnemingen zo spoedig mogelijk door aan de Commissie, die het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT ervan in kennis stelt. 6. De bepalingen voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2. Artikel 9 Jaarlijks verslag 1. Iedere lidstaat verstrekt de Commissie jaarlijks vóór 15 oktober zijn nationaal verslag in het door de ICCAT vastgestelde formaat waarin enerzijds informatie over de tenuitvoerlegging van het satellietbewakingssysteem opgenomen is, en anderzijds een voor elke visserijtak ingevuld "ICCAT-meldingsformulier", met opmerkingen die betrekking hebben op de overschrijdingen van de door de ICCAT vastgestelde toleranties voor de minimummaat van bepaalde soorten en op de reeds genomen of nog te nemen maatregelen. De lidstaten vermelden ook hoe zij het beheer van de sportvisserij op tonijn en verwante soorten aanpakken en verschaffen alle mogelijke informatie met betrekking tot de overladingen waarbij hun schepen in het voorgaande jaar betrokken waren. 2. De bepalingen voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2. Deel 2 - Inspectie in de haven Artikel 10 Algemene beginselen 1. Iedere lidstaat wijst voor zijn havens inspecteurs aan die belast zijn met het toezicht op en de inspectie van overladingen en aanlandingen van de in bijlage I vermelde soorten. 2. Iedere lidstaat ziet erop toe dat de inspecteurs hun werkzaamheden op niet-discriminerende wijze en overeenkomstig de ICCAT-haveninspectieregeling uitvoeren. 3. Vaartuigen die uitsluitend wegens overmacht een haven aandoen, zijn vrijgesteld van inspectie. Artikel 11 Inspectiemiddelen 1. De lidstaten voorzien iedere ICCAT-inspecteur van een speciale identiteitskaart. De inspecteur dient deze kaart bij zich te hebben en te tonen alvorens hij tot inspectie overgaat. Het model van de speciale identiteitskaart wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 24, lid 2. De lidstaten delen de lijst van inspecteurs mee aan de Commissie, die ze doorzendt aan het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT. 2. De lidstaten zien erop toe dat de inspecteurs hun opdracht overeenkomstig de voorschriften van de ICCAT-haveninspectieregeling uitvoeren. De inspecteurs blijven voor hun werkzaamheden onder het toezicht van hun bevoegde autoriteit en zijn aan hen verantwoording schuldig. Artikel 12 Inspectieprocedure 1. De lidstaten zien erop toe dat de ICCAT-inspecteurs: -hun inspecties zodanig verrichten dat de activititeiten van het vaartuig zo min mogelijk worden gestoord en gehinderd en dat kwaliteitsverlies bij de vis voorkomen wordt; -een inspectieverslag opstellen volgens de regels die zijn vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 24, lid 2, en dit aan hun autoriteiten doen toekomen. 2. De inspecteurs zijn bevoegd om alle relevante zones, bruggen en vertrekken van vissersvaartuigen, de (al dan niet verwerkte) vangsten, de netten en ander vistuig, de uitrusting en alle documenten die dienstig zijn om te controleren of de ICCAT-instandhoudingsmaatregelen zijn nageleefd, te onderzoeken, met inbegrip van het logboek en de laadlijsten, bij moedervaartuigen of gespecialiseerde vervoerschepen. 3. De inspecteurs ondertekenen hun verslag in het bijzijn van de kapitein, die het recht heeft alle gegevens die hij dienstig acht aan het verslag toe te voegen en dit te ondertekenen. De inspecteur vermeldt in het logboek dat een inspectie heeft plaatsgevonden. Artikel 13 Verplichtingen van de kapitein tijdens de inspectie De kapitein van een communautair vissersvaartuig dat wordt geïnspecteerd, (a) mag naar behoren gemachtigde inspecteurs niet beletten hun taak te vervullen in binnenlandse of buitenlandse havens, intimideert of hindert ze niet tijdens hun werkzaamheden en waarborgt hun veiligheid; (b) werkt aan de inspectie mee volgens de in deze verordening vastgestelde procedures en verleent daartoe assistentie; (c) geeft de inspecteur de mogelijkheid de zones, bruggen en vertrekken van het vaartuig, de (al dan niet verwerkte) vangsten, het vistuig, de uitrusting en alle documenten, met inbegrip van de visvergunning en de laadlijst te onderzoeken. Artikel 14 Procedure bij overtredingen 1. Wanneer een ICCAT-inspecteur ernstige redenen heeft on aan te nemen dat een vissersvaartuig een activiteit heeft verricht die in strijd is met de instandhoudingsmaatregelen van de ICCAT: (a) noteert hij de overtreding in het inspectieverslag; (b) doet hij het nodige om het bewijsmateriaal te beveiligen en het behoud ervan te waarborgen; (c) zendt hij het inspectieverslag onmiddellijk aan de autoriteiten van zijn land. 2. De lidstaat die de inspectie uitvoert, zendt het origineel van het inspectieverslag onverwijld aan de Commissie, die het aan de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig doorzendt en een kopie aan het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT bezorgt. Artikel 15 Afwikkeling van overtredingen 1. Wanneer een lidstaat door een verdragsluitende partij of door een andere lidstaat in kennis wordt gesteld van een overtreding door een vaartuig dat zijn vlag voert, treft hij onverwijld, overeenkomstig de nationale wetgeving, de nodige maatregelen om het bewijsmateriaal in ontvangst te nemen en te bestuderen, elk nader onderzoek voor de afwikkeling van de overtreding uit te voeren en zo mogelijk het vaartuig te inspecteren. 2. Elke lidstaat wijst de autoriteiten aan die bevoegd zijn om de bewijsmateriaal met betrekking tot overtredingen te ontvangen en deelt de adresgegevens van deze autoriteiten aan de Commissie mee. 3. De vlaggenlidstaat deelt de straf- en andere maatregelen die ten aanzien van het betrokken vaartuig getroffen zijn, aan de Commissie mee, die op haar beurt het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT ervan in kennis stelt. Artikel 16 Behandeling van de inspectieverslagen 1. De lidstaten hechten aan rapporten die door ICCAT-inspecteurs van andere lidstaten en van andere verdragsluitende partijen zijn opgesteld dezelfde waarde als aan de door hun eigen inspecteurs opgestelde verslagen. 2. Elke lidstaat werkt samen met de betrokken verdragsluitende partijen om overeenkomstig zijn nationale wetgeving gemakkerlijker tot rechtsvervolging of andere maatregelen te kunnen overgaan naar aanleiding van een verslag van een ICCAT-inspecteur dat in het kader van de ICCAT-haveninspectieregeling wordt overgelegd. Deel 3 : Specifieke maatregelen voor staatloze vaartuigen of vaartuigen van een niet-verdragsluitende partij Artikel 17 Overlading 1. Het is communautaire vissersvaartuigen verboden op zee vis van de in bijlage I genoemde soorten over te laden van staatloze vaartuigen of vaartuigen van een niet-verdragsluitende partij die niet de status van medewerkende partij of instantie heeft. 2. De door de ICCAT opgestelde lijst van medewerkende partijen en instanties is opgenomen in bijlage IV. De Commissie past deze lijst aan overeenkomstig de besluiten van de ICCAT. 3. De lidstaten verstrekken de Commissie jaarlijks vóór 15 september gegevens over de vangsten die in het voorgaande jaar vanuit staatloze vaartuigen of vaartuigen van een niet-verdragsluitende partij in hun eigen vaartuigen overgeladen zijn, waarna de Commissie deze gegevens doorzendt aan het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT. Artikel 18 Controle van de visserijactiviteiten 1. De bevoegde autoriteiten van een lidstaat die een staatloos vaartuig aangehouden en/of geïnspecteerd hebben, delen de resultaten van de inspectie onverwijld aan de Commissie mee en, in voorkomend geval, de geëigende maatregelen die zij overeenkomstig het internationaal recht getroffen hebben. De Commissie stelt het Uitvoerend Secretariaat van de ICCAT zo spoedig mogelijk in kennis van deze informatie. 2. De lidstaten zien erop toe dat elk staatloos vaartuig of vaartuig van een niet-verdragsluitende partij dat een aangewezen haven als bedoeld in artikel 28 sexies, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 aandoet, door hun bevoegde autoriteiten wordt geïnspecteerd. De vangsten van het betrokken vaartuig mogen niet worden aangeland en/of overgeladen voordat de inspectie is voltooid. 3. Indien bij de inspectie door de bevoegde autoriteiten wordt geconstateerd dat het staatloze vaartuig of het vaartuig van een niet-verdragsluitende partij soorten aan boord heeft waarvoor een in Gemeenschapsrecht omgezette ICCAT-aanbeveling geldt, verbiedt de lidstaat aanlanding en/of overlading. 4. Het in lid 3 genoemde verbod geldt evenwel niet indien de kapitein van het geïnspecteerde vaartuig of zijn vertegenwoordiger ten genoegen van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat aantoont dat: (a) de aan boord gehouden vis buiten de zone gevangen is, of (b) de aan boord gehouden vis met inachtneming van de instandhoudingsmaatregelen van de Gemeenschap gevangen is. Artikel 19 Onderdanen Elke lidstaat tracht overeenkomstig het nationale recht zijn onderdanen af te houden van deelname aan activiteiten van niet-verdragsluitende partijen die de tenuitvoerlegging van de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de ICCAT doorkruisen. Hoofdstuk II - Controle- en bewakingsmaatregelen in zone 2 Artikel 20 Algemene beginselen Elke lidstaat doet het nodige om ervoor te zorgen dat de vaartuigen die zijn vlag voeren, de voor de zone geldende maatregelen in acht nemen. Artikel 21 Waarnemingen 1. De kapiteins van communautaire vissersvaartuigen die in de zone mogen vissen, melden hun nationale autoriteiten de schepen van niet-verdragsluitende partijen die zij waargenomen hebben en waarvan vermoed wordt of bekend is dat zij in de zone op grootoogtonijn, geelvintonijn of gestreepte tonijn vissen. 2. De lidstaten delen deze informatie zo spoedig mogelijk mee aan de Commissie, die deze op haar beurt doorzendt aan de IOTC. Hoofdstuk III - Controle- en bewakingsmaatregelen in zone 3 Artikel 22 Algemene beginselen Elke lidstaat doet het nodige om ervoor te zorgen dat de vaartuigen die zijn vlag voeren, de geldende maatregelen van de IATTC en de bepalingen van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen in acht nemen. Artikel 23 Registratie, bemonstering en melding van de vangsten 1. De lidstaten voeren registratie- en bemonsteringsregelingen in aan de hand waarvan maandelijks de totale met de ringzegen gevangen hoeveelheden grootoogtonijn en de totale hoeveelheden geelvintonijn kunnen worden geraamd die door vaartuigen die hun vlag voeren en in de Gemeenschap zijn geregistreerd, zijn aangeland of overgeladen, alsmede de totale hoeveelheden van die vis die in hun havens zijn aangeland door vaartuigen die de vlag van een andere lidstaat voeren en in de Gemeenschap zijn geregistreerd. 2. Onverminderd artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 delen de lidstaten de Commissie vóór de vijftiende van elke maand de totale hoeveelheden grootoogtonijn mee die in de voorgaande maand door vaartuigen die hun vlag voeren en in de Gemeenschap zijn geregistreerd, aangeland of overgeladen zijn, alsmede de totale hoeveelheden grootoogtonijn die in hun havens zijn aangeland door vaartuigen die de vlag van een andere lidstaat voeren en in de Gemeenschap geregistreerd zijn. HOOFDSTUK IV - Slotbepalingen Artikel 24 1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor de visserij en de aquacultuur. 2. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, is de beheersprocedure van artikel 4 van Besluit 1999/468/EG met inachtneming van artikel 7, van dat besluit van toepassing. 3. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand. Artikel 25 1. Verordening (EG) nr. 1351/1999 wordt ingetrokken. 2. Artikel 22, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2742/1999 wordt geschrapt. 3. De verwijzingen naar de ingetrokken verordening en het geschrapte lid worden geacht te zijn gedaan naar de onderhavige verordening en moeten worden gelezen overeenkomstig de in bijlage V opgenomen concordantietabel. Artikel 26 Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, op Voor de Raad De Voorzitter BIJLAGE I OVER GROTE AFSTANDEN TREKKENDE VISSOORTEN ALS BEDOELD IN DEZE VERORDENING -Witte tonijn: Thunnus alalunga -Blauwvintonijn: Thunnus thynnus -Grootoogtonijn: Thunnus obesus -Gestreepte tonijn: Katsuwonus pelamis -Boniet: Sarda sarda -Geelvintonijn: Thunnus albacares -Zwartvintonijn: Thunnus atlanticus -Dwergtonijnen: Euthynnus spp. -Zuidelijke blauwvintonijn: Thunnus maccoyii -Kogeltonijn: Auxis spp. -Braam : Brama rayi -Marlijn: Tetrapturus spp.; Makaira spp. -Zeilvissen: Istiophorus spp. -Zwaardvissen: Xiphias gladius -Makreelgeep: Scomberesox spp.; Cololabis spp. -Haaien: Hexanchus griseus; Cetorhinus maximus; Alopiidae; Carcharhinidae; Sphymidae; Isuridae; Lamnidae -Koppotigen: (alle soorten) -Walvisachtigen (walvissen en bruinvissen) : Physeteridae ; Belaenopteridae ; Balenidae ; Eschrichtiidae ; Monodontidae ; Ziphiidae ; Delphinidae. BIJLAGE II LIJST VAN OVER GROTE AFSTANDEN TREKKENDE VISSOORTEN WAARVOOR EEN TOTAAL TOEGESTANE VANGST (TAC) GELDT >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE III LIJST VAN OVER GROTE AFSTANDEN TREKKENDE VISSOORTEN WAARVAN DE VANGSTEN IEDER KWARTAAL GEMELD MOETEN WORDEN Wetenschappelijke naam // Gebruikelijke naam Thunnus alalunga // Witte tonijn Thunnus albacares // Geelvintonijn Katsuwonus pelamis // Gestreepte tonijn Sarda sarda // Boniet Alsook alle andere door de vaartuigen van de lidstaten gevangen soorten die op de ICCAT-lijst voorkomen. BIJLAGE IV LIJST VAN MEDEWERKENDE PARTIJEN EN INSTANTIES Mexico (Verenigde Mexicaanse Staten) Taiwan BIJLAGE V CONCORDANTIETABEL Verordening (EG) nr. 1351/1999 // Deze verordening Artikelen 1, 2 en 3. Artikel 4 Artikel 5 // Artikel 8 Artikel 18 Artikel 17 Verordening (EG) nr. 2742/1999 // Deze verordening Artikel 22, lid 1 // Artikel 23