This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 51999PC0280
Proposal for a Council Decision concerning the Community position within the Association Council on the participation of Lithuania in the Community programme in the field of small and medium-sized enterprises
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de deelname van Litouwen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de deelname van Litouwen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf
/* COM/99/0280 def. - CNS 99/0119 */
PB C 21E van 25.1.2000, pp. 5–8
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de deelname van Litouwen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf /* COM/99/0280 def. - CNS 99/0119 */
Publicatieblad Nr. C 021 E van 25/01/2000 blz. 0005 - 0008
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de deelname van Litouwen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf TOELICHTING De Europese Raad heeft bij diverse gelegenheden erkend, dat openstelling van de programma's van de Gemeenschap voor de geassocieerde landen in Midden-Europa een belangrijke factor is voor de voorbereiding op de toetreding. Met dit doel voor ogen werden Aanvullende Protocollen bij de Europa-Overeenkomsten opgesteld. In de conclusies van de Europese Raad van Luxemburg, die op 12 en 13 december 1997 plaatsvond, werd er nogmaals op gewezen, dat deelname van de aspirant-lidstaten van groot belang is, omdat deze zich op die manier vertrouwd kunnen maken met het beleid en de werkmethoden van de Unie. De hoeksteen van het beleid van de Gemeenschap voor het midden- en kleinbedrijf is het derde meerjarenprogramma. Dat vormt de grondslag voor acties die een significant aantal kleine en middelgrote ondernemingen moeten doordringen van het belang van een strategie die hun concurrentiepositie zodanig versterkt, dat zij hun aandeel in de transnationale en internationale handel kunnen vergroten. Het positieve effect hiervan zou zijn dat werkgelegenheid wordt gecreëerd. In overeenstemming met de analyse zoals die is gepresenteerd in de beleidsnota over het MKB-beleid die de Commissie voor de Europese Raad van Madrid heeft opgesteld (1), worden de onderstaande vijf prioritaire beleidsdoelstellingen geïdentificeerd, alsmede een overzicht van de op communautair te nemen maatregelen. (1) Het midden- en kleinbedrijf: Een dynamische bron van werkgelegenheid, groei en concurrentievermogen in de Europese Unie. Verslag van de Europese Commissie voor de Europese Raad van Madrid (CSE(95) 2087). 1. Vereenvoudiging en verbetering van het ondernemingsklimaat op administratief en regelgevingsgebied; 2. Verbetering van het financiële ondernemingsklimaat; 3. Kleine en middelgrote ondernemingen helpen om hun strategieën te europeaniseren en te internationaliseren, met name door middel van betere voorlichting; 4. Versterking van het concurrentievermogen van het midden- en kleinbedrijf en verbetering van de toegang tot onderzoek, innovatie en opleiding; 5. Bevordering van het ondernemerschap en ondersteuning van specifieke doelgroepen. Om het effect van de steun aan het midden- en kleinbedrijf in Midden-Europa te maximaliseren, moet de Commissie streven naar optimaal samenspel tussen de openstelling van het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf, de openstelling van andere communautaire programma's die maatregelen ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf omvatten, de nationale Phare-programma's en andere, reeds bestaande of geplande ondersteunende activiteiten voor het midden- en kleinbedrijf in de aspirant-lidstaten. Het derde meerjarenprogramma richt zich op het midden- en kleinbedrijf, ongeacht de sector van activiteit, rechtsvorm of plaats van vestiging binnen de Europese Economische Ruimte. Het derde meerjarenprogramma heeft betrekking op de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000. Het aantal kleine en middelgrote ondernemingen en hun aandeel in de werkgelegenheid nemen in de Midden-Europese landen toe, en deze ontwikkeling zal zich naar verwachting de komende jaren voortzetten. De aspirant-lidstaten zijn zich bewust geworden van het politieke en economische belang van steun aan het midden- en kleinbedrijf. Daarop gericht beleid is thans dan ook een belangrijk onderdeel van het overgangsproces. Hoewel aanzienlijke vooruitgang is geboekt, zijn voor het midden- en kleinbedrijf in de aspirant-lidstaten nog lang niet zoveel steun en middelen beschikbaar als in de EU, bijvoorbeeld ten aanzien van ondersteunende diensten en beleidscoördinatie of ontwikkeling van wet- en regelgeving. Het bedrijfsleven in de aspirant-lidstaten moet zich voorbereiden op het EU-lidmaatschap en de toenemende concurrentiedruk waarmee het dan te maken zal krijgen. Openstelling van de programma's van de Gemeenschap is daarom een belangrijk element van de pretoetredingsstrategie. Deelname aan dit specifieke programma kan positief bijdragen tot de voorbereiding van het midden- en kleinbedrijf en vertegenwoordigende organisaties op de komende toetreding. Overeenkomstig de Europa-Overeenkomsten, dan wel de Aanvullende Protocollen, dragen de aspirant-lidstaten zelf de kosten van hun deelname. Een gedeelte van de hun toegewezen Phare-middelen mag echter worden gebruikt ter aanvulling van de bijdrage uit de eigen begroting. Litouwen heeft de Commissie schriftelijk bevestigd dat het met ingang van 1999 wenst deel te nemen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf, en dat zij daarvoor de benodigde begrotingsmiddelen, zoals die door de diensten van de Commissie zijn becijferd, zal uittrekken. Litouwen zal zijn financiële bijdrage gedeeltelijk uit de nationale begroting en gedeeltelijk uit de aan het land toegewezen Phare-middelen bekostigen. Van bijzonder belang voor Litouwen, net als voor de andere deelnemende aspirant-lidstaten, is de manier waarop het betrokken land wordt betrokken bij het beheer en het besluitvormingsproces van het programma waaraan het een financiële bijdrage levert. Zoals gezegd in de conclusies van het Voorzitterschap van de Europese Raad van Luxemburg van 13 december 1997, kan het zich door de deelname aan het programma vertrouwd maken met de communautaire wetgeving en procedures. Volgens het ontwerpbesluit van de Associatieraad zal Litouwen zo nauw mogelijk worden betrokken bij de evaluatie van zijn deelname aan het programma, en zal het worden uitgenodigd voor de coördinatiebijeenkomsten die aan de vergaderingen van het Comité van Beheer voorafgaan en op de hoogte worden gesteld van de resultaten ervan. De hoofdpunten van bijgaande ontwerpbesluiten van de Associatieraad tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van Litouwen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf zijn: Litouwen neemt deel aan de maatregelen van het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (1997-2000); voor de indiening, beoordeling en selectie van aanvragen gelden dezelfde voorwaarden als voor de lidstaten van de Gemeenschap (bijlage I, punt 1 en 2), in overeenstemming met de financiële bijdrage (bijlage II, punt 2); - ten aanzien van de financiële bijdrage van Litouwen en de regels daarvoor gelden de bepalingen van bijlage I, punt 4, en bijlage II; - Litouwen wordt betrokken bij de evaluatie van zijn deelname aan het programma (bijlage I, punt 6); - Litouwen wordt uitgenodigd voor de coördinatiebijeenkomsten die aan de vergaderingen van het programmacomité voorafgaan en wordt op de hoogte gesteld van de resultaten ervan (bijlage I, punt 7); - het besluit is van toepassing voor de looptijd van het programma (d.w.z. t/m 31 december 2000; zie artikel 2 van het besluit van de Associatieraad). De goedkeuring van de besluiten van de Associatieraden op basis waarvan Litouwen met ingang van 1999 kan deelnemen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf, biedt dit land de gelegenheid actief deel te nemen aan het Gemeenschapsbeleid op dit gebied, een en ander in het kader van de pretoetredingsstrategie. Dit is politiek gezien van groot belang. Teneinde het mogelijk te maken dat Litouwen vanaf begin 1999 deelneemt aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf, wordt de Raad verzocht aan bijgaande voorstel voor een besluit zijn goedkeuring te hechten. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad inzake de deelname van Litouwen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 157, lid 3, juncto artikel 300, lid 3, eerste alinea, Gezien het voorstel van de Commissie, (2) (2) PB C Gezien het advies van het Europees Parlement, (3) (3) PB C (1) Overwegende dat de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Litouwen, anderzijds, op 1 februari 1998 in werking is getreden; (2) Overwegende dat, overeenkomstig artikel 110 van de Europa-Overeenkomst, Litouwen mag deelnemen aan communautaire kaderprogramma's, specifieke programma's, projecten en andere activiteiten, met name op het gebied van het midden- en kleinbedrijf, en over de voorwaarden voor de deelname van Litouwen aan die activiteiten wordt besloten door de Associatieraad; (3) Overwegende dat in Besluit nr. 97/15/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende een derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000) (4), inzonderheid in artikel 7, lid 1, is bepaald dat dit programma wordt opengesteld voor deelname van de geassocieerde landen in Midden-Europa, volgens de voorwaarden die zijn vastgesteld in de Aanvullende Protocollen (5) bij de Europa-Overeenkomsten met betrekking tot programma's van de Gemeenschap; (4) PB L 6 van 10.1.1997, blz. 25. (5) In het geval van Litouwen zijn de voorwaarden voor deelname aan communautaire programma's vervat in artikel 106 en bijlage XI van de Associatie-overeenkomst. (4) Overwegende dat voor succesvolle deelname aan het programma bekwaam beheer en een goed voorbereide administratie vereist is, BESLUIT: Het standpunt van de Gemeenschap in de Associatieraad die is ingesteld bij de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Litouwen, anderzijds, betreffende de deelname van Litouwen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf, stemt overeen met bijgaand voorstel voor een besluit van de Associatieraad. Gedaan te Brussel Voor de Raad De Voorzitter Ontwerp Besluit nr. /99 van de Associatieraad EG-Litouwen van 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van Litouwen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf DE ASSOCIATIERAAD, Gelet op de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Litouwen, anderzijds, inzonderheid op artikel 110 (6), (6) PB L 51 van 20.2.1998, blz. 3. Overwegende dat Litouwen, overeenkomstig artikel 110 van de Europa-Overeenkomst, mag deelnemen aan communautaire kaderprogramma's, specifieke programma's, projecten en andere activiteiten op de gebieden die zijn vastgesteld in bijlage XX, waaronder het midden- en kleinbedrijf; Overwegende dat bij Besluit nr. 97/15/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende een derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000) een communautair beleidsprogramma is vastgesteld voor het midden- en kleinbedrijf, met inbegrip van ambachten en zeer kleine ondernemingen, met een looptijd van vier jaar met ingang van 1 januari 1997, en dat in artikel 7, lid 1, is voorzien in openstelling van het programma voor de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa; Overwegende dat, overeenkomstig artikel 110 van de Europa-Overeenkomst, over de voorwaarden voor de deelname van Litouwen aan de in bijlage XX genoemde activiteiten wordt besloten door de Associatieraad, BESLUIT: Artikel 1 Litouwen neemt deel aan het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000), overeenkomstig de voorwaarden die zijn opgenomen in de bijlagen I en II, die een integrerend onderdeel vormen van dit besluit. Artikel 2 Dit besluit is van toepassing gedurende de looptijd van het programma. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop het wordt goedgekeurd. Gedaan te Voor de Associatieraad De Voorzitter BIJLAGE I Voorwaarden voor de deelname van Litouwen aan het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000) 1. Litouwen neemt deel aan de activiteiten in het kader van het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000) (hierna 'het programma' genoemd), overeenkomstig, tenzij in dit besluit anders wordt bepaald, de doelstellingen, criteria, procedures en termijnen die zijn vastgelegd in Besluit nr. 97/15/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende een derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000), inzonderheid in artikel 7, lid 1. 2. Voor instellingen, organisaties en personen uit Litouwen gelden met betrekking tot de indiening, evaluatie en selectie van inschrijvingen dezelfde voorwaarden als voor instellingen, organisaties en personen uit de Gemeenschap. 3. Teneinde de communautaire dimensie van het programma te waarborgen, dient bij transnationale projecten en activiteiten waarvoor Litouwen voorstellen indient zo mogelijk een minimumaantal partners uit de lidstaten van de Gemeenschap te worden aangetrokken. Over het precieze aantal wordt besloten in het kader van de tenuitvoerlegging van het programma, rekening houdende met de aard van de verschillende activiteiten, het aantal partners dat bij een project betrokken is, en het aantal landen dat aan het programma deelneemt. 4. Litouwen levert ieder jaar een bijdrage aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, teneinde de kosten van de deelname aan het programma te dekken (zie bijlage II). Het Associatiecomité heeft de bevoegdheid de bijdrage desgewenst aan te passen. 5. De lidstaten van de Gemeenschap en Litouwen stellen, binnen het kader van de geldende wetgeving, alles in het werk om het vrije verkeer tussen en het verblijf in Litouwen en de lidstaten van de Gemeenschap te vergemakkelijken voor alle personen die betrokken zijn bij de onder dit besluit vallende activiteiten. 6. Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie en de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen in verband met de evaluatie van het programma, overeenkomstig het besluit inzake een derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000) (artikel 6), wordt de deelname van Litouwen aan het programma permanent geëvalueerd, zulks op basis van partnerschap tussen de Commissie van de Europese Gemeenschappen en Litouwen. Litouwen legt de nodige verslagen voor aan de Commissie en neemt deel aan alle in dit verband door de Gemeenschap ondernomen activiteiten. 7. Onverminderd de procedures bedoeld in artikel 4 van het besluit betreffende een derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf in de Europese Unie, wordt Litouwen uitgenodigd voor de aan de gewone vergaderingen van het programmacomité voorafgaande coördinatiebijeenkomsten over alle met de tenuitvoerlegging van dit besluit verband houdende vraagstukken. De Commissie stelt Litouwen op de hoogte van de resultaten van dergelijke regelmatige vergaderingen. 8. Bij het inschrijven, opstellen van overeenkomsten en verslagen en andere administratieve aangelegenheden in verband met het programma dient gebruik te worden gemaakt van een van de officiële talen van de Gemeenschap. BIJLAGE II FINANCIELE BIJDRAGE VAN LITOUWEN AAN HET DERDE MEERJAAREN PROGRAMMA VOOR HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF (MKB) IN DE EUROPESE UNIE (1997-2000) 1. De financiële bijdrage van Litouwen is bestemd voor: - financiële ondersteuning in het kader van het programma ten behoeve van de deelname van Litouwse organisaties aan de activiteiten als omschreven in bijlage I, punt 1; - het dekken van de extra beheerskosten voor de Commissie als gevolg van de deelname van Litouwen. 2. Per begrotingsjaar mag het totaalbedrag aan subsidies en andere financiële steun in het kader van het programma aan Litouwse begunstigden, na aftrek van de extra administratiekosten, niet meer bedragen dan de door Litouwen betaalde bijdrage. Indien de bijdrage van Litouwen aan de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, na aftrek van de extra administratiekosten, hoger blijkt te zijn dan het totaalbedrag aan subsidies en andere financiële steun dat door Litouwse begunstigden in het kader van het programma is ontvangen, wordt het resterende bedrag door de Europese Commissie overgeboekt naar het volgende begrotingsjaar, en afgetrokken van de bijdrage van Litouwen voor het volgende jaar. Indien na beëindiging van het programma een voor Litouwen positief saldo resteert, wordt dit aan Litouwen terugbetaald. 3. De jaarlijkse bijdrage van Litouwen bedraagt ? 384 130 vanaf 1999. Daarvan is ? 25 130 bestemd voor het dekken van de extra administratiekosten voor de Commissie als gevolg van de deelname van Litouwen. 4. Het Financieel Reglement dat van toepassing is op de algemene begroting van de Gemeenschap is van toepassing, met name op het beheer van de bijdrage van Litouwen. Bij de inwerkingtreding van dit besluit en aan het begin van ieder daaropvolgend jaar doet de Commissie Litouwen een verzoek tot storting toekomen, ter hoogte van de bijdrage van Litouwen aan de kosten als bij dit besluit vastgesteld. Deze bijdrage wordt uitgedrukt in euro en dient te worden overgemaakt op een in euro gestelde bankrekening van de Commissie. De bijdrage van Litouwen aan de jaarlijkse kosten als bij dit besluit vastgesteld stemt overeen met het verzoek tot storting en dient uiterlijk drie maanden na verzending van dit verzoek te worden betaald. Bij vertraging betaalt Litouwen rente over het op de vervaldag nog openstaande bedrag. De rentetarieven zijn die welke door de Europese Centrale Bank gedurende de maand van de vervaldag worden toegepast voor transacties in euro, verhoogd met 1,5 percentpunt. 5. Litouwen betaalt de in punt 3 bedoelde extra administratiekosten uit zijn nationale begroting. 6. Van de resterende kosten van zijn deelname aan het programma betaalt Litouwen uit de nationale begroting ? 107 700 (30%) in 1999, en ? 179 500 (50%) in 2000. 7. Afhankelijk van de normale programmeringsprocedures van Phare, wordt de resterende ? 251 300 in 1999 en de resterende ? 179 500 in 2000 betaald uit de jaarlijks aan Litouwen toegewezen Phare-middelen. FINANCIEEL MEMORANDUM 1. Benaming van de maatregel Deelname van Litouwen aan het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf. 2. Begrotingslijn B7-503 - Openstelling van communautaire programma's voor de geassocieerde landen in Midden-Europa 3. Juridische grondslag Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid artikel 157, lid 3, juncto artikel 300, lid 3, eerste alinea; Artikel 110 van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Litouwen, anderzijds, betreffende de openstelling van communautaire programma's (PB L 51 van 20.2.1998, blz. 3); Besluit nr. 97/15/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende een derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000) (PB L 6 van 10.1.1997, blz. 25), inzonderheid artikel 7, lid 1. 4. Benaming van de maatregel 4.1 Algemene doelstelling De prioritaire beleidsdoelstellingen van het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf zijn als volgt: 1. Vereenvoudiging en verbetering van het ondernemingsklimaat op administratief en regelgevingsgebied; 2. Verbetering van het financiële ondernemingsklimaat; 3. Kleine en middelgrote ondernemingen helpen om hun strategieën te europeaniseren en te internationaliseren, met name door middel van betere voorlichting en samenwerking; 4. Versterking van het concurrentievermogen van het midden- en kleinbedrijf en verbetering van de toegang tot onderzoek, innovatie en opleiding; 5. Bevordering van het ondernemerschap en ondersteuning van specifieke doelgroepen. De deelname van Litouwen aan het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf draagt bij tot de voorbereiding op de toetreding, als belangrijk onderdeel van de versterkte pretoetredingsstrategie. Bovendien kan Litouwen zich zo vertrouwd maken met de procedures en methoden die in het communautaire programma voor het midden- en kleinbedrijf gehanteerd worden. Voor de openstelling van communautaire programma's is onder meer een besluit van de Associatieraad tussen de Europese Unie en het geassocieerde land vereist. Dit besluit bevat tevens praktische regelingen voor het openstellen van programma's. Artikel 110 van de Europa-Overeenkomst met Litouwen, die op 1 februari 1998 in werking is getreden, voorziet in de deelname van Litouwen aan communautaire programma's op een groot aantal gebieden, waaronder het midden- en kleinbedrijf. Litouwen heeft bevestigd dat het tevens aan andere communautaire programma's wenst deel te nemen, met name op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding, jeugdzaken, milieu, gezondheidszorg en onderzoek en technische ontwikkeling. 4.2 Looptijd en verlenging Tot het einde van de looptijd van het communautaire programma, d.w.z. 31.12.2000. De bijdrage uit Phare is echter afhankelijk van besluiten inzake de begroting na 1999. 5. Indeling van uitgaven/ontvangsten 5.1 Niet-verplichte uitgaven 5.2 Gesplitste kredieten 5.3 Aard van de ontvangsten Overeenkomstig artikel 110 van de Europa-Overeenkomst neemt Litouwen de kosten van deelname voor eigen rekening. Litouwen zal worden verzocht een bijdrage te storten ten gunste van post 6091 van de begrotingsontvangsten van de EU. Aangezien artikel 110 bepaalt dat de Gemeenschap een financiële bijdrage kan leveren ter aanvulling op de bijdrage van Litouwen (uit de voor Litouwen bestemde Phare-middelen) draagt Litouwen slechts een gedeelte bij uit de nationale begroting. Het resterende gedeelte komt ten laste van artikel B7-503. De desbetreffende Phare-middelen (artikel B7-500) zullen worden overgeboekt naar artikel B7-503 na ontvangst van de bijdrage van Litouwen. 6. Indeling van uitgaven/ontvangsten - subsidie voor cofinanciering met andere openbare en/of particuliere bronnen - studies, opleidingssessies, exploitatiekosten van instrumenten, voorlichting - in terugbetaling van de communautaire bijdrage wordt niet voorzien De kosten van de deelname van Litouwen worden gedekt uit de bijdrage van Litouwen aan de ontvangsten (post 6091). De ontvangsten worden gebruikt voor de uitgaven in het kader van het betrokken programma en, voor zover nodig, voor de lopende uitgaven. De totale verwachte ontvangsten worden vermeld onder punt 7.4. 7. Financiële gevolgen 7.1 Berekening van de totale kosten van de maatregel voor 1999 en 2000 (verhouding individuele/totale kosten) De berekening is gebaseerd op de volgende voorwaarden: - de bijdrage van ieder partnerland aan de financiering van de in het Protocol genoemde activiteiten wordt berekend volgens het beginsel dat het de kosten van deelname zelf draagt. Daartoe is onder begrotingsontvangsten post 6091 gecreëerd. - de Gemeenschap kan per geval besluiten een financiële bijdrage te leveren ter aanvulling op de bijdrage van het partnerland. Deze bijdrage kan een aanvulling zijn op de bijdrage in het kader van het nationale Phare-programma. Op basis van de Europa-Overeenkomst met Litouwen worden voor het programma de volgende financiële en budgettaire regelingen getroffen: uit vier alternatieven heeft Litouwen gekozen voor een bijdrage op basis van een schatting van de reële kosten van de deelname aan alle onderdelen van het MKB-programma, met uitzondering van IBEX. Hiermee wordt voorzien in financiële bijdragen op de volgende gebieden (tussen haakjes richtbedragen voor de maximumbijdrage): - maatregelen op het gebied van de distributiehandel (? 130 000); - maatregelen op het gebied van ambachten en kleine ondernemingen (? 30 000); - steun voor de Euro-Info-Correspondentiecentra, op basis van het huidige aantal (EICC's en substructuren) (? 40 000 × 2 centra, plus ? 20 000 voor een gedecentraliseerde voorlichtingscampagne = ? 100 000); - deelname aan evenementen in het kader van Europartenariat, op basis van de huidige gemiddelde deelnamecijfers van het land (35 ondernemingen per evenement × 2 evenementen per jaar × ? 700 per kmo betaald aan de Nationale Raadsman voor kosten, promotie e.d. = ? 49 000); - subsidiëring van één evenement in het kader van Interprise per jaar in het land (maximumbijdrage van de EU is ? 50 000; dit mag niet meer zijn dan 50% van de totale begroting van het evenement). De kosten van de deelname van Litouwen aan het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000) bedragen derhalve ? 384 130 per jaar vanaf 1999. Bij dat bedrag is 7% voor administratiekosten inbegrepen. Bovenstaand cijfer waarvan de (uitsluitend door Litouwen te dragen) extra administratiekosten moeten worden afgetrokken, wordt per jaar als volgt verdeeld: in 1999 wordt ? 107 700 van de operationele kosten bekostigd uit de nationale begroting van Litouwen, en, afhankelijk van de programmeringsprocedures van Phare, ? 251 300 uit de jaarlijks voor Litouwen bestemde Phare-middelen. In 2000 wordt ? 179 500 van de operationele kosten bekostigd uit de nationale begroting van Litouwen, en, afhankelijk van de programmeringsprocedures van Phare, ? 179 500 uit de jaarlijks voor Litouwen bestemde Phare-middelen. De desbetreffende Phare-middelen zullen worden overgeboekt van artikel B7-500 naar B7-503 na ontvangst van de nationale bijdrage voor 1999 (? 107 700) en 2000 (? 179 500). 7.2 Spreiding van de kosten naar kostenonderdeel >RUIMTE VOOR DE TABEL> Specificatie van de kosten per programma-onderdeel waarvoor financiële bijdragen kunnen worden ontvangen: >RUIMTE VOOR DE TABEL> 7.3 Huishoudelijke uitgaven voor studies, bijeenkomsten van deskundigen e.d., opgenomen in deel B van de begroting Geen 7.4 Tijdschema meerjaarlijkse maatregelen Ten laste van B7-503 >RUIMTE VOOR DE TABEL> * Tijdschema gebaseerd op de betalingsmethode die thans op dit programma van toepassing is. Verwachte jaarlijkse ontvangsten: >RUIMTE VOOR DE TABEL> 8. Maatregelen ter voorkoming van fraude Alle contracten, overeenkomsten en juridische verbintenissen van de Commissie voorzien in controle ter plaatse door de Commissie en de Rekenkamer. De begunstigden van de maatregelen zijn onder meer verplicht verslag uit te brengen en financiële memoranda in te dienen. Deze worden inhoudelijk beoordeeld en tevens wordt vastgesteld of de uitgaven in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de financiering door de Gemeenschap. De antifraudebepalingen van de basisartikelen van de begroting zijn ook op deze rubriek van toepassing, aangepast voor de landen van Midden- en Oost-Europa. 9. Gegevens kosten-batenanalyse 9.1 Specifieke gekwantificeerde doelstellen; doelgroep Het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf vormt de hoeksteen van het beleid van de Gemeenschap voor het midden- en kleinbedrijf. Het programma geeft een basis voor concrete maatregelen die het midden- en kleinbedrijf helpen om zijn potentieel tot het scheppen van werkgelegenheid te realiseren, met name door de deelname van het midden- en kleinbedrijf aan de interne markt te stimuleren en activiteiten op internationaal vlak te bevorderen. In principe kunnen de acties in het kader van het derde meerjarenprogramma voor alle kleine en middelgrote ondernemingen in Litouwen van belang zijn. Het aantal bedrijven dat baat heeft bij transnationale maatregelen is echter geringer, afhankelijk van de aard van het bedrijf en de aard van de maatregelen. Van de 15 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen in de Europese Unie zijn er bijvoorbeeld 1,5 miljoen die in aanmerking komen voor een actie voor voorlichting over de Gemeenschap. Ook komt bijvoorbeeld een miljoen kleine en middelgrote ondernemingen in de EU in aanmerking voor partnerschapsacties. Dezelfde getalsverhoudingen kunnen ook voor Litouwen als indicatie dienen. De doelgroep van de maatregel is afhankelijk van de aard ervan. Een aantal maatregelen is voorts gericht op beroepsorganisaties, kamers van koophandel en industrie, vakbonden en andere bemiddelingsorganen in het bedrijfsleven. 9.2 Motivering van de maatregel Algemeen wordt erkend dat het bedrijfsleven, met name het midden- en kleinbedrijf, een sleutelrol speelt bij het scheppen van werkgelegenheid en groei. Het midden- en kleinbedrijf creëert thans meer werkgelegenheid dan de grote ondernemingen. Wel moet worden beseft dat kleine en middelgrote ondernemingen inherent kwetsbaarder zijn, vooral in de eerste vijf jaar van hun bestaan. Deze zwakte wordt met name veroorzaakt door de volgende vijf factoren: - een steeds complexere juridische, fiscale en administratieve omgeving; - problemen ten aanzien van deelname aan programma's voor onderzoek en ontwikkeling en het benutten van de resultaten; - structurele zwakte van kleine en middelgrote ondernemingen met betrekking tot managementmogelijkheden en toepasselijkheid van trainingsprogramma's; - problemen om tegen redelijke kosten financiering te krijgen; - problemen bij de toegang tot markten voor producten en diensten. Aangezien wordt uitgegaan van het subsidiariteitsbeginsel, moet worden onderstreept dat de maatregelen die op communautair niveau worden ontwikkeld zijn ingebed in een context die een aanzienlijke toegevoegde waarde biedt, met name door de omvang van de opgezette netwerken en maatregelen, de objectiviteit en neutraliteit van de centrale besluitvorming en de aandacht die aan regionaal evenwicht wordt geschonken. Hoewel de meeste maatregelen ten behoeve van het bedrijfsleven door de lidstaten worden opgezet, is het dus met name de taak van de Gemeenschap om maatregelen van transnationale aard en netwerken met een communautaire dimensie op te zetten. Het zou niet alleen onmogelijk en minder efficiënt zijn om dergelijke activiteiten tot het nationale niveau te beperken, maar ook zou dit de concurrentie verstoren, omdat de verschillende lidstaten in zeer uiteenlopende mate steun zouden verlenen. Door het hervormingsbeleid, dat gericht is op het creëren van een markteconomie en ondersteund wordt met het privatiseringsproces, is het aantal particuliere ondernemingen snel toegenomen. De bijdrage van het midden- en kleinbedrijf tot de werkgelegenheid wordt van jaar tot jaar groter. Ook de komende jaren zal het aandeel van het midden- en kleinbedrijf in de Litouwse economie groot blijven. Deze bedrijven moeten zich voorbereiden op het EU-lidmaatschap en de toenemende concurrentiedruk waarmee zij dan te maken zullen krijgen. Openstelling van de programma's van de Gemeenschap is daarom een belangrijk element van de pretoetredingsstrategie. Deelname aan dit specifieke programma kan positief bijdragen tot de voorbereiding van het midden- en kleinbedrijf en vertegenwoordigende organisaties op de komende toetreding. - Noodzaak van de financiële steun van de Gemeenschap Gezien de aanzienlijke financiële bijdrage van Litouwen aan het programma en de precaire begrotingssituatie van het land, is bijstand in het kader van het Phare-programma, zoals bedoeld in artikel 110 van de Europa-Overeenkomst, van essentieel belang. - Wijze van steunverlening Met de deelname van Litouwen, die bekostigd wordt uit de nationale begroting, aangevuld door een bijdrage van Phare, kan het land zich vertrouwd maken met het interne beleid en de interne procedures van de Gemeenschap ten aanzien van het midden- en kleinbedrijf. Het integreren van de Litouwers in de netwerken van de Gemeenschap levert een belangrijke bijdrage aan de voorbereiding van Litouwen op het lidmaatschap van de EU. - Voornaamste onzekere factoren die gevolgen kunnen hebben voor de specifieke resultaten van de maatregel Aangezien de projecten worden geselecteerd aan de hand van kwalitatieve criteria, kan de reële impact slechts worden gemeten aan de hand van de respons van de Litouwse burgers en het Litouwse midden- en kleinbedrijf op de door de Commissie in het kader van het programma te publiceren oproepen tot het indienen van inschrijvingen. 9.3 Evaluatie van de maatregel De evaluatieprocedures die zijn opgenomen in het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf zijn ook van toepassing op ten behoeve van Litouwse begunstigden gefinancierde activiteiten. 9.3.1 Prestatie-indicatoren De keuze van deze indicatoren hangt af van de aard van de ondernomen activiteit. Voor de Euro-Info-Centra is er bijvoorbeeld een overeenkomst met een extern accountantskantoor, dat de kwaliteitssystemen die door de EIC's zijn opgezet evalueert en de activiteiten beoordeelt aan de hand van de gestelde doelen. Voor elk EIC wordt een evaluatie uitgevoerd aan de hand van dertien criteria, die onder meer betrekking hebben op kwaliteit. De prestaties van elk EIC worden voor elk criterium gewaardeerd met een cijfer van 1 tot 4. Deze cijfers worden dan opgeteld, zodat kan worden beoordeeld of een EIC aan de minimumcriteria voldoet. Is dat niet het geval, dan wordt het EIC uit het netwerk verwijderd en begint de procedure voor het selecteren van een vervanger. Elke zes maanden wordt een evaluatierapport uitgebracht. Voor de netwerken voor samenwerking tussen ondernemingen wordt ieder jaar een evaluatie verricht van de deelnemers aan het netwerk, aan de hand van het aantal samenwerkingsprofielen dat in de databases is ingevoerd, de naleving van de gedragscode, promotie-activiteiten in het netwerk, de mate van deelname aan door de Commissie georganiseerde evenementen (monitoring, jaarlijkse conferentie) en de bijdragen van de deelnemers aan de werkgroepen. Voor andere activiteiten kan de onmiddellijke impact worden afgemeten aan de deelname aan de conferenties en seminars die voor de tenuitvoerlegging ervan zijn georganiseerd, aan feedback in de media, de belangstelling van beroepsorganisaties, de reacties van ondernemers, het aantal ondernemingen dat aan proefprojecten meedoet en de verspreiding van publicaties. Bij activiteiten die met name zijn bestemd voor ambachten en kleine bedrijven is een van de indicatoren het aantal ambachtelijke bedrijven en micro-bedrijven dat in het kader van de activiteit financiering heeft ontvangen. 9.3.2 Wijze en frequentie van de evaluatie Overeenkomstig artikel 6 van het besluit van de Raad van 9 december 1996 betreffende het derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf dient de Commissie het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's uiterlijk eind maart 1999 een extern evaluatieverslag voor te leggen over de toepassing van het besluit, teneinde te beoordelen of de oorspronkelijke doelstellingen zijn verwezenlijkt, alsmede een kosten-batenanalyse. 9.3.3 Beoordeling van de resultaten De resultaten van de evaluatie worden over het algemeen aan de doelgroep bekendgemaakt, en kunnen aanleiding geven tot het bijstellen van maatregelen en het voorstellen van nieuwe activiteiten. Aan het comité van beheer dat bij het besluit is ingesteld wordt ieder jaar verslag uitgebracht over de uitvoering van het meerjarenprogramma. Verslagen over de resultaten van de deelname van de geassocieerde landen in Midden-Europa worden eveneens bij het comité ingediend, alsmede bij de betrokken landen. 10. Administratieve uitgaven (afdeling iii, deel a van de begroting) De vereiste administratieve middelen worden verkregen op basis van het jaarlijkse besluit van de Commissie inzake de verdeling van de benodigde middelen, waarbij rekening wordt gehouden met het personeel en de aanvullende kredieten die door de begrotingsautoriteit worden toegewezen. De extra behoeften zijn in geen geval van invloed op het besluit van de Commissie betreffende: a) het verzoek om nieuwe begrotingsposten in het kader van het voorontwerp van begroting, b) de toewijzing van middelen. 10.1 Gevolgen voor het aantal posten >RUIMTE VOOR DE TABEL> 10.2 Financiële gevolgen extra personeel EUR >RUIMTE VOOR DE TABEL> 10.3 Stijging van andere huishoudelijke uitgaven i.v.m. deze maatregel EUR >RUIMTE VOOR DE TABEL>